Posts tonen met het label afsterven aan het vlees. Alle posts tonen
Posts tonen met het label afsterven aan het vlees. Alle posts tonen

woensdag 23 maart 2011

Boekbespreking 29: De 10 vervulde (volmaakte) geboden

.
Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleiding
Als een christen het over Gods 10 geboden heeft, doelt hij meestal op de 10 geboden, die Mozes in het Oude Verbond van God ontvangen heeft.
Vaak heeft men geen zicht op de 10 volmaakte (vervulde) geboden die de Here Jezus ons in Zijn Bergrede gegeven heeft. Daarom is het goed om deze volmaakte geboden die de Heiland ons gegeven heeft nauwlettend te bestuderen.
Wij kunnen deze 10 geboden niet in eigen kracht volbrengen.
Deze 10 geboden van de Here Jezus Christus laten ons zien waaraan wij nog te kort schieten, maar als wij deze tekorten belijden zullen deze tekorten ons vergeven worden. Dan gaan wij ons wassen in het dierbare bloed van het Lam, dan worden wij door Hem in Zijn bloed gewassen.
Wij kunnen ons aan deze vervulde geboden van de Here Jezus nog niet zondeloos houden, omdat wij nog niet volmaakt zijn. Zelfs de Mozaïtische 10 geboden kunnen wij in een onvol¬maakte staat niet volbrengen. Wees daarom niet bedroefd als u zich niet aan deze volmaakte geboden kunt houden, onze tekorten betonen dan slechts onze onvolmaakte staat, waarbij wij wel hebben te jagen naar de perfecte staat in Christus Jezus, waarin de Here ons wil brengen. Deze volmaakte staat is echter wel een staat die Hij eist.
Matth. 5:48, "Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is."
Deze 10 geboden van Jezus hebben een kern die wij kunnen vinden in Mattheüs 22 vers 37-40:
"Hij zeide tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten."
Wij hebben dus God lief te hebben boven alles, zelfs boven ons eigen leven en de naaste lief te hebben als onszelf. Nogmaals: Wij kunnen deze eisen van de Heer niet volbrengen in eigen kracht. Als wij deze wet betrachten in eigen kracht zullen wij zeker falen.
We kunnen wel lief doen, maar dat niet met hart en ziel zijn. Onze menselijke natuur moet namelijk sterven en de Goddelijke natuur moet Hij bij ons inbouwen. Deze goddelijke staat komt pas als onze oude ego (ons ik) door de Heer is weggebrand, en Hij ons heeft vernieuwd met Zijn natuur.
In de biologische natuur vinden wij een prachtig voorbeeld in de ontwikkeling van de rups tot vlinder. De rups heeft zich over te geven in een stervensproces om te komen tot de volmaakte staat van de vlinder. Zo is het ook gesteld met de liefde van God en tot God. Die komt pas als onze oude egoïstische natuur is afgestorven. Want onze oude ego wil geliefd en gediend zijn, anders kan het worden tot haat. Wij moeten door Zijn genade wedergeboren worden en hierin tot wasdom (d.i. tot volmaaktheid) komen.
Vele christenen denken reeds deze liefde van God (in het Grieks: agapè) te hebben, maar hebben nog steeds de liefde van de mens (in het Grieks: philio) omdat zij nog niet wedergeboren zijn, of omdat hun wedergeboorte zich nog niet ontwikkeld heeft. Voor deze wedergeboorte en ontwikkeling ervan moeten we deel hebben aan het stervensproces dat de Here Jezus ons wil geven, als we samen willen groeien met Zijn dood.
Rom. 6:5, "Want indien wij samengegroeid zijn (SV: één plant zijn) met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn met hetgeen gelijk is aan zijn opstanding;"
Dit is een langzaam werkend proces, als wij ons in Zijn handen hebben geworpen, en daarin blijven.
Deze volmaakte 10 geboden beginnen met de liefde voor de naaste. Het wonderlijke is dat de Here Jezus niet begint met de liefde tot God maar zoals we zullen zien, met de liefde tot de medemens.
We kunnen namelijk makkelijk zeggen God lief te hebben, maar als wij onze broeder en zuster niet liefhebben is deze liefde tot God ijdel.
1 Joh. 4:20, "Indien iemand zegt: Ik heb God lief, doch zijn broeder haat, dan is hij een leugenaar; want wie zijn broeder, die hij gezien heeft, niet liefheeft, kan ook God, die hij niet gezien heeft, niet liefhebben."
Constateren wij dit bij ons zelf dan wil dit zeggen dat de nieuwe goddelijke natuur zich nog niet in ons ontwikkeld heeft. Maar als wij discipelen (volgelingen) van Jezus willen zijn dan volgen wij Jezus, geestelijk deelnemend aan Zijn kruisdood en Zijn opstanding, en zullen zeker, als wij Zijn kruisweg volhardend ondergaan, komen in Zijn nieuwe goddelijke natuur. Daarom is het, dat Jezus dit van een volmaakt discipel eist.
Joh. 13:34-35, "Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkaar liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkaar liefhebt. Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkaar."
Deze 10 geboden wil de Heer door Zijn Geest inbouwen. De 10 Nieuwtestamentische wetten van de Heer zijn daarom ook geen geboden die wij in eigen kracht hebben uit te voeren, maar geboden die Hij bij ons wil inbouwen.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER


donderdag 24 februari 2011

Het hart van een bruiloftskind

.




















Hoe te leven ?
Hoe zullen wij leven en hoe zullen wij de toekomst tegemoet treden? Dit zijn vragen die zich vandaag de dag, meer dan ooit tevoren, aan ons opdringen nu dreigende wolken zich boven deze wereld samenpakken en de ongerechtigheid groeiende is, alsook de onzekerheid aangaande de dingen die op komst zijn, waardoor steeds meer mensen door vrees worden bevangen. Zelfs in de gelederen van Gods kinderen wordt de verwarring, door allerlei oorzaken, steeds groter en het ene na het andere kind van God komt, bij herhaling, in een geloofscrisis terechtkomt. Wij leven duidelijk in een tijd van kentering. Aan alles bemerken en gevoelen we, dat er dingen gaan veranderen. Maar wàt gaat er gebeuren? En wat zal er met òns gebeuren? Zullen wij STAANDE blijven in het geloof en STANDVASTIG zijn en blijven? Een vraag die als vanzelf uitmondt in die andere vraag: Wat moeten wij doen? Ofwel: Hoe zullen wij, vandaag, leven?

Met verwachting
Een Schriftuurlijk en zuiver antwoord op deze vraag geeft ons de apostel Paulus in Filippenzen 1 vers 20, waar hij getuigt dat in zijn hart leefde: een “...reikhalzend verlangen en hoop dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal worden, maar dat in alle vrijmoedigheid, zoals altijd, Christus ook nu GROOTGEMAAKT ZAL WORDEN in mijn lichaam, of het nu door het leven is of door de dood”. (HSV)
Wij zullen ons eerst eens moeten afvragen wat er leeft in ònze harten. En wat er in ons hart MOET leven, kunnen wij van Paulus leren. Hij toont ons hier wat van waarachtige volgelingen van Jezus Christus verwacht wordt in goede en in kwade tijden.
In goede tijden? Dat hoeft toch niet benadrukt te worden? Jawel, want ook tijden van voorspoed houden een verzoeking in. Menigeen kwam reeds tot verflauwing in zijn of haar geestelijk leven op een rustig stuk van de levensweg. Maar in kwade tijden – vooral als er veel ontmoedigende dingen gebeuren en er, telkens weer, teleurstellingen moeten worden verwerkt – moeten we ervoor oppassen geen “uitgebluste” christenen te worden, want daarvan zijn er al genoeg vandaag de dag! Gelovigen die zich ongeïnteresseerd, als in een tredmolen, voortbewegen, hun hart gevuld met van alles en nog wat, maar niet met de LEVENDMAKENDE dingen van de hemelse Vader.
Houd uw licht brandende op de kandelaar[1] (zodat het zichtbaar IS en BLIJFT voor een ieder)! “Houd de vreugdevlammen brandend!” Hoe? Door te blijven leven met VERWACHTING in uw hart! Christus’ (ware) Gemeente leeft vandaag de dag in de verwachting van de ontmoeting met de hemelse Bruidegom. De “maagden” zijn uitgegaan[2], de Bruidegom TEGEMOET (zie Matth. 25:1). Deze VERWACHTING moet, juist nu, ons gehele geestelijke leven doortrekken, er als het ware een stempel op drukken! Verwacht, dat de Heer wonderbare dingen zal doen. Hij is een Waarmaker van Zijn Woord! Verwacht in elke duistere nacht het gloren van de dageraad! Verwacht en hoop oprecht, net als Paulus, dat u “in geen enkel opzicht beschaamd zal worden” (zie Filip. 1:20, HSV). Eén van de kenmerken van een kind van God is, dat hij of zij leeft met hoop: (zie Ef. 2:12-14 en 1 Petr. 3:15).
Sta niet toe, dat satan u deze schat ontneemt. Al ziet u als “in raadselen”, “wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken TEN GOEDE”![3] (zie 1 Kor. 13:12 en Rom. 8:28)

