Posts tonen met het label uitleg diverse Bijbelboeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uitleg diverse Bijbelboeken. Alle posts tonen

zaterdag 23 oktober 2010

Boekbespreking 19: Het Boek Daniël, deel 1 – hoofdstuk 1 t/m 3


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar C.J.H. Theys,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.




Historische inleiding:

Het Boek Daniël is een heel belangrijk Boek in de Bijbel. Zonder dit Boek zijn vele dingen uit het Boek Openbaring niet te verstaan. Maar omgekeerd zijn ook vele dingen in het Boek Daniël niet te verstaan zonder de verklaring in het Boek Openbaring. Het Boek Daniël spreekt van de dingen, die behoren tot ‘de tijd van het einde’.
Om de omstandigheden te verstaan, waarin Daniël, zijn vrienden en zijn volk verkeerden, is een korte historische inleiding noodzakelijk. Wij zullen dan verstaan, hoe Daniël in Babylonische ballingschap terecht is gekomen, en wat God zoal jegens zijn volk heeft toegestaan. Slechts een deel van het ganse volk van Israël ging in Babylonische ballingschap, namelijk: Het “huis van Juda”, bestaande uit de stammen Juda en Benjamin.
De 12 stammen van Israël hebben sinds Jozua in Kanaän gewoond. De eerste tijd werden zij door richteren geregeerd, later door koningen. Saul, David en Salomo zijn de enige koningen geweest, die over alle 12 stammen geregeerd hebben. Na de dood van Salomo viel het koninkrijk in twee delen uiteen; het werd verdeeld onder Rehabeam en Jerobeam. Vanaf die tijd werden, in het Goddelijk raadsplan van verlossing, 10 stammen tezamen gekend als “Israël”, de andere 2 (overige) stammen vormen tezamen “Juda”. Vanaf dat ogenblik kennen wij dus niet meer het onverdeelde koninkrijk Israël, maar onderscheiden wij 2 koninkrijken, namelijk:
1. h
et koninkrijk Israël, met als hoofdstad Samaria, en
2. het koninkrijk Juda, met als hoofdstad Jeruzalem.
Gods Woord spreekt in dit verband ook verder van twee “huizen”:
1. het “huis van Juda” en
2. het “huis van Israël”.
Wie deze twee in de Bijbel, wat hun verdere historie en profetie betreft, niet uit elkaar houdt – tot op de huidige dag zijn zij nog verdeeld – zal nooit komen tot het rechte (d.i. juiste) verstaan van de ontwikkelingen en vervulling van die profetieën in deze laatste dagen van de tijdsbeding, waarin wij leven.
Men ziet mensen thans deze fout maken: Zij houden zich bezig met dat “Israël”, dat zich thans in Palestina gevormd heeft; zij staren zich blind op het “Beloofde Land”. Zij zien DIT “Israël” als “Gods volk”, zoals het in de Bijbel genoemd wordt. DIT IS ECHTER NIET WAAR! Deze mensen houden geen rekening met het feit dat God het koninkrijk, vanwege de zonden van Salomo, in het “huis van Juda” en het “huis van Israël” uiteen heeft doen vallen.

De ballingschap van het “huis van Israël”
Laat mij beginnen met de ballingschap van de 10 stammen, met die van het “huis van Israël”.
Deze 10 stammen gingen in ongeveer 721 voor Christus in ballingschap. Koning Salmaneser van Assyrië belegerde Samaria en nam de stad in. Toen werden ALLE 10 stammen gevankelijk (d.i. als gevangenen) weggevoerd (zie 2 Kon. 17:6-18, deze tekst is in de studie zelf voluit vermeld). Vers 18: De HERE was zeer toornig op Israël, zodat Hij hen wegdeed van Zijn aangezicht. Er bleef niets over dan alleen de stam van Juda.”
Uit 2 Koningen 17:1-2 blijkt, dat het zondige leven van Hosea, de koning van Israël, “de druppel” was, die bij Israël “de emmer had doen overlopen”: “In het twaalfde jaar van Achaz, de koning van Juda, werd Hosea, de zoon van Ela, koning over Israël in Samaria en hij regeerde negen jaar. Hij deed wat kwaad was in de ogen van de HERE,...”
Door het zondige voorbeeld van hun koning volhardde Israël in hun zondige wandel. Wij zien zoiets ook in deze dagen. Als een voorganger in zonde en ongerechtigheid leeft, krijgt men een terugslag op de Gemeente; ook deze komt tot een leven van afval. Zo’n voorganger sterft een geestelijke dood en als gevolg hiervan ook de Gemeente… Gods Geest kan niet wonen in zo’n Gemeente. De Here Jezus sprak over de Geest als over “Stromen van LEVEND Water”… Dit duidt op volheid van leven en van activiteit. Dit wordt alleen gevonden, waar Gods kinderen willen leven in gehoorzaamheid aan het Woord van God; een gehoorzaamheid, die zich niet alleen uit in woorden, maar ook in daden. Vele van Gods kinderen in deze dagen zeggen, net als Israël destijds tegen Mozes: “Wij zullen dit allemaal doen”, maar de DAAD blijft uit!

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie (deel 1) wilt lezen, KLIK HIER.

Zie eventueel ook nog:
"Het Boek Daniël, deel 2, hoofdstuk 4 t/m 8" en/of "Het Boek Daniël, deel 3, hoofdstuk 9 t/m 12"

A. Klein

NOOT:
Deze studie is – helaas – een al wat oudere (gescande) Bijbelstudie, die nog met een ouderwetse typemachine is uitgetypt! Reden: Het ontbreekt mij helaas aan genoeg tijd om op korte termijn aan het uittypen en bewerken van deze – inhoudelijk – waardevolle studie te beginnen. Het is echter wel een ZEER UITGEBREIDE en BOEIENDE studie van het Bijbelboek Daniël, die m.i. zeer de moeite van het lezen waard is. De studie is, vooral vanwege de lengte, in 3 delen geplaatst.
In deze studie wordt ‘VERS voor VERS’ uitleg gegeven over de diep-geestelijke inhoud van dit boeiende, maar voor velen moeilijk te begrijpen Bijbelboek. Ik spreek de hoop uit dat ook de inhoud van deze (nog ONbewerkte) studie voor velen tot geestelijke zegen mag worden.

