Posts tonen met het label het Profetisch Woord. Alle posts tonen
Posts tonen met het label het Profetisch Woord. Alle posts tonen

vrijdag 1 april 2011

Opeenvolgende profetische gebeurtenissen

voorafgaand aan het einde van de huidige tijdsbedeling . ..











Inleiding
Hoewel de “opeenvolgende profetische gebeurtenissen, voorafgaand aan het einde van de huidige tijdsbedeling” een veelomvattend onderwerp is, hebben wij toch niet langer willen wachten. Wij hebben daarvoor meer dan één reden:

1. de tijd snelt met een duizelingwekkende vaart,

2. de ‘tekenen der tijden’ – waartoe de huidige wereldcrises in de allereerste plaats behoren! – tekenen zich hoe langer hoe scherper af op het canvas van de historie,

3. de Schriftopenbaring, onder de zalving van Gods Geest verdiept zich, en

4. de Wederkomst van Christus is zoveel dichterbij gekomen…

En hiermee noemen wij u dan de voornaamste redenen. Dit alles, en nog méér daarnaast, dringt ons om – in het geloof – de pen weer op te nemen, om zodoende (langs deze weg) u allen bekend te maken met hoogst belangrijke zaken. Zaken, waarmee ALLEN – zowel gelovigen als ongelovigen! – binnen afzienbare tijd zullen worden geconfronteerd:

• wereldomvattende gebeurtenissen, die alle hun loop zullen hebben, als vervulling van Goddelijke profetieën (voorspellingen);

• manifestaties, waaraan géén einde kunnen worden gemaakt, hoe vindingrijk mensen ook kunnen zijn en hoe groot ook de machten die door hen in het geweer kunnen worden geroepen; hoe geweldig ook de krachten, die de steeds aan terrein-verliezende mensheid daartegen zal aanwenden.

Als God spreekt, wie zal Hem de Mond stoppen? Er staat nog altijd geschreven: “Híj spreekt en het is er, Híj gebiedt en het staat er" (Ps. 33:9). Wie is machtiger dan de Here God, Schepper van hemel en aarde? Het is daarom raadzaam, méér dan ooit tevoren, acht te hebben op het profetische Woord:

• “En wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart" (2 Petr. 1:19, HSV). Moge de Here Jezus Christus ons allen hierin helpen en ons bovendien Zijn rijke genade schenken, opdat wij zullen volharden in het "geloof naar de Schriften" en zullen "leven zoals wij bidden". Want ons wordt aangezegd te “verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus. Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid (SV: verlossen van alle ongerechtigheid) en voor Zichzelf een eigen volk zou REINIGEN, ijverig in goede werken" (Tit. 2:13-14, HSV). Amen.

Hoofdstuk 1
De geprofeteerde UITSTORTING van de Heilige Geest in de laatste dagen, resulterend in de "Vrouw" van Openbaring 12:1
Zoals wij reeds in eerdere studies hebben mogen zien en verstaan, wordt in de Bijbel over de UITSTORTING van de Heilige Geest gesproken als "de Spade-Regen". De profeet Joël heeft van deze UITSTORTING geprofeteerd (in Jl. 2:28-29) en de vervulling van deze profetie begon plaats te hebben op de 1ste Pinksterdag (zie Hand. 2:1-4) in de Nieuwe Tijdsbedeling en werd bevestigd door de apostel Petrus in zijn rede op die gedenkwaardige dag te Jeruzalem:

• “Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal UITSTORTEN van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen. En ook op Mijn dienaren en op Mijn dienaressen zal Ik in die dagen van Mijn Geest UITSTORTEN en zij zullen profeteren.” (Hand. 2:16-18, HSV) Halleluja!

Wanneer wij de Griekse Lexicon van het Nieuwe Testament opslaan, en de Amerikaanse uitgave van "The Amplified New Testament”, dan lezen wij daar een verklarende tekst betreffende deze Profetie die op het volgende neerkomt: "…telling forth the divine counsels and predicting future events pertaining especially to God's kingdom" (blz. 426). Deze uitleg staat vermeld tussen de verzen 18 en 19 van het Boek Handelingen en doet ons duidelijker verstaan: Gods VOORNEMEN en BEDOELING, namelijk: "de voorzegging van Goddelijke raadslagen en toekomstige gebeurtenissen, die in het bijzonder betrekking hebben op het Koninkrijk Gods en daarmee dan ook in direct verband staan". En zo is "de strekking" van ALLE profetie in de gemeentelijke tijdsbedeling (de periode van Zijn Geest en genade, van in totaal 2000 jaar, waarin wij nu nog leven – noot AK); tenminste, zo behoort het te zijn en zo zal het ook geschieden, zo waarachtig als de Here God leeft en de Heilige Geest de gelegenheid wordt geboden om tot Zijn recht te komen in Zijn bediening en manifestatie in de Gemeente, het mystieke Lichaam van de Levende God.


KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys


NOOT A. Klein: Vanwege een technische storing is deze studie, die eerst op het weblog van 24 maart 2011 stond, komen te vervallen. Vandaar dat we de studie opnieuw hebben geplaatst op 1 april (met een aangepaste/ingekorte opmaak).

woensdag 9 maart 2011

Boekbespreking 28: Beknopte verklaring van het boek Jesaja


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar H. Siliakus
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Voorwoord
De bedoeling van deze beknopte verklaring van het boek Jesaja is: Om inzicht te verschaffen in de voortgang van het Goddelijk Verlossingsplan voor de mensheid. Wat u hier wordt aangeboden, is daarom géén “algemene” behandeling van dit eerste boek van de zogenaamde “Grote Profeten”, maar een “profetische”. Naar mijn mening vragen overigens ALLE profetische geschriften van de Bijbel allereerst om een profetische verklaring. Natuurlijk kan uit de profetenboeken veel gehaald worden, dat ter ondersteuning en verklaring van allerlei geloofswaarheden dient. En vanzelfsprekend mogen en kunnen wij ook uit deze boeken veel kracht en troost putten voor ons persoonlijk geloofsleven. Maar dit mag toch niet tot gevolg hebben, dat wij verzuimen deze boeken te lezen zoals ze in de eerste plaats verstaan willen worden, namelijk als profetische boodschappen.

Om deze boodschappen te verstaan, hebben wij het licht (en inzicht) van de Heilige Geest nodig. Deze Geest zal ons “in alle waarheid” leiden en ons behoeden voor een ongeestelijke en onrechtzinnige uitleg van de profetie. Ook zal Hij (d.i. Gods Geest, de Heilige Geest) ons bewaren voor een ONGELOVIGE uitlegging, waartoe ik ook reken de verstandelijke benadering. Wat dit laatste betreft zijn er twee gevaren die wij onder ogen moeten zien.
1. Daar is in de eerste plaats het gevaar dat er schuilt in de bijna tot dogma verheven mening, dat de toekomst ons in de Bijbel alleen maar in grote lijnen wordt geschilderd (d.i. uitgebeeld) en dat wij er daarom genoegen mee moeten nemen dat alles tamelijk vaag blijft.
2. Het tweede gevaar is, dat men zich teveel verdiept in historische achtergronden. Dit heeft altijd tot gevolg, dat het profetisch getuigenis wordt afgezwakt en leidt er doorgaans toe dat men het overgrote deel van de Bijbelse profetie als reeds vervuld beschouwt, namelijk: vervuld in de tijd van het Oude Testament.
Laten wij altijd bedenken dat satan er alles aan zal doen om te verhinderen, dat in de Gemeente des Heren dat ware profetisch bewustzijn tot ontplooiing komt, dat eenmaal moet resulteren in een gereed-zijn voor de Bruiloft van het Lam (zie Matth. 25:10 en Openb. 19:7).

Over de persoon en het boek van Jesaja behoef ik niet veel te zeggen. De profeet trad op in de dagen van Jotham, Achaz en Hizkia, koningen over Juda, in de tijd dat het rijk Israël ophield te bestaan. Wat het boek betreft, beperk ik mij tot het maken van enige inleidende opmerkingen, die behulpzaam zullen zijn bij het verstaan ervan.
1. Gelet moet worden op het onderscheid dat er ook in de profetie is tussen:
• Israël (namelijk: de 10 stammen van ‘het huis van Israël’) en
• Juda (namelijk: de 2 stammen van ‘het huis van Juda’).
2. Voor ogen moet worden gehouden, dat er ten aanzien van sommige profetieën sprake is van een voorvervulling (of meerdere voorvervullingen) en een eindvervulling (doorgaans in de eindtijd).
3. Erop bedacht moeten wij zijn, dat het tot het eigene van de Bijbelse profetie behoort, dat van gebeurtenissen in de oude tijd (de zgn. Oude Bedeling) op een gegeven moment “overgestapt” wordt naar gebeurtenissen in de nieuwe tijd (de zgn. Nieuwe Bedeling).

Diverse grote profetische thema’s zullen in dit machtige en indrukwekkende Bijbelboek van Jesaja ter sprake komen. Het werk van de “Knecht des Heren” staat in dit boek van Jesaja – “de evangelist onder de profeten” – centraal. In deze gestalte herkennen wij natuurlijk onze Here Jezus Christus, maar opmerkelijk is het, dat ook het volk Israël deze naam ontvangt. En daarmee zijn wij meteen bij één van de verborgenheden die het boek bevat. Er zijn er meer. Bijvoorbeeld dat van het oude (d.i. letterlijke) en het nieuwe (d.i. geestelijke) Jeruzalem. Maar aangezien onze God ons bekend heeft willen maken de verborgenheid van Zijn wil, naar Zijn welbehagen (zie Ef. 1:9), geloven wij, dat Hij al deze verborgenheden – stukje voor stukje – voor ons zal ontsluieren. Met geen ander doel dan, om in (en door) ons allen, Zijn grote Naam te verheerlijken!