Onszelf wegcijferen
Om zo te kunnen leven, moeten wij echter wel leren om onszelf geheel weg te cijferen en het belang van de zaak van Christus vóór alles te stellen. Ook dit komt naar voren in Paulus’ zojuist aangehaalde woorden. Voor Paulus betekende “in geen enkel opzicht beschaamd te worden” (zie Filip. 1:20), dat Christus groot gemaakt werd IN en DOOR zijn leven!
Paulus wilde daarvoor in tweeërlei zin sterven! In dit verband is het nuttig om u erop te wijzen, dat op “de gelijkenis van de tien maagden” in het Mattheüs-Evangelie “de gelijkenis van de talenten” volgt (zie Matth. 25:1-13 en 14-30). Dit is zeker niet toevallig. Want, na de verwachting komt het zichzelf wegcijferen ter sprake. Immers, daarover gaat het feitelijk in “de gelijkenis van de talenten”. De man die het ene talent, dat hij ontvangen had, in de grond stopte, gaf daarmee te kennen beslist niet meer van zijn leven dan nodig was, aan zijn heer te willen toewijden. Hij wilde voor zichzelf leven en beschouwde het dienen als een noodzakelijk “kwaad”. Deze “onnutte dienstknecht” kwam daarom terecht in “de buitenste duisternis” (zie Matth. 25:30), een verwijzing naar de Grote Verdrukking. Hij verwachtte de wederkomst van zijn heer, doch zonder zijn leven in dienst te stellen van zijn heer. En, zo is het vandaag de dag – helaas – ook met vele kinderen Gods gesteld. Als zij zich niet veranderen, ondergaan zij hetzelfde lot als de “dwaze maagden[4] en de “onnutte dienstknecht” (zie Matth. 25:10-13 en 30).
U mag en kunt leven met verwachting, maar er is geen (waarachtige) verwachting, als u uw leven niet wilt verliezen aan Jezus, uw Heer. Handel (en wandel) daarom met de u gegeven talenten voor Jezus en u zult in geen zaak beschaamd worden.
Onze zorg moet eigenlijk niet langer zijn: “Hoe zal ik de toekomst tegemoet gaan?”, maar... “Hoe zal ik de Here tegemoet gaan?” Of, zoals de profeet Micha het zei, “Waarmee zal ik de HERE tegemoetgaan en mij buigen voor de hoge God?” (Micha 6:6a, HSV).
Wanneer u zich over deze (heilige) kwestie bekommert en niet over zoveel andere, minder belangrijke zaken in uw leven, zal de Heilige Geest u brengen tot een overvloedig VRUCHTBAAR LEVEN voor Jezus en uw leven stellen in het teken van de Gouden Kandelaar[5] (in de Filippenzenbrief treedt namelijk de gedachte van de Gouden Kandelaar op de voorgrond [6]). Uw lamp zal dan waarlijk brandende zijn als Jezus, als Bruidegom, komt.[7]
Zo en niet anders heeft ook een Paulus het mogen ervaren. De apostel Paulus was reeds in zijn dagen een echt “bruiloftskind”. In zijn nu meermalen aangehaalde getuigenis in de Filippenzenbrief (1:20) horen wij hem zelfs zeggen, dat hij van God “VRIJMOEDIGHEID” begeerde om zijn Heer maar zo goed mogelijk te kunnen DIENEN. Van alle vormen van vrees wilde hij verlost zijn, niet voor zichzelf, zoals zovele christenen dat vandaag de dag wensen, neen, maar opdat hij overvloediger mocht zijn in de dienst des Heren!
Leeft dit verlangen ook in ùw hart? Dat is “de LIEFDE sterk als de dood”, dat is “de HARTSTOCHT onstuitbaar als het graf. Haar vonken zijn vurige vonken, vlammen van de HERE” (zie Hoogl. 8:6, HSV). Dat is het ware (en juiste) verlangen van de Bruid van de Here Jezus Christus![8]

Wij hebben de toekomst
Wanneer wij nù, in deze tijd, dezelfde dingen van God BEGEREN, met geloof en in volkomenheid (want ook dit spreekt uit Paulus’ getuigenis), zullen wij vandaag niet alleen de toekomst aan kunnen, maar ook de toekomst bezitten! Want alles gaat zich, in het tijdsgewricht waarin wij leven, richten op DE OPENBARING van de WARE BRUID des Heren.
U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn” (Matth. 5:14, HSV), sprak Jezus eenmaal tot Zijn discipelen.
Als wij bovenstaande ter harte nemen dan zullen ook wij tot deze Gemeente mogen behoren, die straks door Christus naar de bruiloft zal worden geleid (zie Matth. 25:10, HSV).
Hebt u het hart van een bruiloftskind? Dan zult u niet beschaamd worden! Want, bruiloftskinderen wacht “de vreugde van hun Heer” (zie Matth. 25:21 en 23, HSV).


H. Siliakus[9]




[1] Voor meer over de geestelijke betekenis van de kandelaar, zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl/ – de studie “De Tabernakel van Israël (Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God tot in alle volmaaktheid toe)” van E. van den Worm en/of ons Tabernakelschema, met een korte uitleg over de verschillende Tabernakel-objecten: www.eindtijdbode.nl/korte-tabernakeluitleg-in-schema.htm
[2] Zie eventueel op onze website de studie “De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd” van E. van den Worm of “Een ANDER geluid – Het verschil tussen ‘het Lichaam van Christus’ en ‘de Bruid van Christus” van A. Klein/E. van den Worm.
[3] Zie eventueel op onze website de studie “Wat God bereid heeft voor degenen, die Hem liefhebben” van E. van den Worm.
[4] Zie noot 2.
[5] Korte uitleg: De Gouden Kandelaar spreekt van licht (en dus inzicht) van de Heilige Geest door ons heen, en van licht (en dus inzicht) van de Heilige Geest voor ons. Hier hebben wij te maken met het getuigenis van de Heilige Geest door ons heen! Een ‘getuigenis’, dat onherroepelijk consequenties met zich mee brengt! De Kandelaar staat dus voor onze aangording met kracht van de Geest van God: Nodig voor onze arbeidszalving in Christus (zonder deze Goddelijke zalving kunnen wij niet – naar Zijn wil en welbehagen – voor Hem arbeiden). Zie ook nog noot 1.
[6] Zie noot 5.
[7] Zie eventueel op onze website het artikel “De Wederkomst van Christus nader bekeken” van A. Klein. Zie ook nog de studie vermeld bij noot 2.
[8] Zie eventueel op onze website de studie “Beschouwingen over het boek Hooglied (het boek over de innige band tussen Bruid en Bruidegom)” van H. Siliakus.
[9] Uit "De Tempelbode" van augustus 1986. Enigszins bewerkt door A. Klein.

Het hart van een bruiloftskind
(PDF om uit te printen)


zondag 23 januari 2011

Boekbespreking 25: De 7 Geesten van God en van het Lam van God


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleidend woord over de 7 Geesten van God
• “En van de troon gingen uit bliksemen, en donderslagen, en stemmen; en zeven vurige lampen waren brandende voor de troon, welke zijn de zeven geesten van God.” (Openb. 4:5)
• “En ik zag, en ziet, in het midden van de troon, en van de vier dieren, en in het midden van de ouderlingen, een Lam, staande als geslacht, hebbende zeven hoornen, en zeven ogen; dewelke zijn de zeven geesten van God, die uitgezonden zijn in alle landen.” (Openb. 5:6)
• “En hij toonde mij een zuivere rivier van het water des levens, helder als kristal, voortkomende uit de troon van God, en van het Lam.” (Openb. 22:1)
Deze teksten vertellen ons, dat de Heilige Geest van God uitgaat, zowel uit de Vader als uit de Zoon (het Lam). Het is deze Geest van de Zoon, als Gods Hogepriester, Die het werk op aarde – door het Lam van God volbracht door middel van Zijn dood èn opstanding – persoonlijk uitwerkt in het hart en het leven van hen, die zich (hier op aarde) tot God hebben bekeerd en zich aan Hem hebben overgegeven in belijdenis van hun zondeschuld.
Het is het Lam van God, Dat, als Gods Hogepriester aan de rechterhand van God gezeten zijnde, door Zijn Geest heen Zijn heilswerk, verkregen door Zijn dood èn opstanding, stap na stap toebedeelt aan hen, die zich tot God en tot Jezus Christus hebben bekeerd, zulke christenen zo deelgevend aan Zijn overwinning over satan en zonde, zodat zij zelf daadwerkelijk in hun persoonlijk leven als overwinnaars over satan en zonde op deze wereld (kunnen) wandelen, leven en werken.
Deze Heilige Geest, deze Geest van de Vader èn van het Lam van God, heeft 7 openbaringsvormen, die in de Schrift de 7 Geesten Gods worden genoemd, en die wij eerst in het kort zullen bezien om daarna wat uitvoeriger op Zijn openbaringsvormen in te gaan.
Hij tracht de zondaar in de eerste plaats in Zijn eerste openbaringsvorm te leiden tot oprechte bekering om hem/haar daarna, na oprechte overgave aan Hem, te reinigen en te heiligen en daarna te rechtvaardigen.

