Posts tonen met het label opwekking. Alle posts tonen
Posts tonen met het label opwekking. Alle posts tonen

woensdag 9 februari 2011

Boekbespreking 26: De 7 donderslagen van Openbaring 10:3


Ee
n Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1],
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

De 7-voudige overwinning van Jezus, de Leeuw van Juda, over zonde en satan in Gemeente (Kerk) en wereld in de laatste dagen.
Openb. 10:1 “En ik zag een andere sterke Engel nederdalen uit de hemel, bekleed met een wolk, en de regenboog was op Zijn hoofd en Zijn gelaat was als de zon en Zijn voeten waren als zuilen van vuur,”
Hier zien wij de Engel van het Bloedverbond (zie Mal. 3:1 en Openb.1:12-18), onze Here Jezus Christus, onzichtbaar voor het mensenoog en in de volle kracht van de Heilige Geest in de eindtijd in de wereld der mensen verschijnen. Twee millennia (2000 jaren) heeft Hij de kerkelijke arbeid in handen van de mensheid gelaten, opdat de geestelijke arbeiders, na bekering en overgave, Zijn krachtige Geest mochten zoeken om, door Hem gezalfd en geleid, het heilswerk in de wereld te mogen verrichten. Dit mensenwerk is echter in Zijn ogen te licht en vaak buiten Hem om bevonden. In het laatste geval heeft al het menselijk arbeiden geen eeuwige vrucht afgeworpen en wordt deze arbeid als hout, hooi en stro door Gods vuur verbrand.
1 Kor. 3:12-15 “Is er iemand, die op dit (Goddelijk) fundament bouwt met goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi, of stro, ieders werk zal aan het licht komen. Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt, en hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken. Indien het werk, dat hij erop gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen, maar indien iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden, doch hij zelf zal gered worden, maar als door vuur heen.”
Nu, in de sluitingstijd, de eindfase, van de Goddelijke genade, neemt Hij de leiding in het geestelijk werk volkomen in eigen hand (zie Ef. 1:9-10, Openb. 1:16 en 20, zie hiervoor ook hoofdstuk 2, de 1ste Goddelijke proclamatie). Wij zijn dan zo ongeveer in de laatste jaarweek van Daniël 9:27, de laatste 7 jaren van onze huidige wereld, beland.
Dan. 9:27 “En Hij zal het (Bloed)verbond voor velen zwaar maken (letterlijke vertaling: bevestigen), een week lang; in de helft van de week zal Hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester (de antichrist) komen, en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest is (de antichrist zal de oorzaak zijn, dat de hemelse Rechter, onze Here Jezus Christus uiteindelijk de fiooloordelen over de aarde doet komen, die een totale verwoesting over de antichristelijke wereld brengen zullen).”
In deze sluitingstijd (de laatste jaarweek, de 7 laatste jaren van deze wereld) zal Hij Zich weer met Israël, met alle 12 stammen van Jakob, bemoeien. Hij zal velen onder hen brengen tot overgave en geloof in Hem en in Zijn gestorte Bloed, zo Zijn Bloedverbond met hen sluiten (voor hen dit verbond bevestigen, zie Dan. 9:27a). In de eerste helft van deze jaarweek (de eerste 3½ jaar) zal ook de grote wereldwijde opwekking plaatsvinden en de grote exodus (uittocht) van heel Israël uit de wereld naar Kanaän toe (zie Jes. 11:10-11, zie hiervoor ook hoofdstuk 7, de 6de Goddelijke proclamatie). In de helft van deze jaarweek zal Hij de genade voor deelname aan Zijn slacht- en spijsoffer, aan Zijn Bloedverbond, doen ophouden, hierdoor de genadedeur sluiten en zal de grote verdrukking van 3½ jaar aanvangen. Hierna zal de totale vernietiging van de antichristelijke wereld beginnen (zie Openb. 10:6-7, zie hiervoor ook hoofdstuk 8, de 7de Goddelijke proclamatie).
Amos 9:11-12 “Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, Ik zal haar scheuren dichten en wat daarvan is ingestort, overeind zetten; Ik zal haar herbouwen als in de dagen van ouds, opdat zij beërven de rest van Edom en van al de volken over wie mijn naam is uitgeroepen (het begenadigde deel van de heidenvolken zal Hij aan Israël toevoegen), luidt het woord van de Here, die dit doet.”
Hij zal Zijn relatie met Israël herstellen en velen uit hen, naar Gods roeping, in grote kracht zaligmakende genade verlenen (een derde deel van heel Israël zal zich tot God bekeren en hierdoor gered worden, tweederde van Israël zal onbekeerd en ongelovig blijven en hierdoor, zoals de Schrift het zegt, uitgeroeid worden – zie Zach. 13:8-9). Velen onder hen zal Hij als Zijn dienstknechten gebruiken, zodat Zijn grote Naam door hun arbeid in de zalving en grote kracht van de Heilige Geest verheerlijkt wordt. Dan zal de grote, laatste, wereldwijde opwekking tot stand komen. Door hun arbeid, dat door Hemzelf geleid en bekrachtigd wordt, zullen in deze laatste jaarweek van Daniël 9:27 ontelbare zielen (zie Openb. 7:9) aan het Koninkrijk Gods worden toegevoegd.
Wij zien de Leeuw van Juda, onze Here Jezus Christus, eveneens en evenzo in hetzelfde gebeuren verschijnen in Openbaring 1 vers 10-15:
“Ik kwam in vervoering des geestes op de dag des Heren, en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, zeggende: Hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven Gemeenten: naar Efeze, en naar Smyrna, en naar Pergamum, en naar Tyatira, en naar Sardes, en naar Filadelfia en naar Laodicea. En ik keerde mij om, ten einde de stem te zien, die met mij sprak. En toen ik mij omkeerde, zag ik zeven gouden kandelaren, en te midden van de kandelaren Iemand als eens mensen zoon, bekleed met een tot de voeten reikend gewaad, en aan de borsten omgord met een gouden gordel; en Zijn hoofd en Zijn haren waren wit als witte wol, als sneeuw, en Zijn ogen als een vuurvlam; en Zijn voeten waren gelijk koperbrons, als in een oven gloeiend gemaakt, en Zijn stem was als een geluid van vele wateren.”

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER


dinsdag 8 februari 2011

De eindtijdbode – nieuw(s)lichter

Kijk ook eens op onze nieuwe site "De eindtijdbode – nieuw(s)lichter" met een aantal vaste rubrieken, zoals:

  • Tekenen van de Eindtijd
  • Voor u gelezen
  • Goed Nieuws-berichten
Te bereiken via http://eindtijdbode.wordpress.com/

Het woord “nieuw(s)lichter” heeft vele woorden en dus allerlei betekenissen in zich:
• NIEUW: Het is een NIEUWE site, naast onze al bestaande sites:
1. website http://www.eindtijdbode.nl/
2. weblog http://www.eindtijdbode.blogspot.com/
3. website (Engelstalig) http://www.endtime-messenger.com/
4. Blog (Engelstalig) http://www.endtime-messenger.blogspot.com/
• NIEUWS: Er staan in ieder geval regelmatig 3 soorten NIEUWS op:
1. de zgn. “Goed Nieuws-berichten” en
2. nieuws over “Christenvervolging
3. nieuws over allerlei gebeurtenissen in de wereld die – vermoedelijk – met “Tekenen van de Eindtijd” te maken hebben.
• LICHT: Kan – in Bijbels verband – gezien worden als “(geestelijk) LICHT en/of inzicht” hebben/krijgen in bepaalde zaken.
• LICHTER: Deze nieuwe site is duidelijk LICHTER van aard dan onze website en ons weblog, waarop vooral diepgaande Bijbelstudies staan.
• NIEUWLICHTER: Volgens het woordenboek is dit: Een aanhanger van nieuwe opvattingen of denkbeelden. Je zou ook kunnen zeggen: Een aanhanger met (bepaalde) opvattingen of denkbeelden over Bijbelse zaken die – door sommigen – als nieuw (of: anders) worden ervaren/gezien.
• NIEUWSLICHTER: Iemand die allerlei nieuws leest en sommige artikelen – die passen bij de doelstelling – eruit licht om ze vervolgens op de eigen site te plaatsen (eigen uitleg).

Hopelijk is uw nieuwsgierigheid – in de goede betekenis van het woord – gewekt en besluit u gauw eens een kijkje te gaan nemen op deze nieuwe site.

A. Klein

zondag 24 oktober 2010

Geprofeteerde vernieuwing van het geloof

.













De grote behoefte
Algemeen in onze dagen is het verlangen naar een sterk en vast geloof. De opwekkingsgolven (zoals aan het begin van de 20ste eeuw) zijn sinds lang niet meer dan enige rimpelingen in het water. Even koud en zakelijk als de gehele tegenwoordige maatschappij is, is ook de geloofsbeleving – voor zover daar dan nog van gesproken kan worden – van vele christenen. De Geesteswerkingen van weleer hebben veelal plaats moeten maken voor menselijke regelingen; en de “openbaringen” die sommigen ontvangen, hebben opvallend zelden te maken met verdieping van de kennis van het Woord van God (de Bijbel). De eenzijdigheid, die een tijdverschijnsel geworden is, viert hoogtij en heeft in de christelijke Gemeente al in vele gevallen de proporties van “valse leer” aangenomen. Levende in een tijd waarin hoegenaamd geen waarachtig geestelijk leven meer gekend wordt (wel veel “kunstmatig” en “schijnbaar” geestelijk leven) en in een wereld die aan onzekerheden en onoplosbare problemen ten onder dreigt te gaan, verlangt het waarachtige kind van God naar een krachtdadige VERNIEUWING van het geloof. Even sterk als het waarachtige kind van God uitziet naar een hernieuwde uitstorting van de Heilige Geest. Alle tegenwoordige omstandigheden hebben VERNIEUWING van het geloof tot dè grote behoefte gemaakt.

