Posts tonen met het label Wijsheid van de Heilige Geest. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wijsheid van de Heilige Geest. Alle posts tonen

donderdag 10 maart 2011

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 11

.







Deel 2:
De Gaven of Manifestaties van de Heilige Geest





De Gaven van genezingen

Wij zijn nu gekomen tot de derde en laatste groep van Geestesgaven; namelijk, de niet-hoorbare gaven, die tot actie voeren en tot wonderen en tekenen. Al direct valt het op dat er in de Bijbel van 2 van deze 3 gaven gesproken wordt IN HET MEERVOUD. De Bijbel spreekt van “gaven van genezingen” en van “werkingen van krachten” (zie 1 Kor. 12:8-10). God zal hiermee Zijn bedoeling hebben. Het ligt echter niet op mijn weg om hierop dieper in te gaan, tenzij Gods Geest mij op deze weg zal leiden.

Wat verstaan wij onder de ‘Gaven van genezingen’?
“Gaven van genezingen” zijn manifestaties van de Heilige Geest door een christen heen, waardoor het lichaam van een zieke wordt genezen ZONDER de aanwending van natuurlijke of medische middelen (zoals een operatie en/of specifieke medicijnen/behandelingen).
Jezus Christus werd geopenbaard, opdat Hij de werken van de satan/duivel verbreken zou (zie 1 Joh. 3:8). Ook de genezing van het lichaam door de manifestatie van de Heilige Geest is een verbreking van het werk van de duivel door de kracht van God.
Handelingen 10:37-38 (HSV): “U weet wat er gebeurd is… hoe God Jezus van Nazareth gezalfd heeft met de Heilige Geest en met kracht en hoe Hij het land doorgegaan is, terwijl Hij goeddeed en ALLEN die door de duivel overweldigd waren, GENAS, want God was met Hem.”
Ik geloof met geheel mijn hart, geheel mijn ziel en geheel mijn verstand, dat Jezus Christus is gestorven, opgestaan en ten hemel gevaren, opdat DOOR en IN Hem de volle maat van de restauratie, zoals God die in Zijn Woord heeft beloofd, aan de mens zal geworden door het geloof in Gods eniggeboren Zoon. Deze restauratie houdt “genezing” in, maar ook de heerschappij van de “NIEUWE MENS”[1] over “de overheden, de machten, de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten” (zie Ef. 6:12, HSV), tegen welke demonische machten de christenen moeten STRIJDEN. Maar, hoe kunnen christenen in deze strijd zegevieren, als zij de Goddelijke wapens missen? Om te overwinnen heeft God daarom ook Zijn Geestesgaven geschonken, die werken door de manifestatie van de IN hen WONENDE Geest van God.

Wat God door de werking van deze Gaven bewijst
Door de werking van de “gaven van genezingen” bewijst God:
De opstandingskracht van Christus.
Handelingen 3:15-16 (HSV): “maar de Vorst van het Leven hebt u gedood, Die God uit de doden opgewekt heeft, waarvan wij getuigen zijn. En Zijn Naam heeft deze man, die u ziet en kent, sterk gemaakt door het geloof in Zijn Naam. En het geloof dat er is door Hem, heeft hem in aanwezigheid van u allen deze volkomen gezondheid gegeven.”
Dat Hij macht heeft om zonden te vergeven.
Markus 2:10-11 (HSV): “Maar opdat u zult weten dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde zonden te vergeven (zei Hij tegen de verlamde): Ik zeg u: Sta op, neem uw ligmat op en ga naar uw huis.”
• Dat Hij macht heeft om het geloof van de mensen op te bouwen en zielen te redden.
Johannes 6:2 (HSV): “En een grote menigte volgde Hem, omdat zij Zijn tekenen zagen, die Hij deed aan de zieken.”
Wie de wonderen en tekenen uit de Bijbelverslagen toetst aan de in de huidige Gemeente(n) gepleegde handelingen, zal moeten erkennen dat één BOVENNATUURLIJKE GENEZING méér demonen in beweging zal brengen en meer zielen zal bewegen tot Jezus te komen, en hun zonden aan de voet van het kruis te belijden, dan een dozijn predikaties!
Dat Hij macht heeft om Zijn Woord in alle opzichten te bevestigen.
Markus 16:16-18 (HSV): “Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden, maar wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden. En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven; in vreemde talen (SV: met nieuwe tongen) zullen zij spreken; slangen zullen zij oppakken; en als zij iets dodelijks zullen drinken, zal het hen beslist niet schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden.”
• Dat Hij macht heeft om Zijn Naam te verheerlijken en om Zijn kinderen rijkelijk te zegenen.
Markus 2:12 (HSV): “En hij stond meteen op, en nadat hij de ligmat opgenomen had, ging hij voor het oog van allen naar buiten, zodat zij allen buiten zichzelf waren en God verheerlijkten en zeiden: Wij hebben nog nooit zoiets gezien!”
Dat Hij macht heeft om Zijn uitnemende Liefde, Zijn grote barmhartigheid, Zijn mededogen, Zijn onkreukbare trouw, Zijn onaantastbare rechtvaardigheid en eerlijkheid, te bewijzen.
Mattheüs 28:20 (HSV): “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.”

Wat de ‘Gaven van genezingen’ NIET zijn
Het is zonder meer duidelijk, dat deze Geestesgave NIETS te maken heeft met de medische wetenschap. Deze laatste kan beoefend worden door zondaren, die zelf nooit van de Heilige Geest gehoord hebben, laat staan, dat zij iets zouden weten van Zijn manifestaties.
Vele ziekten en kwalen wortelen diep in de menselijke ziel of geest. Zo leert de natuurlijke mens ook, dat zorg, angst, vrees, ontmoediging, neerslachtigheid, teleurstelling, wantrouwen, haat, bitterheid, mopperen, wrok, enzovoort veelal remmend werken ten aanzien van de genezing van een ziek mens. In de praktijk komt het dan ook voor dat de natuurlijke genezing (pas) kan intreden, zodra men kans ziet om op de één of andere manier bovengenoemde gemoedstoestanden te verwijderen. Maar dit wil dan nog niet zeggen, dat er dan sprake is van GODDELIJKE GENEZING!
Andere ziekten en kwalen staan weer in direct verband met demonische machten, met “geesten”. In Indonesië noemt men deze machten “goena-goena” of ook wel “zwarte kunst”. Genezing van op deze wijze aangebrachte ziekten MOET op bovennatuurlijke wijze worden bewerkstelligd. De beste en beroemdste medici staan hier machteloos tegenover; ze staan dan namelijk tegenover ‘ondoorgrondelijke raadselen’… Door de werking van de “gaven van genezingen” kan dan op bovennatuurlijke wijze gezondheid worden verkregen.
Vanzelfsprekend vallen de werken van “spiritisten” en “magnetiseurs” en al dergelijke “tovenaars” NIET onder eerderbedoelde bovennatuurlijke genezing (van Godswege)! Hoe dikwijls hebben wij gezien dat deze kwakzalvers hun rituelen doen en hoe zij de zieken SCHIJNBAAR genazen. Wij hebben echter in al dergelijke gevallen kunnen constateren dat de zieken daarna met (veel) meer en nog ergere moeilijkheden bleven zitten dan in het begin en hoe zij regelmatig een vroege dood stierven! Hoe dat komt? Al deze “tovenaars” gaan niet om met de Levende en Heilige God, de Schepper van hemel en aarde, de Bron van alle leven, maar staan in dienst van de duivel! En van de duivel weten wij, door Gods Woord, dat hij alleen maar komt om te stelen, te slachten en te verderven!
Johannes10:10 (HSV): “De dief (hier: het beeld van de duivel) komt alleen maar om te stelen, te slachten en (om mensen) verloren te laten gaan;…”
Dezulken kunnen komen met “bijgeloof”, met zogenaamde “mentale suggestie”, met “psychologie”, met allerlei “hekserij”, met “beprevelde drankjes”, met “bewierookte en in papier of doekjes gewikkelde spreuken”; zij kunnen bij al deze handelingen ook de naam “Jezus” prevelen of “God” erbij halen… maar, het zal allemaal niets helpen! De blinde ogen worden niet geopend, de dove oren zullen niet horen, de kreupele voeten zullen niet weer lopen, de hersentumor zal niet worden weggenomen, de geperforeerde longen zullen niet dichtgroeien, de maagkanker zal niet worden genezen. Ook zal satan geen demonen uitwerpen uit de personen die men (door zijn satanische/duivelse macht) met deze ziekten en kwalen heeft bewerkt, want satan werpt de satan/duivel (of zijn demonen) niet uit! De Bijbel leert ten aanzien hiervan duidelijk en beslist: “En als de satan de satan uitdrijft, dan is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe kan zijn rijk dan standhouden?” (Matth. 12:26).
Een Bijbels voorbeeld waar duivelbezweerders de Naam van Jezus bij hun duistere praktijk noemen, vinden wij in Handelingen 19!
Handelingen 19:10-16 (HSV): “En dit gebeurde twee jaar lang, zodat allen die in Asia woonden, het Woord van de Here Jezus hoorden, zowel Joden als Grieken. En God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus, zo zelfs dat, als de zweetdoeken of de doeken die hij om zijn middel droeg, van zijn lichaam op de zieken gelegd werden, de ziekten van hen weken en de boze geesten uit hen weggingen. En enkele van de rondtrekkende Joodse duivelbezweerders waagden het de Naam van de Here Jezus uit te spreken over hen die boze geesten hadden. Zij zeiden: Wij bezweren u bij Jezus, Die door Paulus gepredikt wordt. Het waren zeven zonen van Sceva, een Joodse overpriester, die dit deden. Maar de boze geest antwoordde en zei: Jezus ken ik en van Paulus weet ik af, maar u, wie bent u? En de man in wie de boze geest zich bevond, sprong op hen af en toen hij hen overmeesterd had, bleek hij sterker dan zij, zodat zij naakt en gewond uit dat huis vluchtten.”
Commentaar is hierbij overbodig.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys


[1] Zie eventueel – op onze website http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie “Lukas – het Boek van de NIEUWE MENS in Christus” (Over Jezus, de Hogepriester en hoe wij, als priesters van de allerhoogste God, Hem moeten dienen), van E. van den Worm.

woensdag 9 maart 2011

Boekbespreking 28: Beknopte verklaring van het boek Jesaja


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar H. Siliakus
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Voorwoord
De bedoeling van deze beknopte verklaring van het boek Jesaja is: Om inzicht te verschaffen in de voortgang van het Goddelijk Verlossingsplan voor de mensheid. Wat u hier wordt aangeboden, is daarom géén “algemene” behandeling van dit eerste boek van de zogenaamde “Grote Profeten”, maar een “profetische”. Naar mijn mening vragen overigens ALLE profetische geschriften van de Bijbel allereerst om een profetische verklaring. Natuurlijk kan uit de profetenboeken veel gehaald worden, dat ter ondersteuning en verklaring van allerlei geloofswaarheden dient. En vanzelfsprekend mogen en kunnen wij ook uit deze boeken veel kracht en troost putten voor ons persoonlijk geloofsleven. Maar dit mag toch niet tot gevolg hebben, dat wij verzuimen deze boeken te lezen zoals ze in de eerste plaats verstaan willen worden, namelijk als profetische boodschappen.