De 1ste openbaringsvorm van de Geest van God:
de Goddelijke Roeper tot bekering in de woestenij van ons hart en leven
Het eerste werk, de eerste openbaringsvorm van de Geest van God, is Zijn openbaring aan de zondaar als licht, ook wel de Geest van Oordeel genoemd.
De Vader zendt Zijn Geest uit, Die, door middel van het gepredikte Woord van God, licht brengt in de gewetens van de zondaren, tot overtuiging van hun zondig leven aan de ene kant en tot openbaring van Zijn genade-aanbod, als zij zich tot Hem bekeren, aan de andere kant, opdat dezen zich waarlijk gaan bekeren tot God en hierdoor door God kunnen worden verlost van hun grote en kleine zonden en van de zondige staat, waarin zij leven en werken.
En Die (d.i. de Heilige Geest) gekomen zijnde zal (als eerste goddelijk werk) de wereld (nl. “het wereldse” in het hart en denken van de zondaar) overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel.” (Joh. 16:8)
“Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.” (Spr. 28:13)
“Welgelukzalig is de mens, die voortdurend vreest (om te zondigen tegen God en Zijn gebod); maar die zijn hart verhardt, zal in het kwaad vallen.” (Spr. 28:14)
In de eindtijd, de tijd waarin wij nu leven, komt Hij (namelijk: de Geest van de Vader) zo over alle vlees tot het vormen van een wereldwijde opwekking.
“En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten (d.i. visioenen) zien, en uw ouden zullen dromen dromen.” (Hand. 2:17)
Ook zendt Hij (d.i. de Zoon van God) in de laatste dagen Zijn oordelen uit over de wereld en over het onbekeerde deel van Zijn Gemeente en dit in steeds toenemende mate. Hierover kunnen wij in het Boek Openbaring lezen en dit zien wij ook in de wereld om ons heen gebeuren.
“...want wanneer Uw gerichten op de aarde zijn (of: Uw oordelen over de aarde gaan), zo leren de inwoners van de wereld gerechtigheid.” (Jes. 26:9b)
De onbekeerlijken in wereld en Kerk/Gemeente worden dan slachtoffer van Gods oordelen, maar allen, die zich oprecht van hun zondig leven bekeren, vinden bij God genade en worden door Hem bewaard.
“Aan uw zijden zullen er duizend vallen, en tienduizend aan uw rechterhand; maar tot u (die volkomen afgestorven is aan de zonde[macht]) zal het niet genaken.” (Ps. 91:7)
• “U zal geen kwaad wedervaren, en geen plaag zal uw tent
(of: huis) naderen
.” (Ps. 91:10)

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein


[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER

donderdag 9 december 2010

Boekbespreking 22: Heiligmaking

.
Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

1. Wat is heiligmaking?
Ze is de veranderende Goddelijke bewerking, die van een zondaar een heilige maakt; een mens die er innerlijk en uiterlijk door verlost wordt van zijn zonden en voortaan innerlijk en uiterlijk doet leven in de heiligmaking en rechtvaardigmaking door God.
De Schrift leert ons, dat wij dit niet in eigen, menselijke kracht moeten zoeken te bereiken.
Tit. 3:3-5 "Want vroeger waren ook wij verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan velerlei begeerten en zingenot, levende in boosheid en nijd, hatelijk en elkaar hatende. 4 Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland en God verscheen, 5 heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest,"
Rom. 3:21-26 "Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods (in het vlees) openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, 22 en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid. 23 Want allen hebben gezondigd en derven (d.i. missen) de heerlijkheid Gods, 24 en worden om niet gerechtvaardigd uit Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. 25 Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in Zijn bloed, om Zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden; 26 om Zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is."

2. Deze Goddelijke heiligmaking en rechtvaardigmaking wordt ons ingebouwd door ons geloof in en door onze Heiland, de Here Jezus Christus.
Hij werkt dit in ons uit door Zijn Heilige Geest.
• Wij hebben Zijn, Goddelijk aanbod van deelgave aan Zijn dood en opstanding, die Hij voor ons heeft volbracht, aan te nemen, er deel aan WILLEN nemen.
• Wij moeten er één plant mee WILLEN worden gemaakt,
• Wij moeten Zijn op Golgotha geofferd vlees geestelijk WILLEN eten,
• Wij moeten Zijn bloed geestelijk WILLEN drinken.
• Wij hebben dit zolang onze heiligmaking nog niet volkomen is volbracht, gedurig (d.i. altijd) te WILLEN doen.
1 Kor. 1:30 "Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing,"

2 Thess. 2:13 "Maar wij behoren God te allen tijde om u te danken, door de Here geliefde broeders, dat God u als eerstelingen Zich verkoren heeft tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid."
Rom. 6:5 "Want indien wij met Hem één plant geworden zijn in de gelijkmaking van Zijn dood, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking van Zijn opstanding." (SV)
Joh. 6:48-58 "Ik ben het Brood des levens. 49 Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn gestorven; 50 dit is het Brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet sterve. 51 Ik ben het levende Brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit Brood eet (eten is een vrijwillige daad) hij zal in eeuwigheid leven; en het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, voor het leven der wereld. 52 De Joden dan streden onderling en zeiden: Hoe kan Deze ons Zijn vlees te eten geven? 53 Jezus dan zei tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij gij het vlees van de Zoon des mensen eet en Zijn bloed drinkt, hebt gij geen leven in uzelf. 54 Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten jongste dage. 55 Want Mijn vlees is ware spijs en Mijn bloed is ware drank. 56 Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. 57 Gelijk de levende Vader Mij gezonden heeft en Ik leef door de Vader, zo zal ook hij, die Mij eet, leven door Mij. 58 Dit is het Brood (beeld van Jezus, het levendmakende Brood), dat uit de hemel nedergedaald is; niet gelijk de (voor)vaderen gegeten hebben en gestorven zijn; wie dit Brood eet, zal in eeuwigheid leven."
2 Kor. 4:10-11 "Te allen tijde het sterven van Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het (opstandings)leven
van Jezus zich in ons lichaam openbare. 11 Want voortdurend worden wij, die leven, aan de dood overgeleverd, om Jezus’ wil, opdat ook het (opstandings)leven van Jezus zich in ons sterfelijk vlees openbare."
Nu is geloven ook geen zaak, die wij uit onszelf op kunnen brengen, maar het is een gave van God, als wij ons tot Hem hebben bekeerd van onze zonden en deze bij Hem hebben beleden.
Ef. 2:8-9 "Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; 9 niet uit werken, opdat niemand roeme."
1 Joh. 1:9 "Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid."

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER

woensdag 24 november 2010

Het ware Evangelie en het valse

.
















Christenen kunnen over het algemeen ingedeeld worden in één van de onderstaande twee groepen:
1. Rooms Katholiek of Protestant – afhankelijk van geboorte
2. Conformist of behorend tot de “vrije” gemeente – afhankelijk van kerkorde
3. Wedergeboren christen of nominaal christen – afhankelijk van ervaring
4. Evangelisch of Liberaal – afhankelijk van doctrine en leer
5. Charismatisch of niet-charismatisch – afhankelijk van of men in tongen spreekt
6. Full-time christelijke werker of in een gewone baan werkend – afhankelijk van de bezigheid

Er zijn nog meer indelingen te maken. Maar geen van deze indelingen handelt met de wortel van het probleem waarvoor de Here gekomen is om weg te nemen.
Velen weten dat “Christus gestorven is voor onze zonden” (1 Kor. 15:3). Maar wat velen niet weten is dat de Bijbel spreekt over het feit dat Christus ook gestorven is “opdat wij niet langer voor onszelf zouden leven maar voor Hem” (zie 2 Kor. 5:15).

Een meer Schriftuurlijke indeling van christenen zou de volgende zijn:
1. Zij die voor zichzelf leven vs. Zij die voor Christus leven; of
2. Zij die dingen voor zichzelf zoeken vs. Zij die de dingen van Christus zoeken; of
3. Zij die de aardse dingen eerst zoeken vs. Zij die eerst het Koninkrijk van God zoeken; of
4. Zij die geld liefhebben vs. Zij die God liefhebben. (Jezus heeft gezegd dat het onmogelijk is om beide lief te hebben – zie Luk. 16:13)

Ik heb echter nooit gehoord dat een dergelijke indeling werd gebruikt. Deze indeling handelt met het INNERLIJKE leven van de christen en zijn/haar PERSOONLIJKE wandel met God, terwijl de indeling die we eerder gebruikten, handelt over externe factoren van zijn/haar leven. Toch is het op deze laatste manier dat de hemel christenen indeelt. En als dat het geval is, is deze indeling de enige die werkelijk er toe doet! Anderen kunnen ons niet indelen. We moeten onszelf indelen – want niemand anders kent onze innerlijke motieven en verlangens. Zelfs onze vrouwen (of, bij vrouwen, hun mannen) weten niet altijd waarvoor we werkelijk leven.

Onze Here kwam niet voornamelijk om mensen een leer te geven, een kerkorde of om hen in tongen te doen spreken en zelfs niet om hen een ervaring te geven!
Hij kwam om ons te “redden van onze zonden”. Hij kwam om de bijl aan de wortel van de boom te leggen. En deze wortel van zonde is: zelfzucht. Alles zoeken we voor ons zelf en we doen onze eigen wil. Als we de Here niet toestaan om deze “wortel” uit ons leven af te hakken en er uit te halen, zullen we oppervlakkige christenen blijven. Satan kan ons zelfs het idee geven dat we tot een hogere klasse van christenen behoren vanwege een leer of een ervaring of onze kerkorde!
Satan geeft er niet zoveel om als we de juiste leer, ervaring of kerkorde hebben zolang we maar voor “onszelf” blijven leven (dit is trouwens alleen maar een andere manier om uit te drukken dat we “in zonde leven”!). Het christendom van vandaag de dag is vol met christenen die zichzelf zoeken en voor zichzelf leven, die ervan overtuigt zijn dat God hen als een christen ziet van een hogere orde, alleen op grond van hun leer, ervaring of hun kerkorde. Dit toont aan dat de satan een groot werk heeft kunnen doen in het christendom.
1. In Johannes 6:38 getuigt onze Here dat Hij vanuit de hemel naar de aarde is gekomen:
om Zijn menselijk wil te verloochenen (welke Hij ontvangen had toen Hij als Mens naar deze aarde kwam), en
2. om als Mens de wil van Zijn Vader te doen. Hierin is Hij ons voorbeeld geworden.

