Posts tonen met het label gehoorzaamheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gehoorzaamheid. Alle posts tonen

zaterdag 24 oktober 2009

Het berispen (of terechtwijzen) van de wijzen















Spreken of zwijgen
Het is de heilige plicht van iedere christen om goddelozen op te roepen tot bekering. Maar God wil dat wij hierbij met verstand te werk gaan, bovenal de heiligheid van God en Zijn Naam voor ogen houdend. Zonder deze taak in zijn algemeenheid te verwaarlozen, zal de christen in bepaalde gevallen het zwijgen moeten verkiezen boven het spreken. In Zijn Bergrede[1] zei Jezus: “Geef het heilige niet aan de honden, en werp uw parels niet voor de zwijnen” (Matth. 7:6a, HSV). En later, bij de eerste uitzending van de twaalf discipelen, beval Jezus: “Als iemand u niet ontvangt en niet naar uw woorden luistert, vertrek dan uit dat huis of die stad en schud het stof van uw voeten” (Matth. 10:14, HSV). Liefde voor het verlorene en bewogenheid voor zielen mogen niet leiden tot het terzijde schuiven van deze en dergelijke uitspraken, net zo min als wij nimmer mogen vergeten dat alleen de Heilige Geest een ziel tot bekering kan leiden (zie Joh. 16:7-11). Al de eeuwen door, vanaf de zondeval, hebben de “predikers der gerechtigheid”, dienstknechten Gods, ook naar deze regels gehandeld.

Alleen spreken tot de “wijzen”
Al in het boek Spreuken lezen wij: "Wie een spotter terechtwijst, wordt bespot, wie een goddeloze de les leest, wordt belachelijk gemaakt. Wijs een spotter niet terecht, hij zou je haten, berisp een wijze, en hij mag je graag (SV: hij zal u liefhebben). Een wijze wordt nog wijzer als je hem berispt, een rechtvaardige vergroot zijn inzicht door wat je hem leert" (Spr. 9:7-9, NBV). Na kennisneming van de hierboven vermelde aanhalingen van Jezus zal ongetwijfeld niemand nog durven zeggen dat deze raadgevingen niet getuigen van de ware evangelische geest en gezindheid. Nochtans beschouwen velen ze liever als aanwijzingen voor het “gewone leven” dan als richtlijnen voor de Evangelie-arbeid. Deze woorden volgen op het bekende gedeelte van “het feestmaal der Wijsheid” (zie Spr. 9:1-6, SV) en, wat men al zou kunnen vermoeden, sommige tekstcritici vinden dat zij eigenlijk niet in het verband passen. Ze nemen daarom aan dat dit gedeelte daar, door een latere bewerker van het boek Spreuken, “ingelast” is. Als dit laatste wáár zou zijn, dan is dit naar onze opvatting toch ook duidelijk op aanwijzing en onder de leiding van de Heilige Geest geschied! Door toevoeging van de woorden van de verzen 7 t/m 9 komt namelijk de mogelijkheid veel sterker naar voren dat “het feestmaal der Wijsheid” ten laatste (en eigenlijk) een éénmalig profetisch gebeuren is, dat nog in de toekomst ligt, en niet alleen maar iets dat zich al de eeuwen door steeds weer herhaalt, wanneer mensen zich door de Goddelijke Wijsheid (d.i. de in Jezus verpersoonlijkte Wijsheid) laten onderrichten. De raadgeving: “Wijs de spotter niet terecht, maar BERISP DE WIJZE”, hoezeer die ook mag aansluiten bij richtlijnen die door Jezus voor het gehele Evangelie-tijdperk zijn gegeven, bepaalt ons ontegenzeglijk bij de “tijd van beslissing” die er, volgens het profetisch Woord, voor de wereld in de laatste dagen zal aanbreken. De tijd van “die vuil is, worde vuiler” (SV); “en wie heilig is, moet toenemen in heiligheid (HSV, zie – voor beiden – Openb. 22:11).

Een bijzondere bediening
Naar onze overtuiging zullen er – met name in de eindtijd – dienstknechten Gods, predikers, zijn die de opdracht “Wijs de spotter niet terecht, berisp de wijze” tot de inzet van hun bediening zullen maken. Daartoe zullen zij gedrongen worden door de Heilige Geest, Wiens taak het immers zal zijn in deze dagen een Bruid voor Jezus te vinden en toe te bereiden. Deze predikers, naar verwachting voornamelijk “herders” en “leraars”, zullen zich, naarmate de tijd vordert, meer en meer (op een – door God – gegeven ogenblik) uitsluitend bepalen tot degenen “die HOREN willen” (en dat zijn niet vanzelf allen die regelmatig ter kerke gaan, maar een déél van hen, namelijk de “daders van het Woord”). Uit hun gelederen zal de Bruidsgemeente eenmaal voortkomen.

