Posts tonen met het label inwoning en heerschappij vd Heilige Geest. Alle posts tonen
Posts tonen met het label inwoning en heerschappij vd Heilige Geest. Alle posts tonen

zondag 24 oktober 2010

Geprofeteerde vernieuwing van het geloof

.













De grote behoefte
Algemeen in onze dagen is het verlangen naar een sterk en vast geloof. De opwekkingsgolven (zoals aan het begin van de 20ste eeuw) zijn sinds lang niet meer dan enige rimpelingen in het water. Even koud en zakelijk als de gehele tegenwoordige maatschappij is, is ook de geloofsbeleving – voor zover daar dan nog van gesproken kan worden – van vele christenen. De Geesteswerkingen van weleer hebben veelal plaats moeten maken voor menselijke regelingen; en de “openbaringen” die sommigen ontvangen, hebben opvallend zelden te maken met verdieping van de kennis van het Woord van God (de Bijbel). De eenzijdigheid, die een tijdverschijnsel geworden is, viert hoogtij en heeft in de christelijke Gemeente al in vele gevallen de proporties van “valse leer” aangenomen. Levende in een tijd waarin hoegenaamd geen waarachtig geestelijk leven meer gekend wordt (wel veel “kunstmatig” en “schijnbaar” geestelijk leven) en in een wereld die aan onzekerheden en onoplosbare problemen ten onder dreigt te gaan, verlangt het waarachtige kind van God naar een krachtdadige VERNIEUWING van het geloof. Even sterk als het waarachtige kind van God uitziet naar een hernieuwde uitstorting van de Heilige Geest. Alle tegenwoordige omstandigheden hebben VERNIEUWING van het geloof tot dè grote behoefte gemaakt.

Geloofsvernieuwing en opwekking
Het verlangen naar de verkwikkende wateren van de Heilige Geest wordt op krachtige wijze onder woorden gebracht in de 42ste Psalm. Deze welbekende psalm zouden wij kunnen noemen: “een lied van de Gemeente der laatste dagen”. Eigenlijk is het, gelijk zoveel psalmen, een profetische psalm. Zij geeft ons een indruk van het leven en de strijd van de Gemeente van de eindtijd. Met andere woorden, zij geeft ons een beeld van ònze situatie, want de tijd van de laatste dagen is reeds ingegaan. Opmerkelijk is dat de verkwikking, waarom in deze psalm gebeden wordt, voorafgegaan wordt door een VERSTERKING. Nog voordat de psalm teneinde is, blijkt het geloof van de psalmist krachtig te zijn vernieuwd. Tot tweemaal toe lezen wij:
“Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven…” (Ps. 42:6 en 12, HSV).
Wij ontvangen hier de zekerheid dat, ook al is Gods tijd voor een zeker iets nog niet daar, God Zich op het gebed uit een waarachtig en oprecht hart altijd openbaart. Tevens vinden wij hier een aanwijzing, dat de geprofeteerde Spade Regen-opwekking[1] van de laatste dagen voorafgegaan zal worden door een krachtige VERNIEUWING van het geloof – in de Gemeente des Heren. Wij zullen straks nog een andere Schriftplaats noemen, die deze gedachte ondersteunt. Maar eerst zullen wij Psalm 42 aan een nader onderzoek onderwerpen en haar in profetisch licht bekijken.

Beschouwing van Psalm 42
1. Voor de koorleider, een onderwijzing van de zonen van Korach.
2.
Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!
3. Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God. Wanneer zal ik binnengaan om voor Gods aangezicht te verschijnen?
4. Mijn tranen zijn mij tot brood, dag en nacht, omdat zij de hele dag tegen mij zeggen: Waar is uw God?
5. Hieraan denk ik, en ik stort mijn ziel in mij uit: hoe ik meeging in de stoet en met hen optrok naar Gods huis, terwijl vreugdezang en lofliederen klonken: een feestvierende menigte.
6.
Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de verlossende daden van Zijn aangezicht.
7. Mijn God, mijn ziel buigt zich neer in mij, daarom gedenk ik U vanuit het land van de Jordaan en de Hermonbergen, vanuit het laaggebergte.
8. Watervloed roept tot watervloed, terwijl Uw waterkolken druisen; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengeslagen.
9. Maar de HERE zal overdag Zijn goedertierenheid gebieden; ‘s nachts zal Zijn lied bij mij zijn, een gebed tot de God van mijn leven.
10. Ik zal zeggen tegen God: Mijn Steenrots, waarom vergeet U mij? Waarom ga ik in het zwart, onderdrukt door de vijand?
11. Als een doodsteek gaat mij door merg en been het gehoon van mijn tegenstanders, omdat zij de hele dag tegen mij zeggen: Waar is uw God?
12. Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven; Hij is mijn Verlosser en mijn God.
(HSV)

Is er enige grond voor om deze psalm een “lied van de Gemeente der laatste dagen” te noemen? Laten wij, om deze vraag te beantwoorden, een korte verklaring van de eerste zes verzen geven:
Vers.2 is een uitdrukking van het verlangen van de Bruidsgemeente naar de “wateren van de Geest” (de Spade Regen-opwekking)[2]. Het verlangen naar een zodanige openbaring van God wordt “dorsten naar God” genoemd (zie vers 3).
Vers.3 heeft als kernwoord “wanneer? en geeft aan, dat de Bruidsgemeente een WACHTENSTIJD zal moeten doormaken (vergelijk Matth. 25:5).
Vers.4 toont ons dat er DROEFHEID zal zijn in/bij de Bruidsgemeente over uitblijvende verkwikking en tegelijk, dat zij STRIJD zal hebben in de wereld. Verdrukking en vervolging zal haar deel zijn, zoals ook vers 11 leert. Van die droefheid die voorafgaat aan de uitstorting van de Heilige Geest (het “wederom zien van Jezus”) sprak ook Jezus in Johannes 16:20 en 22 en ook Hij wees op het samengaan ervan met de verdrukking in de wereld (zie Joh. 16:33). Vergelijk ook Hooglied 5:7 (zie het artikel “De slaap des oordeels” uit de Tempelbode van maart 1981)[3].
Vers.5 kan worden beschouwd als de terugblik van de Bruidsgemeente op voorbijgegane tijden van opwekking (die van het “uitgaan, de Bruidegom tegemoet” – zie Matth. 25:1, SV).
Vers.6 is de weerslag in woorden van de gereedmaking van de Bruidsgemeente door VERNIEUWING VAN HET GELOOF.
Hoe duidelijk worden in deze psalm het leven en de strijd van de Gemeente van de laatste dagen weergegeven!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

H. Siliakus[4]

[1] Zie eventueel het artikel “De ‘Spade Regen opwekking’” op ons Weblog van 24 april 2010.
[2] Zie noot 1.
[3] Deze (korte) studie staat nog niet op ons Weblog vermeld, maar kan – via
info@eindtijdbode.nl – GRATIS aangevraagd worden.
[4] Uit “De Tempelbode”van december 1981. Enigszins bewerkt door A. Klein.


donderdag 23 september 2010

Boekbespreking 17: De Tabernakel van Israël




Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God tot in alle volmaaktheid toe.

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleiding:
Tabernakel betekent letterlijk tent tot bewoning.
Mozes ontving (ca. 1250 jaar voor de geboorte van Christus) de Goddelijke opdracht tot de bouw van de Israëlitische tabernakel, opdat Hij in dit bouwwerk, dat het Koninkrijk van God op aarde symboliseerde, te midden van Zijn volk Israël kon wonen, omdat de persoonlijke inwoning (van Gods Heilige Geest) in de mens destijds in het Oude Verbond nog niet mogelijk was.
Exod. 25:8-9 "En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen. Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het model van de tabernakel (d.i. tent of woning) en het model van al zijn gerei (of: benodigdheden)."
Nu woont God niet meer in een tent van stof of in een gebouw van mortel en steen, zoals een tempel of Kerkgebouw, maar in de zich tot God bekeerde en overgegeven mens, eerst in zijn lichaam, en als hij geestelijk gegroeid is, ook in zijn ziel en geest.
1 Kor. 6:19 "Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt?"
Nochtans vormt deze tabernakel, dit heiligdom, dat God door Mozes liet maken, voor ons in het Nieuwe Verbond een door God gegeven patroon (of: model) van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig christen hier op aarde, waardoor wij een juist inzicht verkrijgen van Gods wil en weg, die wij hebben te gehoorzamen en te bewandelen om te kunnen groeien in Zijn genade tot in al de volmaaktheid van Gods wil en zegeningen toe. Daarom is het goed om de geestelijke lessen, die deze tabernakel ons geeft, ter harte te nemen om een juist inzicht te hebben in al de wil van onze almachtige God. Wij vormen nu dus een geestelijk gebouw, waarin Gods Geest in al Zijn volheid wonen en waardoorheen Hij werken wil.
Ef. 2:19-22 "Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here, in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest."
Nooit zal God meer terugkeren naar een heiligdom van mortel en steen, waarnaar de religieuze Joden wel verlangen.
Jer. 3:16-17 "Als gij u dan vermeerdert en vruchtbaar wordt in het land in die dagen, luidt het woord des Heren, dan zal men niet meer spreken over de ark van het verbond des Heren; zij zal niemand in de zin komen, men zal aan haar niet meer denken en haar niet zoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden.Te dien tijde zal men Jeruzalem noemen de troon des Heren, en alle volken zullen zich daarheen verzamelen om de naam des Heren te Jeruzalem, en zij zullen niet meer wandelen naar de verstoktheid van hun boos hart."

