Posts tonen met het label ware bekering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ware bekering. Alle posts tonen

donderdag 9 december 2010

Boekbespreking 22: Heiligmaking

.
Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

1. Wat is heiligmaking?
Ze is de veranderende Goddelijke bewerking, die van een zondaar een heilige maakt; een mens die er innerlijk en uiterlijk door verlost wordt van zijn zonden en voortaan innerlijk en uiterlijk doet leven in de heiligmaking en rechtvaardigmaking door God.
De Schrift leert ons, dat wij dit niet in eigen, menselijke kracht moeten zoeken te bereiken.
Tit. 3:3-5 "Want vroeger waren ook wij verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan velerlei begeerten en zingenot, levende in boosheid en nijd, hatelijk en elkaar hatende. 4 Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland en God verscheen, 5 heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest,"
Rom. 3:21-26 "Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods (in het vlees) openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, 22 en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid. 23 Want allen hebben gezondigd en derven (d.i. missen) de heerlijkheid Gods, 24 en worden om niet gerechtvaardigd uit Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. 25 Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in Zijn bloed, om Zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden; 26 om Zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is."

2. Deze Goddelijke heiligmaking en rechtvaardigmaking wordt ons ingebouwd door ons geloof in en door onze Heiland, de Here Jezus Christus.
Hij werkt dit in ons uit door Zijn Heilige Geest.
• Wij hebben Zijn, Goddelijk aanbod van deelgave aan Zijn dood en opstanding, die Hij voor ons heeft volbracht, aan te nemen, er deel aan WILLEN nemen.
• Wij moeten er één plant mee WILLEN worden gemaakt,
• Wij moeten Zijn op Golgotha geofferd vlees geestelijk WILLEN eten,
• Wij moeten Zijn bloed geestelijk WILLEN drinken.
• Wij hebben dit zolang onze heiligmaking nog niet volkomen is volbracht, gedurig (d.i. altijd) te WILLEN doen.
1 Kor. 1:30 "Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing,"

2 Thess. 2:13 "Maar wij behoren God te allen tijde om u te danken, door de Here geliefde broeders, dat God u als eerstelingen Zich verkoren heeft tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid."
Rom. 6:5 "Want indien wij met Hem één plant geworden zijn in de gelijkmaking van Zijn dood, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking van Zijn opstanding." (SV)
Joh. 6:48-58 "Ik ben het Brood des levens. 49 Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn gestorven; 50 dit is het Brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet sterve. 51 Ik ben het levende Brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit Brood eet (eten is een vrijwillige daad) hij zal in eeuwigheid leven; en het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, voor het leven der wereld. 52 De Joden dan streden onderling en zeiden: Hoe kan Deze ons Zijn vlees te eten geven? 53 Jezus dan zei tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij gij het vlees van de Zoon des mensen eet en Zijn bloed drinkt, hebt gij geen leven in uzelf. 54 Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten jongste dage. 55 Want Mijn vlees is ware spijs en Mijn bloed is ware drank. 56 Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. 57 Gelijk de levende Vader Mij gezonden heeft en Ik leef door de Vader, zo zal ook hij, die Mij eet, leven door Mij. 58 Dit is het Brood (beeld van Jezus, het levendmakende Brood), dat uit de hemel nedergedaald is; niet gelijk de (voor)vaderen gegeten hebben en gestorven zijn; wie dit Brood eet, zal in eeuwigheid leven."
2 Kor. 4:10-11 "Te allen tijde het sterven van Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het (opstandings)leven
van Jezus zich in ons lichaam openbare. 11 Want voortdurend worden wij, die leven, aan de dood overgeleverd, om Jezus’ wil, opdat ook het (opstandings)leven van Jezus zich in ons sterfelijk vlees openbare."
Nu is geloven ook geen zaak, die wij uit onszelf op kunnen brengen, maar het is een gave van God, als wij ons tot Hem hebben bekeerd van onze zonden en deze bij Hem hebben beleden.
Ef. 2:8-9 "Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; 9 niet uit werken, opdat niemand roeme."
1 Joh. 1:9 "Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid."

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER

woensdag 24 november 2010

Het ware Evangelie en het valse

.
















Christenen kunnen over het algemeen ingedeeld worden in één van de onderstaande twee groepen:
1. Rooms Katholiek of Protestant – afhankelijk van geboorte
2. Conformist of behorend tot de “vrije” gemeente – afhankelijk van kerkorde
3. Wedergeboren christen of nominaal christen – afhankelijk van ervaring
4. Evangelisch of Liberaal – afhankelijk van doctrine en leer
5. Charismatisch of niet-charismatisch – afhankelijk van of men in tongen spreekt
6. Full-time christelijke werker of in een gewone baan werkend – afhankelijk van de bezigheid

Er zijn nog meer indelingen te maken. Maar geen van deze indelingen handelt met de wortel van het probleem waarvoor de Here gekomen is om weg te nemen.
Velen weten dat “Christus gestorven is voor onze zonden” (1 Kor. 15:3). Maar wat velen niet weten is dat de Bijbel spreekt over het feit dat Christus ook gestorven is “opdat wij niet langer voor onszelf zouden leven maar voor Hem” (zie 2 Kor. 5:15).

Een meer Schriftuurlijke indeling van christenen zou de volgende zijn:
1. Zij die voor zichzelf leven vs. Zij die voor Christus leven; of
2. Zij die dingen voor zichzelf zoeken vs. Zij die de dingen van Christus zoeken; of
3. Zij die de aardse dingen eerst zoeken vs. Zij die eerst het Koninkrijk van God zoeken; of
4. Zij die geld liefhebben vs. Zij die God liefhebben. (Jezus heeft gezegd dat het onmogelijk is om beide lief te hebben – zie Luk. 16:13)

Ik heb echter nooit gehoord dat een dergelijke indeling werd gebruikt. Deze indeling handelt met het INNERLIJKE leven van de christen en zijn/haar PERSOONLIJKE wandel met God, terwijl de indeling die we eerder gebruikten, handelt over externe factoren van zijn/haar leven. Toch is het op deze laatste manier dat de hemel christenen indeelt. En als dat het geval is, is deze indeling de enige die werkelijk er toe doet! Anderen kunnen ons niet indelen. We moeten onszelf indelen – want niemand anders kent onze innerlijke motieven en verlangens. Zelfs onze vrouwen (of, bij vrouwen, hun mannen) weten niet altijd waarvoor we werkelijk leven.