De scheiding tussen “wijzen” en “dwazen”[2]
Wie is dan de “wijze”? Zoals al eerder werd aangegeven, de “wijze” is het kind van God dat zich door het Woord van God laat onderrichten. Dit Woord van God is als het “Woord der Wijsheid” of de “Logos” te vereenzelvigen met Jezus Christus, de Zóón van God. Als de Zoon van God wordt de gepersonifieerde Wijsheid dan ook beschreven in het voorafgaande hoofdstuk van Spreuken (zie 8:22-31). En Hij, Jezus, is Degene Die als de “opperste Wijsheid” (zie Spr. 9:1, SV) eenmaal dat in Spreuken 9 beschreven “feestmaal” zal aanrichten. Een feestmaal dat daarom, in de rijkste zin van het woord ”een feestmaal van het Woord” zal zijn. Niet ALLE kinderen Gods zijn “wijzen”. Dat zien wij vandaag-de-dag al en de Bijbel leert ons dat de Gemeente, tot op de komst van Jezus als Bruidegom, zal bestaan uit “wijzen” en “dwazen”[3] (zie Matth. 25:2), een onderscheid dat dus te maken heeft met het al of niet horen naar (d.i. het GEHOORZAMEN van) het Woord van God, het “Woord der Wijsheid”. “Berispen” of “terechtwijzen” (in de Statenvertaling en de NBG-vertaling staat: “bestraffen”) is in Spreuken 9 vers 8 (van de NBV) het werkwoord waarmee bedoeld wordt: het prediken van het gezonde, maar daarom soms ook HARDE[4] Woord van God! Alleen onder DEZE prediking zal de Gemeente eenmaal tot VOLMAAKTHEID komen (nodig om tot de Bruid of Bruidsgemeente te kunnen behoren – noot red.). De tegenstelling in Spreuken 9 is die tussen “wijzen en “spotters”, uitersten die juist in de laatste dagen sterk naar voren zullen treden (of: “heilig” en “vuil”, zoals er in Openbaring 22 vers 11 staat). De “spotters van de laatste dagen”, “die naar hun eigen begeerten zullen wandelen” (zie 2 Petr. 3:3, HSV), zullen hardnekkige ONbekeerlijken zijn. Over de “dwazen”, die binnen de Gemeente beschouwd kunnen worden als de “tegenvoeters”[5] van de “wijzen”, wordt hier eigenlijk alleen maar indirect gesproken. Waar de gelovigen die “dwaas” genoemd worden met de spotters gemeen zullen hebben dat zij zich niet serieus voorbereiden op de wederkomst van de Here Jezus Christus (vergelijk 2 Petrus 3:4), moeten wij echter vaststellen dat deze “dwazen” toch ook iets van de geest van de spotters zullen bezitten! Laat ons hier niet te licht aan tillen! De persoonlijke verantwoordelijkheid en de onmogelijkheid van terug te vallen op wat anderen bezitten in dat beslissende uur als de Bruidegom komt, worden zowel in Mattheüs 25 vers 8-9 als in Spreuken 9 vers 12 voor het voetlicht gebracht.

Geestelijke gaven
De predikers op wie de taak van het “berispen van de wijzen” zal rusten – en die daarom als instrumenten van de Heilige Geest gebruikt zullen worden om de zgn. “wijze-maagden-Gemeente”[6], de Bruidsgemeente, tot volmaaktheid te leiden – zullen, om zich ten volle van deze taak te kunnen kwijten, daartoe van de Geest van God ontvangen: “de gave van het woord der wijsheid” en “de gave van het woord der kennis” (zie Kor. 12:4 en 8), beide of één van beide. De eerstgenoemde geestelijke gave (die van het “woord der wijsheid”) dient om in de gelovigen – die waarlijk voor het Woord van God open staan –de ‘naar buiten tredende geestelijke edelheid en schoonheid’ te bewerken. De andere gave (van het “woord der kennis”) bewerkt in diezelfde gelovigen diep geestelijk inzicht. Uitstralende geestelijke edelheid en diep geestelijk inzicht zijn de twee voornaamste openbaringsvormen van de volmaaktheid in Christus. Het “woord der wijsheid” en het “woord der kennis” zijn, van de negen (in 1 Korinthe 12 vermelde) geestelijke gaven, de twee eerstgenoemde. Het is aannemelijk dat zij daarom ook als de twee belangrijkste moeten worden beschouwd en dat de gevolgtrekking mag worden gemaakt, dat pas als deze twee gaven in de Gemeente (weer) ten volle functioneren, ook de andere zeven weer in volle kracht en overvloeiende mate werkzaam zullen kunnen zijn! Zo geschiedde het ook in de Apostolische tijd (zie Handelingen, hoofdstuk 19).

