Posts tonen met het label overgave en afhankelijkheid vd Heilige Geest. Alle posts tonen
Posts tonen met het label overgave en afhankelijkheid vd Heilige Geest. Alle posts tonen

donderdag 10 maart 2011

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 11

.







Deel 2:
De Gaven of Manifestaties van de Heilige Geest





De Gaven van genezingen

Wij zijn nu gekomen tot de derde en laatste groep van Geestesgaven; namelijk, de niet-hoorbare gaven, die tot actie voeren en tot wonderen en tekenen. Al direct valt het op dat er in de Bijbel van 2 van deze 3 gaven gesproken wordt IN HET MEERVOUD. De Bijbel spreekt van “gaven van genezingen” en van “werkingen van krachten” (zie 1 Kor. 12:8-10). God zal hiermee Zijn bedoeling hebben. Het ligt echter niet op mijn weg om hierop dieper in te gaan, tenzij Gods Geest mij op deze weg zal leiden.

Wat verstaan wij onder de ‘Gaven van genezingen’?
“Gaven van genezingen” zijn manifestaties van de Heilige Geest door een christen heen, waardoor het lichaam van een zieke wordt genezen ZONDER de aanwending van natuurlijke of medische middelen (zoals een operatie en/of specifieke medicijnen/behandelingen).
Jezus Christus werd geopenbaard, opdat Hij de werken van de satan/duivel verbreken zou (zie 1 Joh. 3:8). Ook de genezing van het lichaam door de manifestatie van de Heilige Geest is een verbreking van het werk van de duivel door de kracht van God.
Handelingen 10:37-38 (HSV): “U weet wat er gebeurd is… hoe God Jezus van Nazareth gezalfd heeft met de Heilige Geest en met kracht en hoe Hij het land doorgegaan is, terwijl Hij goeddeed en ALLEN die door de duivel overweldigd waren, GENAS, want God was met Hem.”
Ik geloof met geheel mijn hart, geheel mijn ziel en geheel mijn verstand, dat Jezus Christus is gestorven, opgestaan en ten hemel gevaren, opdat DOOR en IN Hem de volle maat van de restauratie, zoals God die in Zijn Woord heeft beloofd, aan de mens zal geworden door het geloof in Gods eniggeboren Zoon. Deze restauratie houdt “genezing” in, maar ook de heerschappij van de “NIEUWE MENS”[1] over “de overheden, de machten, de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten” (zie Ef. 6:12, HSV), tegen welke demonische machten de christenen moeten STRIJDEN. Maar, hoe kunnen christenen in deze strijd zegevieren, als zij de Goddelijke wapens missen? Om te overwinnen heeft God daarom ook Zijn Geestesgaven geschonken, die werken door de manifestatie van de IN hen WONENDE Geest van God.

Wat God door de werking van deze Gaven bewijst
Door de werking van de “gaven van genezingen” bewijst God:
De opstandingskracht van Christus.
Handelingen 3:15-16 (HSV): “maar de Vorst van het Leven hebt u gedood, Die God uit de doden opgewekt heeft, waarvan wij getuigen zijn. En Zijn Naam heeft deze man, die u ziet en kent, sterk gemaakt door het geloof in Zijn Naam. En het geloof dat er is door Hem, heeft hem in aanwezigheid van u allen deze volkomen gezondheid gegeven.”
Dat Hij macht heeft om zonden te vergeven.
Markus 2:10-11 (HSV): “Maar opdat u zult weten dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde zonden te vergeven (zei Hij tegen de verlamde): Ik zeg u: Sta op, neem uw ligmat op en ga naar uw huis.”
• Dat Hij macht heeft om het geloof van de mensen op te bouwen en zielen te redden.
Johannes 6:2 (HSV): “En een grote menigte volgde Hem, omdat zij Zijn tekenen zagen, die Hij deed aan de zieken.”
Wie de wonderen en tekenen uit de Bijbelverslagen toetst aan de in de huidige Gemeente(n) gepleegde handelingen, zal moeten erkennen dat één BOVENNATUURLIJKE GENEZING méér demonen in beweging zal brengen en meer zielen zal bewegen tot Jezus te komen, en hun zonden aan de voet van het kruis te belijden, dan een dozijn predikaties!
Dat Hij macht heeft om Zijn Woord in alle opzichten te bevestigen.
Markus 16:16-18 (HSV): “Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden, maar wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden. En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven; in vreemde talen (SV: met nieuwe tongen) zullen zij spreken; slangen zullen zij oppakken; en als zij iets dodelijks zullen drinken, zal het hen beslist niet schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden.”
• Dat Hij macht heeft om Zijn Naam te verheerlijken en om Zijn kinderen rijkelijk te zegenen.
Markus 2:12 (HSV): “En hij stond meteen op, en nadat hij de ligmat opgenomen had, ging hij voor het oog van allen naar buiten, zodat zij allen buiten zichzelf waren en God verheerlijkten en zeiden: Wij hebben nog nooit zoiets gezien!”
Dat Hij macht heeft om Zijn uitnemende Liefde, Zijn grote barmhartigheid, Zijn mededogen, Zijn onkreukbare trouw, Zijn onaantastbare rechtvaardigheid en eerlijkheid, te bewijzen.
Mattheüs 28:20 (HSV): “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.”

Wat de ‘Gaven van genezingen’ NIET zijn
Het is zonder meer duidelijk, dat deze Geestesgave NIETS te maken heeft met de medische wetenschap. Deze laatste kan beoefend worden door zondaren, die zelf nooit van de Heilige Geest gehoord hebben, laat staan, dat zij iets zouden weten van Zijn manifestaties.
Vele ziekten en kwalen wortelen diep in de menselijke ziel of geest. Zo leert de natuurlijke mens ook, dat zorg, angst, vrees, ontmoediging, neerslachtigheid, teleurstelling, wantrouwen, haat, bitterheid, mopperen, wrok, enzovoort veelal remmend werken ten aanzien van de genezing van een ziek mens. In de praktijk komt het dan ook voor dat de natuurlijke genezing (pas) kan intreden, zodra men kans ziet om op de één of andere manier bovengenoemde gemoedstoestanden te verwijderen. Maar dit wil dan nog niet zeggen, dat er dan sprake is van GODDELIJKE GENEZING!
Andere ziekten en kwalen staan weer in direct verband met demonische machten, met “geesten”. In Indonesië noemt men deze machten “goena-goena” of ook wel “zwarte kunst”. Genezing van op deze wijze aangebrachte ziekten MOET op bovennatuurlijke wijze worden bewerkstelligd. De beste en beroemdste medici staan hier machteloos tegenover; ze staan dan namelijk tegenover ‘ondoorgrondelijke raadselen’… Door de werking van de “gaven van genezingen” kan dan op bovennatuurlijke wijze gezondheid worden verkregen.
Vanzelfsprekend vallen de werken van “spiritisten” en “magnetiseurs” en al dergelijke “tovenaars” NIET onder eerderbedoelde bovennatuurlijke genezing (van Godswege)! Hoe dikwijls hebben wij gezien dat deze kwakzalvers hun rituelen doen en hoe zij de zieken SCHIJNBAAR genazen. Wij hebben echter in al dergelijke gevallen kunnen constateren dat de zieken daarna met (veel) meer en nog ergere moeilijkheden bleven zitten dan in het begin en hoe zij regelmatig een vroege dood stierven! Hoe dat komt? Al deze “tovenaars” gaan niet om met de Levende en Heilige God, de Schepper van hemel en aarde, de Bron van alle leven, maar staan in dienst van de duivel! En van de duivel weten wij, door Gods Woord, dat hij alleen maar komt om te stelen, te slachten en te verderven!
Johannes10:10 (HSV): “De dief (hier: het beeld van de duivel) komt alleen maar om te stelen, te slachten en (om mensen) verloren te laten gaan;…”
Dezulken kunnen komen met “bijgeloof”, met zogenaamde “mentale suggestie”, met “psychologie”, met allerlei “hekserij”, met “beprevelde drankjes”, met “bewierookte en in papier of doekjes gewikkelde spreuken”; zij kunnen bij al deze handelingen ook de naam “Jezus” prevelen of “God” erbij halen… maar, het zal allemaal niets helpen! De blinde ogen worden niet geopend, de dove oren zullen niet horen, de kreupele voeten zullen niet weer lopen, de hersentumor zal niet worden weggenomen, de geperforeerde longen zullen niet dichtgroeien, de maagkanker zal niet worden genezen. Ook zal satan geen demonen uitwerpen uit de personen die men (door zijn satanische/duivelse macht) met deze ziekten en kwalen heeft bewerkt, want satan werpt de satan/duivel (of zijn demonen) niet uit! De Bijbel leert ten aanzien hiervan duidelijk en beslist: “En als de satan de satan uitdrijft, dan is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe kan zijn rijk dan standhouden?” (Matth. 12:26).
Een Bijbels voorbeeld waar duivelbezweerders de Naam van Jezus bij hun duistere praktijk noemen, vinden wij in Handelingen 19!
Handelingen 19:10-16 (HSV): “En dit gebeurde twee jaar lang, zodat allen die in Asia woonden, het Woord van de Here Jezus hoorden, zowel Joden als Grieken. En God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus, zo zelfs dat, als de zweetdoeken of de doeken die hij om zijn middel droeg, van zijn lichaam op de zieken gelegd werden, de ziekten van hen weken en de boze geesten uit hen weggingen. En enkele van de rondtrekkende Joodse duivelbezweerders waagden het de Naam van de Here Jezus uit te spreken over hen die boze geesten hadden. Zij zeiden: Wij bezweren u bij Jezus, Die door Paulus gepredikt wordt. Het waren zeven zonen van Sceva, een Joodse overpriester, die dit deden. Maar de boze geest antwoordde en zei: Jezus ken ik en van Paulus weet ik af, maar u, wie bent u? En de man in wie de boze geest zich bevond, sprong op hen af en toen hij hen overmeesterd had, bleek hij sterker dan zij, zodat zij naakt en gewond uit dat huis vluchtten.”
Commentaar is hierbij overbodig.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys


[1] Zie eventueel – op onze website http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie “Lukas – het Boek van de NIEUWE MENS in Christus” (Over Jezus, de Hogepriester en hoe wij, als priesters van de allerhoogste God, Hem moeten dienen), van E. van den Worm.

donderdag 10 februari 2011

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 10

.






Deel 2:
De Gaven of Manifestaties van de Heilige Geest







De Gave van ‘het Onderscheiden van geesten’

Wat is de Gave van ‘het Onderscheiden van geesten’?
Deze gave is de derde van de groep van ONHOORBARE (Geestes)gaven, waardoor God de christen iets doet KENNEN of WETEN. De gave van “het Onderscheiden van geesten” is de “bovennatuurlijke” manifestatie van Gods Geest, die de christen openbaart WELKE of WAT voor geest/geesten er rondom hem/haar werkzaam is/zijn.
Efeze 6:12 (HSV): “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.”
Gods Geest stelt ons met deze gave in staat om een bovennatuurlijke blik te slaan in de wereld der geesten. Dat deze gave van ontzaglijk groot belang is voor de Gemeente van de Here Jezus Christus, behoeft geen nader betoog. Door de werking ervan wordt het Lichaam van Christus altijd en overal veilig gesteld!
Prijst God voor Zijn wondervolle voorziening!
Allen, die in enige bediening staan, moeten niet ophouden God om de manifestatie van deze (Geestes)gave in hun bediening te bidden, want alleen deze (Geestes)gave doet hen de soort geesten onderscheiden, die in deze laatste dagen werkzaam zijn in de mensen, die wij op de één of andere manier met het Evangelie moeten zien te bereiken, zoals:

•geesten van ongehoorzaamheid (waardoor men al gauw geneigd is tot ongehoorzaamheid, ook en vooral aan God en Zijn gebod[1]),
•geesten van hoogmoed,
•geesten van twistgierigheid (waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – geneigd is tot redetwisten of onverdraagzaamheid),
•geesten van zelfmedelijden,
•geesten van vleselijke lusten (waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – geneigd is tot allerlei soorten van verkeerde verlangens en/of seksuele uitspattingen),
•geesten van murmurering (waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – geneigd is tot mopperen, klagen en/of ontevredenheid),
•geesten van koppigheid,
•geesten van onreinheid,
•geesten van ontuchtigheid,
•geesten van onmatigheid,
•geesten van vitten en treiteren,
•geesten van roddel,
•geesten van onderkruiperij (waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – afbreuk wil doen aan andermans werk),
•geesten van zelfvoldaanheid,
•geesten van (geestelijke) blindheid,
•geesten van stomheid (het “met stomheid geslagen zijn”, waardoor men niets weet te zeggen of het – voor altijd of slechts tijdelijk – echt niet kunnen spreken),
•geesten van onvastheid (waardoor men onzeker/wankelbaar/onevenwichtig is, en dus niet – of niet volkomen – beheerst wordt door de eigen wil of – nog belangrijker – door Gods wil),
•geesten van leugen,
•geesten van haat,
•geesten van zelfbedrog,
•geesten van zotternij (waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – geneigd is om dwaze of gekke dingen te doen),
•geesten van spot (waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – geneigd is om anderen, door een grap of gekheid, te bespotten en/of belachelijk te maken),
•geesten van luiheid,
•geesten van praatzucht (ofwel: het praatziek zijn, waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – geneigd is tot onzinnig kletsen of roddelen),
en van nog heel veel andere geesten[2], waarvan in de Bijbel wordt gesproken.

Zoals christenen in deze laatste dagen “alles op alles” zetten om dit Evangelie van het Koninkrijk te verkondigen, waar en wanneer zij maar kunnen, zo grijpt de duivel iedere gelegenheid aan om in deze laatste dagen de wereld te bezoeken met een “opwekking” (ofwel: een herleving) van helse machten! Daarom kan en mag de Gemeente van Jezus Christus, juist in deze huidige tijdsbedeling, verwachten dat God Zijn geestelijke gaven – en DEZE geestelijke gave niet in het minst – in overvloediger mate zal schenken. Halleluja!
De (Geestes)gave van “het Onderscheiden van geesten” openbaart de christen verder, HOE God op een bepaald ogenblik in de samenkomst werkt en WELKE gave in manifestatie IS of KOMT. Hoeveel christenen maken niet de grote fout om hun samenkomsten te leiden volgens een VAST, van te voren opgemaakt programma, waarvan zij niet willen afwijken, TENZIJ God Zelf zou ingrijpen! Dat zij – zo doende – net zo vele malen lijnrecht tegenover de leiding van de Heilige Geest staan, beseffen zij niet eens, omdat zij niet in staat zijn om te onderscheiden, welke (Geestes)gave op een gegeven moment in werking is of wordt gemanifesteerd! Pas als wij, christenen, met de Geest van God samenwerken en Hij IN ons werkt, zullen psychologen, psychometristen, telepaten, kristalkijkers, astrologen en handwaarzeggers onthutst, verstomd en verward zijn… net zoals zij dat waren op die eerste Pinksterdag en in die eerste Pinkstertijd, toen zij de wonderbaarlijke manifestaties van Gods Geest zagen.
Het is door de manifestatie van deze gave van de Heilige Geest, dat christenen (kunnen) onderscheiden of de werkzame gaven van “ALLERLEI TALEN”, “UITLEG van TALEN” en “PROFETIE” in de Gemeente wel “echt” zijn en niet “uit het vlees”!
1 Korinthe 14:27-29 (HSV): “En als iemand in een andere taal spreekt, laat het dan door twee of hoogstens drie mensen gedaan worden, ieder op zijn beurt, en laat één het uitleggen. Maar als er geen uitlegger is, laat hij dan in de gemeente zwijgen, maar laat hij tot zichzelf spreken en tot God. En laten twee of drie profeten spreken, en LATEN DE ANDEREN HET BEOORDELEN.”
Ik heb mogen leren dat dit BEOORDELEN alleen dient te geschieden door hen, die waarlijk – vanwege hun uitgesproken geloofsleven met deze (Geestes)gaven – PROFETEN zijn!
1 Korinthe 2:15 (HSV): “De GEESTELIJKE MENS beoordeelt wel alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld.”
Het was door deze gave, dat de Heilige Geest mij op een morgen – tijdens een samenkomst – de “geest van VERBEELDING” deed onderscheiden in een man, die op dat ogenblik “profeteerde”, nadat diezelfde (verkeerde) geest de man eerst had doen spreken van een “gezicht”! De Geest van God drong mij toen tot een bestraffing van die geest, waarop de man zweeg.