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-8-2009, KLIK HIER Zie vooral ook het “In memoriam”.

maandag 23 augustus 2010

Boekbespreking 15: JOHANNES – Het Boek over het leven van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van God


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleiding:
Dit laatste van de vier Evangeliën is ± 90 na Christus geschreven door de apostel JOHANNES een zoon van Zebedéüs (zie Matth. 4:21) en Salomé, een toegewijde des Heren, reeds tijdens Jezus aardse leven (zie Mark. 15:40, 16:1).
De Here Jezus noemde hem, samen met zijn broe(de)r, de apostel Jakobus, "zonen des donders" (zie Mark. 3:17). Was dit vanwege hun (aanvankelijk) om OORDEEL roepende geest (zie Luk. 9:52-56)? Toch werd deze apostel later bij uitstek “DE APOSTEL DER LIEFDE” genoemd. Zo had de Geest van Christus hem later veranderd door Zijn zaligmakende genade-werkingen. Later werd zijn bijnaam "de discipel, die door Jezus werd geliefd" of "die Jezus liefhad" (zie Joh. 13:23, 21:7).

Heeft MATTHEÜS Jezus in zijn Evangelie als de KONING VAN HET KONINKRIJK DER HEMELEN beschreven; MARKUS beschreef Hem als de DIENSTKNECHT VAN GOD, "Die Zich het oor liet doorboren" (zie Ps. 40:7-9, Exod. 21:5-6) en God dienstbaar was geweest als LAM VAN GOD om de zonde der wereld weg te nemen (zie Joh. 1:29). LUKAS beschreef Hem als de NIEUWE MENS, de 2de ADAM (zie 1 Kor. 15:45-47), Die de satan – door Zijn gehoorzaamheid aan God, zelfs tot in de dood toe (zie Filip. 2:7-8) – voor de mens overwinnen zou. JOHANNES daarentegen heeft Hem beschreven als de ENIGGEBOREN ZOON VAN GOD (zie Joh. 1:14), de HEER UIT DE HEMELEN, Die de door Hem gereinigde mens, door Zichzelf, vervullen zou met GODDELIJKHEID en VOLMAAKTHEID (zie 2 Petr. 1:4, Ef. 1:23, Jes. 60:1-3); hem/haar zo deel gevende aan Zijn eigen Lichaam (zie Rom. 8:17, 1 Kor. 12:2 en 27).
Hierdoor is dit Evangelie bij uitstek het Evangelie voor DE LAATSTE DAGEN, de tijd dus waarin wij nu leven, de tijd waarin God Zijn Gemeente, althans voorlopig een deel ervan, reeds hier op aarde, zal vervullen met Zijn VOLMAAKTHEID, namelijk Zijn BRUIDSGEMEENTE (zie Openb. 12:1, 14:5, Ef. 5:27, 1 Petr. 1:3-5).
Het is daarom niet verwonderingwekkend dat Johannes, nadat hij Jezus heeft geïntroduceerd als de geïncarneerde (d.i. de mens- of vleesgeworden) LEVENDE ZOON VAN GOD (zie hoofdstuk 1), deze ZOON VAN GOD betrekt in een BRUILOFT (zie hoofdstuk 2:1-12).

Hoofdstuk 1: De zevenvoudige introductie van Jezus Christus
I. De eerste introductie: Jezus was voor Zijn vleeswording Gods Woord; Hij was bij God en was God.
Vers 1-2: “In het begin (van de Schepping) was het Woord (er reeds), en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit (Woord) was van het begin af aan bij God”.
Jezus was en is en zal (altijd) zijn het UITGEDRUKTE BEELD VAN GODS ZELFSTANDIGHEID (zie Hebr. 1:3), DE ENIGGEBOREN ZOON VAN DE VADER (zie Joh. 1:14 + 18, 3:16 + 18), voortgekomen uit de EEUWIGHEID van het verleden; het zichtbare Deel van de ONZIENLIJKE GOD (zie Kol. 1:15, Joh. 1:18); de EERSTGEBORENE van al Gods kinderen (zie Rom. 8:29). En Gods kinderen verkrijgen hun kindschap doordat zij leden zijn geworden van Zijn Lichaam (zie Ef. 1:23). En Jezus is, na Zijn ZOENDOOD, ten behoeve van de mensen, als Hoofd van de Gemeente en als Hogepriester, gezeten aan de rechterhand van God (zie Hebr. 1:3, Filip. 2:9-11, Openb. 5:6, Dan. 7:13-14).

II. De tweede introductie: Jezus was de Schepper van hemel en aarde.
Vers 3: “Alle dingen zijn door het Woord gemaakt, en zonder het Woord is geen ding gemaakt, dat gemaakt is”.
Jezus was ook de Schepper van alle zichtbare en onzichtbare dingen (de wereld van de engelen – zie Hebr. 1:10); Die in het begin, met de Vader en de Geest, hemel en aarde schiep als de 2de Openbaringsvorm van de Godheid (zie Gen. 1:1), als het UITGESPROKEN WOORD VAN GOD (zie Ps. 148:1-6), Die door Zijn UITGEZONDEN GEEST werkt (zie Ps. 104:30, Openb. 5:6).