Het feestmaal van het geopenbaarde woord van God
Zo, onder DEZE bediening van het “woord der wijsheid” en het “woord der kennis”, zal het straks geschieden dat “de wijze nog wijzer wordt” en “de rechtvaardige zijn (of haar) inzicht vergroot” (zie Spr. 9:9, NBV) of, zoals Openbaring 22 vers 11 zegt, dat “…wie rechtvaardig is, moet nog meer gerechtigheid doen. En wie heilig is, moet toenemen in heiligheid” (HSV). Dan zal de Bruidsgemeente tot de staat van volmaakte wijsheid, rechtvaardigheid en heiligheid geraken. Zoals ook uit vele andere Schriftgedeelten blijkt, hebben wij dit te verwachten ten tijde van de grote, laatste opwekking (de zgn. Late of Spade Regen-opwekking
[7]), die wereldwijd zal zijn. Wanneer nu dit komen tot de volmaaktheid in Spreuken 9 in verband wordt gebracht met het “feestmaal van de gepersonifieerde Wijsheid” (d.i. het feestmaal van, de persoon, Jezus Christus), lijdt het geen twijfel dat dit “feestmaal” zal samenvallen met de Spade Regen-opwekking. De “opperste Wijsheid” (zie Spr. 9:1, SV), Jezus Christus, zal in de Spade Regen-tijd een “feestmaal” aanrichten, die zijn weerga niet zal hebben gekend in de geschiedenis, namelijk “het feestmaal van het geopenbaarde Woord van God” (zie Spr. 9:1-6), dat uit zal lopen op het Avondmaal van de Bruiloft van het Lam”[8] (zie Openb. 19:9, SV). (Zie ook nog Spreuken 9:5! Vergelijk Spreuken 9:3 met Mattheüs 22:9-10 en Lukas 14:17-23)[9]. Wij verwachten de VOLLE openbaring van het Woord! Hoe nodig is het – gezien het (ver)gevorderde profetische uur waarin wij ons, in onze dagen, bevinden – dat wij ons NU reeds afvragen òf wij (wel) behoren tot die “wijzen” die “eten” van het Woord van God èn die onder de berispingen (of: de terechtwijzigingen) van dat Woord ervaren mogen dat zij toenemen in geestelijkheid en in heiligheid! Een ieder doet er daarom goed aan om acht te slaan op de vermaning van Micha (6 vers 9b) nu het nog GENADEtijd is: HOOR DE ROEDE (Gods) en Wie ze besteld heeft (d.i. Wie anders dan God Zelf)!” (SV)

HS[10]
  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog (met 2 maal per maand een ‘nieuwsbrief’) wilt attenderen.
  • Zie voor meer Bijbelstudies onze website www.eindtijdbode.nl/
  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.

[1] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl/ – de studie: De Bergrede (verschijnt binnenkort op onze website).
[2] Zie eventueel op onze website de studie: “De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd”.
[3] Zie noot 2.
[4] Met het “harde” Woord van God wordt hier bedoeld: ONaangenaam om te horen voor ons “vlees” (d.i. de oude, natuurlijke mens).
[5] Een tegenvoeter = Iemand die – qua mening en inzichten – “een tegenpool” is, of “tegen(over)gesteld” aan die ander.
[6] Zie noot 2.
[7] De zgn. Late of Spade-Regen-opwekking = De opwekking in de eindtijd vanwege de uitstorting van Gods Geest (zie Joël 2:23, 28-29).
[8] Zie eventueel op onze website de studie: “Door de Geest van God geroepen tot deelname aan het Avondmaal van de Bruiloft van Gods Lam en tot deze Goddelijke Bruiloft”.
[9] Lees vooral Lukas 14:17-23 in de Statenvertaling. Het gaat hier namelijk specifiek over het Avondmaal! Voor de geestelijke betekenis van dit Avondmaal, zie de studie vermeld bij noot 8.
[10] Studie van H. Siliakus. Uit: “De Tempelbode” van januari 1983. Enigszins bewerkt door AK.

Het berispen (of terechtwijzen) van de wijzen

zaterdag 10 oktober 2009

Podium en Gemeente – deel 4

.

Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.