Om deze boodschappen te verstaan, hebben wij het licht (en inzicht) van de Heilige Geest nodig. Deze Geest zal ons “in alle waarheid” leiden en ons behoeden voor een ongeestelijke en onrechtzinnige uitleg van de profetie. Ook zal Hij (d.i. Gods Geest, de Heilige Geest) ons bewaren voor een ONGELOVIGE uitlegging, waartoe ik ook reken de verstandelijke benadering. Wat dit laatste betreft zijn er twee gevaren die wij onder ogen moeten zien.
1. Daar is in de eerste plaats het gevaar dat er schuilt in de bijna tot dogma verheven mening, dat de toekomst ons in de Bijbel alleen maar in grote lijnen wordt geschilderd (d.i. uitgebeeld) en dat wij er daarom genoegen mee moeten nemen dat alles tamelijk vaag blijft.
2. Het tweede gevaar is, dat men zich teveel verdiept in historische achtergronden. Dit heeft altijd tot gevolg, dat het profetisch getuigenis wordt afgezwakt en leidt er doorgaans toe dat men het overgrote deel van de Bijbelse profetie als reeds vervuld beschouwt, namelijk: vervuld in de tijd van het Oude Testament.
Laten wij altijd bedenken dat satan er alles aan zal doen om te verhinderen, dat in de Gemeente des Heren dat ware profetisch bewustzijn tot ontplooiing komt, dat eenmaal moet resulteren in een gereed-zijn voor de Bruiloft van het Lam (zie Matth. 25:10 en Openb. 19:7).

Over de persoon en het boek van Jesaja behoef ik niet veel te zeggen. De profeet trad op in de dagen van Jotham, Achaz en Hizkia, koningen over Juda, in de tijd dat het rijk Israël ophield te bestaan. Wat het boek betreft, beperk ik mij tot het maken van enige inleidende opmerkingen, die behulpzaam zullen zijn bij het verstaan ervan.
1. Gelet moet worden op het onderscheid dat er ook in de profetie is tussen:
• Israël (namelijk: de 10 stammen van ‘het huis van Israël’) en
• Juda (namelijk: de 2 stammen van ‘het huis van Juda’).
2. Voor ogen moet worden gehouden, dat er ten aanzien van sommige profetieën sprake is van een voorvervulling (of meerdere voorvervullingen) en een eindvervulling (doorgaans in de eindtijd).
3. Erop bedacht moeten wij zijn, dat het tot het eigene van de Bijbelse profetie behoort, dat van gebeurtenissen in de oude tijd (de zgn. Oude Bedeling) op een gegeven moment “overgestapt” wordt naar gebeurtenissen in de nieuwe tijd (de zgn. Nieuwe Bedeling).

Diverse grote profetische thema’s zullen in dit machtige en indrukwekkende Bijbelboek van Jesaja ter sprake komen. Het werk van de “Knecht des Heren” staat in dit boek van Jesaja – “de evangelist onder de profeten” – centraal. In deze gestalte herkennen wij natuurlijk onze Here Jezus Christus, maar opmerkelijk is het, dat ook het volk Israël deze naam ontvangt. En daarmee zijn wij meteen bij één van de verborgenheden die het boek bevat. Er zijn er meer. Bijvoorbeeld dat van het oude (d.i. letterlijke) en het nieuwe (d.i. geestelijke) Jeruzalem. Maar aangezien onze God ons bekend heeft willen maken de verborgenheid van Zijn wil, naar Zijn welbehagen (zie Ef. 1:9), geloven wij, dat Hij al deze verborgenheden – stukje voor stukje – voor ons zal ontsluieren. Met geen ander doel dan, om in (en door) ons allen, Zijn grote Naam te verheerlijken!

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

donderdag 10 februari 2011

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 10

.






Deel 2:
De Gaven of Manifestaties van de Heilige Geest







De Gave van ‘het Onderscheiden van geesten’

Wat is de Gave van ‘het Onderscheiden van geesten’?
Deze gave is de derde van de groep van ONHOORBARE (Geestes)gaven, waardoor God de christen iets doet KENNEN of WETEN. De gave van “het Onderscheiden van geesten” is de “bovennatuurlijke” manifestatie van Gods Geest, die de christen openbaart WELKE of WAT voor geest/geesten er rondom hem/haar werkzaam is/zijn.
Efeze 6:12 (HSV): “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.”
Gods Geest stelt ons met deze gave in staat om een bovennatuurlijke blik te slaan in de wereld der geesten. Dat deze gave van ontzaglijk groot belang is voor de Gemeente van de Here Jezus Christus, behoeft geen nader betoog. Door de werking ervan wordt het Lichaam van Christus altijd en overal veilig gesteld!
Prijst God voor Zijn wondervolle voorziening!
Allen, die in enige bediening staan, moeten niet ophouden God om de manifestatie van deze (Geestes)gave in hun bediening te bidden, want alleen deze (Geestes)gave doet hen de soort geesten onderscheiden, die in deze laatste dagen werkzaam zijn in de mensen, die wij op de één of andere manier met het Evangelie moeten zien te bereiken, zoals:

•geesten van ongehoorzaamheid (waardoor men al gauw geneigd is tot ongehoorzaamheid, ook en vooral aan God en Zijn gebod[1]),
•geesten van hoogmoed,
•geesten van twistgierigheid (waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – geneigd is tot redetwisten of onverdraagzaamheid),
•geesten van zelfmedelijden,
•geesten van vleselijke lusten (waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – geneigd is tot allerlei soorten van verkeerde verlangens en/of seksuele uitspattingen),
•geesten van murmurering (waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – geneigd is tot mopperen, klagen en/of ontevredenheid),
•geesten van koppigheid,
•geesten van onreinheid,
•geesten van ontuchtigheid,
•geesten van onmatigheid,
•geesten van vitten en treiteren,
•geesten van roddel,
•geesten van onderkruiperij (waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – afbreuk wil doen aan andermans werk),
•geesten van zelfvoldaanheid,
•geesten van (geestelijke) blindheid,
•geesten van stomheid (het “met stomheid geslagen zijn”, waardoor men niets weet te zeggen of het – voor altijd of slechts tijdelijk – echt niet kunnen spreken),
•geesten van onvastheid (waardoor men onzeker/wankelbaar/onevenwichtig is, en dus niet – of niet volkomen – beheerst wordt door de eigen wil of – nog belangrijker – door Gods wil),
•geesten van leugen,
•geesten van haat,
•geesten van zelfbedrog,
•geesten van zotternij (waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – geneigd is om dwaze of gekke dingen te doen),
•geesten van spot (waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – geneigd is om anderen, door een grap of gekheid, te bespotten en/of belachelijk te maken),
•geesten van luiheid,
•geesten van praatzucht (ofwel: het praatziek zijn, waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – geneigd is tot onzinnig kletsen of roddelen),
en van nog heel veel andere geesten[2], waarvan in de Bijbel wordt gesproken.

Zoals christenen in deze laatste dagen “alles op alles” zetten om dit Evangelie van het Koninkrijk te verkondigen, waar en wanneer zij maar kunnen, zo grijpt de duivel iedere gelegenheid aan om in deze laatste dagen de wereld te bezoeken met een “opwekking” (ofwel: een herleving) van helse machten! Daarom kan en mag de Gemeente van Jezus Christus, juist in deze huidige tijdsbedeling, verwachten dat God Zijn geestelijke gaven – en DEZE geestelijke gave niet in het minst – in overvloediger mate zal schenken. Halleluja!
De (Geestes)gave van “het Onderscheiden van geesten” openbaart de christen verder, HOE God op een bepaald ogenblik in de samenkomst werkt en WELKE gave in manifestatie IS of KOMT. Hoeveel christenen maken niet de grote fout om hun samenkomsten te leiden volgens een VAST, van te voren opgemaakt programma, waarvan zij niet willen afwijken, TENZIJ God Zelf zou ingrijpen! Dat zij – zo doende – net zo vele malen lijnrecht tegenover de leiding van de Heilige Geest staan, beseffen zij niet eens, omdat zij niet in staat zijn om te onderscheiden, welke (Geestes)gave op een gegeven moment in werking is of wordt gemanifesteerd! Pas als wij, christenen, met de Geest van God samenwerken en Hij IN ons werkt, zullen psychologen, psychometristen, telepaten, kristalkijkers, astrologen en handwaarzeggers onthutst, verstomd en verward zijn… net zoals zij dat waren op die eerste Pinksterdag en in die eerste Pinkstertijd, toen zij de wonderbaarlijke manifestaties van Gods Geest zagen.
Het is door de manifestatie van deze gave van de Heilige Geest, dat christenen (kunnen) onderscheiden of de werkzame gaven van “ALLERLEI TALEN”, “UITLEG van TALEN” en “PROFETIE” in de Gemeente wel “echt” zijn en niet “uit het vlees”!
1 Korinthe 14:27-29 (HSV): “En als iemand in een andere taal spreekt, laat het dan door twee of hoogstens drie mensen gedaan worden, ieder op zijn beurt, en laat één het uitleggen. Maar als er geen uitlegger is, laat hij dan in de gemeente zwijgen, maar laat hij tot zichzelf spreken en tot God. En laten twee of drie profeten spreken, en LATEN DE ANDEREN HET BEOORDELEN.”
Ik heb mogen leren dat dit BEOORDELEN alleen dient te geschieden door hen, die waarlijk – vanwege hun uitgesproken geloofsleven met deze (Geestes)gaven – PROFETEN zijn!
1 Korinthe 2:15 (HSV): “De GEESTELIJKE MENS beoordeelt wel alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld.”
Het was door deze gave, dat de Heilige Geest mij op een morgen – tijdens een samenkomst – de “geest van VERBEELDING” deed onderscheiden in een man, die op dat ogenblik “profeteerde”, nadat diezelfde (verkeerde) geest de man eerst had doen spreken van een “gezicht”! De Geest van God drong mij toen tot een bestraffing van die geest, waarop de man zweeg.

