Posts tonen met het label predikers der gerechtigheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label predikers der gerechtigheid. Alle posts tonen

dinsdag 8 februari 2011

De eindtijdbode – nieuw(s)lichter

Kijk ook eens op onze nieuwe site "De eindtijdbode – nieuw(s)lichter" met een aantal vaste rubrieken, zoals:

  • Tekenen van de Eindtijd
  • Voor u gelezen
  • Goed Nieuws-berichten
Te bereiken via http://eindtijdbode.wordpress.com/

Het woord “nieuw(s)lichter” heeft vele woorden en dus allerlei betekenissen in zich:
• NIEUW: Het is een NIEUWE site, naast onze al bestaande sites:
1. website http://www.eindtijdbode.nl/
2. weblog http://www.eindtijdbode.blogspot.com/
3. website (Engelstalig) http://www.endtime-messenger.com/
4. Blog (Engelstalig) http://www.endtime-messenger.blogspot.com/
• NIEUWS: Er staan in ieder geval regelmatig 3 soorten NIEUWS op:
1. de zgn. “Goed Nieuws-berichten” en
2. nieuws over “Christenvervolging
3. nieuws over allerlei gebeurtenissen in de wereld die – vermoedelijk – met “Tekenen van de Eindtijd” te maken hebben.
• LICHT: Kan – in Bijbels verband – gezien worden als “(geestelijk) LICHT en/of inzicht” hebben/krijgen in bepaalde zaken.
• LICHTER: Deze nieuwe site is duidelijk LICHTER van aard dan onze website en ons weblog, waarop vooral diepgaande Bijbelstudies staan.
• NIEUWLICHTER: Volgens het woordenboek is dit: Een aanhanger van nieuwe opvattingen of denkbeelden. Je zou ook kunnen zeggen: Een aanhanger met (bepaalde) opvattingen of denkbeelden over Bijbelse zaken die – door sommigen – als nieuw (of: anders) worden ervaren/gezien.
• NIEUWSLICHTER: Iemand die allerlei nieuws leest en sommige artikelen – die passen bij de doelstelling – eruit licht om ze vervolgens op de eigen site te plaatsen (eigen uitleg).

Hopelijk is uw nieuwsgierigheid – in de goede betekenis van het woord – gewekt en besluit u gauw eens een kijkje te gaan nemen op deze nieuwe site.

A. Klein

woensdag 10 maart 2010

Podium en Gemeente – deel 9

.

Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.




Hoofdstuk 9
De bedienaars van het Woord

Uitdelers van Gods verborgenheden
Tot de bedienaars van het Woord worden al degenen gerekend die geroepen zijn om op één of andere wijze de verborgenheden van Gods Woord aan de Gemeente, en aan allen die geloven, uit te delen. Deze bedienaars hebben – voor deze Goddelijke taak – in het bijzonder de gaven van het Woord, namelijk het Woord van WIJSHEID en het Woord van KENNIS, ontvangen. Tot deze groep van bedienaars worden gerekend: apostelen, leraars, herders en evangelisten.
• “Laat men ons zó beschouwen, namelijk als dienaren van Christus en als beheerders (SV: uitdelers) van de verborgenheden van God.” (1 Kor. 4:1, HSV)
Een dienstknecht van Christus (werkzaam in Gods wijngaard) wordt geroepen om Christus te dienen en GEEN MENSEN! Ook is hij NIET geroepen om te heersen, maar om Christus te DIENEN, Die het Hoofd is van de Gemeente, onder ALLE omstandigheden en in ELKE situatie!
Een (waarachtige) dienstknecht van Christus is dus niet iemand die werkt en handelt krachtens EIGEN autoriteit, maar hij is AFHANKELIJK van zijn Zender; hij heeft te arbeiden overeenkomstig de richtlijnen van Gods Woord.
Nogmaals: De arbeider van God heeft het NIET zelf voor het zeggen, maar hij heeft te spreken zoals de Geest van God het hem te zeggen geeft. Hij is – als het goed is – niet iemand die zichzelf “op de borst slaat” en zegt, zoals ik wel eens heb gehoord: “Denk erom, weet tegen wie je het hebt, je spreekt tegen een gezalfde des Heren!” Als het goed is moet zijn leven juist DIENSTBAAR zijn, tot verlossing en redding van velen, in de Naam van Jezus!
En de bediening van Gods arbeider moet er dan toe strekken dat hij het geestelijk inzicht (d.i. de uitleg) van Gods VERBORGENHEDEN – die in de Bijbel, Gods Woord, staan – uit handen van Gods Geest ontvangt om die op zijn beurt aan de Gemeente te openbaren (dus: deze bovennatuurlijke waarheden bekendmaken/doorgeven). Met andere woorden: De boodschappen (de predikaties en/of Bijbelstudies) die Gods arbeider brengt moet hij door middel van gebedsgemeenschap ontvangen van de Heilige Geest… Zo geeft Hij – de Heilige Geest, werkzaam door Gods arbeider heen – de Gemeente geen steen, maar brood, en dus voedsel voor de ziel. Het zijn VERBORGENHEDEN voor de Gemeente; maar aan de dienstknecht van God geopenbaard om die door te geven aan de Gemeente. Want, verborgenheden zijn geen dingen die aan de oppervlakte van het Evangelie liggen, maar in de diepten van Gods verlossingsplan en wil.

