Posts tonen met het label volmaaktheid (in Christus). Alle posts tonen
Posts tonen met het label volmaaktheid (in Christus). Alle posts tonen

vrijdag 1 april 2011

Opeenvolgende profetische gebeurtenissen

voorafgaand aan het einde van de huidige tijdsbedeling . ..











Inleiding
Hoewel de “opeenvolgende profetische gebeurtenissen, voorafgaand aan het einde van de huidige tijdsbedeling” een veelomvattend onderwerp is, hebben wij toch niet langer willen wachten. Wij hebben daarvoor meer dan één reden:

1. de tijd snelt met een duizelingwekkende vaart,

2. de ‘tekenen der tijden’ – waartoe de huidige wereldcrises in de allereerste plaats behoren! – tekenen zich hoe langer hoe scherper af op het canvas van de historie,

3. de Schriftopenbaring, onder de zalving van Gods Geest verdiept zich, en

4. de Wederkomst van Christus is zoveel dichterbij gekomen…

En hiermee noemen wij u dan de voornaamste redenen. Dit alles, en nog méér daarnaast, dringt ons om – in het geloof – de pen weer op te nemen, om zodoende (langs deze weg) u allen bekend te maken met hoogst belangrijke zaken. Zaken, waarmee ALLEN – zowel gelovigen als ongelovigen! – binnen afzienbare tijd zullen worden geconfronteerd:

• wereldomvattende gebeurtenissen, die alle hun loop zullen hebben, als vervulling van Goddelijke profetieën (voorspellingen);

• manifestaties, waaraan géén einde kunnen worden gemaakt, hoe vindingrijk mensen ook kunnen zijn en hoe groot ook de machten die door hen in het geweer kunnen worden geroepen; hoe geweldig ook de krachten, die de steeds aan terrein-verliezende mensheid daartegen zal aanwenden.

Als God spreekt, wie zal Hem de Mond stoppen? Er staat nog altijd geschreven: “Híj spreekt en het is er, Híj gebiedt en het staat er" (Ps. 33:9). Wie is machtiger dan de Here God, Schepper van hemel en aarde? Het is daarom raadzaam, méér dan ooit tevoren, acht te hebben op het profetische Woord:

• “En wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart" (2 Petr. 1:19, HSV). Moge de Here Jezus Christus ons allen hierin helpen en ons bovendien Zijn rijke genade schenken, opdat wij zullen volharden in het "geloof naar de Schriften" en zullen "leven zoals wij bidden". Want ons wordt aangezegd te “verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, Jezus Christus. Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven, opdat Hij ons zou vrijkopen van alle wetteloosheid (SV: verlossen van alle ongerechtigheid) en voor Zichzelf een eigen volk zou REINIGEN, ijverig in goede werken" (Tit. 2:13-14, HSV). Amen.

Hoofdstuk 1
De geprofeteerde UITSTORTING van de Heilige Geest in de laatste dagen, resulterend in de "Vrouw" van Openbaring 12:1
Zoals wij reeds in eerdere studies hebben mogen zien en verstaan, wordt in de Bijbel over de UITSTORTING van de Heilige Geest gesproken als "de Spade-Regen". De profeet Joël heeft van deze UITSTORTING geprofeteerd (in Jl. 2:28-29) en de vervulling van deze profetie begon plaats te hebben op de 1ste Pinksterdag (zie Hand. 2:1-4) in de Nieuwe Tijdsbedeling en werd bevestigd door de apostel Petrus in zijn rede op die gedenkwaardige dag te Jeruzalem:

• “Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal UITSTORTEN van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen. En ook op Mijn dienaren en op Mijn dienaressen zal Ik in die dagen van Mijn Geest UITSTORTEN en zij zullen profeteren.” (Hand. 2:16-18, HSV) Halleluja!

Wanneer wij de Griekse Lexicon van het Nieuwe Testament opslaan, en de Amerikaanse uitgave van "The Amplified New Testament”, dan lezen wij daar een verklarende tekst betreffende deze Profetie die op het volgende neerkomt: "…telling forth the divine counsels and predicting future events pertaining especially to God's kingdom" (blz. 426). Deze uitleg staat vermeld tussen de verzen 18 en 19 van het Boek Handelingen en doet ons duidelijker verstaan: Gods VOORNEMEN en BEDOELING, namelijk: "de voorzegging van Goddelijke raadslagen en toekomstige gebeurtenissen, die in het bijzonder betrekking hebben op het Koninkrijk Gods en daarmee dan ook in direct verband staan". En zo is "de strekking" van ALLE profetie in de gemeentelijke tijdsbedeling (de periode van Zijn Geest en genade, van in totaal 2000 jaar, waarin wij nu nog leven – noot AK); tenminste, zo behoort het te zijn en zo zal het ook geschieden, zo waarachtig als de Here God leeft en de Heilige Geest de gelegenheid wordt geboden om tot Zijn recht te komen in Zijn bediening en manifestatie in de Gemeente, het mystieke Lichaam van de Levende God.


KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys


NOOT A. Klein: Vanwege een technische storing is deze studie, die eerst op het weblog van 24 maart 2011 stond, komen te vervallen. Vandaar dat we de studie opnieuw hebben geplaatst op 1 april (met een aangepaste/ingekorte opmaak).

woensdag 23 maart 2011

Boekbespreking 29: De 10 vervulde (volmaakte) geboden

.
Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleiding
Als een christen het over Gods 10 geboden heeft, doelt hij meestal op de 10 geboden, die Mozes in het Oude Verbond van God ontvangen heeft.
Vaak heeft men geen zicht op de 10 volmaakte (vervulde) geboden die de Here Jezus ons in Zijn Bergrede gegeven heeft. Daarom is het goed om deze volmaakte geboden die de Heiland ons gegeven heeft nauwlettend te bestuderen.
Wij kunnen deze 10 geboden niet in eigen kracht volbrengen.
Deze 10 geboden van de Here Jezus Christus laten ons zien waaraan wij nog te kort schieten, maar als wij deze tekorten belijden zullen deze tekorten ons vergeven worden. Dan gaan wij ons wassen in het dierbare bloed van het Lam, dan worden wij door Hem in Zijn bloed gewassen.
Wij kunnen ons aan deze vervulde geboden van de Here Jezus nog niet zondeloos houden, omdat wij nog niet volmaakt zijn. Zelfs de Mozaïtische 10 geboden kunnen wij in een onvol¬maakte staat niet volbrengen. Wees daarom niet bedroefd als u zich niet aan deze volmaakte geboden kunt houden, onze tekorten betonen dan slechts onze onvolmaakte staat, waarbij wij wel hebben te jagen naar de perfecte staat in Christus Jezus, waarin de Here ons wil brengen. Deze volmaakte staat is echter wel een staat die Hij eist.
Matth. 5:48, "Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is."
Deze 10 geboden van Jezus hebben een kern die wij kunnen vinden in Mattheüs 22 vers 37-40:
"Hij zeide tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten."
Wij hebben dus God lief te hebben boven alles, zelfs boven ons eigen leven en de naaste lief te hebben als onszelf. Nogmaals: Wij kunnen deze eisen van de Heer niet volbrengen in eigen kracht. Als wij deze wet betrachten in eigen kracht zullen wij zeker falen.
We kunnen wel lief doen, maar dat niet met hart en ziel zijn. Onze menselijke natuur moet namelijk sterven en de Goddelijke natuur moet Hij bij ons inbouwen. Deze goddelijke staat komt pas als onze oude ego (ons ik) door de Heer is weggebrand, en Hij ons heeft vernieuwd met Zijn natuur.
In de biologische natuur vinden wij een prachtig voorbeeld in de ontwikkeling van de rups tot vlinder. De rups heeft zich over te geven in een stervensproces om te komen tot de volmaakte staat van de vlinder. Zo is het ook gesteld met de liefde van God en tot God. Die komt pas als onze oude egoïstische natuur is afgestorven. Want onze oude ego wil geliefd en gediend zijn, anders kan het worden tot haat. Wij moeten door Zijn genade wedergeboren worden en hierin tot wasdom (d.i. tot volmaaktheid) komen.
Vele christenen denken reeds deze liefde van God (in het Grieks: agapè) te hebben, maar hebben nog steeds de liefde van de mens (in het Grieks: philio) omdat zij nog niet wedergeboren zijn, of omdat hun wedergeboorte zich nog niet ontwikkeld heeft. Voor deze wedergeboorte en ontwikkeling ervan moeten we deel hebben aan het stervensproces dat de Here Jezus ons wil geven, als we samen willen groeien met Zijn dood.
Rom. 6:5, "Want indien wij samengegroeid zijn (SV: één plant zijn) met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn met hetgeen gelijk is aan zijn opstanding;"
Dit is een langzaam werkend proces, als wij ons in Zijn handen hebben geworpen, en daarin blijven.
Deze volmaakte 10 geboden beginnen met de liefde voor de naaste. Het wonderlijke is dat de Here Jezus niet begint met de liefde tot God maar zoals we zullen zien, met de liefde tot de medemens.
We kunnen namelijk makkelijk zeggen God lief te hebben, maar als wij onze broeder en zuster niet liefhebben is deze liefde tot God ijdel.
1 Joh. 4:20, "Indien iemand zegt: Ik heb God lief, doch zijn broeder haat, dan is hij een leugenaar; want wie zijn broeder, die hij gezien heeft, niet liefheeft, kan ook God, die hij niet gezien heeft, niet liefhebben."
Constateren wij dit bij ons zelf dan wil dit zeggen dat de nieuwe goddelijke natuur zich nog niet in ons ontwikkeld heeft. Maar als wij discipelen (volgelingen) van Jezus willen zijn dan volgen wij Jezus, geestelijk deelnemend aan Zijn kruisdood en Zijn opstanding, en zullen zeker, als wij Zijn kruisweg volhardend ondergaan, komen in Zijn nieuwe goddelijke natuur. Daarom is het, dat Jezus dit van een volmaakt discipel eist.
Joh. 13:34-35, "Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkaar liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkaar liefhebt. Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkaar."
Deze 10 geboden wil de Heer door Zijn Geest inbouwen. De 10 Nieuwtestamentische wetten van de Heer zijn daarom ook geen geboden die wij in eigen kracht hebben uit te voeren, maar geboden die Hij bij ons wil inbouwen.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER


donderdag 9 december 2010

Boekbespreking 22: Heiligmaking

.
Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

1. Wat is heiligmaking?
Ze is de veranderende Goddelijke bewerking, die van een zondaar een heilige maakt; een mens die er innerlijk en uiterlijk door verlost wordt van zijn zonden en voortaan innerlijk en uiterlijk doet leven in de heiligmaking en rechtvaardigmaking door God.
De Schrift leert ons, dat wij dit niet in eigen, menselijke kracht moeten zoeken te bereiken.
Tit. 3:3-5 "Want vroeger waren ook wij verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan velerlei begeerten en zingenot, levende in boosheid en nijd, hatelijk en elkaar hatende. 4 Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland en God verscheen, 5 heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest,"
Rom. 3:21-26 "Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods (in het vlees) openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, 22 en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid. 23 Want allen hebben gezondigd en derven (d.i. missen) de heerlijkheid Gods, 24 en worden om niet gerechtvaardigd uit Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. 25 Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in Zijn bloed, om Zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden; 26 om Zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is."

2. Deze Goddelijke heiligmaking en rechtvaardigmaking wordt ons ingebouwd door ons geloof in en door onze Heiland, de Here Jezus Christus.
Hij werkt dit in ons uit door Zijn Heilige Geest.
• Wij hebben Zijn, Goddelijk aanbod van deelgave aan Zijn dood en opstanding, die Hij voor ons heeft volbracht, aan te nemen, er deel aan WILLEN nemen.
• Wij moeten er één plant mee WILLEN worden gemaakt,
• Wij moeten Zijn op Golgotha geofferd vlees geestelijk WILLEN eten,
• Wij moeten Zijn bloed geestelijk WILLEN drinken.
• Wij hebben dit zolang onze heiligmaking nog niet volkomen is volbracht, gedurig (d.i. altijd) te WILLEN doen.
1 Kor. 1:30 "Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing,"

2 Thess. 2:13 "Maar wij behoren God te allen tijde om u te danken, door de Here geliefde broeders, dat God u als eerstelingen Zich verkoren heeft tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid."
Rom. 6:5 "Want indien wij met Hem één plant geworden zijn in de gelijkmaking van Zijn dood, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking van Zijn opstanding." (SV)
Joh. 6:48-58 "Ik ben het Brood des levens. 49 Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn gestorven; 50 dit is het Brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet sterve. 51 Ik ben het levende Brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit Brood eet (eten is een vrijwillige daad) hij zal in eeuwigheid leven; en het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, voor het leven der wereld. 52 De Joden dan streden onderling en zeiden: Hoe kan Deze ons Zijn vlees te eten geven? 53 Jezus dan zei tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij gij het vlees van de Zoon des mensen eet en Zijn bloed drinkt, hebt gij geen leven in uzelf. 54 Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten jongste dage. 55 Want Mijn vlees is ware spijs en Mijn bloed is ware drank. 56 Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. 57 Gelijk de levende Vader Mij gezonden heeft en Ik leef door de Vader, zo zal ook hij, die Mij eet, leven door Mij. 58 Dit is het Brood (beeld van Jezus, het levendmakende Brood), dat uit de hemel nedergedaald is; niet gelijk de (voor)vaderen gegeten hebben en gestorven zijn; wie dit Brood eet, zal in eeuwigheid leven."
2 Kor. 4:10-11 "Te allen tijde het sterven van Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het (opstandings)leven
van Jezus zich in ons lichaam openbare. 11 Want voortdurend worden wij, die leven, aan de dood overgeleverd, om Jezus’ wil, opdat ook het (opstandings)leven van Jezus zich in ons sterfelijk vlees openbare."
Nu is geloven ook geen zaak, die wij uit onszelf op kunnen brengen, maar het is een gave van God, als wij ons tot Hem hebben bekeerd van onze zonden en deze bij Hem hebben beleden.
Ef. 2:8-9 "Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; 9 niet uit werken, opdat niemand roeme."
1 Joh. 1:9 "Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid."