Wat deze Gave NIET is
“Het Onderscheiden van geesten” heeft niets te maken met wat de mensen zo gaarne beoefenen: achterdocht, wantrouwen, argwaan en/of verdenking. Nog veel minder heeft deze Geestesgave te maken met de zogenaamde “Christian Science”: zij ontkennen namelijk het bestaan van een duivel en van geesten.
Het Schriftuurlijke “Onderscheiding van geesten” is niet een zéér sterk ontwikkeld gevoel voor verbeelding (d.i. het zich – onterecht – iets inbeelden). In de regel is het wel zo, dat personen, die aan dit laatste lijden, innerlijk al van het rechte pad afgeweken zijn. Zij zijn, zoals de Bijbel dat kernachtig zegt: “verdwaasd in hun overwegingen ... Zij hebben de waarheid van God vervangen door de leugen” (Rom. 1:21b-22, 25a). God haat menselijke verbeelding/inbeelding.
Spreuken 6:16-19 (HSV): “
Deze zes haat de HERE, ja, zeven zijn een gruwel voor Zijn ziel:… een hart dat zondige plannen smeedt (SV: een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt),… een valse getuige die leugens blaast,…”
Het was om deze reden, dat God de zondvloed deed komen en daardoor een einde maakte aan alle vlees.
Genesis 6:5 (HSV): “En de HERE zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en dat al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren.”
Gode zij dank voor alle genade, ons in Jezus Christus geworden, waardoor het ons mogelijk is om over deze dingen de overwinning te behalen.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys


[1] Alle hier, tussen haakjes, vermelde teksten zijn – hopelijk ter verduidelijking – door A. Klein toegevoegd.
[2] Al deze geesten zijn net zovele machten van de boze die de (gelovige) mens negatief beïnvloeden, waardoor het leven, maar vooral ook het geloofsleven niet TEN VOLLE tot eer en verheerlijking van Zijn Naam zal kunnen zijn. Vandaar ook de noodzaak dat deze geesten bestaft en/of uitgeworpen dienen te worden (ofwel: dat de macht van deze geesten verbroken wordt), zoals we o.a. kunnen lezen in 2 Kor. 10:3-6a. (noot – AK)



maandag 10 januari 2011

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 9









Deel 2:
De Gaven of Manifestaties van de Heilige Geest





De Gaven van een ‘Woord van Wijsheid en van Kennis’

Wat is de Gave van een ‘Woord van Wijsheid’?
Eén van de “geruisloze” Geestesgaven, waardoor God de christen in staat stelt om te KENNEN of te WETEN, is de gave van een “Woord van Wijsheid” (zie 1 Kor. 12:8-10). Ze is een bovennatuurlijke manifestatie van Gods Geest. Aan de christen wordt hier, wanneer God dit nodig acht, EEN DEEL VAN Zijn WIJSHEID geschonken, waardoor hij/zij tot uitspraken kan komen die een Goddelijke oplossing van problemen brengen. Met deze (Geestes)gave doet God de Heilige Geest ons weten, het HOE, het WAAROM, het WANNEER, het WAAR en het WAT van deze of gene kwestie. Altijd zullen wij gewaar worden, dat het hier gaat om een BOVENNATUURLIJKE oplossing van een vraagstuk.
Zoals alle christenen geloof hebben ontvangen (zie Rom. 12:3) en slechts enkelen de gave van “het geloof”, zo hebben alle christenen min of meer Goddelijke wijsheid, maar niet allen hebben de gave van een
“Woord van Wijsheid”.
Met de manifestatie van deze Geestesgave wordt een Gemeente opgebouwd en worden opwekkingen in de juiste banen geleid. Deze Geestesgave kan werkzaam zijn door visioenen, door dromen of door directe openbaringen. In dit laatste geval kunnen deze diep in de menselijke geest of op zachte toon, dan wel met duidelijk waarneembare stem worden ontvangen. De Here God doet het, zoals Hij dat verkiest. Hij spreekt nog altijd op velerlei wijze en “er is verscheidenheid van (Zijn) werkingen” (zie 1 Kor. 12:6a, HSV).
Net als alle andere geestelijke gaven wordt ook deze gave door de Geest gegeven tot bevestiging van de verschillende bedieningen en ambten, die net zo goed aan de Gemeente door dezelfde Geest geschonken zijn.
Deze (Geestes)gave is echter niet alleen nodig voor de voorganger van een Gemeente, niet alleen voor de evangelisten, leraars of enige andere werker in Gods Koninkrijk, maar zij is ook hard nodig in de levens van gelovige vaders en moeders, die maar al te dikwijls te maken krijgen met de moeilijkheid, dat het ene kind niet gelijk is aan het andere en uit hoofde daarvan ook niet op gelijke wijze kan worden behandeld. Wie zal alsdan – bij vragen of problemen – de oplossing kunnen geven, die afdoende is? Alleen de Heilige Geest! “Ja maar”, zo hoor ik al iemand zeggen, “daarover behoeven wij heus niet te tobben; daar zijn de opvoeders, de pedagogen voor”. Maar zij vergeten één (belangrijk) feit, namelijk: dat God onze kinderen geschapen heeft. Hij is de grootste Pedagoog! Waarom niet rechtstreeks tot Hem gegaan ? Daar is alles voor te zeggen en niets tegen in te brengen.

Wat de Gave van een ‘Woord van Wijsheid’ NIET is
Deze gave mag niet worden verward met geestelijk inzicht, dat een persoon hebben kan in de één of andere aangelegenheid. Geestelijk inzicht kan worden verkregen door jarenlange routine inzake geestelijke problemen, die op het arbeidsveld veelvuldig voorkomen. Maar iemand kan zich al lang op de geloofsweg bevinden en de Here al lang kennen en tòch deze gave ontberen. Aan de andere kant is het heel goed mogelijk dat iemand met niet veel geestelijk inzicht en een onjuist geestelijk oordeel, soms deze gave in zijn of haar leven gemanifesteerd ziet.
De vandaag de dag zo gaarne door de mensen bestudeerde “psychologie” heeft met deze wonderbare Geestesgave ook niets te maken, want psychologie is het (alleen maar, en dan nog zeer ten dele) ‘kennen’ van de natuurlijke geest. Al zou psychologie zich kunnen indringen in de bovennatuurlijke wereld, iets dat men “para-psychologie” pleegt te noemen, daarom is zij nog niet een BOVENNATUURLIJKE manifestatie van Gods Geest. Integendeel, zij is aards! Van zúlke menselijke “wijsheid” lezen wij: “dat is niet de wijsheid die van boven (d.i. van God) komt, maar ze is aards, natuurlijk, duivels” (Jak. 3:15, HSV).
Een “Woord van Wijsheid” is, zoals vermeld, niet die Goddelijke Wijsheid die iedere christen min of meer hebben kan. Men behoeft, zoals reeds eerder opgemerkt, niet eerst vele jaren de geloofsweg te bewandelen om deze (Geestes)gave te kunnen ontvangen. Een jonge christen kan deze (Geestes)gave ten deel vallen, net zoals Salomo deze gave in zijn jonge jaren ontving om – in Gods wijsheid – het volk van God te richten (zie 1 Kon. 3:12b).
Een “Woord van Wijsheid” is niet die hoge graad van intelligentie die mensen – mede door studie – kunnen hebben: zoals bijvoorbeeld doktoren, staatslieden en dergelijke. Helaas moet echter wel worden geconstateerd dat velen die nooit de Heilige Geest hebben ontvangen, in vele gevallen wijzer zijn – met name in de natuurlijke, menselijke zaken – dan de christenen! Dit kunnen wij ook lezen in Lukas 16:8b (HSV): “Want de kinderen van deze wereld zijn onder elkaar verstandiger dan de kinderen van het licht.”
Een “Woord van Wijsheid” omvat echter zeker NIET ALLE Goddelijke Wijsheid, NIET ALLES van Gods Wijsheid. De Heilige Geest geeft slechts dat licht (d.i. inzicht) aan ons, dat nodig is om ons een deel van Zijn onuitputtelijke wijsheid te doen kennen.
Een “Woord van Wijsheid” is, zoals ik reeds eerder opmerkte, niet een gave die alleen voor arbeiders/dienstknechten van de Here is weggelegd. Deze gave is voor allen die IN Christus zijn en die bij wijlen in het leven geconfronteerd worden met problemen, die boven elk menselijk verstand uitgaan. Een “Woord van Wijsheid” is niet een plotseling opkomend “nieuw idee”, want dit laatste kan zelfs opkomen in het brein van een zondaar, en een goddeloze.
Deze Geestesgave is NIET het product van de menselijke geest! Zij is werkzaam door de manifestatie van de Heilige Geest, en wel zó dat de MENSELIJKE geest, in plaats van het verstand te gebruiken, door de Heilige Geest WORDT GEBRUIKT.