Geloofsvernieuwing en opwekking
Het verlangen naar de verkwikkende wateren van de Heilige Geest wordt op krachtige wijze onder woorden gebracht in de 42ste Psalm. Deze welbekende psalm zouden wij kunnen noemen: “een lied van de Gemeente der laatste dagen”. Eigenlijk is het, gelijk zoveel psalmen, een profetische psalm. Zij geeft ons een indruk van het leven en de strijd van de Gemeente van de eindtijd. Met andere woorden, zij geeft ons een beeld van ònze situatie, want de tijd van de laatste dagen is reeds ingegaan. Opmerkelijk is dat de verkwikking, waarom in deze psalm gebeden wordt, voorafgegaan wordt door een VERSTERKING. Nog voordat de psalm teneinde is, blijkt het geloof van de psalmist krachtig te zijn vernieuwd. Tot tweemaal toe lezen wij:
“Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven…” (Ps. 42:6 en 12, HSV).
Wij ontvangen hier de zekerheid dat, ook al is Gods tijd voor een zeker iets nog niet daar, God Zich op het gebed uit een waarachtig en oprecht hart altijd openbaart. Tevens vinden wij hier een aanwijzing, dat de geprofeteerde Spade Regen-opwekking[1] van de laatste dagen voorafgegaan zal worden door een krachtige VERNIEUWING van het geloof – in de Gemeente des Heren. Wij zullen straks nog een andere Schriftplaats noemen, die deze gedachte ondersteunt. Maar eerst zullen wij Psalm 42 aan een nader onderzoek onderwerpen en haar in profetisch licht bekijken.

Beschouwing van Psalm 42
1. Voor de koorleider, een onderwijzing van de zonen van Korach.
2.
Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!
3. Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God. Wanneer zal ik binnengaan om voor Gods aangezicht te verschijnen?
4. Mijn tranen zijn mij tot brood, dag en nacht, omdat zij de hele dag tegen mij zeggen: Waar is uw God?
5. Hieraan denk ik, en ik stort mijn ziel in mij uit: hoe ik meeging in de stoet en met hen optrok naar Gods huis, terwijl vreugdezang en lofliederen klonken: een feestvierende menigte.
6.
Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de verlossende daden van Zijn aangezicht.
7. Mijn God, mijn ziel buigt zich neer in mij, daarom gedenk ik U vanuit het land van de Jordaan en de Hermonbergen, vanuit het laaggebergte.
8. Watervloed roept tot watervloed, terwijl Uw waterkolken druisen; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengeslagen.
9. Maar de HERE zal overdag Zijn goedertierenheid gebieden; ‘s nachts zal Zijn lied bij mij zijn, een gebed tot de God van mijn leven.
10. Ik zal zeggen tegen God: Mijn Steenrots, waarom vergeet U mij? Waarom ga ik in het zwart, onderdrukt door de vijand?
11. Als een doodsteek gaat mij door merg en been het gehoon van mijn tegenstanders, omdat zij de hele dag tegen mij zeggen: Waar is uw God?
12. Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven; Hij is mijn Verlosser en mijn God.
(HSV)

Is er enige grond voor om deze psalm een “lied van de Gemeente der laatste dagen” te noemen? Laten wij, om deze vraag te beantwoorden, een korte verklaring van de eerste zes verzen geven:
Vers.2 is een uitdrukking van het verlangen van de Bruidsgemeente naar de “wateren van de Geest” (de Spade Regen-opwekking)[2]. Het verlangen naar een zodanige openbaring van God wordt “dorsten naar God” genoemd (zie vers 3).
Vers.3 heeft als kernwoord “wanneer? en geeft aan, dat de Bruidsgemeente een WACHTENSTIJD zal moeten doormaken (vergelijk Matth. 25:5).
Vers.4 toont ons dat er DROEFHEID zal zijn in/bij de Bruidsgemeente over uitblijvende verkwikking en tegelijk, dat zij STRIJD zal hebben in de wereld. Verdrukking en vervolging zal haar deel zijn, zoals ook vers 11 leert. Van die droefheid die voorafgaat aan de uitstorting van de Heilige Geest (het “wederom zien van Jezus”) sprak ook Jezus in Johannes 16:20 en 22 en ook Hij wees op het samengaan ervan met de verdrukking in de wereld (zie Joh. 16:33). Vergelijk ook Hooglied 5:7 (zie het artikel “De slaap des oordeels” uit de Tempelbode van maart 1981)[3].
Vers.5 kan worden beschouwd als de terugblik van de Bruidsgemeente op voorbijgegane tijden van opwekking (die van het “uitgaan, de Bruidegom tegemoet” – zie Matth. 25:1, SV).
Vers.6 is de weerslag in woorden van de gereedmaking van de Bruidsgemeente door VERNIEUWING VAN HET GELOOF.
Hoe duidelijk worden in deze psalm het leven en de strijd van de Gemeente van de laatste dagen weergegeven!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

H. Siliakus[4]

[1] Zie eventueel het artikel “De ‘Spade Regen opwekking’” op ons Weblog van 24 april 2010.
[2] Zie noot 1.
[3] Deze (korte) studie staat nog niet op ons Weblog vermeld, maar kan – via
info@eindtijdbode.nl – GRATIS aangevraagd worden.
[4] Uit “De Tempelbode”van december 1981. Enigszins bewerkt door A. Klein.


zaterdag 24 juli 2010

Als hemelvlammen de aarde raken

.












De Geest, de volheid in Christus, het ontvangen van de heerlijkheid van God en het onszelf aanbieden aan Hem zijn vier elementen die onlosmakelijk aan elkaar zijn verbonden. De Geest voert ons naar Christus en Christus geeft Zichzelf als Zijn reactie op onze overgave aan Hem. Vervuld worden met de Geest en opgaan in Hem veronderstelt de beleving dat ik iets mis en dat Hij dat gemis aanvult. Dat doet Hij met Zichzelf, want de Geest is gericht op Christus. Dat is opwekking! En waar Pinkstervuur brandt, brandt Christus en gaan we spontaan overvloeien. Lofprijzing is dan niet beperkt tot het half uur van aanbidding tijdens de dienst, maar uitgebreid tot levensstijl.
De hemelse wijn maakt de tongen los. We schaamden ons eerst voor het Evangelie, maar nu dringt de liefde van Christus ons en verkondigen wij deze liefde. We worden dronken in Christus. We worden dronken in Zijn liefde. Dat mag, want de Geest wil uitbundigheid. "Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben" (Joh. 10:10b). Dat schenkt de Geest (van God). Het is ook de Geest Die ervoor zorgt dat deze overvloed naar buiten komt: "Laat mijn mond vervuld worden met Uw lof en met Uw heerlijkheid, de hele dag" (Ps. 71:8). De Geest doet ons aan God genoeg hebben. Zodat we echt voldaan zijn. Zodat we gaan zitten en met vrede in vreugde opgaan in de glorie van God.
Dat is niet slechts een mystieke roes, want daarin ligt het gevaar van bandeloosheid. Ik moet dan denken aan bewegingen die de neiging hebben de Heilige Geest los te trekken van het Woord en van de Vader met Zijn Zoon. Dit gaat dieper. De overvloedige volheid van Gods Geest geeft de meest intense vrede en blijdschap. Geen aardse taal kan dit beschrijven. Het gaat alle verstand te boven. Het is hemels, aanbiddelijk, verrukkelijk! Wanneer de vrede van Christus regeert in ons hart (Kol. 3:15), verstaan we iets onoverwinnelijks, wat Pilkington zo treffend als volgt beschreef: "Jaren geleden werd één van onze vloten uiteengeslagen door een hevige storm. Het bleek echter dat enkele schepen niets te lijden hadden gehad onder het geweld. Ze waren in 'het oog van de orkaan', zoals zeelui dat noemen. Terwijl alles om hen heen verwoesting was, waren zij veilig. Zo is het met hem die de vrede Gods in zijn hart heeft."
Op de Pinksterdag sloegen de hemelvlammen van Gods liefde naar de aarde over! Een geweldige liefdesbrand werd in de harten van de discipelen ontstoken. Het Pinkstervuur doorgloeide hen. Lukas getuigt ervan in Handelingen 2: "En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En er werden door hen tongen als van vuur gezien, die zich verspreidden, en het zette zich op ieder van hen" (de verzen 2 en 3). De vlammen sloegen hen boven het hoofd uit. Daar stonden ze: levend "in brand", als getuigen van God! De mannen gingen uit en lieten het hele rijk schudden op haar grondvesten.
Het is het verlangen van mijn hart dat de Kerk van Jezus Christus in onze dagen in haar eerste glorie zal staan. Dit verlangen stuit op weerstand, omdat hier een prijskaartje aanhangt. Dat heeft ermee te maken dat het Pinkstervuur van God een heilige brand is. Al het onze moet er eerst aan. Pas vanaf het moment dat dàt in vlammen opgaat, ontsteekt de Heilige Geest een liefdesbrand en zal de Gemeente van Christus ‘geuren en kleuren’ als een helder baken. Zal ze impact hebben in onze naties.
Gelet op het beschikbare in de Pinksterfontein van Christus moesten de vlammen wel boven onze huizen uitslaan. De Pinksterfontein vloeit op dit ogenblik! Onophoudelijk! Waarom heeft de Gemeente van Christus dan zo vaak niet de passievolle geestdrift van Pinksteren? Omdat ze niet in de stroom staat misschien? Immers: hoe kan de vlam boven het dak van Zijn Gemeente uitslaan, als er onder het dak niets aanwezig is?! Lopen we weg door de geestdrift te doden met zinloos tijdverdrijf, jacht naar geld en eer, goddeloos gebruik van televisie en internet en het stellen van menselijke producten boven dat wat God ons leert door Zijn Woord? Of gaan we op in onze activiteiten, resultaten en zegeningen in plaats van in Hem? Eens vroeg ik op een samenkomst: we bidden zo vaak om het vuur vanuit de hemel, maar zijn we er eigenlijk wel klaar voor?
"Hem nu Die machtig is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkt, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen." (Ef. 3:20-21).