Hoofdstuk 4
De bediening van het geven: Financiële offers om de materiële uitgaven, ten behoeve van de Gemeente, te helpen dragen.
Een bediening die alle Gemeenteleden moeten opbrengen – en alle (echte) kinderen van God in het bijzonder – is, behalve het getuigen, het bijdragen van hun financiële aandeel, om de materiële uitgaven ten behoeve van de Gemeente en de zending te kunnen (blijven) bekostigen.
Sommige voorgangers spreken niet graag over deze bediening, voor een deel uit vrees voor een “geldwolf” te worden uitgemaakt, voor een ander deel uit een zekere hoogmoed; een laakbare (d.i. afkeurenswaardige) wijze van handelen. U moet, wat dit onderwerp betreft, niet van het ene uiterste in het andere vervallen. Spreekt u er (te) veel over, dan is het zeer begrijpelijk dat u hierdoor een slechte naam krijgt. Praat u er helemaal niet over, dan schiet u tekort in de volbrenging van uw geestelijk onderricht en fraudeert u voor God en de Gemeente. U moet ook in deze de “hoogweg”
[1] van Christus willen bewandelen en de Gemeente – door de wijsheid van de Heilige Geest – weten te wijzen op hun verplichtingen als kind van God in deze kwestie.
Ook het kind van God heeft nu eenmaal niet alleen zijn of haar – door genade verkregen – rechten in Christus, maar ook zijn of haar plichten, ook aangaande het betalen van de “tienden” (dus 10% van alle inkomsten), waar onze Heiland, toen Hij op aarde was, dan ook op heeft gewezen.
· “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u geeft tienden van de munt, de dille en de komijn, en u laat het belangrijkste van de Wet na: het recht, en de barmhartigheid en het geloof. Deze dingen zou men moeten doen en die andere dingen niet nalaten.” (Matth. 23:23, HSV)
Wij moeten, als kind van God, staan in het geloof en in de barmhartigheid van Christus en in het oordeel over de zonde, en dit laatste in de eerste plaats met betrekking tot onszelf; maar Jezus leert ons hier, dat wij “het belangrijkste” NIET MOETEN NALATEN. Wat is “het belangrijkste”? Dat is het betalen van “de tienden”! Dit vraagt God van ELK kind van God!
Dit geven moet de Gemeente geleerd worden, evenals ze heeft moeten leren bidden
[2]. Met dat de liefde van God in uw hart groeit, leert u blijmoediger te geven voor het werk des Heren. Jezus had eens in de tempel, bij de schatkist gezeten zijnde, de verschillende gevers en geefsters gadegeslagen.
· “En toen Jezus was gaan zitten tegenover de schatkist, zag Hij hoe de menigte geld wierp in de schatkist; en veel rijken wierpen er veel in. En er kwam één arme weduwe, die er twee kleine munten (SV: penningen) inwierp, dat is een kwadrant (SV: een oort – in ons muntstelsel omgerekend nog geen cent
[3]). En toen Hij Zijn discipelen bij Zich geroepen had, zei Hij tegen hen: Voorwaar, Ik zeg u dat deze arme weduwe er meer ingeworpen heeft dan allen die iets in de schatkist geworpen hebben. Want zij allen hebben van hun overvloed erin geworpen; maar deze heeft van haar armoede, alles wat zij had, erin geworpen, heel haar levensonderhoud.” (Mark. 12:41-44, HSV)
Als men véél heeft kan men véél geven en dan merkt men het zelfs niet echt. Zegt het spreekwoord niet: “Aan een boom zo vol geladen mist men één, twee pruimen niet?” Als men weinig heeft, dan merkt men het wel degelijk. Maar als de liefde van God werkzaam is in het hart en leven, dan geeft men tòch met blijmoedigheid van het weinige wat men heeft. Deze arme vrouw gaf “alles wat zij had”, “heel haar levensonderhoud”, twee kleine munten; in ons muntstelsel omgerekend nog geen cent (zie noot 3), maar dat was alles wat ze had. Ze had daarom naar verhouding véél meer gegeven, dan de duizenden centen van de rijken! Er staat niet voor niets geschreven, dat God een blijmoedige gever liefheeft (zie 2 Kor. 9:7). “Geef en aan u zal gegeven worden” (zie Luk. 6:38a) is één van de leefregels van het Koninkrijk van God. In dit geven openbaart zich de liefde van God, die in ons hart is uitgestort. Het geven is verweven in het Wezen van God, het is een eigenschap van God.
· “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft…” (Joh. 3:16, HSV)
Als wij “kinderen van God” genaamd willen worden, is “geven” het eerste ding dat wij moeten leren. En merk nu, wat Hij beloofd heeft, als wij dit willen leren: “Geef en aan u zal gegeven worden: een goede, vastgedrukte, geschudde, overlopende maat zal men in uw schoot geven, want met dezelfde maat waarmee u meet, zal er bij u ook gemeten worden.” (Luk. 6:38, HSV)