In heel Zijn aardse leven – gedurende alle 33½ jaar – heeft Hij Zijn eigen wil verloochend en de wil van de Vader gedaan. En Hij leerde Zijn discipelen duidelijk dat diegene die Zijn discipel wil zijn, dezelfde weg moet gaan. Hij kwam om de wortel van ons zondeprobleem – namelijk: “onze eigen wil doen” – aan te pakken en ons daarvan TE VERLOSSEN.
Op het gebied van de wetenschap heeft de mens, voor duizenden jaren, de misvatting gehad te denken dat de aarde het centrum was van het heelal. Het leek zo in de ogen van de mens – omdat het leek alsof de zon, maan en sterren elke 24 uur om de aarde draaiden. Het heeft de moed van een man als Copernicus nodig gehad – pas zo'n 450 jaar geleden – om vraagtekens te zetten bij deze algemeen geaccepteerde mening en aan te tonen dat het onjuist was en de aarde dus niet het centrum van (zelfs) het zonnestelsel, laat staan van het hele universum was. De aarde, zo toonde hij aan, was geschapen en had zijn middelpunt in de zon. Zo lang de mens uitging van het verkeerde centrum c.q. middelpunt waren zijn wetenschappelijke berekeningen en gevolgtrekkingen onjuist, omdat zijn uitgangspunt van het centrum niet juist waren. Maar toen de mens het ware centrum ontdekte bleken de berekeningen en gevolgtrekkingen wel juist te zijn.
Het is hetzelfde met ons wanneer we “zelf-gericht” blijven in plaats van “God-gericht” worden. Ons begrip van de Bijbel en van Gods volmaakte wil (onze berekeningen en gevolgtrekkingen) zullen dan onjuist zijn. Maar zoals de mensen voor meer dan 5000 jaar overtuigd waren dat zij het bij het juiste eind hadden (zoals hiervoor beschreven), kunnen ook wij ons verbeelden dat het goed is met ons! Maar eigenlijk zitten we er 100% naast.
Dit is wat we vandaag de dag zien, zelfs onder vele “goede christenen”. Zij hebben vele verschillende interpretaties van dezelfde Bijbel – en toch is iedereen er van overtuigd dat zijn (of haar) uitleg alleen de juiste is en alle andere verkeerd. De anderen, zo zeggen ze, zijn “misleid”. Waarom is dat zo? Omdat ze hun centrum verkeerd hebben.
De mens is geschapen om zijn (of haar) middelpunt in God te hebben en niet in zichzelf. Wanneer christenen hun middelpunt, hun centrum, verkeerd hebben liggen zal hun “evangelie” ook verkeerd zijn.
In feite worden er slechts twee soorten evangelies gepredikt vandaag de dag – één in welk de mens centraal staat en de ander waarin God centraal staat.
Het evangelie dat om de mens draait belooft de mens dat God hem/haar alles zal geven wat hij/zij nodig heeft voor een comfortabel leven hier op aarde en tevens een zetel in de hemel aan het einde van zijn/haar leven. De mens wordt verteld dat Jezus al zijn/haar zonden vergeeft, zijn/haar ziekte geneest, hem/haar materieel zegent en doet toenemen, al zijn/haar aardse problemen oplost, etc., etc.
Het eigen-ik blijft in het centrum van zijn/haar leven en God lost – als een dienstknecht – alles voor hem/haar op, beantwoordt elk gebed en geeft hem/haar alles wat hij/zij wil!! Alles wat hij/zij moet doen is “geloven” en “elke materiële zegen te claimen in de naam van Jezus”!!
Dit is een vals evangelie omdat het geen melding maakt van “BEKERING”. Bekering is datgene wat Johannes de Doper, Jezus, Paulus, Petrus en alle andere apostelen in het bijzonder gepredikt hebben. Bekering wordt vandaag de dag helaas helemaal niet meer gepredikt, ook niet als bijzaak.
Het Evangelie dat God daarentegen centraal stelt, roept de mens op om zich TE BEKEREN. Het legt uit dat bekering het volgende betekent:

KLIK HIER als u deze studie – die iets te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

Bron: Zac Poonen, India – 28-8-2008
Overgenomen van het CIP (Christelijk Informatie Platform)

maandag 9 augustus 2010

Boekbespreking 14: Arendsvleugelen

.
Een Bijbelstudie van Bijbelleraar C.J.H. Theys,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

De kracht van God
Wij zullen vandaag onder de loupe nemen wat de Schrift verstaat onder “arendsvleugelen”. Het eerste punt wat wij willen weten, is: wat is de betekenis als wij in de Bijbel lezen van deze arendsvleugelen?
• Deze vleugelen doelen op de kracht van God, als de Heilige Geest Zelf.
• Het is ook de kracht van God, werkende in Gods kinderen. Let op, niet zomaar in mensen, neen, het is Gods kracht werkende in Zijn heiligen hier op aarde.
Onder deze twee punten zijn de arendsvleugelen te brengen. In Exodus 19 vers 4 lezen wij hetgeen God gezegd heeft tot Mozes: “Gijlieden hebt gezien, wat ik de Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen en u tot Mij gebracht heb”. Hier is een beeldspraak, door God Zelf gebruikt, waarmee God wil beduiden, dat dit volk Israël verlost is geworden uit ballingschap, uit gevangenschap, uit slavernij, door de kracht van God, door de Heilige Geest Zelf, Die alzo heeft gewerkt in het leven van Gods kinderen. Wij lezen verder in Deuteronomium 32 vers 11-12: “Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken; zo leidde hem de Here alleen, en er was geen vreemde god met hem”. In deze twee verzen geeft God de verdere verklaring van wat Hij tegen Mozes eerder gezegd had. De Here alleen heeft Zijn volk uitgeleid en tot Zich gebracht, zoals een arend het doet met zijn eigen jongen. In Openbaring 4 vers 7 lezen wij onder andere van het vierde dier, dat wordt beschreven als een vliegende arend. En wij weten, dat in deze vier dieren de uitbeelding plaats heeft van de volheid die wij vinden in de Here Jezus Christus. Zij typeren niet alleen wat wij kennen als de uitbeelding van ons vierzijdig Evangelie, maar zij zijn typerend voor de volheid die er is in de Here Jezus Christus, waarvan wij ook in de vier Evangeliën een uitbeelding vinden, namelijk in die bedieningen, die hoedanigheden, die wij later nader onder ogen zullen zien. Tot zover wat betreft de kracht van God Zelf, door de Heilige Geest.
Nu willen wij onderzoeken wat de Bijbel zegt over deze kracht, zich openbarende in Gods kinderen.

De kracht van God, werkende in Zijn heiligen
In Zijn profetische rede zegt de Here Jezus Christus: “Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal ook de toekomst (of wederkomst) van de Zoon des mensen wezen. Want alwaar het dode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden vergaderd worden (Matth. 24:27-28). De Here spreekt hier eigenlijk van dat, wat wij kunnen verstaan onder de verzoening. Het dode lichaam is het lichaam van onze Here Jezus Christus, dat voor ons werd gekruisigd. In Zijn sterven lag de verzoening van (en voor) ons. Prijst God! En rondom de verzoening van Jezus Christus daar zullen de arenden, de kinderen Gods, zich scharen. Daar is geen andere pleitgrond voor ons, dan de verzoening die Hij voor ons gekocht heeft, betaald met Zijn eigen Bloed. Lukas 17 vers 37 bevestigt het één en ander voor ons: “En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar, Here? En Hij zeide tot hen: Waar het lichaam is, aldaar zullen de arenden vergaderd worden”. De arenden zijn de heiligen. En dit is dus de slotconclusie op het antwoord van de Here met betrekking tot de vermisten, van welke Hij in het voorgaande spreekt. Als wij beginnen bij vers 34, dan zegt Hij daar: “In die nacht zullen twee op één bed zijn, de één zal aangenomen, de ander zal verlaten worden”. Onderstreep het woord “aangenomen”. Dit is GEEN opgenomen worden. Aanname is tot zich nemen en dat zal een gebeuren hier op aarde zijn. Opname ligt in het verticale vlak. Hier wordt de aanname geduid van hen die straks uitgeleid worden in de woestijn (zie Openb. 12:6 en 14). Zij zijn de zgn. vermisten, zij behoren tot de Bruid. Om tot dit Lichaam te behoren, moeten wij allen jagen naar de heiligmaking, anders is het onmogelijk. Zij zijn gekomen tot de volmaaktheid in Christus. Dat wil zeggen, straks in de woestijn – zo is mijn persoonlijke overtuiging en geloof – is er natuurlijk een diepere, verdere scholing in Christus. Maar als dit gebeurt dan moeten zij al staan in dat wondervolle teken van de volmaaktheid in Christus. En let op, dit ingrijpen van dat heiligingsleven gaat tot in het huwelijksleven toe! En niet alleen in het huwelijksleven, ook in het maatschappelijke leven. Het dringt door tot geheel het menselijk bestel, alles waarbij de mens betrokken wordt hier op aarde. Tot zelfs het huwelijksleven, daarin zal de scheiding plaats vinden. God kent de Zijnen. Al houdt u nog zoveel van elkaar, u zult moeten komen tot dit punt waarop God u boven alles en allen is. Wanneer wij de Here Jezus Christus liefhebben ‘meer dan alles en boven allen’, alleen dan kunnen wij verder en dieper geleid worden. Zolang er nog iets is in ons leven, dat wij meerder achten dan Hem, wat dus tussen Hem en ons komt te staan, zolang zijn wij nog gebonden, zolang leven wij nog niet in de vrijheid waarmee Hij de kinderen Gods heeft vrijgemaakt.
Als de Zoon des mensen u heeft vrijgemaakt, zegt Gods Woord (in Joh. 8:36), dan zijt gij waarlijk vrij. Vrij van alles. En niet om wederom gebonden te worden, in welke vorm of gedaante ook. Wij worden innerlijk vrijgemaakt.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-8-2009, KLIK HIER Zie vooral ook het “In memoriam”.

donderdag 24 juni 2010

De ware betekenis van het brandoffer

.