Enkele voorbeelden uit de Bijbel
1.
1 Koningen 3:16-23 (HSV): “Toen kwamen er twee vrouwen, hoeren, bij de koning (Salomo), en zij gingen voor hem staan. De ene vrouw zei: Och, mijn heer, ik en deze vrouw wonen in één huis, en ik heb bij haar in huis een kind gebaard. Het gebeurde op de derde dag nadat ik gebaard had, dat deze vrouw ook een kind baarde. Nu waren wij samen, geen vreemde was er bij ons in huis; alleen wij tweeën waren in huis. Toen is de zoon van deze vrouw 's nachts gestorven, omdat zij op hem gelegen had. En zij is midden in de nacht opgestaan, heeft mijn zoon bij mij weggenomen, terwijl uw dienares sliep, en heeft hem in haar schoot gelegd; en haar dode zoon legde zij in mijn schoot. Toen ik 's morgens opstond om mijn zoon te voeden, zie, hij was dood. Diezelfde morgen echter bekeek ik hem goed, en zie, het was mijn zoon niet, die ik gebaard had. Toen zei de andere vrouw: Niet waar, de levende is mijn zoon, en de dode is uw zoon. De eerste zei daarentegen: Niet waar, de dode is uw zoon, en de levende is mijn zoon! Zo spraken zij ten overstaan van de koning. Toen zei de koning: Deze zegt: Dit is mijn zoon, de levende, en uw zoon is de dode, en die zegt: Niet waar, uw zoon is de dode en mijn zoon is de levende.” Als met de snelheid van een bliksemflits toonde de Geest van God aan Salomo, WAT hij in deze nodig had te weten en HOE hij dat had aan te wenden, en WAAROM hij het zó moest doen en niet anders… “Vervolgens zei de koning: Breng mij een zwaard; en zij brachten een zwaard bij de koning. En de koning zei: Snijd dat levende kind in tweeën, en geef de helft aan de één en de helft aan de ander” (1 Kon. 3:24-25, HSV). Door dit “Woord van Wijsheid” op het JUISTE MOMENT te geven werd het wezen van de dingen openbaar, want wij lezen verder: “Maar de vrouw van wie de levende zoon was – want haar medelijden werd opgewekt vanwege haar zoon – zei tegen de koning: Och, mijn heer! Geef haar het levende kind, en dood het in geen geval. Maar de ander zei: Het zal niet voor mij en ook niet voor u zijn, snijd het doormidden. Toen antwoordde de koning en zei: Geef haar het levende kind, en dood het in geen geval: zij is zijn moeder. En heel Israël hoorde het oordeel dat de koning geveld had, en men had ontzag voor de koning, want zij zagen dat de wijsheid van God in hem was om recht te doen” (1 Kon. 3:26-28, HSV). Dit KENNEN (WETEN) van het wezen van de dingen, door Salomo, was een gevolg van de directe openbaring van Godswege HOE hij het probleem moest aanpakken. Het was de afdoende oplossing en geen andere oplossing kon hiervoor in de plaats komen.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

zaterdag 24 juli 2010

Als hemelvlammen de aarde raken

.












De Geest, de volheid in Christus, het ontvangen van de heerlijkheid van God en het onszelf aanbieden aan Hem zijn vier elementen die onlosmakelijk aan elkaar zijn verbonden. De Geest voert ons naar Christus en Christus geeft Zichzelf als Zijn reactie op onze overgave aan Hem. Vervuld worden met de Geest en opgaan in Hem veronderstelt de beleving dat ik iets mis en dat Hij dat gemis aanvult. Dat doet Hij met Zichzelf, want de Geest is gericht op Christus. Dat is opwekking! En waar Pinkstervuur brandt, brandt Christus en gaan we spontaan overvloeien. Lofprijzing is dan niet beperkt tot het half uur van aanbidding tijdens de dienst, maar uitgebreid tot levensstijl.
De hemelse wijn maakt de tongen los. We schaamden ons eerst voor het Evangelie, maar nu dringt de liefde van Christus ons en verkondigen wij deze liefde. We worden dronken in Christus. We worden dronken in Zijn liefde. Dat mag, want de Geest wil uitbundigheid. "Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben" (Joh. 10:10b). Dat schenkt de Geest (van God). Het is ook de Geest Die ervoor zorgt dat deze overvloed naar buiten komt: "Laat mijn mond vervuld worden met Uw lof en met Uw heerlijkheid, de hele dag" (Ps. 71:8). De Geest doet ons aan God genoeg hebben. Zodat we echt voldaan zijn. Zodat we gaan zitten en met vrede in vreugde opgaan in de glorie van God.
Dat is niet slechts een mystieke roes, want daarin ligt het gevaar van bandeloosheid. Ik moet dan denken aan bewegingen die de neiging hebben de Heilige Geest los te trekken van het Woord en van de Vader met Zijn Zoon. Dit gaat dieper. De overvloedige volheid van Gods Geest geeft de meest intense vrede en blijdschap. Geen aardse taal kan dit beschrijven. Het gaat alle verstand te boven. Het is hemels, aanbiddelijk, verrukkelijk! Wanneer de vrede van Christus regeert in ons hart (Kol. 3:15), verstaan we iets onoverwinnelijks, wat Pilkington zo treffend als volgt beschreef: "Jaren geleden werd één van onze vloten uiteengeslagen door een hevige storm. Het bleek echter dat enkele schepen niets te lijden hadden gehad onder het geweld. Ze waren in 'het oog van de orkaan', zoals zeelui dat noemen. Terwijl alles om hen heen verwoesting was, waren zij veilig. Zo is het met hem die de vrede Gods in zijn hart heeft."
Op de Pinksterdag sloegen de hemelvlammen van Gods liefde naar de aarde over! Een geweldige liefdesbrand werd in de harten van de discipelen ontstoken. Het Pinkstervuur doorgloeide hen. Lukas getuigt ervan in Handelingen 2: "En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En er werden door hen tongen als van vuur gezien, die zich verspreidden, en het zette zich op ieder van hen" (de verzen 2 en 3). De vlammen sloegen hen boven het hoofd uit. Daar stonden ze: levend "in brand", als getuigen van God! De mannen gingen uit en lieten het hele rijk schudden op haar grondvesten.
Het is het verlangen van mijn hart dat de Kerk van Jezus Christus in onze dagen in haar eerste glorie zal staan. Dit verlangen stuit op weerstand, omdat hier een prijskaartje aanhangt. Dat heeft ermee te maken dat het Pinkstervuur van God een heilige brand is. Al het onze moet er eerst aan. Pas vanaf het moment dat dàt in vlammen opgaat, ontsteekt de Heilige Geest een liefdesbrand en zal de Gemeente van Christus ‘geuren en kleuren’ als een helder baken. Zal ze impact hebben in onze naties.
Gelet op het beschikbare in de Pinksterfontein van Christus moesten de vlammen wel boven onze huizen uitslaan. De Pinksterfontein vloeit op dit ogenblik! Onophoudelijk! Waarom heeft de Gemeente van Christus dan zo vaak niet de passievolle geestdrift van Pinksteren? Omdat ze niet in de stroom staat misschien? Immers: hoe kan de vlam boven het dak van Zijn Gemeente uitslaan, als er onder het dak niets aanwezig is?! Lopen we weg door de geestdrift te doden met zinloos tijdverdrijf, jacht naar geld en eer, goddeloos gebruik van televisie en internet en het stellen van menselijke producten boven dat wat God ons leert door Zijn Woord? Of gaan we op in onze activiteiten, resultaten en zegeningen in plaats van in Hem? Eens vroeg ik op een samenkomst: we bidden zo vaak om het vuur vanuit de hemel, maar zijn we er eigenlijk wel klaar voor?
"Hem nu Die machtig is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkt, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen." (Ef. 3:20-21).