15-6-2010 bron: John Kamphuis
Overgenomen van het CIP (
Christelijk Informatie Platform)

Noot van A. Klein:
Bovenstaand artikel, alweer van iemand waarvan ik nog niet eerder iets had gehoord of gelezen, vond ik zo goed en duidelijk geschreven dat ik besloten heb het op ons weblog te plaatsen.
Wij willen u graag nog op enkel studies op onze website http://www.eindtijdbode/ wijzen die dieper ingaan op onderwerpen die hierboven aan de orde komen, zoals:

1. “
De Gever en Zijn Gaven (Deel 1 – over de DOOP met Gods Heilige Geest)", van CJH Theys, op ons weblog vanaf 10-5-2010 (elke maand een hoofdstuk).
2. “
De natuurlijke mens en de Heilige Geest”, van CJH Theys.
3. “De ‘
Spade Regen opwekking’ (over de UITSTORTING van de Heilige Geest)”, van H. Siliakus, op ons weblog van 24-4-2010.
4. “
De volmaaktheid in Christus op aarde, in de eindtijd” van E. van den Worm.
5. “
De uiteindelijke, Goddelijke HEERLIJKHEID van de ware Gemeente van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeente” van E. van den Worm.
6. “
De werkingen van de Geest in de eindtijd”, van E. van den Worm.

Als hemelvlammen de aarde raken - Gods Geest en heerlijkheid IN ons

zaterdag 24 april 2010

De ‘Spade Regen opwekking’

.
Onderstaand artikel is hoofdstuk 6 uit het boek: “Dingen die haast geschieden moeten” (een systematische verklaring van het boek Openbaring), van br. H. Siliakus.
Noot: Deze studie staat nog niet op onze website.














Inleiding:
Wij willen eerst de vraag beantwoorden WAAR in het boek Openbaring over de tijd van de ‘Spade Regen opwekking’[1] gesproken wordt. Wij zullen deze vraag ZO beantwoorden, dat inzicht wordt verkregen in de wijze waarop deze opwekking zich zal ontwikkelen (of, preciezer: hoe deze opwekking zich zal ontwikkelen volgens het boek Openbaring).

Ondanks misleiding/verleiding, vervolging, verdeeldheid en verwereldlijking, zal er in de laatste dagen toch een Gemeente ontstaan, die trouw is aan Christus, die jaagt naar de heiligmaking en de vrede onder elkaar en die groeit in de genade en kennis van Christus: de Gemeente van Filadelfia[2] (hetgeen betekent: “broederliefde”). De Spade Regentijd begint als aan deze Gemeente de belofte van Openbaring 3 vers 8 vervuld wordt: Jezus geeft haar “een geopende deur”. Paulus kende deze ervaring in zijn bediening (zie 1 Kor. 16:9) en HIJ is het ook die deze “deur van Jezus” in Kolossenzen 4 vers 3 noemt: “de deur van het Woord”. Hieruit kunnen wij opmaken, dat de ‘Spade Regen opwekking’ begint als DOOR GOD AANGESTELDE PREDIKERS beginnen te spreken en te openbaren “de verborgenheid van Christus”. Waarlijk, als de “ruiter op het witte paard” (zie Openb. 6:2)[3] tot zijn machtigste en heerlijkste manifestatie komt, zal wederom en nu als nooit tevoren de “boog” (d.i. het Woord van God) zijn instrument zijn! De opwekking begint namelijk met WOORD-openbaring (d.i. het openbaar worden van Gods WOORD, waardoor velen het juiste, van God gegeven inzicht zullen ontvangen – AK). De getrouwe christenen, de “overwinnaars”, zullen “eten van het Manna dat verborgen is/was” (zie Openb. 2:17).
Zoals wij (in een vorig hoofdstuk) al aangetoond hebben, breekt de Spade Regentijd aan NA de opening van het zesde zegel. Zes van de zeven zegels van het – voorheen verzegelde – Boek (met daarin het Woord van God) zullen in die tijd dus reeds verbroken/geopend zijn. Het is in die dagen dan ook wel te verwachten – wanneer de tijd als het ware “voortsnelt” naar de opening van het zevende en laatste zegel – dat het opengaan van dit Woord (van God) geen gebeuren in het verborgen meer zal zijn (hoewel het voor de ongehoorzame en trage/lauwe christenen verborgen zal BLIJVEN). Bovendien zal er sprake zijn van een “tempoversnelling”. Het gestage, langzaamaan, opengaan van het Woord (d.i. het opengaan van alle zeven zegels, volgens ons begonnen rond ± 1900 met de opening van het eerste zegel) zal, wanneer het scheuren van het laatste zegel ophanden is, overgaan in en zich versnellen tot een ware “explosie van heilige kennis” (wat voor de Bruidsgemeente uiteindelijk het intreden van de staat van VOLMAAKTHEID ten gevolge zal hebben). De verstandigen (SV: de leraars) zullen blinken…” (zie Dan. 12:3)!

Toch gaat aan deze (Goddelijke) Woordopenbaring nog iets vooraf. Openbaring 3 vers 8 leert ons dat Jezus “een geopende deur” aangaande Zijn Woord geeft, omdat de Filadelfia-Gemeente “kleine kracht” heeft en “Zijn Woord BEWAARD”. Om met het laatste te beginnen, “Gods Woord bewaren” is altijd HET kenmerk van getrouwheid. Welk een stimulans ontvangen wij hier om in dit “bewaren” te volharden! “Kleine kracht” is GELOOFS-kracht (zie mijn artikel: “Geprofeteerde vernieuwing van het geloof”[4]). Bestudeer Mattheüs 17 vers 20 in samenhang met Mattheüs 13 vers 32a. Een krachtige vernieuwing van het geloof en een getrouw “bewaren van Gods Woord” – dit laatste zal reeds gedurende een lange tijd van tevoren door de getrouwe christenen beoefend zijn; de geloofsvernieuwing zal mede voortkomen uit dit “bewaren” – vormen het eigenlijke begin van de grote toekomstige opwekking! Kolossenzen 4 vers 3 geeft verder aan – en dit wordt bevestigd door Openbaring 5 vers 8 – dat aan de geopende deur van het Woord ook altijd gebedsactie voorafgaat (zie hiervoor ook nog mijn artikel: “Het teruggevonden Boek”[5]). De getrouwe christenen zullen reeds gedurende een lange tijd om de opwekking gebeden hebben.

Als de opwekking eenmaal is begonnen, is de volgende ontwikkeling, dat een krachtige, jaloersmakende en heiligende invloed uitgaat van deze getrouwe Gemeente op de lauwe en wereldsgezinde gelovigen van de Laodicea-Gemeente[6]. Dan breekt de tijd aan, dat verkrijgbaar zijn:
• het “goud” (de wezenlijke geestelijke rijkdom),
• de “witte klederen” (de staat van reinheid en heiligheid) en
• de “ogenzalf” (het geestelijk inzicht en geestelijk onderscheidingsvermogen; ZONDER “ogenzalf” GEEN Woordopenbaring!) van Openbaring 3 vers 18.
Een gedeelte van de lauwe christenen zal zich dan alsnog bekeren en zodoende toegevoegd worden aan de uiteindelijke Bruidsgemeente (de “overwinnaars” van Laodicea – volgens Openb. 3:21). De overgrote meerderheid van de “lauwe christenen” zal zich echter pas van haar geestelijk tekort bewust worden, wanneer het te laat is (zie Matth. 25:8-12).

Daarna zal de opwekking zich gaan uitbreiden en zal het de aandacht gaan trekken van heel de wereld. Met een kracht – overtuigingskracht, maar ook ANDERE geestelijke kracht, waardoor vele wonderen en tekenen zullen geschieden – en een autoriteit als nooit eerder gekend, zal het “Evangelie van het Koninkrijk (van God) gepredikt worden onder alle volkeren (zie Matth. 24:14). Op deze tijd heeft Openbaring 22 vers 17 betrekking:
“En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom! En laat hij die dorst heeft, komen; en laat hij die wil, het Water des levens nemen, voor niets.”
Het is de sluitingstijd van ‘de tijdsbedeling van de genade’[7] (d.i. het tijdperk van de Gemeente en van de Heilige Geest – van in totaal 2000 jaar). Door de volle INWONING van de Heilige Geest zal van de Bruidsgemeente een grote WERVINGSKRACHT uitgaan. De uitnodiging “Kom” (uit Openb. 22:17) zal door steeds meer mensen overgenomen worden en vele dorstige zielen zullen komen om te drinken van ‘het levende water van Gods Geest’ (zie o.a. Joh. 4:10-14, 7:38-39 en Openb. 22:17), die in die dagen overvloedig zullen vloeien, en gebruik maken van de laatste gelegenheid om zich te bekeren (lees Spr. 1:20-23).