Wat deze Gave NIET is
“Het Onderscheiden van geesten” heeft niets te maken met wat de mensen zo gaarne beoefenen: achterdocht, wantrouwen, argwaan en/of verdenking. Nog veel minder heeft deze Geestesgave te maken met de zogenaamde “Christian Science”: zij ontkennen namelijk het bestaan van een duivel en van geesten.
Het Schriftuurlijke “Onderscheiding van geesten” is niet een zéér sterk ontwikkeld gevoel voor verbeelding (d.i. het zich – onterecht – iets inbeelden). In de regel is het wel zo, dat personen, die aan dit laatste lijden, innerlijk al van het rechte pad afgeweken zijn. Zij zijn, zoals de Bijbel dat kernachtig zegt: “verdwaasd in hun overwegingen ... Zij hebben de waarheid van God vervangen door de leugen” (Rom. 1:21b-22, 25a). God haat menselijke verbeelding/inbeelding.
Spreuken 6:16-19 (HSV): “
Deze zes haat de HERE, ja, zeven zijn een gruwel voor Zijn ziel:… een hart dat zondige plannen smeedt (SV: een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt),… een valse getuige die leugens blaast,…”
Het was om deze reden, dat God de zondvloed deed komen en daardoor een einde maakte aan alle vlees.
Genesis 6:5 (HSV): “En de HERE zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en dat al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren.”
Gode zij dank voor alle genade, ons in Jezus Christus geworden, waardoor het ons mogelijk is om over deze dingen de overwinning te behalen.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys


[1] Alle hier, tussen haakjes, vermelde teksten zijn – hopelijk ter verduidelijking – door A. Klein toegevoegd.
[2] Al deze geesten zijn net zovele machten van de boze die de (gelovige) mens negatief beïnvloeden, waardoor het leven, maar vooral ook het geloofsleven niet TEN VOLLE tot eer en verheerlijking van Zijn Naam zal kunnen zijn. Vandaar ook de noodzaak dat deze geesten bestaft en/of uitgeworpen dienen te worden (ofwel: dat de macht van deze geesten verbroken wordt), zoals we o.a. kunnen lezen in 2 Kor. 10:3-6a. (noot – AK)



maandag 10 januari 2011

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 9









Deel 2:
De Gaven of Manifestaties van de Heilige Geest





De Gaven van een ‘Woord van Wijsheid en van Kennis’

Wat is de Gave van een ‘Woord van Wijsheid’?
Eén van de “geruisloze” Geestesgaven, waardoor God de christen in staat stelt om te KENNEN of te WETEN, is de gave van een “Woord van Wijsheid” (zie 1 Kor. 12:8-10). Ze is een bovennatuurlijke manifestatie van Gods Geest. Aan de christen wordt hier, wanneer God dit nodig acht, EEN DEEL VAN Zijn WIJSHEID geschonken, waardoor hij/zij tot uitspraken kan komen die een Goddelijke oplossing van problemen brengen. Met deze (Geestes)gave doet God de Heilige Geest ons weten, het HOE, het WAAROM, het WANNEER, het WAAR en het WAT van deze of gene kwestie. Altijd zullen wij gewaar worden, dat het hier gaat om een BOVENNATUURLIJKE oplossing van een vraagstuk.
Zoals alle christenen geloof hebben ontvangen (zie Rom. 12:3) en slechts enkelen de gave van “het geloof”, zo hebben alle christenen min of meer Goddelijke wijsheid, maar niet allen hebben de gave van een
“Woord van Wijsheid”.
Met de manifestatie van deze Geestesgave wordt een Gemeente opgebouwd en worden opwekkingen in de juiste banen geleid. Deze Geestesgave kan werkzaam zijn door visioenen, door dromen of door directe openbaringen. In dit laatste geval kunnen deze diep in de menselijke geest of op zachte toon, dan wel met duidelijk waarneembare stem worden ontvangen. De Here God doet het, zoals Hij dat verkiest. Hij spreekt nog altijd op velerlei wijze en “er is verscheidenheid van (Zijn) werkingen” (zie 1 Kor. 12:6a, HSV).
Net als alle andere geestelijke gaven wordt ook deze gave door de Geest gegeven tot bevestiging van de verschillende bedieningen en ambten, die net zo goed aan de Gemeente door dezelfde Geest geschonken zijn.
Deze (Geestes)gave is echter niet alleen nodig voor de voorganger van een Gemeente, niet alleen voor de evangelisten, leraars of enige andere werker in Gods Koninkrijk, maar zij is ook hard nodig in de levens van gelovige vaders en moeders, die maar al te dikwijls te maken krijgen met de moeilijkheid, dat het ene kind niet gelijk is aan het andere en uit hoofde daarvan ook niet op gelijke wijze kan worden behandeld. Wie zal alsdan – bij vragen of problemen – de oplossing kunnen geven, die afdoende is? Alleen de Heilige Geest! “Ja maar”, zo hoor ik al iemand zeggen, “daarover behoeven wij heus niet te tobben; daar zijn de opvoeders, de pedagogen voor”. Maar zij vergeten één (belangrijk) feit, namelijk: dat God onze kinderen geschapen heeft. Hij is de grootste Pedagoog! Waarom niet rechtstreeks tot Hem gegaan ? Daar is alles voor te zeggen en niets tegen in te brengen.

Wat de Gave van een ‘Woord van Wijsheid’ NIET is
Deze gave mag niet worden verward met geestelijk inzicht, dat een persoon hebben kan in de één of andere aangelegenheid. Geestelijk inzicht kan worden verkregen door jarenlange routine inzake geestelijke problemen, die op het arbeidsveld veelvuldig voorkomen. Maar iemand kan zich al lang op de geloofsweg bevinden en de Here al lang kennen en tòch deze gave ontberen. Aan de andere kant is het heel goed mogelijk dat iemand met niet veel geestelijk inzicht en een onjuist geestelijk oordeel, soms deze gave in zijn of haar leven gemanifesteerd ziet.
De vandaag de dag zo gaarne door de mensen bestudeerde “psychologie” heeft met deze wonderbare Geestesgave ook niets te maken, want psychologie is het (alleen maar, en dan nog zeer ten dele) ‘kennen’ van de natuurlijke geest. Al zou psychologie zich kunnen indringen in de bovennatuurlijke wereld, iets dat men “para-psychologie” pleegt te noemen, daarom is zij nog niet een BOVENNATUURLIJKE manifestatie van Gods Geest. Integendeel, zij is aards! Van zúlke menselijke “wijsheid” lezen wij: “dat is niet de wijsheid die van boven (d.i. van God) komt, maar ze is aards, natuurlijk, duivels” (Jak. 3:15, HSV).
Een “Woord van Wijsheid” is, zoals vermeld, niet die Goddelijke Wijsheid die iedere christen min of meer hebben kan. Men behoeft, zoals reeds eerder opgemerkt, niet eerst vele jaren de geloofsweg te bewandelen om deze (Geestes)gave te kunnen ontvangen. Een jonge christen kan deze (Geestes)gave ten deel vallen, net zoals Salomo deze gave in zijn jonge jaren ontving om – in Gods wijsheid – het volk van God te richten (zie 1 Kon. 3:12b).
Een “Woord van Wijsheid” is niet die hoge graad van intelligentie die mensen – mede door studie – kunnen hebben: zoals bijvoorbeeld doktoren, staatslieden en dergelijke. Helaas moet echter wel worden geconstateerd dat velen die nooit de Heilige Geest hebben ontvangen, in vele gevallen wijzer zijn – met name in de natuurlijke, menselijke zaken – dan de christenen! Dit kunnen wij ook lezen in Lukas 16:8b (HSV): “Want de kinderen van deze wereld zijn onder elkaar verstandiger dan de kinderen van het licht.”
Een “Woord van Wijsheid” omvat echter zeker NIET ALLE Goddelijke Wijsheid, NIET ALLES van Gods Wijsheid. De Heilige Geest geeft slechts dat licht (d.i. inzicht) aan ons, dat nodig is om ons een deel van Zijn onuitputtelijke wijsheid te doen kennen.
Een “Woord van Wijsheid” is, zoals ik reeds eerder opmerkte, niet een gave die alleen voor arbeiders/dienstknechten van de Here is weggelegd. Deze gave is voor allen die IN Christus zijn en die bij wijlen in het leven geconfronteerd worden met problemen, die boven elk menselijk verstand uitgaan. Een “Woord van Wijsheid” is niet een plotseling opkomend “nieuw idee”, want dit laatste kan zelfs opkomen in het brein van een zondaar, en een goddeloze.
Deze Geestesgave is NIET het product van de menselijke geest! Zij is werkzaam door de manifestatie van de Heilige Geest, en wel zó dat de MENSELIJKE geest, in plaats van het verstand te gebruiken, door de Heilige Geest WORDT GEBRUIKT.