I. Schema van de tabernakelsymbolen (niet vermeld) en II. De tabernakel “in vogelvlucht”
1. De Poort: Deze poort is een type (beeld) van Jezus Christus, Die de wereld noodt om tot Hem te komen om gered te worden (Matth. 7:13-14, Matth. 11:28-30). Na Zijn dood en opstanding voor de zondaren, trekt Hij ze tot Zich (Joh. 12:32). Als de wereldse mens zich tot Hem bekeert, schenkt Jezus reddend geloof (2 Kron. 7:14, Ef. 2:8).
2. Het Brandofferaltaar: Dit altaar beeldt het Kruisoffer van Jezus, het Lam van God, uit, waar Hij de macht van de zonde heeft overwonnen om allen te verlossen, die zich tot God hebben bekeerd (Joh. 1:29, 2 Kor. 5:21). Het brandofferaltaar beeldt de plaats uit, waar de zondaar tot God komt en zijn zonden belijdt en verzoening met God vindt door het geloof in het gestorte bloed van het Lam (Joh. 3:16).
3. Het Wasvat: Dit symboliseert de plaats van deelname aan de kruisdood van het Lam door middel van de deelname aan de waterdoop (1 Petr. 3:21). De waterdoop is een bede tot God om behouden te worden door gelovige deelname aan de kruisdood van het Lam van God (Luk. 9:23-25). Het wasvat is de plaats waar men God bidt om deel te mogen hebben aan het sterven van Gods Lam, gelovend in het volbrachte werk van Jezus Christus en in Zijn overwinning over de zonde. Het is de plaats waar wij ons kruis op ons nemen om aan dit sterven aan ons zondig "IK" deel te mogen nemen. Wij bewaren daarbij onderstaande Goddelijke belofte, van deel te mogen nemen aan de dood en opstanding van het Lam, voortdurend in ons hart (2 Kor. 4:10-11).

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER

vrijdag 10 september 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 5

.






Deel 1:
De doop met de Heilige Geest






Nogmaals tot besluit: raadgevingen aangaande tongentaal

Dwaalleringen
Er zijn dwaalleringen onder de christenen in verband met Handelingen 2 vers 4-6. Laten wij daarom eerst deze teksten lezen: “En zij werden ALLEN vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Nu woonden er Joden in Jeruzalem, godvrezende mannen uit alle volken die er onder de hemel zijn. Toen dan dit geluid klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.”
Er zijn dwaalleraars die menen (en ook zeggen) dat de PREDIKINGEN die Petrus en de andere apostelen in hun eigen taal deden, door het toegestroomde volk, dat uit verschillende nationaliteiten bestond, zouden zijn gehoord door elk van hen in hùn eigen taal. Hier zou volgens deze dwaalleraars een Goddelijke daad van herstel van de eenheidstaal gebeurd zijn, als zou de straf van de Babylonische spraakverwarring daar en op dat moment zijn opgeheven door de kracht van de inwonende Geest.
Het zijn deze dwaalleraars die zich dan afvragen waarom een buitenlandse prediker een vertaler nodig heeft, als deze prediker, naar men zegt, vervuld is met de Heilige Geest.
Iedere eerlijke onderzoeker van het Woord van God zal tot de conclusie komen, dat het volk niet tezamen kwam, omdat er gepredikt werd, maar dat het te hoop liep door het grote stemgeluid, veroorzaakt door het tegelijk spreken van de vervulde 120 discipelen in “andere of vreemde talen” en wel, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Petrus predikte pas, NADAT het volk tezamen gekomen was vanwege iets vreemds, iets, dat anders was dan anders. Dat vreemde, dat andere, waren de “nieuwe tongen” (de zgn. ‘tongentaal’).
Andere dwaalleraars leren, dat deze discipelen predikten in een “andere of vreemde taal”, omdat er toen zoveel buitenlandse proselieten (d.i. bekeerlingen tot het Jodendom) in Jeruzalem verzameld waren. Het mag toch voldoende bekend worden geacht dat degenen die in deze tekst (van Handelingen 2:4) worden aangeduid met “ALLEN”, gewone, eenvoudige, niet-geleerde burgermensen waren (zie Hand. 4:13).
Bovendien staat er in deze tekst dat de Heilige Geest deze “andere of vreemde taal” gaf uit te spreken. Het was dus een BOVENNATUURLIJK verschijnsel. In Handelingen 2 vers 6 staat geschreven: “Toen dan dit geluid klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring (SV: toen deze stem geschied was, kwam de menigte tezamen en stond verbaasd)”. Dit tezamen komen en deze verbazing werden veroorzaakt door het bovennatuurlijke.
In dit verband willen wij u er nogmaals aan herinneren dat er in 1 Korinthe 12 sprake is van GEESTELIJKE gaven en van hun ordening in de Gemeente van Jezus Christus; daar is dus helemaal geen sprake van NATUURLIJKE gaven in een organisatie van mensen.
Een boodschap die de Geest geeft uit te spreken in een “andere of vreemde taal”, kan door de boodschapper zelf, zijnde de menselijke spreekbuis van de Geest, niet worden verstaan[1]. In 1 Korinthe 14 vers 2, 13, 14 en 28 geeft Paulus duidelijk te kennen dat het niet ‘zinvol’ is om anderen in de Gemeente te (willen) onderwijzen of stichten door middel van de tongentaal, TENZIJ dat er gelovigen zijn met “de gave van uitlegging” ervan. Paulus zegt hier duidelijk dat – zonder uitlegging – die vreemde “tongen of talen” door de Gemeente niet kunnen worden verstaan. Ditzelfde is waar ten opzichte van het zingen, het loven en prijzen door de Geest in “andere of vreemde talen”.
1 Korinthe 14:14-17 (HSV):
“Want als ik een andere (SV: vreemde) taal bid, bidt mijn geest, maar mijn verstand ontvangt er geen vrucht van. Wat is dan het geval? Ik zal met de geest bidden, maar ik zal ook met het verstand bidden. Ik zal met de geest lofzingen, maar ik zal ook met het verstand lofzingen. En verder, als u God looft met de geest, hoe zal hij die de plaats inneemt van de niet-ingewijde, amen zeggen op uw dankzegging, omdat hij toch niet weet wat u zegt? Immers, u dankt wel op een mooie manier, maar de ander wordt niet opgebouwd (SV: gesticht).
In één van de bedieningen in Indonesië, het was in 1927 te Soerabaja, heb ik meegemaakt en daarmee het bewijs geleverd gezien, dat de voorganger in zo’n “vreemde taal” sprak en ook werd verstaan door een buitenlander. Het was een Egyptenaar, die de toenmalige voorganger van die Pinkstergemeente hoorde spreken in zijn eigen taal, dus in de Egyptische taal. De voorganger zelf verstond de woorden niet, die de Geest hem gaf uit te spreken.

Laatste raadgevingen aan zoekers naar de doop met de Heilige Geest
Ik heb in mijn loopbaan als evangelist vele gelovigen gezien die de doop met de Heilige Geest ontvingen, gepaard met dit Bijbels kenteken. Zij begonnen dan altijd God groot te maken met lof en prijs… Zij kwamen van oost en west, van noord en zuid, het waren broeders en zusters van verschillende, huidskleur en taal, toch spraken zij allemaal, toen zij gedoopt werden met de Heilige Geest, “met andere talen”, zoals Gods Geest die gaf uit te spreken. Zij spraken allen die hemelse talen. Glorie voor God! Nooit, tot op de huidige dag, is het anders geweest. Uit alle landen van de wereld, waar gelovigen deze machtige doop hebben ontvangen als de Belofte van de Vader, komt hetzelfde getuigenis: allen spreken “in nieuwe tongen” (de zgn. ‘tongentaal’).
Maar net zo goed heb ik meegemaakt dat door een opmerking van deze of gene, met betrekking tot dit spreken met “nieuwe tongen”, twijfel in de harten van de (met Gods Geest) gedoopte gelovigen werd opgewekt. En deze funeste twijfel kan soms lang stand houden! Dit is dan ook één van de redenen waarom ik personen die vervuld werden met de Heilige Geest altijd heb aangeraden om, met regelmaat, iedere dag biddend Gods Woord te lezen. Het Woord van God is levend en krachtig en behoedt Gods kinderen. Want, het is juist zo dat, als wij deze Geestesdoop ontvangen hebben, de duivel heftige aanvallen doet. Op allerlei wijzen zal hij proberen om bij de gelovige twijfel op te wekken aangaande deze machtige ervaring. Zelfs heb ik personen gekend die zo intens door satan werden gekweld, dat zij hard op weg waren om te komen tot godslastering… Het was genade, dat zij gered werden uit de klauwen van deze mensenmoordenaar vanaf het begin. Prijs God! Als zo’n twijfeltoestand voortduurt, is het in de regel met dergelijke zielen zo gesteld, dat zij zelfs al hun moed en vrijmoedigheid verliezen om uit zo’n geestelijke impasse te komen. Zij durven niet te claimen wat Jezus hun heeft geschonken.
In mijn jarenlange arbeid als werker Gods heb ik vele malen meegemaakt dat als een ziel voor het eerst begint te spreken met “nieuwe tongen” (de zgn. ‘tongentaal’), daar vlak bij een andere ziel als volgt begint te bidden: “Heer, zendt U toch de Heilige Geest!” Weer een ander: “O, Heer, bedekt U hem/haar onder het bloed van Jezus.” Wat een vertrouwen-verwoestend werk wordt hier door zulke zielen, (meestal) onbewust, verricht! Maar het meest verwoestende werk wordt gedaan door personen, die degene, die met “nieuwe tongen” of “belachelijke lippen” (met beide wordt de zgn. ‘tongentaal’ bedoeld – noot AK) heeft gesproken, bestormen of overvallen met de vraag “Weet u nu wel heel zeker, dat u de HEILIGE GEEST heeft ontvangen?” Of met de opmerking: “U bent nog niet vervuld hoor, want u spreekt nu met belachelijke lippen! Denk erom dat u tot een zuiver uitspreken van de “vreemde taal” moet komen, anders bent u nog niet gedoopt met de Heilige Geest!” Dergelijke vragen en opmerkingen brengen de betrokkene eerder van de wijs dan dat hij of zij hierdoor geestelijk wordt opgebouwd. Ach, hebben die vragenstellers, die wijze (?) opmerkers, dan zelf niet in de gaten dat hun tong beroerd wordt op een wijze, die nooit van God kan zijn?
Laten allen, die naar de vervulling met de Heilige Geest zoeken, dit weten en het nooit vergeten dat, als zij de Here Jezus om de doop met de Heilige Geest vragen, zij zullen ontvangen, wat zij Hem hebben gebeden. Jezus is getrouw. Maar net zoals de duivel Jezus na Zijn doop in de woestijn had verzocht, zo wil hij proberen ons te verzoeken. Met “ons” bedoel ik dan in het bijzonder diegenen, die oprecht naar de Geestesdoop zoeken. Laat u zich maar niet uit het veld slaan, volg de Bijbelse weg maar, die is: BEKERING – WATERDOOP – GEESTESDOOP.
Handelingen 2:38-39 (HSV): “En Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal.”
U zult dan ook spreken “met nieuwe talen”, of zoals het ook heet “met nieuwe tongen”. Wat de omstanders dan ook mogen zeggen, houdt u uw blik vooral maar op Jezus gericht. En weet u, als Hij u de Heilige Geest heeft geschonken, dan komt dit spreken in tongen (de zgn. ‘tongentaal’) weer vanzelf terug, net zo vele malen als u deze gave in het geloof claimt.
Doe wat de Bijbel u leert en “werp uw vrijmoedigheid niet weg”! Want… “een grote beloning” wacht ook u (zie Hebr. 10:35)!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