In Leviticus 1 lezen we over het brandoffer – dat een beeld is van onze totale overgave aan God als een offer. Het brandoffer moest eerst in stukken verdeeld worden om zeker te zijn dat er geen gebrek in enig deel van het dier zou zijn, voordat het geofferd werd.
De mensen konden een rund, een schaap of geit of zelfs een tortelduif of jonge duif offeren, naar de mate waarin hun financiële mogelijkheden het toeliet. Maar elk offerdier moest zonder gebrek zijn. Het brandoffer is tevens een beeld van de wijze waarop de Here Jezus Zijn lichaam gedurende Zijn leven hier op aarde als een levend offer heeft gegeven aan Zijn Vader – resulterend, uiteindelijk, in Zijn dood aan het kruis. Gedurende Zijn hele leven heeft Jezus Zijn lichaam rein bewaard in elke verzoeking, voordat Hij het aan de Vader als offer gaf door aan het kruis te sterven. God zou Zijn offer aan het kruis niet hebben aangenomen als er ook maar één bezoedeling geweest zou zijn in de 33½ jaar van Zijn leven. Dit was waarom Hij de stenen niet in brood veranderde toen Hij hongerig was (zie Matth. 4:3-4). Dat zou namelijk een zonde geweest zijn, omdat de Vader het Hem niet gezegd had te doen. Zijn leven bestond uit volledige afhankelijkheid en volkomen gehoorzaamheid. Jezus deed nooit iets zonder de aanwijzing van de Vader, zelfs als het iets onbeduidends scheen, zoals stenen in brood veranderen als men honger heeft! Dit is de norm van gehoorzaamheid, tot welke God ook ons roept. Dat was ook de reden waarom het leven van Jezus zo vol heerlijkheid was. En waarom de Vader zo’n welbehagen in Hem had.
Neem een ander voorbeeld in Lukas 4:38-42, waar we lezen van een grote opwekking (vele zieken werden door Hem genezen en bezetenen van demonen bevrijd – noot AK). De volgende morgen probeerden de mensen Hem tegen te houden opdat Hij niet van hen weg zou gaan maar de opwekkingssamenkomsten zou continueren. Maar Jezus zei: “Nee”. Waarom? Omdat, nog voordat Hij de mensen die morgen ontmoette, Hij Zijn Vader had ontmoet in een eenzame plaats, waar Hij de stem van de Vader gehoord had om op te trekken naar andere steden. Daarom gaf Hij niet toe aan de druk van de menigte om te blijven, maar ging waar de Vader Hem gezegd had te gaan. Als Hij toegegeven had aan de dringende verzoeken van de menigte en daar toch opwekkingsbijeenkomsten had gehouden, zou Hij gezondigd hebben (namelijk: tegen de wil van Zijn Vader om “ook andere steden het Evangelie van het Koninkrijk van God te verkondigen” – noot AK)!
Bent u al tot zo’n besef van zonde gekomen? Hoeveel van ons denken dat het houden van opwekkingssamenkomsten een zonde kan zijn? Dit was de gevoelige afstemming waarop en besef van zonde waarin Jezus leefde. We denken vaak dat zonden alleen zoiets kan zijn als boosheid, onreine gedachten, jaloezie of bitterheid, etc. Natuurlijk zijn dit ook zonden – maar op kleuterschool niveau. Jezus houding tegen over de zonde was op Doctor-titel niveau. Beseft u dat, als God u niet geroepen heeft om ergens samenkomsten te beleggen of te spreken, u zondigt?
Maar we bereiken deze Doctor-graad niet in een paar dagen! We moeten hierin geleidelijk voortgang maken, van de ene klas naar de volgende, jaar op jaar. En als wij zo verder komen, zullen we gaan ontdekken dat vele dingen die we voorheen nooit als zonde betiteld zouden hebben, nu zonde voor ons worden. Als "zonde uitermate zondig" voor ons gaat worden, zijn we er zeker van dat we geestelijk groeien! Als we dus naar het leven van Jezus kijken, dan denken we niet alleen aan Zijn dood aan het kruis, maar ook aan Zijn hele leven, dat Hij volkomen geofferd heeft aan de Vader, zeggende: "U hebt voor Mij een lichaam gemaakt... Ik kom om Uw wil te doen, o God (in Zijn lichaam)" (zie Hebr. 10:5b en 7). Jezus heeft nooit één keer Zijn eigen wil gedaan, maar alleen die van Zijn Vader. Dit betekent het om onszelf te geven als een brandoffer aan God.
Dit is wat Paulus ons ook oproept te doen in Romeinen 12:1-2: "...om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk,... om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is" – precies zoals Jezus gedaan heeft.
Het brandoffer werd aangeboden aan God en volledig verbrand. De Bijbel zegt ons dat dit “een aangename geur voor de HERE” was (zie Lev. 1:17) – hiermee aanduidend dat het voor God een groot welbehagen was – "Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!" (Matth. 3:17b). Paulus getuigt dat zijn levensmotto, zijn ambitie, was “om Hem welbehaaglijk te zijn” (zie 2 Kor. 5:9).
Wanneer we onze lichamen aan de Here aanbieden is het erg gemakkelijk om te zeggen: "Here, ik geef mijn lichaam volledig aan U". Maar wij weten niet of we werkelijk alles opgeofferd hebben, totdat we het "in stukken verdelen". Want, we kunnen onszelf misleiden.
Wat betekent het om het in stukken te verdelen en het stukje voor stukje te offeren – zoals het gedaan werd bij het brandoffer? Het betekent dat we ons lichaam stukje voor stukje offeren aan God. We zeggen:
• "Here, hier zijn mijn ogen. Ik heb ze voor de duivel en voor mijzelf gebruikt al deze jaren, en ik heb naar dingen gekeken en dingen gelezen die U verdriet doen. Maar nu leg ik mijn ogen op het altaar. Nooit meer wil ik met deze ogen iets bekijken of iets lezen dat Jezus niet zou bekijken of lezen. Ik wil nooit meer zondigen met deze ogen".
Vervolgens gaan we naar de tong en belijden:
• "Here, hier is mijn tong. Ik heb deze tong gebruikt voor de duivel en voor mijzelf al deze jaren. Ik sprak wat ik maar wilde, leugens vertellende voor mijn eigen voordeel, werd boos op anderen, heb geroddeld en achter de ruggen van de mensen om lelijke dingen over hen gezegd. Maar dat alles wil ik niet meer. Hier is mijn tong, Here. Het is de Uwe vanaf dit moment – volledig en volkomen".
Dan gaan we naar onze handen en onze voeten, onze lichamelijke begeerten, één voor één, en belijden steeds:
• "Here, hier zijn de leden van mijn lichaam en mijn lichamelijke begeerten, met welke ik gezondigd en U veel verdriet gedaan heb. Nooit meer wil ik deze leden gebruiken voor mijzelf of om aan mijn begeerten te voldoen. Ze zijn geheel van U".
Het is daar waar we onszelf – stukje voor stukje – op het altaar leggen, dat we gaan ontdekken of we werkelijk ons hele lichaam geheel aan God geven of niet.
Als het offer in stukken opgedeeld is en geheel op het altaar is gelegd kunt u zeggen: "Here, laat nu Uw vuur op het offer vallen en het verteren". We lezen in Leviticus 9:24 hoe het vuur van God neerdaalde op het brandoffer en het geheel verteerde. Dat vuur is een beeld van de doop met de Heilige Geest en het vuur dat ons offer geheel verteert en onze lichamen in vuur en vlam zet voor God. Maar het vuur zal nooit neerdalen voordat het laatste stukje van het brandoffer op het altaar gelegd is.

17-6-2010 bron: Zac Poonen – vertaling Gerard Schröder
Overgenomen van het CIP (
Christelijk Informatie Platform)

Noot van A. Klein:
Bovenstaand artikel, van iemand waarvan ik nog niet eerder iets had gehoord of gelezen, vond ik zo goed en duidelijk geschreven dat ik besloten heb het op ons weblog te plaatsen. Redenen die meewogen om dit artikel te plaatsen:
Volgens mij is er veel te weinig kennis over de diep-geestelijke betekenis van de Israëlitische Tabernakel en van de verschillende Tabernakel-objecten (zoals: wasvat, brandofferaltaar, kandelaar, reukofferaltaar, tafel met toonbroden, de verschillende Tabernakelkleden etc.).
En wat velen m.i. ook niet weten of beseffen is dat alle Tabernakel-onderdelen op zich – op de één of andere manier – naar Christus verwijzen. Ook beelden de verschillende Tabernakel-objecten het (geestelijke) leven uit dat wij – als christenen – behoren te leven en te volgen
.

Wij hebben verschillende Tabernakelstudies op onze website
www.eindtijdbode.nl/ staan. Onder andere:
1. “
Christus in de Tabernakel” (een uitgebreide uitleg over de diep-geestelijke betekenis van de verschillende Tabernakel-objecten).
2. “
De Tabernakel van Israël” (Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God, tot in alle volmaaktheid toe).
3. “
LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus” (deze studie geeft vooral een praktische ‘vers voor vers’ uitleg over onze groei in Christus, volgens de volgorde van de verschillende Tabernakel-objecten).
Vooral deze laatste studie (nr. 3) is een goede en uitgebreide, maar ook vrij eenvoudige Tabernakel-studie om mee te beginnen.

Zie eventueel ook nog ons Tabernakel-schema (met mooie plaatjes), voor een korte, duidelijke en tevens geestelijke betekenis van de verschillende Tabernakel-objecten:
KLIK HIER En/of een interessante video over de Israëlitische Tabernakel (Gods heiligdom om in te wonen): KLIK HIER


De ware betekenis van het brandoffer - afsterven aan onze oude mens

woensdag 24 maart 2010

Mede opgewekt – een eis voor deze tijd

.