15-6-2010 bron: John Kamphuis
Overgenomen van het CIP (
Christelijk Informatie Platform)

Noot van A. Klein:
Bovenstaand artikel, alweer van iemand waarvan ik nog niet eerder iets had gehoord of gelezen, vond ik zo goed en duidelijk geschreven dat ik besloten heb het op ons weblog te plaatsen.
Wij willen u graag nog op enkel studies op onze website http://www.eindtijdbode/ wijzen die dieper ingaan op onderwerpen die hierboven aan de orde komen, zoals:

1. “
De Gever en Zijn Gaven (Deel 1 – over de DOOP met Gods Heilige Geest)", van CJH Theys, op ons weblog vanaf 10-5-2010 (elke maand een hoofdstuk).
2. “
De natuurlijke mens en de Heilige Geest”, van CJH Theys.
3. “De ‘
Spade Regen opwekking’ (over de UITSTORTING van de Heilige Geest)”, van H. Siliakus, op ons weblog van 24-4-2010.
4. “
De volmaaktheid in Christus op aarde, in de eindtijd” van E. van den Worm.
5. “
De uiteindelijke, Goddelijke HEERLIJKHEID van de ware Gemeente van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeente” van E. van den Worm.
6. “
De werkingen van de Geest in de eindtijd”, van E. van den Worm.

Als hemelvlammen de aarde raken - Gods Geest en heerlijkheid IN ons

vrijdag 9 april 2010

Boekbespreking 6: De natuurlijke mens en de Heilige Geest


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar C.J.H. Theys[1],
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Een kort woord vooraf van de schrijver
Ieder mens heeft zijn eigen zwakheden en gebreken. Daarvandaan dat de Here Jezus gezegd heeft, dat de mens “wedergeboren” moet worden. Alleen deze Schriftuurlijke wedergeboorte vormt de inleiding tot het ontvangen van de doop met de Heilige Geest. Daar is géén andere weg (zie Joh. 7:37-39). De wedergeboren mens wordt dan een kind van God, Die hem Zijn Goddelijke natuur mededeelt (schenkt). Dit schenken van die Goddelijke natuur is een soevereine daad van God. Door de Geest en het Woord wordt deze als het ware “ingeplant”. Zoals de mens door zijn natuurlijke geboorte deel kreeg aan de gevallen en van God vervreemde natuur, zo krijgt hij door de wedergeboorte deel aan de Goddelijke natuur. Hieronder volgen Schriftplaatsen uit de Statenvertaling[2] van de Bijbel. Het Woord van de levende God zal ons tenslotte moeten overtuigen als instrument van de Heilige Geest. Het is de Heilige Geest Die bovennatuurlijke kenmerken kan brengen in het leven van de wedergeboren mens. Uitgaande van zijn natuurlijke schepping is ieder mens een eigenaardig en merkwaardig “mengsel van sterke, maar òòk van zwakke kanten”. In totaliteit vormen deze zijn karakter. Van menselijke kant is daar niets aan te doen. Daarom roept een liefdevolle God de mens tot “bekering”; hij moet zich tot God wenden, zich naar God toekeren, Die Zijn bemoeienissen zal voortzetten en in kracht zullen doen toenemen. De mens wordt alsdan “klaargemaakt” voort een “nieuw leven”, waarin de Heilige Geest de leiding neemt zolang als de mens zich aan Hem wil onderwerpen. Deze brochure wil er toe dienen meer duidelijkheid te brengen in deze hoogst interessante en voor het geloofsleven hoogst belangrijke zaak. Moge de Here van hemel en aarde Zijn onmisbare zegen schenken aan de inhoud – deze is de bede van de schrijver. Hem zij de glorie! Amen.

Inleiding
Nu al moet het duidelijk zijn, dat Christus “DE Bron”, DE Oorsprong” is, en dat het nieuwe leven dezelfde hoedanigheden en karaktertrekken kent als in Christus… dezelfde vreugden en dezelfde verlangens. Dit leven kan daarom alleen vrij tot uiting komen, kan zich enkel vrijelijk demonstreren (openbaren) als het kan werken zoals het destijds in Jezus Christus werkzaam was toen Hij in Zijn rondwandeling hier op aarde was. Daar zijn nog altijd mensen die zeggen, dat wij, in deze moderne wetenschappelijke en technisch-hoogstaande eeuw, in geheel andere omstandigheden verkeren dan in de dagen van Jezus Christus. Toegegeven, in zekere zin is dit ook zo, als wij alleen maar acht geven op al die hypermoderne vindingen en als wij enkel letten op en kijken naar alle gemakken. Maar niettegenstaande dit alles, is de menselijke natuur, het menselijke karakter, in de onderlinge relaties en verhoudingen met medemensen helemaal niet verandert; en in diezelfde omstandigheden openbaarde zich de Goddelijk natuur in Jezus Christus, toen Hij onder de mensen leefde.
Laten wij nu eens eerlijk deze zaken bekijken: Juist in deze “menselijke verhoudingen” vinden wij het gebied, waar de Goddelijke natuur werkzaam is in de levens van Gods kinderen, en dat ten behoeve van God in de allereerste plaats en direct daarna van de medemens(en).
Het is daarom een hóógst belangrijke zaak om deze niet-te-weerleggen waarheid van de Goddelijke natuur duidelijk in te zien!! Want zonder wedergeboorte, zonder deze Goddelijke natuur, is blijvende zaligheid niet mogelijk…
“Als iemand niet (SV: TENZIJ dat iemand) opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God NIET ZIEN… Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God NIET BINNENGAAN” (Joh. 3:3b, 5b - HSV).
Wie “uit God geboren is”, is door die (weder)geboorte in een eeuwige verhouding met God gebracht. Hij kan alsdan deel hebben aan Zijn eeuwige Goddelijke natuur – aan Zijn eeuwig leven. De karaktertrekken, de kenmerken, van dit Goddelijk leven zijn “heiligheid en liefde”. Een wedergeboren leven vindt haar diepste bevrediging in een volkomen dienstbaarheid aan God en de medemensen.
Zùlk een mens kan dan ook alleen maar intens-gelukkig zijn, als hij/zij dit soort leven leeft, omdat alleen in zulk een leven de Goddelijke natuur zich zal ontplooien naar haar aard en het Goddelijk karakter zal groeien (toenemen) tot eer en verheerlijking van de Here Jezus Christus.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-8-2009. KLIK HIER
[2] Daar waar in deze studie de Bijbelteksten vermeld staan heb ik deze, voor uw leesgemak, zoveel mogelijk omgezet naar “de herziene Statenvertaling” (de deeluitgave uit 2006 – afgekort HSV). (noot AK)

vrijdag 10 juli 2009

Podium en Gemeente - deel 2


Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.




Hoofdstuk 2
Gods arbeider en de Gemeente
Een Gemeente in deze Nieuwtestamentische periode (van in totaal zo’n 2000 jaar), waarin de Geest van God Zijn weg niet kan hebben, is geen Gemeente in de Schriftuurlijke zin en derhalve GEEN Gemeente van God! Een Gemeente van God is dus een hechte gemeenschap van gelovigen waarin de Geest van God de leiding heeft, en Hij dus de overste Leidsman en de Voleinder van het geloof is. Vanzelfsprekend werkt de Heilige Geest deze leiding uit door middel van mensen in wie Hij woont, door wie Hij dus werkt; waarom dezen ook “medearbeiders van God” worden genoemd.
Velen willen wel graag een Gemeente bedienen, maar dan één, die al gevormd is. Dit lijkt hun gemakkelijker; toch is dat niet zo! Bovendien is er niets zo wondervol, althans indien u hiertoe geroepen bent, dan om eerst nog onbekeerde zielen te zoeken en die – door Gods genade – te brengen in Zijn Koninkrijk; om met die zielen straks samen een Gemeente van de grond af aan op te bouwen. Is die Gemeente – door de leiding en kracht van de Geest – gevormd, dan is u roeping bevestigd èn kent u uw “schapen” door en door.
Velen kennen een verlangen om iets voor de Here te doen; maar zo’n verlangen hoeft nog geen roeping van God te zijn. Toen God Saulus van Tarsen riep, was hij een vervolger van de Gemeente en had zelf allerminst iets, wat op een Gemeente van God leek. Maar toen Saulus een Paulus wilde worden en aan God de beslissing wilde overlaten, werd hij de “apostel der heidenen” bij uitnemendheid. Glorie voor God! Hij reisde de streken en steden af en bouwde Gemeenten op! Halleluja!