Getrouwheid bij het uitdelen
• “En verder wordt van de uitdelers vereist dat zij getrouw blijken te zijn.” (1 Kor. 4:2, SV/HSV)
Er zijn, ook vandaag-de-dag, velen die voor God arbeiden, maar er zijn weinig getrouwe arbeiders; arbeiders die op hun post blijven, ook al komen er spanningen of problemen! Ook zijn er weinig getrouwen in het waarnemen van de “gebedswacht” bij de Here Jezus Christus; opdat zij, door deze gebedsworstelingen,

>>>Gods wil leren verstaan, en
>>>de openbaringen van God kunnen ontvangen aangaande de verborgenheden uit Zijn Woord,en
>>>de openbaringen van God kunnen ontvangen aangaande de verborgen ongerechtigheden van de Gemeenteleden.
Uit het voorgaande hebben wij leren verstaan, dat de getrouwheid tweeledig is, namelijk:
1. de getrouwheid ten aanzien van Degene, Die ons heeft geroepen en gezonden enerzijds, en
2. de getrouwheid ten aanzien van de Gemeente(leden); degenen, die wij in de Naam van de Here moeten dienen anderzijds.
De getrouwheid ten aanzien van God, onze Zender, heeft betrekking op 4 terreinen, namelijk: dat van de LIEFDE, van de GEHOORZAAMHEID, van de IJVER, en van de VURIGHEID.
Er moet in ons hart, voor onze Heer en Heiland en Zijn Koninkrijk
1. een BLIJVENDE LIEFDE branden,
2. een BLIJVENDE GEHOORZAAMHEID bestaan,
3. een BLIJVENDE IJVER,
4. en een BLIJVEND VUUR branden.
Als u de (Goddelijke) liefde niet hebt voor uw roeping, voor uw ambt, kunt u onmogelijk de liefde opbrengen voor degenen die u moet dienen. Als u in de maatschappij niet van uw werk houdt, dan verricht u uw werk “met de Franse slag”, omdat het werk u dan niet interesseert. Als u geen gehoorzaamheid kent aan Degene, Die u heeft geroepen en gezonden, hoe wilt u ooit verwachten dat de leden van de Gemeente, die u mag voorgaan, gehoorzaam zullen zijn! Als ùzelf tekortschiet aan ijver voor de zaak van God, hoe wilt u anderen leren jagen naar de dingen van God? Als u een betrekking in de maatschappij hebt zult u zich ook niet lui kunnen gedragen en kunnen wegblijven wanneer u maar wilt. Als u voor een keertje verstek laat gaan, zal uw voorwendsel door uw baas wel worden aanvaard, maar zoiets mag niet meerdere malen gebeuren. Doet u het tòch, dan neemt uw baas een ander voor u in de plaats! Wat denkt u dat de Here zal doen als u op dit punt fraudeert; als u Zijn bediening nog veel lichter opvat dan een maatschappelijke betrekking? Geliefden, kijk uit dat u uzelf niet bedriegt. U ontneemt uzelf zó de zegen! Laten wij niet spelen met de dingen van Gods Koninkrijk. Wij vergeten soms dat vele dingen ons overkomen vanwege onze eigen, grove nalatigheid ten aanzien van onze bediening en onze beloften aan de Here. Als uw vurigheid – als voorganger en herder van de Gemeente – zelf te wensen overlaat, hoe kunt u dan vurigheid van uw “schapen” (de Gemeenteleden) verwachten? U kunt alleen maar vuur met vuur maken.