Onze Here kwam niet voornamelijk om mensen een leer te geven, een kerkorde of om hen in tongen te doen spreken en zelfs niet om hen een ervaring te geven!
Hij kwam om ons te “redden van onze zonden”. Hij kwam om de bijl aan de wortel van de boom te leggen. En deze wortel van zonde is: zelfzucht. Alles zoeken we voor ons zelf en we doen onze eigen wil. Als we de Here niet toestaan om deze “wortel” uit ons leven af te hakken en er uit te halen, zullen we oppervlakkige christenen blijven. Satan kan ons zelfs het idee geven dat we tot een hogere klasse van christenen behoren vanwege een leer of een ervaring of onze kerkorde!
Satan geeft er niet zoveel om als we de juiste leer, ervaring of kerkorde hebben zolang we maar voor “onszelf” blijven leven (dit is trouwens alleen maar een andere manier om uit te drukken dat we “in zonde leven”!). Het christendom van vandaag de dag is vol met christenen die zichzelf zoeken en voor zichzelf leven, die ervan overtuigt zijn dat God hen als een christen ziet van een hogere orde, alleen op grond van hun leer, ervaring of hun kerkorde. Dit toont aan dat de satan een groot werk heeft kunnen doen in het christendom.
1. In Johannes 6:38 getuigt onze Here dat Hij vanuit de hemel naar de aarde is gekomen:
om Zijn menselijk wil te verloochenen (welke Hij ontvangen had toen Hij als Mens naar deze aarde kwam), en
2. om als Mens de wil van Zijn Vader te doen. Hierin is Hij ons voorbeeld geworden.

In heel Zijn aardse leven – gedurende alle 33½ jaar – heeft Hij Zijn eigen wil verloochend en de wil van de Vader gedaan. En Hij leerde Zijn discipelen duidelijk dat diegene die Zijn discipel wil zijn, dezelfde weg moet gaan. Hij kwam om de wortel van ons zondeprobleem – namelijk: “onze eigen wil doen” – aan te pakken en ons daarvan TE VERLOSSEN.
Op het gebied van de wetenschap heeft de mens, voor duizenden jaren, de misvatting gehad te denken dat de aarde het centrum was van het heelal. Het leek zo in de ogen van de mens – omdat het leek alsof de zon, maan en sterren elke 24 uur om de aarde draaiden. Het heeft de moed van een man als Copernicus nodig gehad – pas zo'n 450 jaar geleden – om vraagtekens te zetten bij deze algemeen geaccepteerde mening en aan te tonen dat het onjuist was en de aarde dus niet het centrum van (zelfs) het zonnestelsel, laat staan van het hele universum was. De aarde, zo toonde hij aan, was geschapen en had zijn middelpunt in de zon. Zo lang de mens uitging van het verkeerde centrum c.q. middelpunt waren zijn wetenschappelijke berekeningen en gevolgtrekkingen onjuist, omdat zijn uitgangspunt van het centrum niet juist waren. Maar toen de mens het ware centrum ontdekte bleken de berekeningen en gevolgtrekkingen wel juist te zijn.
Het is hetzelfde met ons wanneer we “zelf-gericht” blijven in plaats van “God-gericht” worden. Ons begrip van de Bijbel en van Gods volmaakte wil (onze berekeningen en gevolgtrekkingen) zullen dan onjuist zijn. Maar zoals de mensen voor meer dan 5000 jaar overtuigd waren dat zij het bij het juiste eind hadden (zoals hiervoor beschreven), kunnen ook wij ons verbeelden dat het goed is met ons! Maar eigenlijk zitten we er 100% naast.
Dit is wat we vandaag de dag zien, zelfs onder vele “goede christenen”. Zij hebben vele verschillende interpretaties van dezelfde Bijbel – en toch is iedereen er van overtuigd dat zijn (of haar) uitleg alleen de juiste is en alle andere verkeerd. De anderen, zo zeggen ze, zijn “misleid”. Waarom is dat zo? Omdat ze hun centrum verkeerd hebben.
De mens is geschapen om zijn (of haar) middelpunt in God te hebben en niet in zichzelf. Wanneer christenen hun middelpunt, hun centrum, verkeerd hebben liggen zal hun “evangelie” ook verkeerd zijn.
In feite worden er slechts twee soorten evangelies gepredikt vandaag de dag – één in welk de mens centraal staat en de ander waarin God centraal staat.
Het evangelie dat om de mens draait belooft de mens dat God hem/haar alles zal geven wat hij/zij nodig heeft voor een comfortabel leven hier op aarde en tevens een zetel in de hemel aan het einde van zijn/haar leven. De mens wordt verteld dat Jezus al zijn/haar zonden vergeeft, zijn/haar ziekte geneest, hem/haar materieel zegent en doet toenemen, al zijn/haar aardse problemen oplost, etc., etc.
Het eigen-ik blijft in het centrum van zijn/haar leven en God lost – als een dienstknecht – alles voor hem/haar op, beantwoordt elk gebed en geeft hem/haar alles wat hij/zij wil!! Alles wat hij/zij moet doen is “geloven” en “elke materiële zegen te claimen in de naam van Jezus”!!
Dit is een vals evangelie omdat het geen melding maakt van “BEKERING”. Bekering is datgene wat Johannes de Doper, Jezus, Paulus, Petrus en alle andere apostelen in het bijzonder gepredikt hebben. Bekering wordt vandaag de dag helaas helemaal niet meer gepredikt, ook niet als bijzaak.
Het Evangelie dat God daarentegen centraal stelt, roept de mens op om zich TE BEKEREN. Het legt uit dat bekering het volgende betekent:

KLIK HIER als u deze studie – die iets te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

Bron: Zac Poonen, India – 28-8-2008
Overgenomen van het CIP (Christelijk Informatie Platform)

dinsdag 9 november 2010

Boekbespreking 20: De 10 zaligsprekingen


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleidend woord
Tit. 2:11-14 "Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken."
Deze studie vertelt ons van de dingen, die God ons, Zijn verbondskinderen, door onze Here Jezus Christus geschonken heeft door Zijn deelgave (en wij door onze bewuste deelname) aan de dood en opstanding van Gods Lam op Golgotha, die Hij in het kruispunt der eeuwen heeft volbracht, en van de dingen, die Hij van ons hier op aarde vraagt.