Enkele voorbeelden uit de Bijbel
1.
1 Koningen 3:16-23 (HSV): “Toen kwamen er twee vrouwen, hoeren, bij de koning (Salomo), en zij gingen voor hem staan. De ene vrouw zei: Och, mijn heer, ik en deze vrouw wonen in één huis, en ik heb bij haar in huis een kind gebaard. Het gebeurde op de derde dag nadat ik gebaard had, dat deze vrouw ook een kind baarde. Nu waren wij samen, geen vreemde was er bij ons in huis; alleen wij tweeën waren in huis. Toen is de zoon van deze vrouw 's nachts gestorven, omdat zij op hem gelegen had. En zij is midden in de nacht opgestaan, heeft mijn zoon bij mij weggenomen, terwijl uw dienares sliep, en heeft hem in haar schoot gelegd; en haar dode zoon legde zij in mijn schoot. Toen ik 's morgens opstond om mijn zoon te voeden, zie, hij was dood. Diezelfde morgen echter bekeek ik hem goed, en zie, het was mijn zoon niet, die ik gebaard had. Toen zei de andere vrouw: Niet waar, de levende is mijn zoon, en de dode is uw zoon. De eerste zei daarentegen: Niet waar, de dode is uw zoon, en de levende is mijn zoon! Zo spraken zij ten overstaan van de koning. Toen zei de koning: Deze zegt: Dit is mijn zoon, de levende, en uw zoon is de dode, en die zegt: Niet waar, uw zoon is de dode en mijn zoon is de levende.” Als met de snelheid van een bliksemflits toonde de Geest van God aan Salomo, WAT hij in deze nodig had te weten en HOE hij dat had aan te wenden, en WAAROM hij het zó moest doen en niet anders… “Vervolgens zei de koning: Breng mij een zwaard; en zij brachten een zwaard bij de koning. En de koning zei: Snijd dat levende kind in tweeën, en geef de helft aan de één en de helft aan de ander” (1 Kon. 3:24-25, HSV). Door dit “Woord van Wijsheid” op het JUISTE MOMENT te geven werd het wezen van de dingen openbaar, want wij lezen verder: “Maar de vrouw van wie de levende zoon was – want haar medelijden werd opgewekt vanwege haar zoon – zei tegen de koning: Och, mijn heer! Geef haar het levende kind, en dood het in geen geval. Maar de ander zei: Het zal niet voor mij en ook niet voor u zijn, snijd het doormidden. Toen antwoordde de koning en zei: Geef haar het levende kind, en dood het in geen geval: zij is zijn moeder. En heel Israël hoorde het oordeel dat de koning geveld had, en men had ontzag voor de koning, want zij zagen dat de wijsheid van God in hem was om recht te doen” (1 Kon. 3:26-28, HSV). Dit KENNEN (WETEN) van het wezen van de dingen, door Salomo, was een gevolg van de directe openbaring van Godswege HOE hij het probleem moest aanpakken. Het was de afdoende oplossing en geen andere oplossing kon hiervoor in de plaats komen.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

vrijdag 24 september 2010

GEHOORZAAMHEID is nog steeds de sleutel

-












Leven in harmonie met God
Veel wordt er geschreven en gesproken over de mentale, morele en geestelijke toestand van de tegenwoordige generatie. Velerlei factoren worden beschouwd de grondoorzaak[1] te zijn van de toestand waarin wij ons als volk bevinden. Zoals het ook in het verleden ging, worden vele middelen aangedragen die genezing zouden moeten brengen en men wijt doorgaans het gewelddadig gedrag van zoveel jonge mensen aan verveling, leegheid en aan het ontbreken van een waardevol doel om voor te leven. En hierin schuilt een heleboel waarheid. Want voor de oprechte christen is het een aanvaard feit dat het Gods wil is dat wij voortdurend zullen GROEIEN.
Maar wij zijn geen robots. Want, naar het Goddelijk plan, is het doel voor ons niet alleen om schepselen van God te zijn door de schepping, maar om zonen en dochters van de levende God te worden door HERschepping (wedergeboorte) en door te leven in harmonie en gemeenschap met Hem. Dit betekent een voortdurende eenheid met Hem, in gehoorzaamheid aan Zijn wil, want alleen God, Die ons heeft geschapen, weet waarvóór Hij ons gemaakt heeft! In dit verband kunnen wij zeggen, dat GEHOORZAAMHEID de sleutel is tot het doel, de zin en tot de echte groei van het leven in de nieuwe staat. Wie het Woord van God met de juiste instelling leest, zal zien dat de noodzaak van gehoorzaamheid ons daarin van het begin tot het eind wordt voorgehouden. Gehoorzaamheid van onze zijde is de sleutel tot al wat God kan en wil doen van Zìjn kant! En deze sleutel hebben wìj in onze hand; het ligt geheel besloten in onze eigen wil. Het gaat hier om iets wat wij zèlf moeten doen. En als wij die sleutel gebruiken in harmonie met Gods wil, zullen de beloofde resultaten volgen, zo zeker als de dag op de nacht volgt.
In de gehoorzaamheid aan God ligt de oplossing voor de vele problemen waarmee de mens vandaag de dag te maken heeft.

“Op Uw Woord”
Wij denken aan de tijd toen de discipelen van Jezus terugkwamen van een lange nacht van vissen, zonder wat gevangen te hebben. Voor hen was het op het eerste gezicht een verspilde nacht. Ongetwijfeld waren zij gefrustreerd, teleurgesteld en maakten zij zich zorgen, want vissen was hun werk, hun broodwinning. Toen zij bij de kust kwamen, stond Jezus daar, Die, vreemd als het scheen, hun een wonderlijk bevel gaf: “Vaar naar het diepe gedeelte en werp uw netten uit om te vangen” (Luk. 5:4b, HSV). Kon er, oppervlakkig bekeken, voor deze vermoeide, gefrustreerde en teleurgestelde mannen iets nuttelozer lijken als het opvolgen van dit bevel? Petrus echter gebruikte de sleutel, want hij antwoordde: “Meester, wij hebben heel de nacht hard gewerkt en niets gevangen, maar op Uw Woord zal ik het net uitwerpen (Luk. 5:5b, HSV). En het resultaat is ons allen bekend. Maar laten wij niet vergeten, dat dit te danken was aan het gebruik van de sleutel: “Op Uw Woord zal ik het doen”.
Dit is de manier van denken en handelen die vereist wordt van de volgelingen van Christus. Het Woord (van God):
• heeft nimmer gefaald,
• heeft nimmer iemand laten vallen,
• is in de ervaring nooit verkeerd gebleken,
• heeft nooit iemand bedrogen in de hele menselijke geschiedenis.
Denk hier ernstig over na! Want is het niet een feit, dat het in de gehele menselijke historie telkens “andere woorden” zijn geweest die individuen en volkeren zelfs naar de ondergang hebben gevoerd?!
Door de eeuwen heen is niets zo goed en betrouwbaar gebleken als GEHOORZAAMHEID aan Gòds Woord!

Absolute gehoorzaamheid
Dus blijft er in de hedendaagse situatie maar één ding over en dat is: te komen tot het punt waar wij met ernst en vastberadenheid zullen zeggen “op Uw Woord zal ik” en het dan te doen. Niet, zoals zo vaak voorkomt: “Op Uw Woord... zal ik erover nadenken” of “op Uw Woord... zal ik proberen het juiste gevoel te krijgen”. Zoveel “moderne” christenen willen aan wat God zegt dat zij moeten doen hun eigen uitleg geven; zij trekken de gehoorzaamheid aan God in de gevoelssfeer. Vandaar, dat wij zoveel “gevoels-godsdienst” om ons heen zien en zo weinig kennis van de werkelijkheid van God. De wil spreekt het beslissende woord! Petrus zei: “maar op Uw Woord zàl ik”. Is het niet juist DIT element dat gemist wordt in de hedendaagse situatie? Het komt aan op ABSOLUTE GEHOORZAAMHEID aan Gods wil. Velen zijn bereid om te doen wat men noemt ‘christelijk werk’, maar men is niet bereid om Gods wil te doen!! Het “ik” staat in het middelpunt, niet de wil van de Vader. Terwijl het toch Gòd is Die het middelpunt moet zijn in de ware christelijke ervaring.

Moed vereist
Kennelijk is er MOED voor nodig om de wil van God te doen. Maar daar komt het toch telkens op aan als wij willen leven overeenkomstig het Woord van God?! Is er geen moed, geen durf voor nodig om te doen wat anderen voor onmogelijk achten? Vele dingen zijn bij de mens onmogelijk. Maar bij God zijn alle dingen mogelijk. Per slot van rekening behoren de volgelingen van de moedigste Mens Die ooit geleefd heeft – de Here Jezus Christus – de meest moedige onder de mensen te zijn! Hebben wij weleens stilgestaan bij dit aspect van het leven van onze Heer, in volledige gehoorzaamheid aan Zijn Vaders wil? Het heeft van Hem een moed gevraagd zoals nooit eerder en ook daarna niet op deze aarde is gekend. Zelfs voor Jezus was GEHOORZAAMHEID de sleutel! En als het voor Hem gold, zou het dan voor ons anders zijn? Of zouden wij het wat makkelijker hebben? Neen, als ware christenen hebben wij geen andere keus. Gehoorzaamheid aan de stem van God is de sleutel tot alle groei, geluk, welslagen en vervulling in ons leven. Daar is geen andere weg. En daar is geen andere sleutel die het geheim kan ontsluiten van de oplossing van het toenemend aantal problemen waarmee wij in ons leven te maken krijgen. Daar is in de wereld van vandaag, en vooral voor de volkeren te midden waarvan wij leven, niets zo urgent als het actief gehoor geven aan de geopenbaarde wil en het geopenbaarde Woord van God, zoals wij die vinden in de Heilige Schrift en in Gods geliefde Zoon Jezus Christus, de Heer.

Rev. J.W. Shenton
[2]

[1] Grondoorzaak = De eerste of voornaamste oorzaak en/of de diepere oorzaak.
[2] Vertaald en overgenomen uit het Engelstalige blad “The Link” door "De Tempelbode" van september 1983.

GEHOORZAAMHEID is nog steeds de sleutel

zaterdag 10 april 2010

Podium en Gemeente - deel 10

.

Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.