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER

maandag 9 augustus 2010

Boekbespreking 14: Arendsvleugelen

.
Een Bijbelstudie van Bijbelleraar C.J.H. Theys,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

De kracht van God
Wij zullen vandaag onder de loupe nemen wat de Schrift verstaat onder “arendsvleugelen”. Het eerste punt wat wij willen weten, is: wat is de betekenis als wij in de Bijbel lezen van deze arendsvleugelen?
• Deze vleugelen doelen op de kracht van God, als de Heilige Geest Zelf.
• Het is ook de kracht van God, werkende in Gods kinderen. Let op, niet zomaar in mensen, neen, het is Gods kracht werkende in Zijn heiligen hier op aarde.
Onder deze twee punten zijn de arendsvleugelen te brengen. In Exodus 19 vers 4 lezen wij hetgeen God gezegd heeft tot Mozes: “Gijlieden hebt gezien, wat ik de Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen en u tot Mij gebracht heb”. Hier is een beeldspraak, door God Zelf gebruikt, waarmee God wil beduiden, dat dit volk Israël verlost is geworden uit ballingschap, uit gevangenschap, uit slavernij, door de kracht van God, door de Heilige Geest Zelf, Die alzo heeft gewerkt in het leven van Gods kinderen. Wij lezen verder in Deuteronomium 32 vers 11-12: “Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken; zo leidde hem de Here alleen, en er was geen vreemde god met hem”. In deze twee verzen geeft God de verdere verklaring van wat Hij tegen Mozes eerder gezegd had. De Here alleen heeft Zijn volk uitgeleid en tot Zich gebracht, zoals een arend het doet met zijn eigen jongen. In Openbaring 4 vers 7 lezen wij onder andere van het vierde dier, dat wordt beschreven als een vliegende arend. En wij weten, dat in deze vier dieren de uitbeelding plaats heeft van de volheid die wij vinden in de Here Jezus Christus. Zij typeren niet alleen wat wij kennen als de uitbeelding van ons vierzijdig Evangelie, maar zij zijn typerend voor de volheid die er is in de Here Jezus Christus, waarvan wij ook in de vier Evangeliën een uitbeelding vinden, namelijk in die bedieningen, die hoedanigheden, die wij later nader onder ogen zullen zien. Tot zover wat betreft de kracht van God Zelf, door de Heilige Geest.
Nu willen wij onderzoeken wat de Bijbel zegt over deze kracht, zich openbarende in Gods kinderen.

De kracht van God, werkende in Zijn heiligen
In Zijn profetische rede zegt de Here Jezus Christus: “Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal ook de toekomst (of wederkomst) van de Zoon des mensen wezen. Want alwaar het dode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden vergaderd worden (Matth. 24:27-28). De Here spreekt hier eigenlijk van dat, wat wij kunnen verstaan onder de verzoening. Het dode lichaam is het lichaam van onze Here Jezus Christus, dat voor ons werd gekruisigd. In Zijn sterven lag de verzoening van (en voor) ons. Prijst God! En rondom de verzoening van Jezus Christus daar zullen de arenden, de kinderen Gods, zich scharen. Daar is geen andere pleitgrond voor ons, dan de verzoening die Hij voor ons gekocht heeft, betaald met Zijn eigen Bloed. Lukas 17 vers 37 bevestigt het één en ander voor ons: “En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar, Here? En Hij zeide tot hen: Waar het lichaam is, aldaar zullen de arenden vergaderd worden”. De arenden zijn de heiligen. En dit is dus de slotconclusie op het antwoord van de Here met betrekking tot de vermisten, van welke Hij in het voorgaande spreekt. Als wij beginnen bij vers 34, dan zegt Hij daar: “In die nacht zullen twee op één bed zijn, de één zal aangenomen, de ander zal verlaten worden”. Onderstreep het woord “aangenomen”. Dit is GEEN opgenomen worden. Aanname is tot zich nemen en dat zal een gebeuren hier op aarde zijn. Opname ligt in het verticale vlak. Hier wordt de aanname geduid van hen die straks uitgeleid worden in de woestijn (zie Openb. 12:6 en 14). Zij zijn de zgn. vermisten, zij behoren tot de Bruid. Om tot dit Lichaam te behoren, moeten wij allen jagen naar de heiligmaking, anders is het onmogelijk. Zij zijn gekomen tot de volmaaktheid in Christus. Dat wil zeggen, straks in de woestijn – zo is mijn persoonlijke overtuiging en geloof – is er natuurlijk een diepere, verdere scholing in Christus. Maar als dit gebeurt dan moeten zij al staan in dat wondervolle teken van de volmaaktheid in Christus. En let op, dit ingrijpen van dat heiligingsleven gaat tot in het huwelijksleven toe! En niet alleen in het huwelijksleven, ook in het maatschappelijke leven. Het dringt door tot geheel het menselijk bestel, alles waarbij de mens betrokken wordt hier op aarde. Tot zelfs het huwelijksleven, daarin zal de scheiding plaats vinden. God kent de Zijnen. Al houdt u nog zoveel van elkaar, u zult moeten komen tot dit punt waarop God u boven alles en allen is. Wanneer wij de Here Jezus Christus liefhebben ‘meer dan alles en boven allen’, alleen dan kunnen wij verder en dieper geleid worden. Zolang er nog iets is in ons leven, dat wij meerder achten dan Hem, wat dus tussen Hem en ons komt te staan, zolang zijn wij nog gebonden, zolang leven wij nog niet in de vrijheid waarmee Hij de kinderen Gods heeft vrijgemaakt.
Als de Zoon des mensen u heeft vrijgemaakt, zegt Gods Woord (in Joh. 8:36), dan zijt gij waarlijk vrij. Vrij van alles. En niet om wederom gebonden te worden, in welke vorm of gedaante ook. Wij worden innerlijk vrijgemaakt.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-8-2009, KLIK HIER Zie vooral ook het “In memoriam”.

zaterdag 24 juli 2010

Als hemelvlammen de aarde raken

.