De 10 zaligsprekingen en 9 treden van de trap van Jezus’ zaligmakende genade.
Zaligspreking en trede 1: De armen van geest. Erkenning van onze verloren staat zonder Zijn genade en gewaarwording van armoede aan rein, Goddelijk leven (zie Matth. 5:3).
Zaligspreking en trede 2: De treurenden. Belijdenis van zondeschuld. Geloof in verzoening met God bij blik op het kruis van Golgotha en geloof in Jezus Christus (zie Matth. 5:4).
Zaligspreking en trede 3: De zachtmoedigen. Begin van de verlossing van de zondemacht door Zijn deelgave aan het sterven van het Lam van God en de zachtmoedige aanvaarding aan onze kant van het kruisproces, het afsterven van de oude, zondige mens door geestelijk Zijn vlees te eten en Zijn bloed te drinken, door zo vrijwillig deel te nemen aan de dood van het Lam van God, een ervaring, die Jezus ons moet laten ondergaan (zie Matth. 5:5).
Zaligspreking en trede 4: Zij, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Hoop op deelgave aan Zijn opstanding, hongeren en dorsten ernaar. Wedergeboorte uit God (zie Matth. 5:6).
Zaligspreking en trede 5: De barmhartigen. Deze barmhartigheid is gegrond op de liefde van God, die op deze trede begint door te breken. Verdere deelgave aan Zijn opstanding (zie Matth. 5:7).
Zaligspreking en trede 6: De reinen van hart. Volkomen deelgave aan Zijn verlossing van de zondemacht; deze reinen van hart wandelen en leven reeds op aarde in Goddelijke reinheid en heiligheid (zie Matth. 5:8).
Zaligspreking en trede 7: De vredestichters. Deelgave aan Zijn arbeidszalving (zie Matth. 5:9).
Zaligspreking en trede 8: Zij die op aarde reeds wandelen in Goddelijke gerechtigheid en hierdoor gehaat en vervolgd worden op de aarde (zie Matth. 5:10).
Zaligspreking en trede 9: Zij, die Godzalig (Gode welgevallig) op aarde leven, die volkomen gedrenkt zijn in de Geest en de heerlijkheid van de Here Jezus Christus en die hierdoor Zijn Naam dragen. Zij worden op aarde belasterd en vervolgd omwille van Zijn Naam (zie Matth. 5:11-12).
Deze zijn de 9 treden van de geestelijke ladder van Jakob, die naar de troon van onze Vader-God en van het Lam leiden. Ze openbaren een geestelijke groei naar de volmaaktheid van de nieuwe mens in Christus.

Op aarde wordt een groeiende, negatieve levenservaring temidden van de medemensen ondervonden door de toenemende macht van satan, de macht der duisternis, vooral in de eindtijd.
Openb. 22:11 "Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; en wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd."
Matth. 24:12 "En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen."
Ezech. 21:25 "En gij onheilige, goddeloze, vorst van Israël, wiens dag komt ten tijde van de eindafrekening,"
Deze uiterste ongerechtigheid geschiedt ten tijde van de antichrist.

In deze eindtijd heeft de Here Jezus in Zijn Woord nog een 10de zaligspreking toegevoegd:
Zaligspreking 10, de laatste zaligspreking bestemd voor de eindtijd. Voor de geroepenen tot het Avondmaal van de Bruiloft van het Lam. Deelname aan de Bruid van het Lam als lid ervan. Bekleed met heerlijkheid van God en met Zijn koninklijke autoriteit op aarde. De Godzaligheid van de Bruid van het Lam op aarde geopenbaard. De openbaring van de zonen Gods (zie Openb. 19:9, SV)
Dan wordt de Bruid van het Lam op aarde aangedaan met Goddelijke heerlijkheid en macht om haar taak op de duistere, zondige aarde van de eindtijd te kunnen vervullen; te weten: het herstel van de geestelijk in slaap gevallen Gemeente/Kerk en om haar te leiden tot OVERWINNING over satan en zondemacht in en door de kracht van de Heilige Geest; en tot het leiden van de grote wereldwijde opwekking in Jezus’ wijsheid en kracht, die tot de ONTELBARE zielenoogst zal leiden (zie Openb. 7:9-14).

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER


vrijdag 24 september 2010

GEHOORZAAMHEID is nog steeds de sleutel

-












Leven in harmonie met God
Veel wordt er geschreven en gesproken over de mentale, morele en geestelijke toestand van de tegenwoordige generatie. Velerlei factoren worden beschouwd de grondoorzaak[1] te zijn van de toestand waarin wij ons als volk bevinden. Zoals het ook in het verleden ging, worden vele middelen aangedragen die genezing zouden moeten brengen en men wijt doorgaans het gewelddadig gedrag van zoveel jonge mensen aan verveling, leegheid en aan het ontbreken van een waardevol doel om voor te leven. En hierin schuilt een heleboel waarheid. Want voor de oprechte christen is het een aanvaard feit dat het Gods wil is dat wij voortdurend zullen GROEIEN.
Maar wij zijn geen robots. Want, naar het Goddelijk plan, is het doel voor ons niet alleen om schepselen van God te zijn door de schepping, maar om zonen en dochters van de levende God te worden door HERschepping (wedergeboorte) en door te leven in harmonie en gemeenschap met Hem. Dit betekent een voortdurende eenheid met Hem, in gehoorzaamheid aan Zijn wil, want alleen God, Die ons heeft geschapen, weet waarvóór Hij ons gemaakt heeft! In dit verband kunnen wij zeggen, dat GEHOORZAAMHEID de sleutel is tot het doel, de zin en tot de echte groei van het leven in de nieuwe staat. Wie het Woord van God met de juiste instelling leest, zal zien dat de noodzaak van gehoorzaamheid ons daarin van het begin tot het eind wordt voorgehouden. Gehoorzaamheid van onze zijde is de sleutel tot al wat God kan en wil doen van Zìjn kant! En deze sleutel hebben wìj in onze hand; het ligt geheel besloten in onze eigen wil. Het gaat hier om iets wat wij zèlf moeten doen. En als wij die sleutel gebruiken in harmonie met Gods wil, zullen de beloofde resultaten volgen, zo zeker als de dag op de nacht volgt.
In de gehoorzaamheid aan God ligt de oplossing voor de vele problemen waarmee de mens vandaag de dag te maken heeft.

“Op Uw Woord”
Wij denken aan de tijd toen de discipelen van Jezus terugkwamen van een lange nacht van vissen, zonder wat gevangen te hebben. Voor hen was het op het eerste gezicht een verspilde nacht. Ongetwijfeld waren zij gefrustreerd, teleurgesteld en maakten zij zich zorgen, want vissen was hun werk, hun broodwinning. Toen zij bij de kust kwamen, stond Jezus daar, Die, vreemd als het scheen, hun een wonderlijk bevel gaf: “Vaar naar het diepe gedeelte en werp uw netten uit om te vangen” (Luk. 5:4b, HSV). Kon er, oppervlakkig bekeken, voor deze vermoeide, gefrustreerde en teleurgestelde mannen iets nuttelozer lijken als het opvolgen van dit bevel? Petrus echter gebruikte de sleutel, want hij antwoordde: “Meester, wij hebben heel de nacht hard gewerkt en niets gevangen, maar op Uw Woord zal ik het net uitwerpen (Luk. 5:5b, HSV). En het resultaat is ons allen bekend. Maar laten wij niet vergeten, dat dit te danken was aan het gebruik van de sleutel: “Op Uw Woord zal ik het doen”.
Dit is de manier van denken en handelen die vereist wordt van de volgelingen van Christus. Het Woord (van God):
• heeft nimmer gefaald,
• heeft nimmer iemand laten vallen,
• is in de ervaring nooit verkeerd gebleken,
• heeft nooit iemand bedrogen in de hele menselijke geschiedenis.
Denk hier ernstig over na! Want is het niet een feit, dat het in de gehele menselijke historie telkens “andere woorden” zijn geweest die individuen en volkeren zelfs naar de ondergang hebben gevoerd?!
Door de eeuwen heen is niets zo goed en betrouwbaar gebleken als GEHOORZAAMHEID aan Gòds Woord!