Tienden behoren God toe
Denk nu niet dat als u de tienden betaalt (dus 10% van al uw inkomsten), dat u de Here al heel wat hebt gegeven. U hebt de Here dan nog niets gegeven; u hebt Hem alleen maar TERUGGEGEVEN, wat Hem toekomt, want God stelt het tiende deel van het inkomen van Zijn kinderen als Zijn eigendom. Schieten wij hierin tekort, dan “beroven” wij Hem van Zijn rechtmatig deel!
· Zal een mens God beroven? Maar u berooft Mij en zegt: Waarin beroven wij U? In de tienden en het hefoffer. Met een vloek bent u vervloekt, omdat u Mij berooft, zelfs het gehele volk. (Mal. 3:8-9, SV)
Soms vraagt God meer dan de tienden, om in hetgeen nodig is te voorzien, zoals ten tijde van de bouw van de tabernakel
[4] in de woestijn (zie Exod. 25:2). Dit meerdere werd een “hefoffer” genoemd. Als u méér geeft dan wat God aan ons als eis stelt, dan geeft u pas uw vrije gift uit liefde tot Hem en Zijn werk.
Denk nu niet dat gemeenteleden dit onmiddellijk zullen (kunnen of willen) doen, maar leert hun dit en God zal – door Zijn Geest – Zijn Woord meer en meer vrucht doen dragen in de levens van die gemeenteleden die hieraan gehoor geven, tot lof en prijs van Zijn Naam! En aan allen die Hem hierin (blijmoedig) gehoorzamen zal Hij Zijn Goddelijke belofte inlossen, die wij in Maleachi 3 vers 10 kunnen vinden: “Brengt al de tienden in het schathuis, opdat er spijze zij in Mijn huis; en beproeft Mij daarin, zegt de Here der heischaren, of Ik u dan niet opendoen zal de vensters van de hemel, en u zegen zal afgieten, zodat er geen schuren genoeg wezen zullen.” (SV)
De meest wonderbaarlijke bediening in het Koninkrijk van God is deze bediening van het geven. Een blijmoedig kind van God geeft gemakkelijk. Zij die een angstvalligheid kennen op financieel gebied, zij die in alles moeilijk kunnen geven en alsmaar willen ontvangen, kennen in hun geestelijk leven geen groei. Laten wij niet zó willen zijn; en anderen hierin opvoeden, opdat wij allen de volle zegen van God ontvangen! Hoeveel te meer zal God Zijn Goddelijke belofte “van hemelse overvloed” waarmaken (zie Mal. 3:10), als wij meer weten te geven dan de tienden alleen.
Heeft God van Zijn kant niet ALLES gegeven, toen Hij ZICHZELF in Jezus Christus gaf om de wereld met Zich te verzoenen? Laten wij leren om ook van onze kant, door de opening van ons wezen voor Zijn liefdewezen, Hem alles in handen te geven, alles wat wij zijn en wat wij hebben, opdat Hij erover zal kunnen beschikken naar Zijn wil. Glorie voor God!

KLIK HIER om deze studie (deel 4) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen.[5]

CJH Theys[6]

[1] “Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de Here. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen (de zgn. “hoogweg”), en Mijn gedachten dan uw gedachten”. (Jes. 55:8-9)
[2] Zie eventueel op onze website www.eindtijdbode.nl/ de studie: “Leer Bidden” van CJH Theys.
[3] Uit de Bijbelse Encyclopedie: In Markus 12:42 van de Statenvertaling is oort de vertaling van het woord kodrantès, de quadrans (zie NBV) (of, zoals in de HSV vermeld, kwadrant). De weduwe werpt in de schatkist twee kleine penningen (twee lepta), hetwelk is een oort. De oort (beter: oord) was een oud-Nederlands geldstuk ter waarde van een kwart van de munteenheid (cent). De naam is ontleend aan munten, die door een kruis in vier vakken of oorden waren verdeeld. De NBG vertaalt: twee koperstukjes, dat is een duit. De oud-Nederlandse duit had een waarde van 5/8 cent en was dus ruim 2 maal zoveel als een oord.
[4] Voor meer over het geven van de tienden aangaande de bouw van de tabernakel, zie eventueel op onze website de studie: “Christus in de Tabernakel” van CJH Theys.
[5] Voor deel 1 t/m 3(A en B) van “Podium en Gemeente”, zie ons weblog van 4/6, 10/7, 10/8 en 10/9 2009.
[6] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel (het "In memoriam") op ons weblog van 23 augustus 2009.
· De 1ste uitgave van deze studie was omstreeks 1970 (in boekvorm). Deze hernieuwde versie is door ons bewerkt naar (meer) HEDENDAAGS Nederlands. De originele versie (digitaal uitgetypt) is eventueel op aanvraag – via
info@eindtijdbode.nl – te verkrijgen.

vrijdag 20 maart 2009

Lijden met Jezus



Goede Vrijdag en Pasen – dood en opstanding:
Een ervaring of alleen maar gedenken?[1]















De weg van gehoorzaamheid
In de weg van gehoorzaamheid leren wij God waarachtig kennen. God openbaart Zich aan wie Hem gehoorzaam is. Abraham, de aartsvader, was God volkomen gehoorzaam. Daarom kon de Here Zich zo machtig aan hem openbaren en noemde Hij hem Zijn vriend. Zo groot was Abrahams gehoorzaamheid, dat hij het lijden omwille hiervan niet trachtte te ontlopen. Zelfs wat hem het dierbaarste was, namelijk zijn zoon, de erfgenaam, was hij bereid op te offeren, toen God dit van hem vroeg. Bij die gelegenheid ontving hij één van de meest wonderbare openbaringen van de Almachtige. Hij mocht God leren kennen als Jehovah Jireh, de Here Die voorziet (zie Gen. 22:1-18). Daarbij werd zelfs reeds een glimp van Golgotha zichtbaar! Als God Zich openbaart, betekent dit, dat wij “verlichte ogen van het verstand” ontvangen. Wij gaan zien wat wij tevoren niet zagen. Wij kunnen daarom ook zeggen, dat het wandelen in gehoorzaamheid aan God ons brengt tot geestelijk zien en ons maakt tot geestelijke mensen. Gehoorzaamheid aan God is op zichzelf al een daad van wijsheid, van geestelijk inzicht! “De vreze des Heren is het begin van alle wijsheid” (Spr. 9:10a). Het is met ons zoals het met de blindgeborene was (zie Joh. 9). Nadat hij Jezus gehoorzaamd had en naar het badwater Siloam was gegaan (een beeld van de waterdoop, wat ook een daad van gehoorzaamheid is), werd hij ziende. Hier hebt u de verklaring waarom zovele gelovigen niet geestelijk kunnen denken en handelen en geestelijk niet groeien. Zij wandelen niet in gehoorzaamheid! Wie zijn vlees blijft ontzien en koesteren komt nooit een stap verder in het geloofsleven. Zie Galaten 5:17.
[2] En “vlees” kan in dit verband ook betekenen: geliefden en dierbaren! Alle geestelijke groei wordt bewerkt door de Geest van God op DE WEG van GEHOORZAAMHEID. Als het vlees nog oppermachtig is in ons leven, is er geen sprake van geestelijk groeien. God kan Zich dan niet openbaren.