III. De derde introductie: Jezus is onze van God gegeven Zaligmaker.
Vers 4: “In het Woord was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen”.
Jezus is de voor de mens UIT DE DOOD OPGESTANE HEER UIT DE HEMELEN en is aan de mens door de Vader gegeven als zijn/haar Licht en Leven (zie Joh. 11:25), als zijn/haar ENIGE ZALIGMAKER (zie Hand. 2:36, 4:12, 5:31, 1 Tim. 2:5).

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009.
KLIK HIER

.

woensdag 9 juni 2010

Boekbespreking 10: De mannelijke zoon in het boek ESTHER

.
Een Bijbelstudie van H. Siliakus,
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.


Een vergelijking
In het boek Esther is Mordechai de figuur die direct naast de sleutelfiguur Esther staat. Esther is enigszins passief, Mordechai actief. De betekenis van de naam Mordechai is “kleine man” of “manneke”. Het blijkt bij het lezen van dit boek, dat Mordechai’s optreden inderdaad doet denken aan de “mannelijke zoon” van Openbaring 12, die ook wel het “manneke” genoemd wordt.
In het verleden werden er reeds vergelijkingen gemaakt tussen deze mannelijke zoon en achtereenvolgens Jezus en Mozes (zie: rev. W.H. Offiler, “God en Zijn Bijbel”, blz. 460-463; rev. C.J.H. Theys, “Die is en Die was en Die komen zal”, blz. 246-249 en “Heidenvolken in profetisch licht”, blz. 42-45, alsmede het artikel in de serie “Profetische horizon” in het blad “Het Volle Evangelie” van dec. 1959) .
Overeenkomsten tussen deze drie betreffen onder andere:
• de Goddelijke bewaring,
• het verlosserschap, en
• het heerser en strijder zijn.
Bij een vergelijking van Mordechai met de mannelijke zoon komen wij deze kenmerken eveneens tegen. Openbaring 12 vers 5 leert ons:
1.
dat de mannelijke zoon wordt bewaard of “weggerukt tot God”, en
2. dat hij de heidenen zal hoeden met een ijzeren roede,
3. terwijl Openbaring 14 vers 1 hem toont – in de gedaante van de 144.000 verzegelden –
als overwinnaar en heerser met Christus.
Laat ons nu zien hoe deze drie kenmerken in het leven van Mordechai naar voren komen.

1. Mordechai werd bewaard.
Hij werd door God behoed en bewaard tegen de moordzucht van Haman, die hem haatte. God leidde het zo, dat Mordechai aangenaam werd bij de Perzische koning (zie Esth. 2:21-23 en 6:1-10) en dat Haman bij de koning in ongenade viel (zie 7:5-8), waardoor deze Haman zelf aan de door hem voor Mordechai opgerichte galg kwam te hangen (zie 7:9-10).

2. Mordechai werd middel tot verlossing.
Hij werd de verlosser voor de Joden in die tijd (inclusief Esther – zie 4:13). Hij was evenzeer een verlosser en bevrijder, zoals Mozes dat eerder was voor het gehele volk Israël. Zijn verlosserschap blijkt uit het volgende: God bestelde het zo, dat zijn nicht Esther, die hij opgevoed had, koningin-gemalin van Ahasveros werd (zie 2:15-18); voorts is het Mordechai, die Esther over het duivelse plan van Haman inlicht, haar dwingt in actie te komen en haar daarbij steunt (zie 4:7-8, 13-14 en 15-17); tenslotte zien wij hoe Mordechai
• na de ontdekking van het complot tegen de Joden (door Esther aan Ahasveros bekend gemaakt) “premier” wordt in de plaats van Haman (zie 8:2),
• de verlossende tegen-wet voor de Joden opstelt en
• de leider van de verdedigings-aktie wordt (zie 8:9, 9:3-4).

3. Mordechai werd (mede-)heerser en strijder.
Hij werd medeheerser naast Ahasveros. Hij kreeg de rang van eerste vorst (d.i. een “premier”), zoals wij al opmerkten (zie Esth. 8:2) en behield die (zie 10:2-3). Hij had de leiding in de strijd van zijn volk voor hun behoud (zie 9:3-4). Dat de Joden hem als hun leider beschouwden, blijkt ten overvloede uit het feit, dat hij het bevel kon geven voor de instelling van het Purimfeest (zie 9:20-23).

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

dinsdag 8 juni 2010

Lijst met Bijbelstudies, beschikbaar op onze Website

.


.






