Posts tonen met het label verlossing vd zondemacht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verlossing vd zondemacht. Alle posts tonen

donderdag 24 februari 2011

Het hart van een bruiloftskind

.




















Hoe te leven ?
Hoe zullen wij leven en hoe zullen wij de toekomst tegemoet treden? Dit zijn vragen die zich vandaag de dag, meer dan ooit tevoren, aan ons opdringen nu dreigende wolken zich boven deze wereld samenpakken en de ongerechtigheid groeiende is, alsook de onzekerheid aangaande de dingen die op komst zijn, waardoor steeds meer mensen door vrees worden bevangen. Zelfs in de gelederen van Gods kinderen wordt de verwarring, door allerlei oorzaken, steeds groter en het ene na het andere kind van God komt, bij herhaling, in een geloofscrisis terechtkomt. Wij leven duidelijk in een tijd van kentering. Aan alles bemerken en gevoelen we, dat er dingen gaan veranderen. Maar wàt gaat er gebeuren? En wat zal er met òns gebeuren? Zullen wij STAANDE blijven in het geloof en STANDVASTIG zijn en blijven? Een vraag die als vanzelf uitmondt in die andere vraag: Wat moeten wij doen? Ofwel: Hoe zullen wij, vandaag, leven?

Met verwachting
Een Schriftuurlijk en zuiver antwoord op deze vraag geeft ons de apostel Paulus in Filippenzen 1 vers 20, waar hij getuigt dat in zijn hart leefde: een “...reikhalzend verlangen en hoop dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal worden, maar dat in alle vrijmoedigheid, zoals altijd, Christus ook nu GROOTGEMAAKT ZAL WORDEN in mijn lichaam, of het nu door het leven is of door de dood”. (HSV)
Wij zullen ons eerst eens moeten afvragen wat er leeft in ònze harten. En wat er in ons hart MOET leven, kunnen wij van Paulus leren. Hij toont ons hier wat van waarachtige volgelingen van Jezus Christus verwacht wordt in goede en in kwade tijden.
In goede tijden? Dat hoeft toch niet benadrukt te worden? Jawel, want ook tijden van voorspoed houden een verzoeking in. Menigeen kwam reeds tot verflauwing in zijn of haar geestelijk leven op een rustig stuk van de levensweg. Maar in kwade tijden – vooral als er veel ontmoedigende dingen gebeuren en er, telkens weer, teleurstellingen moeten worden verwerkt – moeten we ervoor oppassen geen “uitgebluste” christenen te worden, want daarvan zijn er al genoeg vandaag de dag! Gelovigen die zich ongeïnteresseerd, als in een tredmolen, voortbewegen, hun hart gevuld met van alles en nog wat, maar niet met de LEVENDMAKENDE dingen van de hemelse Vader.
Houd uw licht brandende op de kandelaar[1] (zodat het zichtbaar IS en BLIJFT voor een ieder)! “Houd de vreugdevlammen brandend!” Hoe? Door te blijven leven met VERWACHTING in uw hart! Christus’ (ware) Gemeente leeft vandaag de dag in de verwachting van de ontmoeting met de hemelse Bruidegom. De “maagden” zijn uitgegaan[2], de Bruidegom TEGEMOET (zie Matth. 25:1). Deze VERWACHTING moet, juist nu, ons gehele geestelijke leven doortrekken, er als het ware een stempel op drukken! Verwacht, dat de Heer wonderbare dingen zal doen. Hij is een Waarmaker van Zijn Woord! Verwacht in elke duistere nacht het gloren van de dageraad! Verwacht en hoop oprecht, net als Paulus, dat u “in geen enkel opzicht beschaamd zal worden” (zie Filip. 1:20, HSV). Eén van de kenmerken van een kind van God is, dat hij of zij leeft met hoop: (zie Ef. 2:12-14 en 1 Petr. 3:15).
Sta niet toe, dat satan u deze schat ontneemt. Al ziet u als “in raadselen”, “wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken TEN GOEDE”![3] (zie 1 Kor. 13:12 en Rom. 8:28)