Als wijzelf het vuur van Gods Geest missen, kunnen wij anderen niet meeslepen en “in brand zetten” voor Jezus!
In dit alles moeten wij ten aanzien van de Here getrouw zijn (en blijven). Als wij ten aanzien van Hem geen getrouwheid kunnen opbrengen, zullen wij ook geen getrouwheid (in de ware zin) kunnen opbrengen ten aanzien van de Gemeente, die wij moeten dienen; wij maken dan van het Evangelie een gewin voor onszelf en dan is (of wordt) de financiële kant voor ons hoofdzaak! Zulke dienstknechten maken van “hun roeping” een beroep; zij eten, zoals Gods Woord het zegt, de huizen van de zielen op en “sluiten het Koninkrijk der hemelen voor de mensen” (zie Matth. 23:13-14)!
• “Wie is dan de trouwe en verstandige rentmeester (SV: huisbezorger) die de heer over zijn huisbedienden zal aanstellen om aan hen op de juiste tijd het (geesteijk) voedsel te geven dat hun toekomt? Zalig de slaaf (SV: dienstknecht) die door zijn heer bij zijn komst zo handelend aangetroffen zal worden. Werkelijk, Ik zeg u dat hij hem over al zijn bezittingen zal aanstellen. Als die slaaf (SV: dienstknecht) echter in zijn hart zou zeggen: Mijn heer blijft nog lang weg, en zou beginnen de knechten en de dienstmeisjes te slaan, te eten en te drinken en dronken te worden, dan zal de heer van deze slaaf (SV: dienstknecht) komen op een dag waarop hij hem niet verwacht en op een moment dat hij niet weet; en hij zal hem afscheiden (NBV: straffen met zijn zwaard) en hem in het lot doen delen van hen die ontrouw zijn!” (Luk. 12:42-46, SV/HSV)
De “huisbezorger” (d.i. de voorganger of herder) van de Gemeente des Heren moet zijn mede-“huisbedienden”, zijn mede-gelovigen, op de juiste tijd (het geestelijke) VOEDSEL weten te geven; namelijk voedsel, waar de NIEUWE mens[1] naar hongert: het Woord van de levende God. En ten aanzien van het brengen van dit Woord van God zijn er weer vier (te onderscheiden) zaken, die de dienstknecht van God in acht moet nemen:
1. Hij moet de onvervalste waarheid brengen; de gezonde (Bijbelse) leer.
2. Hij moet dit Woord der waarheid RECHT snijden, er geen “draai” aan geven.
3. Hij moet het WOORD prediken, niet spreken over “koetjes en kalfjes”.
4. Hij moet het Woord NIET “al twistende” brengen, maar onderwijzen in ZACHTMOEDIGHEID.