De arbeider van God moet Hem dienen zonder aanzien des persoons
“Mijn broeders, heb het geloof van onze Here Jezus Christus, de Here der heerlijkheid, zonder aanzien des persoons. Want als in uw samenkomst een man zou binnenkomen met een gouden ring aan zijn vinger, in sierlijke kleding, en er kwam ook een arme man in haveloze kleding, en u zou hoog opzien tegen hem die de sierlijke kleding draagt en tegen hem zeggen: Gaat u hier zitten op een mooie plaats, en u zou tegen de arme zeggen: Gaat u daar maar staan, of: Ga hier zitten bij mijn voetbank, hebt u dan niet onder elkaar een onderscheid gemaakt en bent u zo geen rechters geworden met verkeerde overwegingen?” (Jak. 2:1-4, HSV)
Als u bij uzelf denkt: “Deze christen betaalt goed zijn tienden
[1], daarom zal ik bij hem maar wat door de vingers zien; maar die andere christen betaalt zijn tienden niet, die zal ik flink op zijn plaats zetten!” dan dient u met “aanzien des persoons”! Of als u het niet zo nauw neemt met Gods Woord, wanneer het een familielid betreft, dan meet u met twee maten! Zo kan men (ook) niet ten volle verzekerd zijn van uw dienst (ten aanzien van de Gemeente)!
Ongeacht voor wie maar ook – hetzij voor een koning of keizer, hetzij voor een bedelaar – hanteer dit Woord goed, snijdt het Woord recht! Dit geldt zowel voor apostelen alsook voor gewone discipelen van de Here.

Een arbeider van God moet zijn eigen huis goed kunnen regeren
Als u als arbeider (in Gods Gemeente) uw eigen huis niet kan regeren, hoe wilt u Gods Huis, de Gemeente, regeren? Weet u, dat Amerikaanse burgers geen gescheiden president willen hebben, wat hij ook is en hoe rijk hij ook is? Want wat zeggen de Amerikaanse burgers? Hetzelfde wat Gods Woord zegt: “Als hij zijn eigen huishouding niet kan regeren, hoe wil hij de staathuishoudkunde van de Verenigde Staten aankunnen”…? Zo kunnen wij ook geen goede voorganger of evangelist zijn als wij ons eigen huis niet (goed) kunnen regeren. Er zijn heel wat evangelisten, die hun eigen huis niet kunnen regeren: zij worden geregeerd door hun vrouw! Zo worden dit type arbeiders ook vaak geregeerd door de Gemeenteleden!

Een arbeider moet getrouwheid kennen in zijn bediening, ondanks strijd
Wat een arbeider in zijn bediening moet kennen is: GETROUWHEID. Getrouwheid is een van God ontvangen talent. Woeker daarmee, al is het gekregen talent nog zo eenvoudig. U kunt, door uw getrouwheid als ouderling of diaken, misschien een wankelmoedige voorganger in de kritieke ogenblikken van zijn leven tot goede steun en hulp zijn; juist genoeg om hem door die ogenblikken heen te helpen.
Geestelijke gaven en talenten komen pas dan tot hun recht, als wij God willen dienen, zoals Hij het wil. Dit geldt voor het gebruik van alle gaven en talenten. Doen wij dit niet dan zijn de beste geestelijke gaven NUTTELOOS! Dit geld evenzeer voor een talent als getrouwheid! Een groot loon wacht die dienstknecht, die zijn Heer getrouw heeft gediend.
· “Goed gedaan, goede en trouwe slaaf[2] (SV: dienstknecht), over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer.” (Matth. 25:23, HSV)
· “Goed gedaan, goede slaaf
(SV: dienstknecht), omdat u in het minste trouw bent geweest, wees daarom machthebber over tien steden.” (Luk. 19:17, HSV)
God stelt véél meer prijs op een arbeider die de hem toevertrouwde schapen, zonder veel geschreeuw, trouw hoedt, ook al komt er een “wolf” opdagen, dan op iemand, die van nature welsprekend is en andere wonderbare gaven bezit, maar vlucht als hij merkt, dat er strijd op komst is; iemand, die altijd uitvluchtjes weet te vinden om de strijd te ontlopen; die niet aanwezig is, als er herrie of ruzie in de Gemeente is, omdat hij er al eerder lucht van kreeg…
Laten wij de les die Jakob, de “hiellichter”, ons heeft gegeven in gedachten houden. Toen strijd hem wachtte – omdat hij zijn broer Ezau moest ontmoeten, die tegen hem verbitterd was vanwege zijn (leugenachtige) handelingen (zie Genesis vanaf hoofdstuk 27) – toen had hij willen worstelen met die Man bij de beek, de Jabok (zie Gen. 32:24-30). En die Man was God! Jakob worstelde dus met God! Maar Jakob liet Hem niet gaan voordat Hij hem zegende en zijn naam veranderde van Jakob in Israël, van “hiellichter” in “strijder van God”! Jakob zond vijf kudden naar zijn broer Ezau (vijf is het getal van “verzoening”); ook boog Jakob zich zeven keer voor Ezau, wat getuigt van Goddelijke ootmoed (d.i. het zich vrijwillig en nederig aan iemand onderwerpen), halleluja! Daardoor kon Ezau zijn broer Jakob daadwerkelijk en niet anders dan in verzoening ontmoeten!
Als u niet kan of durft te strijden als een arbeider van God, kan God u nooit – als Zijn mede-arbeider – in Zijn Gemeente plaatsen; Hij heeft aan zo’n arbeider niets! Ons is nooit beloofd dat onze weg naar de hemel “over rozen” gaat, integendeel, de weg naar de hemel gaat “langs vele verdrukkingen”… Maar laten wij hierbij niet vergeten dat Hij beloofd heeft: “Ik ben met u, alle dagen, tot aan de voleinding der wereld!” (Matth. 28:20). Prijs God! Houdt dus vast en blijft staan, dáár, waar u door de Here bent geplaatst. Nogmaals: als u, als gevolg van ’s Heren roeping, uw schouders hebt gezet onder een bepaald werk van Christus, als u in een zekere bediening van Hem staat, BLIJF dan staan, HOUD vast wat u hebt! Ook in dit geval geldt het Woord van de Here: “Houd vast wat u hebt, opdat niemand uw kroon zal wegnemen! (Openb. 3:11b, HSV).
Van Demas lezen wij dat hij op een gegeven ogenblik de apostel Paulus afviel, maar er waren – dank zij Gods voorzienigheid – anderen, die zijn plaats konden innemen. Glorie voor God! Laten wij Bijbelse voorbeelden als deze goed voor ogen houden.
Laten wij, aangaande deze dingen, ons liever spiegelen aan het Woord, zoals geschreven in 2 Timotheüs 4 vers 1-5: “Ik dring er dan op aan, voor God en de Here Jezus Christus, Die levenden en doden zal oordelen bij Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk: predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen. Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderwijs. Want er zal een tijd komen dat zij het gezonde (Bijbelse) onderwijs niet zullen verdragen, maar zij zoeken wat hun gehoor streelt, en zullen voor zichzelf leraars bijeenrapen naar hun eigen begeerten. Ze zullen hun gehoor van de waarheid afwenden en zich keren tot fabels. Maar u, wees nuchter (SV: wakker) in alles. Lijd verdrukkingen. Doe het werk van een evangelist. Vervul uw dienstwerk (t.a.v. de Gemeente van God) ten volle.” (HSV)
Het is een Woord vol van vermaningen en raadgevingen van Paulus aan de jonge Timotheüs, die hij, dank zij de genade van de Here, mocht stellen onder zijn leiding. Timotheüs werd door de Here geroepen om een evangelist te zijn van de Gemeente van God.
U zult, als u het Woord van God predikt, altijd mensen vinden die niet willen dat u hun leert hoe het hoort; die niet willen dat u hun vermaant. Zij willen slechts “de Blijde Boodschap” horen! Dit is in tegenspraak met de opdracht aan elke evangelist, een Bijbelse opdracht waarover wij (hierboven) in 2 Timotheüs 4 vers 1-5 hebben gelezen. En… er staat niet voor niets in 2 Timotheüs 3 vers 16 ook nog het volgende te lezen: “De hele Schrift is door God ingegeven, en is nuttig om te ONDERWIJZEN,...” (HSV)
Als u werkelijk het Woord van God predikt, ONDERWIJST u! Dit is wat een brenger van het Woord nummer één moet doen; natuurlijk niet in eigen kracht, en ook niet door geweld, maar door de Geest van God. Dus: predik het Woord van God! En dit Woord is niet alleen "nuttig om te onderwijzen", maar ook om “te weerleggen (aan hen bij wie Gods Woord weerstand oproept), te verbeteren (aan hen die Gods Woord onjuist uitleggen) en op te voeden (hen die zijn afgedwaald en dan nog dikwijls denken, dat zij het beter weten)”.
Ook heeft Paulus in 2 Timotheüs 4 vers 2 (zie hierboven) onder andere geschreven: “…bestraf (degenen die zondigen, die door hun handel, wandel en/of woord “willens en wetens” in verzet tegen Gods Woord komen), vermaan, en dat met alle geduld (degenen die nalaten te doen wat men moet doen)”.
Daarom heeft een arbeider in de dienst des Heren kennis nodig aangaande het Woord van God; anders kan hij dit Woord niet “recht snijden” (d.i. brengen en uitleggen zoals God het wil en bedoeld heeft)!
Het Woord van God is geen speelgoed! Hoeveel gelovigen spelen in deze laatste dagen niet met dit Woord! Zij hanteren het zoals zij het willen, zoals het in hun kraam te pas komt! Zulke gelovigen durven niet met een “open Bijbel” de wil van God onder de loep te nemen, bang als zij zijn voor de uitspraken van Gods Woord. Eén ding is waar: dit Woord scheidt ons van de zonde. Maar het omgekeerde is evenzeer waar: de zonde scheidt ons van Gods Woord, de zonde maakt dat u dit Woord niet (waarlijk) liefhebt. Als u werkelijk God wil dienen, ondanks strijd, dan grijpt u naar dit Woord!

