Posts tonen met het label arbeidsveld des Heren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label arbeidsveld des Heren. Alle posts tonen

zaterdag 10 april 2010

Podium en Gemeente - deel 10

.

Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.





Voor ALLE duidelijkheid:
Dit 10de hoofdstuk moet men NIET los zien van alle voorgaande 9 hoofdstukken van “Podium en Gemeente”, anders zou men een verkeerd beeld van de inhoud kunnen krijgen.

Hoofdstuk 10 (zie noot 1)
De verborgenheid van de ONgerechtigheid – de valse arbeiders

Valse christussen
De tijd is rijp om, ten aanzien van dit profetisch onderwerp uit de Bijbel, de sluier te lichten. Daar is ontzaglijk veel hierover te schrijven, maar toch zal ik mij bepalen tot de hoofdlijnen, terwijl ik het verdere BIDDENDE onderzoek gaarne aan u overlaat.
Wij zullen het allen eens zijn, wanneer wij op de voorgrond stellen, dat wij in zeer gevaarvolle tijden leven, die een aanvang namen met de opmars van het communisme. Hoe godslasterlijk deze beweging[2] ook is, zij is toch meer ingesteld op het maatschappelijke, politieke vlak. Aangezien dit NIET het terrein is van de Gemeente van onze Here Jezus Christus, zullen wij ons ook niet wagen aan een dieper onderzoek van deze beweging. Wij willen onze blik liever richten op iets anders, iets dat in wezen nog veel gevaarlijker is dan bovengenoemde (communistische) beweging. Als wij het duidelijk en eenvoudig mogen neerschrijven, komt één en ander op het volgende neer:
Daar is behalve een “politiek communisme” ook nog een soort “geestelijk communisme” – dat de Gemeente, als het Lichaam van Christus, als werkterrein heeft – met als beoogd doel: de Gemeente des Heren te beroven van de rijkdom van haar geestelijk bezit. O, wij dienen in deze dagen VOORTDUREND voorzichtig te wandelen, want de duivel, die weet dat hij nog maar een korte tijd heeft, heeft nagenoeg een einde gemaakt aan zijn openbaring “als een brullende leeuw” (zie 1 Petr. 5:8) en is allang begonnen met het zich manifesteren “als een engel van het licht” (zie 2 Kor. 11:14). Het is met het oog hierop, dat de waarschuwing van de apostel Paulus, gegeven aan de ouderlingen te Efeze, een grote, niet te onderschatten profetische waarde heeft VOOR ONS, “tot wie het einde van de (huidige) wereld gekomen is” (1 Kor. 10:11, HSV).
“Wees dan op uw hoede wat uzelf betreft, en (op) heel
de kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft, om de gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.” (Hand. 20:28, HSV)

Valse Pinksterstromingen
De stromingen in ons hedendaagse Pinksteren[3], die ik in het afgelopen jaar (geschreven omstreeks 1965, maar m.i. ook nu nog zeer actueel – noot AK) van zeer nabij heb mogen gadeslaan en waaraan ik – voor een dieper onderzoek – aan de hand van Gods Woord bijzondere aandacht heb besteed, hebben mij in mijn overtuiging, die ik van de Heilige Geest ontvangen heb en niet van mensen, alleen maar gesterkt. Ja, meer nog! Deze hebben mij ervan overtuigd dat wij het tijdperk van de “valse christussen” reeds zijn binnengetreden…..
Direct wil ik hierbij aantekenen dat het zeker niet mijn bedoeling is om in dit bestek uit te wijden over de door mij – hier in Amerika[4], overal waar mij de gelegenheid geboden werd – meegemaakte grote “opwekkings-bijeenkomsten” (?), noch over de personen, die als leiders daarbij betrokken waren, en nog zijn. Ik vraag slechts uw aandacht voor wat zich nu, in onze tijd, afspeelt op het “Pinkster-toneel” (dat is: in die Gemeenten waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt)… Dit is op zichzelf al meer dan genoeg en alle aandacht en onderzoek, met de Bijbel als richtsnoer, ten volle waard.
Als wij een open hart hebben, vrij van alle vooroordelen, sympathieën of antipathieën, dan zullen wij geestelijk bekwaam zijn om door de Heilige Geest geleid te worden in ALLE waarheid. Zo doende zullen wij in staat zijn om, kijkende door de brillenglazen van het profetisch Woord van God, gewaar te worden welke soort crises (meervoud!) zich vandaag-de-dag aan ons voordoen. U zult hoe langer hoe meer (leren) inzien, mijn broeder en mijn zuster, dat u – als u de waarheid (d.i. Gods waarheid) wilt verstaan – uw eigen ogen niet meer kunt vertrouwen, maar dat u moet “zien” met de ogen van Gods Geest, zeker wat het profetisch Woord van God aangaat!
Elke crisis, zowel in uw eigen leven alsook in het gemeentelijk leven, moet u dringen tot een dieper onderzoek van Gods (profetisch) Woord. Hemel en aarde zullen voorbij gaan, maar het Woord van God blijft tot in der eeuwigheid! Amen.
Op dit Woord kunt u bouwen, OVERAL en ALTIJD. Zij, die (volkomen) op het Woord van God bouwen en vertrouwen zullen niet overweldigd kunnen worden door satan en zijn machten[5]. Gelooft u dat? Zo ja, dan bent u gelukzalig en dus (zeer) te prijzen! Want, (alles) wat “verborgen” is wordt geopenbaard! Elke “verborgenheid” komt tot openbaring langs de profetische lijnen van het Woord van God… God Zelf is de Bron van ALLE openbaring; Jezus als Gods Zoon is de Drager of Mededeler van die openbaring, terwijl de 3de Persoon (beter gezegd: de 3de Openbaringsvorm[6]) van de Godheid, zijnde de Heilige Geest, het Einde of de Volmaking is van alle openbaring. Dit zal u overtuigen van het feit dat wij ALTIJD afhankelijk zijn van de 3-Enige God (beter gezegd: van de 3 Openbaringsvormen van God – zie noot 6), in het bijzonder als het aankomt op de ontsluiering van enige “verborgenheid”.
Naast “de grote verborgenheid” in Efeze 5 vers 32a, het “geheimenis” of “de verborgenheid” van het huwelijksleven, “met het oog op Christus en de Gemeente” (zie Ef. 5:32b, HSV), lezen wij in de Bijbel ook nog van “de verborgenheid van de ONgerechtigheid” (zie 2 Thess. 2:7) en/tegenover “de verborgenheid van de gerechtigheid”. Deze beide “verborgenheden” beginnen tegelijk in het boek Genesis en lopen, als twee profetische lijnen, parallel door de gehele Bijbel heen tot in het boek Openbaring. De laatste (namelijk: “de verborgenheid van de gerechtigheid”) vindt haar climax in Openbaring 12[7] en de eerste (namelijk: “de verborgenheid van de ONgerechtigheid”) in Openbaring 17[8].
Gods voornemen en plan is:
“om de Gemeente in al haar heerlijkheid voor Zich te plaatsen, zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar heilig en smetteloos.” (Ef. 5:27, HSV)
Het is deze Bruidsgemeente, die door de apostel Johannes op Patmos gezien werd als “een groot teken in de hemel: een vrouw[9], bekleed met de zon en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren[10] (Openb. 12:1). De duivel werkt als een imitator, als de “grote na-aper” in Gods Plan der Eeuwen, en zijn duivels werk werd door Johannes als volgt gezien:
“En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, dat vol van godslasterlijke namen was,… En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud en edelgesteente en parels, en ze had een gouden drinkbeker in haar hand, vol van gruwelen en van onreinheid van haar hoererij. En op haar voorhoofd stond een naam geschreven, een geheimenis (SV: verborgenheid): het grote Babylon, de moeder van de hoeren (SV: van de hoererijen; namelijk GEESTELIJKE hoererij, d.i. afgoderij) en van de gruwelen van de aarde.” (Openb. 17:3b-5, HSV)
Waar de apostel des Heren “ijverig was met een ijver Gods, om de Gemeente toe te bereiden, om haar ALS EEN REINE MAAGD voor te stellen aan een Man, namelijk aan Christus” (zie 2 Kor. 11:2), daar is de duivel bezig om door “oogverblindende versieringen” zijn vrouw (door God “de grote hoer[11] genoemd! – zie Openb. 17:1) aan de mensheid voor te stellen als “de ware kerk”. En zo betoverend was inderdaad haar satanische schoonheid dat Johannes “zich bovenmate verbaasde toen hij haar zag”! (zie Openb. 17:6b). De engelachtige boodschapper bracht Johannes tot bezinning met deze woorden: “Waarom verwondert u zich?” (Openb. 17:7a).
Vandaag-de-dag zien wij (vele) vertoningen, betogingen en massa-bijeenkomsten, die ons allemaal brengen tot grote verwondering. Laat niemand zeggen er ongevoelig voor te zijn! Wij moeten allereerst beginnen om eerlijk te zijn tegenover onszelf! Als wij op de massa blijven zien dan zullen wij op een gegeven ogenblik “overweldigd” worden, wij zullen er door geïmponeerd worden. Maar “Bijbels geloof” is nooit gericht op de massa; Bijbels geloof houdt zich niet bezig met wat het oog ziet. Integendeel, wij lezen:
Door het geloof heeft Noach, toen hij een Goddelijke openbaring ontvangen had van DE DINGEN DIE NOG NIET TE ZIEN WAREN, uit ontzag voor God de ark gebouwd…” (Hebr. 11:7a, HSV)
Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam geweest om weg te gaan naar de plaats die hij tot een erfdeel ontvangen zou. En hij is weggegaan ZONDER TE WETEN WAAR HIJ KOMEN ZOU.” (Hebr. 11:8, HSV)
Door het geloof heeft Izak zijn zonen Jakob en Ezau gezegend, MET BETREKKING TOT TOEKOMSTIGE DINGEN.” (Hebr. 11:20, HSV)

KLIK HIER om deze studie (deel 10, en tevens het laatste deel) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen![12]

CJH Theys[13]