Het meest wezenlijke van de ‘Spade Regen opwekking’ zal zijn: een KRACHTDADIGE UITSTORTING van de Heilige Geest, zoals wij kunnen lezen in Joël 2 vers 28-32:
“Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal UITSTORTEN op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen (SV: de dienstknechten en dienstmaagden, namelijk op de ‘minsten’ in de Gemeente) zal Ik in die dagen Mijn Geest UITSTORTEN. Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die grote en ontzagwekkende dag van de HERE komt. Het zal geschieden dat ieder die de Naam van de HERE zal aanroepen, behouden zal worden. Want op de berg Sion en in Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HERE gezegd heeft, namelijk bij hen die ontkomen zijn, die de HERE roepen zal.” (HSV)
Zoals Joël 2 vers 32 al doet vermoeden, zal er dan nog een “grote oogst” van zielen worden binnengehaald (want NA de spade of late regens[8] volgt, net als in de natuur, de OOGSTTIJD!) Zoals wij ook kunnen lezen in Jakobus 5 vers 7:
“Wees daarom geduldig, broeders, tot de komst van de Here. Zie, de landbouwer verwacht de kostbare vrucht van het land, en heeft daarbij geduld, totdat het de vroege en late (SV: spade) regen zal hebben ontvangen.” (HSV)
Zelf VOL zijnde van het Woord (van God), zal de Gemeente met ruime hand aan de hongerige zielen kunnen uitdelen.

KLIK HIER als u deze studie - die te lang is voor op het weblog - verder wilt lezen.

H. Siliakus

[1] De Spade (of Late) Regen = Het beeld van de uitstorting van de Heilige Geest in de eindtijd – zie Joël 2:23b en 28-29. Terwijl de zgn. Vroege Regen het beeld is van de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag (zie Handelingen, hoofdstuk 2, vooral de verzen 1-4).
• Zie eventueel – op onze website
http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie: “De uiteindelijke, Goddelijke HEERLIJKHEID van de ware Gemeente/Kerk van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeente/ Kerk”.
[2] Zie de studie “
Tot welke Gemeente behoren wij?”, op ons Weblog van 24 januari 2010.
[3] Zie eventueel – op onze website
http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie: “Een ANDER geluid – Wie is de ruiter op het WITTE paard uit Openbaring 6?”.
[4] Uit het blad ‘de Tempelbode’ van oktober 1981. Op aanvraag te verkrijgen via
info@eindtijdbode.nl
[5] Uit het blad ‘de Tempelbode’ van mei 1982. Zie de studie “
Het teruggevonden Boek” op ons Weblog van 24 juli 2009.
[6] Zie noot 2.
[7] De (tijds)bedeling van de genade = De periode die de verhouding tussen God en mens NA Christus’ (1ste) komst aangeeft.
[8] Zie noot 1.

donderdag 24 december 2009

Voorbereidingen voor Zijn komst

.















Jezus’ komst aangekondigd
Opnieuw naderen we (weer) de tijd van het jaar waarin de gehele “christelijke” wereld de geboorte van de Here Jezus, de Zoon van God, herdenkt.
Toen de Zoon van God – nu alweer bijna 2000 jaar geleden – naar deze wereld kwam, verordineerde God, dat er iemand zou zijn, die Zijn komst zou aankondigen en die de weg zou bereiden voor Zijn glorieuze bediening (op aarde). En die “wegbereider” was Johannes de Doper.
God heeft ook bepaald, dat Zijn Zoon andermaal (d.i. voor de 2de keer) naar deze aarde zal komen en opnieuw heeft Hij Zich een “stem” verkozen om een volk gereed te maken voor deze 2de komst (d.i. de wederkomst) van Zijn Zoon. De donkere schaduwen van oorlog, hongersnood, pestilentiën en onrust ontwaren wij overal. Tegen deze achtergrond is er voor ons des te meer reden om ons te verheugen over de (weder)komst van Hem, Die het Licht der wereld, de Vredevorst en de Verlosser voor de mensheid is.
Johannes de Doper was de voorloper (of wegbereider) van de Here Jezus toen Hij kwam als “het Kind van Bethlehem”. Nu wordt de Heilige Geest echter uitgestort over een (gelovig) volk, vergaard uit alle windstreken, dat geroepen is om de voorlopers (of wegbereiders) te zijn voor Jezus’ wondervolle WEDERKOMST.[1]
 

De “schoot” van de opwekking
Johannes de Doper werd geboren uit godvruchtige ouders, die de wegen des Heren liefhadden (zie Lukas 1:5-6)[2]. Zacharias en Elizabet “waren beiden rechtvaardig voor God en wandelden onberispelijk volgens alle geboden en rechten van de Heren”. Ook vandaag-de-dag zoekt God harten die – in heiligheid en waarheid – voor Hem willen leven, opdat Hij de opwekking van de laatste dagen (de zgn. Spade-Regen-opwekking)[3] kan zenden. Vele jaren lang hadden Zacharias en Elizabet verlangd naar een zoon. Hoe waarlijk verlangen (ook) vandaag-de-dag vele harten naar een machtig bezoek van Gods Geest[4] in kracht en heerlijkheid! En God hoorde de hartekreet van dit mensenpaar. Toen alle natuurlijke hoop was vergaan, gaf Hij hen de vreugde van hun leven – een zoon, de heraut[5] van God, DE Koning. Zo hoort God heden ook het schreien van ùw hart en alhoewel alle aardse hoop misschien vervlogen is (of lijkt), Hij blijft getrouw! Hij ZAL Zijn Geest uitstorten over harten die waarlijk “hongeren en dorsten” naar Hem, want… Hij heeft een opwekking beloofd voor het laatste der dagen!

Weinig ware godsvrucht
In de dagen voor de 1ste komst van Christus was er een groot tekort aan waarachtige aanbidding en aan waarachtig dienen van de Heer. In de tempel, op de berg Sion, werd een ceremoniële godsdienst beoefend. De Farizeeërs waren eigengerechtige en geveinsde “gelovigen”. De Sadduceeërs waren de rationalisten[6] van die tijd. Zij loochenden het bovennatuurlijke en trachtten het dienen van God geheel in het menselijke vlak te trekken. Maar Zacharias en Elizabet bleven trouw aan de Heer en aan Zijn geopenbaarde Woord. Vandaag-de-dag zien wij dezelfde dingen. In de godsdienstige wereld zien we de moderne Farizeeër in zijn mantel van trots en we zien de modernist, die alles wat bovennatuurlijk is in het Woord van God probeert weg te nemen. Maar te midden van dit alles heeft God een (gelovig) volk dat Hem trouw blijft. Zij geloven Zijn Woord en weten, dat Hij Zijn beloften zal vervullen.

Bij het gebedsaltaar
Zacharias stond bij het reukofferaltaar[7] toen hem de komst van zijn zoon, Johannes de Doper, werd aangezegd door de engelachtige boodschapper. God zag Zijn getrouwe dienstknecht bij het gebedsaltaar. Het vuur was op het altaar en de wolk van reukwerk steeg op tot God. In deze wolk verscheen plotseling een bovennatuurlijke openbaring, want… Zacharias zag een engel des Heren. Vandaag-de-dag gebeurt (nog steeds) hetzelfde. God hecht er namelijk grote waarde aan, wanneer wij de tijd nemen om te bidden[8] en Hem te zoeken. Het “reukofferaltaar” of “gebedsaltaar” (waar men God aanbidt “in geest en waarheid” – zie Joh. 4:23) is de plaats van Goddelijke openbaring. Het “vuur van God” moet op het altaar van onze harten zijn (of komen). In de wolk van het reukwerk – door het bidden in de Geest – zal God ons geheimenissen openbaren waarvan deze wereld in het geheel geen weet heeft. Hij zal tot ons spreken over de voorbereidingen voor de (weder)komst van de Koning! In onze dagen zal God Zich op wondervolle wijze openbaren, om de mensen – in geestelijke zin – wakker te maken[9] en te waarschuwen dat de (weder)komst des Heren[10] nabij is.