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

zondag 9 januari 2011

Boekbespreking 24: Christus in de Tabernakel


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar C.J.H. Theys,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

De historische en de geestelijke achtergrond[2]
Wij willen allereerst opmerken, dat deze beschouwing van: “Christus in de Tabernakel”, als Bijbelstudie gelijk opgaat met die van de onderscheiden “Tijdsbedelingen in het Raadsplan Gods”. Deze laatste wordt, voor de overzichtelijkheid en i.v.m. de zeer uitgebreide stof, apart verzorgd en uitgegeven. Wij mogen dan ook ten aanzien van beide studies gerust spreken van een “gelijk-opgaan-der-dingen”; dat wil zeggen, dat “de geestelijke waarden” welke wij kunnen vinden in de verschillende objekta van de “Aardse of Israëlitische Tabernakel” met betrekking tot “de historische en geestelijke achtergrond”, ook kunnen worden toegepast op de respektievelijke Tijdsbedelingen eerder genoemd. Van deze laatste wordt op pagina 9 een schets bijgevoegd ter oriëntatie.
Wij zullen in deze studie “geestelijke waarden”, “geestelijke begrippen” leren onderscheiden en verstaan, die ons tezamen een “richtsnoer” zijn, om ons te leiden tot “de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen; welker zijn de vaders, en uit welke CHRISTUS IS, zoveel het vlees aangaat, Dewelke is GOD boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen” (Rom. 9:4-5).

VOOR EEN JUIST BEGRIP van deze geestelijke waarden, is het noodzakelijk kennis te hebben van:
• ten 1ste: de verlossing, en
• ten 2de: de gang van het volk Israël in de geschiedenis.

Want de Tabernakel is, beschouwd in het “Raam der Goddelijke Profetieën”, “een profetisch bouwwerk van de hoogste orde”!
Daarom is het geboden om, voor een degelijke studie van de Tabernakel, ALLE boeken te raadplegen die Mozes heeft geschreven. Als de door God geroepen en gezonden dienstknecht, heeft hij een aantal boeken geschreven die tezamen genoemd worden: “De Pentateuch”.
Het woordje: “Penta” hierin vervat, betekent: “Vijf”. Inderdaad heeft hij 5 Bijbelboeken geschreven onder de gezegende Zalving van Gods Geest. Deze zijn achtereenvolgens:
1. Genesis,
2. Exodus,
3. Leviticus,
4. Numeri,
en
5. Deuteronomium.

Het getal 5 in de Bijbel is het “symbolisch getal” van “De Verzoening”. In dit verband dienen wij ons het volgende te herinneren:

1. De vijf (5) kudden van de aartsvader Jakob, die hij zijn broeder Ezau zond en waarvan wij kunnen lezen: “En hij vernachtte aldaar diezelfde nacht; en hij nam van hetgeen, dat hem in zijne hand kwam, een geschenk voor Ezau zijn broeder; (1) tweehonderd geiten en twintig bokken, (2) tweehonderd ooien en twintig rammen; (3) dertig zogende kemelinnen met hare veulens, (4) veertig koeien en tien varren, (5) twintig ezelinnen en tien jonge ezels. En hij gaf die in de hand zijner knechten, elke kudde in het bijzonder; en hij zeide tot zijn knechten: gaat gijlieden door, voor mijn aangezicht, en stelt ruimte tussen kudde en tussen kudde” (Gen. 32:13-16).
2. De vijf (5) ellen van het altaar: “Gij zult ook een altaar maken van sittimhout; vijf ellen zal de lengte zijn, en vijf ellen de breedte (vierkant zal dit altaar zijn), en drie ellen zijn hoogte” (Exod. 27:1).
3. De vijf (5) stenen van David: “En hij nam zijn staf in zijn hand, en hij koos zich vijf gladde stenen uit de beek, en leide ze in de herderstas, die hij had,...” (I Sam. 17:40).
4. De vijf (5) broden: “...Wij hebben hier niet, dan vijf broden... Hij zei: Brengt Mij dezelve hier... En Hij nam de vijf broden en de twee vissen,...” (Matth. 14:17 +19).
5. De vijf (5) zalen van het badwater van Bethesda: “Er is te Jeruzalem aan de Schaapspoort, een badwater, hetwelk in het Hebreeuws genaamd wordt Bethesda, hebbende vijf zalen” (Joh. 5:2).
6. De vijf (5) malen geslagen apostel Paulus: “...veertig slagen min één, vijf malen ontvangen” (II Kor. 11:24).
7. De vijf (5) wonden van Christus, waarvan de Evangeliën ons getuigen... Onderzoek de overeenkomstige plaatsen a.u.b.
8. Het vijfde (5de) zegel in het boek Openbaring (Openb. 6:9-11).

Daarom doen wij er goed aan, wanneer wij in het bijzonder acht slaan op de eerder genoemde “geestelijke waarden”, welke God, De BouwHeer, De Ontwerper, IN Zijn Tabernakel heeft gelegd. De Goddelijke Architect heeft in Zijn Profetisch Bouwwerk, Zijn Structuur, de grondslag gelegd van ALLE dingen.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-8-2009, KLIK HIER Zie vooral ook het “In memoriam”.
[2] Voor de geestelijke betekenis van de verschillende Tabernakel-objecten, zie eventueel ons Tabernakel-schema, met korte uitleg en diverse plaatjes: www.eindtijdbode.nl/korte-tabernakeluitleg-in-schema.htm

dinsdag 23 november 2010

Boekbespreking 21: De oorlog van Gog en Magog (volgens Ezech. 38 en 39)


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar C.J.H. Theys,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleidend woord
Jezus zal spoedig (weder)komen! De tekenen der tijden spreken een duidelijke taal, zij bedriegen ons niet. Als wij om ons heen zien, dan bemerken wij zelfs onder de christenen een grote mate van ongerustheid. Deze onrust is ook te bespeuren in vele “Pinksterlevens”. Wat dit ons zegt? Het is het teken van een wankel geloofsleven, een niet-geworteld-zijn in Christus, een op zandgrond gebouwd geloof in plaats van een geloof, gegrondvest op de Rotssteen. Laten wij dit voor God toch maar eerlijk bekennen, broeders en zusters. Laten wij de Here bidden: “Here, help ons, want wij gevoelen ons – als wij om ons heen zien – als die discipelen in die stormachtige nacht, en wij zullen gewis en zeker zonder U vergaan!” Ons zal, overeenkomstig Gods Woord, geschieden naar de mate van ons geloof (zie Matth. 9:29), laten wij ons daarom haasten om – in de Naam des Heren – alle twijfel terzijde te stellen en alle angst van ons af te werpen.
De wederkomst van onze Here Jezus Christus wordt voorafgegaan door en gaat gepaard met geweldige catastrofen, die deze wereld zullen treffen. Lees Matthéüs 24 en wordt overtuigd! Grote dingen, die geen mensenhand kan tegenhouden, zijn aanstaande en wij worden door de Geest (van God) Zelf gewaarschuwd aangaande al deze dingen. Wij kunnen al deze waarschuwingen lezen, herlezen, overdenken en wij kunnen er onze eigen opinie over hebben… Dit alles is mogelijk; maar laten wij toch niet alleen dit doen, laat ons ook in het oog houden wat zich afspeelt op het wereldtoneel van onze dagen en dit laatste toetsen aan het eerste. Dan zullen wij, als wij eerlijk zijn, moeten erkennen, dat “Gods Woord nimmer voorbij gaat”. Gods Woord is (als) een lamp en die lamp schijnt in de duisternis en als wij acht geven op dit immerschijnend licht behoeven wij heus niet bevreesd en angstig te zijn. Wij kunnen dan rusten in Hem, Die zegt: “Ik ben de Weg, en de Waarheid en het Leven” (Joh. 14:6).

Broeders en zusters, vele malen tevoren heb ik u al verzekerd dat Jezus’ (weder)komst niet veraf meer is en ik blijf erbij. Vele malen heb ik u te kennen gegeven dat een derde wereldoorlog dicht op handen is en… ik blijf erbij. Wij hebben het profetisch Woord, zegt de apostel en hij zegt dan, dat dit profetisch Woord zéér vast is en dat wij er goed aan doen, als wij er acht op slaan; als (op) een lamp, schijnende op een duistere plaats (zie 2 Petr. 1:19). Het is dit profetisch Woord van onze God, dat ons vertelt van een toekomstige oorlog, die gewis en zeker zal komen, alle goede wensen en schietgebeden ten spijt!!
Om al het hetgeen dat hierover geschreven is goed te verstaan, is het nuttig om eerst tezamen iets van de lotsbestemming van de volkeren in de Bijbel na te speuren. In het licht van de laatste dagen (d.i. de eindtijd) dienen wij vooral goed te weten, waar precies in Gods Bijbel wij iets over Rusland, en de plaats van Rusland in de eindtijd, kunnen vinden. In dit opzicht verdient het aanbeveling om, willen wij vertrouwd raken met de boodschap van een “profetisch boek” (en de Bijbel is zo’n profetisch Boek!), altijd allereerst vertrouwd te raken met de historische gebeurtenissen ten tijde van de betrokken profeet. In dit verband wordt aangeraden de inhoud van 2 Koningen 23 vers 30 en van 2 Koningen 25 vers 21 nauwlettend te bestuderen.

De profetie van de stervende Jakob
Allereerst moet ik u vertellen dat de algemene lering, als zouden de stammen van Israël (al de 12 stammen wel te verstaan) teruggevonden worden in het Jodendom dat wij vandaag-de-dag kennen en waarvan een zéér groot deel thans dat jonge land Palestina bevolkt, verkeerd is. Bij het naspeuren van verschillende, in dit verband passende Bijbelwaarheden zullen wij tot dit inzicht geraken. Want… de Bijbel leert ons duidelijk iets anders. Juda is namelijk maar één van de in totaal 12 stammen en als wij dit weten te onderscheiden in het profetisch Woord, dan zullen wij inzien, dat een andere interpretatie door God niet wordt getolereerd. In ieder geval hebben wij géén rekening te houden met menselijke concepties en zienswijzen hieromtrent, maar dienen wij ons te allen tijde te verlaten op het nimmerfalend Woord van de levende God.
De Joden, die wij als Joden kennen in deze tegenwoordige tijd, komen voort uit de stam Juda, maar ook Benjamin (wat letterlijk betekent: de Kleine) wordt hiertoe gerekend. Wij weten echter dat Jakob – die later, door God, “Israël” werd genoemd – 12 zonen had. Toen Jakob oud geworden was profeteerde hij en in die profetie gaf hij – onder de zalving van Gods Geest – iedere zoon bepaalde karakteristieken te kennen (lees Genesis 49 vers 1-28) die, ook in het nageslacht van iedere zoon, zouden uitkomen. Langs de profetische lijnen zouden deze zonen zich als (vele) volkeren ontwikkelen. Het is aan de hand hiervan dat wij dit tot “volkeren” uitgegroeide nageslacht van Israël kunnen terugvinden (zie noot 3).
Over de 12 zonen van Jakob (die later, van God, de naam Israël kreeg – zie Gen. 32:28), waarvan Ruben de oudste was, lezen wij in Genesis 35 vers 23-26.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-8-2009, KLIK HIER Zie vooral ook het “In memoriam”.

zondag 24 oktober 2010

Geprofeteerde vernieuwing van het geloof

.