Niet slechts om te herdenken
Wij vieren de opstanding van Jezus Christus uit de dood. Dat wij dit vieren, is eigenlijk niets bijzonders. Zo doet ook ‘de wereld’. “Ja, maar”, zegt iemand, “HOE vieren we het? Daar gaat het om!” In alle bescheidenheid gezegd, daar is een vraag die in dit verband nog veel belangrijker is. Het is deze: “Zijn wij wel mede opgewekt met Jezus??”
U kunt de opstanding van Jezus op gepaste wijze vieren, met een bezoek aan de Gemeente of Kerk erbij, zonder mede opgewekt te zijn! En toch is dit laatste het belangrijkst. Zonder mede opgewekt te zijn, blijft het voor u bij het herdenken van een historisch feit. Eigenlijk hebt u dan niets te vieren, want u bent er op geen enkele wijze PERSOONLIJK bij betrokken. Zou dit de wil van de Here Jezus zijn? Zou Hij dáárvoor al dat gruwelijke lijden hebben willen doorstaan? Opdat wij alleen maar Zijn opstanding gedenken zouden als een historisch feit? Neen, zeer beslist niet!
Jezus heeft dit alles gedaan om zielen TE VERLOSSEN uit het domein van zonde en dood, om hen te DOEN DELEN in Zijn opstanding.[1] Eenmaal sprak Jezus: “Wie in Mij gelooft, zal LEVEN…!” (zie Joh. 11:25b). Dat zei Hij, nota bene, toen er iemand gestorven was (lees Joh. 11:1-46 over ‘de opwekking van Lazarus’). Hoe reëel moet dus dit LEVEN (in Hem) zijn! Daarom de vraag: “Bent u mede opgewekt?”
Geldt ook voor ù wat Paulus zegt in Efeze 2 vers 1: “En u heeft Hij met Hem (SV: mede) levend gemaakt, u die (geestelijk gezien) dood was door de misdaden en de zonden” (lees ook nog vers 5-6). Zonder mede-opwekking is er geen toekomst voor u. Versta de ernst van deze tijd en de EIS van deze tijd! Tot (en over) de inwoners van Jeruzalem zei Jezus wenende: “Och, dat u toch uw tijd verstond en bekende wat tot uw vrede dient!” (zie Luk. 19:42). Deze mensen in Jeruzalem waren in ieder opzicht godsdienstig, de feestgezangen weerklonken altijd weer op de heilige feestdagen in de tempel. Maar… zij sloegen geen acht op de tijd, op de klok van God. Zij bekeerden zich niet (van hun zonden en ongerechtigheden) en daarom gingen zij ‘al zingende’ ten onder in 70 na Christus (de val van Jeruzalem). Zo zal straks een groot deel van de Gemeente ‘al zingende en lofprijzende’ ten onder gaan, omdat ze de EIS van deze tijd niet hebben (willen) verstaan. Ze willen de Here op hun EIGEN WIJZE dienen. Zij zijn niet mede opgewekt met Hem. Nogmaals, zonder mede-opwekking is er géén toekomst (namelijk: het vooruitzicht om, onder andere, bij de Bruiloft van het Lam te geraken – noot AK)!

Staan wij werkelijk in het NIEUWE leven ?
Als wij wat dieper op de vraag – “Ben ik mede opgewekt”? – ingaan, dan kunnen wij concluderen dat het met deze vraag al net zo is als met de vraag of u wedergeboren bent. U WEET het als het zo is. Door het getuigenis van Gods Geest IN u en door wat u ervaart. Mede-opwekking is niet hetzelfde als wedergeboorte, maar heeft er wel mee te maken. De waterdoop is een getuigenis van mede-opwekking. Maar het is geen automatisme, dat wie gedoopt is (door onderdompeling wel te verstaan) ook mede opgewekt is! Mede-opwekking volgt op de wedergeboorte, wanneer de wedergeborene ERNST maakt met het volgen van Jezus. Wie Jezus volgt, zal namelijk eerst komen tot de ervaring van het mede gekruisigd zijn met Jezus en daarna tot het mede opgewekt zijn met Hem. Jezus zei tegen Zijn discipelen: “Als iemand achter Mij (aan) wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis op nemen en Mij (na)volgen” (Matth. 16:24). Het volgen van Jezus brengt ALTIJD de kruisiging van onze wil en van ons vlees met zich mee. Wij moeten eerst één met Hem (willen) worden in Zijn lijden en sterven.[2] Daarna zullen wij Hem ook leren kennen in de kracht van Zijn opstanding.[3] Wij worden dan MEDE OPGEWEKT met Hem. Een wonderbaar werk van Gods Geest vangt dan aan in ons leven. Wij gehoorzamen dan aan een stem die roept: “Ontwaak en sta op uit de (geestelijke) dood!” en wij gaan dan wandelen als ‘wijzen’[4] en worden vervuld met de Heilige Geest[5] (zie Ef. 5:14-18). Mede opgewekt te zijn wil zeggen, dat wij waarlijk gaan WANDELEN in het NIEUWE LEVEN[6], dat ons bij de wedergeboorte (in de kiem) werd geschonken. De wereld gaat dan meer en meer zijn aantrekkingskracht op ons verliezen. Er is dan een kracht in ons werkzaam, die sterker is dan ons vlees. De “dingen van Boven” gaan dan werkelijk LEVEN voor ons en wij worden dan niet alleen “mede opgewekt”, maar ook “mede in de hemel gezet” (zie Ef. 2:6). De gelijkenis van de Koninklijke Bruiloft (zie Matth. 22:1-14) leert ons echter, dat er bij het aanbreken van de Bruiloft van het Lam vele eerstgenodigden zullen zijn, kinderen Gods (vrienden van de Bruidegom), voor wie de dingen van de wereld méér leven dan de dingen van Gods Koninkrijk! Deze gelovigen – die zich straks zullen verontschuldigen voor het Feestmaal[7] (dat vooraf gaat aan de Bruiloft van het Lam) en niet zullen aanzitten en dus geen deel zullen hebben aan dat Feest – zijn zielen die NIET mede opgewekt zijn! Ziet u hoe belangrijk deze mede-opwekking is? Het is NU het moment om uit de geestelijke slaap te ontwaken, om die dingen terzijde te schuiven waarmee “onverlichte zielen” zich ophouden en om “als op de dag” te gaan wandelen, “bekleed met (de gerechtigheid van) de Here Jezus Christus” (zie Rom. 13:11-14)!

Het gevaar van inbeelding
Zoals eerder gezegd: u WEET het, wanneer u MEDE OPGEWEKT bent met Jezus. Doch wij leven vandaag de dag in een wereld waarin machten van dwaling en leugen de overhand hebben. Ook in de gemeente (en kerk) zijn zij volop werkzaam. Eén van de verwijten van Jezus aan het adres van de gemeente van de eindtijd is: “Ik ken uw werken, dat u de naam hebt dat u (geestelijk) leeft, maar u bent dood!” (Openb. 3:1b, de brief aan de gemeente te Sardis). Hiermee in overeenstemming is, wat Paulus schrijft in 2 Timotheüs 3, namelijk: dat er vooral in de laatste dagen (van de eindtijd) veel namaak-heiligheid en schijn-godzaligheid zal zijn. Er staat onder andere geschreven: “Zij hebben een schijn van godsvrucht (SV: een gedaante van godzaligheid)...” (2 Tim. 3:5a). Om deze reden is het o zo noodzakelijk om ONSZELF te onderzoeken bij het licht van Gods Woord en Gods Geest en ONSZELF af te vragen: “Ben ik nog in het (ware) geloof?”, “Sta ik nog in het NIEUWE LEVEN[8] (van en met Christus)?”, enzovoorts. Belangrijke vragen, vooral daar wij zoveel lauwheid en wereldgelijkvormigheid zien in het Lichaam des Heren. Vele gemeenten en gelovigen dragen het stempel van Laodicea. Zij denken dat zij (in geestelijke zin) rijk zijn en aan geen ding gebrek hebben, maar in werkelijkheid zijn zij: (geestelijk) arm, blind en naakt (zie Openb. 3:17). De “Sardis-toestand” loopt uit in de “Laodicea-toestand!”[9] Wij kunnen al deze vragen weliswaar allemaal op onze eigen manier bekijken – namelijk: hoe wij leven moeten en hoe wij God moeten dienen – maar vergeet niet dat wij allen onze opvattingen zullen hebben te toetsen aan Gods Woord. Het gevaar is reëel en zeer groot, dat wij ons inbeelden te hebben wat wij niet bezitten! Denk aan de gemeente te Laodicea (zie Openb. 3:14-22). Zo is het ook met de kwestie van het mede opgewekt zijn met Jezus. Denk aan de gemeente te Sardis (zie Openb. 3:1-6). Bedrieg uzelf niet (ofwel: houd uzelf, in deze zaken die van “LEVENS”belang zijn, niet voor de gek)!