Absolute gehoorzaamheid
Dus blijft er in de hedendaagse situatie maar één ding over en dat is: te komen tot het punt waar wij met ernst en vastberadenheid zullen zeggen “op Uw Woord zal ik” en het dan te doen. Niet, zoals zo vaak voorkomt: “Op Uw Woord... zal ik erover nadenken” of “op Uw Woord... zal ik proberen het juiste gevoel te krijgen”. Zoveel “moderne” christenen willen aan wat God zegt dat zij moeten doen hun eigen uitleg geven; zij trekken de gehoorzaamheid aan God in de gevoelssfeer. Vandaar, dat wij zoveel “gevoels-godsdienst” om ons heen zien en zo weinig kennis van de werkelijkheid van God. De wil spreekt het beslissende woord! Petrus zei: “maar op Uw Woord zàl ik”. Is het niet juist DIT element dat gemist wordt in de hedendaagse situatie? Het komt aan op ABSOLUTE GEHOORZAAMHEID aan Gods wil. Velen zijn bereid om te doen wat men noemt ‘christelijk werk’, maar men is niet bereid om Gods wil te doen!! Het “ik” staat in het middelpunt, niet de wil van de Vader. Terwijl het toch Gòd is Die het middelpunt moet zijn in de ware christelijke ervaring.

Moed vereist
Kennelijk is er MOED voor nodig om de wil van God te doen. Maar daar komt het toch telkens op aan als wij willen leven overeenkomstig het Woord van God?! Is er geen moed, geen durf voor nodig om te doen wat anderen voor onmogelijk achten? Vele dingen zijn bij de mens onmogelijk. Maar bij God zijn alle dingen mogelijk. Per slot van rekening behoren de volgelingen van de moedigste Mens Die ooit geleefd heeft – de Here Jezus Christus – de meest moedige onder de mensen te zijn! Hebben wij weleens stilgestaan bij dit aspect van het leven van onze Heer, in volledige gehoorzaamheid aan Zijn Vaders wil? Het heeft van Hem een moed gevraagd zoals nooit eerder en ook daarna niet op deze aarde is gekend. Zelfs voor Jezus was GEHOORZAAMHEID de sleutel! En als het voor Hem gold, zou het dan voor ons anders zijn? Of zouden wij het wat makkelijker hebben? Neen, als ware christenen hebben wij geen andere keus. Gehoorzaamheid aan de stem van God is de sleutel tot alle groei, geluk, welslagen en vervulling in ons leven. Daar is geen andere weg. En daar is geen andere sleutel die het geheim kan ontsluiten van de oplossing van het toenemend aantal problemen waarmee wij in ons leven te maken krijgen. Daar is in de wereld van vandaag, en vooral voor de volkeren te midden waarvan wij leven, niets zo urgent als het actief gehoor geven aan de geopenbaarde wil en het geopenbaarde Woord van God, zoals wij die vinden in de Heilige Schrift en in Gods geliefde Zoon Jezus Christus, de Heer.

Rev. J.W. Shenton
[2]

[1] Grondoorzaak = De eerste of voornaamste oorzaak en/of de diepere oorzaak.
[2] Vertaald en overgenomen uit het Engelstalige blad “The Link” door "De Tempelbode" van september 1983.

GEHOORZAAMHEID is nog steeds de sleutel

maandag 9 augustus 2010

Boekbespreking 14: Arendsvleugelen

.
Een Bijbelstudie van Bijbelleraar C.J.H. Theys,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

De kracht van God
Wij zullen vandaag onder de loupe nemen wat de Schrift verstaat onder “arendsvleugelen”. Het eerste punt wat wij willen weten, is: wat is de betekenis als wij in de Bijbel lezen van deze arendsvleugelen?
• Deze vleugelen doelen op de kracht van God, als de Heilige Geest Zelf.
• Het is ook de kracht van God, werkende in Gods kinderen. Let op, niet zomaar in mensen, neen, het is Gods kracht werkende in Zijn heiligen hier op aarde.
Onder deze twee punten zijn de arendsvleugelen te brengen. In Exodus 19 vers 4 lezen wij hetgeen God gezegd heeft tot Mozes: “Gijlieden hebt gezien, wat ik de Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen en u tot Mij gebracht heb”. Hier is een beeldspraak, door God Zelf gebruikt, waarmee God wil beduiden, dat dit volk Israël verlost is geworden uit ballingschap, uit gevangenschap, uit slavernij, door de kracht van God, door de Heilige Geest Zelf, Die alzo heeft gewerkt in het leven van Gods kinderen. Wij lezen verder in Deuteronomium 32 vers 11-12: “Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken; zo leidde hem de Here alleen, en er was geen vreemde god met hem”. In deze twee verzen geeft God de verdere verklaring van wat Hij tegen Mozes eerder gezegd had. De Here alleen heeft Zijn volk uitgeleid en tot Zich gebracht, zoals een arend het doet met zijn eigen jongen. In Openbaring 4 vers 7 lezen wij onder andere van het vierde dier, dat wordt beschreven als een vliegende arend. En wij weten, dat in deze vier dieren de uitbeelding plaats heeft van de volheid die wij vinden in de Here Jezus Christus. Zij typeren niet alleen wat wij kennen als de uitbeelding van ons vierzijdig Evangelie, maar zij zijn typerend voor de volheid die er is in de Here Jezus Christus, waarvan wij ook in de vier Evangeliën een uitbeelding vinden, namelijk in die bedieningen, die hoedanigheden, die wij later nader onder ogen zullen zien. Tot zover wat betreft de kracht van God Zelf, door de Heilige Geest.
Nu willen wij onderzoeken wat de Bijbel zegt over deze kracht, zich openbarende in Gods kinderen.