De grote behoefte
Algemeen in onze dagen is het verlangen naar een sterk en vast geloof. De opwekkingsgolven (zoals aan het begin van de 20ste eeuw) zijn sinds lang niet meer dan enige rimpelingen in het water. Even koud en zakelijk als de gehele tegenwoordige maatschappij is, is ook de geloofsbeleving – voor zover daar dan nog van gesproken kan worden – van vele christenen. De Geesteswerkingen van weleer hebben veelal plaats moeten maken voor menselijke regelingen; en de “openbaringen” die sommigen ontvangen, hebben opvallend zelden te maken met verdieping van de kennis van het Woord van God (de Bijbel). De eenzijdigheid, die een tijdverschijnsel geworden is, viert hoogtij en heeft in de christelijke Gemeente al in vele gevallen de proporties van “valse leer” aangenomen. Levende in een tijd waarin hoegenaamd geen waarachtig geestelijk leven meer gekend wordt (wel veel “kunstmatig” en “schijnbaar” geestelijk leven) en in een wereld die aan onzekerheden en onoplosbare problemen ten onder dreigt te gaan, verlangt het waarachtige kind van God naar een krachtdadige VERNIEUWING van het geloof. Even sterk als het waarachtige kind van God uitziet naar een hernieuwde uitstorting van de Heilige Geest. Alle tegenwoordige omstandigheden hebben VERNIEUWING van het geloof tot dè grote behoefte gemaakt.

Geloofsvernieuwing en opwekking
Het verlangen naar de verkwikkende wateren van de Heilige Geest wordt op krachtige wijze onder woorden gebracht in de 42ste Psalm. Deze welbekende psalm zouden wij kunnen noemen: “een lied van de Gemeente der laatste dagen”. Eigenlijk is het, gelijk zoveel psalmen, een profetische psalm. Zij geeft ons een indruk van het leven en de strijd van de Gemeente van de eindtijd. Met andere woorden, zij geeft ons een beeld van ònze situatie, want de tijd van de laatste dagen is reeds ingegaan. Opmerkelijk is dat de verkwikking, waarom in deze psalm gebeden wordt, voorafgegaan wordt door een VERSTERKING. Nog voordat de psalm teneinde is, blijkt het geloof van de psalmist krachtig te zijn vernieuwd. Tot tweemaal toe lezen wij:
“Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven…” (Ps. 42:6 en 12, HSV).
Wij ontvangen hier de zekerheid dat, ook al is Gods tijd voor een zeker iets nog niet daar, God Zich op het gebed uit een waarachtig en oprecht hart altijd openbaart. Tevens vinden wij hier een aanwijzing, dat de geprofeteerde Spade Regen-opwekking[1] van de laatste dagen voorafgegaan zal worden door een krachtige VERNIEUWING van het geloof – in de Gemeente des Heren. Wij zullen straks nog een andere Schriftplaats noemen, die deze gedachte ondersteunt. Maar eerst zullen wij Psalm 42 aan een nader onderzoek onderwerpen en haar in profetisch licht bekijken.

Beschouwing van Psalm 42
1. Voor de koorleider, een onderwijzing van de zonen van Korach.
2.
Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!
3. Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God. Wanneer zal ik binnengaan om voor Gods aangezicht te verschijnen?
4. Mijn tranen zijn mij tot brood, dag en nacht, omdat zij de hele dag tegen mij zeggen: Waar is uw God?
5. Hieraan denk ik, en ik stort mijn ziel in mij uit: hoe ik meeging in de stoet en met hen optrok naar Gods huis, terwijl vreugdezang en lofliederen klonken: een feestvierende menigte.
6.
Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de verlossende daden van Zijn aangezicht.
7. Mijn God, mijn ziel buigt zich neer in mij, daarom gedenk ik U vanuit het land van de Jordaan en de Hermonbergen, vanuit het laaggebergte.
8. Watervloed roept tot watervloed, terwijl Uw waterkolken druisen; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengeslagen.
9. Maar de HERE zal overdag Zijn goedertierenheid gebieden; ‘s nachts zal Zijn lied bij mij zijn, een gebed tot de God van mijn leven.
10. Ik zal zeggen tegen God: Mijn Steenrots, waarom vergeet U mij? Waarom ga ik in het zwart, onderdrukt door de vijand?
11. Als een doodsteek gaat mij door merg en been het gehoon van mijn tegenstanders, omdat zij de hele dag tegen mij zeggen: Waar is uw God?
12. Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven; Hij is mijn Verlosser en mijn God.
(HSV)

Is er enige grond voor om deze psalm een “lied van de Gemeente der laatste dagen” te noemen? Laten wij, om deze vraag te beantwoorden, een korte verklaring van de eerste zes verzen geven:
Vers.2 is een uitdrukking van het verlangen van de Bruidsgemeente naar de “wateren van de Geest” (de Spade Regen-opwekking)[2]. Het verlangen naar een zodanige openbaring van God wordt “dorsten naar God” genoemd (zie vers 3).
Vers.3 heeft als kernwoord “wanneer? en geeft aan, dat de Bruidsgemeente een WACHTENSTIJD zal moeten doormaken (vergelijk Matth. 25:5).
Vers.4 toont ons dat er DROEFHEID zal zijn in/bij de Bruidsgemeente over uitblijvende verkwikking en tegelijk, dat zij STRIJD zal hebben in de wereld. Verdrukking en vervolging zal haar deel zijn, zoals ook vers 11 leert. Van die droefheid die voorafgaat aan de uitstorting van de Heilige Geest (het “wederom zien van Jezus”) sprak ook Jezus in Johannes 16:20 en 22 en ook Hij wees op het samengaan ervan met de verdrukking in de wereld (zie Joh. 16:33). Vergelijk ook Hooglied 5:7 (zie het artikel “De slaap des oordeels” uit de Tempelbode van maart 1981)[3].
Vers.5 kan worden beschouwd als de terugblik van de Bruidsgemeente op voorbijgegane tijden van opwekking (die van het “uitgaan, de Bruidegom tegemoet” – zie Matth. 25:1, SV).
Vers.6 is de weerslag in woorden van de gereedmaking van de Bruidsgemeente door VERNIEUWING VAN HET GELOOF.
Hoe duidelijk worden in deze psalm het leven en de strijd van de Gemeente van de laatste dagen weergegeven!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

H. Siliakus[4]

[1] Zie eventueel het artikel “De ‘Spade Regen opwekking’” op ons Weblog van 24 april 2010.
[2] Zie noot 1.
[3] Deze (korte) studie staat nog niet op ons Weblog vermeld, maar kan – via
info@eindtijdbode.nl – GRATIS aangevraagd worden.
[4] Uit “De Tempelbode”van december 1981. Enigszins bewerkt door A. Klein.


dinsdag 24 augustus 2010

Het paslood-oordeel

.