[1] Het spreken in “vreemde (of andere) talen” is ook een “taal uit een ander land spreken”, een taal die je zelf niet machtig bent, maar die Gods Geest door jou heen kan spreken (als Hij dat nodig acht), zodat buitenlandse toehoorders het kunnen verstaan. Lees Handelingen 2:4-12 en wordt overtuigd! Voor de ‘gewone’ Gemeenteleden, die geen buitenlanders zijn en dus die “vreemde taal” niet spreken, zal deze “vreemde taal” inderdaad een onverstaanbare taal zijn, die vertaald of uitgelegd moet worden, terwijl, als er wel buitenlanders zijn, en de spreker spreekt – door Gods Geest geleid – hun taal, deze buitenlanders natuurlijk wel gesticht zullen worden. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat de spreker door God naar het buitenland wordt geleid, om daar – als Hij dat nodig acht – in die “vreemde (of andere) talen” te spreken om zodoende tot zegen voor hun te zijn.
Meer hierover? Zie dan ook nog – op onze website
http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie “Onze aardse roeping: En u zult Mijn getuigen zijn”, van E. van den Worm.
Noot: Bij deze “vreemde (of andere) talen” wordt de tong door God bestuurt, en in die zin kan het toch ook weer “een tongentaal” genoemd worden, alleen al om het onderscheid te maken tussen het spreken van een andere (buitenlandse) taal die wij zelf, door studie, hebben aangeleerd.
[2] Zie noot 1.

donderdag 9 september 2010

Boekbespreking 16: Gods doel met de mens: Een eeuwige, heilige tempel van onze God…


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Gods doel met de mens
Wij, christenen, zijn geroepen om te worden gemaakt tot een eeuwige, heilige tempel van onze almachtige God en Vader. Want ons wezen (lichaam, ziel en geest) is als een vat, waarin Hij ten volle wil wonen en tronen (d.i. heersen/regeren in liefde).
Gen. 1:26a "En God zei: Laat Ons (Vader, Zoon en Heilige Geest) mensen maken naar Ons beeld, als Onze gelijkenis." (NBG)
De zondeval van Adam en Eva heeft God niet doen afzien van dit oorspronkelijke plan van Hem, maar heeft dit plan wel beïnvloed en wel zo, dat Gods Zoon – op Gods tijd – de hemel moest verlaten om op aarde deel te nemen aan de in de zonde gevallen mensheid om de zondeschuld van de mensheid te betalen door
• een menselijk lichaam aan te nemen dat, genetisch gezien, een nazaat is van David,
• en Zich over te geven tot de dood aan het kruis op Golgotha.
Na 3 dagen en nachten verrees Hij echter uit de dood en voer op naar de hemel, van waar Hij, gezeten op de hemeltroon aan de rechterhand van Zijn Vader, Middelaar kan zijn tussen God en mensen en van waar Hij de 7 Geesten van God, de Heilige Geest, kan zenden naar alle mensen. Gods Heilige Geest heeft nu Zijn op aarde volbracht werk uit te delen aan alle mensen, die zich tot Hem hebben bekeerd na een berouwvolle belijdenis van hun zonden.
Rom. 1:3 "(het Evangelie van God)… ten aanzien van Zijn Zoon, Die, wat het vlees betreft, geboren is uit het geslacht (in het Grieks: spermatos, d.i. het zaad, het DNA) van David." (HSV)
Hebr. 10:5-10 "Daarom zegt Hij (d.i. Jezus) bij Zijn komst in de wereld: Slachtoffer en spijsoffer hebt U (d.i. de Vader) niet gewild, maar U hebt voor Mij een lichaam gemaakt (SV: toebereid). Brandoffers en offers voor de zonde hebben U niet behaagd. Toen zei Ik: Zie, Ik kom – in de boekrol is over Mij geschreven – om Uw wil te doen, o God. Daarvoor had Hij gezegd: Slachtoffer en spijsoffer en brandoffers en offers voor de zonde hebt U niet gewild en hebben U niet behaagd, hoewel zij overeenkomstig de (Oudtestamentische) wet worden gebracht. Daarna sprak Hij: Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God. Hij neemt het eerste (nl. het oude verbond) weg om het tweede (het nieuwe verbond) daarvoor in de plaats te stellen. Op grond van die (d.i. Gods) wil zijn wij geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus, eens voor altijd." (HSV)
Hebr. 9:11-15 "Maar toen is Christus verschenen, de Hogepriester van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volkomen (d.i. hemelse) tabernakel gegaan, die niet met (mensen)handen is gemaakt, dat is: die niet van deze (aardse) schepping is (zoals de tabernakel van Israël). Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed voor eens en altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor (voor ons die, van nature, zondaren zijn) een eeuwige verlossing teweeggebracht. Want als de besprenkeling met het bloed van stieren en bokken en de as van de jonge koe de onreinen heiligt, zodat hun vlees rein wordt, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om de levende God (volmaakt) te dienen. En daarom is Hij de Middelaar van het nieuwe verbond, want Hij onderging de dood tot verzoening van de overtredingen die er onder het eerste (of oude) verbond waren, opdat de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen zouden." (HSV)
Joh. 3:16-18 en 36 "Want zo lief heeft God de (mensen van deze) wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar het eeuwige leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God. … 36 Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven; maar wie de Zoon ongehoorzaam is, die zal het (eeuwige) leven
niet zien, maar de toorn van God blijft op hem." (HSV)

Fase 1:
De genadevolle, Goddelijke schenking van de Heilige Geest als onze Leidsman en Trooster, om gedurende heel de genade-periode van ca. 2000 jaar te komen tot het waarmaken van Gods doel met de mensheid.
Vanuit Zijn hemeltroon zendt de hemelse Hogepriester (onze uit de dood opgestane Here Jezus Christus) de zeven Geesten van God, zijnde de Heilige Geest, uit naar alle landen.
Openb. 5:6 "En ik zag, en zie, in het midden van de troon en van de vier dieren (letterlijk: levende wezens) en in het midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met zeven horens en zeven ogen. Dat zijn de zeven Geesten van God, die uitgezonden zijn over heel de aarde." (HSV)

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER
.

zaterdag 24 juli 2010

Als hemelvlammen de aarde raken

.