De kracht van God, werkende in Zijn heiligen
In Zijn profetische rede zegt de Here Jezus Christus: “Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal ook de toekomst (of wederkomst) van de Zoon des mensen wezen. Want alwaar het dode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden vergaderd worden (Matth. 24:27-28). De Here spreekt hier eigenlijk van dat, wat wij kunnen verstaan onder de verzoening. Het dode lichaam is het lichaam van onze Here Jezus Christus, dat voor ons werd gekruisigd. In Zijn sterven lag de verzoening van (en voor) ons. Prijst God! En rondom de verzoening van Jezus Christus daar zullen de arenden, de kinderen Gods, zich scharen. Daar is geen andere pleitgrond voor ons, dan de verzoening die Hij voor ons gekocht heeft, betaald met Zijn eigen Bloed. Lukas 17 vers 37 bevestigt het één en ander voor ons: “En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar, Here? En Hij zeide tot hen: Waar het lichaam is, aldaar zullen de arenden vergaderd worden”. De arenden zijn de heiligen. En dit is dus de slotconclusie op het antwoord van de Here met betrekking tot de vermisten, van welke Hij in het voorgaande spreekt. Als wij beginnen bij vers 34, dan zegt Hij daar: “In die nacht zullen twee op één bed zijn, de één zal aangenomen, de ander zal verlaten worden”. Onderstreep het woord “aangenomen”. Dit is GEEN opgenomen worden. Aanname is tot zich nemen en dat zal een gebeuren hier op aarde zijn. Opname ligt in het verticale vlak. Hier wordt de aanname geduid van hen die straks uitgeleid worden in de woestijn (zie Openb. 12:6 en 14). Zij zijn de zgn. vermisten, zij behoren tot de Bruid. Om tot dit Lichaam te behoren, moeten wij allen jagen naar de heiligmaking, anders is het onmogelijk. Zij zijn gekomen tot de volmaaktheid in Christus. Dat wil zeggen, straks in de woestijn – zo is mijn persoonlijke overtuiging en geloof – is er natuurlijk een diepere, verdere scholing in Christus. Maar als dit gebeurt dan moeten zij al staan in dat wondervolle teken van de volmaaktheid in Christus. En let op, dit ingrijpen van dat heiligingsleven gaat tot in het huwelijksleven toe! En niet alleen in het huwelijksleven, ook in het maatschappelijke leven. Het dringt door tot geheel het menselijk bestel, alles waarbij de mens betrokken wordt hier op aarde. Tot zelfs het huwelijksleven, daarin zal de scheiding plaats vinden. God kent de Zijnen. Al houdt u nog zoveel van elkaar, u zult moeten komen tot dit punt waarop God u boven alles en allen is. Wanneer wij de Here Jezus Christus liefhebben ‘meer dan alles en boven allen’, alleen dan kunnen wij verder en dieper geleid worden. Zolang er nog iets is in ons leven, dat wij meerder achten dan Hem, wat dus tussen Hem en ons komt te staan, zolang zijn wij nog gebonden, zolang leven wij nog niet in de vrijheid waarmee Hij de kinderen Gods heeft vrijgemaakt.
Als de Zoon des mensen u heeft vrijgemaakt, zegt Gods Woord (in Joh. 8:36), dan zijt gij waarlijk vrij. Vrij van alles. En niet om wederom gebonden te worden, in welke vorm of gedaante ook. Wij worden innerlijk vrijgemaakt.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-8-2009, KLIK HIER Zie vooral ook het “In memoriam”.

zaterdag 24 juli 2010

Als hemelvlammen de aarde raken

.












De Geest, de volheid in Christus, het ontvangen van de heerlijkheid van God en het onszelf aanbieden aan Hem zijn vier elementen die onlosmakelijk aan elkaar zijn verbonden. De Geest voert ons naar Christus en Christus geeft Zichzelf als Zijn reactie op onze overgave aan Hem. Vervuld worden met de Geest en opgaan in Hem veronderstelt de beleving dat ik iets mis en dat Hij dat gemis aanvult. Dat doet Hij met Zichzelf, want de Geest is gericht op Christus. Dat is opwekking! En waar Pinkstervuur brandt, brandt Christus en gaan we spontaan overvloeien. Lofprijzing is dan niet beperkt tot het half uur van aanbidding tijdens de dienst, maar uitgebreid tot levensstijl.
De hemelse wijn maakt de tongen los. We schaamden ons eerst voor het Evangelie, maar nu dringt de liefde van Christus ons en verkondigen wij deze liefde. We worden dronken in Christus. We worden dronken in Zijn liefde. Dat mag, want de Geest wil uitbundigheid. "Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben" (Joh. 10:10b). Dat schenkt de Geest (van God). Het is ook de Geest Die ervoor zorgt dat deze overvloed naar buiten komt: "Laat mijn mond vervuld worden met Uw lof en met Uw heerlijkheid, de hele dag" (Ps. 71:8). De Geest doet ons aan God genoeg hebben. Zodat we echt voldaan zijn. Zodat we gaan zitten en met vrede in vreugde opgaan in de glorie van God.
Dat is niet slechts een mystieke roes, want daarin ligt het gevaar van bandeloosheid. Ik moet dan denken aan bewegingen die de neiging hebben de Heilige Geest los te trekken van het Woord en van de Vader met Zijn Zoon. Dit gaat dieper. De overvloedige volheid van Gods Geest geeft de meest intense vrede en blijdschap. Geen aardse taal kan dit beschrijven. Het gaat alle verstand te boven. Het is hemels, aanbiddelijk, verrukkelijk! Wanneer de vrede van Christus regeert in ons hart (Kol. 3:15), verstaan we iets onoverwinnelijks, wat Pilkington zo treffend als volgt beschreef: "Jaren geleden werd één van onze vloten uiteengeslagen door een hevige storm. Het bleek echter dat enkele schepen niets te lijden hadden gehad onder het geweld. Ze waren in 'het oog van de orkaan', zoals zeelui dat noemen. Terwijl alles om hen heen verwoesting was, waren zij veilig. Zo is het met hem die de vrede Gods in zijn hart heeft."
Op de Pinksterdag sloegen de hemelvlammen van Gods liefde naar de aarde over! Een geweldige liefdesbrand werd in de harten van de discipelen ontstoken. Het Pinkstervuur doorgloeide hen. Lukas getuigt ervan in Handelingen 2: "En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En er werden door hen tongen als van vuur gezien, die zich verspreidden, en het zette zich op ieder van hen" (de verzen 2 en 3). De vlammen sloegen hen boven het hoofd uit. Daar stonden ze: levend "in brand", als getuigen van God! De mannen gingen uit en lieten het hele rijk schudden op haar grondvesten.
Het is het verlangen van mijn hart dat de Kerk van Jezus Christus in onze dagen in haar eerste glorie zal staan. Dit verlangen stuit op weerstand, omdat hier een prijskaartje aanhangt. Dat heeft ermee te maken dat het Pinkstervuur van God een heilige brand is. Al het onze moet er eerst aan. Pas vanaf het moment dat dàt in vlammen opgaat, ontsteekt de Heilige Geest een liefdesbrand en zal de Gemeente van Christus ‘geuren en kleuren’ als een helder baken. Zal ze impact hebben in onze naties.
Gelet op het beschikbare in de Pinksterfontein van Christus moesten de vlammen wel boven onze huizen uitslaan. De Pinksterfontein vloeit op dit ogenblik! Onophoudelijk! Waarom heeft de Gemeente van Christus dan zo vaak niet de passievolle geestdrift van Pinksteren? Omdat ze niet in de stroom staat misschien? Immers: hoe kan de vlam boven het dak van Zijn Gemeente uitslaan, als er onder het dak niets aanwezig is?! Lopen we weg door de geestdrift te doden met zinloos tijdverdrijf, jacht naar geld en eer, goddeloos gebruik van televisie en internet en het stellen van menselijke producten boven dat wat God ons leert door Zijn Woord? Of gaan we op in onze activiteiten, resultaten en zegeningen in plaats van in Hem? Eens vroeg ik op een samenkomst: we bidden zo vaak om het vuur vanuit de hemel, maar zijn we er eigenlijk wel klaar voor?
"Hem nu Die machtig is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkt, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen." (Ef. 3:20-21).