Een tijd van beslissing
De Schrift openbaart ons, dat in de laatste dagen van de huidige (tijds)bedeling[1] niet alleen allerlei ontwikkelingen in het laatste stadium zullen komen, maar ook, dat dit laatste stadium voor de mens het beslissende stadium wordt. De ongerechtigheid en de zedeloosheid zullen niet alleen tot een triest hoogtepunt komen, het zal er zelfs op uitlopen dat de gewetens van de mensen toegeschroeid worden (zie 1 Tim. 4:2). En zo’n dichtgebrand geweten maakt een mens onbereikbaar voor de boodschap van redding en verlossing door Jezus Christus. Het beslissende karakter van de laatste dagen van het tijdperk van Genade[2] komt vooral hierin tot uiting, dat het een tijd van scheiding zal zijn. Wij hebben dan niet op het oog scheidingen die door mensen worden bewerkt, maar een scheiding waarin God de hand heeft[3]. Op grond van een heel eenvoudige en duidelijke beoordelingsmaatstaf zal God scheiding aanbrengen. Deze maatstaf is even eenvoudig en begrijpelijk voor iedereen als de maatstaf die God in de dagen van Noach aanlegde. God maakte toen scheiding tussen “mensen IN de ark” en “mensen BUITEN de ark”. Wie aan de toorn van God wilde ontkomen, moest eenvoudig “IN de ark” zijn (beeld van het zijn: IN de schuilplaats van de Allerhoogste, zie Psalm 91). God gaat straks met een vergelijkbare maatstaf opnieuw “meten”. Voor allen van wie hun werken dan niet “vol” worden gevonden voor God, zal Christus (weder)komst – Zijn 1ste, ONzichtbare wederkomst, als Bruidegom[4] – dan zijn als de verschijning van “een dief in de nacht”.
Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Here komt als een dief in de nacht (d.i. onverwachts) (1 Thess. 5:2, HSV). “Wees dan waakzaam (SV: Waakt dan), want u weet niet op welk moment uw Here (weder)komen zal” (Matth. 24:42, HSV).
Vergelijk ook nog Openbaring 3:2-3.[5]
.
De drie visioenen van Amos
Eén van de Schriftgedeelten waarin over dit beslissend handelen van God wordt gesproken is Amos 7 vers 7-9, “Het visioen van het paslood”:
• “Dit heeft Hij mij laten zien, en zie, de Here stond op een loodrechte muur met een paslood in Zijn hand. Toen zei de HERE tegen mij: Wat ziet u, Amos? Ik zei: Een paslood. Daarop zei de Here: Zie, Ik ga een paslood plaatsen in het midden van Mijn volk Israël. Ik zal het niet langer voorbijgaan (d.i. niet langer genade hebben). Verwoest zullen worden de offerhoogten van Izak, de heiligdommen van Israël zullen worden verwoest, en tegen het huis van Jerobeam zal Ik opstaan met het zwaard.” (HSV)
Laat niemand zeggen, dat de profetieën van Amos al in de Oudtestamentische tijd zijn vervuld en dat zijn geschrift dus alleen maar “historische waarde” zou hebben. Er is ten aanzien van het Oudtestamentische Israël (zeker) sprake van een “vóórvervulling”, maar de “eindtijdvervulling” moet nog komen!
Voordat Amos dit “visioen van het paslood” kreeg, ontving hij eerst twee andere visioenen. Er blijkt een lijn van het eerste visioen naar het derde te lopen. Driemaal blijkt God voornemens te zijn geweest om gericht te houden, om over te gaan tot straffen. Maar tot tweemaal toe weet Amos God te bewegen Zijn voornemen niet uit te voeren. Hier wordt de kracht van de voorbede en de kracht van het gebed van de RECHTVAARDIGE gedemonstreerd! Zoals Abraham op de bres stond voor Sódom en Gomorra, en zoals een Mozes en een Daniël gepleit hebben voor Israël, opdat God dat volk genadig mocht zijn, zo horen wij ook Amos – tot tweemaal toe – bidden: “Here HERE, vergeef toch! Hoe zou Jakob staande kunnen blijven? Hij is immers klein! (zie Amos 7:2 en 5, HSV).
.
Misvattingen
Daar zijn met betrekking tot deze drie visioenen van Amos twee misvattingen mogelijk.
De eerste misvatting is deze:
“De voorspellingen van de eerste twee visioenen zullen nooit uitkomen.” Maar, niets is minder waar! Wij vergissen ons zeer als wij denken dat, door de voorbede van Amos, de gerichten van de eerste twee visioenen definitief van de baan zouden zijn. Weliswaar werden deze oordelen in de Oudtestamentische tijd aan het toenmalige Israël niet voltrokken, maar voor de huidige Israëlvolkeren[7] èn voor de huidige heidenvolkeren staan de zaken er nu anders voor.
In Openbaring 9:1-12 lezen wij dat de “sprinkhanenplaag” (Amos’ eerste visioen – zie Amos 7:1-3) tòch komt. Wanneer de satan uit de hemel is geworpen en hij de “put van de afgrond” zal hebben geopend, zal een legioen aan demonische machten en geweldgeesten “sprinkhanen” genaamd – de goddeloze mensheid vijf maanden pijnigen. En ook de “vuurplaag” (Amos’ tweede visioen – zie Amos 7:4-6) zal komen. In het volgende gedeelte van Openbaring 9 (vers 13-21) vernemen wij hoe het derde deel van de dan levende mensheid – door vuur, rook en zwavel – in een wereldwijde oorlog, wordt gedood. Hoe betekenisvol is het dat deze oorlog ontbrandt, nadat daartoe vanuit het Gouden Reukaltaar in de hemel bevel gegeven is (zie Openb.9:13). Dat wil zeggen dat de gebeden en voorbiddingen van de heiligen (ook die van Amos) niet langer de hellemachten zullen kunnen beteugelen. Al lijkt het dat God – op Amos’ voorbede – ervan afzag om te straffen met sprinkhanen en met vuur, toch is het niet zo. Wij kunnen stellen dat God ervan afzag in het tijdperk waarin Amos leefde, voor het oude Israël. Maar voor het laatste der dagen moeten wij wat wij lezen in Amos 7 vers 1-9 zó verstaan – en dat leert de Schriftsamenhang ons ook – dat éérst het “pasloodvisioen” vervuld zal worden (en wel: vóór de Grote Verdrukking), maar daarna zullen ook de twee andere visioenen in vervulling gaan (namelijk: aan het begin van de Grote Verdrukking).
.
Christus gaat “meten”
De tweede misvatting die kan rijzen, is:
“Het ‘paslood-oordeel’ is geen echte straf.” Het lijkt een tamelijk vredig tafereel: de Here, staande op een muur, met een paslood in Zijn hand. Maar het “pasloodvisioen” is wel degelijk een óórdeels-visioen. Het paslood-oordeel is wel degelijk een straf. Wanneer wij werkelijk weten wat Gods genade is, zal deze misvatting trouwens niet in ons op (kunnen) komen. GODS GENADE IS NOOIT EEN “DOOR DE VINGERS ZIEN” (van het volharden in zonde en ongerechtigheid – noot AK)! Dit moet men goed onthouden!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

H. Siliakus[8]


[1] De huidige (tijds)bedeling = De periode die de verhouding tussen God en mens NA Christus’ (1ste) komst aangeeft.
[2] Het tijdperk van Genade = Het tijdperk van de Gemeente en van de Heilige Geest (van in totaal 2000 jaar).
[3] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie “Drie grote toekomstige scheidingen”, van H. Siliakus.
[4] Zie eventueel op onze website de studies “De Wederkomst van Christus nader bekeken” van A. Klein en/of “Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde”, van E. van den Worm.
[5] Wees waakzaam (SV: wakende) en versterk het overige dat dreigt te sterven, want Ik heb uw werken niet vol bevonden voor God. Bedenk dan hoe u het (ware geloof) hebt ontvangen en gehoord, en houd het vast (d.i. het Woord gehoorzamen, ernaar handelen) en bekeer u. Als u dan niet waakzaam bent, zal Ik bij u komen als een dief en u zult beslist niet weten op welk uur Ik bij u zal komen.” (Openb. 3:2-3, HSV)
[6] Aartsvader Jakob kreeg, na zijn worsteling bij Pniël (zie Gen. 32:24-32), van God zelf de naam Israël. En de zonen van Jakob worden al spoedig de zonen van Israël genoemd (zie Gen. 46:8, Exod. 1:1-5) Onder Jakob kunnen we dus verstaan: De 12 stammen van Israël, genoemd naar de 12 zonen van Jakob. Zie ook nog noot 7.

[7] Veel christenen denken bij Israël en/of Israëlieten aan de Joden en bij de Joden aan Israël en/of Israëlieten. Nu is dat op zich niet verkeerd, maar Israël bestaat – nog steeds – uit 12 stammen, ook al zijn er 10 stammen die men ‘verloren stammen’ noemt. {Vanwege de lengte van deze noot: lees s.v.p. verder op de PDF}.
De 144.000 komen straks toch echt uit alle 12 stammen en dus kunnen die 10 andere stammen niet verloren zijn (hooguit – nog – onbekend bij de mensen, maar niet bij God).
• Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – het artikel "ANDER nieuws over ISRAËL – De zoektocht naar de Israëlische identiteit van ALLE 12 stammen” (dus ook van ‘de 10 verloren gewaande stammen’) van A. Klein.
[8] Uit “De Tempelbode”van december 1981. Enigszins bewerkt door A. Klein.

maandag 23 augustus 2010

Boekbespreking 15: JOHANNES – Het Boek over het leven van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van God


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleiding:
Dit laatste van de vier Evangeliën is ± 90 na Christus geschreven door de apostel JOHANNES een zoon van Zebedéüs (zie Matth. 4:21) en Salomé, een toegewijde des Heren, reeds tijdens Jezus aardse leven (zie Mark. 15:40, 16:1).
De Here Jezus noemde hem, samen met zijn broe(de)r, de apostel Jakobus, "zonen des donders" (zie Mark. 3:17). Was dit vanwege hun (aanvankelijk) om OORDEEL roepende geest (zie Luk. 9:52-56)? Toch werd deze apostel later bij uitstek “DE APOSTEL DER LIEFDE” genoemd. Zo had de Geest van Christus hem later veranderd door Zijn zaligmakende genade-werkingen. Later werd zijn bijnaam "de discipel, die door Jezus werd geliefd" of "die Jezus liefhad" (zie Joh. 13:23, 21:7).

Heeft MATTHEÜS Jezus in zijn Evangelie als de KONING VAN HET KONINKRIJK DER HEMELEN beschreven; MARKUS beschreef Hem als de DIENSTKNECHT VAN GOD, "Die Zich het oor liet doorboren" (zie Ps. 40:7-9, Exod. 21:5-6) en God dienstbaar was geweest als LAM VAN GOD om de zonde der wereld weg te nemen (zie Joh. 1:29). LUKAS beschreef Hem als de NIEUWE MENS, de 2de ADAM (zie 1 Kor. 15:45-47), Die de satan – door Zijn gehoorzaamheid aan God, zelfs tot in de dood toe (zie Filip. 2:7-8) – voor de mens overwinnen zou. JOHANNES daarentegen heeft Hem beschreven als de ENIGGEBOREN ZOON VAN GOD (zie Joh. 1:14), de HEER UIT DE HEMELEN, Die de door Hem gereinigde mens, door Zichzelf, vervullen zou met GODDELIJKHEID en VOLMAAKTHEID (zie 2 Petr. 1:4, Ef. 1:23, Jes. 60:1-3); hem/haar zo deel gevende aan Zijn eigen Lichaam (zie Rom. 8:17, 1 Kor. 12:2 en 27).
Hierdoor is dit Evangelie bij uitstek het Evangelie voor DE LAATSTE DAGEN, de tijd dus waarin wij nu leven, de tijd waarin God Zijn Gemeente, althans voorlopig een deel ervan, reeds hier op aarde, zal vervullen met Zijn VOLMAAKTHEID, namelijk Zijn BRUIDSGEMEENTE (zie Openb. 12:1, 14:5, Ef. 5:27, 1 Petr. 1:3-5).
Het is daarom niet verwonderingwekkend dat Johannes, nadat hij Jezus heeft geïntroduceerd als de geïncarneerde (d.i. de mens- of vleesgeworden) LEVENDE ZOON VAN GOD (zie hoofdstuk 1), deze ZOON VAN GOD betrekt in een BRUILOFT (zie hoofdstuk 2:1-12).