Onszelf wegcijferen
Om zo te kunnen leven, moeten wij echter wel leren om onszelf geheel weg te cijferen en het belang van de zaak van Christus vóór alles te stellen. Ook dit komt naar voren in Paulus’ zojuist aangehaalde woorden. Voor Paulus betekende “in geen enkel opzicht beschaamd te worden” (zie Filip. 1:20), dat Christus groot gemaakt werd IN en DOOR zijn leven!
Paulus wilde daarvoor in tweeërlei zin sterven! In dit verband is het nuttig om u erop te wijzen, dat op “de gelijkenis van de tien maagden” in het Mattheüs-Evangelie “de gelijkenis van de talenten” volgt (zie Matth. 25:1-13 en 14-30). Dit is zeker niet toevallig. Want, na de verwachting komt het zichzelf wegcijferen ter sprake. Immers, daarover gaat het feitelijk in “de gelijkenis van de talenten”. De man die het ene talent, dat hij ontvangen had, in de grond stopte, gaf daarmee te kennen beslist niet meer van zijn leven dan nodig was, aan zijn heer te willen toewijden. Hij wilde voor zichzelf leven en beschouwde het dienen als een noodzakelijk “kwaad”. Deze “onnutte dienstknecht” kwam daarom terecht in “de buitenste duisternis” (zie Matth. 25:30), een verwijzing naar de Grote Verdrukking. Hij verwachtte de wederkomst van zijn heer, doch zonder zijn leven in dienst te stellen van zijn heer. En, zo is het vandaag de dag – helaas – ook met vele kinderen Gods gesteld. Als zij zich niet veranderen, ondergaan zij hetzelfde lot als de “dwaze maagden”[4] en de “onnutte dienstknecht” (zie Matth. 25:10-13 en 30).
U mag en kunt leven met verwachting, maar er is geen (waarachtige) verwachting, als u uw leven niet wilt verliezen aan Jezus, uw Heer. Handel (en wandel) daarom met de u gegeven talenten voor Jezus en u zult in geen zaak beschaamd worden.
Onze zorg moet eigenlijk niet langer zijn: “Hoe zal ik de toekomst tegemoet gaan?”, maar... “Hoe zal ik de Here tegemoet gaan?” Of, zoals de profeet Micha het zei, “Waarmee zal ik de HERE tegemoetgaan en mij buigen voor de hoge God?” (Micha 6:6a, HSV).
Wanneer u zich over deze (heilige) kwestie bekommert en niet over zoveel andere, minder belangrijke zaken in uw leven, zal de Heilige Geest u brengen tot een overvloedig VRUCHTBAAR LEVEN voor Jezus en uw leven stellen in het teken van de Gouden Kandelaar[5] (in de Filippenzenbrief treedt namelijk de gedachte van de Gouden Kandelaar op de voorgrond [6]). Uw lamp zal dan waarlijk brandende zijn als Jezus, als Bruidegom, komt.[7]
Zo en niet anders heeft ook een Paulus het mogen ervaren. De apostel Paulus was reeds in zijn dagen een echt “bruiloftskind”. In zijn nu meermalen aangehaalde getuigenis in de Filippenzenbrief (1:20) horen wij hem zelfs zeggen, dat hij van God “VRIJMOEDIGHEID” begeerde om zijn Heer maar zo goed mogelijk te kunnen DIENEN. Van alle vormen van vrees wilde hij verlost zijn, niet voor zichzelf, zoals zovele christenen dat vandaag de dag wensen, neen, maar opdat hij overvloediger mocht zijn in de dienst des Heren!
Leeft dit verlangen ook in ùw hart? Dat is “de LIEFDE sterk als de dood”, dat is “de HARTSTOCHT onstuitbaar als het graf. Haar vonken zijn vurige vonken, vlammen van de HERE” (zie Hoogl. 8:6, HSV). Dat is het ware (en juiste) verlangen van de Bruid van de Here Jezus Christus![8]

Wij hebben de toekomst
Wanneer wij nù, in deze tijd, dezelfde dingen van God BEGEREN, met geloof en in volkomenheid (want ook dit spreekt uit Paulus’ getuigenis), zullen wij vandaag niet alleen de toekomst aan kunnen, maar ook de toekomst bezitten! Want alles gaat zich, in het tijdsgewricht waarin wij leven, richten op DE OPENBARING van de WARE BRUID des Heren.
“U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn” (Matth. 5:14, HSV), sprak Jezus eenmaal tot Zijn discipelen.
Als wij bovenstaande ter harte nemen dan zullen ook wij tot deze Gemeente mogen behoren, die straks door Christus naar de bruiloft zal worden geleid (zie Matth. 25:10, HSV).
Hebt u het hart van een bruiloftskind? Dan zult u niet beschaamd worden! Want, bruiloftskinderen wacht “de vreugde van hun Heer” (zie Matth. 25:21 en 23, HSV).