De Geest, de volheid in Christus, het ontvangen van de heerlijkheid van God en het onszelf aanbieden aan Hem zijn vier elementen die onlosmakelijk aan elkaar zijn verbonden. De Geest voert ons naar Christus en Christus geeft Zichzelf als Zijn reactie op onze overgave aan Hem. Vervuld worden met de Geest en opgaan in Hem veronderstelt de beleving dat ik iets mis en dat Hij dat gemis aanvult. Dat doet Hij met Zichzelf, want de Geest is gericht op Christus. Dat is opwekking! En waar Pinkstervuur brandt, brandt Christus en gaan we spontaan overvloeien. Lofprijzing is dan niet beperkt tot het half uur van aanbidding tijdens de dienst, maar uitgebreid tot levensstijl.
De hemelse wijn maakt de tongen los. We schaamden ons eerst voor het Evangelie, maar nu dringt de liefde van Christus ons en verkondigen wij deze liefde. We worden dronken in Christus. We worden dronken in Zijn liefde. Dat mag, want de Geest wil uitbundigheid. "Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben" (Joh. 10:10b). Dat schenkt de Geest (van God). Het is ook de Geest Die ervoor zorgt dat deze overvloed naar buiten komt: "Laat mijn mond vervuld worden met Uw lof en met Uw heerlijkheid, de hele dag" (Ps. 71:8). De Geest doet ons aan God genoeg hebben. Zodat we echt voldaan zijn. Zodat we gaan zitten en met vrede in vreugde opgaan in de glorie van God.
Dat is niet slechts een mystieke roes, want daarin ligt het gevaar van bandeloosheid. Ik moet dan denken aan bewegingen die de neiging hebben de Heilige Geest los te trekken van het Woord en van de Vader met Zijn Zoon. Dit gaat dieper. De overvloedige volheid van Gods Geest geeft de meest intense vrede en blijdschap. Geen aardse taal kan dit beschrijven. Het gaat alle verstand te boven. Het is hemels, aanbiddelijk, verrukkelijk! Wanneer de vrede van Christus regeert in ons hart (Kol. 3:15), verstaan we iets onoverwinnelijks, wat Pilkington zo treffend als volgt beschreef: "Jaren geleden werd één van onze vloten uiteengeslagen door een hevige storm. Het bleek echter dat enkele schepen niets te lijden hadden gehad onder het geweld. Ze waren in 'het oog van de orkaan', zoals zeelui dat noemen. Terwijl alles om hen heen verwoesting was, waren zij veilig. Zo is het met hem die de vrede Gods in zijn hart heeft."
Op de Pinksterdag sloegen de hemelvlammen van Gods liefde naar de aarde over! Een geweldige liefdesbrand werd in de harten van de discipelen ontstoken. Het Pinkstervuur doorgloeide hen. Lukas getuigt ervan in Handelingen 2: "En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En er werden door hen tongen als van vuur gezien, die zich verspreidden, en het zette zich op ieder van hen" (de verzen 2 en 3). De vlammen sloegen hen boven het hoofd uit. Daar stonden ze: levend "in brand", als getuigen van God! De mannen gingen uit en lieten het hele rijk schudden op haar grondvesten.
Het is het verlangen van mijn hart dat de Kerk van Jezus Christus in onze dagen in haar eerste glorie zal staan. Dit verlangen stuit op weerstand, omdat hier een prijskaartje aanhangt. Dat heeft ermee te maken dat het Pinkstervuur van God een heilige brand is. Al het onze moet er eerst aan. Pas vanaf het moment dat dàt in vlammen opgaat, ontsteekt de Heilige Geest een liefdesbrand en zal de Gemeente van Christus ‘geuren en kleuren’ als een helder baken. Zal ze impact hebben in onze naties.
Gelet op het beschikbare in de Pinksterfontein van Christus moesten de vlammen wel boven onze huizen uitslaan. De Pinksterfontein vloeit op dit ogenblik! Onophoudelijk! Waarom heeft de Gemeente van Christus dan zo vaak niet de passievolle geestdrift van Pinksteren? Omdat ze niet in de stroom staat misschien? Immers: hoe kan de vlam boven het dak van Zijn Gemeente uitslaan, als er onder het dak niets aanwezig is?! Lopen we weg door de geestdrift te doden met zinloos tijdverdrijf, jacht naar geld en eer, goddeloos gebruik van televisie en internet en het stellen van menselijke producten boven dat wat God ons leert door Zijn Woord? Of gaan we op in onze activiteiten, resultaten en zegeningen in plaats van in Hem? Eens vroeg ik op een samenkomst: we bidden zo vaak om het vuur vanuit de hemel, maar zijn we er eigenlijk wel klaar voor?
"Hem nu Die machtig is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkt, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen." (Ef. 3:20-21).