Hoofdstuk 1: De zevenvoudige introductie van Jezus Christus
I. De eerste introductie: Jezus was voor Zijn vleeswording Gods Woord; Hij was bij God en was God.
Vers 1-2: “In het begin (van de Schepping) was het Woord (er reeds), en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit (Woord) was van het begin af aan bij God”.
Jezus was en is en zal (altijd) zijn het UITGEDRUKTE BEELD VAN GODS ZELFSTANDIGHEID (zie Hebr. 1:3), DE ENIGGEBOREN ZOON VAN DE VADER (zie Joh. 1:14 + 18, 3:16 + 18), voortgekomen uit de EEUWIGHEID van het verleden; het zichtbare Deel van de ONZIENLIJKE GOD (zie Kol. 1:15, Joh. 1:18); de EERSTGEBORENE van al Gods kinderen (zie Rom. 8:29). En Gods kinderen verkrijgen hun kindschap doordat zij leden zijn geworden van Zijn Lichaam (zie Ef. 1:23). En Jezus is, na Zijn ZOENDOOD, ten behoeve van de mensen, als Hoofd van de Gemeente en als Hogepriester, gezeten aan de rechterhand van God (zie Hebr. 1:3, Filip. 2:9-11, Openb. 5:6, Dan. 7:13-14).

II. De tweede introductie: Jezus was de Schepper van hemel en aarde.
Vers 3: “Alle dingen zijn door het Woord gemaakt, en zonder het Woord is geen ding gemaakt, dat gemaakt is”.
Jezus was ook de Schepper van alle zichtbare en onzichtbare dingen (de wereld van de engelen – zie Hebr. 1:10); Die in het begin, met de Vader en de Geest, hemel en aarde schiep als de 2de Openbaringsvorm van de Godheid (zie Gen. 1:1), als het UITGESPROKEN WOORD VAN GOD (zie Ps. 148:1-6), Die door Zijn UITGEZONDEN GEEST werkt (zie Ps. 104:30, Openb. 5:6).

III. De derde introductie: Jezus is onze van God gegeven Zaligmaker.
Vers 4: “In het Woord was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen”.
Jezus is de voor de mens UIT DE DOOD OPGESTANE HEER UIT DE HEMELEN en is aan de mens door de Vader gegeven als zijn/haar Licht en Leven (zie Joh. 11:25), als zijn/haar ENIGE ZALIGMAKER (zie Hand. 2:36, 4:12, 5:31, 1 Tim. 2:5).

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009.
KLIK HIER

.

vrijdag 23 juli 2010

Boekbespreking 13: De dag van JaHWeH (De dag des Heren)


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Een inleidend woord
Wij vormen "het geslacht van de laatste dagen", dat leeft temidden van grote geestelijke krachten, die zich in deze laatste fase van de "einden der eeuwen" vormen en ontwikkelen. En het is zo dat wij, door het leven temidden hiervan èn door de genadige werkingen van de Heilige Geest – aangaande de profetische uitspraken, die deze sluitingstijd van Gods genade en bemoeienis met het zondige mensengeslacht betreffen – steeds meer licht (en dus inzicht) ontvangen. Wij gaan alles aangaande de eindtijd dan, door de praktijk van het leven en door de tijd waarin wij leven, als begenadigde kinderen Gods beter zien en begrijpen.
En hoe dichter wij het absolute einde van Gods genadetijd naderen, hoe volmaakter onze visie, door het licht (en dus inzicht) van de Heilige Geest, op dit alles wordt.
Laten wij ons daarom volkomen doen leiden door de geschreven profetieën uit de Schrift, zonder dat wij een bevooroordeeld hart hebben; zonder enig vooroordeel als gevolg van een overtuiging, gevormd door de gevestigde mening van MENSEN, hoe “wijs” deze in onze ogen ook mogen lijken, om zo, onder de voortreffelijke leiding van de Heilige Geest èn met een biddend, open hart, te komen achter de werkelijke waarheden van de, reeds vele eeuwen terug, geprofeteerde ontwikkelingen en krachten, waar wij in de laatste dagen mee te maken krijgen, namelijk met alles wat betrekking heeft op de slottaferelen (d.i. de eind[tijd]-gebeurtenissen) van Gods strijdende Gemeente/Kerk op aarde en haar vijanden van het laatste uur.
Deze korte handleiding over de eschatologische ontwikkelingen (d.i. de ontwikkelingen over het einde van de wereld en het laatste oordeel), in het licht, zoals WIJ die in de oprechte benadering van de Schriften zien, wil hiertoe een bijdrage vormen om te komen tot een volledig inzicht en verklaring van Gods profetisch Woord met betrekking tot deze laatste dagen. De Here zal Zijn Gemeente(leden), hen die een biddend, dankend en wijs hart hebben, hier zeker toe leiden.

Wat verstaat de Schrift onder “de Dag van de Heer”?
Zef. 1:14-18 is reeds eerder geciteerd (zie de complete studie!).
De Schrift verstaat hieronder dus de tijd van Gods oordelen, die in de eindtijd over de zondige Gemeente/Kerk en wereld komen. De Schrift kent 3 soorten – in sterkte steeds toenemende – Goddelijke oordelen:

1. Zegel-oordelen, waardoor 1/4 van de mensheid van ruim 6 miljard mensen (dus ± 1½ miljard) sterft.
Deze oordelen dienen om voornamelijk de ingeslapen, in zonde vervallen Christenheid tot berouwvolle bekering te brengen.
Openb. 6:8b, “En hun werd macht gegeven om te doden tot het vierde deel van de aarde (d.i. 1,5 miljard mensen), met zwaard, en met honger, en met de (gewelddadige) dood, en door de wilde beesten van deze aarde."
1 Petr. 4:17, "Want het is de tijd, dat het oordeel begint bij het huis van God (d.i. de Gemeente/Kerk); en indien het (oordeel) eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van degenen, die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?"

2. Bazuin-oordelen, waardoor 1/3 van de dan nog, na de zegel-oordelen, overgebleven mensheid van ca. 4½ miljard (dus weer ± 1½ miljard) sterft. Deze oordelen dienen om de zondige wereld – de wereldsgezinde mensen, dus ook de wereldsgezinde christenen – aan te dringen tot bekering.
Openb. 9:18, “Door deze drie (plagen) werd het derde deel van de mensen gedood, namelijk door het vuur, en door de rook, en door het sulfer (d.i. zwavel), dat uit hun monden uitging.”

3. Fiool- of schaaloordelen, waardoor de hele dan nog bestaande, antichristelijke mensheid wordt gedood.
Matth. 24:38-39, “Want gelijk zij waren in de dagen voor de zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk uitgevende, tot de dag toe, in welke Noach in de ark ging; en bekenden het (oordeel over de zonde) niet, totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam; alzo zal ook zijn de toekomst (d.i. de Wederkomst) van de Zoon des mensen.”
Openb. 19:15, “En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt de wijnpersbak met de wijn van de toorn en de gramschap van de almachtige God.”
De apostel Johannes werd – door de Heilige Geest – in de geest in deze eindtijd gebracht.
Openb. 1:10a, “En ik (d.i. Johannes) was in de geest op de dag des Heren.”
In deze studie worden slechts de zegel-oordelen behandeld.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009.
KLIK HIER

woensdag 23 juni 2010

Boekbespreking 11: LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus

.
Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleidende woorden:
In het Evangelie naar de evangelist Lukas zien wij de Here Jezus uitgebeeld als de Zoon van de mens (uit het zaad van David, naar het vlees – zie Rom. 1:3), als de NIEUWE MENS in God, als het Nieuwe Creatuur (of Schepsel). En uiteraard is elke Nieuwe Creatuur een priester van God, omdat hij in gemeenschap treedt èn is met God. Juist deze gemeenschap geeft de Nieuwe Creatie (of Schepping). En door en in die gemeenschap met God is het Nieuwe Schepsel een priester, die tussen God en de in zonde vervallen mens staat. Daarom is het Evangelie naar Lukas in de eerste plaats een openbaring van Jezus Christus als de wonderbare Hogepriester van God, omdat Hij hier wordt geopenbaard als de Zoon van de mens, de eerste onder de Nieuwe Scheppingen Gods. Wat nu, ook geestelijk gesproken, voor het Hoofd (d.i. Jezus) geldt, geldt ook voor het Lichaam (d.i. voor de ware christenen). Het is dus ook een Boek van de christen als een koninklijke priester, die priester kan zijn, omdat Hij, Jezus Christus, de Hogepriester is. Het is het Boek van de NIEUWE MENS, omdat hij in gemeenschap leeft met die wonderbare Hogepriester en Heiland, waardoor die NIEUWE MENS ook een kanaal KAN zijn van Gods genadestromen ten behoeve van het volk van God.
Dit eerste hoofdstuk toont ons in het bijzonder de poortopening van bekering tot het NIEUWE LEVEN.
Wij willen dit Bijbelboek bezien in het licht van de Israëlitische Tabernakel. Zouden wij kunnen naderen tot dat toenmalige heiligdom, dan zouden wij eerst een poort binnengaan, om dan te komen op heilige grond. Dit is eveneens het geval als wij dit Evangelie met gepaste eerbied en biddend beginnen te lezen.
De kleuren van Jezus’ Wezen worden door die poort ten toon gespreid; namelijk: scharlaken, hemelsblauw, purper en wit. Juist dit witte beeldt de reinheid uit, die kenmerkend is voor die NIEUWE MENS. Het purper doelt op het Koningschap van de Here Jezus Christus, dat in het Evangelie naar Matthéüs tot uitdrukking komt. Dat scharlaken toont het Knechtschap van Gods Zoon, Zijn willen sterven voor de in zonde vervallen mensheid, gelijk de Vader het Hem vroeg, al vóór de grondlegging der wereld. Dit wordt ons in het Markus-Evangelie verteld. Het hemelsblauw vertelt ons van Jezus als Zoon van God, hetgeen door het Johannes-Evangelie wordt weergegeven.
De kleur van Jezus, door Lukas in zijn Evangelie weergegeven, is dus WIT. Hij is die REINE NIEUWE MENS en HOGEPRIESTER.
Lukas 1 vers 1-4: “Aangezien velen getracht hebben, om in (goede) orde een verhaal op te stellen van de dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben; gelijk ons overgeleverd hebben (degenen), die van het begin af aan zelf aanschouwers (d.i. ooggetuigen) en dienaars van het Woord geweest zijn; zo heeft het ook mij goed gedacht, hebbende alles van voren af aan nauwkeurig onderzocht, vervolgens aan u te schrijven, voortreffelijke Theófilus! Opdat gij mocht kennen de zekerheid van de dingen, waarvan gij onderwezen zijt”.
Hier heeft Lukas, de geneesheer en later evangelist, geschreven aan een zekere Theófilus. Deze laatste is een verzonnen naam, want “Theófilus” wil in het Grieks niets anders zeggen dan “zoon van God”. Hij heeft dit Evangelie dus gericht tot elke zoon van God, aan elk voortreffelijk (lees: oprecht) kind van God. En het doel van de evangelist is om ermee geloofszekerheid te brengen in het hart van elk kind van God.