[1] Vermeld bij de 1ste uitgave, onder redactie van E. van den Worm: Wij, als redactie hebben de vrijheid genomen om aan deze studie een al eerder uitgegeven werk van br. Theys, met de titel: “DE VERBORGENHEID VAN DE ONGERECHTIGHEID”, als hoofdstuk 10 toe te voegen.
[2] Deze oorspronkelijke studie (zie noot 1) is geschreven omstreeks 1965.
[3] In Pinksteren = In die Gemeente(n) waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt. De schrijver spreekt in dit 10de hoofdstuk van deze studie vooral (als waarschuwing) tot de “eigen parochie”. Maar de inhoud van deze studie zal ongetwijfeld ook voor andere Gemeenten en/of christelijke groeperingen (kunnen) gelden.
[4] Br. Theys heeft een aantal jaren les gegeven aan de Bethel Temple Bijbelschool in Seattle te Amerika, waartoe hij was gevraagd, om daar met name het vak “Tabernacles” te gaan doceren (vanwege zijn diepe inzicht in de symboliek van de Tabernakel). Zie eventueel – op onze website http://www.eindtijdbode.nl/ – zijn uitgebreide studie “Christus in de Tabernakel”.
[5] Zie eventueel op onze website de studie: “De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd” van E. van den Worm.
[6] In Deut. 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God; de HEERE is één! (dus één Persoon!) (HSV).
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (d.i. geslagen) (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een EENheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit drie personen bestaat, is een dwaling. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
1. de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
2. de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
3. de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest.
• Zie eventueel nog de studie: “De natuurlijke mens en de Heilige Geest” van CJH Theys.
[7] Zie eventueel op onze website de studie: “Een ANDER geluid – Wie is de VROUW uit Openbaring 12?” van A. Klein.
[8] Zie eventueel op onze website de studie: “De valse staatskerk van de laatste dagen – De grote hoer van Openbaring 17” van E. van den Worm.
[9] Zie noot 7.
[10] Wij willen hier ook de zon, maan en sterren nader beschouwen. In het licht van Bijbelse profetie kunnen wij alsdan het volgende vaststellen:
• De “zon” is nog altijd het symbool van de Heerlijkheid Gods, van de Vader, als de 1ste “Persoon” (beter gezegd: de 1ste Openbaringsvorm – zie noot 6) van de Godheid.
• De “maan” is nog altijd het symbool van het gebroken Lichaam en uitgestorte Bloed van de Here Jezus, de Zoon van de levende God en de 2de “Persoon” (beter gezegd: de 2de Openbaringsvorm) van de Godheid – de Centrale Figuur.
• De “sterren” in hun menigvuldigheid zijn het symbool van (de veelvuldige gaven van) de Heilige Geest, de 3de “Persoon” (beter gezegd: de 3de Openbaringsvorm) van de Godheid. De 12 sterren wijzen hier ook op 12 met Gods Geest vervulde personen – kinderen Gods – die hier dienen te worden onderscheiden als degenen, aan wie het “leiderschap” in de tijd van het einde gegeven is. Openbaring 1:20b schenkt ons in deze het nodige licht.
[11] Zie noot 8.
[12] Voor deel 1 t/m 9 van “Podium en Gemeente”, zie ons Weblog van 4/6, 10/7, 10/8, 10/9, 10/10, 10/11, en 10-12-2009, 10/1, 10/2 en 10-3-2010.
[13] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog van 23-8-2009.

woensdag 10 maart 2010

Podium en Gemeente – deel 9

.

Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.




Hoofdstuk 9
De bedienaars van het Woord

Uitdelers van Gods verborgenheden
Tot de bedienaars van het Woord worden al degenen gerekend die geroepen zijn om op één of andere wijze de verborgenheden van Gods Woord aan de Gemeente, en aan allen die geloven, uit te delen. Deze bedienaars hebben – voor deze Goddelijke taak – in het bijzonder de gaven van het Woord, namelijk het Woord van WIJSHEID en het Woord van KENNIS, ontvangen. Tot deze groep van bedienaars worden gerekend: apostelen, leraars, herders en evangelisten.
• “Laat men ons zó beschouwen, namelijk als dienaren van Christus en als beheerders (SV: uitdelers) van de verborgenheden van God.” (1 Kor. 4:1, HSV)
Een dienstknecht van Christus (werkzaam in Gods wijngaard) wordt geroepen om Christus te dienen en GEEN MENSEN! Ook is hij NIET geroepen om te heersen, maar om Christus te DIENEN, Die het Hoofd is van de Gemeente, onder ALLE omstandigheden en in ELKE situatie!
Een (waarachtige) dienstknecht van Christus is dus niet iemand die werkt en handelt krachtens EIGEN autoriteit, maar hij is AFHANKELIJK van zijn Zender; hij heeft te arbeiden overeenkomstig de richtlijnen van Gods Woord.
Nogmaals: De arbeider van God heeft het NIET zelf voor het zeggen, maar hij heeft te spreken zoals de Geest van God het hem te zeggen geeft. Hij is – als het goed is – niet iemand die zichzelf “op de borst slaat” en zegt, zoals ik wel eens heb gehoord: “Denk erom, weet tegen wie je het hebt, je spreekt tegen een gezalfde des Heren!” Als het goed is moet zijn leven juist DIENSTBAAR zijn, tot verlossing en redding van velen, in de Naam van Jezus!
En de bediening van Gods arbeider moet er dan toe strekken dat hij het geestelijk inzicht (d.i. de uitleg) van Gods VERBORGENHEDEN – die in de Bijbel, Gods Woord, staan – uit handen van Gods Geest ontvangt om die op zijn beurt aan de Gemeente te openbaren (dus: deze bovennatuurlijke waarheden bekendmaken/doorgeven). Met andere woorden: De boodschappen (de predikaties en/of Bijbelstudies) die Gods arbeider brengt moet hij door middel van gebedsgemeenschap ontvangen van de Heilige Geest… Zo geeft Hij – de Heilige Geest, werkzaam door Gods arbeider heen – de Gemeente geen steen, maar brood, en dus voedsel voor de ziel. Het zijn VERBORGENHEDEN voor de Gemeente; maar aan de dienstknecht van God geopenbaard om die door te geven aan de Gemeente. Want, verborgenheden zijn geen dingen die aan de oppervlakte van het Evangelie liggen, maar in de diepten van Gods verlossingsplan en wil.

Getrouwheid bij het uitdelen
• “En verder wordt van de uitdelers vereist dat zij getrouw blijken te zijn.” (1 Kor. 4:2, SV/HSV)
Er zijn, ook vandaag-de-dag, velen die voor God arbeiden, maar er zijn weinig getrouwe arbeiders; arbeiders die op hun post blijven, ook al komen er spanningen of problemen! Ook zijn er weinig getrouwen in het waarnemen van de “gebedswacht” bij de Here Jezus Christus; opdat zij, door deze gebedsworstelingen,

>>>Gods wil leren verstaan, en
>>>de openbaringen van God kunnen ontvangen aangaande de verborgenheden uit Zijn Woord,en
>>>de openbaringen van God kunnen ontvangen aangaande de verborgen ongerechtigheden van de Gemeenteleden.
Uit het voorgaande hebben wij leren verstaan, dat de getrouwheid tweeledig is, namelijk:
1. de getrouwheid ten aanzien van Degene, Die ons heeft geroepen en gezonden enerzijds, en
2. de getrouwheid ten aanzien van de Gemeente(leden); degenen, die wij in de Naam van de Here moeten dienen anderzijds.
De getrouwheid ten aanzien van God, onze Zender, heeft betrekking op 4 terreinen, namelijk: dat van de LIEFDE, van de GEHOORZAAMHEID, van de IJVER, en van de VURIGHEID.
Er moet in ons hart, voor onze Heer en Heiland en Zijn Koninkrijk
1. een BLIJVENDE LIEFDE branden,
2. een BLIJVENDE GEHOORZAAMHEID bestaan,
3. een BLIJVENDE IJVER,
4. en een BLIJVEND VUUR branden.
Als u de (Goddelijke) liefde niet hebt voor uw roeping, voor uw ambt, kunt u onmogelijk de liefde opbrengen voor degenen die u moet dienen. Als u in de maatschappij niet van uw werk houdt, dan verricht u uw werk “met de Franse slag”, omdat het werk u dan niet interesseert. Als u geen gehoorzaamheid kent aan Degene, Die u heeft geroepen en gezonden, hoe wilt u ooit verwachten dat de leden van de Gemeente, die u mag voorgaan, gehoorzaam zullen zijn! Als ùzelf tekortschiet aan ijver voor de zaak van God, hoe wilt u anderen leren jagen naar de dingen van God? Als u een betrekking in de maatschappij hebt zult u zich ook niet lui kunnen gedragen en kunnen wegblijven wanneer u maar wilt. Als u voor een keertje verstek laat gaan, zal uw voorwendsel door uw baas wel worden aanvaard, maar zoiets mag niet meerdere malen gebeuren. Doet u het tòch, dan neemt uw baas een ander voor u in de plaats! Wat denkt u dat de Here zal doen als u op dit punt fraudeert; als u Zijn bediening nog veel lichter opvat dan een maatschappelijke betrekking? Geliefden, kijk uit dat u uzelf niet bedriegt. U ontneemt uzelf zó de zegen! Laten wij niet spelen met de dingen van Gods Koninkrijk. Wij vergeten soms dat vele dingen ons overkomen vanwege onze eigen, grove nalatigheid ten aanzien van onze bediening en onze beloften aan de Here. Als uw vurigheid – als voorganger en herder van de Gemeente – zelf te wensen overlaat, hoe kunt u dan vurigheid van uw “schapen” (de Gemeenteleden) verwachten? U kunt alleen maar vuur met vuur maken.
Als wijzelf het vuur van Gods Geest missen, kunnen wij anderen niet meeslepen en “in brand zetten” voor Jezus!
In dit alles moeten wij ten aanzien van de Here getrouw zijn (en blijven). Als wij ten aanzien van Hem geen getrouwheid kunnen opbrengen, zullen wij ook geen getrouwheid (in de ware zin) kunnen opbrengen ten aanzien van de Gemeente, die wij moeten dienen; wij maken dan van het Evangelie een gewin voor onszelf en dan is (of wordt) de financiële kant voor ons hoofdzaak! Zulke dienstknechten maken van “hun roeping” een beroep; zij eten, zoals Gods Woord het zegt, de huizen van de zielen op en “sluiten het Koninkrijk der hemelen voor de mensen” (zie Matth. 23:13-14)!
• “Wie is dan de trouwe en verstandige rentmeester (SV: huisbezorger) die de heer over zijn huisbedienden zal aanstellen om aan hen op de juiste tijd het (geesteijk) voedsel te geven dat hun toekomt? Zalig de slaaf (SV: dienstknecht) die door zijn heer bij zijn komst zo handelend aangetroffen zal worden. Werkelijk, Ik zeg u dat hij hem over al zijn bezittingen zal aanstellen. Als die slaaf (SV: dienstknecht) echter in zijn hart zou zeggen: Mijn heer blijft nog lang weg, en zou beginnen de knechten en de dienstmeisjes te slaan, te eten en te drinken en dronken te worden, dan zal de heer van deze slaaf (SV: dienstknecht) komen op een dag waarop hij hem niet verwacht en op een moment dat hij niet weet; en hij zal hem afscheiden (NBV: straffen met zijn zwaard) en hem in het lot doen delen van hen die ontrouw zijn!” (Luk. 12:42-46, SV/HSV)
De “huisbezorger” (d.i. de voorganger of herder) van de Gemeente des Heren moet zijn mede-“huisbedienden”, zijn mede-gelovigen, op de juiste tijd (het geestelijke) VOEDSEL weten te geven; namelijk voedsel, waar de NIEUWE mens[1] naar hongert: het Woord van de levende God. En ten aanzien van het brengen van dit Woord van God zijn er weer vier (te onderscheiden) zaken, die de dienstknecht van God in acht moet nemen:
1. Hij moet de onvervalste waarheid brengen; de gezonde (Bijbelse) leer.
2. Hij moet dit Woord der waarheid RECHT snijden, er geen “draai” aan geven.
3. Hij moet het WOORD prediken, niet spreken over “koetjes en kalfjes”.
4. Hij moet het Woord NIET “al twistende” brengen, maar onderwijzen in ZACHTMOEDIGHEID.