15-6-2010 bron: John Kamphuis
Overgenomen van het CIP (
Christelijk Informatie Platform)

Noot van A. Klein:
Bovenstaand artikel, alweer van iemand waarvan ik nog niet eerder iets had gehoord of gelezen, vond ik zo goed en duidelijk geschreven dat ik besloten heb het op ons weblog te plaatsen.
Wij willen u graag nog op enkel studies op onze website http://www.eindtijdbode/ wijzen die dieper ingaan op onderwerpen die hierboven aan de orde komen, zoals:

1. “
De Gever en Zijn Gaven (Deel 1 – over de DOOP met Gods Heilige Geest)", van CJH Theys, op ons weblog vanaf 10-5-2010 (elke maand een hoofdstuk).
2. “
De natuurlijke mens en de Heilige Geest”, van CJH Theys.
3. “De ‘
Spade Regen opwekking’ (over de UITSTORTING van de Heilige Geest)”, van H. Siliakus, op ons weblog van 24-4-2010.
4. “
De volmaaktheid in Christus op aarde, in de eindtijd” van E. van den Worm.
5. “
De uiteindelijke, Goddelijke HEERLIJKHEID van de ware Gemeente van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeente” van E. van den Worm.
6. “
De werkingen van de Geest in de eindtijd”, van E. van den Worm.

Als hemelvlammen de aarde raken - Gods Geest en heerlijkheid IN ons

vrijdag 9 juli 2010

Boekbespreking 12: Een ANDER geluid - Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ?


Een artikel van A. Klein,
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Voorwoord:
Het valt mij zwaar om aan onderstaande studie te beginnen, vanwege de wetenschap dat de inhoud voor velen een brug te ver zal zijn. Als christenen eenmaal een visie op een bepaald onderwerp hebben, is het heel moeilijk om ze ervan te overtuigen dat het – op grond van de Bijbel – niet klopt. (Hoewel het op zich natuurlijk goed is om standvastig te zijn, om niet – zoals staat in Efeze 4 vers 14 – bij elke “wind van leer” heen en weer geslingerd te worden, ofwel van mening of visie te veranderen.)
Als je er, zoals ik, van overtuigd bent dat een bepaalde visie – op grond van de Bijbel – niet klopt, moet je er dan “voor de lieve vrede” over zwijgen, of moet je proberen het (zo duidelijk mogelijk) uit te leggen in de hoop dat mensen er biddend over na zullen gaan denken?
Ik ga voor de 2de optie en hoop zo duidelijk mogelijk uit te leggen hoe ik – en met mij vele anderen – één en ander zien, al is het moeilijk om te bepalen wat voor een ander duidelijk is. En, al wordt het nog zo duidelijk mogelijk uiteengezet, voor iemand die willens en wetens weigert het biddend te lezen en/of te bestuderen zal het nooit duidelijk worden. Toch wil ik een poging wagen, in de hoop dat de Here, zowel u, alsook mij, wijsheid zal geven
door inzicht en leiding van Zijn Heilige Geest.

HET Bijbelvers dat de “OPNAME” zou bewijzen
Voor velen is 1 Thessalonicensen 4 vers 15-17 het vers, het bewijs zo u wilt, voor een OPNAME. En met OPNAME wordt dan bedoeld:
1. Een opname in de hemel
2. voordat de Grote Verdrukking op aarde plaats zal vinden.
Voor alle duidelijkheid vermelden wij hieronder het Bijbelvers (in de Statenvertaling):
“Want dat zeggen wij u door het Woord van de Here, dat WIJ, die levend overblijven zullen tot de toekomst van de Here, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn. Want de Here Zelf zal met een geroep, met de stem van de archangel (d.i. een aartsengel), en met DE BAZUIN GODS nederdalen van de hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; daarna WIJ, die levend overgebleven zijn, zullen tesamen met hen (dat zijn: de uit de dood opgestane rechtvaardigen) opgenomen worden in de wolken, DE HERE TEGEMOET, in de lucht; en zo zullen wij altijd met de Here wezen.” (1 Thess. 4:15-17)