H. Siliakus[9]




[1] Voor meer over de geestelijke betekenis van de kandelaar, zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl/ – de studie “De Tabernakel van Israël (Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God tot in alle volmaaktheid toe)” van E. van den Worm en/of ons Tabernakelschema, met een korte uitleg over de verschillende Tabernakel-objecten: www.eindtijdbode.nl/korte-tabernakeluitleg-in-schema.htm
[2] Zie eventueel op onze website de studie “De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd” van E. van den Worm of “Een ANDER geluid – Het verschil tussen ‘het Lichaam van Christus’ en ‘de Bruid van Christus’” van A. Klein/E. van den Worm.
[3] Zie eventueel op onze website de studie “Wat God bereid heeft voor degenen, die Hem liefhebben” van E. van den Worm.
[4] Zie noot 2.
[5] Korte uitleg: De Gouden Kandelaar spreekt van licht (en dus inzicht) van de Heilige Geest door ons heen, en van licht (en dus inzicht) van de Heilige Geest voor ons. Hier hebben wij te maken met het getuigenis van de Heilige Geest door ons heen! Een ‘getuigenis’, dat onherroepelijk consequenties met zich mee brengt! De Kandelaar staat dus voor onze aangording met kracht van de Geest van God: Nodig voor onze arbeidszalving in Christus (zonder deze Goddelijke zalving kunnen wij niet – naar Zijn wil en welbehagen – voor Hem arbeiden). Zie ook nog noot 1.
[6] Zie noot 5.
[7] Zie eventueel op onze website het artikel “De Wederkomst van Christus nader bekeken” van A. Klein. Zie ook nog de studie vermeld bij noot 2.
[8] Zie eventueel op onze website de studie “Beschouwingen over het boek Hooglied (het boek over de innige band tussen Bruid en Bruidegom)” van H. Siliakus.
[9] Uit "De Tempelbode" van augustus 1986. Enigszins bewerkt door A. Klein.

Het hart van een bruiloftskind
(PDF om uit te printen)


zondag 23 januari 2011

Boekbespreking 25: De 7 Geesten van God en van het Lam van God


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleidend woord over de 7 Geesten van God
• “En van de troon gingen uit bliksemen, en donderslagen, en stemmen; en zeven vurige lampen waren brandende voor de troon, welke zijn de zeven geesten van God.” (Openb. 4:5)
• “En ik zag, en ziet, in het midden van de troon, en van de vier dieren, en in het midden van de ouderlingen, een Lam, staande als geslacht, hebbende zeven hoornen, en zeven ogen; dewelke zijn de zeven geesten van God, die uitgezonden zijn in alle landen.” (Openb. 5:6)
• “En hij toonde mij een zuivere rivier van het water des levens, helder als kristal, voortkomende uit de troon van God, en van het Lam.” (Openb. 22:1)
Deze teksten vertellen ons, dat de Heilige Geest van God uitgaat, zowel uit de Vader als uit de Zoon (het Lam). Het is deze Geest van de Zoon, als Gods Hogepriester, Die het werk op aarde – door het Lam van God volbracht door middel van Zijn dood èn opstanding – persoonlijk uitwerkt in het hart en het leven van hen, die zich (hier op aarde) tot God hebben bekeerd en zich aan Hem hebben overgegeven in belijdenis van hun zondeschuld.
Het is het Lam van God, Dat, als Gods Hogepriester aan de rechterhand van God gezeten zijnde, door Zijn Geest heen Zijn heilswerk, verkregen door Zijn dood èn opstanding, stap na stap toebedeelt aan hen, die zich tot God en tot Jezus Christus hebben bekeerd, zulke christenen zo deelgevend aan Zijn overwinning over satan en zonde, zodat zij zelf daadwerkelijk in hun persoonlijk leven als overwinnaars over satan en zonde op deze wereld (kunnen) wandelen, leven en werken.
Deze Heilige Geest, deze Geest van de Vader èn van het Lam van God, heeft 7 openbaringsvormen, die in de Schrift de 7 Geesten Gods worden genoemd, en die wij eerst in het kort zullen bezien om daarna wat uitvoeriger op Zijn openbaringsvormen in te gaan.
Hij tracht de zondaar in de eerste plaats in Zijn eerste openbaringsvorm te leiden tot oprechte bekering om hem/haar daarna, na oprechte overgave aan Hem, te reinigen en te heiligen en daarna te rechtvaardigen.