De getuigen van de Heer
De Here openbaarde (door een engel – zie Luk. 1:11) aan Zacharias, dat het leven en de bediening van Johannes de Doper zou zijn: “VERVULD met de Heilige Geest” (zie Luk. 1:15). Johannes de Doper werd vervuld met de Heilige Geest om het grote werk te doen, dat God hem te doen gaf. Desgelijks (dus: op dezelfde wijze) heeft God beloofd om in de eindtijd (de zgn. laatste dagen waarin wij nu leven) Zijn Heilige Geest uit te storten[11] op hongerige harten, overal ter wereld, opdat zij Zijn getuigen (kunnen) zijn, om de mensen – op alle plaatsen – te waarschuwen dat de komst des Heren genaakt. Zelfs als klein kind, nog in de moederschoot, verheugde Johannes de Doper zich over de (1ste) komst van de Here (zie Luk. 1:44)[12]. Net zo moeten ook wij Zijn verschijning liefhebben. Hij moet de vreugde van onze harten zijn.
De lange nacht (van wachten op Zijn wederkomst) is bijna voorbij. Spoedig zal “de Zon der gerechtigheid opkomen (beeld van Zijn wederkomst) met genezing onder Zijn vleugelen” (zie Mal. 4:2) en ons de blijde dag van het duizendjarig Vrederijk[13] brengen.
Het is niet verwonderlijk dat het laatste gebed in de Heilige Schrift luidt: “Ja, KOM Here Jezus!” (zie Openb. 22:17). Johannes de Doper werd geboren in het heuvelland van Judea, onder het nederige volk van die dagen. Net zo zien wij, dat vandaag-de-dag aan de “armen van geest” het Evangelie verkondigd wordt. “Niet veel wijzen naar het vlees, niet veel machtigen, niet veel aanzienlijken” worden door God geroepen (zie 1 Kor. 1:26-27). God wil wonen bij diegenen die “nederig van hart” en “verslagen van geest” zijn!

Waterdoop en Geestesdoop
Toen Johannes de Doper verscheen in de woestijn, predikte hij een boodschap van bekering. Hij zei: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen! (Matth. 3:2, 4:17). Het waren geen ONzekere klanken en zijn boodschap weergalmde door het gehele land. Menigten werden (geestelijk) wakker geschud en wilden het woord dat hij – als Gods boodschapper – predikte horen. Zij verstonden de (geestelijke) boodschap die hij sprak en begrepen daardoor dat er een grote verandering op komst was.
Vandaag-de-dag wordt diezelfde boodschap gepredikt door een (gelovig) volk dat gedoopt is in de Heilige Geest. Opnieuw luidt het: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen!” Ditmaal wordt aan mannen en vrouwen voorgehouden dat de wederkomst van de Zoon des mensen ophanden is (d.i. weldra staat te gebeuren). Opnieuw zijn menigten (geestelijk) wakker geschud en velen beseffen dat een grote verandering aanstaande is. Spoedig zal de Here Jezus verschijnen en zal het Koninkrijk van God ten volle werkelijkheid worden op deze aarde. Johannes doopte degenen die, met berouw over hun zonden, tot geloof kwamen en die de – van God gegeven – boodschap geloofden. Desgelijks (dus: op dezelfde wijze) zullen menigten in dit late uur (op “de tijdklok” van de eindtijd) de Here Jezus volgen in de wateren van de doop (waarmee zowel de waterdoop alsook de Geestesdoop[14] wordt bedoeld) om – geestelijk gezien – op te staan èn “in nieuwheid des levens” te wandelen en “in nieuwheid des geestes” te dienen (zie Rom. 6:4 en 7:6). De waterdoop brengt ons (als het goed is) tot een dieper verstaan van de dood en de opstanding van onze Here Jezus. Johannes predikte ook dat de Here Jezus de gelovigen zou dopen met de Heilige Geest en met vuur” (zie Matth. 3:11 en Luk. 3:16). Alle vier de Evangeliën vermelden dat dit vervat was in de – van God gegeven – boodschappen die Johannes bracht. Getrouw stelde hij de Here Jezus voor als DE Doper met de Heilige Geest[15]. Ook dit is de boodschap die in de laatste dagen gepredikt MOET worden! Velen in onze dagen zijn er reeds mee bekend geworden (d.i. hebben zelf die ervaring), dat Christus Jezus DOOPT in de Heilige Geest, net zoals Hij deed in het verre verleden, want… “Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid” (Hebr. 13:8). Deze tijdsbedeling (van de Heilige Geest, een periode van ongeveer 2000 jaar, de zgn. “bedeling van de GENADE” – red.) ving aan met de stem van Johannes de Doper, die verklaarde dat Hij Die kwam hen zou onderdompelen, niet in water zoals hij dat had gedaan, maar in de Heilige Geest, ja in het wezen en de tegenwoordigheid van God Zelf. Deze tijdsbedeling zal eindigen met de stem van de Gemeente (beter gezegd: de Bruid of Bruidsgemeente) van de laatste dagen, uitroepende dat Degene Die spoedig in heerlijkheid zal verschijnen, ons zal dopen met de Heilige Geest. Hij doopt met de Heilige Geest èn met Vuur om ons – geestelijk – toe te bereiden voor Zijn (weder)komst.

Deel aan het Koninkrijk van God
Zij die acht gaven op de boodschap van Johannes de Doper ontvingen een eeuwige beloning. Zij ontvingen het burgerschap van een Koninkrijk dat niet voorbij zou gaan. De heerlijkheid en de kracht van het toen zo machtige Romeinse rijk is al lang geleden voorbij gegaan, maar de heerlijkheid van het Koninkrijk der hemelen blijft tot in alle eeuwigheid. Allen die heden Gods boodschap van de laatste dagen aannemen en die zich – in geestelijke zin – GEREEDMAKEN voor de wederkomst van de Here Jezus, zullen een beloning ontvangen die eeuwig van duur zal zijn. Luister naar die boodschap van “de stem van de roepende in de woestijn”! “Maak (in geestelijke zin) de weg van de Here gereed (SV: Bereidt de weg des Heren), maak Zijn paden recht” (Matth. 3:3b, Mark. 1:3b en Luk. 3:4b).
De (weder)KOMST des Heren is NABIJ.

Rev. W.W. Patterson[16]
  

  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog (met 2 maal per maand een ‘nieuwsbrief’) wilt attenderen.
  • Zie voor meer Bijbelstudies onze website www.eindtijdbode.nl/ 
  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.


[1] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl/ – de studie: “De Wederkomst van Christus nader bekeken” van A. Klein.
[2] Zie eventueel op onze website de studie: “Lukas – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus” van E. van den Worm. In deze Bijbelstudie wordt de diep-geestelijke betekenis van het gehele boek Lukas “vers voor vers” nader uitgelegd.
[3] Spade-Regen-opwekking = De opwekking die het gevolg is van de uitstorting van de Heilige Geest (de zgn. Spade of Late Regen) in de eindtijd – zie Joël 2:23b en 28-29.
[4] Zie eventueel op onze website de studies: “De werkingen van de Geest in de eindtijd” van E. van den Worm en/of “De natuurlijke mens en de Heilige Geest” van CJH Theys.
[5] Heraut = Letterlijk: Iemand die vroeger een vorst aankondigde en in zijn naam bekendmakingen deed. Johannes de Doper kondigde echter Jezus, DE Vorst (des Levens), aan en deed in Zijn Naam bekendmakingen.
[6] Rationalist = Een aanhanger van het rationalisme, en dit is: Een denkwijze waarbij alleen datgene aanvaard wordt, wat met het verstand te begrijpen is.
[7] Voor meer over de geestelijke betekenis van “het Reukofferaltaar”, zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studies: “Christus in de Tabernakel” van CJH Theys en/of “De Tabernakel van Israël” en/of “Lukas; het boek van de NIEUWE MENS in Christus” van E. van den Worm.
[8] Zie eventueel op onze website de studie: “Leer Bidden” van CJH Theys.
[9] Zie eventueel op onze website de studie: “God gaat in de eindtijd de Gemeente/Kerk en de wereld schudden” van E. van den Worm.
[10] Zie noot 1.
[11] Zie eventueel op onze website de studie: “De werkingen van de Geest in de eindtijd” van E. van den Worm.
[12] Zie noot 2.
[13] Zie eventueel de studie: “Wat de Schrift leert over het 1000-jarig Rijk van de Here Jezus Christus” van E. van den Worm. (Staat helaas nog niet op onze website vermeld)
[14] “Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: stromen van LEVEND WATER zullen uit zijn (of haar) buik (d.i. binnenste) vloeien. (En dit zei Hij over de Geest, Die zij die in Hem geloven, ontvangen zouden…” (Joh. 7:38-39a).
[15] Zie noot 4.
[16] Uit het blad “Tempelbode” van december 1986 (overgenomen – en vertaald – uit het Engelstalige blad: “Pentecostal Power”). Het artikel is enigszins bewerkt door AK.

Voorbereidingen voor de (weder)komst van Jezus Christus - ware Godsvrucht

maandag 24 augustus 2009

Vier wagens met paarden

.