De geboorte-aankondiging van Johannes de Doper
Nu zullen wij het verhaal onder de loep nemen van de geboorte-aankondiging van Johannes de Doper. Johannes de Doper is een bekeringsprediker. Hij riep het volk van Israël, het Jodendom wel te verstaan (namelijk van de stam Juda, waarin ook de stam Benjamin opgenomen was), tot bekering. Hij was gekomen in de geest van Elia, de profeet die Israël tot bekering riep, nadat het (geestelijk) was afgedwaald en Baäl had gediend door toedoen van koningin Izebel, de vrouw van koning Achab van Israël.
De Baäl-godsdienst is in feite een natuurgodsdienst. Nader beschouwd wil de Baäl-godsdienst zich uitleven in wereldse lusten, de wereldse zin wordt erin botgevierd. De Baäl-cultus (d.i. de verering van Baäl, een afgod) droeg een losbandig karakter, waarbij de vruchtbaarheid werd vergoddelijkt.
Elia riep Israël van Baäl weg – van de wereldse, losbandige levensstijl waar het Israël van zijn tijd in vervallen was – terug naar JaHWeH-God. Hij riep hen tot de LEVENDE God en Here, de God van reinheid, ingetogenheid en gerechtigheid. Aldus was Elia en aldus was deze Johannes de Doper.
Wij lezen nu, dat God de geboorte van deze Johannes de Doper aankondigde. Al wat recht en goed is komt uit God. God is het, Die ons tot bekering roept. Wij komen niet tot God zonder deze roep tot bekering; en Hij gebruikt hiertoe de mond van de bekeringsprediker.
De bekeringsprediker is een geschenk van een liefhebbende God aan mensen die in de zonde verdwaald zijn. God in Zijn ontfermingen vult hem met de Geest, Die tot bekering roept. Hij is een spreekbuis van de roepstem, die uit Gods hart komt.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009.
KLIK HIER


woensdag 9 juni 2010

Boekbespreking 10: De mannelijke zoon in het boek ESTHER

.
Een Bijbelstudie van H. Siliakus,
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.


Een vergelijking
In het boek Esther is Mordechai de figuur die direct naast de sleutelfiguur Esther staat. Esther is enigszins passief, Mordechai actief. De betekenis van de naam Mordechai is “kleine man” of “manneke”. Het blijkt bij het lezen van dit boek, dat Mordechai’s optreden inderdaad doet denken aan de “mannelijke zoon” van Openbaring 12, die ook wel het “manneke” genoemd wordt.
In het verleden werden er reeds vergelijkingen gemaakt tussen deze mannelijke zoon en achtereenvolgens Jezus en Mozes (zie: rev. W.H. Offiler, “God en Zijn Bijbel”, blz. 460-463; rev. C.J.H. Theys, “Die is en Die was en Die komen zal”, blz. 246-249 en “Heidenvolken in profetisch licht”, blz. 42-45, alsmede het artikel in de serie “Profetische horizon” in het blad “Het Volle Evangelie” van dec. 1959) .
Overeenkomsten tussen deze drie betreffen onder andere:
• de Goddelijke bewaring,
• het verlosserschap, en
• het heerser en strijder zijn.
Bij een vergelijking van Mordechai met de mannelijke zoon komen wij deze kenmerken eveneens tegen. Openbaring 12 vers 5 leert ons:
1.
dat de mannelijke zoon wordt bewaard of “weggerukt tot God”, en
2. dat hij de heidenen zal hoeden met een ijzeren roede,
3. terwijl Openbaring 14 vers 1 hem toont – in de gedaante van de 144.000 verzegelden –
als overwinnaar en heerser met Christus.
Laat ons nu zien hoe deze drie kenmerken in het leven van Mordechai naar voren komen.

1. Mordechai werd bewaard.
Hij werd door God behoed en bewaard tegen de moordzucht van Haman, die hem haatte. God leidde het zo, dat Mordechai aangenaam werd bij de Perzische koning (zie Esth. 2:21-23 en 6:1-10) en dat Haman bij de koning in ongenade viel (zie 7:5-8), waardoor deze Haman zelf aan de door hem voor Mordechai opgerichte galg kwam te hangen (zie 7:9-10).

2. Mordechai werd middel tot verlossing.
Hij werd de verlosser voor de Joden in die tijd (inclusief Esther – zie 4:13). Hij was evenzeer een verlosser en bevrijder, zoals Mozes dat eerder was voor het gehele volk Israël. Zijn verlosserschap blijkt uit het volgende: God bestelde het zo, dat zijn nicht Esther, die hij opgevoed had, koningin-gemalin van Ahasveros werd (zie 2:15-18); voorts is het Mordechai, die Esther over het duivelse plan van Haman inlicht, haar dwingt in actie te komen en haar daarbij steunt (zie 4:7-8, 13-14 en 15-17); tenslotte zien wij hoe Mordechai
• na de ontdekking van het complot tegen de Joden (door Esther aan Ahasveros bekend gemaakt) “premier” wordt in de plaats van Haman (zie 8:2),
• de verlossende tegen-wet voor de Joden opstelt en
• de leider van de verdedigings-aktie wordt (zie 8:9, 9:3-4).

3. Mordechai werd (mede-)heerser en strijder.
Hij werd medeheerser naast Ahasveros. Hij kreeg de rang van eerste vorst (d.i. een “premier”), zoals wij al opmerkten (zie Esth. 8:2) en behield die (zie 10:2-3). Hij had de leiding in de strijd van zijn volk voor hun behoud (zie 9:3-4). Dat de Joden hem als hun leider beschouwden, blijkt ten overvloede uit het feit, dat hij het bevel kon geven voor de instelling van het Purimfeest (zie 9:20-23).

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

zondag 23 mei 2010

Boekbespreking 9: Een ANDER geluid - Wie is de VROUW uit Openbaring 12 ?


Een artikel van A. Klein,
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

“En er werd een GROOT TEKEN gezien in de hemel; namelijk een VROUW, bekleed met de zon, en de maan was onder HAAR voeten, en op HAAR hoofd een kroon van twaalf sterren; 2 En ZIJ was zwanger, en riep, barensnood hebbende, en zijnde in pijn om te baren. 3 En er werd een ander teken gezien in de hemel; en ziet, er was een grote rode draak, hebbende zeven hoofden, en tien hoornen, en op zijn hoofden zeven koninklijke hoeden. 4 En zijn staart trok het derde deel van de sterren des hemels, en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de VROUW, die baren zou, opdat hij HAAR kind zou verslinden, wanneer ZIJ het zou gebaard hebben. 5 En ZIJ baarde een mannelijke zoon, die al de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede; en HAAR kind werd weggerukt tot God en Zijn troon. 6 En de VROUW vluchtte in de woestijn, alwaar ZIJ een plaats had, HAAR van God bereid, opdat zij HAAR aldaar zouden voeden duizend tweehonderd zestig dagen (d.i. 3½ jaar). … 13 En toen de draak zag, dat hij op de aarde geworpen was, zo heeft hij de VROUW vervolgd, die het manneke gebaard had. 14 En (aan) de VROUW zijn gegeven twee vleugels (als) van een grote arend, opdat zij zou vliegen in de woestijn, in haar plaats, alwaar zij gevoed wordt een tijd, en tijden, en een halve tijd (d.i. 3½ jaar), buiten het gezicht van de slang. 15 En de slang wierp uit haar mond achter de VROUW water als een rivier, opdat hij HAAR door de rivier zou doen wegvoeren. 16 En de aarde kwam de VROUW te hulp, en de aarde opende haar mond, en verzwolg de rivier, welke de draak uit zijn mond had geworpen. 17 En de draak vergrimde op de VROUW, en ging heen om krijg (d.i. oorlog) te voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden Gods bewaren, en het getuigenis van Jezus Christus hebben.” (Openb. 12:1-6 en 13-17, SV)

Om te beginnen: DEZE VROUW is en kan (in het licht van de Bijbelse profetie en de openbaring van Gods Geest) niemand anders zijn dan “de Bruid van het Lam van God”. Zij is die glorieuze Gemeente, waarvan de Heilige Geest spreekt in Efeze 5 vers 27: “een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar die heilig en onberispelijk is”! Met andere woorden: zij is hier “volmaakt geworden”, zondeloos, doordat zij gekomen is “tot de mate van de grootte van de volheid van Christus” (zie Ef. 4:13b).
Kan dit waar zijn? Ja, en ALLEEN omdat “de volheid van de Godheid Lichamelijk” in haar woont (zie Kol. 2:9, Ef. 3:19b, 4:13b). En dit wordt gesymboliseerd door die zon, maan, en die sterren (uit Openb. 12:1)! Respektievelijk het beeld van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Wie de VROUW uit Openbaring 12 NIET is
1.
Velen zien in deze “VROUW” het volk ISRAËL en in de “mannelijke zoon” de CHRISTUS.
Ten eerste: Het volk Israël was – als volk in het verleden – nooit, en bij de geboorte van Christus in het geheel niet, in zulk een staat van heiligheid en heerlijkheid gebracht, als hier (in Openb. 12:1) beschreven.
Ten tweede: Johannes moest bij het aanschouwen van de visioenen (of: gezichten – zie noot[1]) op Patmos schrijven over “hetgeen IS en hetgeen geschieden zal NA DEZEN (dit is: NA dit ogenblik – zie Openb. 1:19). De beelden van deze openbaringen van Christus betreffen dus IN HET GEHEEL NIET gebeurtenissen uit het VERLEDEN, zoals de geboorte van de Heiland er één is. Bovendien werd Christus na Zijn geboorte helemaal niet “weggerukt tot God en Zijn troon” (zie Openb. 12:5b). Jezus werd wel ongeveer 2 jaar na Zijn geboorte (zie Matth. 2:16) weggebracht naar EGYPTE om de moordende hand van Heródes te ontlopen (zie Matth. 2:13-18).