De 1ste openbaringsvorm van de Geest van God:
de Goddelijke Roeper tot bekering in de woestenij van ons hart en leven
Het eerste werk, de eerste openbaringsvorm van de Geest van God, is Zijn openbaring aan de zondaar als licht, ook wel de Geest van Oordeel genoemd.
De Vader zendt Zijn Geest uit, Die, door middel van het gepredikte Woord van God, licht brengt in de gewetens van de zondaren, tot overtuiging van hun zondig leven aan de ene kant en tot openbaring van Zijn genade-aanbod, als zij zich tot Hem bekeren, aan de andere kant, opdat dezen zich waarlijk gaan bekeren tot God en hierdoor door God kunnen worden verlost van hun grote en kleine zonden en van de zondige staat, waarin zij leven en werken.
• “En Die (d.i. de Heilige Geest) gekomen zijnde zal (als eerste goddelijk werk) de wereld (nl. “het wereldse” in het hart en denken van de zondaar) overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel.” (Joh. 16:8)
• “Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.” (Spr. 28:13)
• “Welgelukzalig is de mens, die voortdurend vreest (om te zondigen tegen God en Zijn gebod); maar die zijn hart verhardt, zal in het kwaad vallen.” (Spr. 28:14)
In de eindtijd, de tijd waarin wij nu leven, komt Hij (namelijk: de Geest van de Vader) zo over alle vlees tot het vormen van een wereldwijde opwekking.
“En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten (d.i. visioenen) zien, en uw ouden zullen dromen dromen.” (Hand. 2:17)
Ook zendt Hij (d.i. de Zoon van God) in de laatste dagen Zijn oordelen uit over de wereld en over het onbekeerde deel van Zijn Gemeente en dit in steeds toenemende mate. Hierover kunnen wij in het Boek Openbaring lezen en dit zien wij ook in de wereld om ons heen gebeuren.
“...want wanneer Uw gerichten op de aarde zijn (of: Uw oordelen over de aarde gaan), zo leren de inwoners van de wereld gerechtigheid.” (Jes. 26:9b)
De onbekeerlijken in wereld en Kerk/Gemeente worden dan slachtoffer van Gods oordelen, maar allen, die zich oprecht van hun zondig leven bekeren, vinden bij God genade en worden door Hem bewaard.
• “Aan uw zijden zullen er duizend vallen, en tienduizend aan uw rechterhand; maar tot u (die volkomen afgestorven is aan de zonde[macht]) zal het niet genaken.” (Ps. 91:7)
• “U zal geen kwaad wedervaren, en geen plaag zal uw tent
(of: huis) naderen
.” (Ps. 91:10)

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein


[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER

donderdag 24 september 2009

De nodige 6 handelingen, die een in zonde verdwaalde christen moet maken tot herstel in Christus

.














1. Een in zonde verdwaalde christen – ofwel: een christen die nog steeds of opnieuw in zonde leeft en/of wereldsgezind is – moet ZICH (opnieuw en totaal) BEKEREN tot God, Die in Christus Jezus barmhartig is.“Bekeer u” staat er in Markus 1:15. Hij of zij moet zich bekeren en ALLE vormen van zonde de rug toekeren, en zich tot God keren om genade.

2. Een in zonde verdwaalde christen moet GELOVEN in Gods Evangelie van genade en barmhartigheid, in het offer van het Lam van God op Golgotha, waar Hij de zondeschuld van de gehele mensheid heeft BETAALD. In Hebreeën 9 vers 11-12 lezen wij: “Maar toen is Christus verschenen, de Hogepriester van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volkomen (SV: volmaakte, d.i. hemelse) tabernakel gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze (aardse) schepping is. Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed voor eens en altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht.”
[1]
Verder moet een in zonde verdwaalde christen geloven, dat het Lam van God – na Zijn dood en opstanding – ten hemel is gevaren en is gezeten op de hemeltroon aan de rechterhand van Zijn Vader vanwaar Hij, als Hogepriester en Middelaar
[2], tussen God en mensen Zijn 7 Geesten[3] uitzendt naar de gehele aarde om allen – uit de mensen, die zich berouwvol tot Hem hebben bekeerd – deel te geven aan Zijn overwinning over de zondemacht[4], omdat Hij hen zondeschuld zodoende VOLKOMEN heeft betaald. Daarom kan Hij hen – na hun berouwvolle bekering – vergeven en verlossen. “En daarom is Hij de Middelaar van het nieuwe Verbond (of: Testament)” (Hebr. 9:15a). “En ik zag, en zie, in het midden van de troon en van de vier dieren[5] en in het midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met zeven horens en zeven ogen. Dat zijn de zeven Geesten van God[6], die uitgezonden zijn over heel de aarde” (Openb. 5:6).
Verder onderwijst ons Gods Woord in Johannes 3 vers 16: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar het eeuwige leven heeft”. Maar als wij verder lezen, zegt vers 36: “Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven; maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem (of haar)”. Wij zien hier, dat geloven alleen niet voldoende is, maar de zondaar of zondares moet ook zijn of haar zonden bij God belijden en – door Hem – ervan verlost worden.