De Heilige Geest zal rusten
Twee koperen bergen waar tussenuit vier wagens verschenen, getrokken door achtereenvolgens rode, zwarte, witte en gevlekte paarden. Dit was wat de profeet Zacharia eenmaal zag in een profetisch visioen[1], dat wij opgetekend vinden in Zacharia 6 vers 1-8. Deze wagens en paarden gaan rond over de gehele aarde, maar van de zwarte en de witte paarden wordt in het bijzonder vermeld dat zij naar het Noorderland (d.i. het noorden ten opzichte van Israël) gaan. En van de gevlekte paarden, dat zij naar het Zuiderland (d.i. het zuiden ten opzichte van Israël) trekken. Het visioen heeft een opmerkelijk einde. Het slotwoord is hoogst belangrijk. Nadat Zacharia het tafereel heeft aanschouwd, hoort hij plotseling de stem van Hem in Wie wij onze Here Jezus herkennen. Zacharia noemt Hem steeds: “de Engel Die met mij sprak”. Wat een lieflijke openbaring van onze Heer! Wij mogen wandelen en spreken met Hem! Wij mogen leven in Zijn gemeenschap. En Hij zegt dan (tegen Zacharia): “Zie, deze die uitgegaan zijn naar het Noorderland, hebben Mijn Geest doen rusten in het Noorderland”[2] (Zach. 6:8, SV). Een belangrijke mededeling, ook voor ons bestemd. In dit 8ste visioen van Zacharia[3] wordt namelijk beschreven wat er – in de eindtijd – in de wereld zal gebeuren.
We worden echter opgeroepen vooral te letten op dit ene: dat de Geest van God in die dagen KRACHTIG en OP EEN BIJZONDERE WIJZE WERKZAAM zal zijn. De Here riep Zacharia speciaal nog eens om hem dit te zeggen: “Deze” – en daarmee bedoelde Hij met name de witte paarden – “die (onder andere) uitgegaan zijn naar het Noorderland, hebben daar Mijn (Heilige) Geest doen rusten”. De Geest van God zal in de laatste dagen op een bijzondere wijze werkzaam zijn, reinigend en vervullend.
[4] “Rusten” wil zeggen dat de Heilige Geest, Die niet eeuwig wil twisten met de mens (zie Gen. 6:3 en Jak. 4:5), korte metten zal maken met het kwaad daar waar het niet thuishoort[5]: Namelijk in Gods Huis, in de Gemeente des Heren. Het is “de tempelreiniging[6] van de eindtijd”! Doch “rusten” wil ook zeggen dat Hij, de Heilige Geest, die gereinigde Gemeente zal vervullen (met Zijn Geest – de 3de Openbaringsvorm van God[7]) en zo de ware rust zal binnenleiden. In VOLHEID zal straks gekend worden, wat onder Salomo reeds – letterlijk – werd ervaren in de aardse tempel (tevens een schaduwbeeld van wat er staat te gebeuren in de LEVENDE TEMPELS die wij behoren te zijn – zie o.a. 1 Kor. 3:16, 6:19 2 Kor. 6:16 en Ef. 2:21).
Bij de inwijding van de tempel bad koning Salomo: “Kom, Heer, mijn God, neem hier Uw intrek (SV: maak U op tot Uw rust), U en Uw machtige ark. Mogen Uw priesters bekleed zijn met zegen, Uw getrouwen zich verheugen in geluk (SV: over het goede)” (2 Kron. 6:41, NBV). Waarop het vuur van de hemel neerdaalde en de heerlijkheid van de Here de tempel vervulde (zie 2 Kron. 7:1-3). Zo zal ook de Bruid of Bruidsgemeente straks bidden (namelijk: om de “intrek” of “inwoning” van Gods Geest in hun tempel
[8]). En de glorie (d.i. de heerlijkheid) van God ZAL neerdalen.

Schaarste en opwekking
Daarom worden wij opgeroepen om te letten op het werk dat de Heilige Geest doet in deze laatste dagen (van de eindtijd)! Dit is allereerst een werk “in het verborgen” (namelijk: in het hart en denken van de christen). Als dat niet het geval zou zijn, zou het niet nodig zijn daarvoor met zoveel klem de aandacht te vragen. Daar is veel schijn-opwekking in onze dagen. Verkijk u niet op al het grootse vertoon. Voor God heeft het geen enkele waarde. Vele christenen achten zich vandaag-de-dag geestelijk rijk, maar ze zijn arm. Gods Geest begint in het verborgen (d.i. in het hart en denken) met Zijn zegenrijk werk. Voordat de wonderen van de schepping voortkwamen, was daar eerst het “broedende” werk van de Heilige Geest. En in deze laatste dagen begint Hij met het uitdrijven van de handelaars en de geldwisselaars, met hun eigenwillige godsdienst (de zgn. “tempelreiniging van de eindtijd”, want wij, die Zijn tempels behoren te zijn, zodat Hij erin kan “wonen en tronen”, moeten gereinigd worden – vergelijk Joh. 2:14-16 en 21 – noot red.)!
Eén van de waarachtige geestelijke opwekkingen van die dagen (dus: van de tijd waarin wij NU leven) zal plaatsvinden in het Noorderland, zo leert ons dit 8ste visioen van Zacharia
[9] (het getal 8 spreekt van “iets nieuws” dat de Here zal maken). Het Noorderland is het land van Gog en Magog[10] (zie Ezechiël, hoofdstuk 38 en 39)! Er zal zich in de laatste dagen veel afspelen rond dat enorme (voormalige) Sovjet-rijk. Groot-Rusland wordt in de Bijbelse profetie meermalen genoemd. Er is vandaag-de-dag heel wat aan de hand in dat deel van de wereld. Maar vergeet nooit dat de mens wikt, maar God beschikt! In het profetische visioen van Zacharia lezen we dat er zwarte en witte paarden naartoe gaan (zie vers 6). Uit vergelijking met Openbaring 6 vers 5-6 weten wij dat zwarte paarden machten voorstellen die honger en schaarste veroorzaken. Het is algemeen bekend dat er in de Sovjet-Unie – tot op de dag van vandaag – een groot tekort is aan levensmiddelen en andere tot de eerste levensbehoeften behorende artikelen.[11] Lange rijen wachtende mensen, voor bijna lege winkels, behoren tot het gewone straatbeeld daar. Maar wij hebben ook gehoord van bloeiende christelijke gemeenten die, tegen de verdrukking in, groeien. En van toenemend kerkbezoek. Er is grote honger naar Gods Woord. Aan de vraag naar Bijbels is bijna niet te voldoen. Steeds meer harten gaan open voor het Evangelie. Ook dit heeft God ons in Zijn Woord voorzegd. De witte paarden, die ook naar het Noorderland zouden trekken, spreken van triomfen voor God, van bekering en verdieping van het geloof, van opwekkingen van de Heilige Geest. De Ruiter op het witte paard[12] van Openbaring 6 vers 2 is de Heilige Geest, Die de Bewerker is van alle waarachtige geestelijke opwekkingen.

KLIK HIER om deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen!

HS
[13]

  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog (met 2 maal per maand een ‘nieuwsbrief’) wilt attenderen.
  • Zie voor meer Bijbelstudies onze website www.eindtijdbode.nl/
  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.

[1] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl/ – de studie: “De eindtijd profetieën van de profeet Zacharia”.
[2] a. In de NBG staat hier: “Zie, die uitgegaan zijn naar het Noorderland brengen Mijn Geest in het Noorderland tot rust”.
b. In de NBV staat hier: “…Let op, de paarden die uitrijden naar het noorden zullen ervoor zorgen dat Mijn woede (vanwege de zonden van Mijn volk) daar tot bedaren komt”.
[3] Zie eventueel op onze website de studie: “De visioenen van Zacharia (en de – geestelijke – betekenis ervan voor de Bruidsgemeente)”.
[4] Zie eventueel op onze website de studie: “De werkingen van de Geest in de eindtijd”.
[5] Zie voor deze uitleg van het woord “rusten” (de overeenkomst met) de vertaling van de NBV bij noot 2b.
[6] Zie eventueel op onze website de studie: “God gaat in de eindtijd de Gemeente/Kerk en de wereld schudden”.
[7] In Deut. 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God; de HEERE is één! (dus één Persoon!)” (HSV).
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (d.i. geslagen) (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een EENheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit drie personen bestaat, is een dwaling.
Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
1) de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
2) de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
3) de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest. Zie eventueel op onze website ook nog de studie: “
De natuurlijke mens en de Heilige Geest”.
[8] Zie eventueel op onze website de studie: “Geroepen om te worden gemaakt tot Gods doel met de mens: een eeuwige, heilige tempel van onze almachtige God en Vader”.
[9] Zie noot 3.
[10] Zie eventueel op onze website de studie: “De oorlog van Gog en Magog – De Russische opmars”.
[11] Deze informatie is enigszins gedateerd, daar het artikel in 1990 is geschreven.
[12] Zie eventueel op onze website de studie: “Een ANDER geluid – Wie is de ruiter op het WITTE paard uit Openbaring 6 ?”.
[13] Studie van H. Siliakus. Uit: “De Tempelbode” van augustus 1990. Enigszins bewerkt door AK.

vrijdag 24 juli 2009

Het teruggevonden Boek

.










Het Profetisch Woord
Het Woord van God is niet alleen profetisch in die gedeelten (van de Bijbel) waar de profetie als vorm gebruikt wordt. Als dit zo was dan zouden wij moeten leren dat het “profetische Woord” IN (gedeelten van) de Bijbel gevonden wordt en zouden wij niet van het “profetische Woord” als van de GEHELE Bijbel kunnen spreken. Nochtans is men in brede kring deze ONjuiste opvatting WEL toegedaan. Terwijl sommigen in deze afwijking nog een stap verder zijn gegaan, bewerende dat ook buiten-Bijbelse profetie tot het “profetische Woord” gerekend kan worden.
[1] Er hoeft echter geen twijfel over te bestaan dat het “profetische Woord” beslist geen verzamelnaam is voor wat men, doorgaans, de “profetische” boeken en gedeelten van de Bijbel noemt. Petrus had het GEHELE geschreven Woord van God (de GEHELE Bijbel die tot stand zou komen) op het oog, toen hij schreef over het voorrecht van het bezit van het “profetische Woord”, want uit de context blijkt dat hij daaronder verstaat: de tijdloze openbaring van de Majesteit van Jezus, die Zelf het (LEVENDE) Woord is (zie 2 Petr. 1:16-19).
De ernstige (d.i. de serieuze en ijverige) Schriftonderzoeker zal ontdekken dat de dichterlijke, de verhalende en de onderrichtende boeken van de Bijbel evenzeer profetisch zijn als de profetenboeken. Zo komen wij in het onderricht van de brieven van Paulus, alsook in de andere brieven van het Nieuwe Testament, voortdurend verwijzingen naar de wederkomst (d.i. de toekomst, verschijning en openbaring) van Jezus Christus tegen. Een dichterlijk boek als het Hooglied
[2] is een profetie over de Gemeente van Christus in de eindtijd en vele Oudtestamentische geschiedenissen blijken PROFETISCHE geschiedenissen te zijn (men dient deze “profetische geschiedenissen” wel te onderscheiden van de zogenoemde “schaduwbeeldige geschiedenissen”).