Als 1ste punt van discussie wil ik opmerken dat het m.i. onmogelijk is om, aan de hand van bovenstaand Bijbelvers, te zeggen dat het hier om een gebeuren VOOR de Grote Verdrukking gaat.
Er zijn meer Bijbelteksten die over hetzelfde gebeuren lijken te gaan en die m.i. pleiten voor een gebeuren NA de Grote Verdrukking. Om te beginnen vermelden wij Matthéüs 24 vers 29-31:
“En terstond NA de verdrukking (de Grote Verdrukking, zie noot[1]) van die dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden. En dan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten van de aarde wenen, en zullen de Zoon des mensen zien (dus is dit de zichtbare Wederkomst), komende op de wolken van de hemel, met grote kracht en heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden met EEN BAZUIN VAN GROOT GELUID, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen (de ‘levend overgeblevenen’ en de ‘uit de dood opgestane rechtvaardigen’ uit 1 Thess. 4:15-17) uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste derzelve”.
Er zitten diverse overeenkomsten in de tekst van 1 Thessalonicensen 4:15-17 en Matthéüs 24:29-31, maar ook een groot verschil: in Matthéüs 24:29 staat duidelijk vermeld dat het gebeuren plaats zal vinden NA de (Grote) Verdrukking. Ook 1 Korinthe 15 vers 51-52 is een Bijbeltekst die over hetzelfde gebeuren lijkt te gaan en die m.i. pleit voor een gebeuren NA de Grote Verdrukking.
“Ziet, ik zeg u een verborgenheid: WIJ zullen wel niet allen ontslapen, maar WIJ zullen allen veranderd worden; in een punt des tijds, in een ogenblik, met DE LAATSTE BAZUIN; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en WIJ (degenen die levend overgebleven zijn uit, en dus NA afloop van, de Grote Verdrukking – zie 1 Thess. 4:15-17 en Matth. 24:29-31) zullen veranderd worden”. (1 Kor. 15:51-52)
Ook zou ik nog in willen gaan op de bazuin uit 1 Korinthe 15 vers 51-52. Er staat duidelijk:
de LAATSTE bazuin!
Met de bazuin, die in de diverse teksten hierboven vermeld wordt, wordt m.i. één en dezelfde gebeurtenis bedoeld, namelijk de 7de en dus laatste bazuin van Openbaring 11:15.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] “Want dan zal grote verdrukking wezen, hoedanige (verdrukking) niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal” (Matth. 24:21).

vrijdag 23 april 2010

Boekbespreking 7: Beschouwingen over het boek HOOGLIED

.
Een Bijbelstudie van H. Siliakus,
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Het schoonste lied
Het schoonste lied aller liederen, zoals het Hooglied heet in de letterlijke vertaling, laat zich alleen met een heilige verwondering bevatten. En alleen met heilige schroom kunnen en mogen wij de uitleg ervan ter hand nemen. Zo hoog verheven, maar tegelijk ook teer en heilig, is wat ons hier getoond wordt. Voor heel Gods Woord geldt: “Mens, sta stil en aanschouw Gods wonderen!” (zie Job 37:14), bij het Hooglied worden we naar de hoogste top van Gods ‘Raadsplan der Eeuwen’ gevoerd en past ons alleen nog aanbidding en stille verwondering. Het beschrevene in dit boek heeft dan ook niets van doen met de zinnelijke liefde[1], maar heeft alles te maken met wat God Zich voorgenomen heeft van voor de grondlegging der wereld, namelijk om een Bruid voor Zijn Zoon te werven en om aldus in de volheid der tijden alles tot ÉÉN te vergaderen in Christus (zie Ef. 1:10).
Dat het Hooglied toegeschreven wordt aan koning Salomo, maakt het voor ons zo goed als zeker, dat het verhaalde wortelt in de zo merkwaardige geschiedenis van David en Abisag, de Sunamietische (of Sulammith – zie Hgl. 6:13). Zie hiervoor 1 Koningen 1 vers 1-4 en 2 vers 17-22. Hierover later meer. Maar het is – volgens de lezing van sommigen – ook “VOOR Salomo” en wij mogen daar dan thans onder verstaan: “voor de grote Vredevorst”, onze Here Jezus Christus (Salomo = vredevorst). Hij, Die voor ons aan het kruis vrede gemaakt heeft door Zijn Bloed (zie Kol. 1:20). En Die van Zichzelf eenmaal getuigde: “Meer dan Salomo is hier” (zie Matth. 12:42). Spoedig komt Hij weer om Zijn volmaakt en heerlijk Vrederijk op aarde te vestigen en over het wonderlijke en heerlijke gebeuren dat daaraan voorafgaat, gaat het hier in het boek Hooglied. Het is nabij, nader als u denkt. Maar wat hier beschreven wordt, is enkel voor diegenen die ook naar Zijn tegenwoordigheid en nabijheid hunkeren. Dat ons leven dan ook moge staan in dit teken van: “voor onze Salomo”!