1a. Wij leven vandaag-de-dag in moeilijke tijden. Wij zien tegenwoordig velen overstag gaan en hun boodschap (hun prediking) aanpassen aan de moderne tijd en de moderne mens! Maar… denk erom, dienstknechten van de Here, u predikt NIET ùw Woord, maar u moet DE BOODSCHAP VAN GOD brengen; een boodschap waaraan u niets mag afdoen of toedoen! Een boodschap van uzelf brengt de mensen niet tot het ware geestelijke LEVEN! De boodschap van God is onveranderlijk, omdat God ONVERANDERLIJK IS! Wanneer wij het Woord prediken naar EIGEN goeddunken en naar EIGEN inzichten, dan is daarmee het bewijs geleverd dat onze innerlijke mens niet (meer) leeft IN en DOOR Christus.
2a. Er zijn predikers die het Woord, uit vrees voor hun Gemeenteleden, VERZACHTEN! Zij vrezen om de boodschap over ‘het oordeel van God over de zonde’ in hun Gemeente te brengen en geven daarom aan Gods Woord een draai, een verzachtende uitleg… in plaats van Gods Woord RECHT TE SNIJDEN! Deze predikers werken liever met de “stroopkwast” om hun leden te behouden en om, onder hun gehoor, aanvaardbaar te blijven! Het gevolg hiervan is dat de Gemeente die zij (als geestelijk “herder”) hebben te hoeden[2], GEESTELIJK VERWILDERT, omdat zij het licht (en dus het juiste inzicht) van Gods Woord niet langer in hun leven hebben en liefhebben! Zo’n Gemeente merkt dan meestal niet dat de voorganger KOOPWAAR van haar maakt en dat hij de Gemeenteleden zo bejegent vanwege de opbrengst van de (wekelijkse) collecte en van de tienden[3] – weliswaar bestemd voor ‘het werk des Heren’, maar wat soms ook in de zakken van dit soort voorgangers verdwijnt – en dus omwille van het geld!
3a. Met “verhaaltjes” van u kan het geloof van de NIEUWE MENS[4] niet gevoed en gesterkt worden, want… dit kan enkel en alleen met het zuivere, VOLLE Woord van de LEVENDE God. Tussen de prediking door kunt u wel iets vertellen, zoals het aanhalen van voorbeelden uit de Bijbel of iets vertellen over uw eigen levenservaring, maar vergeet daarbij vooral niet dat de Heilige Geest in de Boodschap, die u – namens Hem – hebt te brengen, tot Zijn recht moet komen.
4a. Wat het vierde punt betreft, deze vinden wij uitgedrukt in 2 Timotheüs 2 vers 24-26:
“Een dienstknecht van de Here moet niet twisten, maar vriendelijk zijn voor allen, bekwaam om te onderwijzen, en iemand die de kwaden kan verdragen. Hij moet met zachtmoedigheid hen onderwijzen die zich verzetten. Misschien geeft God hun eens bekering, dat zij tot erkenning van de waarheid komen, en zij uit de strik van de duivel weer (geestelijk) mogen ontwaken, levend gevangen als zij waren door hem, om zijn wil te doen.” (HSV)
De Here moet ons LANKMOEDIGHEID en ZACHTMOEDIGHEID leren. Hij moet ons leren om in ootmoed (d.i. in onderworpen nederigheid aan God) onderwijs aangaande de Bijbel te geven, opdat wij meer VRUCHT mogen dragen voor Zijn Koninkrijk. Hij moet ons leren om ‘de rijkdom van Zijn genade’ aan de Gemeente (over) te brengen, en dat met een hart dat zèlf in gebrokenheid en verslagenheid voor de Here klopt, in het diepe besef uit welke poel van zonden wijzelf door onze Heiland zijn getrokken!

KLIK HIER om deze studie (deel 9) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen! [5]

CJH Theys [6]


[1] Zie eventueel – op onze website http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie: “LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus” (vers voor vers nader uitgelegd), van E. van den Worm.
[2] Hoeden = De Gemeente moet – onder de hoede van de voorganger/prediker – van het juiste, geestelijke, voedsel worden voorzien. Maar ook zeker: gewaarschuwd worden voor de macht en invloed van satan, die hun geestelijk leven bedreigt.
[3] Waar – Bijbels gezien èn bestemd voor “het werk des Heren” – ook echt 10% van al uw inkomsten mee wordt bedoeld. Zie o.a. Mal. 3:8-10, Matth. 23:23 en Luk. 11:42.
[4] Zie noot 1.

[5] Voor deel 1 t/m 8 van “Podium en Gemeente”, zie ons Weblog van 4/6, 10/7, 10/8, 10/9, 10/10, 10/11, en 10-12-2009, 10/1 en 10-2-2010.
[6] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog van 23-8-2009.
• De 1ste uitgave van deze studie was omstreeks 1970 (in boekvorm). Deze hernieuwde versie is door ons bewerkt naar (meer) HEDENDAAGS Nederlands.

woensdag 10 februari 2010

Podium en Gemeente – deel 8

.

Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.





Hoofdstuk 8
Ouderlingen en diakenen in de praktijk van de Gemeente

Ouderlingen en diakenen moeten werken met inzicht en eensgezind zijn
Er zijn zoveel christenen die denken dat het dienen van God slechts gebeuren kan met “podiumwerk”, met het spreken vanaf het podium, daarom vlassen[1] velen vooral op dit werk. De andere aspecten of dienstbetoon aangaande het werk in Gods geestelijk Koninkrijk zien zij niet en willen zij niet zien. In hun ogen is een goede ouderling van minder waarde is dan de allerberoerdste “voorganger”, maar… God kan die ouderling zo gebruiken dat het werk in de Gemeente tòch door- en voortgaat, ondanks die “beroerde” voorganger. Zoals God ons ook (als voorbeeld) te zien geeft in de Bijbel. Want, waar Barak in gebreke bleef, toen hij tot actie moest komen in de Naam van de Here, gebruikte de Here zelfs een zwakke vrouw, de profetes Debora, en maakte haar tot richteres van Israël (zie Richteren, hoofdstuk 4 en 5). God passeerde zó Barak! Daarom, laten wij mannen ons ook “mannelijk”[2] gedragen in de dienst van de Here.
Laten alle arbeiders de (geestelijke) toestand in de eigen Gemeente eerlijk onder ogen durven zien. Sommige Gemeentelijke tekortkomingen liggen aan de oppervlakte, maar andere worden pas ontdekt als u MET en IN die Gemeente leeft. Hoe nodig is daarom het werk van de PLAATSELIJKE arbeiders!
Het is moeilijk voor ons, christenen, om de dingen net zo te (leren) zien als God ze ziet. En wat God ziet, aangaande het “reilen en zeilen” van de Gemeente, is altijd de waarheid. Het is niet prettig om te horen dat wij, naar Gods oordeel, behoren tot de Gemeente van Laodicea… (zie Openb. 3:14-22)[3]. De overgrote meerderheid van de Laodicea-Gemeente is in Gods ogen namelijk (geestelijk) “naakt en blind”; het zijn christenen die geen “ogenzalf” hebben, die geen geestelijk inzicht hebben. Maar als wij gewillig zijn en eerlijk, dàn zullen wij moeten erkennen dat Gods Woord de Waarheid is. Het erkennen van deze waarheid, maar ook deze Goddelijke aanklacht aangaande onze geestelijke lauwheid – die vooral stimulerend in ons zou moeten werken – moeten ons op de knieën brengen, waar wij ons voor God zullen vernederen onder belijdenis van onze tekortkomingen, zonden en gebreken. Dan pas kan God iets doen in ons persoonlijk leven en – wanneer Hij ons innerlijk VERNIEUWD zal hebben – dan kan Hij ons leren om te werken en te bidden voor het geheel!
Er wordt vandaag-de-dag veel gesproken en nagedacht over de eenheid van Gods Gemeente/Kerk, maar kan er sprake zijn van eenheid in het groot, als er in ‘het eigen Jeruzalem’, in de eigen Gemeente/Kerk, nog geen eenheid is? Bovendien is de eenheid naar de Schrift niet mogelijk door MENSELIJKE activiteiten, maar alleen door de bediening en heerlijkheid van de Heilige Geest! Eerst moeten wij PERSOONLIJK de Heilige Geest GOED ontvangen hebben en wel zó, dat Hij Zich – door ons heen – kan ontplooien en manifesteren[4]. Niet eerder kan God ons – door Zijn Geest – leren bidden voor die (Goddelijke) eenheid. Lees Johannes 17, geliefden, lees dit hoofdstuk biddend en de Geest van God zal u de waarheid laten zien; Hij zal u laten zien waarom Jezus zó voor die (Goddelijke) eenheid kon bidden. Daar was “de heerlijkheid van God” in Zijn bediening! En deze (Goddelijke) heerlijkheid hebben wij te zoeken en in deze (Goddelijke) heerlijkheid hebben wij te arbeiden!
Laten de dienaars/werkers in de Gemeente daarom EENSGEZIND, schouder aan schouder, voor de Here arbeiden. Er kan geen waarachtige eensgezindheid bestaan, als er geen NEDERIGHEID gevonden wordt, geen ware (Goddelijke) liefde; als men niet “één van ziel en één van gevoelen” is. Er kan geen Schriftuurlijke eenheid zijn als ALLEN – in het hoofd en in het hart – niet HETZELFDE denken en voelen.
“Maak dan mijn blijdschap volkomen, doordat u eensgezind bent, dezelfde liefde hebt, één van ziel en één van gevoelen bent. Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in ootmoed de één de ander voortreffelijker achten dan zichzelf.” (Filip. 2:2-3, HSV)
Indien de – o zo noodzakelijke – eensgezindheid in de Gemeente in gevaar komt, dan moet er ook doeltreffend worden ingegrepen. Paulus hoorde tijdens zijn afwezigheid van de onenigheid die er bestond tussen twee arbeidsters in de Gemeente te Filippi, genaamd Euodia en Syntyche. Hij pakte de koe bij de horens en vermaande die twee bij name in zijn brief aan die Gemeente.
“Ik roep Euodia en Syntyche ertoe op eensgezind te zijn in de Here”. (Filip. 4:2, HSV)
Als er, zelfs tussen twee gelovigen in dezelfde Gemeente, een zekere rancune in het hart wordt gekoesterd, geeft dat een terugslag op die Gemeente, omdat zoiets de Geest van God bindt in Zijn manifestatie, in Zijn werkingen en (Geestes)uitingen in die Gemeente. En dit gebeurd ook als er AFGUNST wordt gekoesterd in het hart van de één ten aanzien van de ander! Kortom, als wij plaats geven aan vleselijke gevoelens boven de tucht van de Heilige Geest, dan is het einde daar! Deze vleselijke gevoelens hoeven nu niet direct overspel en/of hoererij te zijn; het kunnen relatief kleine dingen zijn, vandaar dat wij in het (Bijbel)boek Hooglied[5] lezen over “kleine vosjes” die DE WIJNGAARD BEDERVEN (zie Hgl. 2:15)! Bid daarom dagelijks in uw avond- en ochtendgebed om reiniging van uw wezen – in en door het Bloed van het Lam – en overdenk, voordat u ’s nachts gaat slapen, waarmee u de Here die dag hebt bedroefd en leg die feiten berouwvol neer aan de voet van Zijn kruis! Zó zal Hij u vergeven en vernieuwen. Laat verzoening daar zijn, eer de zon ten onder gaat, verzoening met de Here en met uw medemensen!