Voor ALLE duidelijkheid:
Dit 10de hoofdstuk moet men NIET los zien van alle voorgaande 9 hoofdstukken van “Podium en Gemeente”, anders zou men een verkeerd beeld van de inhoud kunnen krijgen.

Hoofdstuk 10 (zie noot 1)
De verborgenheid van de ONgerechtigheid – de valse arbeiders

Valse christussen
De tijd is rijp om, ten aanzien van dit profetisch onderwerp uit de Bijbel, de sluier te lichten. Daar is ontzaglijk veel hierover te schrijven, maar toch zal ik mij bepalen tot de hoofdlijnen, terwijl ik het verdere BIDDENDE onderzoek gaarne aan u overlaat.
Wij zullen het allen eens zijn, wanneer wij op de voorgrond stellen, dat wij in zeer gevaarvolle tijden leven, die een aanvang namen met de opmars van het communisme. Hoe godslasterlijk deze beweging[2] ook is, zij is toch meer ingesteld op het maatschappelijke, politieke vlak. Aangezien dit NIET het terrein is van de Gemeente van onze Here Jezus Christus, zullen wij ons ook niet wagen aan een dieper onderzoek van deze beweging. Wij willen onze blik liever richten op iets anders, iets dat in wezen nog veel gevaarlijker is dan bovengenoemde (communistische) beweging. Als wij het duidelijk en eenvoudig mogen neerschrijven, komt één en ander op het volgende neer:
Daar is behalve een “politiek communisme” ook nog een soort “geestelijk communisme” – dat de Gemeente, als het Lichaam van Christus, als werkterrein heeft – met als beoogd doel: de Gemeente des Heren te beroven van de rijkdom van haar geestelijk bezit. O, wij dienen in deze dagen VOORTDUREND voorzichtig te wandelen, want de duivel, die weet dat hij nog maar een korte tijd heeft, heeft nagenoeg een einde gemaakt aan zijn openbaring “als een brullende leeuw” (zie 1 Petr. 5:8) en is allang begonnen met het zich manifesteren “als een engel van het licht” (zie 2 Kor. 11:14). Het is met het oog hierop, dat de waarschuwing van de apostel Paulus, gegeven aan de ouderlingen te Efeze, een grote, niet te onderschatten profetische waarde heeft VOOR ONS, “tot wie het einde van de (huidige) wereld gekomen is” (1 Kor. 10:11, HSV).
“Wees dan op uw hoede wat uzelf betreft, en (op) heel
de kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft, om de gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.” (Hand. 20:28, HSV)

Valse Pinksterstromingen
De stromingen in ons hedendaagse Pinksteren[3], die ik in het afgelopen jaar (geschreven omstreeks 1965, maar m.i. ook nu nog zeer actueel – noot AK) van zeer nabij heb mogen gadeslaan en waaraan ik – voor een dieper onderzoek – aan de hand van Gods Woord bijzondere aandacht heb besteed, hebben mij in mijn overtuiging, die ik van de Heilige Geest ontvangen heb en niet van mensen, alleen maar gesterkt. Ja, meer nog! Deze hebben mij ervan overtuigd dat wij het tijdperk van de “valse christussen” reeds zijn binnengetreden…..
Direct wil ik hierbij aantekenen dat het zeker niet mijn bedoeling is om in dit bestek uit te wijden over de door mij – hier in Amerika[4], overal waar mij de gelegenheid geboden werd – meegemaakte grote “opwekkings-bijeenkomsten” (?), noch over de personen, die als leiders daarbij betrokken waren, en nog zijn. Ik vraag slechts uw aandacht voor wat zich nu, in onze tijd, afspeelt op het “Pinkster-toneel” (dat is: in die Gemeenten waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt)… Dit is op zichzelf al meer dan genoeg en alle aandacht en onderzoek, met de Bijbel als richtsnoer, ten volle waard.
Als wij een open hart hebben, vrij van alle vooroordelen, sympathieën of antipathieën, dan zullen wij geestelijk bekwaam zijn om door de Heilige Geest geleid te worden in ALLE waarheid. Zo doende zullen wij in staat zijn om, kijkende door de brillenglazen van het profetisch Woord van God, gewaar te worden welke soort crises (meervoud!) zich vandaag-de-dag aan ons voordoen. U zult hoe langer hoe meer (leren) inzien, mijn broeder en mijn zuster, dat u – als u de waarheid (d.i. Gods waarheid) wilt verstaan – uw eigen ogen niet meer kunt vertrouwen, maar dat u moet “zien” met de ogen van Gods Geest, zeker wat het profetisch Woord van God aangaat!
Elke crisis, zowel in uw eigen leven alsook in het gemeentelijk leven, moet u dringen tot een dieper onderzoek van Gods (profetisch) Woord. Hemel en aarde zullen voorbij gaan, maar het Woord van God blijft tot in der eeuwigheid! Amen.
Op dit Woord kunt u bouwen, OVERAL en ALTIJD. Zij, die (volkomen) op het Woord van God bouwen en vertrouwen zullen niet overweldigd kunnen worden door satan en zijn machten[5]. Gelooft u dat? Zo ja, dan bent u gelukzalig en dus (zeer) te prijzen! Want, (alles) wat “verborgen” is wordt geopenbaard! Elke “verborgenheid” komt tot openbaring langs de profetische lijnen van het Woord van God… God Zelf is de Bron van ALLE openbaring; Jezus als Gods Zoon is de Drager of Mededeler van die openbaring, terwijl de 3de Persoon (beter gezegd: de 3de Openbaringsvorm[6]) van de Godheid, zijnde de Heilige Geest, het Einde of de Volmaking is van alle openbaring. Dit zal u overtuigen van het feit dat wij ALTIJD afhankelijk zijn van de 3-Enige God (beter gezegd: van de 3 Openbaringsvormen van God – zie noot 6), in het bijzonder als het aankomt op de ontsluiering van enige “verborgenheid”.
Naast “de grote verborgenheid” in Efeze 5 vers 32a, het “geheimenis” of “de verborgenheid” van het huwelijksleven, “met het oog op Christus en de Gemeente” (zie Ef. 5:32b, HSV), lezen wij in de Bijbel ook nog van “de verborgenheid van de ONgerechtigheid” (zie 2 Thess. 2:7) en/tegenover “de verborgenheid van de gerechtigheid”. Deze beide “verborgenheden” beginnen tegelijk in het boek Genesis en lopen, als twee profetische lijnen, parallel door de gehele Bijbel heen tot in het boek Openbaring. De laatste (namelijk: “de verborgenheid van de gerechtigheid”) vindt haar climax in Openbaring 12[7] en de eerste (namelijk: “de verborgenheid van de ONgerechtigheid”) in Openbaring 17[8].
Gods voornemen en plan is:
“om de Gemeente in al haar heerlijkheid voor Zich te plaatsen, zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar heilig en smetteloos.” (Ef. 5:27, HSV)
Het is deze Bruidsgemeente, die door de apostel Johannes op Patmos gezien werd als “een groot teken in de hemel: een vrouw[9], bekleed met de zon en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren[10] (Openb. 12:1). De duivel werkt als een imitator, als de “grote na-aper” in Gods Plan der Eeuwen, en zijn duivels werk werd door Johannes als volgt gezien:
“En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, dat vol van godslasterlijke namen was,… En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud en edelgesteente en parels, en ze had een gouden drinkbeker in haar hand, vol van gruwelen en van onreinheid van haar hoererij. En op haar voorhoofd stond een naam geschreven, een geheimenis (SV: verborgenheid): het grote Babylon, de moeder van de hoeren (SV: van de hoererijen; namelijk GEESTELIJKE hoererij, d.i. afgoderij) en van de gruwelen van de aarde.” (Openb. 17:3b-5, HSV)
Waar de apostel des Heren “ijverig was met een ijver Gods, om de Gemeente toe te bereiden, om haar ALS EEN REINE MAAGD voor te stellen aan een Man, namelijk aan Christus” (zie 2 Kor. 11:2), daar is de duivel bezig om door “oogverblindende versieringen” zijn vrouw (door God “de grote hoer[11] genoemd! – zie Openb. 17:1) aan de mensheid voor te stellen als “de ware kerk”. En zo betoverend was inderdaad haar satanische schoonheid dat Johannes “zich bovenmate verbaasde toen hij haar zag”! (zie Openb. 17:6b). De engelachtige boodschapper bracht Johannes tot bezinning met deze woorden: “Waarom verwondert u zich?” (Openb. 17:7a).
Vandaag-de-dag zien wij (vele) vertoningen, betogingen en massa-bijeenkomsten, die ons allemaal brengen tot grote verwondering. Laat niemand zeggen er ongevoelig voor te zijn! Wij moeten allereerst beginnen om eerlijk te zijn tegenover onszelf! Als wij op de massa blijven zien dan zullen wij op een gegeven ogenblik “overweldigd” worden, wij zullen er door geïmponeerd worden. Maar “Bijbels geloof” is nooit gericht op de massa; Bijbels geloof houdt zich niet bezig met wat het oog ziet. Integendeel, wij lezen:
Door het geloof heeft Noach, toen hij een Goddelijke openbaring ontvangen had van DE DINGEN DIE NOG NIET TE ZIEN WAREN, uit ontzag voor God de ark gebouwd…” (Hebr. 11:7a, HSV)
Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam geweest om weg te gaan naar de plaats die hij tot een erfdeel ontvangen zou. En hij is weggegaan ZONDER TE WETEN WAAR HIJ KOMEN ZOU.” (Hebr. 11:8, HSV)
Door het geloof heeft Izak zijn zonen Jakob en Ezau gezegend, MET BETREKKING TOT TOEKOMSTIGE DINGEN.” (Hebr. 11:20, HSV)

KLIK HIER om deze studie (deel 10, en tevens het laatste deel) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen![12]

CJH Theys[13]