De Geest, de volheid in Christus, het ontvangen van de heerlijkheid van God en het onszelf aanbieden aan Hem zijn vier elementen die onlosmakelijk aan elkaar zijn verbonden. De Geest voert ons naar Christus en Christus geeft Zichzelf als Zijn reactie op onze overgave aan Hem. Vervuld worden met de Geest en opgaan in Hem veronderstelt de beleving dat ik iets mis en dat Hij dat gemis aanvult. Dat doet Hij met Zichzelf, want de Geest is gericht op Christus. Dat is opwekking! En waar Pinkstervuur brandt, brandt Christus en gaan we spontaan overvloeien. Lofprijzing is dan niet beperkt tot het half uur van aanbidding tijdens de dienst, maar uitgebreid tot levensstijl.
De hemelse wijn maakt de tongen los. We schaamden ons eerst voor het Evangelie, maar nu dringt de liefde van Christus ons en verkondigen wij deze liefde. We worden dronken in Christus. We worden dronken in Zijn liefde. Dat mag, want de Geest wil uitbundigheid. "Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben" (Joh. 10:10b). Dat schenkt de Geest (van God). Het is ook de Geest Die ervoor zorgt dat deze overvloed naar buiten komt: "Laat mijn mond vervuld worden met Uw lof en met Uw heerlijkheid, de hele dag" (Ps. 71:8). De Geest doet ons aan God genoeg hebben. Zodat we echt voldaan zijn. Zodat we gaan zitten en met vrede in vreugde opgaan in de glorie van God.
Dat is niet slechts een mystieke roes, want daarin ligt het gevaar van bandeloosheid. Ik moet dan denken aan bewegingen die de neiging hebben de Heilige Geest los te trekken van het Woord en van de Vader met Zijn Zoon. Dit gaat dieper. De overvloedige volheid van Gods Geest geeft de meest intense vrede en blijdschap. Geen aardse taal kan dit beschrijven. Het gaat alle verstand te boven. Het is hemels, aanbiddelijk, verrukkelijk! Wanneer de vrede van Christus regeert in ons hart (Kol. 3:15), verstaan we iets onoverwinnelijks, wat Pilkington zo treffend als volgt beschreef: "Jaren geleden werd één van onze vloten uiteengeslagen door een hevige storm. Het bleek echter dat enkele schepen niets te lijden hadden gehad onder het geweld. Ze waren in 'het oog van de orkaan', zoals zeelui dat noemen. Terwijl alles om hen heen verwoesting was, waren zij veilig. Zo is het met hem die de vrede Gods in zijn hart heeft."
Op de Pinksterdag sloegen de hemelvlammen van Gods liefde naar de aarde over! Een geweldige liefdesbrand werd in de harten van de discipelen ontstoken. Het Pinkstervuur doorgloeide hen. Lukas getuigt ervan in Handelingen 2: "En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En er werden door hen tongen als van vuur gezien, die zich verspreidden, en het zette zich op ieder van hen" (de verzen 2 en 3). De vlammen sloegen hen boven het hoofd uit. Daar stonden ze: levend "in brand", als getuigen van God! De mannen gingen uit en lieten het hele rijk schudden op haar grondvesten.
Het is het verlangen van mijn hart dat de Kerk van Jezus Christus in onze dagen in haar eerste glorie zal staan. Dit verlangen stuit op weerstand, omdat hier een prijskaartje aanhangt. Dat heeft ermee te maken dat het Pinkstervuur van God een heilige brand is. Al het onze moet er eerst aan. Pas vanaf het moment dat dàt in vlammen opgaat, ontsteekt de Heilige Geest een liefdesbrand en zal de Gemeente van Christus ‘geuren en kleuren’ als een helder baken. Zal ze impact hebben in onze naties.
Gelet op het beschikbare in de Pinksterfontein van Christus moesten de vlammen wel boven onze huizen uitslaan. De Pinksterfontein vloeit op dit ogenblik! Onophoudelijk! Waarom heeft de Gemeente van Christus dan zo vaak niet de passievolle geestdrift van Pinksteren? Omdat ze niet in de stroom staat misschien? Immers: hoe kan de vlam boven het dak van Zijn Gemeente uitslaan, als er onder het dak niets aanwezig is?! Lopen we weg door de geestdrift te doden met zinloos tijdverdrijf, jacht naar geld en eer, goddeloos gebruik van televisie en internet en het stellen van menselijke producten boven dat wat God ons leert door Zijn Woord? Of gaan we op in onze activiteiten, resultaten en zegeningen in plaats van in Hem? Eens vroeg ik op een samenkomst: we bidden zo vaak om het vuur vanuit de hemel, maar zijn we er eigenlijk wel klaar voor?
"Hem nu Die machtig is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkt, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen." (Ef. 3:20-21).

15-6-2010 bron: John Kamphuis
Overgenomen van het CIP (
Christelijk Informatie Platform)

Noot van A. Klein:
Bovenstaand artikel, alweer van iemand waarvan ik nog niet eerder iets had gehoord of gelezen, vond ik zo goed en duidelijk geschreven dat ik besloten heb het op ons weblog te plaatsen.
Wij willen u graag nog op enkel studies op onze website http://www.eindtijdbode/ wijzen die dieper ingaan op onderwerpen die hierboven aan de orde komen, zoals:

1. “
De Gever en Zijn Gaven (Deel 1 – over de DOOP met Gods Heilige Geest)", van CJH Theys, op ons weblog vanaf 10-5-2010 (elke maand een hoofdstuk).
2. “
De natuurlijke mens en de Heilige Geest”, van CJH Theys.
3. “De ‘
Spade Regen opwekking’ (over de UITSTORTING van de Heilige Geest)”, van H. Siliakus, op ons weblog van 24-4-2010.
4. “
De volmaaktheid in Christus op aarde, in de eindtijd” van E. van den Worm.
5. “
De uiteindelijke, Goddelijke HEERLIJKHEID van de ware Gemeente van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeente” van E. van den Worm.
6. “
De werkingen van de Geest in de eindtijd”, van E. van den Worm.

Als hemelvlammen de aarde raken - Gods Geest en heerlijkheid IN ons

maandag 24 mei 2010

Hoe verder NA Pinksteren ?

.
















De HEILIGHEID van de Heilige Geest
Daar het nu Pinksteren is, lijkt dit mij een goede gelegenheid om eens stil te staan bij bovenstaande vraag: “Hoe moet het verder NA Pinksteren?”
Als het Pinksterfeest ter sprake komt, is doorgaans de eerste gedachte: uitgaan en werken voor de Heer. Velen spreken van het “zendingsfeest”. Natuurlijk denken wij bij het woord Pinksteren ook aan opwekking. De uitstorting van Gods Geest brengt een grote geestelijke beweging tot stand. Daarmee begint het. Dat betekent grote ijver en vurigheid van geest, die maken dat wij niet stil kunnen blijven zitten, maar MOETEN uitgaan en getuigen van Jezus. Maar wat bij alle geestdrift en activiteit vaak en snel vergeten wordt, is, dat de Geest van God, Wiens feest het is, allereerst genaamd wordt de HEILIGE Geest! Als de 3 “Personen” van de Goddelijke Drie-eenheid (beter gezegd: de 3 Openbaringsvormen van God – zie noot[1]) tezamen genoemd worden, wordt er altijd gesproken van “de Vader, de Zoon en de HEILIGE Geest”. Dit leert ons, dat een wel zeer voornaam kenmerk van deze Geest Zijn HEILIGHEID is! Hier wordt zelden bij stilgestaan en dus worden er dikwijls ernstige misstappen begaan. Reeds in de eerste Pinkstereeuw gebeurde het, dat men al spoedig vergat, dat de Geest Welke Zich zo wonderbaar manifesteerde, de HEILIGE Geest is. Denk maar aan de droevige geschiedenis van Ananias en Saffira (lees Hand. 5:1-11). Een ander voorbeeld vinden wij in de Gemeente te Korinthe. In de twee brieven van Paulus aan deze Gemeente lezen wij over zonde en wanordelijkheid waardoor het gemeenteleven daar gekenmerkt werd. En ook vandaag de dag zien wij in de Gemeente, dat, op zijn zachts gezegd, onvoldoende beseft wordt, dat wij met de HEILIGE Geest te maken hebben.
“Hoe moet het verder na Pinksteren?” Aan de hand van het boek Haggaï willen wij een antwoord op deze vraag geven.

Een onafgebouwd huis
De ijver en het enthousiasme van de kinderen Gods is vaak erg oppervlakkig. Het heeft doorgaans zo weinig diepgang. Het is vaak niet of niet meer de “eerste liefde” (d.i. de vurige liefde tot God en Zijn gebod). Uit de boodschap aan de Gemeente te Efeze (zie Openb. 2:1-7) kunnen wij opmaken, dat de “eerste liefde” niet een onweerstaanbare en onstuitbare drang tot arbeiden is, maar een ijveren en verlangen om te zijn zoals de Heer van ons wenst. Volmaakt te (willen) zijn voor Hem! In het boek Haggaï wordt ons aanschouwelijk voorgesteld wat het is, want dit boek is eigenlijk een boeteprediking vanwege het ontbreken en het verlaten van de “eerste liefde”. Op felle wijze wordt door Haggaï de laksheid en de onverschilligheid van Gods volk gehekeld ten aanzien van het Huis des Heren. Het Huis is niet “af”!
Twee dingen zijn van belang om op te merken:
1. Het eerste is, dat het “laatste Huis”, waarover het hier gaat, de Nieuwtestamentische Gemeente is. Het eerste Huis was gemaakt van hout en steen, het tweede of laatste Huis is de “Tempel van levende stenen”[2]. Van deze tweede tempel zegt de Here in Haggaï 2 vers 10 (HSV): “De heerlijkheid van dit toekomstige (SV: laatste) huis zal groter zijn dan die van het eerste”[3]. Deze voorzegging betrof niet de tempel die men in Haggaï’s tijd bouwde, want die overtrof de eerste tempel – door Salomo gebouwd – niet in schoonheid. God spreekt hier namelijk van de nieuwe (tijds)bedeling[4]. De tempel van Zerubbabel – zoals men de tempel noemt die in Haggaï’s dagen gebouwd werd – is een typebeeld en voorafschaduwing van dit “laatste Huis”.
2. Verder moeten wij opmerken, dat deze tweede tempel hier al is opgericht en de bouw ervan reeds begonnen, zodat wij kunnen zeggen, dat het hier de tijd betreft van NA Pinksteren. Want met Pinksteren – waarmee wij hier de ‘Vroege Regen uitstorting’[5] van de Heilige Geest bedoelen, beschreven in Handelingen 2 – is de Nieuwtestamentische Gemeente gesticht. Het gaat derhalve over ONZE tijd! De bouw van het Huis Gods is al in een gevorderd stadium, maar nu ligt hij stil. Dit is de toestand als Haggaï begint te spreken (vergelijk Ezra 5). Maar is dit niet precies ook de toestand waarin de Gemeente des Heren zich vandaag de dag bevindt?! Het algemeen gevoelen van kinderen Gods in onze tijd – wat het geestelijk leven betreft – is te omschrijven als: “Zo is het wel genoeg”. Geestelijke groei vindt men niet langer (zo) noodzakelijk. Men is vooral met de zichtbare en de aardse dingen bezig. Men leeft voor zichzelf, evenals de Joden in Haggaï’s tijd. Hoe het Huis des Heren er geestelijk bij staat, kan ze niet schelen. Maar God wil geen onafgebouwd Huis. Hij wil een VOLMAAKTE Tempel![6] Wanneer Jezus wederkomt, wil Hij een Gemeente (d.i. dan de Bruid of Bruidsgemeente) aantreffen, die “zonder vlek of rimpel of iets dergelijks” is (zie Ef. 5:27)!! De voltooiing van deze “Tempel” is de voleindiging van de heiligmaking.