Lotsverbondenheid door lijden
Gehoorzaamheid brengt lijden. In het leven van Abraham vinden wij duidelijke illustraties van deze waarheid. Maar ook zien wij daar hoe dit leidt tot het kennen van God als “de Here Die voorziet”. Daarom leert het Nieuwe Testament ons, dat lijden met en voor Christus genade is! “Want aan u is het uit genade gegeven in de zaak van Christus niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden” (Filip. 1:29, HSV). Het is één van de dingen die wij gaan “zien” op de weg van gehoorzaamheid en wat wij anders nooit zouden begrijpen, laat staan accepteren. God wil altijd méér genade geven. “De (heils)fonteinen zijn vol water” (zie Jes. 12:3 en Joh. 7:37-38). Maar deze voortgang van genade, zoals in Filippenzen 1 beschreven, is voor de vleselijke christen een hard gelag. Zulke christenen hebben trouwens ook een heel andere voorstelling van de genade. Genade is iets prettigs, denken zij, evenals een zegening. Maar… een beproeving is ook een zegening! En wat is het kenmerk van de genade? Genade is altijd verlies voor het vlees, maar winst voor de eeuwigheid. Voor vleselijke, ongehoorzame christenen blijft het onaanvaardbaar, dat lijden voor Jezus genade is. U echter, die werkelijk Jezus zoekt en die Zijn gemeenschap stelt boven al het andere in dit leven, bedenk, dat wij door te lijden met en voor Jezus steeds dichter komen tot Hem. Er ontstaat daardoor een ware lotsverbondenheid tussen Hem en ons. Zijn zaak is onze zaak. Zijn droefenis is onze smart. Maar ook zullen wij ons met Hem verblijden. En Hij zal ons maken tot overwinnaars met Hem!
[3] “Als wij volharden (SV: verdragen), zullen wij ook met Hem regeren” (2 Tim. 2:12a, HSV)! Wij delen in Zijn lijden en sterven, maar ook in Zijn opstanding. Zijn kracht wordt in onze zwakheid geopenbaard. Ja, wij zullen zelfs delen in Zijn erfenis! Lijden met Jezus is de enige weg die tot waarachtige eenwording met Jezus leidt (de geestelijke ‘eenwording’ of ‘gemeenschap’ met Christus, die alleen de Bruid zal ervaren – red.).

Alle aardse banden doorgesneden
Dit zal vooral de ervaring zijn van de Bruidsgemeente straks, de Gemeente die door de huwelijksband met Christus verenigd zal worden. Deze Bruidsgemeente zal veel moeten lijden.
[4] Zij zal de weg van dood en opstanding moeten gaan, voordat zij “tot één vlees wordt” (de geestelijke ‘eenwording’ of ‘gemeenschap’ – red.) met Christus. Door dit lijden en deze lotsverbondenheid zal zij nog in een wonderbare bediening (komen te) staan! Zij zal profeteren tot vele naties (zie Openb. 10:11). Zo was het ook met Jezus’ eerste discipelen (die ook “bruiloftskinderen” waren). Zij konden Zijn getuigen zijn, omdat zij tot het laatste toe bij Hem gebleven waren en alles met Hem hadden doorstaan. Omdat zij leden met Christus, ook na Diens hemelvaart, kon de Heer hen zo machtig gebruiken. Daarom horen wij een andere apostel, namelijk Paulus, uitroepen, in dezelfde Filippenzenbrief: “Opdat ik Hem mag kennen, en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap met Zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig word”! (Filip. 3:10, HSV). Ziedaar het geheim ook van Paulus’ bediening! De gemeenschap met het lijden van Jezus betekent, dat letterlijk alle aardse banden doorgesneden worden en de ziel omhoog vliedt, tot Jezus. Is dat geen zegen?