[1] Vermeld bij de 1ste uitgave, onder redactie van E. van den Worm: Wij, als redactie hebben de vrijheid genomen om aan deze studie een al eerder uitgegeven werk van br. Theys, met de titel: “DE VERBORGENHEID VAN DE ONGERECHTIGHEID”, als hoofdstuk 10 toe te voegen.
[2] Deze oorspronkelijke studie (zie noot 1) is geschreven omstreeks 1965.
[3] In Pinksteren = In die Gemeente(n) waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt. De schrijver spreekt in dit 10de hoofdstuk van deze studie vooral (als waarschuwing) tot de “eigen parochie”. Maar de inhoud van deze studie zal ongetwijfeld ook voor andere Gemeenten en/of christelijke groeperingen (kunnen) gelden.
[4] Br. Theys heeft een aantal jaren les gegeven aan de Bethel Temple Bijbelschool in Seattle te Amerika, waartoe hij was gevraagd, om daar met name het vak “Tabernacles” te gaan doceren (vanwege zijn diepe inzicht in de symboliek van de Tabernakel). Zie eventueel – op onze website http://www.eindtijdbode.nl/ – zijn uitgebreide studie “Christus in de Tabernakel”.
[5] Zie eventueel op onze website de studie: “De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd” van E. van den Worm.
[6] In Deut. 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God; de HEERE is één! (dus één Persoon!) (HSV).
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (d.i. geslagen) (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een EENheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit drie personen bestaat, is een dwaling. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
1. de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
2. de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
3. de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest.
• Zie eventueel nog de studie: “De natuurlijke mens en de Heilige Geest” van CJH Theys.
[7] Zie eventueel op onze website de studie: “Een ANDER geluid – Wie is de VROUW uit Openbaring 12?” van A. Klein.
[8] Zie eventueel op onze website de studie: “De valse staatskerk van de laatste dagen – De grote hoer van Openbaring 17” van E. van den Worm.
[9] Zie noot 7.
[10] Wij willen hier ook de zon, maan en sterren nader beschouwen. In het licht van Bijbelse profetie kunnen wij alsdan het volgende vaststellen:
• De “zon” is nog altijd het symbool van de Heerlijkheid Gods, van de Vader, als de 1ste “Persoon” (beter gezegd: de 1ste Openbaringsvorm – zie noot 6) van de Godheid.
• De “maan” is nog altijd het symbool van het gebroken Lichaam en uitgestorte Bloed van de Here Jezus, de Zoon van de levende God en de 2de “Persoon” (beter gezegd: de 2de Openbaringsvorm) van de Godheid – de Centrale Figuur.
• De “sterren” in hun menigvuldigheid zijn het symbool van (de veelvuldige gaven van) de Heilige Geest, de 3de “Persoon” (beter gezegd: de 3de Openbaringsvorm) van de Godheid. De 12 sterren wijzen hier ook op 12 met Gods Geest vervulde personen – kinderen Gods – die hier dienen te worden onderscheiden als degenen, aan wie het “leiderschap” in de tijd van het einde gegeven is. Openbaring 1:20b schenkt ons in deze het nodige licht.
[11] Zie noot 8.
[12] Voor deel 1 t/m 9 van “Podium en Gemeente”, zie ons Weblog van 4/6, 10/7, 10/8, 10/9, 10/10, 10/11, en 10-12-2009, 10/1, 10/2 en 10-3-2010.
[13] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog van 23-8-2009.

zaterdag 23 januari 2010

Boekbespreking 1: God gaat in de eindtijd de Gemeente/Kerk en de wereld schudden



Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. v.d. Worm[1],
uitgegeven door “uitgeverij De Eindtijdbode”.


Waarom gaat de Here de naties schudden?
De Here gaat al de naties in de eindtijd, vlak voor Zijn wederkomst, schudden, omdat de ongerechtigheid onder de naties zich heeft vermenigvuldigd en zich verder gaat vermenigvuldigen.
“En omdat de wetsverachting (d.i. de ongerechtigheid) toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen.” (Matth. 24:12)
“En gelijk het geschiedde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen (van de wederkomst) van de Zoon des mensen: zij aten, zij dronken, zij huwden, en zij werden ten huwelijk genomen (men geeft prioriteit aan het aardse) tot op de dag, waarop Noach in de ark ging en de zondvloed kwam en ALLEN verdelgde. Op dezelfde wijze als het geschiedde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. Maar op de dag, waarop Lot uit Sodom ging, regende vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen.” (Luk. 17:26-29)
“Toen de Here zag, dat de boosheid van de mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde boos was, berouwde het de Here, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart. En de Here zei: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem UITROEIEN, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb. Maar Noach vond genade in de ogen van de Here.” (Gen. 6:5-8)
De Here God brengt dus in de eindtijd Zijn oordelen over de aarde om haar bewoners tot bekering te brengen.
“Wanneer uw gerichten (of: oordelen) op de aarde zijn, leren de inwoners der wereld gerechtigheid.” (Jes 26:9b)
“Nabij is de grote dag des Heren, nabij en hij nadert haastig. Hoort, de dag des Heren; bitter schreeuwt dan de held. Die dag is een dag van verbolgenheid, een dag van benauwdheid en van angst, een dag van vernieling en van vernietiging, een dag van duisternis en van donkerheid, een dag van wolken en van dikke duisternis, een dag van bazuingeschal en van krijgsgeschreeuw tegen de versterkte steden en tegen de hoge hoektorens. Dan zal Ik de mensen benauwen, zodat zij gaan als blinden, want zij hebben tegen de Here gezondigd, en hun bloed zal worden uitgestort als stof en hun ingewand als drek. Noch hun zilver, noch hun goud zal hen kunnen redden op de dag van de verbolgenheid des Heren. Door het vuur van Zijn naijver zal de ganse aarde verteerd worden, want vernietiging, ja, een verschrikkelijk einde zal Hij alle inwoners der aarde bereiden.” (Zef. 1:14-18)
“Komt tot uzelf, ja, komt tot inkeer, gij schaamteloos volk, voordat het besluit tot uitvoering komt (als kaf gaat een dag voorbij) voordat over u komt de brandende toorn des Heren, voordat over u komt de dag van de toorn des Heren. Zoekt de Here, alle ootmoedigen des lands, gij die zijn verordening volbrengt; zoekt gerechtigheid, zoekt ootmoed; misschien zult gij geborgen worden op de dag van de toorn des Heren.” (Zef. 2:1-3)
Hij wil namelijk vóór Zijn wederkomst nog een grote zielenoogst van ontelbare zielen in Zijn hemels Koninkrijk brengen.
“Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiën en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen.” (Openb. 7:9)
Ook Paulus profeteerde van deze Goddelijke schudding in de eindtijd.
“Maar over de tijden en gelegenheden, broeders, is het niet nodig, dat u geschreven wordt: immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zo komt, als een dief in de nacht. Terwijl zij zeggen: het is alles vrede en rust, overkomt hun, als de weeën een zwangere vrouw, een PLOTSELING verderf, en zij zullen geenszins ontkomen.” (1 Thess. 5:1-3)
Hij spreekt van een PLOTSELING verderf, dat over de wereld komt, dat de wereld zal ervaren als de weeën van een zwangere vrouw. Weeën van een zwangere vrouw, als haar tijd van baren gekomen is, geschieden plotseling, in steeds toenemende mate en met steeds snellere opeenvolging.
Mijns inziens is deze schudding door de Heer van de naties al begonnen.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein


NOOT:
De aardbeving in Haïti (van 1,5 week geleden) had een kracht van ruim 7 op de schaal van Richter. Het is opmerkelijk dat het aantal zware aardbevingen toeneemt. Een week eerder werden de Salomons Eilanden getroffen door een beving met een kracht van 6,2.


[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009, klik hier.

zaterdag 24 oktober 2009

Het berispen (of terechtwijzen) van de wijzen















Spreken of zwijgen
Het is de heilige plicht van iedere christen om goddelozen op te roepen tot bekering. Maar God wil dat wij hierbij met verstand te werk gaan, bovenal de heiligheid van God en Zijn Naam voor ogen houdend. Zonder deze taak in zijn algemeenheid te verwaarlozen, zal de christen in bepaalde gevallen het zwijgen moeten verkiezen boven het spreken. In Zijn Bergrede[1] zei Jezus: “Geef het heilige niet aan de honden, en werp uw parels niet voor de zwijnen” (Matth. 7:6a, HSV). En later, bij de eerste uitzending van de twaalf discipelen, beval Jezus: “Als iemand u niet ontvangt en niet naar uw woorden luistert, vertrek dan uit dat huis of die stad en schud het stof van uw voeten” (Matth. 10:14, HSV). Liefde voor het verlorene en bewogenheid voor zielen mogen niet leiden tot het terzijde schuiven van deze en dergelijke uitspraken, net zo min als wij nimmer mogen vergeten dat alleen de Heilige Geest een ziel tot bekering kan leiden (zie Joh. 16:7-11). Al de eeuwen door, vanaf de zondeval, hebben de “predikers der gerechtigheid”, dienstknechten Gods, ook naar deze regels gehandeld.

Alleen spreken tot de “wijzen”
Al in het boek Spreuken lezen wij: "Wie een spotter terechtwijst, wordt bespot, wie een goddeloze de les leest, wordt belachelijk gemaakt. Wijs een spotter niet terecht, hij zou je haten, berisp een wijze, en hij mag je graag (SV: hij zal u liefhebben). Een wijze wordt nog wijzer als je hem berispt, een rechtvaardige vergroot zijn inzicht door wat je hem leert" (Spr. 9:7-9, NBV). Na kennisneming van de hierboven vermelde aanhalingen van Jezus zal ongetwijfeld niemand nog durven zeggen dat deze raadgevingen niet getuigen van de ware evangelische geest en gezindheid. Nochtans beschouwen velen ze liever als aanwijzingen voor het “gewone leven” dan als richtlijnen voor de Evangelie-arbeid. Deze woorden volgen op het bekende gedeelte van “het feestmaal der Wijsheid” (zie Spr. 9:1-6, SV) en, wat men al zou kunnen vermoeden, sommige tekstcritici vinden dat zij eigenlijk niet in het verband passen. Ze nemen daarom aan dat dit gedeelte daar, door een latere bewerker van het boek Spreuken, “ingelast” is. Als dit laatste wáár zou zijn, dan is dit naar onze opvatting toch ook duidelijk op aanwijzing en onder de leiding van de Heilige Geest geschied! Door toevoeging van de woorden van de verzen 7 t/m 9 komt namelijk de mogelijkheid veel sterker naar voren dat “het feestmaal der Wijsheid” ten laatste (en eigenlijk) een éénmalig profetisch gebeuren is, dat nog in de toekomst ligt, en niet alleen maar iets dat zich al de eeuwen door steeds weer herhaalt, wanneer mensen zich door de Goddelijke Wijsheid (d.i. de in Jezus verpersoonlijkte Wijsheid) laten onderrichten. De raadgeving: “Wijs de spotter niet terecht, maar BERISP DE WIJZE”, hoezeer die ook mag aansluiten bij richtlijnen die door Jezus voor het gehele Evangelie-tijdperk zijn gegeven, bepaalt ons ontegenzeglijk bij de “tijd van beslissing” die er, volgens het profetisch Woord, voor de wereld in de laatste dagen zal aanbreken. De tijd van “die vuil is, worde vuiler” (SV); “en wie heilig is, moet toenemen in heiligheid (HSV, zie – voor beiden – Openb. 22:11).