3. Een in zonde verdwaalde christen moet zijn of haar zonden bij God, maar ook bij wie hij of zij schuldig is, belijden. In 1 Johannes 1 vers 9 lezen wij: “Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid”. Terwijl wij in Jesaja 59 vers 1-2 (NBG) lezen: “Zie, de hand des Heren is niet te kort om (u) te verlossen, en Zijn oor niet te onmachtig om (u) te horen; maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij (u) niet hoort.”

4. Wat een in zonde verdwaalde christen heeft misdaan, moet – indien mogelijk – worden hersteld.
In Lukas 19 vers 8 lezen wij dat Zachéus zegt: “…en als ik van iemand iets heb afgeperst (SV: door bedrog ontvreemd heb), geef ik dat vierdubbel terug”. En, iets dergelijks lezen wij ook in het Bijbelboek Leviticus 5 vers 16.

5. De enige, die een zondaar van de macht van de zonde kan verlossen is het Lam van God, Jezus Christus, Die op Golgotha de zondeschuld van alle mensen volkomen heeft betaald. Daarom moet een in zonde verdwaalde christen tot Hem, de Geest van het Lam van God, de enige Verlosser van de zondemacht, komen voor verlossing van zijn of haar zonden. Dit kunnen wij in Matthéus 11 vers 28 lezen: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven”.

6. Een in zonde verdwaalde christen moet Hem in zijn of haar hart binnenlaten, opdat Hij Zijn verlossingswerk in zijn of haar wezen kan volbrengen. Als de bekeerling om deze inwoning of doop in de Geest zal bidden, zo zal Hij deze bede verhoren. Dit kunnen wij lezen in Lukas 11:13 “Als u die (van nature) slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest (d.i. de Geest van het Lam, Die bereid was te sterven[7]) geven aan hen die (daarom) tot Hem bidden”.


Deze binnenkomst van de Geest van het Lam van God heeft een vijfvoudig doel:
1. Hij wil de bekeerling troosten bij moeilijkheden, ziekte of tegenslag in dit aardse leven.
2. Hij wil de bekeerling deel geven aan Zijn kruisdood tot verlossing van de zondemacht[8], die diep in zijn of haar ziel woont.
3. Hij wil het nieuwe Christusleven[9] in hem of haar inbouwen.
4. Hij wil hem of haar geestelijke sterkte geven om alle aanvallen van welke duistere macht ook in dit aardse leven te kunnen weerstaan en te overwinnen.[10]
5. Sommige van de (echte en oprechte) bekeerlingen zal Hij roepen tot deelname aan de arbeidszalving[11] tot opbouw van Gods Gemeenten/Kerk in deze wereld. De overige (echte en oprechte) bekeerlingen zal Hij tot getuigen[12] maken van Zijn overwinning in hun leven

1. Hij wil de bekeerling – de echt en oprecht van de zonde bekeerde christen – troosten.
In Johannes 14 vers 16-17 lezen wij: “En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid, namelijk de Geest van de waarheid (Gods), Die de wereld (dus ook de wereldsgezinde christen) niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal IN u zijn”.

KLIK HIER als u deze studie - die te lang is voor op het weblog - verder wilt lezen.
 
Nieuwe studie van E. van den Worm,
Van de Heer ontvangen en opgeschreven in juni 2009, op 94 jarige leeftijd!

 
[1] De Bijbelteksten zijn uit de HSV (de Herziene Statenvertaling), tenzij anders vermeld.[2] Middelaar = Tegenwoordig beter bekent als (het Engelse woord) Mediator – wat een tussenpersoon of bemiddelaar betekent.
[3] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie: “De 7 Geesten van God en van het Lam van God”.
[4] Zie eventueel op onze website de studie: “De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd”.
[5] De letterlijke vertaling is: De 4 levende wezens.
[6] Zie noot 3.
[7] Want… ook wij moeten bereid zijn (of worden) om af te sterven aan onze oude, zondige natuur.
[8] Zie noot 4.
[9] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie: “Lukas: Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus”.
[10] Zie noot 4.
[11] Deelname aan de arbeidszalving = Hij geeft Zijn zalving – in en door Zijn Geest – aan Zijn, door Hem verkozen, dienstknecht, om voor Hem te (kunnen) arbeiden naar Zijn wil en welbehagen.
[12] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie: “Onze aardse roeping: En u zult Mijn getuigen zijn”.