Zie eventueel ook nog onze website: www.eindtijdbode.nl/

Nederlandstalige studies van E. van den Worm:
1. De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd.
2. De 7 donderslagen van Openbaring 10:3.
3. De 7 fasen van de wederkomst
van onze Here Jezus Christus.
4. De 7 Geesten van God en van het Lam van God (naar aanleiding van het Bijbelboek de Openbaring van Johannes, vers 4:5 en 5:6)
5. De 10 vervulde (volmaakte) geboden (voor het Koninkrijk der hemelen, op aarde, de Gemeente van de Here Jezus Christus).
6. De 10 zaligsprekingen.
7. De Bergrede van onze Here Jezus Christus (De grondwet van het Koninkrijk der hemelen op aarde, de Gemeente van de Here Jezus Christus).
8. De dag van JaHWeH / De dag des Heren (en de ontwikkelingen van de Gemeente/Kerk gedurende deze “dag”).
9. De eindtijd profetieën van de profeet Zacharia (“Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen” – Matth. 4:17b). Noot: VERS voor VERS nader uitgelegd.
10. De grote reis van Gods Gemeente/Kerk in de eindtijd (van verval en geestelijke slaap naar de overwinning over de zondemacht en haar uiteindelijke, eeuwige, goddelijke heerlijkheid – in en door de Heilige Geest – op grond van het gestorte Bloed van Gods Lam).
11. De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd.
12.
De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht.
13. De Tabernakel van Israël (Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God tot in alle volmaaktheid toe).
14. De uiteindelijke, Goddelijke HEERLIJKHEID van de ware Gemeente/Kerk van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeente/Kerk.
15. De valse staatskerk van de laatste dagen (een overkoepelende instelling van ‘Christelijke’ kerken in de eindtijd) – De grote hoer van Openbaring 17.
16. De visioenen van Zacharia (en de – geestelijke – betekenis ervan voor de Bruidsgemeente).
17. De volmaaktheid in Christus op aarde, in de eindtijd.
18. De werkingen van de Geest in de eindtijd.
19. Door de Geest van God geroepen tot deelname
aan het Avondmaal van de Bruiloft van Gods Lam en tot deze Goddelijke Bruiloft.
20. Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde (namelijk: de grote ‘Spade Regen’ uitgieting van de Heilige Geest, in grote kracht, in deze laatste dagen).
21. Geroepen om te worden gemaakt tot
Gods doel met de mens: een eeuwige, heilige tempel van onze almachtige God en Vader.
22. Gij, volk van Israël, ontwaak! (Een profetische Bijbelstudie met betrekking tot het politieke herstel en de complete terugkeer van het gehele Israël naar Kanaän).
23. God gaat in de eindtijd de Gemeente/Kerk en de wereld schudden.
24. Heiligmaking.
25. Het Goddelijke herstelwerk in de Gemeente/Kerk, in de eindtijd.
26. Het nieuwe Jeruzalem, de Bruid van het Lam van God, het Lichaam van Christus.
27. Jezus onze Leidsman, Verlosser, Zaligmaker, Heiligmaker en Volmaker.
28. JOHANNES – Het Boek over het leven van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van God (Noot: VERS voor VERS nader uitgelegd).
29. LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus (over Jezus, de Hogepriester en hoe wij, als priesters van de allerhoogste God, Hem moeten dienen). Noot: VERS voor VERS nader uitgelegd.
30. Onze aardse roeping: “En u zult Mijn getuigen zijn” (n.a.v. Matth. 5:13-16).
31. Wat God bereid heeft voor degenen, die Hem liefhebben.

Nederlandstalige studies van CJH Theys:
1.
Arendsvleugelen (over de kracht van God).
2. Christus in de Tabernakel (uitgebreide uitleg over de diep-geestelijke betekenis van de verschillende Tabernakel-objecten). [1]
3. Daniël, deel 1, de hoofdstukken 1 t/m 3 (Noot: VERS voor VERS nader uitgelegd). [2]
4. Daniël, deel 2, de hoofdstukken 4 t/m 8 (Noot: VERS voor VERS nader uitgelegd).
[3]
5. Daniël, deel 3, de hoofdstukken 9 t/m 12 (Noot: VERS voor VERS nader uitgelegd).
[4]
6.
De natuurlijke mens en de Heilige Geest.
7. De oorlog van Gog en Magog (volgens Ezechiël 38 en 39) – De Russische Opmars.
8. De verborgen ONgerechtigheid – De valse arbeiders in een Gemeentelijke bediening.
9. Leer Bidden (“Een krachtig gebed van een rechtvaardige vermag veel” – Jak. 5:16b).
10. Podium en Gemeente (Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan).

Nederlandstalige studies van H. Siliakus:
1. Beknopte verklaring van het boek Jesaja.
2. Beschouwingen over het boek Hooglied (het boek over de innige band tussen Bruid en Bruidegom).
3. De mannelijke zoon in het boek Esther.
4. Drie grote toekomstige scheidingen.
5. Het boek JobOver het lijden en de strijd van de Bruidsgemeente.
6. Het boek Ruth in profetisch licht.

Nederlandstalige artikelen van A. Klein:
1. ANDER nieuws over ISRAËL - De zoektocht naar
de Israëlische identiteit van ALLE 12 stammen.
2. De Wederkomst van Christus nader bekeken.
3. Een ANDER geluid – Het verschil tussen “het Lichaam van Christus” en “de Bruid van Christus”.
4. Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ?
5. Een ANDER geluid –
Wie is de ruiter op het WITTE paard uit Openbaring 6 ?
6. Een ANDER geluid – Wie is de VROUW uit Openbaring 12 ?

Nederlandstalige studie van FG van Gessel:
Tabernakel-onderzoek. [5]

[1] Van deze studie hopen wij in 2011 een versie in (meer) hedendaags Nederlands te realiseren.
[2] Een zeer interessante en UITGEBREIDE Bijbelstudie die – helaas – nog met een ouderwetse typemachine is uitgetypt! Reden: Het ontbreekt mij (A. Klein) helaas aan genoeg tijd om op korte termijn aan het uittypen en bewerken van deze – inhoudelijk – waardevolle studie te beginnen.
[3] Zie noot 2.
[4] Zie noot 2.
[5] Een Bijbelstudie die – helaas – nog met een ouderwetse typemachine is uitgetypt!
• Wel willen wij vermelden dat dit een LINK betreft, omdat deze studie – die weliswaar van een Bijbelleraar is die uit hetzelfde geestelijke ‘nest’ komt – door anderen is gescand en alweer enkele jaren op de website van de Bethel-Pinksterkerk te Amsterdam-Voorburg vermeld staat
.