Een bijzondere bediening
Naar onze overtuiging zullen er – met name in de eindtijd – dienstknechten Gods, predikers, zijn die de opdracht “Wijs de spotter niet terecht, berisp de wijze” tot de inzet van hun bediening zullen maken. Daartoe zullen zij gedrongen worden door de Heilige Geest, Wiens taak het immers zal zijn in deze dagen een Bruid voor Jezus te vinden en toe te bereiden. Deze predikers, naar verwachting voornamelijk “herders” en “leraars”, zullen zich, naarmate de tijd vordert, meer en meer (op een – door God – gegeven ogenblik) uitsluitend bepalen tot degenen “die HOREN willen” (en dat zijn niet vanzelf allen die regelmatig ter kerke gaan, maar een déél van hen, namelijk de “daders van het Woord”). Uit hun gelederen zal de Bruidsgemeente eenmaal voortkomen.

De scheiding tussen “wijzen” en “dwazen”[2]
Wie is dan de “wijze”? Zoals al eerder werd aangegeven, de “wijze” is het kind van God dat zich door het Woord van God laat onderrichten. Dit Woord van God is als het “Woord der Wijsheid” of de “Logos” te vereenzelvigen met Jezus Christus, de Zóón van God. Als de Zoon van God wordt de gepersonifieerde Wijsheid dan ook beschreven in het voorafgaande hoofdstuk van Spreuken (zie 8:22-31). En Hij, Jezus, is Degene Die als de “opperste Wijsheid” (zie Spr. 9:1, SV) eenmaal dat in Spreuken 9 beschreven “feestmaal” zal aanrichten. Een feestmaal dat daarom, in de rijkste zin van het woord ”een feestmaal van het Woord” zal zijn. Niet ALLE kinderen Gods zijn “wijzen”. Dat zien wij vandaag-de-dag al en de Bijbel leert ons dat de Gemeente, tot op de komst van Jezus als Bruidegom, zal bestaan uit “wijzen” en “dwazen”[3] (zie Matth. 25:2), een onderscheid dat dus te maken heeft met het al of niet horen naar (d.i. het GEHOORZAMEN van) het Woord van God, het “Woord der Wijsheid”. “Berispen” of “terechtwijzen” (in de Statenvertaling en de NBG-vertaling staat: “bestraffen”) is in Spreuken 9 vers 8 (van de NBV) het werkwoord waarmee bedoeld wordt: het prediken van het gezonde, maar daarom soms ook HARDE[4] Woord van God! Alleen onder DEZE prediking zal de Gemeente eenmaal tot VOLMAAKTHEID komen (nodig om tot de Bruid of Bruidsgemeente te kunnen behoren – noot red.). De tegenstelling in Spreuken 9 is die tussen “wijzen en “spotters”, uitersten die juist in de laatste dagen sterk naar voren zullen treden (of: “heilig” en “vuil”, zoals er in Openbaring 22 vers 11 staat). De “spotters van de laatste dagen”, “die naar hun eigen begeerten zullen wandelen” (zie 2 Petr. 3:3, HSV), zullen hardnekkige ONbekeerlijken zijn. Over de “dwazen”, die binnen de Gemeente beschouwd kunnen worden als de “tegenvoeters”[5] van de “wijzen”, wordt hier eigenlijk alleen maar indirect gesproken. Waar de gelovigen die “dwaas” genoemd worden met de spotters gemeen zullen hebben dat zij zich niet serieus voorbereiden op de wederkomst van de Here Jezus Christus (vergelijk 2 Petrus 3:4), moeten wij echter vaststellen dat deze “dwazen” toch ook iets van de geest van de spotters zullen bezitten! Laat ons hier niet te licht aan tillen! De persoonlijke verantwoordelijkheid en de onmogelijkheid van terug te vallen op wat anderen bezitten in dat beslissende uur als de Bruidegom komt, worden zowel in Mattheüs 25 vers 8-9 als in Spreuken 9 vers 12 voor het voetlicht gebracht.

Geestelijke gaven
De predikers op wie de taak van het “berispen van de wijzen” zal rusten – en die daarom als instrumenten van de Heilige Geest gebruikt zullen worden om de zgn. “wijze-maagden-Gemeente”[6], de Bruidsgemeente, tot volmaaktheid te leiden – zullen, om zich ten volle van deze taak te kunnen kwijten, daartoe van de Geest van God ontvangen: “de gave van het woord der wijsheid” en “de gave van het woord der kennis” (zie Kor. 12:4 en 8), beide of één van beide. De eerstgenoemde geestelijke gave (die van het “woord der wijsheid”) dient om in de gelovigen – die waarlijk voor het Woord van God open staan –de ‘naar buiten tredende geestelijke edelheid en schoonheid’ te bewerken. De andere gave (van het “woord der kennis”) bewerkt in diezelfde gelovigen diep geestelijk inzicht. Uitstralende geestelijke edelheid en diep geestelijk inzicht zijn de twee voornaamste openbaringsvormen van de volmaaktheid in Christus. Het “woord der wijsheid” en het “woord der kennis” zijn, van de negen (in 1 Korinthe 12 vermelde) geestelijke gaven, de twee eerstgenoemde. Het is aannemelijk dat zij daarom ook als de twee belangrijkste moeten worden beschouwd en dat de gevolgtrekking mag worden gemaakt, dat pas als deze twee gaven in de Gemeente (weer) ten volle functioneren, ook de andere zeven weer in volle kracht en overvloeiende mate werkzaam zullen kunnen zijn! Zo geschiedde het ook in de Apostolische tijd (zie Handelingen, hoofdstuk 19).

Het feestmaal van het geopenbaarde woord van God
Zo, onder DEZE bediening van het “woord der wijsheid” en het “woord der kennis”, zal het straks geschieden dat “de wijze nog wijzer wordt” en “de rechtvaardige zijn (of haar) inzicht vergroot” (zie Spr. 9:9, NBV) of, zoals Openbaring 22 vers 11 zegt, dat “…wie rechtvaardig is, moet nog meer gerechtigheid doen. En wie heilig is, moet toenemen in heiligheid” (HSV). Dan zal de Bruidsgemeente tot de staat van volmaakte wijsheid, rechtvaardigheid en heiligheid geraken. Zoals ook uit vele andere Schriftgedeelten blijkt, hebben wij dit te verwachten ten tijde van de grote, laatste opwekking (de zgn. Late of Spade Regen-opwekking
[7]), die wereldwijd zal zijn. Wanneer nu dit komen tot de volmaaktheid in Spreuken 9 in verband wordt gebracht met het “feestmaal van de gepersonifieerde Wijsheid” (d.i. het feestmaal van, de persoon, Jezus Christus), lijdt het geen twijfel dat dit “feestmaal” zal samenvallen met de Spade Regen-opwekking. De “opperste Wijsheid” (zie Spr. 9:1, SV), Jezus Christus, zal in de Spade Regen-tijd een “feestmaal” aanrichten, die zijn weerga niet zal hebben gekend in de geschiedenis, namelijk “het feestmaal van het geopenbaarde Woord van God” (zie Spr. 9:1-6), dat uit zal lopen op het Avondmaal van de Bruiloft van het Lam”[8] (zie Openb. 19:9, SV). (Zie ook nog Spreuken 9:5! Vergelijk Spreuken 9:3 met Mattheüs 22:9-10 en Lukas 14:17-23)[9]. Wij verwachten de VOLLE openbaring van het Woord! Hoe nodig is het – gezien het (ver)gevorderde profetische uur waarin wij ons, in onze dagen, bevinden – dat wij ons NU reeds afvragen òf wij (wel) behoren tot die “wijzen” die “eten” van het Woord van God èn die onder de berispingen (of: de terechtwijzigingen) van dat Woord ervaren mogen dat zij toenemen in geestelijkheid en in heiligheid! Een ieder doet er daarom goed aan om acht te slaan op de vermaning van Micha (6 vers 9b) nu het nog GENADEtijd is: HOOR DE ROEDE (Gods) en Wie ze besteld heeft (d.i. Wie anders dan God Zelf)!” (SV)

HS[10]
  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog (met 2 maal per maand een ‘nieuwsbrief’) wilt attenderen.
  • Zie voor meer Bijbelstudies onze website www.eindtijdbode.nl/
  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.

[1] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl/ – de studie: De Bergrede (verschijnt binnenkort op onze website).
[2] Zie eventueel op onze website de studie: “De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd”.
[3] Zie noot 2.
[4] Met het “harde” Woord van God wordt hier bedoeld: ONaangenaam om te horen voor ons “vlees” (d.i. de oude, natuurlijke mens).
[5] Een tegenvoeter = Iemand die – qua mening en inzichten – “een tegenpool” is, of “tegen(over)gesteld” aan die ander.
[6] Zie noot 2.
[7] De zgn. Late of Spade-Regen-opwekking = De opwekking in de eindtijd vanwege de uitstorting van Gods Geest (zie Joël 2:23, 28-29).
[8] Zie eventueel op onze website de studie: “Door de Geest van God geroepen tot deelname aan het Avondmaal van de Bruiloft van Gods Lam en tot deze Goddelijke Bruiloft”.
[9] Lees vooral Lukas 14:17-23 in de Statenvertaling. Het gaat hier namelijk specifiek over het Avondmaal! Voor de geestelijke betekenis van dit Avondmaal, zie de studie vermeld bij noot 8.
[10] Studie van H. Siliakus. Uit: “De Tempelbode” van januari 1983. Enigszins bewerkt door AK.