15-6-2010 bron: John Kamphuis
Overgenomen van het CIP (
Christelijk Informatie Platform)

Noot van A. Klein:
Bovenstaand artikel, alweer van iemand waarvan ik nog niet eerder iets had gehoord of gelezen, vond ik zo goed en duidelijk geschreven dat ik besloten heb het op ons weblog te plaatsen.
Wij willen u graag nog op enkel studies op onze website http://www.eindtijdbode/ wijzen die dieper ingaan op onderwerpen die hierboven aan de orde komen, zoals:

1. “
De Gever en Zijn Gaven (Deel 1 – over de DOOP met Gods Heilige Geest)", van CJH Theys, op ons weblog vanaf 10-5-2010 (elke maand een hoofdstuk).
2. “
De natuurlijke mens en de Heilige Geest”, van CJH Theys.
3. “De ‘
Spade Regen opwekking’ (over de UITSTORTING van de Heilige Geest)”, van H. Siliakus, op ons weblog van 24-4-2010.
4. “
De volmaaktheid in Christus op aarde, in de eindtijd” van E. van den Worm.
5. “
De uiteindelijke, Goddelijke HEERLIJKHEID van de ware Gemeente van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeente” van E. van den Worm.
6. “
De werkingen van de Geest in de eindtijd”, van E. van den Worm.

Als hemelvlammen de aarde raken - Gods Geest en heerlijkheid IN ons

donderdag 24 juni 2010

De ware betekenis van het brandoffer

.










In Leviticus 1 lezen we over het brandoffer – dat een beeld is van onze totale overgave aan God als een offer. Het brandoffer moest eerst in stukken verdeeld worden om zeker te zijn dat er geen gebrek in enig deel van het dier zou zijn, voordat het geofferd werd.
De mensen konden een rund, een schaap of geit of zelfs een tortelduif of jonge duif offeren, naar de mate waarin hun financiële mogelijkheden het toeliet. Maar elk offerdier moest zonder gebrek zijn. Het brandoffer is tevens een beeld van de wijze waarop de Here Jezus Zijn lichaam gedurende Zijn leven hier op aarde als een levend offer heeft gegeven aan Zijn Vader – resulterend, uiteindelijk, in Zijn dood aan het kruis. Gedurende Zijn hele leven heeft Jezus Zijn lichaam rein bewaard in elke verzoeking, voordat Hij het aan de Vader als offer gaf door aan het kruis te sterven. God zou Zijn offer aan het kruis niet hebben aangenomen als er ook maar één bezoedeling geweest zou zijn in de 33½ jaar van Zijn leven. Dit was waarom Hij de stenen niet in brood veranderde toen Hij hongerig was (zie Matth. 4:3-4). Dat zou namelijk een zonde geweest zijn, omdat de Vader het Hem niet gezegd had te doen. Zijn leven bestond uit volledige afhankelijkheid en volkomen gehoorzaamheid. Jezus deed nooit iets zonder de aanwijzing van de Vader, zelfs als het iets onbeduidends scheen, zoals stenen in brood veranderen als men honger heeft! Dit is de norm van gehoorzaamheid, tot welke God ook ons roept. Dat was ook de reden waarom het leven van Jezus zo vol heerlijkheid was. En waarom de Vader zo’n welbehagen in Hem had.
Neem een ander voorbeeld in Lukas 4:38-42, waar we lezen van een grote opwekking (vele zieken werden door Hem genezen en bezetenen van demonen bevrijd – noot AK). De volgende morgen probeerden de mensen Hem tegen te houden opdat Hij niet van hen weg zou gaan maar de opwekkingssamenkomsten zou continueren. Maar Jezus zei: “Nee”. Waarom? Omdat, nog voordat Hij de mensen die morgen ontmoette, Hij Zijn Vader had ontmoet in een eenzame plaats, waar Hij de stem van de Vader gehoord had om op te trekken naar andere steden. Daarom gaf Hij niet toe aan de druk van de menigte om te blijven, maar ging waar de Vader Hem gezegd had te gaan. Als Hij toegegeven had aan de dringende verzoeken van de menigte en daar toch opwekkingsbijeenkomsten had gehouden, zou Hij gezondigd hebben (namelijk: tegen de wil van Zijn Vader om “ook andere steden het Evangelie van het Koninkrijk van God te verkondigen” – noot AK)!
Bent u al tot zo’n besef van zonde gekomen? Hoeveel van ons denken dat het houden van opwekkingssamenkomsten een zonde kan zijn? Dit was de gevoelige afstemming waarop en besef van zonde waarin Jezus leefde. We denken vaak dat zonden alleen zoiets kan zijn als boosheid, onreine gedachten, jaloezie of bitterheid, etc. Natuurlijk zijn dit ook zonden – maar op kleuterschool niveau. Jezus houding tegen over de zonde was op Doctor-titel niveau. Beseft u dat, als God u niet geroepen heeft om ergens samenkomsten te beleggen of te spreken, u zondigt?
Maar we bereiken deze Doctor-graad niet in een paar dagen! We moeten hierin geleidelijk voortgang maken, van de ene klas naar de volgende, jaar op jaar. En als wij zo verder komen, zullen we gaan ontdekken dat vele dingen die we voorheen nooit als zonde betiteld zouden hebben, nu zonde voor ons worden. Als "zonde uitermate zondig" voor ons gaat worden, zijn we er zeker van dat we geestelijk groeien! Als we dus naar het leven van Jezus kijken, dan denken we niet alleen aan Zijn dood aan het kruis, maar ook aan Zijn hele leven, dat Hij volkomen geofferd heeft aan de Vader, zeggende: "U hebt voor Mij een lichaam gemaakt... Ik kom om Uw wil te doen, o God (in Zijn lichaam)" (zie Hebr. 10:5b en 7). Jezus heeft nooit één keer Zijn eigen wil gedaan, maar alleen die van Zijn Vader. Dit betekent het om onszelf te geven als een brandoffer aan God.
Dit is wat Paulus ons ook oproept te doen in Romeinen 12:1-2: "...om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk,... om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is" – precies zoals Jezus gedaan heeft.
Het brandoffer werd aangeboden aan God en volledig verbrand. De Bijbel zegt ons dat dit “een aangename geur voor de HERE” was (zie Lev. 1:17) – hiermee aanduidend dat het voor God een groot welbehagen was – "Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!" (Matth. 3:17b). Paulus getuigt dat zijn levensmotto, zijn ambitie, was “om Hem welbehaaglijk te zijn” (zie 2 Kor. 5:9).
Wanneer we onze lichamen aan de Here aanbieden is het erg gemakkelijk om te zeggen: "Here, ik geef mijn lichaam volledig aan U". Maar wij weten niet of we werkelijk alles opgeofferd hebben, totdat we het "in stukken verdelen". Want, we kunnen onszelf misleiden.
Wat betekent het om het in stukken te verdelen en het stukje voor stukje te offeren – zoals het gedaan werd bij het brandoffer? Het betekent dat we ons lichaam stukje voor stukje offeren aan God. We zeggen:
• "Here, hier zijn mijn ogen. Ik heb ze voor de duivel en voor mijzelf gebruikt al deze jaren, en ik heb naar dingen gekeken en dingen gelezen die U verdriet doen. Maar nu leg ik mijn ogen op het altaar. Nooit meer wil ik met deze ogen iets bekijken of iets lezen dat Jezus niet zou bekijken of lezen. Ik wil nooit meer zondigen met deze ogen".
Vervolgens gaan we naar de tong en belijden:
• "Here, hier is mijn tong. Ik heb deze tong gebruikt voor de duivel en voor mijzelf al deze jaren. Ik sprak wat ik maar wilde, leugens vertellende voor mijn eigen voordeel, werd boos op anderen, heb geroddeld en achter de ruggen van de mensen om lelijke dingen over hen gezegd. Maar dat alles wil ik niet meer. Hier is mijn tong, Here. Het is de Uwe vanaf dit moment – volledig en volkomen".
Dan gaan we naar onze handen en onze voeten, onze lichamelijke begeerten, één voor één, en belijden steeds:
• "Here, hier zijn de leden van mijn lichaam en mijn lichamelijke begeerten, met welke ik gezondigd en U veel verdriet gedaan heb. Nooit meer wil ik deze leden gebruiken voor mijzelf of om aan mijn begeerten te voldoen. Ze zijn geheel van U".
Het is daar waar we onszelf – stukje voor stukje – op het altaar leggen, dat we gaan ontdekken of we werkelijk ons hele lichaam geheel aan God geven of niet.
Als het offer in stukken opgedeeld is en geheel op het altaar is gelegd kunt u zeggen: "Here, laat nu Uw vuur op het offer vallen en het verteren". We lezen in Leviticus 9:24 hoe het vuur van God neerdaalde op het brandoffer en het geheel verteerde. Dat vuur is een beeld van de doop met de Heilige Geest en het vuur dat ons offer geheel verteert en onze lichamen in vuur en vlam zet voor God. Maar het vuur zal nooit neerdalen voordat het laatste stukje van het brandoffer op het altaar gelegd is.