Kandidaten voor ouderling of diaken moeten eerst worden beproefd
Zowel bij de functie van ouderling alsook bij die van diaken is het belangrijk, en Bijbels, dat de kandidaten voor deze functie eerst worden beproefd, voordat zij tewerk worden gesteld. Wij staan aan de veilige kant, als wij doen wat God zegt. Er zijn voorschriften voor het Gemeenteleven, zoals deze, die wij niet mogen veronachtzamen, juist omdat wij leven in benarde tijden.
U kunt in de Gemeente niet “onderwijzen en vermanen”, als u aan datgene wat u onderwijst of waarin u vermaant zelf nog mank gaat. Om – vanuit een oprecht hart – te kunnen “onderwijzen en vermanen” moeten werkers eerst zelf worden beproefd of zij blijven volharden in het geloofsleven volgens de gezonde (Bijbelse) leer.
Onderwijs van iemand die zelf niet volhardt in het geloofsleven (volgens de gezonde, Bijbelse leer), mist elke geestelijke uitwerking! Daarom dient een dienaar in de Gemeente, net als elke arbeider van God, geestelijk wakker en waakzaam te blijven, opdat hij niet door de boze (d.i. door satan) wordt verleid en misleid!

Gods dienaars moeten, ondanks alles, de tucht in de Gemeente handhaven (zie noot 6)
Het valt voor een dienaar in de Gemeente, dus ook voor een ouderling of diaken, vaak niet mee om medebroeders en -zusters te vermanen en/of te bestraffen. Toch heeft God niets te maken met ons gevoel. Het gevoel is een bestanddeel van de “oude mens” en mag daarom NIET in stand worden gehouden in het Koninkrijk van God, omdat het thuis hoort bij het (zondige) “vlees” en omdat de Here wil dat wij met die “oude, vleselijk ingestelde mens” afgerekend hebben (of alsnog afrekenen). Ik wil daarmee niet zeggen dat u, als dienaar in de Gemeente, uw medebroeders en -zusters liefdeloos mag vermanen en/of bestraffen, want dan zou u van het ene uiterste naar het andere uiterste gaan. U moet er echter goed van doordrongen zijn dat u een bepaalde medebroeder of -zuster tekort doet als u niet vermaand en/of bestraft, terwijl hij of zij het wel nodig heeft. Ook doet u God tekort in wat Hij van u vraagt, ja, wat Hij van u, als Zijn dienaar, zelfs eist! Uiteindelijk doet u zo de HELE Gemeente tekort! Doen wij echter wat God wil, omdat de Geest van God ons daartoe dringt, dan zullen de Gemeenteleden God leren vrezen en zij zullen u als dienaar respecteren. Maar als u iets verkeerds in de Gemeente laat staan (d.i. niets aan een probleem of het zondige gedrag van een Gemeentelid doet), dan schept dit slechte voorbeeld weer nieuwe, soortgelijke zonden; vooral wanneer zwakke leden dit slechte voorbeeld bij u, als dienaar van de Gemeente, zien. U zult dan nooit kunnen verwachten dat de leden van die Gemeente God leren vrezen zoals het moet! Ook zullen zij ù, als dienaar in de Gemeente, niet leren respecteren. U schept zodoende een ongezonde, gemeentelijke sfeer!

Gods dienaars moeten hun plaats in de Gemeente weten
Opzieners of ouderlingen moeten ook HUN plaats in de Gemeente weten, vooral ten opzichte van hun voorganger, die de Here over die Gemeente heeft aangesteld. Zo behoren zij de samenkomsten, waar op hun bediening en aanwezigheid gerekend wordt, NIET te verzaken, tenzij met medeweten èn instemming van hun voorganger.
Tot zover, als inleiding, iets over “de plichten van opzieners (of ouderlingen) en diakenen in de Gemeente”. Nu willen wij nagaan waar de bedieningen van ouderlingen – en wel in de meer beperkte betekenis van het woord (dus in de betekenis van: helpers van de voorganger van de plaatselijke Gemeente, in de geestelijke zaken, dus om de Gemeente te helpen wijden) – en die van diakenen praktisch op neerkomen.

KLIK HIER om deze studie (deel 8) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen![7]

CJH Theys[8]

[1] Vlassen = Sterk verlangend of begerig uitzien naar.
[2] Mannelijk = Zoals – vooral Bijbels en geestelijk gezien – van een man verwacht wordt. Een man die zich manifesteert als een “geestelijk VOLWASSEN man” en die jaagt naar “de mate van de grootte van de volheid van Christus (zie Ef. 4:13).
[3] Zie eventueel de studie “Tot welke Gemeente behoren wij?”, van H. Siliakus/A. Klein, op ons Weblog van 24-1-2010.
[4] Manifesteren = Zich (door ons heen) openbaren. Openbaren = Bekend of zichtbaar doen worden. Bovennatuurlijke waarheden bekendmaken. Waarneembaar worden.
[5] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl/ – de studie: “Beschouwingen over het boek Hooglied (over de innige band tussen Bruid en Bruidegom)” van H. Siliakus.
[6] Wij hopen over enkele maanden de studie “Gemeentelijke tucht” van CJH Theys op onze website te plaatsen.
[7] Voor deel 1 t/m 7 van “Podium en Gemeente”, zie ons weblog van 4/6, 10/7, 10/8, 10/9, 10/10 en 10/11, 10-12-2009 en 10-1-2010.
[8] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog van 23-8-2009.
• De 1ste uitgave van deze studie was omstreeks 1970 (in boekvorm). Deze hernieuwde versie is door ons bewerkt naar (meer) HEDENDAAGS Nederlands.


dinsdag 9 februari 2010

Boekbespreking 2: Onze aardse roeping: “En u zult Mijn getuigen zijn”



Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm[1],
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.