Heilige ijver
Indien onze ijver voor het Huis des Heren gering of aan het afnemen is, laat ons dan onszelf ONDERZOEKEN! En zij die vinden, dat zij zo ijverig bezig zijn, dienen zich af te vragen of hun ijver wel een HEILIGE IJVER is. Verlangen wij naar de voltooiing van dat Huis, de volmaking van de Gemeente (waarmee dus de Bruid of Bruidsgemeente wordt bedoeld), en willen wij ons DAARVOOR inzetten? Want hier gaat het om.
De apostel Paulus schreef: “Ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb u toebereid, om u als een REINE MAAGD aan een man voor te stellen, namelijk aan Christus” (2 Kor. 11:2, SV). Het is bedroevend om te zien, dat velen werken voor het Koninkrijk van God, zonder zich veel te bekommeren over het plan van God met Zijn Gemeente. Ook is er veel gezapigheid en zelfgenoegzaamheid onder de kinderen Gods. Zij wonen in hun “fraai overdekte huizen” (zie Hagg. 1:4, HSV). Heel vaak blijkt van toepassing: in de Geest begonnen, maar in het vlees geëindigd. Men neemt het niet zo nauw met Gods geboden en men denkt: “Ach, de Heer vergeeft het mij wel en Hij begrijpt het wel”.
Dat wij toch meer gaan beseffen, dat Gods Geest niet ‘alleen maar’ Zijn Geest is, maar vooral Zijn HEILIGE Geest! En deze Geest wijkt uit ons leven, als daar geen HEILIGMAKING is.
Lees wat God Zijn volk verwijt in Haggaï 2 vers 15 (HSV): “En zo is al het werk van hun handen. Wat zij daar aanbieden (SV: offeren), ONREIN is het!” Offers brengen voor de Heer is niet voldoende; er moet ook heiligmaking zijn! Het “Huis” (de “Tempel”) moet worden afgebouwd, vervolmaakt.
Wanneer wij geen acht slaan op Jezus’ verlangen om éénmaal een vlekkeloze, volmaakte Bruidsgemeente te ontmoeten, raken wij in de wateren van Laodicea verzeild. God zal ons uitspuwen! En als wij niet oppassen, zal het met ons net zo gaan als met Ananias en Saffira eertijds (zie Hand. 5:1-11).
Wie de heiligheid negeert van de Heilige Geest, zal er uiteindelijk toe komen om deze Heilige Geest te bedriegen!
Even terzijde: Ananias en Saffira kwamen mede tot hun zonde, omdat zij ‘eer uit goede werken’ nastreefden. Pas op voor werkheiligheid. Zoek de “eerste liefde” (de vurige liefde tot God en Zijn gebod)!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

H. Siliakus[7]

[1] In Deut. 6:4 staat: “Luister, Israël! De HERE, onze God; de HERE is één! (dus één Persoon!) (HSV).
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (d.i. geslagen) (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een EENheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit drie personen bestaat, is een dwaling. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
1. de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
2. de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
3. de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest.
• Zie eventueel – op onze website
http://www.eindtijdbode.nl/ – ook nog de studie: “De natuurlijke mens en de Heilige Geest” van CJH Theys.
[2] Zie eventueel op onze website de studie: “Geroepen om te worden gemaakt tot Gods doel met de mens:
een eeuwige, heilige tempel van onze almachtige God en Vader” van E. van den Worm.
[3] Zie eventueel op onze website de studie:
“De uiteindelijke, Goddelijke HEERLIJKHEID van de ware Gemeente/Kerk van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeente/ Kerk” van E. van den Worm.
[4] De nieuwe (tijds)bedeling = De periode die de verhouding tussen God en mens NA Christus’ (1ste) komst aangeeft.
[5] De ‘Vroege Regen’ is het beeld is van de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag (zie Hand. 2), en was nodig voor het ontstaan van de Nieuwtestamentische Gemeente. Terwijl de ‘Spade (of Late) Regen’ het beeld is van de uitstorting van de Heilige Geest in de eindtijd (zie Joël 2:23b en 28-29), en dit is nodig om nog vele zielen te kunnen winnen voor Christus (zie o.a. Matth. 24:14).
[6] Zie noot 2.
[7] Uit het blad ‘De Tempelbode’ van juni 1987. Enigszins bewerkt door A. Klein

vrijdag 9 april 2010

Boekbespreking 6: De natuurlijke mens en de Heilige Geest


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar C.J.H. Theys[1],
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Een kort woord vooraf van de schrijver
Ieder mens heeft zijn eigen zwakheden en gebreken. Daarvandaan dat de Here Jezus gezegd heeft, dat de mens “wedergeboren” moet worden. Alleen deze Schriftuurlijke wedergeboorte vormt de inleiding tot het ontvangen van de doop met de Heilige Geest. Daar is géén andere weg (zie Joh. 7:37-39). De wedergeboren mens wordt dan een kind van God, Die hem Zijn Goddelijke natuur mededeelt (schenkt). Dit schenken van die Goddelijke natuur is een soevereine daad van God. Door de Geest en het Woord wordt deze als het ware “ingeplant”. Zoals de mens door zijn natuurlijke geboorte deel kreeg aan de gevallen en van God vervreemde natuur, zo krijgt hij door de wedergeboorte deel aan de Goddelijke natuur. Hieronder volgen Schriftplaatsen uit de Statenvertaling[2] van de Bijbel. Het Woord van de levende God zal ons tenslotte moeten overtuigen als instrument van de Heilige Geest. Het is de Heilige Geest Die bovennatuurlijke kenmerken kan brengen in het leven van de wedergeboren mens. Uitgaande van zijn natuurlijke schepping is ieder mens een eigenaardig en merkwaardig “mengsel van sterke, maar òòk van zwakke kanten”. In totaliteit vormen deze zijn karakter. Van menselijke kant is daar niets aan te doen. Daarom roept een liefdevolle God de mens tot “bekering”; hij moet zich tot God wenden, zich naar God toekeren, Die Zijn bemoeienissen zal voortzetten en in kracht zullen doen toenemen. De mens wordt alsdan “klaargemaakt” voort een “nieuw leven”, waarin de Heilige Geest de leiding neemt zolang als de mens zich aan Hem wil onderwerpen. Deze brochure wil er toe dienen meer duidelijkheid te brengen in deze hoogst interessante en voor het geloofsleven hoogst belangrijke zaak. Moge de Here van hemel en aarde Zijn onmisbare zegen schenken aan de inhoud – deze is de bede van de schrijver. Hem zij de glorie! Amen.