Wat lijden is
Het kunnen geloven is genade, maar mogen lijden met en voor Jezus is een nog grotere genade. Dit is het diepere (geestelijke) leven. Wat is dat lijden? Is het ziekte? Neen. Zijn het de gevolgen van zondige daden? Beslist niet. Wat is het dan wel? Daar zij drie fasen in het lijden met Jezus te onderscheiden. De eerste fase is die van het loslaten van wat ons lief en dierbaar is. Dit is als het ware “de voorhof (of: het voorportaal) van het lijden”, want hier gaat het nog maar om wie of wat er in ons leven op de eerste plaats komt. “Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waard”, zegt Jezus in Mattheüs 10:37. Wat het betekent, zien wij onder andere bij Abraham, die bereid moest zijn God meer lief te hebben dan zijn eigen zoon. Hij moest bereid zijn om zijn zoon te verliezen! Doch dit is nog maar de “voorhofs”-fase.
[5] Het eigenlijke lijden wordt beschreven in 1 Petrus 2:19-21. “Want dat is genade, als iemand om het geweten voor God dingen verdraagt die hem pijn doen, en daarbij ten onrechte lijdt. ... Maar als u geduldig verdraagt wanneer u goed doet en daarvoor lijdt, dat is genade bij God. Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetstappen zou navolgen”. De tweede fase is: Gehaat, bespot, vervolgd te worden, vanwege onze gehoorzaamheid aan Christus of omdat wij geen compromis wensen te sluiten met de zonde of weigeren toe te geven aan vleselijke zwakheid, DAT IS LIJDEN VOOR JEZUS. Hier zijn wij, als het ware, in “het heiligdom van het lijden”.[6] De 3 objecten van het Heiligdom (de eigenlijke “tent” van de Israëlitische tabernakel)[7] zijn hier onmiskenbaar aanwezig:
1. lijden, omdat wij trouw zijn aan Christus’ Woord - (de Tafel der toonbroden),
2. lijden, omdat wij wandelen in het licht - (de Kandelaar) en
3. lijden, omdat wij de aanbidding van God zuiver willen houden - (het Reukoffer- of Wierookaltaar).
Dit alles maakt, dat wij vele (zogenaamde) vrienden verliezen. Broeders en zusters ‘in de Heer’ veranderen in vijanden. Maar zalig zijn zij die, omwille van Jezus, smaad verdragen. Het volgen van Jezus brengt noodzakelijkerwijze zwarigheid met zich mee. Het lijden behoort tot het navolgen van Jezus’ voetstappen, zegt Petrus. Doch het brengt ons dichtbij Hem. Het leidt tot vereenzelviging en eenwording met Hem. “Laten wij dan naar Hem uitgaan, buiten de legerplaats,
[8] en (met Hem) Zijn smaad dragen” (Hebr. 13:13, HSV)!

Verlangen naar Jezus
Dan zullen wij ook het Meest Heilige (ook wel “het Heilige der Heiligen” of “het Allerheiligdom” genaamd – red.)
[9] betreden. Het lijden met Jezus, de derde fase, gaat nog verder. Laat ons nog een blik slaan op Filippenzen 1:30, waar Paulus spreekt over zijn strijd. Deze strijd houdt verband met het lijden voor Christus, waarover het voorafgaande vers handelt. Wat deze strijd inhield, lezen wij in de verzen 23 en 24: “Want ik word door deze twee gedrongen: ik heb het verlangen om losgemaakt (SV: ontbonden) te worden en met Christus te zijn, want dat is verreweg het beste, maar in het vlees te blijven is noodzakelijker (SV: nodiger) voor u”. Lijden met en voor Jezus is meer dan, met Hem, smaad te verdragen. Het is ook, zo leren wij hier: vervuld te zijn met een steeds groter verlangen naar Jezus en desondanks trouw ons werk (voor Hem) te blijven doen. Wij wensen “ontbonden” te worden. Steeds dichter willen wij bij Hem zijn. Steeds ijdeler worden alle aardse dingen voor ons. Ja, zij worden op het laatst een last. Doch zolang dit “nodiger” (of: noodzakelijker) is voor u, willen wij de taak die de Here ons hier gegeven heeft, in alle getrouwheid blijven vervullen. Deze twee begeerten strijden in ons. Ook dit is lijden. Wij zouden dit “het allerheiligdom[10] van het lijden” kunnen noemen. Het is lijden vanwege het verlangen naar die eenheid met Jezus, welke zo schoon wordt uitgebeeld in de Arke des Verbonds (waarvan de eigenlijke ‘kist’, de Verbondskist, het beeld van de Gemeente is)[11] en het gouden Verzoendeksel daarop (beeld van onze Here Jezus Christus).[12] Wederom zal het de Bruidsgemeente zijn, die straks ook dit lijden in de hevigste mate zal kennen. Hoe zal zij verlangen naar haar hemelse Bruidegom! Maar zij moet wachten en intussen haar werk nog doen. Hoe langer echter het wachten duurt, des te feller zullen de steken zijn van de harte-pijnen die zij doorstaat. “De uitgestelde hoop krenkt het hart” (Spr. 13:12). Doch dit te ervaren zal zijn: wonderbare genade. De ervaring van “het gescheiden zijn” zal de liefde voor de Bruidegom sterker maken dan de dood (zie Hoogl. 8:6). Verlangt u de genade te smaken van het lijden met Jezus? Wandel dan op de weg van gehoorzaamheid!