U bent het licht van de wereld (volgens Mattheüs 5:14)
Behalve de zoutvorming – wij moeten namelijk “het zout van de aarde” worden (zie Matth. 5:13) door de hand des Heren, waarmee “de NIEUWE MENS in Christus” wordt bedoeld – moeten wij ook “het licht van de wereld” worden (zie Matth. 5:14). Deze beide werkingen geschieden door de zalving van de Heilige Geest, op grond van ons geloof in en onze (volkomen) overgave aan Christus.
Deze zoutvorming is een inleidende werking om ons (geestelijk) gereed te maken, want ons leven moet in overeenstemming zijn/komen met de wil van God. Wij zijn weliswaar als zondaren geboren, maar we moeten – door de werkingen van de Heilige Geest IN ons – verlost worden van ons zondig “ik”-leven en worden omgevormd tot wij het wonderlijke “Jezus-leven”, de zgn. “Christus-natuur”, ontvangen hebben in ons hart en leven.
Daarnaast heeft de zalving van de Heilige Geest ook tot doel om ons te vormen tot een (waarachtig) getuige voor onze medemensen, zodat wij anderen – door de kracht van de Heilige Geest – kunnen brengen in de cirkel van Gods genade. Veel christenen getuigen alleen of voornamelijk in de Gemeente (of Kerk) waartoe zij behoren, maar we moeten niet alleen in de Gemeente getuigen, maar – des te meer – in de wereld daar buiten. Die wereld is dus de voornaamste plaats, ons voornaamste arbeidsveld, onze akker. Want, wij moeten uit die wereld mensen zien te trekken en hun leren om open te (gaan) staan voor het leven van Jezus, voor de genade van Jezus Christus. Dat wordt er dus bedoeld met “licht” verspreiden. En, ook dit is een werking van de zalving van de Heilige Geest. Want zonder de kracht van de Heer – die in en door ons heen werkt met Zijn Geest – is er geen (waarachtig) getuigenis mogelijk. Want de wereld is in de macht van ‘de boze’, in de greep van satan en als wij dus in eigen kracht proberen te getuigen, dan lachen ze ons uit, dan houden ze ons voor een beetje simpel of zoiets, want de wijsheid van God is dwaasheid voor de wereld.
Conclusie: wanneer we niet IN en DOOR de kracht van de Heilige Geest van Jezus getuigen, heeft het geen enkele (eeuwigheids)waarde.
We gaan nu eerst de verzen 14 t/m 16 uit Mattheüs 5 lezen:
U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard (SV: kandelaar), en hij schijnt voor allen die in het huis zijn. Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.”
Nogmaals: de verspreiding van dit (goddelijk) “licht” in die wereld is dus een onmogelijke taak in de eigen kracht van de mens. Er is in de mens zelf geen mogelijkheid om dit licht te verspreiden. Want Jezus zegt Zelf: "…Ik ben het Licht der wereld" (zie Joh. 8:12a) en het is Jezus Die – door de werking van de Heilige Geest in ons – dit “licht” door ons heen doet schijnen. Zonder de werking van Jezus – door de zalving van/met Zijn Heilige Geest – is er dus geen lichtverspreiding mogelijk. Ook niet door de zgn. “goede werken” die wij doen. Het moeten ook geen (goede) werken zijn die WIJ (vanuit onszelf) doen. … Het werk, de taak, moet door de Geest van God gedreven zijn. Om dit te bewijzen gaan wij naar Handelingen 1 vers 8:
“maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult (dan, daarna) Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.”
Het getuigen van Jezus – dus: een waarachtig getuige van/voor Hem zijn – komt dus pas NA die bekrachtiging door de Heilige Geest. Eerst moet namelijk de kracht van de Heilige Geest over ons komen en pas daarna kunnen wij, als een waarachtig getuige, van Hem getuigen.
Men denkt over het algemeen te lichtvaardig over het wachten “in de opperkamer van onze geest” op deze kracht, op deze zalving. Laten wij daarom – biddende – blijven vragen om die wonderlijke krachten van de Heer, totdat Hij binnenkomt; laat Hem – in en door ons heen – Zijn werk doen en dan kunnen wij (waarlijk) getuigen van de Here Jezus. Want, wij zijn allemaal geroepen om te getuigen van Hem. Geroepen om de wereld te vertellen dat Hij opgestaan is, dat Hij een levende Heiland is en dat Hij een Helper is onder alle omstandigheden van het leven. Al onze problemen lossen als het ware op (omdat Hij die voor ons draagt) als wij die in Zijn handen leggen. Dan zullen de satanische krachten en machten in ons hart en leven teniet gedaan worden door ons geloof in Jezus Christus, en door onze overgave aan Hem.
De inwoning van (en dus de vervulling met) de Heilige Geest is dus hard nodig, want het is de enige manier waardoor wij echt een getuige van Hem kunnen zijn, waardoor wij waarlijk (Zijn) “licht” kunnen verspreiden. Dan zullen wij niet alleen maar praten over de Heer (want het Evangelie bestaat niet alleen maar in woorden), maar vooral handelen IN en DOOR Zijn kracht. Dat kunnen wij hieronder ook lezen (in 1 Kor. 2:4-5). Onze prediking, onze onderwijzing, moeten gedreven zijn door de Geest van God willen ze eeuwigheidswaarde hebben.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER

dinsdag 10 november 2009

Podium en Gemeente – deel 5

.

Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.



Hoofdstuk 5
Door God geroepen tot leiderschap in de Gemeente

Het is God, Die u roept
Een roeping tot het arbeidsveld van de Here Jezus Christus geschiedt vanwege God, de Here, Die ons PERSOONLIJK tot Zijn heilige dienst roept en ons hiertoe capabel maakt, nadat Hij ons heeft gereinigd (van ons oude, zondige leven) in en door Zijn Bloed.
“En die Hij tevoren bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen, en die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd, en die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt.” (Rom. 8:30, HSV)
Aan de andere kant echter zal Hij die “dienstknechten” die Hij niet heeft geroepen tot Zijn dienst in of voor de Gemeente, “uitrukken” uit de plaatsen, die zij op eigen initiatief hebben ingenomen.
“Elke plant die Mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal uitgeroeid worden.” (Matth. 15:13b, HSV)
Zo’n bediening zal namelijk niet de nodige zalving verkrijgen van God tot het voortbrengen van ‘eeuwigheidsvruchten’. Zulke “leiders” storten hun volgelingen met zich in het verderf, omdat zij dit Goddelijk werk MENSELIJK en dus (geestelijk) BLIND verrichten, zonder de Goddelijke kracht om het verderf (d.i. de macht van de zonde) te ontvluchten!
“Laat hen gaan; het zijn blinde geleiders van blinden. Als nu een blinde een blinde geleidt, zullen zij beiden in een kuil vallen!” (Matth. 15:14, HSV)
Laat het zo onder ons NIET zijn! Laat niemand zich een roeping aanmeten of aanpraten; wordt – zeker wat deze (heilige) arbeid betreft – niet de “geroepene” van mensen en roep uzelf niet tot een bepaalde arbeid; maar laat Hem u roepen, laat Hem u uitzenden in Zijn wijngaard! Niets geeft u zo’n zekerheid bij uw gaan en staan in het brengen van het Evangelie, dan het besef, de ervaring, dat Hij u PERSOONLIJK heeft geroepen. Als Hij u roept is er geen twijfel mogelijk. Neem bijvoorbeeld de roeping van Mozes, van Jozua en van zovelen, die Hij in Zijn Bijbel bij name heeft geroepen. Zo riep Hij de apostelen en werden Barnabas en Saul, de latere Paulus, door de Heilige Geest bij name geroepen. En dit doet Hij nu nog, vrienden! Velen kunnen niet op die roeping van God wachten en zijn uitgegaan – zichzelf tot Gods dienst geroepen hebbende of door mensen hiertoe “geroepen” zijnde – en werden later teleurgesteld; de ene mislukking na de andere in hun bediening ervarende. Ik wil niet zeggen dat God u niet kan gebruiken, als u uzelf stort op het arbeidsveld; zeer zeker kan Hij u gebruiken, indien u een heilig verlangen koestert om Hem dienstbaar te zijn. Maar héél wat anders is het om de druk van Zijn hand te ervaren, als Hij u persoonlijk tot deze geestelijke strijd heeft geroepen.
Van al de zonen van Isaï verkoos de Here God David, om hem te zalven tot koning over Zijn volk Israël, al was hij nog heel jong (en de jongste zoon van Isaï) en naar het oog (van de mens) de minste, maar hij was een man naar Gods hart! Er zijn in de Gemeente van de Here, ook in deze laatste dagen, geroepenen, die – NAAR DE MENS gesproken – liever “gestenigd” moesten worden, maar in wier leven Gods Hand is uitgestrekt……
Er zijn vele christenen die zich ik weet niet “wie” of “wat” wanen; maar daarom is het bij God nog niet zo! Wees daarom voorzichtig, ga in deze dingen nooit over één nacht ijs; wacht op de Here, Hij zal spreken!

Wat de geroepene kenmerkt: Een wonderbare gemeenschap met de Heilige Geest
Allereerst kennen zij die (waarlijk) door God geroepen zijn een wonderbare gemeenschap met de Heilige Geest, hetgeen nodig is om in dit leven en in de dienst (van God), waartoe zij geroepen zijn, VAST te staan, dat is: ONBEWOGEN (standvastig). U moet uit ervaring weten dat u de Heilige Geest ontvangen hebt, dat Hij (dat is: Gods Geest) in u woont! Wij weten dat het zegel van de doop met de Heilige Geest het spreken in tongen is! Méér nog dan het getuigenis van u, dat u de Heilige Geest hebt ontvangen, is het getuigenis van de Heilige Geest Zelf, dat Hij u “in bezit genomen” heeft, zodat u, net als Paulus, een “gevangene van Jezus Christus” bent, zodat Hij u, als Zijn instrument, in Zijn dienst kan roepen en gebruiken. Er zal dan in uw leven geen bede zijn van: “Here, Ik wil dit, wilt U het maar zegenen!”, maar het oprechte gebed: “Here, wat wilt U, dat ik voor U doen zal?”
Dan zal Gods Geest u heiligen en leiden naar die conditie, waar de glorie van God u vervult en omhult, waar u vol bent van de liefde van God! Alles om u heen kan dan wegvallen, maar de glorie van God zal voor u genoeg zijn. Het is daar, op die plaats van verrukkelijke aanbidding, dat Hij u Zijn wil openbaart; en u niets liever wilt doen dan Zijn wil…
Het is ons vlees, dat op deze weg hierheen gekruisigd moet worden (dus wij moeten afsterven aan onze oude, zondige, vleselijke natuur). Wij zullen veel verdrukkingen hebben (of krijgen) in het vlees, maar wij hebben de Heilige Geest om die verdrukkingen te boven te komen, om zo ons vlees (dat is: onze oude, zondige, vleselijke natuur) te overwinnen!
Ook zal Hij ons Zijn (Geestes)gaven toebedelen, om ons zo capabel te maken tot de dienst, waartoe Hij ons zal roepen. Een aardse werkgever voorziet zijn arbeiders van het nodige en leidt hen op tot de dienst, die hij van hen verlangt; hoeveel te meer onze hemelse Werkgever. Deze gaven moeten wij – onder Zijn leiding – tot ontwikkeling brengen, ze als het ware “opwekken”. Gaven zijn een zekere vorm van openbaring van de Heilige Geest. Wij hebben te leren hoe wij moeten rusten in Hem, opdat Hij door ons heen kan arbeiden, Zich door ons heen kan openbaren. En hoe wij, rustend in Hem en Zijn leiding, de nodige arbeid in Zijn Naam moeten verrichten, zodat die arbeid effect zal hebben. Wij moeten leren om niet de Heilige Geest te willen gebruiken, maar om door de Heilige Geest te worden gebruikt; Hij moet door ons heen kunnen spreken en handelen. Dit alles vraagt om een leerschool, om in de praktijk opgedane ervaring… Dàn pas zal Gods boodschap, gedragen door Zijn zalving, de harten van de toehoorders bereiken en die weten te beroeren tot bekering en overgave en tot toewijding aan Gods zaak! Glorie voor God!