KLIK HIER om deze studie (deel 2) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen![3]

CJH Theys[4]


[1] Waar – Bijbels gezien èn bestemd voor “het werk des Heren” – ook echt 10% van al uw inkomsten mee wordt bedoeld. Zie o.a. Mal. 3:8-10, Matth. 23:23 en Luk. 11:42.
[2] Het woord “slaaf” heeft bij ons een nare klank, maar m.i. is het een goede vertaling, omdat Hij waarlijk onze “Heer en Meester” is want… “Hij heeft ons gekocht en betaald” met Zijn eigen Bloed!
[3] Voor deel 1 van “Podium en Gemeente”, zie ons weblog van 4 juni 2009.
[4] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog, onder “Mijn volledig profiel weergeven”.
· De 1ste uitgave van deze studie was omstreeks 1970 (in boekvorm). Deze hernieuwde versie is door ons bewerkt naar (meer) HEDENDAAGS Nederlands. De originele versie (digitaal uitgetypt) is eventueel op aanvraag – via
info@eindtijdbode.nl – te verkrijgen.

donderdag 4 juni 2009

Podium en Gemeente[1]


Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.




Voorwoord

Met de uitgave van “Podium en Gemeente” geloven wij te voorzien in de behoefte van vooral jonge (en vaak dus nog onervaren) arbeiders op het arbeidsveld des Heren aan studies, zoals hier gegeven. Deze vinden uiteraard hun fundatie (hun basis) in de Bijbel en zijn samengesteld aan de hand van de praktijk gedurende vele jaren.
De schrijver hoopt dat in dit werk genoeg gevonden zal worden dat dienen mag als (nuttige) “informatie”. En wanneer er waardering is van de zijde van hen die dit lezen en bestuderen, zullen zij èn de schrijver van deze studie een berg hebben beklommen, waarvan de top uitsteekt boven het “normale, alledaagse leven”!
Met het “delven” uit de (geestelijke) Mijn – vol van de rijkste goudertsen,… uitgegraven met het “houweel van volharding” en met de “spade van liefde”, die beide werden gehanteerd met “handen van gepaste ootmoed” – gaat de bede, dat de Here Jezus Christus Zijn ONmisbare zegen zal schenken aan de inhoud, opdat er een blijvende zegen zal zijn voor die dappere menigte van jonge (vaak nog onervaren) arbeiders die bezield zijn met dat “heilig vuur”, met die heilige ijver; niet alleen om “vissers te zijn van mensen”, maar ook om de bijeengebrachte zielen te dienen in eenvoud en met een nederig hart, als zijnde: “een Gemeente van God”!!

Geheel de uwe, in de dienst van de Here, de Here van de oogst (d.i. de oogst van zielen).

CJH Theys
[2]

De arbeider van de Here en zijn verhouding tot God
Dit onderwerp “Podium en Gemeente” staat in verband met drie dingen:
1. De Heilige Geest, de Goddelijke Bewerker van alle arbeid in en voor de Gemeente;
2. De arbeider, ongeacht zijn ambt, functie of bediening;
3. De Gemeente.
Wij zullen eerst de arbeider van de Here onder de loep nemen en zijn algemene verhouding tot God, de Heilige Geest (de 3de Openbaringsvorm van God
[3]), om dan, in het hierna volgende hoofdstuk, deze arbeider nader te beschouwen in zijn algemene verhouding tot de Gemeente, die hij in de Naam de Here moet bedienen.

De arbeider en zijn karakter
Vóór alles hoort een arbeider van God een DEGELIJK KARAKTER te hebben. Dit is meer waard dan de naam van “een geweldige spreker of prediker” te hebben.
Goede gewoonten vormen het karakter ten goede, slechte gewoonten vormen het echter ten kwade. Laat mij het zo zeggen: het natuurlijke karakter wordt mede gevormd door “vaste” gewoonten (die wij vaak graag laten zoals ze zijn). Het komt dus hierop neer: Als u “van huis uit” mededeelzaam (o.a. behulpzaam)
[4] en gastvrij bent en u leert de Here Jezus Christus kennen, dan leert u, als u Hem (echt) hebt aangenomen, door Hem het leven in de Geest kennen en zult u zich door Hem laten leiden. Het natuurlijke in uw karakter wordt dan door Hem geheiligd en als u dit karakter zo door Hem laat vormen (laat cultiveren als een parel) dan verkrijgt u – in en door Hem – dat degelijke karakter. Maar bent u “van huis uit” niet gastvrij, niet mededeelzaam (behulpzaam etc.), eerder geldgierig dan vrijgevig, dan moet u dit beroerde karakter neerleggen op het (brandoffer)altaar[5] van God, om het, als een brandoffer, “te laten verbranden tot as”, zodat Hij u van dat beroerde karakter kan verlossen. Dit brengen van uw ‘wezenskarakter’[6] voor God moet u ZELF doen. U moet een afkeer van uw eigen karakter krijgen en, net als Jakob, (in het gebed) willen worstelen met God (zie Gen. 32:24-30), om ervan verlost te worden
Vele dingen in het geestelijk leven moeten wij ZELF doen; en dat net zoveel keer als de Bijbel zich tot ons richt met een “Laten wij”. Als er staat geschreven: “Kom naar Mij toe” (Matth. 11:28a, HSV), dan is het niet zo, dat de Heilige Geest u tot Jezus moet brengen; neen, dat moet u ZELF doen. U moet komen tot de Heilige Geest, Die de Geest van de Here Jezus Christus is, om door Hem de verlossing en vernieuwing te smaken.

Een arbeider moet een leven in afhankelijkheid van Hem leiden
Een arbeider van God moet altijd woekeren met zijn tijd, met zijn kennis van Gods Woord, met zijn talenten, maar boven alles zal hij hebben te ervaren dat, wil hij een Gemeente dienstbaar kunnen zijn, hij een leven in AFHANKELIJKHEID VAN JEZUS CHRISTUS moet leiden. Hoe meer u beseft dat u in alles op Hem moet leunen, hoe meer u van Gods Heilige Geest zal ontvangen.
Als wij op een gegeven moment echter zouden denken: “Het gaat goed zo, het gaat prachtig. Ik heb betrouwbare ouderlingen, dus het zal wel goed gaan”, dan lopen wij (dikwijls) het gevaar, dat wij GEESTELIJK ONACHTZAAM worden, geestelijk onverschillig! De belangen, aangaande de “schapen” die ons zijn toevertrouwd, zouden dan wel eens niet meer zo nauwgezet behartigd kunnen worden! God zal u dan, hoewel Hij u hierop af en toe attent zal maken, eerst kalm laten voortsukkelen, totdat u op een gegeven ogenblik tot de gewaarwording bent gekomen dat u (geestelijk) volkomen bent “drooggelopen”. Als Gods Geest u zo – als het ware – “op het matje” roept, dank God dan voor deze bezinning en keer terug tot de (volkomen) afhankelijkheid van Hem.
Jezus betoonde Zijn afhankelijkheid van de Vader met de volgende openbaring:
· “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De Zoon kan niets van Zichzelf doen, als Hij dat niet de Vader ziet doen; want al wat Deze doet, dat doet ook de Zoon op dezelfde wijze.” (Joh. 5:19, HSV)
· “Ik kan van Mijzelf niets doen. Zoals Ik hoor, oordeel Ik en Mijn oordeel is rechtvaardig; want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van de Vader, Die Mij gezonden heeft.” (Joh. 5:30, HSV)
Jezus leunde geheel en al op de Vader; en wij moeten dit net zo doen ten opzichte van Jezus. Wij zijn volkomen afhankelijk van Zijn zalvingen. Zonder Hem kunnen wij niets doen. Men kan van nature getrouw zijn, hulpvaardig, welbespraakt en bereid tot een zekere bediening, maar als de zalving van God aan woord en daad ontbreekt, dan is die bediening krachteloos, ongezouten, zonder die Goddelijke “vitaminen”, die een zondaar brengen tot bekering en een gelovige tot de waarachtige overgave aan God, zoals een kind van God betaamd! Helaas nemen velen genoegen met zulk een surrogaat-bediening… Laten wij dit echter niet doen, vrienden, laten wij geen surrogaat
[7] accepteren, niet van de kant van de arbeider van God, maar ook niet van de kant van ‘de Gemeente van God’! Laten wij slechts genoegen nemen met het ware Bijbelse Pinksteren (zoals beschreven in het Bijbelboek Handelingen), met een leven in absolute afhankelijkheid van die machtige zalvingen van de Geest van God.