1a. Wij leven vandaag-de-dag in moeilijke tijden. Wij zien tegenwoordig velen overstag gaan en hun boodschap (hun prediking) aanpassen aan de moderne tijd en de moderne mens! Maar… denk erom, dienstknechten van de Here, u predikt NIET ùw Woord, maar u moet DE BOODSCHAP VAN GOD brengen; een boodschap waaraan u niets mag afdoen of toedoen! Een boodschap van uzelf brengt de mensen niet tot het ware geestelijke LEVEN! De boodschap van God is onveranderlijk, omdat God ONVERANDERLIJK IS! Wanneer wij het Woord prediken naar EIGEN goeddunken en naar EIGEN inzichten, dan is daarmee het bewijs geleverd dat onze innerlijke mens niet (meer) leeft IN en DOOR Christus.
2a. Er zijn predikers die het Woord, uit vrees voor hun Gemeenteleden, VERZACHTEN! Zij vrezen om de boodschap over ‘het oordeel van God over de zonde’ in hun Gemeente te brengen en geven daarom aan Gods Woord een draai, een verzachtende uitleg… in plaats van Gods Woord RECHT TE SNIJDEN! Deze predikers werken liever met de “stroopkwast” om hun leden te behouden en om, onder hun gehoor, aanvaardbaar te blijven! Het gevolg hiervan is dat de Gemeente die zij (als geestelijk “herder”) hebben te hoeden[2], GEESTELIJK VERWILDERT, omdat zij het licht (en dus het juiste inzicht) van Gods Woord niet langer in hun leven hebben en liefhebben! Zo’n Gemeente merkt dan meestal niet dat de voorganger KOOPWAAR van haar maakt en dat hij de Gemeenteleden zo bejegent vanwege de opbrengst van de (wekelijkse) collecte en van de tienden[3] – weliswaar bestemd voor ‘het werk des Heren’, maar wat soms ook in de zakken van dit soort voorgangers verdwijnt – en dus omwille van het geld!
3a. Met “verhaaltjes” van u kan het geloof van de NIEUWE MENS[4] niet gevoed en gesterkt worden, want… dit kan enkel en alleen met het zuivere, VOLLE Woord van de LEVENDE God. Tussen de prediking door kunt u wel iets vertellen, zoals het aanhalen van voorbeelden uit de Bijbel of iets vertellen over uw eigen levenservaring, maar vergeet daarbij vooral niet dat de Heilige Geest in de Boodschap, die u – namens Hem – hebt te brengen, tot Zijn recht moet komen.
4a. Wat het vierde punt betreft, deze vinden wij uitgedrukt in 2 Timotheüs 2 vers 24-26:
“Een dienstknecht van de Here moet niet twisten, maar vriendelijk zijn voor allen, bekwaam om te onderwijzen, en iemand die de kwaden kan verdragen. Hij moet met zachtmoedigheid hen onderwijzen die zich verzetten. Misschien geeft God hun eens bekering, dat zij tot erkenning van de waarheid komen, en zij uit de strik van de duivel weer (geestelijk) mogen ontwaken, levend gevangen als zij waren door hem, om zijn wil te doen.” (HSV)
De Here moet ons LANKMOEDIGHEID en ZACHTMOEDIGHEID leren. Hij moet ons leren om in ootmoed (d.i. in onderworpen nederigheid aan God) onderwijs aangaande de Bijbel te geven, opdat wij meer VRUCHT mogen dragen voor Zijn Koninkrijk. Hij moet ons leren om ‘de rijkdom van Zijn genade’ aan de Gemeente (over) te brengen, en dat met een hart dat zèlf in gebrokenheid en verslagenheid voor de Here klopt, in het diepe besef uit welke poel van zonden wijzelf door onze Heiland zijn getrokken!

KLIK HIER om deze studie (deel 9) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen! [5]

CJH Theys [6]


[1] Zie eventueel – op onze website http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie: “LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus” (vers voor vers nader uitgelegd), van E. van den Worm.
[2] Hoeden = De Gemeente moet – onder de hoede van de voorganger/prediker – van het juiste, geestelijke, voedsel worden voorzien. Maar ook zeker: gewaarschuwd worden voor de macht en invloed van satan, die hun geestelijk leven bedreigt.
[3] Waar – Bijbels gezien èn bestemd voor “het werk des Heren” – ook echt 10% van al uw inkomsten mee wordt bedoeld. Zie o.a. Mal. 3:8-10, Matth. 23:23 en Luk. 11:42.
[4] Zie noot 1.

[5] Voor deel 1 t/m 8 van “Podium en Gemeente”, zie ons Weblog van 4/6, 10/7, 10/8, 10/9, 10/10, 10/11, en 10-12-2009, 10/1 en 10-2-2010.
[6] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog van 23-8-2009.
• De 1ste uitgave van deze studie was omstreeks 1970 (in boekvorm). Deze hernieuwde versie is door ons bewerkt naar (meer) HEDENDAAGS Nederlands.