De geroepene wordt verder gekenmerkt door een bediening overeenkomstig zijn roeping, waarin hij de werken, die Jezus deed, ook doet
Is God dienstknecht zó voorzien van het nodige en ingeleid tot het werk van zijn bediening, dan ontvangt hij van de Here van de Oogst persoonlijk de roep tot de bediening, die voor hem is weggelegd.
“Vrede zij u! ZOALS de Vader Mij gezonden heeft, ZEND IK OOK U.” (Joh. 20:21b, HSV)
Wij mogen deze zending koppelen aan de zendingsboodschap van de Here Jezus, die wij in Jesaja 61 vers 1-3 kunnen vinden, waarover later meer. Daarvandaan, dat Jezus getuigde:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen, en hij zal grotere doen dan deze; want Ik ga heen naar Mijn Vader.” (Joh. 14:12, HSV)
Het zijn deze werken, overeenkomstig zijn bediening, die de roeping van de dienstknecht bewijzen.
“Geloof Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is; en zo niet, geloof Mij dan OM DE WERKEN ZELF! (Joh. 14:11, HSV)
God alleen zij de eeuwige glorie!

Laten vleselijke motieven uw roeping niet bezoedelen
Indien u tot Zijn dienst geroepen bent, pas er dan voor op dat uw roeping zich niet (geleidelijk aan) ontwikkeld in een richting die NAAR HET VLEES is, een richting die wellicht UZELF behaagd, maar NIET DE HERE dient!
Als God u, als blanke, roept om Hem bijvoorbeeld in Afrika als zendeling te dienen, dan is het niet de bedoeling om daar speciaal de blanken te gaan bedienen – tenzij de Geest van God u dit uitdrukkelijk te kennen geeft – maar om het Evangelie te brengen aan AL de mensen van dat land! Want, de blanke hoort daar oorspronkelijk niet, die is of woont daar waarschijnlijk voor zaken of dienst. Menselijke sympathieën mogen nooit de motivatie zijn tot uw dienst voor het werk des Heren, maar alleen de liefde van God!
Ook mag een geroepen dienstknecht van God geen financieel gewin najagen. Is het toevallig zo, dat het merendeel van een Gemeente emigreert naar een ander land, dan wil het wel eens voorkomen, dat de herder van die Gemeente – zo maar opeens – ook een “roeping” krijgt voor dat land…
Er was eens een Indonesische arbeider van de Here, die een bepaalde Indonesische Gemeente had. Toen die Gemeente maar niet wilde groeien, omdat die arbeider ergens tekort schoot, had hij “zo maar opeens” een roeping voor de “Hollandse dienst”, ondanks het feit dat hij slecht zijn Nederlands sprak…

KLIK HIER om deze studie (deel 5) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen.[1]

CJH Theys
[2]

[1] Voor deel 1 t/m 4 van “Podium en Gemeente”, zie ons weblog van 4/6, 10/7, 10/8 en 10/9 en 10-10-2009.
[2] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog van 23 augustus 2009.

vrijdag 10 juli 2009

Podium en Gemeente - deel 2


Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.




Hoofdstuk 2
Gods arbeider en de Gemeente
Een Gemeente in deze Nieuwtestamentische periode (van in totaal zo’n 2000 jaar), waarin de Geest van God Zijn weg niet kan hebben, is geen Gemeente in de Schriftuurlijke zin en derhalve GEEN Gemeente van God! Een Gemeente van God is dus een hechte gemeenschap van gelovigen waarin de Geest van God de leiding heeft, en Hij dus de overste Leidsman en de Voleinder van het geloof is. Vanzelfsprekend werkt de Heilige Geest deze leiding uit door middel van mensen in wie Hij woont, door wie Hij dus werkt; waarom dezen ook “medearbeiders van God” worden genoemd.
Velen willen wel graag een Gemeente bedienen, maar dan één, die al gevormd is. Dit lijkt hun gemakkelijker; toch is dat niet zo! Bovendien is er niets zo wondervol, althans indien u hiertoe geroepen bent, dan om eerst nog onbekeerde zielen te zoeken en die – door Gods genade – te brengen in Zijn Koninkrijk; om met die zielen straks samen een Gemeente van de grond af aan op te bouwen. Is die Gemeente – door de leiding en kracht van de Geest – gevormd, dan is u roeping bevestigd èn kent u uw “schapen” door en door.
Velen kennen een verlangen om iets voor de Here te doen; maar zo’n verlangen hoeft nog geen roeping van God te zijn. Toen God Saulus van Tarsen riep, was hij een vervolger van de Gemeente en had zelf allerminst iets, wat op een Gemeente van God leek. Maar toen Saulus een Paulus wilde worden en aan God de beslissing wilde overlaten, werd hij de “apostel der heidenen” bij uitnemendheid. Glorie voor God! Hij reisde de streken en steden af en bouwde Gemeenten op! Halleluja!

De arbeider van God moet Hem dienen zonder aanzien des persoons
“Mijn broeders, heb het geloof van onze Here Jezus Christus, de Here der heerlijkheid, zonder aanzien des persoons. Want als in uw samenkomst een man zou binnenkomen met een gouden ring aan zijn vinger, in sierlijke kleding, en er kwam ook een arme man in haveloze kleding, en u zou hoog opzien tegen hem die de sierlijke kleding draagt en tegen hem zeggen: Gaat u hier zitten op een mooie plaats, en u zou tegen de arme zeggen: Gaat u daar maar staan, of: Ga hier zitten bij mijn voetbank, hebt u dan niet onder elkaar een onderscheid gemaakt en bent u zo geen rechters geworden met verkeerde overwegingen?” (Jak. 2:1-4, HSV)
Als u bij uzelf denkt: “Deze christen betaalt goed zijn tienden
[1], daarom zal ik bij hem maar wat door de vingers zien; maar die andere christen betaalt zijn tienden niet, die zal ik flink op zijn plaats zetten!” dan dient u met “aanzien des persoons”! Of als u het niet zo nauw neemt met Gods Woord, wanneer het een familielid betreft, dan meet u met twee maten! Zo kan men (ook) niet ten volle verzekerd zijn van uw dienst (ten aanzien van de Gemeente)!
Ongeacht voor wie maar ook – hetzij voor een koning of keizer, hetzij voor een bedelaar – hanteer dit Woord goed, snijdt het Woord recht! Dit geldt zowel voor apostelen alsook voor gewone discipelen van de Here.

Een arbeider van God moet zijn eigen huis goed kunnen regeren
Als u als arbeider (in Gods Gemeente) uw eigen huis niet kan regeren, hoe wilt u Gods Huis, de Gemeente, regeren? Weet u, dat Amerikaanse burgers geen gescheiden president willen hebben, wat hij ook is en hoe rijk hij ook is? Want wat zeggen de Amerikaanse burgers? Hetzelfde wat Gods Woord zegt: “Als hij zijn eigen huishouding niet kan regeren, hoe wil hij de staathuishoudkunde van de Verenigde Staten aankunnen”…? Zo kunnen wij ook geen goede voorganger of evangelist zijn als wij ons eigen huis niet (goed) kunnen regeren. Er zijn heel wat evangelisten, die hun eigen huis niet kunnen regeren: zij worden geregeerd door hun vrouw! Zo worden dit type arbeiders ook vaak geregeerd door de Gemeenteleden!