Een Boek gevonden
Met zo’n profetische geschiedenis hebben wij te doen in 2 Kronieken 34, de geschiedenis van het teruggevonden Wetboek[3] (zie vers 8-33). Een geschiedenis welke zich afspeelt in de dagen van Josia, koning van Juda (bestaande uit de 2 stammen van het ‘huis van Juda’)[4]. In het 14de vers van het genoemde hoofdstuk lezen wij: “En als zij het geld uitnamen, dat in het Huis des Heren gebracht was, vond de priester Hilkia het Wetboek des Heren, gegeven door de hand van Mozes” (SV). Onder het voorgangerschap van Josia rees bij de leiders van het volk van Juda (zie noot 4) het verlangen om het Huis des Heren, de Tempel te Jeruzalem, te herstellen (zie vers 8), en daarmee de ware godsdienst. Om de herstelwerkzaamheden te kunnen bekostigen, hielden zij een inzameling. Het bijeengebrachte geld werd bewaard in de Tempel en toen zij het van daar wilden weghalen, om het uit te betalen aan degenen die het werk zouden uitvoeren, ontdekten zij het Wetboek des Heren. Het vinden van dit Boek bleek een zegen en is daarom een zaak, waard om te overdenken. Gods Woord leert ons dat er aan bepaalde handelingen van mensen wonderbare zegeningen zijn verbonden. Aan “wie Hem IJVERIG zoeken” belooft God bijvoorbeeld: “die zullen Mij vinden” (zie Spr. 8:17, NBG). Deze “wet van oorzaak en gevolg” functioneert ook in het geestelijk leven. Wij moeten hier echter ook aan toevoegen: niet alleen tot voordeel van de mens, maar vaak ook tot zijn of haar nadeel (lees Hebr. 12:25).

Een bijzondere geestelijke ervaring
Ook in de dagen van koning Josia werd men gewaar dat Goddelijke zegeningen voor ons mensen doorgaans het gevolg zijn van het “Gode welgevallig” handelen. Toen Josia en de zijnen hun voornemens tot herstel van Gods Huis ten uitvoer wilden gaan brengen en zij de daartoe noodzakelijke voorbereidingen troffen, vonden zij het Wetboek des Heren. Dit vinden van Gods Boek is het begin geworden van een ware geestelijke opwekking! Wat toen gebeurde, heeft zich (onder andere) herhaald, vele eeuwen later, in de tijd van de Kerkhervorming onder Luther en (ook) aan het begin van de 20ste eeuw[5] bij de zgn. Pinksteropwekking. Het Boek des Heren, het Woord van God, werd hervonden en dit bracht in alle gevallen waarin daarvan sprake was, een grote geestelijke opleving teweeg. Steeds echter was het terugvinden van Gods Boek op zichzelf het gevolg van iets anders. Voor een goed begrip wijs ik u erop dat Josia niet helemaal onkundig was van Gods wil en van de wijze waarop God gediend wilde worden, voordat het Wetboek ontdekt werd (vergelijk 2 Kron. 34:3-7). Luther las en bestudeerde de Bijbel al lang voordat hij de reformator werd. En zij die aan het begin van de 20ste eeuw voor het eerst weer de doop met de Heilige Geest ontvingen, waren eveneens wat men noemt “thuis” in de Bijbel. Het “vinden van het Boek” moet daarom moet daarom een bijzondere geestelijke ervaring zijn, die als effect heeft, dat men in het Boek gaat ontdekken wat tot dan toe bij het lezen verborgen bleef. Het Boek gaat als het ware “leven”, gaat werkelijk “open”. Het is alsof de schellen van de ogen vallen. Men wordt, als het ware, door het Boek gevonden (vergelijk 2 Kron. 34:19)! Maar daarmee is nog niet alles gezegd. Dit “hervinden van het Boek” kunnen wij namelijk niet opvatten als iets dat voor de enkeling of voor enige uitgezochte personen bestemd is. Gelet op wat er vermeld staat in 2 Kronieken 34 vers 29-32, zouden wij eigenlijk moeten spreken van een terugvinden van Gods Boek door het VOLK! Dit gebeurde in Josia’s tijd. Dit gebeurde ook in de dagen van Luther. En dit is ook wat er in het begin van de 20ste eeuw geschied is, over heel de wereld. God gebruikt enkelingen om gehele volkeren te zegenen.

KLIK HIER om deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen!

HS[6]

  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog (met 2 maal per maand een ‘nieuwsbrief’) wilt attenderen.
  • Zie voor meer Bijbelstudies onze website www.eindtijdbode.nl/
  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.
[1] Wij zijn zeker van mening dat er, ook heden, profeten met een – van God ontvangen – profetische boodschap zijn. Al zullen het er o.i. niet veel zijn. Net als in de dagen van het Oude Testament zullen de valse profeten (die dus GEEN profetie van God ontvangen hebben en dus een valse boodschap geven) ongetwijfeld in de meerderheid zijn. Terwijl wij persoonlijk altijd de Bijbelse waarschuwing ter harte moeten nemen om alles, dus ook profetieën te toetsen aan Gods Woord, zoals wij ook kunnen lezen in 1 Johannes 4 vers 1: “Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn; want er zijn vele valse profeten in de wereld uitgegaan”. Dus: ook een profetie moet altijd in overeenstemming zijn met, en getoetst worden aan, het Woord van God (d.i. de Bijbel).
[2] Zie eventueel op onze website de studie: “Beschouwingen over het boek Hooglied” (over de innige band tussen Bruid en Bruidegom). Terwijl ook onze studies over Esther, Job en Ruth de moeite van het lezen/bestuderen meer dan waard zijn.
[3] In de NBV lezen wij in plaats van Wetboek (of: Wetboek des Heren): Een boekrol met de tekst van de wet van de Heer (die door Mozes was overgeleverd)”. M.i. een betere vertaling dan de (oude) Statenvertaling, al is de studie op dit punt niet aangepast.
[4] Er is een verschil tussen Israël en het Jodendom. Wij willen dit in het kort proberen uit te leggen. In eerste instantie bestaat het volk van Israël uit de 12 stammen, vernoemd naar de 12 zonen van Jakob (die van God de naam Israël kreeg). Maar later komt er een splitsing. Er wordt in de Bijbel dan onderscheid gemaakt tussen het “huis van Israël” en het “huis van Juda” (de zgn. Joden). Het “huis van Israël” (ook wel Efraïm-Israël genoemd) is het 10-stammenrijk dat in de loop van de geschiedenis, door de Assyrische ballingschap, weggevoerd werd uit het beloofde land Kanaän/Palestina. Zij zijn daarna de zgn. heidenwereld ingetrokken, waar zij, tot op heden, in het “verborgen” wonen. Het zijn vooral de zgn. “christelijke” landen in Noordwest-Europa en de landen, waar velen uit Noordwest-Europa later naar toe zijn geëmigreerd, zoals Amerika, Canada en Australië. Het “huis van Juda” is het 2-stammenrijk, namelijk het volk van Juda en Benjamin, dat in de dagen van Jezus rondwandeling op aarde in het beloofde land Kanaän/Palestina leefde. (Het huis van) Juda, de zgn. Joden, is dan ook het deel van Israël waarover de verharding is gekomen (zie Rom. 11:25).
[5] In het originele artikel staat “onze eeuw” daar het geschreven is in 1982.
[6] Studie van H. Siliakus. Uit het blad: “Tempelbode”, van mei 1982. Enigszins bewerkt door AK.

donderdag 21 mei 2009

De Opperzaalgemeente

















Verlangen naar een opwekking
Veel wordt er tegenwoordig gesproken over opwekking en veel wordt er gebeden voor een nieuwe doorbraak van de Heilige Geest, maar hoeveel christenen zullen straks ook ontvangen waar zij om bidden? [1] Het betreft hier zeker een prijzenswaardig begeren en het is ongetwijfeld nodig dat “de wind van de Geest” weer gaat waaien en zodoende allerlei “oude rommel” (voornamelijk inzettingen van mensen) uit de Gemeente of Kerk van de Here Jezus Christus wordt “weggeblazen”. Het geestelijk leven van velen is inderdaad aan vernieuwing toe en heeft een nieuwe impuls nodig. Toch zal de opwekking die komt anders zijn dan wat velen ervan verwachten! De komende opwekking zal een deel van de Gemeente tot de volmaaktheid (in Christus) leiden, maar een ander deel zal “aan de kant blijven staan” en er helemaal geen deel aan hebben. Onze God is genadig. Maar diezelfde genadige God zegt ook: “Geef het heilige niet aan de honden, en werp uw parels niet voor de zwijnen” (Matth. 7:6a, HSV) en Hijzelf handelt eveneens volgens deze stelregel. En bedenk, hier gaat het om het meest heilige dat er is, de Heilige Geest! Zullen wij straks (ook) de volle zegen ontvangen of zullen wij ernaast grijpen? Ernaar begeren is niet voldoende; God vraagt méér van ons. In verband hiermee is het goed om aandacht te schenken aan het feit, dat de Vroege Regen[2] alleen neerdaalde op degenen die in de opperzaal waren, op de 120 zgn. “opperzaal-christenen”. Er waren, NA Jezus opstanding, op een keer 500 discipelen tegelijk bij Hem (zie 1 Kor. 15:6), maar alleen op die 120, die in de opperzaal waren (zie Hand. 1:13-15, waar zij de belofte van de Vader zouden verwachten, namelijk de doop met de Heilige Geest – zie Hand. 1:4-5) daalde de Geest op het Pinksterfeest neer (zie Hand. 2:1-4)! Daarna ontvingen ook anderen nog diezelfde wonderbare gave, maar, let wel, strikt genomen waren dat alleen diegenen die toetraden tot deze “opperzaalgemeente”.