17-6-2010 bron: Zac Poonen – vertaling Gerard Schröder
Overgenomen van het CIP (
Christelijk Informatie Platform)

Noot van A. Klein:
Bovenstaand artikel, van iemand waarvan ik nog niet eerder iets had gehoord of gelezen, vond ik zo goed en duidelijk geschreven dat ik besloten heb het op ons weblog te plaatsen. Redenen die meewogen om dit artikel te plaatsen:
Volgens mij is er veel te weinig kennis over de diep-geestelijke betekenis van de Israëlitische Tabernakel en van de verschillende Tabernakel-objecten (zoals: wasvat, brandofferaltaar, kandelaar, reukofferaltaar, tafel met toonbroden, de verschillende Tabernakelkleden etc.).
En wat velen m.i. ook niet weten of beseffen is dat alle Tabernakel-onderdelen op zich – op de één of andere manier – naar Christus verwijzen. Ook beelden de verschillende Tabernakel-objecten het (geestelijke) leven uit dat wij – als christenen – behoren te leven en te volgen
.

Wij hebben verschillende Tabernakelstudies op onze website
www.eindtijdbode.nl/ staan. Onder andere:
1. “
Christus in de Tabernakel” (een uitgebreide uitleg over de diep-geestelijke betekenis van de verschillende Tabernakel-objecten).
2. “
De Tabernakel van Israël” (Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God, tot in alle volmaaktheid toe).
3. “
LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus” (deze studie geeft vooral een praktische ‘vers voor vers’ uitleg over onze groei in Christus, volgens de volgorde van de verschillende Tabernakel-objecten).
Vooral deze laatste studie (nr. 3) is een goede en uitgebreide, maar ook vrij eenvoudige Tabernakel-studie om mee te beginnen.

Zie eventueel ook nog ons Tabernakel-schema (met mooie plaatjes), voor een korte, duidelijke en tevens geestelijke betekenis van de verschillende Tabernakel-objecten:
KLIK HIER En/of een interessante video over de Israëlitische Tabernakel (Gods heiligdom om in te wonen): KLIK HIER


De ware betekenis van het brandoffer - afsterven aan onze oude mens

woensdag 24 juni 2009

Bekeert u van uw boze werken





"Jezus zei: ...Ga heen, zondig van nu af niet meer !"

Joh. 8:11, NBG





Verlaat de dimensie van de duisternis
"Zeg tot hen, spreekt Adonai JaHWeH, Ik verheug Me niet in de dood van hen die slecht zijn, maar wel in de bekering van hun levenswijze. Bekeert u, bekeert u, van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o Huis Israëls[1]?" (Ezech. 33:11 – letterlijke vertaling).
Bekering is een wilsdaad van de mens, die begint als hij of zij zich tot God keert èn zijn of haar zondige wegen wil verlaten. Het is echter niet alleen een daad van het begin van een leven dat – door God – vernieuwing zoekt, maar een levensinstelling van elke verdere nieuwe dag. Wij leven namelijk in een wereld waarin de boze (d.i. satan, de duivel) heerst; een wereld die onder sterke invloed staat van de inspiratie, arbeid en leiding van de boze en zijn macht.
In Efeze 2 vers 1-3 lezen wij: “En u heeft Hij (d.i. God, de Vader) met Hem (d.i. Jezus, de Zoon) levend gemaakt, u die (in geestelijke zin) dood was door de misdaden en de zonden, waarin u voorheen gewandeld hebt, naar het tijdperk (de tijdgeest) van deze wereld, naar de aanvoeder van de macht in de lucht, van de (satanische, duivelse) geest die nu werkt in ‘de kinderen van de ongehoorzaamheid’ (d.i. de ongelovige en wereldsgezinde mensenkinderen), te midden van wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van het vlees en de (zondige) gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen” (HSV). En in Efeze 6 vers 12 lezen wij: “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de machthebbers van de wereld, van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke boosheden in de lucht” (HSV).
Wij hebben allen voorheen gedacht, geleefd en gewerkt in de begeerten van ons vlees, doende de wil van het vlees en van de eigen, zondige gedachten. Maar in Romeinen 8 vers 6-8 lezen wij: “het bedenken van het vlees is de (geestelijke) dood, maar het bedenken van de Geest is leven en vrede. Immers, het denken van het vlees is vijandschap tegen God. Het onderwerpt zich namelijk niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet. En zij die in het vlees zijn (d.i. zij die hun leven door de zonden van het vlees laten leiden), kunnen God niet behagen.” (HSV)