Een arbeider moet getrouwheid kennen in zijn bediening, ondanks strijd
Wat een arbeider in zijn bediening moet kennen is: GETROUWHEID. Getrouwheid is een van God ontvangen talent. Woeker daarmee, al is het gekregen talent nog zo eenvoudig. U kunt, door uw getrouwheid als ouderling of diaken, misschien een wankelmoedige voorganger in de kritieke ogenblikken van zijn leven tot goede steun en hulp zijn; juist genoeg om hem door die ogenblikken heen te helpen.
Geestelijke gaven en talenten komen pas dan tot hun recht, als wij God willen dienen, zoals Hij het wil. Dit geldt voor het gebruik van alle gaven en talenten. Doen wij dit niet dan zijn de beste geestelijke gaven NUTTELOOS! Dit geld evenzeer voor een talent als getrouwheid! Een groot loon wacht die dienstknecht, die zijn Heer getrouw heeft gediend.
· “Goed gedaan, goede en trouwe slaaf[2] (SV: dienstknecht), over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer.” (Matth. 25:23, HSV)
· “Goed gedaan, goede slaaf
(SV: dienstknecht), omdat u in het minste trouw bent geweest, wees daarom machthebber over tien steden.” (Luk. 19:17, HSV)
God stelt véél meer prijs op een arbeider die de hem toevertrouwde schapen, zonder veel geschreeuw, trouw hoedt, ook al komt er een “wolf” opdagen, dan op iemand, die van nature welsprekend is en andere wonderbare gaven bezit, maar vlucht als hij merkt, dat er strijd op komst is; iemand, die altijd uitvluchtjes weet te vinden om de strijd te ontlopen; die niet aanwezig is, als er herrie of ruzie in de Gemeente is, omdat hij er al eerder lucht van kreeg…
Laten wij de les die Jakob, de “hiellichter”, ons heeft gegeven in gedachten houden. Toen strijd hem wachtte – omdat hij zijn broer Ezau moest ontmoeten, die tegen hem verbitterd was vanwege zijn (leugenachtige) handelingen (zie Genesis vanaf hoofdstuk 27) – toen had hij willen worstelen met die Man bij de beek, de Jabok (zie Gen. 32:24-30). En die Man was God! Jakob worstelde dus met God! Maar Jakob liet Hem niet gaan voordat Hij hem zegende en zijn naam veranderde van Jakob in Israël, van “hiellichter” in “strijder van God”! Jakob zond vijf kudden naar zijn broer Ezau (vijf is het getal van “verzoening”); ook boog Jakob zich zeven keer voor Ezau, wat getuigt van Goddelijke ootmoed (d.i. het zich vrijwillig en nederig aan iemand onderwerpen), halleluja! Daardoor kon Ezau zijn broer Jakob daadwerkelijk en niet anders dan in verzoening ontmoeten!
Als u niet kan of durft te strijden als een arbeider van God, kan God u nooit – als Zijn mede-arbeider – in Zijn Gemeente plaatsen; Hij heeft aan zo’n arbeider niets! Ons is nooit beloofd dat onze weg naar de hemel “over rozen” gaat, integendeel, de weg naar de hemel gaat “langs vele verdrukkingen”… Maar laten wij hierbij niet vergeten dat Hij beloofd heeft: “Ik ben met u, alle dagen, tot aan de voleinding der wereld!” (Matth. 28:20). Prijs God! Houdt dus vast en blijft staan, dáár, waar u door de Here bent geplaatst. Nogmaals: als u, als gevolg van ’s Heren roeping, uw schouders hebt gezet onder een bepaald werk van Christus, als u in een zekere bediening van Hem staat, BLIJF dan staan, HOUD vast wat u hebt! Ook in dit geval geldt het Woord van de Here: “Houd vast wat u hebt, opdat niemand uw kroon zal wegnemen! (Openb. 3:11b, HSV).
Van Demas lezen wij dat hij op een gegeven ogenblik de apostel Paulus afviel, maar er waren – dank zij Gods voorzienigheid – anderen, die zijn plaats konden innemen. Glorie voor God! Laten wij Bijbelse voorbeelden als deze goed voor ogen houden.
Laten wij, aangaande deze dingen, ons liever spiegelen aan het Woord, zoals geschreven in 2 Timotheüs 4 vers 1-5: “Ik dring er dan op aan, voor God en de Here Jezus Christus, Die levenden en doden zal oordelen bij Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk: predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen. Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderwijs. Want er zal een tijd komen dat zij het gezonde (Bijbelse) onderwijs niet zullen verdragen, maar zij zoeken wat hun gehoor streelt, en zullen voor zichzelf leraars bijeenrapen naar hun eigen begeerten. Ze zullen hun gehoor van de waarheid afwenden en zich keren tot fabels. Maar u, wees nuchter (SV: wakker) in alles. Lijd verdrukkingen. Doe het werk van een evangelist. Vervul uw dienstwerk (t.a.v. de Gemeente van God) ten volle.” (HSV)
Het is een Woord vol van vermaningen en raadgevingen van Paulus aan de jonge Timotheüs, die hij, dank zij de genade van de Here, mocht stellen onder zijn leiding. Timotheüs werd door de Here geroepen om een evangelist te zijn van de Gemeente van God.
U zult, als u het Woord van God predikt, altijd mensen vinden die niet willen dat u hun leert hoe het hoort; die niet willen dat u hun vermaant. Zij willen slechts “de Blijde Boodschap” horen! Dit is in tegenspraak met de opdracht aan elke evangelist, een Bijbelse opdracht waarover wij (hierboven) in 2 Timotheüs 4 vers 1-5 hebben gelezen. En… er staat niet voor niets in 2 Timotheüs 3 vers 16 ook nog het volgende te lezen: “De hele Schrift is door God ingegeven, en is nuttig om te ONDERWIJZEN,...” (HSV)
Als u werkelijk het Woord van God predikt, ONDERWIJST u! Dit is wat een brenger van het Woord nummer één moet doen; natuurlijk niet in eigen kracht, en ook niet door geweld, maar door de Geest van God. Dus: predik het Woord van God! En dit Woord is niet alleen "nuttig om te onderwijzen", maar ook om “te weerleggen (aan hen bij wie Gods Woord weerstand oproept), te verbeteren (aan hen die Gods Woord onjuist uitleggen) en op te voeden (hen die zijn afgedwaald en dan nog dikwijls denken, dat zij het beter weten)”.
Ook heeft Paulus in 2 Timotheüs 4 vers 2 (zie hierboven) onder andere geschreven: “…bestraf (degenen die zondigen, die door hun handel, wandel en/of woord “willens en wetens” in verzet tegen Gods Woord komen), vermaan, en dat met alle geduld (degenen die nalaten te doen wat men moet doen)”.
Daarom heeft een arbeider in de dienst des Heren kennis nodig aangaande het Woord van God; anders kan hij dit Woord niet “recht snijden” (d.i. brengen en uitleggen zoals God het wil en bedoeld heeft)!
Het Woord van God is geen speelgoed! Hoeveel gelovigen spelen in deze laatste dagen niet met dit Woord! Zij hanteren het zoals zij het willen, zoals het in hun kraam te pas komt! Zulke gelovigen durven niet met een “open Bijbel” de wil van God onder de loep te nemen, bang als zij zijn voor de uitspraken van Gods Woord. Eén ding is waar: dit Woord scheidt ons van de zonde. Maar het omgekeerde is evenzeer waar: de zonde scheidt ons van Gods Woord, de zonde maakt dat u dit Woord niet (waarlijk) liefhebt. Als u werkelijk God wil dienen, ondanks strijd, dan grijpt u naar dit Woord!

KLIK HIER om deze studie (deel 2) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen![3]

CJH Theys[4]


[1] Waar – Bijbels gezien èn bestemd voor “het werk des Heren” – ook echt 10% van al uw inkomsten mee wordt bedoeld. Zie o.a. Mal. 3:8-10, Matth. 23:23 en Luk. 11:42.
[2] Het woord “slaaf” heeft bij ons een nare klank, maar m.i. is het een goede vertaling, omdat Hij waarlijk onze “Heer en Meester” is want… “Hij heeft ons gekocht en betaald” met Zijn eigen Bloed!
[3] Voor deel 1 van “Podium en Gemeente”, zie ons weblog van 4 juni 2009.
[4] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog, onder “Mijn volledig profiel weergeven”.
· De 1ste uitgave van deze studie was omstreeks 1970 (in boekvorm). Deze hernieuwde versie is door ons bewerkt naar (meer) HEDENDAAGS Nederlands. De originele versie (digitaal uitgetypt) is eventueel op aanvraag – via
info@eindtijdbode.nl – te verkrijgen.

donderdag 4 juni 2009

Podium en Gemeente[1]


Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.




Voorwoord

Met de uitgave van “Podium en Gemeente” geloven wij te voorzien in de behoefte van vooral jonge (en vaak dus nog onervaren) arbeiders op het arbeidsveld des Heren aan studies, zoals hier gegeven. Deze vinden uiteraard hun fundatie (hun basis) in de Bijbel en zijn samengesteld aan de hand van de praktijk gedurende vele jaren.
De schrijver hoopt dat in dit werk genoeg gevonden zal worden dat dienen mag als (nuttige) “informatie”. En wanneer er waardering is van de zijde van hen die dit lezen en bestuderen, zullen zij èn de schrijver van deze studie een berg hebben beklommen, waarvan de top uitsteekt boven het “normale, alledaagse leven”!
Met het “delven” uit de (geestelijke) Mijn – vol van de rijkste goudertsen,… uitgegraven met het “houweel van volharding” en met de “spade van liefde”, die beide werden gehanteerd met “handen van gepaste ootmoed” – gaat de bede, dat de Here Jezus Christus Zijn ONmisbare zegen zal schenken aan de inhoud, opdat er een blijvende zegen zal zijn voor die dappere menigte van jonge (vaak nog onervaren) arbeiders die bezield zijn met dat “heilig vuur”, met die heilige ijver; niet alleen om “vissers te zijn van mensen”, maar ook om de bijeengebrachte zielen te dienen in eenvoud en met een nederig hart, als zijnde: “een Gemeente van God”!!

Geheel de uwe, in de dienst van de Here, de Here van de oogst (d.i. de oogst van zielen).

CJH Theys
[2]

De arbeider van de Here en zijn verhouding tot God
Dit onderwerp “Podium en Gemeente” staat in verband met drie dingen:
1. De Heilige Geest, de Goddelijke Bewerker van alle arbeid in en voor de Gemeente;
2. De arbeider, ongeacht zijn ambt, functie of bediening;
3. De Gemeente.
Wij zullen eerst de arbeider van de Here onder de loep nemen en zijn algemene verhouding tot God, de Heilige Geest (de 3de Openbaringsvorm van God
[3]), om dan, in het hierna volgende hoofdstuk, deze arbeider nader te beschouwen in zijn algemene verhouding tot de Gemeente, die hij in de Naam de Here moet bedienen.

De arbeider en zijn karakter
Vóór alles hoort een arbeider van God een DEGELIJK KARAKTER te hebben. Dit is meer waard dan de naam van “een geweldige spreker of prediker” te hebben.
Goede gewoonten vormen het karakter ten goede, slechte gewoonten vormen het echter ten kwade. Laat mij het zo zeggen: het natuurlijke karakter wordt mede gevormd door “vaste” gewoonten (die wij vaak graag laten zoals ze zijn). Het komt dus hierop neer: Als u “van huis uit” mededeelzaam (o.a. behulpzaam)
[4] en gastvrij bent en u leert de Here Jezus Christus kennen, dan leert u, als u Hem (echt) hebt aangenomen, door Hem het leven in de Geest kennen en zult u zich door Hem laten leiden. Het natuurlijke in uw karakter wordt dan door Hem geheiligd en als u dit karakter zo door Hem laat vormen (laat cultiveren als een parel) dan verkrijgt u – in en door Hem – dat degelijke karakter. Maar bent u “van huis uit” niet gastvrij, niet mededeelzaam (behulpzaam etc.), eerder geldgierig dan vrijgevig, dan moet u dit beroerde karakter neerleggen op het (brandoffer)altaar[5] van God, om het, als een brandoffer, “te laten verbranden tot as”, zodat Hij u van dat beroerde karakter kan verlossen. Dit brengen van uw ‘wezenskarakter’[6] voor God moet u ZELF doen. U moet een afkeer van uw eigen karakter krijgen en, net als Jakob, (in het gebed) willen worstelen met God (zie Gen. 32:24-30), om ervan verlost te worden
Vele dingen in het geestelijk leven moeten wij ZELF doen; en dat net zoveel keer als de Bijbel zich tot ons richt met een “Laten wij”. Als er staat geschreven: “Kom naar Mij toe” (Matth. 11:28a, HSV), dan is het niet zo, dat de Heilige Geest u tot Jezus moet brengen; neen, dat moet u ZELF doen. U moet komen tot de Heilige Geest, Die de Geest van de Here Jezus Christus is, om door Hem de verlossing en vernieuwing te smaken.