De opperzaal
Wonderlijke keus die opperkamer! Het is niet toevallig, dat de 120 juist daar vergaderden. Eeuwen eerder vond er ook al eens een opwekking plaats in een opperkamer: de zoon van de Sunamietische werd toen opgewekt (zie 2 Kon. 4). Wij willen niet beweren dat die opperzaal, als plaats op aarde, heiliger was dan andere plaatsen (dat zou in tegenspraak zijn met wat Jezus tot de Samaritaanse vrouw zei in Johannes 4:21-24), maar vooral opmerken dat we op de zinnebeeldige kant van de zaak moeten letten. Het gaat om een “geestelijke plaats”. In Handelingen 1:13 staat: “Zij gingen op in DE opperzaal”. “De”, niet “een”, met andere woorden: het betreft een bekende en vertrouwde plaats voor de ware Gemeente van Christus. Men zou kunnen veronderstellen dat dit van die zaal in Jeruzalem gezegd kon worden en dat dit gold voor de toenmalige gelovigen. Dit ligt echter niet voor de hand. De Bijbel spreekt ook verder niet over deze zaal. Het kan de zaal van het laatste avondmaal zijn geweest, maar ook een zaal in één van de tempelgebouwen (volgens Hand. 2:46). Het blijft bij gissen, zekerheid hierover hebben wij niet. Veeleer geloven wij dat Lukas (die voor “buitenstaanders” zoals Theophilus schreef – zie Luk. 1:3) bedoelde: het was die zaal waar dat wonderlijke gebeuren plaats zou hebben. Als de Heilige Geest Lukas dus laat schrijven “DE opperzaal”, valt de nadruk op dat wonderlijke gebeuren van de uitstorting van Gods Geest en niet op de zaal waar dit alles plaats had. En het kan niet anders of daarmee worden onze gedachten geleid naar een gééstelijke plaats die aan de ware kinderen Gods welbekend is en waar de wonderlijke werkingen van Gods Geest nog altijd ervaren worden!

Niet voor luiaards
Om een opperzaal te bereiken moet men opklimmen.[3]
“Zij gingen op...”, staat er in Handelingen 1:13. “Opklimmen” moest men toen en wij ook nu, als we de volle Pinksterzegen willen ontvangen. Alleen maar begeren is niet voldoende, wij moeten de geestelijke ladder[4] willen beklimmen. Wij moeten geestelijk willen groeien, hogerop (d.i. op hoger niveau) willen komen, niet om het eigen “ik” te behagen (zoals in de wereld bij positieverbetering), maar opdat dat ons eigen “ik” gekruisigd wordt door de werkingen van de Heilige Geest.[5]
Spreuken 13:4 zegt: “De verlangens van een luiaard worden niet vervuld, maar (de ziel van) een vlijtig mens wordt rijkelijk gelaafd” (NBV). Luiaards ontvangen niets, hoe begerig ze ook zijn! Dit is niet slechts een algemene waarheid voor het dagelijkse leven. Het is ook en vooral een geestelijke waarheid. Het boek Spreuken vertelt ons over de (geestelijke) staat van de Bruidsgemeente! Geestelijke luiaards (en, vergis u niet, dat kunnen echte “Martha-christenen” zijn, christenen die altijd maar bezig zijn met “werken voor de Heer”!), die niet de moeite willen nemen om op te klimmen naar de opperzaal, hoe begerig ze ook zijn naar “opwekking”, zullen de geestelijke zegeningen van de opwekking die komt, aan hun neus voorbij zien gaan. De vlijtige christenen echter, zij die alle last willen afleggen om geestelijk hogerop te komen, zullen worden gezalfd met “de vettigheid van de olie van de Heilige Geest”!

Door Jezus bevestigd
Niemand minder dan Jezus Zelf heeft de bovenstaande waarheid bevestigd en benadrukt. Tot tweemaal toe laat Hij in Matthéüs 25 dezelfde waarschuwing horen. Luie maagden
[6], die de Geest te weinig toegelaten hebben om te werken in hun leven, komen voor een gesloten deur te staan. Een luie dienstknecht, die met de ontvangen genade (het talent) niet gaat werken, is niet de “vreugde van zijn Here” (beeld van de Bruiloft van het Lam), maar de “buitenste duisternis” (beeld van de Grote Verdrukking) bereid. De luie (en dus dwaze) maagden[7] zien ook uit naar de komst van de Bruidegom en de luie dienstknecht verwacht ook de wederkomst van zijn Heer, maar verwachten of begeren alleen is niet voldoende. Het is mogelijk om de opwekking te begeren en uit te zien naar Jezus’ wederkomst ZONDER te streven naar geestelijke opgang (of: groei), terwijl men rustig bezig is met aardse dingen, maar… “ontvangen” zult u niet! Dat laatste is alleen weggelegd voor “opperkamer-christenen”! “Begeert van de Here regen, ten tijde van de Spade Regen[8]”! (zie Zach. 10:1). Maar als u ondertussen de Baäls (d.i. de afgoden) blijft dienen, wacht u (in de Grote Verdrukking) 3½ jaar van (geestelijke) droogte!

De trap naar de opperzaal
Waarin moeten wij vlijtig zijn om geestelijk te (kunnen) stijgen? Deuteronomium 6:17 leert het ons: “U moet u aan de geboden van de Here, uw God,… nauwgezet houden” (HSV). Hier begint elke geestelijke opgang (of: groei) mee. Het nauwgezet en ijverig betrachten van Gods Woord, maakt dat dit Woord gaat “werken” in ons leven. Petrus, de eerste “opperkamer-prediker”, zegt het zo: “door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft tot Zijn heerlijkheid en Zijn deugd, is ons alles, wat tot het leven en de godsvrucht behoort, geschonken” (zie 2 Petr. 1:3b). En Petrus beschrijft dan in de volgende verzen (5 t/m 9) langs welke treden de weg omhoog voert, die wij “met al onze inzet” moeten afleggen. Laat ons, een ieder naar zijn eigen maat, WERKEN met onze talenten. Laat ons de genade die God geeft, GEbruiken en niet MISbruiken. Laat ons Gods genade vooral gebruiken om meer “olie” te “kopen”, door Gods Geest en Gods Woord (waarvan de olie en de lamp het beeld zijn) ons leven te laten verlichten en zo te maken, dat ons leven aan Jezus’ onberispelijk leven gelijkvormig zal worden. Laat ons, in één woord, “opklimmen”, om daar te zijn waar de zegen (van God) zal vallen!
Tot slot nog dit. Naar de opperzaal gaan kunt u niet alleen. U hebt daarvoor ook de gemeenschap van de heiligen nodig. Slechts in gemeenschap met alle heiligen, zegt Efeze 3:18-19, kunnen wij vervuld worden tot alle volheid van God. Laat hij of zij die het leest, daarop letten!

HS
[9]

  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog - met een maandelijkse ‘nieuwsbrief’ - wilt attenderen.
  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.
  • Hieronder (en bij 19-3-2009) ziet u een lijst met alle studies die op onze website www.eindtijdbode.nl/ staan.

[1] Zie eventueel op onze website de studie: “Leer Bidden”.
[2] Vroege Regen = Het beeld van de uitstorting van de Heilige Geest tijdens het Pinksterfeest, in de begintijd van de Gemeente, zoals vermeld in Handelingen 2:1-4.
[3] Zie eventueel de studie: De 10 zaligsprekingen en 9 treden van de trap van Jezus’ zaligmakende genade.
[4] Zie noot 3.
[5] Zie eventueel op onze website de studie “De werkingen van de Geest in de eindtijd” en/of “De natuurlijke mens en de Heilige Geest”.
[6] Zie eventueel op onze website de studie: “De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd”.
[7] Zie noot 6.
[8] Spade Regen = Het beeld van de uitstorting van de Heilige Geest in de eindtijd – zie Joël 2:23b en 28-29. Zie ook nog noot 5.
[9] Artikel van H. Siliakus, uit het blad ‘De Tempelbode’ van juni 1985.