Het berispen (of terechtwijzen) van de wijzen

zaterdag 10 oktober 2009

Podium en Gemeente – deel 4

.

Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.




Hoofdstuk 4
De bediening van het geven: Financiële offers om de materiële uitgaven, ten behoeve van de Gemeente, te helpen dragen.
Een bediening die alle Gemeenteleden moeten opbrengen – en alle (echte) kinderen van God in het bijzonder – is, behalve het getuigen, het bijdragen van hun financiële aandeel, om de materiële uitgaven ten behoeve van de Gemeente en de zending te kunnen (blijven) bekostigen.
Sommige voorgangers spreken niet graag over deze bediening, voor een deel uit vrees voor een “geldwolf” te worden uitgemaakt, voor een ander deel uit een zekere hoogmoed; een laakbare (d.i. afkeurenswaardige) wijze van handelen. U moet, wat dit onderwerp betreft, niet van het ene uiterste in het andere vervallen. Spreekt u er (te) veel over, dan is het zeer begrijpelijk dat u hierdoor een slechte naam krijgt. Praat u er helemaal niet over, dan schiet u tekort in de volbrenging van uw geestelijk onderricht en fraudeert u voor God en de Gemeente. U moet ook in deze de “hoogweg”
[1] van Christus willen bewandelen en de Gemeente – door de wijsheid van de Heilige Geest – weten te wijzen op hun verplichtingen als kind van God in deze kwestie.
Ook het kind van God heeft nu eenmaal niet alleen zijn of haar – door genade verkregen – rechten in Christus, maar ook zijn of haar plichten, ook aangaande het betalen van de “tienden” (dus 10% van alle inkomsten), waar onze Heiland, toen Hij op aarde was, dan ook op heeft gewezen.
· “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u geeft tienden van de munt, de dille en de komijn, en u laat het belangrijkste van de Wet na: het recht, en de barmhartigheid en het geloof. Deze dingen zou men moeten doen en die andere dingen niet nalaten.” (Matth. 23:23, HSV)
Wij moeten, als kind van God, staan in het geloof en in de barmhartigheid van Christus en in het oordeel over de zonde, en dit laatste in de eerste plaats met betrekking tot onszelf; maar Jezus leert ons hier, dat wij “het belangrijkste” NIET MOETEN NALATEN. Wat is “het belangrijkste”? Dat is het betalen van “de tienden”! Dit vraagt God van ELK kind van God!
Dit geven moet de Gemeente geleerd worden, evenals ze heeft moeten leren bidden
[2]. Met dat de liefde van God in uw hart groeit, leert u blijmoediger te geven voor het werk des Heren. Jezus had eens in de tempel, bij de schatkist gezeten zijnde, de verschillende gevers en geefsters gadegeslagen.
· “En toen Jezus was gaan zitten tegenover de schatkist, zag Hij hoe de menigte geld wierp in de schatkist; en veel rijken wierpen er veel in. En er kwam één arme weduwe, die er twee kleine munten (SV: penningen) inwierp, dat is een kwadrant (SV: een oort – in ons muntstelsel omgerekend nog geen cent
[3]). En toen Hij Zijn discipelen bij Zich geroepen had, zei Hij tegen hen: Voorwaar, Ik zeg u dat deze arme weduwe er meer ingeworpen heeft dan allen die iets in de schatkist geworpen hebben. Want zij allen hebben van hun overvloed erin geworpen; maar deze heeft van haar armoede, alles wat zij had, erin geworpen, heel haar levensonderhoud.” (Mark. 12:41-44, HSV)
Als men véél heeft kan men véél geven en dan merkt men het zelfs niet echt. Zegt het spreekwoord niet: “Aan een boom zo vol geladen mist men één, twee pruimen niet?” Als men weinig heeft, dan merkt men het wel degelijk. Maar als de liefde van God werkzaam is in het hart en leven, dan geeft men tòch met blijmoedigheid van het weinige wat men heeft. Deze arme vrouw gaf “alles wat zij had”, “heel haar levensonderhoud”, twee kleine munten; in ons muntstelsel omgerekend nog geen cent (zie noot 3), maar dat was alles wat ze had. Ze had daarom naar verhouding véél meer gegeven, dan de duizenden centen van de rijken! Er staat niet voor niets geschreven, dat God een blijmoedige gever liefheeft (zie 2 Kor. 9:7). “Geef en aan u zal gegeven worden” (zie Luk. 6:38a) is één van de leefregels van het Koninkrijk van God. In dit geven openbaart zich de liefde van God, die in ons hart is uitgestort. Het geven is verweven in het Wezen van God, het is een eigenschap van God.
· “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft…” (Joh. 3:16, HSV)
Als wij “kinderen van God” genaamd willen worden, is “geven” het eerste ding dat wij moeten leren. En merk nu, wat Hij beloofd heeft, als wij dit willen leren: “Geef en aan u zal gegeven worden: een goede, vastgedrukte, geschudde, overlopende maat zal men in uw schoot geven, want met dezelfde maat waarmee u meet, zal er bij u ook gemeten worden.” (Luk. 6:38, HSV)

Tienden behoren God toe
Denk nu niet dat als u de tienden betaalt (dus 10% van al uw inkomsten), dat u de Here al heel wat hebt gegeven. U hebt de Here dan nog niets gegeven; u hebt Hem alleen maar TERUGGEGEVEN, wat Hem toekomt, want God stelt het tiende deel van het inkomen van Zijn kinderen als Zijn eigendom. Schieten wij hierin tekort, dan “beroven” wij Hem van Zijn rechtmatig deel!
· Zal een mens God beroven? Maar u berooft Mij en zegt: Waarin beroven wij U? In de tienden en het hefoffer. Met een vloek bent u vervloekt, omdat u Mij berooft, zelfs het gehele volk. (Mal. 3:8-9, SV)
Soms vraagt God meer dan de tienden, om in hetgeen nodig is te voorzien, zoals ten tijde van de bouw van de tabernakel
[4] in de woestijn (zie Exod. 25:2). Dit meerdere werd een “hefoffer” genoemd. Als u méér geeft dan wat God aan ons als eis stelt, dan geeft u pas uw vrije gift uit liefde tot Hem en Zijn werk.
Denk nu niet dat gemeenteleden dit onmiddellijk zullen (kunnen of willen) doen, maar leert hun dit en God zal – door Zijn Geest – Zijn Woord meer en meer vrucht doen dragen in de levens van die gemeenteleden die hieraan gehoor geven, tot lof en prijs van Zijn Naam! En aan allen die Hem hierin (blijmoedig) gehoorzamen zal Hij Zijn Goddelijke belofte inlossen, die wij in Maleachi 3 vers 10 kunnen vinden: “Brengt al de tienden in het schathuis, opdat er spijze zij in Mijn huis; en beproeft Mij daarin, zegt de Here der heischaren, of Ik u dan niet opendoen zal de vensters van de hemel, en u zegen zal afgieten, zodat er geen schuren genoeg wezen zullen.” (SV)
De meest wonderbaarlijke bediening in het Koninkrijk van God is deze bediening van het geven. Een blijmoedig kind van God geeft gemakkelijk. Zij die een angstvalligheid kennen op financieel gebied, zij die in alles moeilijk kunnen geven en alsmaar willen ontvangen, kennen in hun geestelijk leven geen groei. Laten wij niet zó willen zijn; en anderen hierin opvoeden, opdat wij allen de volle zegen van God ontvangen! Hoeveel te meer zal God Zijn Goddelijke belofte “van hemelse overvloed” waarmaken (zie Mal. 3:10), als wij meer weten te geven dan de tienden alleen.
Heeft God van Zijn kant niet ALLES gegeven, toen Hij ZICHZELF in Jezus Christus gaf om de wereld met Zich te verzoenen? Laten wij leren om ook van onze kant, door de opening van ons wezen voor Zijn liefdewezen, Hem alles in handen te geven, alles wat wij zijn en wat wij hebben, opdat Hij erover zal kunnen beschikken naar Zijn wil. Glorie voor God!

KLIK HIER om deze studie (deel 4) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen.[5]

CJH Theys[6]

[1] “Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de Here. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen (de zgn. “hoogweg”), en Mijn gedachten dan uw gedachten”. (Jes. 55:8-9)
[2] Zie eventueel op onze website www.eindtijdbode.nl/ de studie: “Leer Bidden” van CJH Theys.
[3] Uit de Bijbelse Encyclopedie: In Markus 12:42 van de Statenvertaling is oort de vertaling van het woord kodrantès, de quadrans (zie NBV) (of, zoals in de HSV vermeld, kwadrant). De weduwe werpt in de schatkist twee kleine penningen (twee lepta), hetwelk is een oort. De oort (beter: oord) was een oud-Nederlands geldstuk ter waarde van een kwart van de munteenheid (cent). De naam is ontleend aan munten, die door een kruis in vier vakken of oorden waren verdeeld. De NBG vertaalt: twee koperstukjes, dat is een duit. De oud-Nederlandse duit had een waarde van 5/8 cent en was dus ruim 2 maal zoveel als een oord.
[4] Voor meer over het geven van de tienden aangaande de bouw van de tabernakel, zie eventueel op onze website de studie: “Christus in de Tabernakel” van CJH Theys.
[5] Voor deel 1 t/m 3(A en B) van “Podium en Gemeente”, zie ons weblog van 4/6, 10/7, 10/8 en 10/9 2009.
[6] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel (het "In memoriam") op ons weblog van 23 augustus 2009.
· De 1ste uitgave van deze studie was omstreeks 1970 (in boekvorm). Deze hernieuwde versie is door ons bewerkt naar (meer) HEDENDAAGS Nederlands. De originele versie (digitaal uitgetypt) is eventueel op aanvraag – via
info@eindtijdbode.nl – te verkrijgen.