zaterdag 24 oktober 2009

Het berispen (of terechtwijzen) van de wijzen















Spreken of zwijgen
Het is de heilige plicht van iedere christen om goddelozen op te roepen tot bekering. Maar God wil dat wij hierbij met verstand te werk gaan, bovenal de heiligheid van God en Zijn Naam voor ogen houdend. Zonder deze taak in zijn algemeenheid te verwaarlozen, zal de christen in bepaalde gevallen het zwijgen moeten verkiezen boven het spreken. In Zijn Bergrede[1] zei Jezus: “Geef het heilige niet aan de honden, en werp uw parels niet voor de zwijnen” (Matth. 7:6a, HSV). En later, bij de eerste uitzending van de twaalf discipelen, beval Jezus: “Als iemand u niet ontvangt en niet naar uw woorden luistert, vertrek dan uit dat huis of die stad en schud het stof van uw voeten” (Matth. 10:14, HSV). Liefde voor het verlorene en bewogenheid voor zielen mogen niet leiden tot het terzijde schuiven van deze en dergelijke uitspraken, net zo min als wij nimmer mogen vergeten dat alleen de Heilige Geest een ziel tot bekering kan leiden (zie Joh. 16:7-11). Al de eeuwen door, vanaf de zondeval, hebben de “predikers der gerechtigheid”, dienstknechten Gods, ook naar deze regels gehandeld.

Alleen spreken tot de “wijzen”
Al in het boek Spreuken lezen wij: "Wie een spotter terechtwijst, wordt bespot, wie een goddeloze de les leest, wordt belachelijk gemaakt. Wijs een spotter niet terecht, hij zou je haten, berisp een wijze, en hij mag je graag (SV: hij zal u liefhebben). Een wijze wordt nog wijzer als je hem berispt, een rechtvaardige vergroot zijn inzicht door wat je hem leert" (Spr. 9:7-9, NBV). Na kennisneming van de hierboven vermelde aanhalingen van Jezus zal ongetwijfeld niemand nog durven zeggen dat deze raadgevingen niet getuigen van de ware evangelische geest en gezindheid. Nochtans beschouwen velen ze liever als aanwijzingen voor het “gewone leven” dan als richtlijnen voor de Evangelie-arbeid. Deze woorden volgen op het bekende gedeelte van “het feestmaal der Wijsheid” (zie Spr. 9:1-6, SV) en, wat men al zou kunnen vermoeden, sommige tekstcritici vinden dat zij eigenlijk niet in het verband passen. Ze nemen daarom aan dat dit gedeelte daar, door een latere bewerker van het boek Spreuken, “ingelast” is. Als dit laatste wáár zou zijn, dan is dit naar onze opvatting toch ook duidelijk op aanwijzing en onder de leiding van de Heilige Geest geschied! Door toevoeging van de woorden van de verzen 7 t/m 9 komt namelijk de mogelijkheid veel sterker naar voren dat “het feestmaal der Wijsheid” ten laatste (en eigenlijk) een éénmalig profetisch gebeuren is, dat nog in de toekomst ligt, en niet alleen maar iets dat zich al de eeuwen door steeds weer herhaalt, wanneer mensen zich door de Goddelijke Wijsheid (d.i. de in Jezus verpersoonlijkte Wijsheid) laten onderrichten. De raadgeving: “Wijs de spotter niet terecht, maar BERISP DE WIJZE”, hoezeer die ook mag aansluiten bij richtlijnen die door Jezus voor het gehele Evangelie-tijdperk zijn gegeven, bepaalt ons ontegenzeglijk bij de “tijd van beslissing” die er, volgens het profetisch Woord, voor de wereld in de laatste dagen zal aanbreken. De tijd van “die vuil is, worde vuiler” (SV); “en wie heilig is, moet toenemen in heiligheid (HSV, zie – voor beiden – Openb. 22:11).

Een bijzondere bediening
Naar onze overtuiging zullen er – met name in de eindtijd – dienstknechten Gods, predikers, zijn die de opdracht “Wijs de spotter niet terecht, berisp de wijze” tot de inzet van hun bediening zullen maken. Daartoe zullen zij gedrongen worden door de Heilige Geest, Wiens taak het immers zal zijn in deze dagen een Bruid voor Jezus te vinden en toe te bereiden. Deze predikers, naar verwachting voornamelijk “herders” en “leraars”, zullen zich, naarmate de tijd vordert, meer en meer (op een – door God – gegeven ogenblik) uitsluitend bepalen tot degenen “die HOREN willen” (en dat zijn niet vanzelf allen die regelmatig ter kerke gaan, maar een déél van hen, namelijk de “daders van het Woord”). Uit hun gelederen zal de Bruidsgemeente eenmaal voortkomen.