Bijbelstudies over de eindtijd en wederkomst van Jezus Christus

zondag 9 mei 2010

Boekbespreking 8: De visioenen van Zacharia, en de geestelijke betekenis ervan voor de Bruidsgemeente


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleidend woord
De profeet Zacharia, optredend ongeveer 560 vóór Christus, dacht abusievelijk dat hij al in de eindtijd leefde en dat de openbaring van het Koninkrijk van God op aarde aanstaande was. Zijn geest leefde – door Gods genadewerking – in deze pre-millennium tijd (de tijd vóór het 1000-jarige Rijk), omdat de Heer hem wilde gebruiken als profeet van Zijn geheimenissen, die in de volheid der tijden (d.i. de eindtijd) door Hem zal worden verwezenlijkt.
Zacharia had deze verborgenheden van God, die betrekking hebben op de door de Heilige Geest te vormen Bruid van Gods Lam – d.i. de volmaakte Gemeente van de eindtijd, die in Openbaring 12 vers 1 door middel van een visioen aan de apostel Johannes was gegeven – via een reeks visioenen van God ontvangen en bekend gemaakt, zowel aan zijn tijdgenoten, als ook neergeschreven, zodat wij ze nu ook kunnen lezen en bestuderen. Zelf heeft Zacharia de diepgeestelijke inhoud van zijn visioenen waarschijnlijk niet begrepen.
Aan ons nu, die in de eindtijd leven, heeft de Geest van God deze visioenen willen openbaren, opdat ze ons tot een leidraad strekken en tot een instructie en bemoediging bij de dingen, die de Almachtige in de eindtijd bewerkt. Daartoe strekkende, dat de Bruid van Gods Lam tot stand komt.

De desolate (ontredderde) staat van de Gemeente/Kerk in de eindtijd
Het volk Israël heeft aan den lijve moeten ondervinden, wat door Mozes werd geprofeteerd, als zij niet wilden gehoorzamen aan het Woord van de LEVENDE God. Zij hadden – bij monde van Mozes – van Gods zegen en Zijn vloek gehoord; zegen, wanneer zij God zouden gehoorzamen, en vloek, wanneer zij van God afvallig zouden zijn.
De Joden hadden de straf op hun afdwaling (van God) letterlijk moeten ondervinden; ze waren net terug uit de 70-jarige Babylonische ballingschap! “En nu”, profeteerde Zacharia, “is het Godsrijk aanstaande” (zo dacht hij). Hij riep het volk van teruggekeerde Joden daarom op tot waarachtige bekering, opdat zij deel mochten hebben aan dit Koninkrijk van God!
Laten wij dit vergelijken met Matthéüs 4 vers 17b: “Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.”
Dezelfde Geest, Die de mensen toen (in de dagen van Zacharia) opriep tot waarachtige bekering, spreekt ook hier. En NU is het waarlijk zo ver! Het Koninkrijk van God, het 1000-jarige Vrederijk, staat werkelijk voor de deur! Als wij de tekenen van onze tijd eerlijk in beschouwing nemen, dan kondigen die dit Koninkrijk aan!
Één van de duidelijkste tekenen van Zijn naderende wederkomst en de vestiging van het Koninkrijk van God op aarde is wel de terugkeer van het volk Israël in Palestina, hetgeen ons in een gelijkenis is medegedeeld door onze Here Jezus Christus (zie Matth. 24:32-34). De Here openbaart ons hier, dat het geslacht, dat dit teken zal zien gebeuren, geenszins voorbij zal gaan, of Zijn wederkomst zal een feit zijn. Hij komt dus terug gedurende het leven van onze HUIDIGE generatie, die de vervulling van deze profetie ziet gebeuren!
Wij gaan nu over tot het beschouwen van de wonderlijke visioenen, die Hij Zacharia heeft willen tonen en die ons stuk voor stuk vertellen van Gods verborgenheden, die in de eindtijd (d.i. het einde van deze huidige wereld) geopenbaard en GEREALISEERD moeten worden. Ze vertellen ons van de wonderbaarlijke (Bruids)Gemeente van God in de eindtijd, van een wereldwijde opwekking en de vestiging van dat heerlijke Godsrijk (het 1000-jarig Vrederijk)! Want de verborgenheid van God zal vervuld worden!
“Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij bazuinen zal, zo zal de verborgenheid Gods vervuld worden, gelijk Hij Zijn dienstknechten, de profeten, verkondigd heeft.” (Openb. 10:7)
“Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zal zijn vrouw aanhangen; en zij zullen tot één vlees wezen. Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de (Bruids)Gemeente. (Ef. 5:31-32)
Ten dage, dat de 7de oordeelsbazuin van God op deze wereld zal worden gehoord (zie Openb. 11:15-19) zal Gods verborgenheid (Openb. 12:1) vervuld worden, een – in eerste instantie – nog verborgen genadewerking van God, die in de vorming van de Bruid van Christus zal resulteren, waarna de Bruiloft van het Lam van God op deze aarde zal plaats vinden (zie Openb. 19:7-9): een EEUWIGE verbintenis van de (nog steeds op aarde) LEVENDE Bruid van het Lam en de LEVENDE Bruidegom, onze Here Jezus Christus! De LEVENDE Goddelijke Bruidegom zal door de wereld niet worden gezien, maar des te meer Zijn krachtdadige invloed en werkingen door Zijn vervolmaakte Bruid heen, die resulteren zullen in de machtige Spade-regen-opwekking van de eindtijd en in al die heerlijke geprofeteerde dingen Gods, die ten tijde van het blazen van de zevende bazuin een feit zullen zijn.
Welnu, Zacharia zag in visioenen HOE de verborgenheid van God zou worden vervuld. De visioenen tonen in étappes de vervulling van deze verborgenheden aan.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009.
KLIK HIER


dinsdag 23 maart 2010

Boekbespreking 5: Het boek JOB, over het lijden en de strijd van de Bruidsgemeente



Een Bijbelstudie van H. Siliakus,
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.