Een arbeider moet een leven in afhankelijkheid van Hem leiden
Een arbeider van God moet altijd woekeren met zijn tijd, met zijn kennis van Gods Woord, met zijn talenten, maar boven alles zal hij hebben te ervaren dat, wil hij een Gemeente dienstbaar kunnen zijn, hij een leven in AFHANKELIJKHEID VAN JEZUS CHRISTUS moet leiden. Hoe meer u beseft dat u in alles op Hem moet leunen, hoe meer u van Gods Heilige Geest zal ontvangen.
Als wij op een gegeven moment echter zouden denken: “Het gaat goed zo, het gaat prachtig. Ik heb betrouwbare ouderlingen, dus het zal wel goed gaan”, dan lopen wij (dikwijls) het gevaar, dat wij GEESTELIJK ONACHTZAAM worden, geestelijk onverschillig! De belangen, aangaande de “schapen” die ons zijn toevertrouwd, zouden dan wel eens niet meer zo nauwgezet behartigd kunnen worden! God zal u dan, hoewel Hij u hierop af en toe attent zal maken, eerst kalm laten voortsukkelen, totdat u op een gegeven ogenblik tot de gewaarwording bent gekomen dat u (geestelijk) volkomen bent “drooggelopen”. Als Gods Geest u zo – als het ware – “op het matje” roept, dank God dan voor deze bezinning en keer terug tot de (volkomen) afhankelijkheid van Hem.
Jezus betoonde Zijn afhankelijkheid van de Vader met de volgende openbaring:
· “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De Zoon kan niets van Zichzelf doen, als Hij dat niet de Vader ziet doen; want al wat Deze doet, dat doet ook de Zoon op dezelfde wijze.” (Joh. 5:19, HSV)
· “Ik kan van Mijzelf niets doen. Zoals Ik hoor, oordeel Ik en Mijn oordeel is rechtvaardig; want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van de Vader, Die Mij gezonden heeft.” (Joh. 5:30, HSV)
Jezus leunde geheel en al op de Vader; en wij moeten dit net zo doen ten opzichte van Jezus. Wij zijn volkomen afhankelijk van Zijn zalvingen. Zonder Hem kunnen wij niets doen. Men kan van nature getrouw zijn, hulpvaardig, welbespraakt en bereid tot een zekere bediening, maar als de zalving van God aan woord en daad ontbreekt, dan is die bediening krachteloos, ongezouten, zonder die Goddelijke “vitaminen”, die een zondaar brengen tot bekering en een gelovige tot de waarachtige overgave aan God, zoals een kind van God betaamd! Helaas nemen velen genoegen met zulk een surrogaat-bediening… Laten wij dit echter niet doen, vrienden, laten wij geen surrogaat
[7] accepteren, niet van de kant van de arbeider van God, maar ook niet van de kant van ‘de Gemeente van God’! Laten wij slechts genoegen nemen met het ware Bijbelse Pinksteren (zoals beschreven in het Bijbelboek Handelingen), met een leven in absolute afhankelijkheid van die machtige zalvingen van de Geest van God.

Bouw nooit op eigen kracht
Bouw nooit op (menselijke) gaven en talenten. De beste (menselijke) gaven zijn geestelijk nutteloos als ze niet gebruikt worden onder de zalving van de Heilige Geest. U mag een briljant spreker zijn, maar toch helemaal geen (geestelijke) stichting brengen, de harten helemaal niet roeren tot bekering, overgave en toewijding! Daarentegen kunt u een eenvoudig mens zijn met een eenvoudige opleiding, maar toch uw toehoorders (geestelijk) verzadigen. Waarom? Omdat u dan spreekt onder de ZALVING VAN DE HEILIGE GEEST. Een Woord gesproken onder de Zalving van de Heilige Geest wordt als het ware omwikkeld met de LIEFDE VAN GOD! Beide mogen de waarheid aangaande Gods wil onder woorden brengen, maar predikers die tot de eerstgenoemde categorie behoren rekenen op educatie (d.i. het geestelijk opvoeden of vormen van hun toehoorders door middel van kennis alleen): zij bouwen op (hun eigen, menselijke) talenten en gaven en daarom blijft hun “woord” MENSELIJK, al kan dit “menselijke” boeiend en mooi zijn, toch werpt het nooit ‘eeuwigheidsvruchten’ af! De laatstgenoemde categorie predikers leven echter in overgave en afhankelijkheid van de Heilige Geest. Deze predikers bidden tot de Heilige Geest (de 3de Openbaringsvorm van God)
[8] om Hem te vragen of Hij hun mond wil gebruiken en vullen met Zijn sprake, met Zijn woorden. En wie kan er spreken en werken zoals Hij? Daarom brengen deze predikers EEUWIGHEIDSVRUCHTEN voort! Onze eigen persoonlijkheid, hoe wonderbaar ook, is voor het Koninkrijk van God NIETS WAARD zonder de zalving van de Heilige Geest. Geeft Hem (d.i. Gods Geest, de Heilige Geest) daarom plaats en ruimte in uw hart en leven.
Denk niet dat het u ooit schade zal berokkenen als u Hem datgene geeft, wat Hij van u af moet eisen. In plaats van de prijs die u moet betalen – namelijk het afsterven aan uw oude, zondige leven: het loskomen van ALLE (zondige) BANDEN MET VLEES, WERELD EN DEMONISCHE MACHTEN – zal Hij u talrijke zegeningen geven en U, in en door Zijn eigen Geest, HEILIGEN!
· “Want wat baat het een mens, als hij heel de wereld wint en aan zijn ziel schade lijdt?” (Matth. 16:26a, HSV).
U kunt beter arm zijn in de ogen van de mensen, maar rijk zijn in God! Soms moet u iets prijsgeven om DATZELFDE, maar dan GEHEILIGD, van Hem terug te ontvangen!
In dit licht gezien zult u begrijpen dat u nooit kwesties, die de Gemeente aangaan, op mag lossen in eigen kracht; noch dat u, wat het werk in de Gemeente aangaat, mag bouwen op MENSEN! De Gemeente is een erfdeel van de Here, die Hij u heeft toevertrouwt. Ga daarom, voor problemen die de Gemeente aangaan, niet te rade met mensen “van vlees en bloed”, maar zoek de oplossing bij de Heilige Geest (de 3de Openbaringsvorm van God), Die nooit buiten Zijn Woord zal gaan!


De arbeider moet God en Zijn Woord boven alles liefhebben, meer dan wat hijzelf is of heeft
Hebt u eenmaal een bediening aangenomen, en hebt u uw schouders gezet onder een taak, dan verwacht God, dat u tot het uiterste zal gaan met Hem, want Hij gaat tot het uiterste met u.
U moet God, Zijn Woord en Zijn Koninkrijk liefhebben, ook Hem eren, boven uzelf! U kent vast wel de gelijkenis van de Koninklijke bruiloft (zie Matth. 22:1-14). Allen werden uitgenodigd daartoe; een dienstknecht ging persoonlijk naar de genodigden toe. Maar… zij lieten zich allen, om verschillende redenen, verontschuldigen! De les die wij hieruit leren is:
1. dat de meeste christenen meer liefhebbers zijn van zichzelf dan van God; dat hun eigen wil prevaleert (d.i. de overhand heeft) boven die van God (zij “grepen zijn dienstknechten, mishandelden hen en doodden hen”, zie Matth. 22:6);
2. dat de meeste christenen meer liefhebbers zijn van de wellusten, dan liefhebbers van God (“ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen”, zie Luk. 14:20);
3. dat de meeste christenen meer liefhebbers van het materiële zijn, dan van het Koninkrijk van God (“Maar zij sloegen er geen acht op en gingen weg, de één naar zijn akker, de ander naar zijn zaken”, zie Matth. 22:5. “En een ander zei: Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga erheen om ze te keuren. Ik verzoek u: Houd mij voor verontschuldigd”, zie Luk. 14:19).
Laat het met u zo niet zijn.

KLIK HIER om deze studie (deel 1) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen!

CJH Theys[9]

[1] Onder “podium”, in de ruime zin van het woord, wordt verstaan:
De plaats, de functie, in de Gemeente van de levende God, waartoe de Heilige Geest ons heeft geroepen en tot de bediening waarvan Hij ons bekleedt met macht en kracht om naar die roeping de Gemeente te dienen.
[2] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog, onder “Mijn volledig profiel weergeven”.
[3] Zie de uitleg bij de PDF-versie. Zie ook de uitleg bij noot 8. Zie eventueel op onze website www.eindtijdbode.nl/ ook nog de studie: “De natuurlijke mens en de Heilige Geest”.
[4] Met “mededeelzaam” wordt hier m.i. “het onderlinge hulpbetoon”, indien nodig ook hulp in de vorm van geld en/of goederen, bedoeld. (Vergelijk Hebr. 13:16 van de Statenvertaling met de Herziene Statenvertaling).
[5] Voor meer over de geestelijke betekenis van de verschillende tabernakelobjecten, zie eventueel op onze website www.eindtijdbode.nl/ de studies: “Christus in de Tabernakel” van CJH Theys en/of “De Tabernakel van Israël” en/of “Lukas; het boek van de NIEUWE MENS in Christus” van E. van den Worm.
[6] Met ‘wezenskarakter’ wordt m.i. bedoeld: Uw karakter, uw aard, uw natuur, uw wezen; en dat is het essentiële, wat iemand maakt tot wie hij of zij (ECHT) is.
[7] Surrogaat = Letterlijk: Vervangingsmiddel van mindere kwaliteit. Het wordt gebruikt om iets, dat niet voorhanden of moeilijk te verkrijgen is, te vervangen.
[8] Onze almachtige God heeft 3 openbaringsvormen: Vader, Zoon en Heilige Geest. Gods wezen is een Eénheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit drie personen bestaat, is een dwaling. In Deut. 6:4 staat: "Hoor, Israël: de Here is onze God; de Here is één! (dus één Persoon!)". Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (d.i. geslagen) (zie Exod. 25:18). En, ook de mens bestaat uit een lichaam, het zichtbare deel (1), een ziel (2) en geest (3).
[9] De 1ste uitgave van deze studie was omstreeks 1970 (in boekvorm). Deze hernieuwde versie is door ons bewerkt naar (meer) HEDENDAAGS Nederlands. De originele versie (digitaal uitgetypt) is eventueel op aanvraag – via info@eindtijdbode.nl – te verkrijgen. Zie ook nog noot 2.