Bouw nooit op eigen kracht
Bouw nooit op (menselijke) gaven en talenten. De beste (menselijke) gaven zijn geestelijk nutteloos als ze niet gebruikt worden onder de zalving van de Heilige Geest. U mag een briljant spreker zijn, maar toch helemaal geen (geestelijke) stichting brengen, de harten helemaal niet roeren tot bekering, overgave en toewijding! Daarentegen kunt u een eenvoudig mens zijn met een eenvoudige opleiding, maar toch uw toehoorders (geestelijk) verzadigen. Waarom? Omdat u dan spreekt onder de ZALVING VAN DE HEILIGE GEEST. Een Woord gesproken onder de Zalving van de Heilige Geest wordt als het ware omwikkeld met de LIEFDE VAN GOD! Beide mogen de waarheid aangaande Gods wil onder woorden brengen, maar predikers die tot de eerstgenoemde categorie behoren rekenen op educatie (d.i. het geestelijk opvoeden of vormen van hun toehoorders door middel van kennis alleen): zij bouwen op (hun eigen, menselijke) talenten en gaven en daarom blijft hun “woord” MENSELIJK, al kan dit “menselijke” boeiend en mooi zijn, toch werpt het nooit ‘eeuwigheidsvruchten’ af! De laatstgenoemde categorie predikers leven echter in overgave en afhankelijkheid van de Heilige Geest. Deze predikers bidden tot de Heilige Geest (de 3de Openbaringsvorm van God)
[8] om Hem te vragen of Hij hun mond wil gebruiken en vullen met Zijn sprake, met Zijn woorden. En wie kan er spreken en werken zoals Hij? Daarom brengen deze predikers EEUWIGHEIDSVRUCHTEN voort! Onze eigen persoonlijkheid, hoe wonderbaar ook, is voor het Koninkrijk van God NIETS WAARD zonder de zalving van de Heilige Geest. Geeft Hem (d.i. Gods Geest, de Heilige Geest) daarom plaats en ruimte in uw hart en leven.
Denk niet dat het u ooit schade zal berokkenen als u Hem datgene geeft, wat Hij van u af moet eisen. In plaats van de prijs die u moet betalen – namelijk het afsterven aan uw oude, zondige leven: het loskomen van ALLE (zondige) BANDEN MET VLEES, WERELD EN DEMONISCHE MACHTEN – zal Hij u talrijke zegeningen geven en U, in en door Zijn eigen Geest, HEILIGEN!
· “Want wat baat het een mens, als hij heel de wereld wint en aan zijn ziel schade lijdt?” (Matth. 16:26a, HSV).
U kunt beter arm zijn in de ogen van de mensen, maar rijk zijn in God! Soms moet u iets prijsgeven om DATZELFDE, maar dan GEHEILIGD, van Hem terug te ontvangen!
In dit licht gezien zult u begrijpen dat u nooit kwesties, die de Gemeente aangaan, op mag lossen in eigen kracht; noch dat u, wat het werk in de Gemeente aangaat, mag bouwen op MENSEN! De Gemeente is een erfdeel van de Here, die Hij u heeft toevertrouwt. Ga daarom, voor problemen die de Gemeente aangaan, niet te rade met mensen “van vlees en bloed”, maar zoek de oplossing bij de Heilige Geest (de 3de Openbaringsvorm van God), Die nooit buiten Zijn Woord zal gaan!


De arbeider moet God en Zijn Woord boven alles liefhebben, meer dan wat hijzelf is of heeft
Hebt u eenmaal een bediening aangenomen, en hebt u uw schouders gezet onder een taak, dan verwacht God, dat u tot het uiterste zal gaan met Hem, want Hij gaat tot het uiterste met u.
U moet God, Zijn Woord en Zijn Koninkrijk liefhebben, ook Hem eren, boven uzelf! U kent vast wel de gelijkenis van de Koninklijke bruiloft (zie Matth. 22:1-14). Allen werden uitgenodigd daartoe; een dienstknecht ging persoonlijk naar de genodigden toe. Maar… zij lieten zich allen, om verschillende redenen, verontschuldigen! De les die wij hieruit leren is:
1. dat de meeste christenen meer liefhebbers zijn van zichzelf dan van God; dat hun eigen wil prevaleert (d.i. de overhand heeft) boven die van God (zij “grepen zijn dienstknechten, mishandelden hen en doodden hen”, zie Matth. 22:6);
2. dat de meeste christenen meer liefhebbers zijn van de wellusten, dan liefhebbers van God (“ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen”, zie Luk. 14:20);
3. dat de meeste christenen meer liefhebbers van het materiële zijn, dan van het Koninkrijk van God (“Maar zij sloegen er geen acht op en gingen weg, de één naar zijn akker, de ander naar zijn zaken”, zie Matth. 22:5. “En een ander zei: Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga erheen om ze te keuren. Ik verzoek u: Houd mij voor verontschuldigd”, zie Luk. 14:19).
Laat het met u zo niet zijn.

KLIK HIER om deze studie (deel 1) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen!

CJH Theys[9]

[1] Onder “podium”, in de ruime zin van het woord, wordt verstaan:
De plaats, de functie, in de Gemeente van de levende God, waartoe de Heilige Geest ons heeft geroepen en tot de bediening waarvan Hij ons bekleedt met macht en kracht om naar die roeping de Gemeente te dienen.
[2] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog, onder “Mijn volledig profiel weergeven”.
[3] Zie de uitleg bij de PDF-versie. Zie ook de uitleg bij noot 8. Zie eventueel op onze website www.eindtijdbode.nl/ ook nog de studie: “De natuurlijke mens en de Heilige Geest”.
[4] Met “mededeelzaam” wordt hier m.i. “het onderlinge hulpbetoon”, indien nodig ook hulp in de vorm van geld en/of goederen, bedoeld. (Vergelijk Hebr. 13:16 van de Statenvertaling met de Herziene Statenvertaling).
[5] Voor meer over de geestelijke betekenis van de verschillende tabernakelobjecten, zie eventueel op onze website www.eindtijdbode.nl/ de studies: “Christus in de Tabernakel” van CJH Theys en/of “De Tabernakel van Israël” en/of “Lukas; het boek van de NIEUWE MENS in Christus” van E. van den Worm.
[6] Met ‘wezenskarakter’ wordt m.i. bedoeld: Uw karakter, uw aard, uw natuur, uw wezen; en dat is het essentiële, wat iemand maakt tot wie hij of zij (ECHT) is.
[7] Surrogaat = Letterlijk: Vervangingsmiddel van mindere kwaliteit. Het wordt gebruikt om iets, dat niet voorhanden of moeilijk te verkrijgen is, te vervangen.
[8] Onze almachtige God heeft 3 openbaringsvormen: Vader, Zoon en Heilige Geest. Gods wezen is een Eénheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit drie personen bestaat, is een dwaling. In Deut. 6:4 staat: "Hoor, Israël: de Here is onze God; de Here is één! (dus één Persoon!)". Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (d.i. geslagen) (zie Exod. 25:18). En, ook de mens bestaat uit een lichaam, het zichtbare deel (1), een ziel (2) en geest (3).
[9] De 1ste uitgave van deze studie was omstreeks 1970 (in boekvorm). Deze hernieuwde versie is door ons bewerkt naar (meer) HEDENDAAGS Nederlands. De originele versie (digitaal uitgetypt) is eventueel op aanvraag – via info@eindtijdbode.nl – te verkrijgen. Zie ook nog noot 2.