Inleiding
Nu al moet het duidelijk zijn, dat Christus “DE Bron”, DE Oorsprong” is, en dat het nieuwe leven dezelfde hoedanigheden en karaktertrekken kent als in Christus… dezelfde vreugden en dezelfde verlangens. Dit leven kan daarom alleen vrij tot uiting komen, kan zich enkel vrijelijk demonstreren (openbaren) als het kan werken zoals het destijds in Jezus Christus werkzaam was toen Hij in Zijn rondwandeling hier op aarde was. Daar zijn nog altijd mensen die zeggen, dat wij, in deze moderne wetenschappelijke en technisch-hoogstaande eeuw, in geheel andere omstandigheden verkeren dan in de dagen van Jezus Christus. Toegegeven, in zekere zin is dit ook zo, als wij alleen maar acht geven op al die hypermoderne vindingen en als wij enkel letten op en kijken naar alle gemakken. Maar niettegenstaande dit alles, is de menselijke natuur, het menselijke karakter, in de onderlinge relaties en verhoudingen met medemensen helemaal niet verandert; en in diezelfde omstandigheden openbaarde zich de Goddelijk natuur in Jezus Christus, toen Hij onder de mensen leefde.
Laten wij nu eens eerlijk deze zaken bekijken: Juist in deze “menselijke verhoudingen” vinden wij het gebied, waar de Goddelijke natuur werkzaam is in de levens van Gods kinderen, en dat ten behoeve van God in de allereerste plaats en direct daarna van de medemens(en).
Het is daarom een hóógst belangrijke zaak om deze niet-te-weerleggen waarheid van de Goddelijke natuur duidelijk in te zien!! Want zonder wedergeboorte, zonder deze Goddelijke natuur, is blijvende zaligheid niet mogelijk…
“Als iemand niet (SV: TENZIJ dat iemand) opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God NIET ZIEN… Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God NIET BINNENGAAN” (Joh. 3:3b, 5b - HSV).
Wie “uit God geboren is”, is door die (weder)geboorte in een eeuwige verhouding met God gebracht. Hij kan alsdan deel hebben aan Zijn eeuwige Goddelijke natuur – aan Zijn eeuwig leven. De karaktertrekken, de kenmerken, van dit Goddelijk leven zijn “heiligheid en liefde”. Een wedergeboren leven vindt haar diepste bevrediging in een volkomen dienstbaarheid aan God en de medemensen.
Zùlk een mens kan dan ook alleen maar intens-gelukkig zijn, als hij/zij dit soort leven leeft, omdat alleen in zulk een leven de Goddelijke natuur zich zal ontplooien naar haar aard en het Goddelijk karakter zal groeien (toenemen) tot eer en verheerlijking van de Here Jezus Christus.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-8-2009. KLIK HIER
[2] Daar waar in deze studie de Bijbelteksten vermeld staan heb ik deze, voor uw leesgemak, zoveel mogelijk omgezet naar “de herziene Statenvertaling” (de deeluitgave uit 2006 – afgekort HSV). (noot AK)

dinsdag 9 maart 2010

Boekbespreking 4: Leer bidden

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar C.J.H. Theys[1],
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleiding:
Onze warenhuizen puilen uit... vele en velerlei producten zijn er te vinden. Ze zijn alle voor geld te koop. Dat is tenminste “tastbaar”, en daar kan men iets mee doen. Logisch toch!? Maar met een gebed?? Voor velen betekent bidden: “alleenspraak”, inbeelding, ja zèlfbedrog. Hebben zij gelijk??? Of hebben zij door zo te denken iets prijsgegeven dat van zeer grote waarde is?!?
Bidden is een “begrip” dat bij de mens past! Het is de natuurlijkste zaak van de wereld dat kinderen met hun ouders “praten”. Zo heeft de mensheid een oorsprong... JEZUS CHRISTUS HEEFT ONS DICHTERBIJ GOD GEBRACHT, om ons te laten zien dat God ònze Vader is. Daarom is ons gebed géén alleenspraak. Wij kunnen met onze vreugden, met onze zorgen, met onze moeilijkheden, ja met heel ons leven (toch heel wat) tot God gaan, zoals kinderen naar hun vader. Maar echt bidden moeten wij leren, aanleren. Zó was en is het ook met het praten.
Wij spreken dagelijks – daarom verleren wij het niet. Bidden is iets dergelijks. Toen de discipelen tot Jezus kwamen en Hem vroegen: Heer, LEER ONS BIDDEN”, ging de Here daarop in. Hoe? Hij LEERDE hen toen ter tijd een (wat wij willen noemen) “gebedspatroon”, namelijk: het ONZE VADER... Eenvoudig opgesteld, gemakkelijk te onthouden, alles omvattend wat in een gebed naar voren moet komen.
Het gebed krijgt en heeft waarde niet door lengte, duur of vorm. Inhoud en instelling van degene die bidt zijn belangrijk. De vorm is niet overbodig, maar ze mag de inhoud nooit overheersen. Jezus verzette Zich tegen alle geleerdheid of vertoon van kunstzinnigheid in het gebed. Het zinloos gebrabbel van velen, in het bijzonder van heidenen is waardeloos.
Vaak ging Jezus naar eenzame plaatsen om daar met Zijn Vader te spreken. Met dezelfde ernst en innigheid moeten òòk wij met God spreken. Maar wanneer moeten wij dan bidden?? De apostel Paulus zegt in 1 Thessalonicenzen 5 vers 17: Bidt zonder ophouden”. Het gaat dus méér om een “levenshouding” dan om een vorm. De profeet Daniël bad drie maal op een dag. Doch elk ogenblik van de dag is geschikt om te bidden.
Om beter in het gebed tot onszelf ingekeerd te kunnen zijn, moeten wij de “voorwaarden” niet vergeten.
Wat kunnen wij tegen God zeggen?? Hem allereerst in het gebed danken (zie Ps. 103). Hem als Schepper eren en aanbidden (zie Hand. 4:24). Hem vertellen, dat wij Hem liefhebben zoals kinderen hun vader (zie Gal. 4:6). …

Overwinning: uiteindelijk doel
Indien er iets is in de Bijbel, dat duidelijk en helder is, dan is dat wel, dat God van ons verlangt, dat wij een overwinningsleven zullen kennen. Overwinning over zonde, ziekte, en straks zelfs de dood.
Wij zullen allereerst (en dat in de loop van de beschouwingen) de eerste overwinning samen bekijken, en vervolgens de andere. Het was de strekking van het Oude Testament, doch vele malen herhaald in het Nieuwe Testament: Wees heilig, want IK BEN heilig (zie o.a. Lev. 11:44-45, 19:2 en 20:7).
Het zou voorzeker slechts “een halve redding” zijn, indien Christus wèl de macht had om onze zonden te vergeven, nadat wij die begaan hebben, maar ons niet zou kunnen beschermen (bewaren) tegen de macht van de zonde, op het ogenblik van de verzoeking zelve!
Zouden wij ooit “méér dan overwinnaars” genoemd zijn, indien de volkomenheid slechts voor ons was weggelegd in de hemel, waar alle verzoeking wegvalt, indien God niet bereid was ons op het ogenblik, dat wij tegenover de verzoeking staan, te bewaren; hier en nù, in deze tegenwoordige wereld, waar wij overwinning in beproeving en verzoeking zo zéér behoeven? Ons wordt verteld, dat het Zijn uitgedrukte wil is, dat wij: “Matig en rechtvaardig en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld” (Tit. 2:11-12).
Dit wordt ons niet voorgehouden als een “theoretisch ideaal” (beslist niet!); maar wij mogen in de leerschool van het gebed en onder de eminente (d.i. voortreffelijke) leiding van de Heilige Geest Zelf komen tot overwinning; zelfs zó, dat God ons tot Zijn getuigen kan maken.
Wij zijn niet geroepen om een onbereikbare bergtop te bereiken, waar nog nooit een mensenvoet gestaan heeft; maar om zèlf te kunnen uitroepen: “Gij zijt getuigen EN GOD, hoe heilig en rechtvaardig en onberispelijk wij u, die gelooft, geweest zijn” (1 Thess. 2:10). En dit geldt heus niet alleen voor de apostel, want er staat geschreven: “Want dit is DE WIL VAN GOD, uw heiligmaking (1 Thess. 4:3). Voorts ook nog: “En de God van vrede Zelf heilige u geheel en al; en uw geheel oprechte geest, en ziel en lichaam, worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onze Here Jezus Christus” (1 Thess. 5:23). “Die het ook doen zal” (1 Thess. 5:24b). Want “de Here is getrouw” (2 Thess. 3:3a).
Indien dit dan GODS DOEL is, waarom behalen wij dan niet altijd deze overwinning? In de leerschool van het gebed zullen wij ons achtereenvolgens bezig houden met de beschouwing van: de OORZAKEN VAN ONZE HERHAALDELIJKE NEDERLAGEN, en de VEREISTEN VOOR OVERWINNING over zonde en ziekte.

Tot zover de 'Boekbespreking'. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-8-2009. KLIK HIER


---------------------------------------------------------------------------------------------
De invloed van de kerk op de wereld

  • "Roep het Lichaam van Christus op terug te keren tot haar kerntaak: de verkondiging van het Heil en het wegrukken van zielen uit de hel."

  • "Omschrijf in één zin het allerbelangrijkste wat u de rest van uw leven zou willen doen."

  • "Het probleem vandaag onder christenen is dat velen niet meer in de hel geloven."

Zomaar 3 uitspraken van de Indiase zendeling K.P. Yohannan in zijn boek ‘Revolution in World Missions’.
U kunt een korte samenvatting van dit boek lezen in 'DIRKs visie' van 5 maart 2010, te vinden op www.dirkvangenderen.nl

Het boek - Revolution in World Missions - kunt u GRATIS aanvragen op de website http://www.gfa.org/
(of er een PDF van het boek downloaden).
Het boek (of de PDF) is echter alleen in het Engels te verkrijgen.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

dinsdag 9 februari 2010

Boekbespreking 2: Onze aardse roeping: “En u zult Mijn getuigen zijn”



Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm[1],
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.