2. Anderen noemen deze “VROUW” inderdaad de Gemeente (of: de Gemeente-van-alle-tijden), maar haar zoon de CHRISTUS!
Ten eerste: De Gemeente bestond bij de geboorte van Christus nog helemaal niet, maar ontstond pas bij de eerste Pinksterdag.
Ten tweede: Christus is in het geheel niet voortgekomen uit de Gemeente, maar het OMGEKEERDE is waar! De Gemeente is voortgekomen uit Christus!

3. Weer anderen zien in deze “VROUW” Maria, de moeder van Jezus, en in haar zoon, de CHRISTUS.
Hoewel Maria waarlijk wel een heilig en ingetogen leven had geleid, voldoet zij toch niet aan dit grootse beeld van Openbaring 12 (zie noot). Vooral ontbrak aan haar aardse leven “de 12-sterrige kroon”, beeld van de machtige werken in de kracht van de Heilige Geest, dat reiken zou tot aan de einden der aarde (3 x 4 – zie noot)!
Bovendien zijn én Maria én de onvolprezen geboorte van de Christus ZAKEN UIT DE VERLEDEN TIJD en hier dus NIET terzake doende! (Want er staat, zoals al eerder vermeld, duidelijk in Openbaring 1:19 geschreven: “hetgeen IS en hetgeen geschieden zal NA DEZEN").

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1]
En deze Openbaring (dit “gezicht”) kreeg Johannes ongeveer 90 na Christus. Dus vele jaren NA de geboorte, en zelfs vele jaren NA het sterven en de hemelvaart van Christus.

zondag 9 mei 2010

Boekbespreking 8: De visioenen van Zacharia, en de geestelijke betekenis ervan voor de Bruidsgemeente


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleidend woord
De profeet Zacharia, optredend ongeveer 560 vóór Christus, dacht abusievelijk dat hij al in de eindtijd leefde en dat de openbaring van het Koninkrijk van God op aarde aanstaande was. Zijn geest leefde – door Gods genadewerking – in deze pre-millennium tijd (de tijd vóór het 1000-jarige Rijk), omdat de Heer hem wilde gebruiken als profeet van Zijn geheimenissen, die in de volheid der tijden (d.i. de eindtijd) door Hem zal worden verwezenlijkt.
Zacharia had deze verborgenheden van God, die betrekking hebben op de door de Heilige Geest te vormen Bruid van Gods Lam – d.i. de volmaakte Gemeente van de eindtijd, die in Openbaring 12 vers 1 door middel van een visioen aan de apostel Johannes was gegeven – via een reeks visioenen van God ontvangen en bekend gemaakt, zowel aan zijn tijdgenoten, als ook neergeschreven, zodat wij ze nu ook kunnen lezen en bestuderen. Zelf heeft Zacharia de diepgeestelijke inhoud van zijn visioenen waarschijnlijk niet begrepen.
Aan ons nu, die in de eindtijd leven, heeft de Geest van God deze visioenen willen openbaren, opdat ze ons tot een leidraad strekken en tot een instructie en bemoediging bij de dingen, die de Almachtige in de eindtijd bewerkt. Daartoe strekkende, dat de Bruid van Gods Lam tot stand komt.

De desolate (ontredderde) staat van de Gemeente/Kerk in de eindtijd
Het volk Israël heeft aan den lijve moeten ondervinden, wat door Mozes werd geprofeteerd, als zij niet wilden gehoorzamen aan het Woord van de LEVENDE God. Zij hadden – bij monde van Mozes – van Gods zegen en Zijn vloek gehoord; zegen, wanneer zij God zouden gehoorzamen, en vloek, wanneer zij van God afvallig zouden zijn.
De Joden hadden de straf op hun afdwaling (van God) letterlijk moeten ondervinden; ze waren net terug uit de 70-jarige Babylonische ballingschap! “En nu”, profeteerde Zacharia, “is het Godsrijk aanstaande” (zo dacht hij). Hij riep het volk van teruggekeerde Joden daarom op tot waarachtige bekering, opdat zij deel mochten hebben aan dit Koninkrijk van God!
Laten wij dit vergelijken met Matthéüs 4 vers 17b: “Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.”
Dezelfde Geest, Die de mensen toen (in de dagen van Zacharia) opriep tot waarachtige bekering, spreekt ook hier. En NU is het waarlijk zo ver! Het Koninkrijk van God, het 1000-jarige Vrederijk, staat werkelijk voor de deur! Als wij de tekenen van onze tijd eerlijk in beschouwing nemen, dan kondigen die dit Koninkrijk aan!
Één van de duidelijkste tekenen van Zijn naderende wederkomst en de vestiging van het Koninkrijk van God op aarde is wel de terugkeer van het volk Israël in Palestina, hetgeen ons in een gelijkenis is medegedeeld door onze Here Jezus Christus (zie Matth. 24:32-34). De Here openbaart ons hier, dat het geslacht, dat dit teken zal zien gebeuren, geenszins voorbij zal gaan, of Zijn wederkomst zal een feit zijn. Hij komt dus terug gedurende het leven van onze HUIDIGE generatie, die de vervulling van deze profetie ziet gebeuren!
Wij gaan nu over tot het beschouwen van de wonderlijke visioenen, die Hij Zacharia heeft willen tonen en die ons stuk voor stuk vertellen van Gods verborgenheden, die in de eindtijd (d.i. het einde van deze huidige wereld) geopenbaard en GEREALISEERD moeten worden. Ze vertellen ons van de wonderbaarlijke (Bruids)Gemeente van God in de eindtijd, van een wereldwijde opwekking en de vestiging van dat heerlijke Godsrijk (het 1000-jarig Vrederijk)! Want de verborgenheid van God zal vervuld worden!
“Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij bazuinen zal, zo zal de verborgenheid Gods vervuld worden, gelijk Hij Zijn dienstknechten, de profeten, verkondigd heeft.” (Openb. 10:7)
“Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zal zijn vrouw aanhangen; en zij zullen tot één vlees wezen. Deze verborgenheid is groot; doch ik zeg dit, ziende op Christus en op de (Bruids)Gemeente. (Ef. 5:31-32)
Ten dage, dat de 7de oordeelsbazuin van God op deze wereld zal worden gehoord (zie Openb. 11:15-19) zal Gods verborgenheid (Openb. 12:1) vervuld worden, een – in eerste instantie – nog verborgen genadewerking van God, die in de vorming van de Bruid van Christus zal resulteren, waarna de Bruiloft van het Lam van God op deze aarde zal plaats vinden (zie Openb. 19:7-9): een EEUWIGE verbintenis van de (nog steeds op aarde) LEVENDE Bruid van het Lam en de LEVENDE Bruidegom, onze Here Jezus Christus! De LEVENDE Goddelijke Bruidegom zal door de wereld niet worden gezien, maar des te meer Zijn krachtdadige invloed en werkingen door Zijn vervolmaakte Bruid heen, die resulteren zullen in de machtige Spade-regen-opwekking van de eindtijd en in al die heerlijke geprofeteerde dingen Gods, die ten tijde van het blazen van de zevende bazuin een feit zullen zijn.
Welnu, Zacharia zag in visioenen HOE de verborgenheid van God zou worden vervuld. De visioenen tonen in étappes de vervulling van deze verborgenheden aan.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009.
KLIK HIER


zaterdag 10 april 2010

Podium en Gemeente - deel 10

.

Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.





Voor ALLE duidelijkheid:
Dit 10de hoofdstuk moet men NIET los zien van alle voorgaande 9 hoofdstukken van “Podium en Gemeente”, anders zou men een verkeerd beeld van de inhoud kunnen krijgen.

Hoofdstuk 10 (zie noot 1)
De verborgenheid van de ONgerechtigheid – de valse arbeiders

Valse christussen
De tijd is rijp om, ten aanzien van dit profetisch onderwerp uit de Bijbel, de sluier te lichten. Daar is ontzaglijk veel hierover te schrijven, maar toch zal ik mij bepalen tot de hoofdlijnen, terwijl ik het verdere BIDDENDE onderzoek gaarne aan u overlaat.
Wij zullen het allen eens zijn, wanneer wij op de voorgrond stellen, dat wij in zeer gevaarvolle tijden leven, die een aanvang namen met de opmars van het communisme. Hoe godslasterlijk deze beweging[2] ook is, zij is toch meer ingesteld op het maatschappelijke, politieke vlak. Aangezien dit NIET het terrein is van de Gemeente van onze Here Jezus Christus, zullen wij ons ook niet wagen aan een dieper onderzoek van deze beweging. Wij willen onze blik liever richten op iets anders, iets dat in wezen nog veel gevaarlijker is dan bovengenoemde (communistische) beweging. Als wij het duidelijk en eenvoudig mogen neerschrijven, komt één en ander op het volgende neer:
Daar is behalve een “politiek communisme” ook nog een soort “geestelijk communisme” – dat de Gemeente, als het Lichaam van Christus, als werkterrein heeft – met als beoogd doel: de Gemeente des Heren te beroven van de rijkdom van haar geestelijk bezit. O, wij dienen in deze dagen VOORTDUREND voorzichtig te wandelen, want de duivel, die weet dat hij nog maar een korte tijd heeft, heeft nagenoeg een einde gemaakt aan zijn openbaring “als een brullende leeuw” (zie 1 Petr. 5:8) en is allang begonnen met het zich manifesteren “als een engel van het licht” (zie 2 Kor. 11:14). Het is met het oog hierop, dat de waarschuwing van de apostel Paulus, gegeven aan de ouderlingen te Efeze, een grote, niet te onderschatten profetische waarde heeft VOOR ONS, “tot wie het einde van de (huidige) wereld gekomen is” (1 Kor. 10:11, HSV).
“Wees dan op uw hoede wat uzelf betreft, en (op) heel
de kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft, om de gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.” (Hand. 20:28, HSV)