Job, een beeld van de Gemeente
De rechtvaardige Job, de man uit het land Uz, is een voorbeeld van een trouw en waarachtig kind van God. Zonder zulke kinderen Gods zou er geen sprake kunnen zijn van de ware Gemeente of Kerk van Jezus Christus. Job is ook een typebeeld van deze Gemeente/Kerk. Zijn trouw in het dienen van God en het onderhouden van zekere inzettingen[1], alsook zijn nauwgezetheid in handel en wandel, weerspiegelen het optreden van de ware Gemeente/Kerk in deze wereld. Het maken van een vergelijking tussen Job en de Gemeente van Christus wordt bovendien gerechtvaardigd door nog een aantal andere feiten. God had veel op met deze Job en had hem lief. Dit proeven wij uit hetgeen Hij zegt tot de satan over Zijn knecht Job (zie Job 1:8). Zo heeft ook Christus Zijn Gemeente lief. Zo lief, dat Hij Zijn leven voor haar gaf (zie Ef. 5:25). God zegende Job en Zijn oog rustte op hem en zijn gezin om hen voor het kwade te bewaren (zie Job. 1:10). Desgelijks doet Christus ook met Zijn Gemeente (zie Ef. 4:16, 5:23). Om de één of andere reden liet God nochtans toe, dat satan Job aanviel en hem schade toebracht (zie Job 1:12). In het Nieuwe Testament lezen wij, dat de satan probeert de volgelingen van Jezus te ziften als de tarwe (zie Luk. 22:31) en dat hij rondgaat als een briesende leeuw, zoekende hen te mogen verslinden (zie 1 Petr. 5:8-9). Dit alles onder de toelating des Heren. Wat het boek Job schrijft over de macht die satan wordt verleend, grijpt in feite terug op de macht waarover God hem laat beschikken vanaf de zondeval van de mens. En deze macht wendt de satan ook in de Nieuwe Bedeling[2] vooral aan tegen de kinderen Gods. Vertroostend en bemoedigend is het echter te weten, dat de duivel ons niet uit Gods handpalmen kan rukken. Ook dit leren wij uit de geschiedenis van Job.

Beproevingen van de laatste dagen
In de laatste dagen van de huidige tijdsbedeling zullen de beproevingen die de getrouwe navolgers van Christus te verduren hebben, als gevolg van het woeden en tekeergaan van de satan, nog groter worden en heviger. Dit vernemen wij op vele plaatsen in het profetisch Woord, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. Het zal “een boze tijd” zijn, zegt Amos, wanneer “zij benauwen de rechtvaardige” (zie Amos 5:12-13). En Jezus heeft voorzegd: “Alsdan zullen zij u overleveren in verdrukking” (zie Matth. 24:9-10). Ook in het boek Job vinden wij een verwijzing naar die zware tijd. Deze toename van de beproevingen komt naar voren in de tweede ontmoeting tussen God en de satan, beschreven in hoofdstuk 2, waarbij aan de laatstgenoemde een nog grotere vrijheid gegeven wordt bij het belagen van Job. Over deze nog zwaardere beproevingen, waaraan vanaf het tweede hoofdstuk het gehele boek Job gewijd is, zal het in deze studie voornamelijk gaan. Job is dan niet langer alleen het type van de ware Gemeente/Kerk, maar meer in het bijzonder een type van de Bruidsgemeente die in de laatste dagen zal worden gevormd door de werkingen van het Woord en van de Heilige Geest. Ons wordt hier, in het boek Job, een blik vergund op het lijden en de strijd die deze Bruidsgemeente van Christus zal hebben te verduren.

Het land Uz
Job – de meest waarschijnlijke en tevens de meest aansprekende betekenis van zijn naam is “de vervolgde” – is vooral bekend vanwege zijn getuigenis: “Ik weet, dat mijn Verlosser leeft!” (Job 19:25a)[3]. Dit bevestigt nog eens, dat hij een (wonder)schoon type is van de ware Kerk of Gemeente van Jezus Christus, die immers ook staat op deze belijdenis. Met dit getuigenis staat zij in de wereld, tegenover de dreiging van satan en alle goddeloze en antichristelijke machten en van degenen die zeggen “God-lovers” (Joden) te zijn, maar zijn het niet (zie Openb. 2:9). Het is alsof wij de Bruidsgemeente deze woorden van Job horen spreken in Openbaring 12, waar wij zien, dat de draak (d.i. satan, en hier tevens het beeld van de antichrist) vlak voor haar staat. Het is een harde en vijandig-gezinde wereld, waarin Christus’ Gemeente leeft en arbeidt. “Ik weet waar gij woont, namelijk daar (waar) de troon van de satan is”, zegt Jezus tot Zijn Gemeente in Openbaring 2 vers 13. Van Job wordt verteld, dat hij in het land Uz woonde (zie Job 1:1). … Dit omliggende gebied kunnen wij zien als het typebeeld van de wereld, waarin de ware Gemeente/Kerk en later de Bruidsgemeente van Jezus geplaatst is. Zij smaakt de vijandschap van deze wereld, maar leeft tegelijkertijd als in een oase, waar zij verkwikt wordt door de wateren des Geestes, vertoevende op de grazige weiden van Gods Woord, en schaduw en bedekking vindende onder de palmbomen van door God gegeven bedieningen.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Inzettingen = Wetten of voorschriften (van God). Zie o.a. Exod. 15 vers 26: “…en houdt al Zijn inzettingen…”.
[2] De Nieuwe Bedeling = De periode die de verhouding tussen God en mens NA Christus’ (1ste) komst aangeeft.