U bent het licht van de wereld (volgens Mattheüs 5:14)
Behalve de zoutvorming – wij moeten namelijk “het zout van de aarde” worden (zie Matth. 5:13) door de hand des Heren, waarmee “de NIEUWE MENS in Christus” wordt bedoeld – moeten wij ook “het licht van de wereld” worden (zie Matth. 5:14). Deze beide werkingen geschieden door de zalving van de Heilige Geest, op grond van ons geloof in en onze (volkomen) overgave aan Christus.
Deze zoutvorming is een inleidende werking om ons (geestelijk) gereed te maken, want ons leven moet in overeenstemming zijn/komen met de wil van God. Wij zijn weliswaar als zondaren geboren, maar we moeten – door de werkingen van de Heilige Geest IN ons – verlost worden van ons zondig “ik”-leven en worden omgevormd tot wij het wonderlijke “Jezus-leven”, de zgn. “Christus-natuur”, ontvangen hebben in ons hart en leven.
Daarnaast heeft de zalving van de Heilige Geest ook tot doel om ons te vormen tot een (waarachtig) getuige voor onze medemensen, zodat wij anderen – door de kracht van de Heilige Geest – kunnen brengen in de cirkel van Gods genade. Veel christenen getuigen alleen of voornamelijk in de Gemeente (of Kerk) waartoe zij behoren, maar we moeten niet alleen in de Gemeente getuigen, maar – des te meer – in de wereld daar buiten. Die wereld is dus de voornaamste plaats, ons voornaamste arbeidsveld, onze akker. Want, wij moeten uit die wereld mensen zien te trekken en hun leren om open te (gaan) staan voor het leven van Jezus, voor de genade van Jezus Christus. Dat wordt er dus bedoeld met “licht” verspreiden. En, ook dit is een werking van de zalving van de Heilige Geest. Want zonder de kracht van de Heer – die in en door ons heen werkt met Zijn Geest – is er geen (waarachtig) getuigenis mogelijk. Want de wereld is in de macht van ‘de boze’, in de greep van satan en als wij dus in eigen kracht proberen te getuigen, dan lachen ze ons uit, dan houden ze ons voor een beetje simpel of zoiets, want de wijsheid van God is dwaasheid voor de wereld.
Conclusie: wanneer we niet IN en DOOR de kracht van de Heilige Geest van Jezus getuigen, heeft het geen enkele (eeuwigheids)waarde.
We gaan nu eerst de verzen 14 t/m 16 uit Mattheüs 5 lezen:
U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard (SV: kandelaar), en hij schijnt voor allen die in het huis zijn. Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.”
Nogmaals: de verspreiding van dit (goddelijk) “licht” in die wereld is dus een onmogelijke taak in de eigen kracht van de mens. Er is in de mens zelf geen mogelijkheid om dit licht te verspreiden. Want Jezus zegt Zelf: "…Ik ben het Licht der wereld" (zie Joh. 8:12a) en het is Jezus Die – door de werking van de Heilige Geest in ons – dit “licht” door ons heen doet schijnen. Zonder de werking van Jezus – door de zalving van/met Zijn Heilige Geest – is er dus geen lichtverspreiding mogelijk. Ook niet door de zgn. “goede werken” die wij doen. Het moeten ook geen (goede) werken zijn die WIJ (vanuit onszelf) doen. … Het werk, de taak, moet door de Geest van God gedreven zijn. Om dit te bewijzen gaan wij naar Handelingen 1 vers 8:
“maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult (dan, daarna) Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.”
Het getuigen van Jezus – dus: een waarachtig getuige van/voor Hem zijn – komt dus pas NA die bekrachtiging door de Heilige Geest. Eerst moet namelijk de kracht van de Heilige Geest over ons komen en pas daarna kunnen wij, als een waarachtig getuige, van Hem getuigen.
Men denkt over het algemeen te lichtvaardig over het wachten “in de opperkamer van onze geest” op deze kracht, op deze zalving. Laten wij daarom – biddende – blijven vragen om die wonderlijke krachten van de Heer, totdat Hij binnenkomt; laat Hem – in en door ons heen – Zijn werk doen en dan kunnen wij (waarlijk) getuigen van de Here Jezus. Want, wij zijn allemaal geroepen om te getuigen van Hem. Geroepen om de wereld te vertellen dat Hij opgestaan is, dat Hij een levende Heiland is en dat Hij een Helper is onder alle omstandigheden van het leven. Al onze problemen lossen als het ware op (omdat Hij die voor ons draagt) als wij die in Zijn handen leggen. Dan zullen de satanische krachten en machten in ons hart en leven teniet gedaan worden door ons geloof in Jezus Christus, en door onze overgave aan Hem.
De inwoning van (en dus de vervulling met) de Heilige Geest is dus hard nodig, want het is de enige manier waardoor wij echt een getuige van Hem kunnen zijn, waardoor wij waarlijk (Zijn) “licht” kunnen verspreiden. Dan zullen wij niet alleen maar praten over de Heer (want het Evangelie bestaat niet alleen maar in woorden), maar vooral handelen IN en DOOR Zijn kracht. Dat kunnen wij hieronder ook lezen (in 1 Kor. 2:4-5). Onze prediking, onze onderwijzing, moeten gedreven zijn door de Geest van God willen ze eeuwigheidswaarde hebben.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER

donderdag 24 december 2009

Voorbereidingen voor Zijn komst

.















Jezus’ komst aangekondigd
Opnieuw naderen we (weer) de tijd van het jaar waarin de gehele “christelijke” wereld de geboorte van de Here Jezus, de Zoon van God, herdenkt.
Toen de Zoon van God – nu alweer bijna 2000 jaar geleden – naar deze wereld kwam, verordineerde God, dat er iemand zou zijn, die Zijn komst zou aankondigen en die de weg zou bereiden voor Zijn glorieuze bediening (op aarde). En die “wegbereider” was Johannes de Doper.
God heeft ook bepaald, dat Zijn Zoon andermaal (d.i. voor de 2de keer) naar deze aarde zal komen en opnieuw heeft Hij Zich een “stem” verkozen om een volk gereed te maken voor deze 2de komst (d.i. de wederkomst) van Zijn Zoon. De donkere schaduwen van oorlog, hongersnood, pestilentiën en onrust ontwaren wij overal. Tegen deze achtergrond is er voor ons des te meer reden om ons te verheugen over de (weder)komst van Hem, Die het Licht der wereld, de Vredevorst en de Verlosser voor de mensheid is.
Johannes de Doper was de voorloper (of wegbereider) van de Here Jezus toen Hij kwam als “het Kind van Bethlehem”. Nu wordt de Heilige Geest echter uitgestort over een (gelovig) volk, vergaard uit alle windstreken, dat geroepen is om de voorlopers (of wegbereiders) te zijn voor Jezus’ wondervolle WEDERKOMST.[1]
 

De “schoot” van de opwekking
Johannes de Doper werd geboren uit godvruchtige ouders, die de wegen des Heren liefhadden (zie Lukas 1:5-6)[2]. Zacharias en Elizabet “waren beiden rechtvaardig voor God en wandelden onberispelijk volgens alle geboden en rechten van de Heren”. Ook vandaag-de-dag zoekt God harten die – in heiligheid en waarheid – voor Hem willen leven, opdat Hij de opwekking van de laatste dagen (de zgn. Spade-Regen-opwekking)[3] kan zenden. Vele jaren lang hadden Zacharias en Elizabet verlangd naar een zoon. Hoe waarlijk verlangen (ook) vandaag-de-dag vele harten naar een machtig bezoek van Gods Geest[4] in kracht en heerlijkheid! En God hoorde de hartekreet van dit mensenpaar. Toen alle natuurlijke hoop was vergaan, gaf Hij hen de vreugde van hun leven – een zoon, de heraut[5] van God, DE Koning. Zo hoort God heden ook het schreien van ùw hart en alhoewel alle aardse hoop misschien vervlogen is (of lijkt), Hij blijft getrouw! Hij ZAL Zijn Geest uitstorten over harten die waarlijk “hongeren en dorsten” naar Hem, want… Hij heeft een opwekking beloofd voor het laatste der dagen!

Weinig ware godsvrucht
In de dagen voor de 1ste komst van Christus was er een groot tekort aan waarachtige aanbidding en aan waarachtig dienen van de Heer. In de tempel, op de berg Sion, werd een ceremoniële godsdienst beoefend. De Farizeeërs waren eigengerechtige en geveinsde “gelovigen”. De Sadduceeërs waren de rationalisten[6] van die tijd. Zij loochenden het bovennatuurlijke en trachtten het dienen van God geheel in het menselijke vlak te trekken. Maar Zacharias en Elizabet bleven trouw aan de Heer en aan Zijn geopenbaarde Woord. Vandaag-de-dag zien wij dezelfde dingen. In de godsdienstige wereld zien we de moderne Farizeeër in zijn mantel van trots en we zien de modernist, die alles wat bovennatuurlijk is in het Woord van God probeert weg te nemen. Maar te midden van dit alles heeft God een (gelovig) volk dat Hem trouw blijft. Zij geloven Zijn Woord en weten, dat Hij Zijn beloften zal vervullen.

Bij het gebedsaltaar
Zacharias stond bij het reukofferaltaar[7] toen hem de komst van zijn zoon, Johannes de Doper, werd aangezegd door de engelachtige boodschapper. God zag Zijn getrouwe dienstknecht bij het gebedsaltaar. Het vuur was op het altaar en de wolk van reukwerk steeg op tot God. In deze wolk verscheen plotseling een bovennatuurlijke openbaring, want… Zacharias zag een engel des Heren. Vandaag-de-dag gebeurt (nog steeds) hetzelfde. God hecht er namelijk grote waarde aan, wanneer wij de tijd nemen om te bidden[8] en Hem te zoeken. Het “reukofferaltaar” of “gebedsaltaar” (waar men God aanbidt “in geest en waarheid” – zie Joh. 4:23) is de plaats van Goddelijke openbaring. Het “vuur van God” moet op het altaar van onze harten zijn (of komen). In de wolk van het reukwerk – door het bidden in de Geest – zal God ons geheimenissen openbaren waarvan deze wereld in het geheel geen weet heeft. Hij zal tot ons spreken over de voorbereidingen voor de (weder)komst van de Koning! In onze dagen zal God Zich op wondervolle wijze openbaren, om de mensen – in geestelijke zin – wakker te maken[9] en te waarschuwen dat de (weder)komst des Heren[10] nabij is.