De stem van de Herder horen
Waar moeten wij vandaag dan op letten, opdat wij er zeker van zijn, dat wij mede levend gemaakt zijn met Christus? Daar is één ding waar het vooral op aan komt in deze tijd. Dat is, dat wij allen PERSOONLIJK de stem van onze Meester kennen. “Mijn schapen horen (d.i. kennen/herkennen, maar ook: luisteren naar/gehoorzamen aan) Mijn stem”, zei Jezus (zie Joh. 10:27 en vooral ook 8:47). Ziet u nu waar Jezus Zelf de scheidslijn trekt? “Mijn schapen zijn zij die Mijn stem horen”. Wij kunnen ook zeggen: Zijn schapen zijn zij die bij de Herder behoren, die Hem overal volgen en die mede gestorven en mede opgewekt zijn met Hem! Zij kennen (en herkennen) de stem van hun Overste Leidsman[10] en Herder en zij wandelen in Zijn spoor. Maria Magdalena herkende Jezus aan Zijn stem en zo werd Zijn opstanding voor haar realiteit (zie o.a. Joh. 20:16-18, Matth. 28:1-10, Mark. 16:9-11). De “Emmaüsgangers” voelden iets branden in hun binnenste, toen zij luisterden naar Jezus (zie Luk. 24:32). Zij ‘dwongen’ de Heer dan ook om bij hen binnen te komen en avondmaal met hen te houden, waarbij hun (geestelijk) ogen helemaal geopend werden. Maar bij de Laodicenzen staat Jezus buiten en klopt (nog) aan de deur van hun hart (zie Openb. 3:20), maar wie hoort Zijn stem? Ze weten het zelf zo goed. Wanneer wij vandaag de stem van de Herder der kudde horen en ons door Hem laten leiden, staan wij met Hem in het NIEUWE LEVEN en zijn wij MEDE OPGEWEKT met Hem. Wat deze Herder ook vandaag nog tot ons zegt, lezen we in Openbaring 3:18. Zij die mede opgewekt zijn met Jezus zullen zich nu daarom UITSTREKKEN naar dat “hemels goud”, beeld van de volheid van de Heilige Geest, naar die reine bruiloftsklederen en naar die zalf om waarachtig te kunnen zien (zodat we niet door de invloed van satan verleid of bedrogen te worden). Zij die mede opgewekt zijn met Jezus zullen ernaar JAGEN om straks tot de volmaakte Bruid des Heren te mogen behoren. Deze Bruid wordt door de Heilige Geest toebereid “door haar te reinigen met het waterbad door het Woord” (zie Ef. 5:26). “HOREN” is het sleutelwoord: “Wie oren heeft, laat hij (of zij) horen wat de Geest tot de gemeenten zegt” (tot 7x toe vermeld, zie Openb. 2:7, 11, 17, 29, 3:6, 13 en 22).
Zoek de werkelijke gemeenschap met Jezus. Dan zult ook u kunnen getuigen: “De Here is mijn Herder, mij zal niets ontbreken” (Ps. 23:1). Ons zal niets ontbreken. Alles wat ons NU nog ontbreekt, en dat is heel wat, zal Hij aanvullen. Wij ontvangen van Hem het volkomen leven uit Zijn opstanding!

HS [11]

[1] Zie eventueel de studie “Opstandingsleven in Christus” op ons Weblog van 2 april 2009.
[2] Zie eventueel de studie: “Lijden met Jezus” op ons Weblog van 20 maart 2009.
[3] Zie noot 1.
[4] Zie eventueel – op onze website http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie “Een ANDER geluid – Het verschil tussen ‘het Lichaam van Christus’ en ‘de Bruid van Christus’” van A. Klein/E. van den Worm.
[5] Zie eventueel op onze website de studie “De natuurlijke mens en de Heilige Geest” van CJH Theys en/of de studie “De werkingen van de Geest in de eindtijd” van E. van den Worm.
[6] Zie eventueel op onze website de studie “LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus” van E. van den Worm.
[7] In het begin van het ontstaan van de Gemeente was er het MIDDAGmaal (zie Matth. 22:4). Maar het Feestmaal wat hierboven wordt bedoeld – voorafgaand aan de bruiloft van het Lam in de eindtijd – is het AVONDmaal. Zie Lukas 14:16-24 over ‘De gelijkenis van het grote avondmaal’. De Statenvertaling heeft het juist, d.w.z. letterlijk, vertaald. Ook in de Engelstalige KJV staat a great supper”, wat ook “een avondmaal betekent.
Zie eventueel op onze website de studie “Door de Geest van God geroepen tot deelname aan het Avondmaal van de Bruiloft van Gods Lam...” van E. van den Worm.
[8] Zie noot 6.
[9] Zie eventueel de studie: “Tot welke Gemeente behoren wij?” op ons Weblog van 24 januari 2010.
[10] Zie eventueel op onze website de studie “Jezus onze Leidsman, Verlosser, Zaligmaker, Heiligmaker en Volmaker” van E. van den Worm.
[11] Een artikel van H. Siliakus uit “De Tempelbode” van april 1988, Enigszins bewerkt door A. Klein.

Mede opgewekt - een eis voor deze tijd.

dinsdag 23 maart 2010

Boekbespreking 5: Het boek JOB, over het lijden en de strijd van de Bruidsgemeente



Een Bijbelstudie van H. Siliakus,
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.


Job, een beeld van de Gemeente
De rechtvaardige Job, de man uit het land Uz, is een voorbeeld van een trouw en waarachtig kind van God. Zonder zulke kinderen Gods zou er geen sprake kunnen zijn van de ware Gemeente of Kerk van Jezus Christus. Job is ook een typebeeld van deze Gemeente/Kerk. Zijn trouw in het dienen van God en het onderhouden van zekere inzettingen[1], alsook zijn nauwgezetheid in handel en wandel, weerspiegelen het optreden van de ware Gemeente/Kerk in deze wereld. Het maken van een vergelijking tussen Job en de Gemeente van Christus wordt bovendien gerechtvaardigd door nog een aantal andere feiten. God had veel op met deze Job en had hem lief. Dit proeven wij uit hetgeen Hij zegt tot de satan over Zijn knecht Job (zie Job 1:8). Zo heeft ook Christus Zijn Gemeente lief. Zo lief, dat Hij Zijn leven voor haar gaf (zie Ef. 5:25). God zegende Job en Zijn oog rustte op hem en zijn gezin om hen voor het kwade te bewaren (zie Job. 1:10). Desgelijks doet Christus ook met Zijn Gemeente (zie Ef. 4:16, 5:23). Om de één of andere reden liet God nochtans toe, dat satan Job aanviel en hem schade toebracht (zie Job 1:12). In het Nieuwe Testament lezen wij, dat de satan probeert de volgelingen van Jezus te ziften als de tarwe (zie Luk. 22:31) en dat hij rondgaat als een briesende leeuw, zoekende hen te mogen verslinden (zie 1 Petr. 5:8-9). Dit alles onder de toelating des Heren. Wat het boek Job schrijft over de macht die satan wordt verleend, grijpt in feite terug op de macht waarover God hem laat beschikken vanaf de zondeval van de mens. En deze macht wendt de satan ook in de Nieuwe Bedeling[2] vooral aan tegen de kinderen Gods. Vertroostend en bemoedigend is het echter te weten, dat de duivel ons niet uit Gods handpalmen kan rukken. Ook dit leren wij uit de geschiedenis van Job.

Beproevingen van de laatste dagen
In de laatste dagen van de huidige tijdsbedeling zullen de beproevingen die de getrouwe navolgers van Christus te verduren hebben, als gevolg van het woeden en tekeergaan van de satan, nog groter worden en heviger. Dit vernemen wij op vele plaatsen in het profetisch Woord, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. Het zal “een boze tijd” zijn, zegt Amos, wanneer “zij benauwen de rechtvaardige” (zie Amos 5:12-13). En Jezus heeft voorzegd: “Alsdan zullen zij u overleveren in verdrukking” (zie Matth. 24:9-10). Ook in het boek Job vinden wij een verwijzing naar die zware tijd. Deze toename van de beproevingen komt naar voren in de tweede ontmoeting tussen God en de satan, beschreven in hoofdstuk 2, waarbij aan de laatstgenoemde een nog grotere vrijheid gegeven wordt bij het belagen van Job. Over deze nog zwaardere beproevingen, waaraan vanaf het tweede hoofdstuk het gehele boek Job gewijd is, zal het in deze studie voornamelijk gaan. Job is dan niet langer alleen het type van de ware Gemeente/Kerk, maar meer in het bijzonder een type van de Bruidsgemeente die in de laatste dagen zal worden gevormd door de werkingen van het Woord en van de Heilige Geest. Ons wordt hier, in het boek Job, een blik vergund op het lijden en de strijd die deze Bruidsgemeente van Christus zal hebben te verduren.

Het land Uz
Job – de meest waarschijnlijke en tevens de meest aansprekende betekenis van zijn naam is “de vervolgde” – is vooral bekend vanwege zijn getuigenis: “Ik weet, dat mijn Verlosser leeft!” (Job 19:25a)[3]. Dit bevestigt nog eens, dat hij een (wonder)schoon type is van de ware Kerk of Gemeente van Jezus Christus, die immers ook staat op deze belijdenis. Met dit getuigenis staat zij in de wereld, tegenover de dreiging van satan en alle goddeloze en antichristelijke machten en van degenen die zeggen “God-lovers” (Joden) te zijn, maar zijn het niet (zie Openb. 2:9). Het is alsof wij de Bruidsgemeente deze woorden van Job horen spreken in Openbaring 12, waar wij zien, dat de draak (d.i. satan, en hier tevens het beeld van de antichrist) vlak voor haar staat. Het is een harde en vijandig-gezinde wereld, waarin Christus’ Gemeente leeft en arbeidt. “Ik weet waar gij woont, namelijk daar (waar) de troon van de satan is”, zegt Jezus tot Zijn Gemeente in Openbaring 2 vers 13. Van Job wordt verteld, dat hij in het land Uz woonde (zie Job 1:1). … Dit omliggende gebied kunnen wij zien als het typebeeld van de wereld, waarin de ware Gemeente/Kerk en later de Bruidsgemeente van Jezus geplaatst is. Zij smaakt de vijandschap van deze wereld, maar leeft tegelijkertijd als in een oase, waar zij verkwikt wordt door de wateren des Geestes, vertoevende op de grazige weiden van Gods Woord, en schaduw en bedekking vindende onder de palmbomen van door God gegeven bedieningen.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Inzettingen = Wetten of voorschriften (van God). Zie o.a. Exod. 15 vers 26: “…en houdt al Zijn inzettingen…”.
[2] De Nieuwe Bedeling = De periode die de verhouding tussen God en mens NA Christus’ (1ste) komst aangeeft.