Valse Pinksterstromingen
De stromingen in ons hedendaagse Pinksteren[3], die ik in het afgelopen jaar (geschreven omstreeks 1965, maar m.i. ook nu nog zeer actueel – noot AK) van zeer nabij heb mogen gadeslaan en waaraan ik – voor een dieper onderzoek – aan de hand van Gods Woord bijzondere aandacht heb besteed, hebben mij in mijn overtuiging, die ik van de Heilige Geest ontvangen heb en niet van mensen, alleen maar gesterkt. Ja, meer nog! Deze hebben mij ervan overtuigd dat wij het tijdperk van de “valse christussen” reeds zijn binnengetreden…..
Direct wil ik hierbij aantekenen dat het zeker niet mijn bedoeling is om in dit bestek uit te wijden over de door mij – hier in Amerika[4], overal waar mij de gelegenheid geboden werd – meegemaakte grote “opwekkings-bijeenkomsten” (?), noch over de personen, die als leiders daarbij betrokken waren, en nog zijn. Ik vraag slechts uw aandacht voor wat zich nu, in onze tijd, afspeelt op het “Pinkster-toneel” (dat is: in die Gemeenten waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt)… Dit is op zichzelf al meer dan genoeg en alle aandacht en onderzoek, met de Bijbel als richtsnoer, ten volle waard.
Als wij een open hart hebben, vrij van alle vooroordelen, sympathieën of antipathieën, dan zullen wij geestelijk bekwaam zijn om door de Heilige Geest geleid te worden in ALLE waarheid. Zo doende zullen wij in staat zijn om, kijkende door de brillenglazen van het profetisch Woord van God, gewaar te worden welke soort crises (meervoud!) zich vandaag-de-dag aan ons voordoen. U zult hoe langer hoe meer (leren) inzien, mijn broeder en mijn zuster, dat u – als u de waarheid (d.i. Gods waarheid) wilt verstaan – uw eigen ogen niet meer kunt vertrouwen, maar dat u moet “zien” met de ogen van Gods Geest, zeker wat het profetisch Woord van God aangaat!
Elke crisis, zowel in uw eigen leven alsook in het gemeentelijk leven, moet u dringen tot een dieper onderzoek van Gods (profetisch) Woord. Hemel en aarde zullen voorbij gaan, maar het Woord van God blijft tot in der eeuwigheid! Amen.
Op dit Woord kunt u bouwen, OVERAL en ALTIJD. Zij, die (volkomen) op het Woord van God bouwen en vertrouwen zullen niet overweldigd kunnen worden door satan en zijn machten[5]. Gelooft u dat? Zo ja, dan bent u gelukzalig en dus (zeer) te prijzen! Want, (alles) wat “verborgen” is wordt geopenbaard! Elke “verborgenheid” komt tot openbaring langs de profetische lijnen van het Woord van God… God Zelf is de Bron van ALLE openbaring; Jezus als Gods Zoon is de Drager of Mededeler van die openbaring, terwijl de 3de Persoon (beter gezegd: de 3de Openbaringsvorm[6]) van de Godheid, zijnde de Heilige Geest, het Einde of de Volmaking is van alle openbaring. Dit zal u overtuigen van het feit dat wij ALTIJD afhankelijk zijn van de 3-Enige God (beter gezegd: van de 3 Openbaringsvormen van God – zie noot 6), in het bijzonder als het aankomt op de ontsluiering van enige “verborgenheid”.
Naast “de grote verborgenheid” in Efeze 5 vers 32a, het “geheimenis” of “de verborgenheid” van het huwelijksleven, “met het oog op Christus en de Gemeente” (zie Ef. 5:32b, HSV), lezen wij in de Bijbel ook nog van “de verborgenheid van de ONgerechtigheid” (zie 2 Thess. 2:7) en/tegenover “de verborgenheid van de gerechtigheid”. Deze beide “verborgenheden” beginnen tegelijk in het boek Genesis en lopen, als twee profetische lijnen, parallel door de gehele Bijbel heen tot in het boek Openbaring. De laatste (namelijk: “de verborgenheid van de gerechtigheid”) vindt haar climax in Openbaring 12[7] en de eerste (namelijk: “de verborgenheid van de ONgerechtigheid”) in Openbaring 17[8].
Gods voornemen en plan is:
“om de Gemeente in al haar heerlijkheid voor Zich te plaatsen, zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar heilig en smetteloos.” (Ef. 5:27, HSV)
Het is deze Bruidsgemeente, die door de apostel Johannes op Patmos gezien werd als “een groot teken in de hemel: een vrouw[9], bekleed met de zon en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren[10] (Openb. 12:1). De duivel werkt als een imitator, als de “grote na-aper” in Gods Plan der Eeuwen, en zijn duivels werk werd door Johannes als volgt gezien:
“En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, dat vol van godslasterlijke namen was,… En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud en edelgesteente en parels, en ze had een gouden drinkbeker in haar hand, vol van gruwelen en van onreinheid van haar hoererij. En op haar voorhoofd stond een naam geschreven, een geheimenis (SV: verborgenheid): het grote Babylon, de moeder van de hoeren (SV: van de hoererijen; namelijk GEESTELIJKE hoererij, d.i. afgoderij) en van de gruwelen van de aarde.” (Openb. 17:3b-5, HSV)
Waar de apostel des Heren “ijverig was met een ijver Gods, om de Gemeente toe te bereiden, om haar ALS EEN REINE MAAGD voor te stellen aan een Man, namelijk aan Christus” (zie 2 Kor. 11:2), daar is de duivel bezig om door “oogverblindende versieringen” zijn vrouw (door God “de grote hoer[11] genoemd! – zie Openb. 17:1) aan de mensheid voor te stellen als “de ware kerk”. En zo betoverend was inderdaad haar satanische schoonheid dat Johannes “zich bovenmate verbaasde toen hij haar zag”! (zie Openb. 17:6b). De engelachtige boodschapper bracht Johannes tot bezinning met deze woorden: “Waarom verwondert u zich?” (Openb. 17:7a).
Vandaag-de-dag zien wij (vele) vertoningen, betogingen en massa-bijeenkomsten, die ons allemaal brengen tot grote verwondering. Laat niemand zeggen er ongevoelig voor te zijn! Wij moeten allereerst beginnen om eerlijk te zijn tegenover onszelf! Als wij op de massa blijven zien dan zullen wij op een gegeven ogenblik “overweldigd” worden, wij zullen er door geïmponeerd worden. Maar “Bijbels geloof” is nooit gericht op de massa; Bijbels geloof houdt zich niet bezig met wat het oog ziet. Integendeel, wij lezen:
Door het geloof heeft Noach, toen hij een Goddelijke openbaring ontvangen had van DE DINGEN DIE NOG NIET TE ZIEN WAREN, uit ontzag voor God de ark gebouwd…” (Hebr. 11:7a, HSV)
Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam geweest om weg te gaan naar de plaats die hij tot een erfdeel ontvangen zou. En hij is weggegaan ZONDER TE WETEN WAAR HIJ KOMEN ZOU.” (Hebr. 11:8, HSV)
Door het geloof heeft Izak zijn zonen Jakob en Ezau gezegend, MET BETREKKING TOT TOEKOMSTIGE DINGEN.” (Hebr. 11:20, HSV)

KLIK HIER om deze studie (deel 10, en tevens het laatste deel) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen![12]

CJH Theys[13]


[1] Vermeld bij de 1ste uitgave, onder redactie van E. van den Worm: Wij, als redactie hebben de vrijheid genomen om aan deze studie een al eerder uitgegeven werk van br. Theys, met de titel: “DE VERBORGENHEID VAN DE ONGERECHTIGHEID”, als hoofdstuk 10 toe te voegen.
[2] Deze oorspronkelijke studie (zie noot 1) is geschreven omstreeks 1965.
[3] In Pinksteren = In die Gemeente(n) waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt. De schrijver spreekt in dit 10de hoofdstuk van deze studie vooral (als waarschuwing) tot de “eigen parochie”. Maar de inhoud van deze studie zal ongetwijfeld ook voor andere Gemeenten en/of christelijke groeperingen (kunnen) gelden.
[4] Br. Theys heeft een aantal jaren les gegeven aan de Bethel Temple Bijbelschool in Seattle te Amerika, waartoe hij was gevraagd, om daar met name het vak “Tabernacles” te gaan doceren (vanwege zijn diepe inzicht in de symboliek van de Tabernakel). Zie eventueel – op onze website http://www.eindtijdbode.nl/ – zijn uitgebreide studie “Christus in de Tabernakel”.
[5] Zie eventueel op onze website de studie: “De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd” van E. van den Worm.
[6] In Deut. 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God; de HEERE is één! (dus één Persoon!) (HSV).
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (d.i. geslagen) (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een EENheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit drie personen bestaat, is een dwaling. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
1. de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
2. de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
3. de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest.
• Zie eventueel nog de studie: “De natuurlijke mens en de Heilige Geest” van CJH Theys.
[7] Zie eventueel op onze website de studie: “Een ANDER geluid – Wie is de VROUW uit Openbaring 12?” van A. Klein.
[8] Zie eventueel op onze website de studie: “De valse staatskerk van de laatste dagen – De grote hoer van Openbaring 17” van E. van den Worm.
[9] Zie noot 7.
[10] Wij willen hier ook de zon, maan en sterren nader beschouwen. In het licht van Bijbelse profetie kunnen wij alsdan het volgende vaststellen:
• De “zon” is nog altijd het symbool van de Heerlijkheid Gods, van de Vader, als de 1ste “Persoon” (beter gezegd: de 1ste Openbaringsvorm – zie noot 6) van de Godheid.
• De “maan” is nog altijd het symbool van het gebroken Lichaam en uitgestorte Bloed van de Here Jezus, de Zoon van de levende God en de 2de “Persoon” (beter gezegd: de 2de Openbaringsvorm) van de Godheid – de Centrale Figuur.
• De “sterren” in hun menigvuldigheid zijn het symbool van (de veelvuldige gaven van) de Heilige Geest, de 3de “Persoon” (beter gezegd: de 3de Openbaringsvorm) van de Godheid. De 12 sterren wijzen hier ook op 12 met Gods Geest vervulde personen – kinderen Gods – die hier dienen te worden onderscheiden als degenen, aan wie het “leiderschap” in de tijd van het einde gegeven is. Openbaring 1:20b schenkt ons in deze het nodige licht.
[11] Zie noot 8.
[12] Voor deel 1 t/m 9 van “Podium en Gemeente”, zie ons Weblog van 4/6, 10/7, 10/8, 10/9, 10/10, 10/11, en 10-12-2009, 10/1, 10/2 en 10-3-2010.
[13] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog van 23-8-2009.