De getuigen van de Heer
De Here openbaarde (door een engel – zie Luk. 1:11) aan Zacharias, dat het leven en de bediening van Johannes de Doper zou zijn: “VERVULD met de Heilige Geest” (zie Luk. 1:15). Johannes de Doper werd vervuld met de Heilige Geest om het grote werk te doen, dat God hem te doen gaf. Desgelijks (dus: op dezelfde wijze) heeft God beloofd om in de eindtijd (de zgn. laatste dagen waarin wij nu leven) Zijn Heilige Geest uit te storten[11] op hongerige harten, overal ter wereld, opdat zij Zijn getuigen (kunnen) zijn, om de mensen – op alle plaatsen – te waarschuwen dat de komst des Heren genaakt. Zelfs als klein kind, nog in de moederschoot, verheugde Johannes de Doper zich over de (1ste) komst van de Here (zie Luk. 1:44)[12]. Net zo moeten ook wij Zijn verschijning liefhebben. Hij moet de vreugde van onze harten zijn.
De lange nacht (van wachten op Zijn wederkomst) is bijna voorbij. Spoedig zal “de Zon der gerechtigheid opkomen (beeld van Zijn wederkomst) met genezing onder Zijn vleugelen” (zie Mal. 4:2) en ons de blijde dag van het duizendjarig Vrederijk[13] brengen.
Het is niet verwonderlijk dat het laatste gebed in de Heilige Schrift luidt: “Ja, KOM Here Jezus!” (zie Openb. 22:17). Johannes de Doper werd geboren in het heuvelland van Judea, onder het nederige volk van die dagen. Net zo zien wij, dat vandaag-de-dag aan de “armen van geest” het Evangelie verkondigd wordt. “Niet veel wijzen naar het vlees, niet veel machtigen, niet veel aanzienlijken” worden door God geroepen (zie 1 Kor. 1:26-27). God wil wonen bij diegenen die “nederig van hart” en “verslagen van geest” zijn!

Waterdoop en Geestesdoop
Toen Johannes de Doper verscheen in de woestijn, predikte hij een boodschap van bekering. Hij zei: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen! (Matth. 3:2, 4:17). Het waren geen ONzekere klanken en zijn boodschap weergalmde door het gehele land. Menigten werden (geestelijk) wakker geschud en wilden het woord dat hij – als Gods boodschapper – predikte horen. Zij verstonden de (geestelijke) boodschap die hij sprak en begrepen daardoor dat er een grote verandering op komst was.
Vandaag-de-dag wordt diezelfde boodschap gepredikt door een (gelovig) volk dat gedoopt is in de Heilige Geest. Opnieuw luidt het: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen!” Ditmaal wordt aan mannen en vrouwen voorgehouden dat de wederkomst van de Zoon des mensen ophanden is (d.i. weldra staat te gebeuren). Opnieuw zijn menigten (geestelijk) wakker geschud en velen beseffen dat een grote verandering aanstaande is. Spoedig zal de Here Jezus verschijnen en zal het Koninkrijk van God ten volle werkelijkheid worden op deze aarde. Johannes doopte degenen die, met berouw over hun zonden, tot geloof kwamen en die de – van God gegeven – boodschap geloofden. Desgelijks (dus: op dezelfde wijze) zullen menigten in dit late uur (op “de tijdklok” van de eindtijd) de Here Jezus volgen in de wateren van de doop (waarmee zowel de waterdoop alsook de Geestesdoop[14] wordt bedoeld) om – geestelijk gezien – op te staan èn “in nieuwheid des levens” te wandelen en “in nieuwheid des geestes” te dienen (zie Rom. 6:4 en 7:6). De waterdoop brengt ons (als het goed is) tot een dieper verstaan van de dood en de opstanding van onze Here Jezus. Johannes predikte ook dat de Here Jezus de gelovigen zou dopen met de Heilige Geest en met vuur” (zie Matth. 3:11 en Luk. 3:16). Alle vier de Evangeliën vermelden dat dit vervat was in de – van God gegeven – boodschappen die Johannes bracht. Getrouw stelde hij de Here Jezus voor als DE Doper met de Heilige Geest[15]. Ook dit is de boodschap die in de laatste dagen gepredikt MOET worden! Velen in onze dagen zijn er reeds mee bekend geworden (d.i. hebben zelf die ervaring), dat Christus Jezus DOOPT in de Heilige Geest, net zoals Hij deed in het verre verleden, want… “Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid” (Hebr. 13:8). Deze tijdsbedeling (van de Heilige Geest, een periode van ongeveer 2000 jaar, de zgn. “bedeling van de GENADE” – red.) ving aan met de stem van Johannes de Doper, die verklaarde dat Hij Die kwam hen zou onderdompelen, niet in water zoals hij dat had gedaan, maar in de Heilige Geest, ja in het wezen en de tegenwoordigheid van God Zelf. Deze tijdsbedeling zal eindigen met de stem van de Gemeente (beter gezegd: de Bruid of Bruidsgemeente) van de laatste dagen, uitroepende dat Degene Die spoedig in heerlijkheid zal verschijnen, ons zal dopen met de Heilige Geest. Hij doopt met de Heilige Geest èn met Vuur om ons – geestelijk – toe te bereiden voor Zijn (weder)komst.

Deel aan het Koninkrijk van God
Zij die acht gaven op de boodschap van Johannes de Doper ontvingen een eeuwige beloning. Zij ontvingen het burgerschap van een Koninkrijk dat niet voorbij zou gaan. De heerlijkheid en de kracht van het toen zo machtige Romeinse rijk is al lang geleden voorbij gegaan, maar de heerlijkheid van het Koninkrijk der hemelen blijft tot in alle eeuwigheid. Allen die heden Gods boodschap van de laatste dagen aannemen en die zich – in geestelijke zin – GEREEDMAKEN voor de wederkomst van de Here Jezus, zullen een beloning ontvangen die eeuwig van duur zal zijn. Luister naar die boodschap van “de stem van de roepende in de woestijn”! “Maak (in geestelijke zin) de weg van de Here gereed (SV: Bereidt de weg des Heren), maak Zijn paden recht” (Matth. 3:3b, Mark. 1:3b en Luk. 3:4b).
De (weder)KOMST des Heren is NABIJ.

Rev. W.W. Patterson[16]
  

  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog (met 2 maal per maand een ‘nieuwsbrief’) wilt attenderen.
  • Zie voor meer Bijbelstudies onze website www.eindtijdbode.nl/ 
  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.


[1] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl/ – de studie: “De Wederkomst van Christus nader bekeken” van A. Klein.
[2] Zie eventueel op onze website de studie: “Lukas – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus” van E. van den Worm. In deze Bijbelstudie wordt de diep-geestelijke betekenis van het gehele boek Lukas “vers voor vers” nader uitgelegd.
[3] Spade-Regen-opwekking = De opwekking die het gevolg is van de uitstorting van de Heilige Geest (de zgn. Spade of Late Regen) in de eindtijd – zie Joël 2:23b en 28-29.
[4] Zie eventueel op onze website de studies: “De werkingen van de Geest in de eindtijd” van E. van den Worm en/of “De natuurlijke mens en de Heilige Geest” van CJH Theys.
[5] Heraut = Letterlijk: Iemand die vroeger een vorst aankondigde en in zijn naam bekendmakingen deed. Johannes de Doper kondigde echter Jezus, DE Vorst (des Levens), aan en deed in Zijn Naam bekendmakingen.
[6] Rationalist = Een aanhanger van het rationalisme, en dit is: Een denkwijze waarbij alleen datgene aanvaard wordt, wat met het verstand te begrijpen is.
[7] Voor meer over de geestelijke betekenis van “het Reukofferaltaar”, zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studies: “Christus in de Tabernakel” van CJH Theys en/of “De Tabernakel van Israël” en/of “Lukas; het boek van de NIEUWE MENS in Christus” van E. van den Worm.
[8] Zie eventueel op onze website de studie: “Leer Bidden” van CJH Theys.
[9] Zie eventueel op onze website de studie: “God gaat in de eindtijd de Gemeente/Kerk en de wereld schudden” van E. van den Worm.
[10] Zie noot 1.
[11] Zie eventueel op onze website de studie: “De werkingen van de Geest in de eindtijd” van E. van den Worm.
[12] Zie noot 2.
[13] Zie eventueel de studie: “Wat de Schrift leert over het 1000-jarig Rijk van de Here Jezus Christus” van E. van den Worm. (Staat helaas nog niet op onze website vermeld)
[14] “Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: stromen van LEVEND WATER zullen uit zijn (of haar) buik (d.i. binnenste) vloeien. (En dit zei Hij over de Geest, Die zij die in Hem geloven, ontvangen zouden…” (Joh. 7:38-39a).
[15] Zie noot 4.
[16] Uit het blad “Tempelbode” van december 1986 (overgenomen – en vertaald – uit het Engelstalige blad: “Pentecostal Power”). Het artikel is enigszins bewerkt door AK.

Voorbereidingen voor de (weder)komst van Jezus Christus - ware Godsvrucht