[3] De Bijbelteksten die in deze studie vermeld staan, zijn in principe vanuit de Statenvertaling. Natuurlijk kunt u voor uzelf, naar wens, altijd een andere Bijbelvertaling erbij gebruiken. Wel zijn er af en toe woorden – ook in de “gewone” tekst – (meestal tussen haakjes en in een kleiner lettertype) nader uitgelegd of toegevoegd.


dinsdag 23 februari 2010

Boekbespreking 3: Het boek RUTH in profetisch licht



Een Bijbelstudie van H. Siliakus,
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

De gelegenheid van de tijd weten
Tot de bijzonderheden van de eindtijd behoort, dat Jezus in die tijd MEER voor de gelovigen wil zijn dan in de eraan voorafgaande tijd. Dit lijkt een wat boude bewering. Staat er niet geschreven (in Hebr. 13:8), dat Jezus Christus dezelfde is, gisteren, heden en tot in eeuwigheid? En waren de heerlijkheden en zegeningen die Jezus in Zijn hogepriesterlijk gebed van de Vader afsmeekte niet bestemd voor ALLE gelovigen van de Gemeentelijke tijdsbedeling? (zie Joh. 17:20). Op deze vragen kan slechts bevestigend geantwoord worden. Maar wij willen dan ook geenszins beweren, dat er ook maar één van de in het Nieuwe Testament genoemde zegeningen, gaven en/of geestelijke ervaringen “tijdsgebonden” is, dat wil zeggen: alleen voorbehouden aan gelovigen die in een bepaald tijdperk leefden of leven. Dat zij niet in elke tijd even rijkelijk werden toebedeeld, is een andere zaak. Dat heeft te maken met afvalligheid, verwereldlijking en verflauwing (het verlaten van de eerste liefde). Als God Zijn zegeningen achterhoudt, is dat vanwege nalatigheid van de mens! Maar er kan geen twijfel over bestaan, dat alles wat in het Nieuwe Testament aan de gelovigen wordt toegezegd, bedoeld is voor de Gemeente (of Kerk) van Jezus Christus van alle eeuwen. Toch kunnen wij uit datzelfde Nieuwe Testament afleiden, dat Jezus in de eindtijd voor de gelovigen (Zijn Gemeente) meer wil zijn dan Hij was voor de eerder geleefd hebbende gelovigen. Dit hangt samen met de afwikkeling van ‘Gods raadsplan der eeuwen’, Zijn “eeuwig voornemen” (zie Ef. 3:11), en doorbreekt daarom in het geheel niet Christus’ onveranderlijkheid. Hij verandert niet, maar de tijd verandert wel. Paulus had besef van de ontwikkeling of afwikkeling van het Goddelijke raadsplan en onderscheidde in het voortgaan van de tijd een gestadig dichterbij komen van het Goddelijk einddoel. Hij schrijft: “…de zaligheid is ons nu nader, dan toen wij (eerst) geloofd hebben” (Rom.13:11). Paulus wist “de gelegenheid van de tijd”, hij onderscheidde reeds in zijn dagen een voortgang van Gods plan en sprak tegelijkertijd profetisch over het laatste der dagen. Van dezelfde Paulus is het woord: Totdat wij ALLEN zullen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte van de volheid van Christus (Ef. 4:13). Hij heeft het hier over zaken die niet al de eeuwen door gekend zijn door de gelovigen van Christus’ Gemeente (of Kerk), maar die pas in de Gemeente gevonden zullen worden, wanneer zij het eindstadium van een ontwikkeling heeft bereikt. “Totdat” (van Ef. 4:13) spreekt ons van een (geestelijke) groei die de Gemeente als geheel doormaakt vanaf de Apostolische tijd en die tot staan komt in de laatste dagen, als de Gemeente als geheel de volmaaktheid heeft bereikt. De tijd is de ruimte waarbinnen Gods plan verwezenlijkt wordt. Hoevele christenen bezitten ditzelfde Bijbelse, of beter gezegd Nieuwtestamentische, tijdsbesef? Het zijn er, zelfs vandaag-de-dag nog (getuige het feit dat er – geestelijk gezien – zovelen “slapen”), maar weinigen!

De verlossingservaring in de eindtijd
Waaruit bestaat nu dat meerdere in Jezus’ openbaring aan de Gemeente van de laatste dagen? Wat is het, dat de openbaring van Jezus Christus zoveel heerlijker maakt in die dagen, als de Gemeente op aarde de volmaaktheid bereikt? Wij kunnen dat “meerdere” als volgt omschrijven: Jezus wil voor de gelovigen van de eindtijd niet langer Verlosser alleen, maar ook Bruidegom wezen! Deze stelling zal ongetwijfeld menigeen aanleiding geven om tegenwerpingen te maken. Tijdens Zijn 3½ jarige bediening hier op aarde werd Jezus toch al “de Bruidegom” genoemd? Het gaat hierbij toch niet om een hoedanigheid van Hem, die eerst en uitsluitend in de eindtijd gekend zal worden? Inderdaad, toen al was onze Heer “de Bruidegom”, maar de Bruiloft was er nog niet! Reeds Johannes de Doper noemde Hem niet alleen “het Lam van God, dat de zonden der wereld wegneemt”, maar ook “de Bruidegom” (zie Joh. 3:29). Jezus Zelf sprak over Zichzelf minstens driemaal als over “de Bruidegom”. Doch bij al die gelegenheden maakte Hij duidelijk, dat Zijn Bruiloft nog in de toekomst lag. In Matthéüs 9 vers 15-16 (zie ook Mark. 2:19-20 en Luk. 5:34-35), waar Hij spreekt over Zijn Gemeente als over “Bruiloftskinderen”, zegt Hij, dat Hij eerst voor lange tijd afwezig zou zijn, VOORDAT Zijn Bruiloft zal plaatshebben (zolang de Bruiloft nog niet heeft plaatsgevonden, kan over de genodigden als over “Bruiloftskinderen” worden gesproken; DAARNA uiteraard niet meer). Dat er een lange tijd overheen zou gaan eer de Bruiloft een aanvang neemt, blijkt ook uit de gelijkenis van de Koninklijke Bruiloft (zie Matth. 22:1-14 en Luk. 14:15-24), waarin Jezus met “de zoon van de koning” ongetwijfeld Zichzelf bedoelt. De onwil onder de genodigden om te komen èn hun onverschilligheid zijn verwijzingen naar de tijden van geestelijke lauwheid en afval van het geloof die, zoals wij in veel andere Schriftgedeelten kunnen lezen, in de laatste dagen zullen aanbreken. De gelijkenis van de tien maagden (zie Matth. 25:1-13) leert ons tenslotte, dat wij de Bruiloft bij Jezus’ wederkomst hebben te verwachten (zie vers 13).