De scheiding tussen “wijzen” en “dwazen”[2]
Wie is dan de “wijze”? Zoals al eerder werd aangegeven, de “wijze” is het kind van God dat zich door het Woord van God laat onderrichten. Dit Woord van God is als het “Woord der Wijsheid” of de “Logos” te vereenzelvigen met Jezus Christus, de Zóón van God. Als de Zoon van God wordt de gepersonifieerde Wijsheid dan ook beschreven in het voorafgaande hoofdstuk van Spreuken (zie 8:22-31). En Hij, Jezus, is Degene Die als de “opperste Wijsheid” (zie Spr. 9:1, SV) eenmaal dat in Spreuken 9 beschreven “feestmaal” zal aanrichten. Een feestmaal dat daarom, in de rijkste zin van het woord ”een feestmaal van het Woord” zal zijn. Niet ALLE kinderen Gods zijn “wijzen”. Dat zien wij vandaag-de-dag al en de Bijbel leert ons dat de Gemeente, tot op de komst van Jezus als Bruidegom, zal bestaan uit “wijzen” en “dwazen”[3] (zie Matth. 25:2), een onderscheid dat dus te maken heeft met het al of niet horen naar (d.i. het GEHOORZAMEN van) het Woord van God, het “Woord der Wijsheid”. “Berispen” of “terechtwijzen” (in de Statenvertaling en de NBG-vertaling staat: “bestraffen”) is in Spreuken 9 vers 8 (van de NBV) het werkwoord waarmee bedoeld wordt: het prediken van het gezonde, maar daarom soms ook HARDE[4] Woord van God! Alleen onder DEZE prediking zal de Gemeente eenmaal tot VOLMAAKTHEID komen (nodig om tot de Bruid of Bruidsgemeente te kunnen behoren – noot red.). De tegenstelling in Spreuken 9 is die tussen “wijzen en “spotters”, uitersten die juist in de laatste dagen sterk naar voren zullen treden (of: “heilig” en “vuil”, zoals er in Openbaring 22 vers 11 staat). De “spotters van de laatste dagen”, “die naar hun eigen begeerten zullen wandelen” (zie 2 Petr. 3:3, HSV), zullen hardnekkige ONbekeerlijken zijn. Over de “dwazen”, die binnen de Gemeente beschouwd kunnen worden als de “tegenvoeters”[5] van de “wijzen”, wordt hier eigenlijk alleen maar indirect gesproken. Waar de gelovigen die “dwaas” genoemd worden met de spotters gemeen zullen hebben dat zij zich niet serieus voorbereiden op de wederkomst van de Here Jezus Christus (vergelijk 2 Petrus 3:4), moeten wij echter vaststellen dat deze “dwazen” toch ook iets van de geest van de spotters zullen bezitten! Laat ons hier niet te licht aan tillen! De persoonlijke verantwoordelijkheid en de onmogelijkheid van terug te vallen op wat anderen bezitten in dat beslissende uur als de Bruidegom komt, worden zowel in Mattheüs 25 vers 8-9 als in Spreuken 9 vers 12 voor het voetlicht gebracht.

Geestelijke gaven
De predikers op wie de taak van het “berispen van de wijzen” zal rusten – en die daarom als instrumenten van de Heilige Geest gebruikt zullen worden om de zgn. “wijze-maagden-Gemeente”[6], de Bruidsgemeente, tot volmaaktheid te leiden – zullen, om zich ten volle van deze taak te kunnen kwijten, daartoe van de Geest van God ontvangen: “de gave van het woord der wijsheid” en “de gave van het woord der kennis” (zie Kor. 12:4 en 8), beide of één van beide. De eerstgenoemde geestelijke gave (die van het “woord der wijsheid”) dient om in de gelovigen – die waarlijk voor het Woord van God open staan –de ‘naar buiten tredende geestelijke edelheid en schoonheid’ te bewerken. De andere gave (van het “woord der kennis”) bewerkt in diezelfde gelovigen diep geestelijk inzicht. Uitstralende geestelijke edelheid en diep geestelijk inzicht zijn de twee voornaamste openbaringsvormen van de volmaaktheid in Christus. Het “woord der wijsheid” en het “woord der kennis” zijn, van de negen (in 1 Korinthe 12 vermelde) geestelijke gaven, de twee eerstgenoemde. Het is aannemelijk dat zij daarom ook als de twee belangrijkste moeten worden beschouwd en dat de gevolgtrekking mag worden gemaakt, dat pas als deze twee gaven in de Gemeente (weer) ten volle functioneren, ook de andere zeven weer in volle kracht en overvloeiende mate werkzaam zullen kunnen zijn! Zo geschiedde het ook in de Apostolische tijd (zie Handelingen, hoofdstuk 19).