[3] De Bijbelteksten die in deze studie vermeld staan, zijn in principe vanuit de Statenvertaling. Natuurlijk kunt u voor uzelf, naar wens, altijd een andere Bijbelvertaling erbij gebruiken. Wel zijn er af en toe woorden – ook in de “gewone” tekst – (meestal tussen haakjes en in een kleiner lettertype) nader uitgelegd of toegevoegd.


vrijdag 23 oktober 2009

Bijbelstudies van E. van den Worm op www.eindtijdbode.nl


Iets over het leven en werk van deze ‘man Gods’:
E. van den Worm – geboren in 1915 – was in 1939 in de pinksterkerk van Van Gessel te Surabaia tot bekering gekomen. In 1958 kwam hij naar Nederland en werkte hier als onderwijzer. In 1962 nam hij de redactie van het blad ‘Het Volle Evangelie’ van Theys (zie het artikel over deze ‘man Gods’ op ons weblog van 23-8-2009) over.
Onder de naam ‘Nederland voor Jezus’ of ‘Het Volle Evangelie’ werden door hem een aantal brochures en boeken uitgegeven; onder andere van: F.G. van Gessel, C.J.H. Theys, W.H. Offiler en E. van den Worm. Uit manuscripten van Van Gessel werd onder zijn redactie in 1979 het boek ‘Tabernakelonderzoek’ uitgegeven.
In 1981 waren 18 gemeenten aangesloten, die alle autonoom zijn. Het is een tamelijk los verband, zonder statuten. De onderlinge contactdagen, fellowship meetings genoemd, zijn in de loop der jaren in frequentie afgenomen. E. van den Worm wil zich inspannen om het contact tussen de gemeenten te vernieuwen. Sinds het vertrek van Theys naar Spanje gebeurt dit onder de naam: ‘Bethel Fellowship Nederland’.
[1]

In 1980 werd E. van den Worm de opvolger van Theys als vaste voorganger van de Bethel Pinkstergemeente te Utrecht. Hij was toen ook al jaren voorganger van de Bethel Pinkstergemeente te Rotterdam.
In 1986 stopte hij als vaste voorganger te Utrecht, maar bleef nog ruim 10 jaar regelmatig komen als gastprediker, terwijl hij ook nog – bij hem thuis – Bijbelstudie bleef geven tot op zeer hoge leeftijd.
Op ongeveer 85 jarige leeftijd (!) kwam er voor het eerst een PC in huis en – naast de computerlessen die hij nu zelf moest volgen – zijn er vanaf die tijd nog vele studies van zijn hand verschenen
[2], waarvan de meeste inmiddels op onze website staan. Voor een lijst met deze studies: zie ons weblog van 19 maart en 20 mei 2009.
De – waarschijnlijk – laatste studie van zijn hand dateert van juni 2009 en staat op ons weblog (geplaatst op 24 september 2009)
.

A. Klein

[1] Tot zover het artikel uit het boek ‘Pinksteren in beweging (over 75 jaar pinkstergeschiedenis in Nederland en Vlaanderen)’ uit 1982, van C. van der Laan en P.N. van der Laan, blz. 52 en 53.
[2] Met hulp van:
· H. Schoemaker (die de genoemde computerlessen gaf en tevens de ‘webmaster’ van de eigen website van br. van den Worm was),
· S. Pothof (die de meeste Engelstalige studies heeft vertaald en uitgetypt) en
· A. Klein

Bijbelstudies van E. van den Worm

donderdag 24 september 2009

De nodige 6 handelingen, die een in zonde verdwaalde christen moet maken tot herstel in Christus

.














1. Een in zonde verdwaalde christen – ofwel: een christen die nog steeds of opnieuw in zonde leeft en/of wereldsgezind is – moet ZICH (opnieuw en totaal) BEKEREN tot God, Die in Christus Jezus barmhartig is.“Bekeer u” staat er in Markus 1:15. Hij of zij moet zich bekeren en ALLE vormen van zonde de rug toekeren, en zich tot God keren om genade.

2. Een in zonde verdwaalde christen moet GELOVEN in Gods Evangelie van genade en barmhartigheid, in het offer van het Lam van God op Golgotha, waar Hij de zondeschuld van de gehele mensheid heeft BETAALD. In Hebreeën 9 vers 11-12 lezen wij: “Maar toen is Christus verschenen, de Hogepriester van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volkomen (SV: volmaakte, d.i. hemelse) tabernakel gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze (aardse) schepping is. Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed voor eens en altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht.”
[1]
Verder moet een in zonde verdwaalde christen geloven, dat het Lam van God – na Zijn dood en opstanding – ten hemel is gevaren en is gezeten op de hemeltroon aan de rechterhand van Zijn Vader vanwaar Hij, als Hogepriester en Middelaar
[2], tussen God en mensen Zijn 7 Geesten[3] uitzendt naar de gehele aarde om allen – uit de mensen, die zich berouwvol tot Hem hebben bekeerd – deel te geven aan Zijn overwinning over de zondemacht[4], omdat Hij hen zondeschuld zodoende VOLKOMEN heeft betaald. Daarom kan Hij hen – na hun berouwvolle bekering – vergeven en verlossen. “En daarom is Hij de Middelaar van het nieuwe Verbond (of: Testament)” (Hebr. 9:15a). “En ik zag, en zie, in het midden van de troon en van de vier dieren[5] en in het midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met zeven horens en zeven ogen. Dat zijn de zeven Geesten van God[6], die uitgezonden zijn over heel de aarde (Openb. 5:6).
Verder onderwijst ons Gods Woord in Johannes 3 vers 16: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar het eeuwige leven heeft”. Maar als wij verder lezen, zegt vers 36: “Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven; maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem (of haar)”. Wij zien hier, dat geloven alleen niet voldoende is, maar de zondaar of zondares moet ook zijn of haar zonden bij God belijden en – door Hem – ervan verlost worden.

3. Een in zonde verdwaalde christen moet zijn of haar zonden bij God, maar ook bij wie hij of zij schuldig is, belijden. In 1 Johannes 1 vers 9 lezen wij: Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid”. Terwijl wij in Jesaja 59 vers 1-2 (NBG) lezen: “Zie, de hand des Heren is niet te kort om (u) te verlossen, en Zijn oor niet te onmachtig om (u) te horen; maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij (u) niet hoort.”

4. Wat een in zonde verdwaalde christen heeft misdaan, moet – indien mogelijk – worden hersteld.
In Lukas 19 vers 8 lezen wij dat Zachéus zegt: “…en als ik van iemand iets heb afgeperst (SV: door bedrog ontvreemd heb), geef ik dat vierdubbel terug”. En, iets dergelijks lezen wij ook in het Bijbelboek Leviticus 5 vers 16.

5. De enige, die een zondaar van de macht van de zonde kan verlossen is het Lam van God, Jezus Christus, Die op Golgotha de zondeschuld van alle mensen volkomen heeft betaald. Daarom moet een in zonde verdwaalde christen tot Hem, de Geest van het Lam van God, de enige Verlosser van de zondemacht, komen voor verlossing van zijn of haar zonden. Dit kunnen wij in Matthéus 11 vers 28 lezen: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven”.

6. Een in zonde verdwaalde christen moet Hem in zijn of haar hart binnenlaten, opdat Hij Zijn verlossingswerk in zijn of haar wezen kan volbrengen. Als de bekeerling om deze inwoning of doop in de Geest zal bidden, zo zal Hij deze bede verhoren. Dit kunnen wij lezen in Lukas 11:13 “Als u die (van nature) slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest (d.i. de Geest van het Lam, Die bereid was te sterven[7]) geven aan hen die (daarom) tot Hem bidden”.


Deze binnenkomst van de Geest van het Lam van God heeft een vijfvoudig doel:
1. Hij wil de bekeerling troosten bij moeilijkheden, ziekte of tegenslag in dit aardse leven.
2. Hij wil de bekeerling deel geven aan Zijn kruisdood tot verlossing van de zondemacht[8], die diep in zijn of haar ziel woont.
3. Hij wil het nieuwe Christusleven[9] in hem of haar inbouwen.
4. Hij wil hem of haar geestelijke sterkte geven om alle aanvallen van welke duistere macht ook in dit aardse leven te kunnen weerstaan en te overwinnen.[10]
5. Sommige van de (echte en oprechte) bekeerlingen zal Hij roepen tot deelname aan de arbeidszalving[11] tot opbouw van Gods Gemeenten/Kerk in deze wereld. De overige (echte en oprechte) bekeerlingen zal Hij tot getuigen[12] maken van Zijn overwinning in hun leven

1. Hij wil de bekeerling – de echt en oprecht van de zonde bekeerde christen – troosten.
In Johannes 14 vers 16-17 lezen wij: “En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid, namelijk de Geest van de waarheid (Gods), Die de wereld (dus ook de wereldsgezinde christen) niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal IN u zijn”.

KLIK HIER als u deze studie - die te lang is voor op het weblog - verder wilt lezen.
 
Nieuwe studie van E. van den Worm,
Van de Heer ontvangen en opgeschreven in juni 2009, op 94 jarige leeftijd!

 
[1] De Bijbelteksten zijn uit de HSV (de Herziene Statenvertaling), tenzij anders vermeld.[2] Middelaar = Tegenwoordig beter bekent als (het Engelse woord) Mediator – wat een tussenpersoon of bemiddelaar betekent.
[3] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie: “De 7 Geesten van God en van het Lam van God”.
[4] Zie eventueel op onze website de studie: “De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd”.
[5] De letterlijke vertaling is: De 4 levende wezens.
[6] Zie noot 3.
[7] Want… ook wij moeten bereid zijn (of worden) om af te sterven aan onze oude, zondige natuur.
[8] Zie noot 4.
[9] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie: “Lukas: Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus”.
[10] Zie noot 4.
[11] Deelname aan de arbeidszalving = Hij geeft Zijn zalving – in en door Zijn Geest – aan Zijn, door Hem verkozen, dienstknecht, om voor Hem te (kunnen) arbeiden naar Zijn wil en welbehagen.
[12] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie: “Onze aardse roeping: En u zult Mijn getuigen zijn.