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

zaterdag 23 januari 2010

Boekbespreking 1: God gaat in de eindtijd de Gemeente/Kerk en de wereld schudden



Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. v.d. Worm[1],
uitgegeven door “uitgeverij De Eindtijdbode”.


Waarom gaat de Here de naties schudden?
De Here gaat al de naties in de eindtijd, vlak voor Zijn wederkomst, schudden, omdat de ongerechtigheid onder de naties zich heeft vermenigvuldigd en zich verder gaat vermenigvuldigen.
“En omdat de wetsverachting (d.i. de ongerechtigheid) toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen.” (Matth. 24:12)
“En gelijk het geschiedde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen (van de wederkomst) van de Zoon des mensen: zij aten, zij dronken, zij huwden, en zij werden ten huwelijk genomen (men geeft prioriteit aan het aardse) tot op de dag, waarop Noach in de ark ging en de zondvloed kwam en ALLEN verdelgde. Op dezelfde wijze als het geschiedde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. Maar op de dag, waarop Lot uit Sodom ging, regende vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen.” (Luk. 17:26-29)
“Toen de Here zag, dat de boosheid van de mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde boos was, berouwde het de Here, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart. En de Here zei: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem UITROEIEN, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb. Maar Noach vond genade in de ogen van de Here.” (Gen. 6:5-8)
De Here God brengt dus in de eindtijd Zijn oordelen over de aarde om haar bewoners tot bekering te brengen.
“Wanneer uw gerichten (of: oordelen) op de aarde zijn, leren de inwoners der wereld gerechtigheid.” (Jes 26:9b)
“Nabij is de grote dag des Heren, nabij en hij nadert haastig. Hoort, de dag des Heren; bitter schreeuwt dan de held. Die dag is een dag van verbolgenheid, een dag van benauwdheid en van angst, een dag van vernieling en van vernietiging, een dag van duisternis en van donkerheid, een dag van wolken en van dikke duisternis, een dag van bazuingeschal en van krijgsgeschreeuw tegen de versterkte steden en tegen de hoge hoektorens. Dan zal Ik de mensen benauwen, zodat zij gaan als blinden, want zij hebben tegen de Here gezondigd, en hun bloed zal worden uitgestort als stof en hun ingewand als drek. Noch hun zilver, noch hun goud zal hen kunnen redden op de dag van de verbolgenheid des Heren. Door het vuur van Zijn naijver zal de ganse aarde verteerd worden, want vernietiging, ja, een verschrikkelijk einde zal Hij alle inwoners der aarde bereiden.” (Zef. 1:14-18)
“Komt tot uzelf, ja, komt tot inkeer, gij schaamteloos volk, voordat het besluit tot uitvoering komt (als kaf gaat een dag voorbij) voordat over u komt de brandende toorn des Heren, voordat over u komt de dag van de toorn des Heren. Zoekt de Here, alle ootmoedigen des lands, gij die zijn verordening volbrengt; zoekt gerechtigheid, zoekt ootmoed; misschien zult gij geborgen worden op de dag van de toorn des Heren.” (Zef. 2:1-3)
Hij wil namelijk vóór Zijn wederkomst nog een grote zielenoogst van ontelbare zielen in Zijn hemels Koninkrijk brengen.
“Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiën en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen.” (Openb. 7:9)
Ook Paulus profeteerde van deze Goddelijke schudding in de eindtijd.
“Maar over de tijden en gelegenheden, broeders, is het niet nodig, dat u geschreven wordt: immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zo komt, als een dief in de nacht. Terwijl zij zeggen: het is alles vrede en rust, overkomt hun, als de weeën een zwangere vrouw, een PLOTSELING verderf, en zij zullen geenszins ontkomen.” (1 Thess. 5:1-3)
Hij spreekt van een PLOTSELING verderf, dat over de wereld komt, dat de wereld zal ervaren als de weeën van een zwangere vrouw. Weeën van een zwangere vrouw, als haar tijd van baren gekomen is, geschieden plotseling, in steeds toenemende mate en met steeds snellere opeenvolging.
Mijns inziens is deze schudding door de Heer van de naties al begonnen.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein


NOOT:
De aardbeving in Haïti (van 1,5 week geleden) had een kracht van ruim 7 op de schaal van Richter. Het is opmerkelijk dat het aantal zware aardbevingen toeneemt. Een week eerder werden de Salomons Eilanden getroffen door een beving met een kracht van 6,2.


[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009, klik hier.

woensdag 9 september 2009

“Vers voor vers” uitleg van Bijbelboeken













Van diverse Bijbelboeken hebben wij een uitgebreide Bijbelstudie – namelijk: “VERS voor VERS” uitgelegd – op onze website
www.eindtijdbode.nl staan:

Onder andere van het Bijbelboek:

  1. Het Hooglied (van Salomo)

  2. Job

  3. (het Evangelie volgens) Johannes*

  4. (het Evangelie volgens) Lukas*

  5. Zacharia (de profeet)

* Noot:
Deze 2 Bijbelstudies zijn ook in het Engels vertaald, zie eventueel de studies “John” en “Luke” op www.endtime-messenger.com/

A. Klein

Vers voor vers uitleg van Bijbelboeken