Het feestmaal van het geopenbaarde woord van God
Zo, onder DEZE bediening van het “woord der wijsheid” en het “woord der kennis”, zal het straks geschieden dat “de wijze nog wijzer wordt” en “de rechtvaardige zijn (of haar) inzicht vergroot” (zie Spr. 9:9, NBV) of, zoals Openbaring 22 vers 11 zegt, dat “…wie rechtvaardig is, moet nog meer gerechtigheid doen. En wie heilig is, moet toenemen in heiligheid” (HSV). Dan zal de Bruidsgemeente tot de staat van volmaakte wijsheid, rechtvaardigheid en heiligheid geraken. Zoals ook uit vele andere Schriftgedeelten blijkt, hebben wij dit te verwachten ten tijde van de grote, laatste opwekking (de zgn. Late of Spade Regen-opwekking
[7]), die wereldwijd zal zijn. Wanneer nu dit komen tot de volmaaktheid in Spreuken 9 in verband wordt gebracht met het “feestmaal van de gepersonifieerde Wijsheid” (d.i. het feestmaal van, de persoon, Jezus Christus), lijdt het geen twijfel dat dit “feestmaal” zal samenvallen met de Spade Regen-opwekking. De “opperste Wijsheid” (zie Spr. 9:1, SV), Jezus Christus, zal in de Spade Regen-tijd een “feestmaal” aanrichten, die zijn weerga niet zal hebben gekend in de geschiedenis, namelijk “het feestmaal van het geopenbaarde Woord van God” (zie Spr. 9:1-6), dat uit zal lopen op het Avondmaal van de Bruiloft van het Lam”[8] (zie Openb. 19:9, SV). (Zie ook nog Spreuken 9:5! Vergelijk Spreuken 9:3 met Mattheüs 22:9-10 en Lukas 14:17-23)[9]. Wij verwachten de VOLLE openbaring van het Woord! Hoe nodig is het – gezien het (ver)gevorderde profetische uur waarin wij ons, in onze dagen, bevinden – dat wij ons NU reeds afvragen òf wij (wel) behoren tot die “wijzen” die “eten” van het Woord van God èn die onder de berispingen (of: de terechtwijzigingen) van dat Woord ervaren mogen dat zij toenemen in geestelijkheid en in heiligheid! Een ieder doet er daarom goed aan om acht te slaan op de vermaning van Micha (6 vers 9b) nu het nog GENADEtijd is: HOOR DE ROEDE (Gods) en Wie ze besteld heeft (d.i. Wie anders dan God Zelf)!” (SV)

HS[10]
  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog (met 2 maal per maand een ‘nieuwsbrief’) wilt attenderen.
  • Zie voor meer Bijbelstudies onze website www.eindtijdbode.nl/
  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.

[1] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl/ – de studie: De Bergrede (verschijnt binnenkort op onze website).
[2] Zie eventueel op onze website de studie: “De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd”.
[3] Zie noot 2.
[4] Met het “harde” Woord van God wordt hier bedoeld: ONaangenaam om te horen voor ons “vlees” (d.i. de oude, natuurlijke mens).
[5] Een tegenvoeter = Iemand die – qua mening en inzichten – “een tegenpool” is, of “tegen(over)gesteld” aan die ander.
[6] Zie noot 2.
[7] De zgn. Late of Spade-Regen-opwekking = De opwekking in de eindtijd vanwege de uitstorting van Gods Geest (zie Joël 2:23, 28-29).
[8] Zie eventueel op onze website de studie: “Door de Geest van God geroepen tot deelname aan het Avondmaal van de Bruiloft van Gods Lam en tot deze Goddelijke Bruiloft”.
[9] Lees vooral Lukas 14:17-23 in de Statenvertaling. Het gaat hier namelijk specifiek over het Avondmaal! Voor de geestelijke betekenis van dit Avondmaal, zie de studie vermeld bij noot 8.
[10] Studie van H. Siliakus. Uit: “De Tempelbode” van januari 1983. Enigszins bewerkt door AK.

Het berispen (of terechtwijzen) van de wijzen