Gedachtezonden leiden tot woordzonden en tot daadzonden.
Wij kunnen – vanuit onze oude natuur – vleselijk (blijven) denken en leven, en tegelijk ‘christelijk’ willen leven, naar de Gemeente of Kerk gaan en bidden, al is dit zeker niet naar Gods wil. Maar voor een waarachtig christen, een ware discipel van Jezus is dit een ONmogelijkheid, omdat het ware christenleven een andere geestelijke dimensie is dan het leven, denken en werken in het vlees. Het leven in de Geest en naar Zijn wil is de dimensie van het licht – daarom begrijpt de wereld ons, (de ware) christenen, niet en vindt zij ons vreemd, raar of zelfs gek – terwijl het leven in het vlees de dimensie is van de duisternis, een leven buiten God. Daarom (ver)hoort en ziet de Here zulke gelovigen niet als zij tot Hem bidden, zoals wij kunnen lezen in Jesaja 59 vers 1-2: “Zie, de hand des Heren is niet te kort om (u) te verlossen, en Zijn oor niet te onmachtig om (u) te horen; maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij (u) niet hoort” (NBG).
Daarom, verlaat de dimensie van Gods licht niet en blijf volharden in het leven in en het bekeerd zijn tot God. Want… “als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde” (1 Joh 1:7, HSV).
Onze geest moet in het licht van Gods dimensie blijven wandelen, maar wij bevinden ons naar het lichaam nog in deze wereld en haar dimensie van duisternis. Wij hebben dus voorzichtig te wandelen en onze voeten (beeld van onze levenswandel) voortdurend te wassen in – en dus te laten reinigen door – Zijn bloed, omdat wij, ook zonder dit te willen, in contact komen met de zonde.
[2]

Waartegen hebben wij te waken?
1. In de eerste plaats wordt ons denken bezoedeld als wij in contact komen met de zonde en daarom moeten wij deze zondige gedachten onmiddellijk wassen in Zijn bloed, omdat het nu eenmaal zo is dat zondige gedachten zondige overleggingen van ons hart worden en wij zo bezoedeld raken door die zonde. Als wij echter in het licht van God blijven, blijven wij in Zijn Geest en in Zijn liefde. “Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht, en er is in hem niets dat anderen doet struikelen” (1 Joh. 2:10, HSV).
2. Onze geest en ziel moeten blijven wandelen, leven en werken in de dimensie van het licht, in het Koninkrijk van Jezus Christus, en de dimensie van de duisternis mijden.
In 2 Korinthe 6 vers 14-18 lezen we: “Vorm geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeenschappelijk met wetteloosheid (of: ongerechtigheid), en welke gemeenschap is er tussen licht en duisternis? En welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial (d.i. de satan)? Of wat deelt een gelovige met een ongelovige? Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen en te midden van hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn. Ga daarom uit hun midden weg en zonder u van hen af, zegt de Here. En: Raak niet aan wat onrein is, en Ik zal u aannemen. Ik zal u tot een Vader zijn en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Here, de Almachtige” (HSV). Terwijl we in 2 Korinthe 7 vers 1 lezen: “Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bevlekking van het (zondige) vlees en van de (wereldsgezinde, door de satan beïnvloede) geest, en zo de heiliging volbrengen in de vreze Gods” (HSV).
3. Wij hebben ervoor te waken dat onze tong niet meer spreekt naar het denken van de wereld. “Maar Ik zeg u dat de mensen van elk doelloos woord dat zij zullen spreken, rekenschap moeten geven op de dag van het oordeel” (Matth. 12:36, HSV).
4. Wij hebben er ook voor te waken dat ons hart de wereldse levenswandel niet liefheeft. “Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en het pronken met de dingen van het leven is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid” (1 Joh. 2:15-17, HSV).
· De begeerten van het vlees leiden tot de zonden van het vlees, tot zondige lusten, die ons leiden tot afgodendienst, tot seksuele zonden. Weer anderen maken hun buik tot een afgod en leven om te eten.
· De begeerten van de ogen leiden tot de zonden van de ziel: tot materiehonger en tot ‘geld-gekte’, tot aanbidding van de mammon, tot een leven in luxe.
· De zondige begeerten van de geest leiden tot hoogmoed, tot machtswaanzin, tot grootsheid van het leven, tot zondige, vrouwelijke ijdelheid.
Laten wij er dus voor waken om niet te wandelen in deze regionen van de dimensie der duisternis, maar laten wij blijven wandelen in de dimensie van Gods licht. Laat ons de voorzichtigheid van de rechtvaardigen betrachten. Laat ons wandelen in de geest van Johannes de doper, van wie gezegd werd in Lukas 1 vers 17: “En hij (d.i. Johannes de doper) zal voor Hem (d.i. Jezus) uit gaan in de geest en de kracht van Elia, om het hart van de vaderen te bekeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen, om voor de Here een toegerust volk gereed te maken.” (HSV)
Blijf dus denken, wandelen en werken in de tot God bekeerde levensinstelling, elke dag. Zo zullen wij Hem getrouw kunnen gehoorzamen en de hoogweg
[3] van genade blijven bewandelen. Dan zal Hij ons (kunnen) leiden in Zijn hemels heiligdom[4], reeds hier op aarde.
In Hebreeën 4 vers 14-16 staat deze belofte: “Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen hogepriester die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles is verzocht op gelijke wijze als wij, maar zonder zonde (d.i. zonder te zondigen). Laten wij dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip” (HSV).
Zo zal de Hogepriester, onze Herder, ons stap na stap – door Zijn Heilige Geest – leiden, inwaarts tot in het hemelse heiligdom van God, naar onze hemelse Vader toe.
“Jezus zei tot hem (d.i. tot Thomas): Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij” (Joh. 14:6, HSV). Jezus is dus de ENIGE Leidsman
[5], Die tot het eeuwige leven leidt; Hij alléén is de Waarheid; Hij alléén leidt ons naar onze Vader-God, naar de almachtige, barmhartige en heilige JaHWeH toe.
Amen.

E. van den Worm
[6]

  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog (met een maandelijkse ‘nieuwsbrief’) wilt attenderen.
  • Zie voor meer Bijbelstudies onze website www.eindtijdbode.nl/
  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.

[1] “Maar hij is Jood (of: Israëliet) die het in het verborgene (d.i. in het innerlijk, in het hart) is, en dat is de (ware) besnijdenis, die van het hart is, naar de geest, niet naar de letter. Zijn lof is niet uit de mensen maar uit God” (Rom. 2:29, HSV).
[2] Zie eventueel op onze website de studie: “De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd”.
[3] “Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de Here. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen (de zgn. “hoogweg”), en Mijn gedachten dan uw gedachten” (Jes. 55:8-9).
[4] Voor meer over de geestelijke betekenis van dit ‘hemels heiligdom’, zie eventueel de studie: “Christus in de Tabernakel” en/of “De Tabernakel van Israël” en/of “Lukas: Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus”.
[5] Zie eventueel de studie: “Jezus onze Leidsman, Verlosser, Zaligmaker, Heiligmaker en Volmaker”.
[6] Uit: "Boodschappen voor vandaag en morgen". De tekst is bewerkt door AK (voornamelijk naar meer hedendaags Nederlands).

Bekeert u van uw boze werken