HS
[13]
  • Voor nog meer studies over de eindtijd, zie onze website: www.eindtijdbode.nl/
  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog (met een maandelijkse ‘nieuwsbrief’) wilt attenderen.

  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.
  • Zie de lijst hieronder voor alle studies die nu reeds op de website staan.
[1] Noot van de redactie:
Het gaat er met de Christelijke feestdagen vooral om dat we niet alleen GEdenken wat er 2000 jaar geleden – voor ons, zondaren – is gebeurd, maar veel meer dat we BEdenken wat er NU – met ons, zondaren – moet gebeuren. Wij moeten ook sterven, namelijk (volkomen) afsterven aan onze oude, zondige natuur. En daar moeten wij naar verlangen en naar jagen. Pas dan kan Hij het in ons uitwerken, opdat wij werkelijk mogen worden: “Een beeld naar Zijn gelijkenis”.
[2] Galaten 5 vers 17: “Want het vlees begeert tegen de Geest en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u (hier beter gezegd: wat GOD) zou willen” (HSV)
[3] Zie eventueel de studie: “De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd”.
[4] Zie eventueel de studie: “Het boek Job, over het lijden en de strijd van de Bruidsgemeente”.
[5] Voor meer informatie over de geestelijke betekenis van “de Voorhof” en/of andere Tabernakel-objecten, zie de studies: “Christus in de Tabernakel” en/of “De Tabernakel van Israël”.
[6] Voor meer informatie over de geestelijke betekenis van “het Heiligdom” en/of andere Tabernakel-objecten, zie noot 5.
[7] Zie noot 6.
[8] Jezus heeft BUITEN DE LEGERPLAATS geleden (zie Hebr. 13:11). En, in letterlijke zin, heeft Jezus ook “buiten Jeruzalems muren” geleden!!! Hoe nauwkeurig is hiermee de profetie vervuld in verband met alles wat moest geschieden met Jezus, het Lam van God. Wanneer wij nu geroepen worden om Hem te volgen op Zijn weg, zullen òòk wij die KRUISWEG moeten gaan, welke ons ONherroepelijk leidt naar òns “Golgotha” (HET KRUIS). Dit is dan eveneens, in geestelijke zin, te verstaan als “buiten de legerplaats”. En zo moeten wij datgene verstaan wat geschreven staat in Hebr. 13:13. Als Zijn discipelen moeten wij zowel INNERLIJK als OPENLIJK Zijn smaad dragen. (noot – AK)
[9] Voor meer informatie over de geestelijke betekenis van “het Meest Heilige” (of “het Heilige der Heiligen” of “het Allerheiligdom”) en/of andere Tabernakel-objecten, zie noot 5.
[10] Zie noot 9.
[11] De Verbondskist is het beeld van de Bruid van het Lam. Deze ‘kist’ was namelijk gemaakt van acacia- of sittimhout (hetgeen staat voor de mens), overdekt met goud (hetgeen staat voor het goddelijke), dus het beeld van de mens die met Gods natuur en wezen bekleed is. Het Verzoendeksel met de beide Cherubs, bovenop de Verbondskist, vormt dan ook het beeld van de UITwendige eenheid van onze God met de Bruid van het Lam. In deze gouden Ark of Verbondskist lagen (zie Hebr. 9:4):
· de gouden kruik met het manna (zie Exod. 16:33 – een beeld van Jezus, het Lam van God);
· de staf van Aäron, die gebloeid had (zie Num. 17:10 – een beeld van de Heilige Geest van God);
· de stenen (wets)tafelen van het verbond, de zgn. 10 geboden, (zie Exod. 34:28-29 – een beeld van de Vader).
Deze 3 dingen staan voor de 3 openbaringsvormen van onze almachtige God en beelden de INwendige eenheid met de Bruid van het Lam uit (hiervan lezen wij ook in Zach. 2:5). De Ark van het Verbond staat dus voor de Bruiloft of Eenwording van het Lam van God en Zijn Bruid. Dit wordt uitgebeeld doordat het verzoendeksel met zijn beide cherubs werd gelegd op de Verbondskist, die staat voor de Bruid van het Lam. Zie ook nog noot 9. (noot – AK)
[12] In de eerste plaats beeldt de Ark van het Verbond de troon van God uit. De beide Cherubs en het Verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn 3 openbaringsvormen uit. De Cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het Verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een Eénheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit drie personen bestaat, is een dwaling. In Deut. 6:4 staat: Hoor, Israël: de Here is onze God; de Here is één! (dus één Persoon!). Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide Cherubs en het Verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (d.i. geslagen) (zie Exod. 25:18). De Ark van het Verbond staat in de tweede plaats voor de Bruiloft of Eenwording van het Lam van God en Zijn Bruid. Zie ook nog noot 11. (noot – AK)
[13] Artikel van H. Siliakus, uit het blad “De Tempelbode” van april 1987.