De wens van de Bruid
Het boek opent met een wens (zie vers 2). Onze wensen zeggen iets, zo niet veel, over wat er leeft in onze ziel, over ons karakter, maar ook over hoe het staat met onze geestelijkheid. Als we lezen wat er geschreven staat: “Wat u ook begeert, het zal u gegeven worden” (zie Joh. 16:23-24), dienen we wel te beseffen, dat dit slecht bestemd is voor ware discipelen en voor hen die boven alles deze wens van de Bruid koesteren! In Hooglied 2 vers 14b zegt de Bruidegom tot de Bruid: “Doe Mij uw stem horen”. Het is het verlangen naar Christus’ levende tegenwoordigheid, wat het zieleleven van de Bruiloftskinderen beheerst. De diepste zielewens van een verlost mensenkind: “Hij kusse mij met de kussen van Zijn mond” (vers 2a). Er is aan voorafgegaan ‘een opengaan van de ogen’ voor Wie Jezus is en voor wat Hij voor ons gedaan heeft. Een hart dat openging voor de liefde Gods in Hem (d.i. Jezus) geopenbaard en voor de overvloed van Zijn genade. En nu is Hij, Zijn Persoon, Degene op Wie al ons verlangen en begeren gericht is. Hij is ons “al in alles” (zie o.a. Ef. 1:23 en Kol. 3:11b). In Zijn nabijheid vinden wij alles wat wij behoeven. Die wens doet al de andere wegsmelten als sneeuw voor de zon. En hoe meer dit verlangen naar Hem de drijvende kracht wordt van ons leven, des te minder zal satan vat op ons hebben. Hij zal wel zoveel mogelijk proberen ons in het nauw te brengen, maar wij zullen zijn listige omleidingen[2] onderkennen. Bovendien betekent hunkeren naar de nabijheid van Jezus, dat wij kracht ontvangen. Want de Geest van God zal ons ondersteunen en zal ons te hulp komen. “Die de Here verwachten, zullen de kracht vernieuwen” (Jes. 40:31a). Verwacht niet alleen Zijn verschijning en tegenwoordigheid straks, maar verwacht ook Zijn levende nabijheid NU! Dit zal het deel zijn van de Bruidsgemeente!

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] Zinnelijk = De zinnen (d.i. de gedachten en/of gevoelens) bevredigen. Zinnelijke liefde = De vleselijke, wellustige liefde.
[2] "Zijn listige omleidingen" = Waardoor satan velen langs een andere weg - dus niet langs DE WEG (van dood en opstanding), die Christus ons wijst - worden geleid.

zaterdag 24 oktober 2009

Het berispen (of terechtwijzen) van de wijzen















Spreken of zwijgen
Het is de heilige plicht van iedere christen om goddelozen op te roepen tot bekering. Maar God wil dat wij hierbij met verstand te werk gaan, bovenal de heiligheid van God en Zijn Naam voor ogen houdend. Zonder deze taak in zijn algemeenheid te verwaarlozen, zal de christen in bepaalde gevallen het zwijgen moeten verkiezen boven het spreken. In Zijn Bergrede[1] zei Jezus: “Geef het heilige niet aan de honden, en werp uw parels niet voor de zwijnen” (Matth. 7:6a, HSV). En later, bij de eerste uitzending van de twaalf discipelen, beval Jezus: “Als iemand u niet ontvangt en niet naar uw woorden luistert, vertrek dan uit dat huis of die stad en schud het stof van uw voeten” (Matth. 10:14, HSV). Liefde voor het verlorene en bewogenheid voor zielen mogen niet leiden tot het terzijde schuiven van deze en dergelijke uitspraken, net zo min als wij nimmer mogen vergeten dat alleen de Heilige Geest een ziel tot bekering kan leiden (zie Joh. 16:7-11). Al de eeuwen door, vanaf de zondeval, hebben de “predikers der gerechtigheid”, dienstknechten Gods, ook naar deze regels gehandeld.

Alleen spreken tot de “wijzen”
Al in het boek Spreuken lezen wij: "Wie een spotter terechtwijst, wordt bespot, wie een goddeloze de les leest, wordt belachelijk gemaakt. Wijs een spotter niet terecht, hij zou je haten, berisp een wijze, en hij mag je graag (SV: hij zal u liefhebben). Een wijze wordt nog wijzer als je hem berispt, een rechtvaardige vergroot zijn inzicht door wat je hem leert" (Spr. 9:7-9, NBV). Na kennisneming van de hierboven vermelde aanhalingen van Jezus zal ongetwijfeld niemand nog durven zeggen dat deze raadgevingen niet getuigen van de ware evangelische geest en gezindheid. Nochtans beschouwen velen ze liever als aanwijzingen voor het “gewone leven” dan als richtlijnen voor de Evangelie-arbeid. Deze woorden volgen op het bekende gedeelte van “het feestmaal der Wijsheid” (zie Spr. 9:1-6, SV) en, wat men al zou kunnen vermoeden, sommige tekstcritici vinden dat zij eigenlijk niet in het verband passen. Ze nemen daarom aan dat dit gedeelte daar, door een latere bewerker van het boek Spreuken, “ingelast” is. Als dit laatste wáár zou zijn, dan is dit naar onze opvatting toch ook duidelijk op aanwijzing en onder de leiding van de Heilige Geest geschied! Door toevoeging van de woorden van de verzen 7 t/m 9 komt namelijk de mogelijkheid veel sterker naar voren dat “het feestmaal der Wijsheid” ten laatste (en eigenlijk) een éénmalig profetisch gebeuren is, dat nog in de toekomst ligt, en niet alleen maar iets dat zich al de eeuwen door steeds weer herhaalt, wanneer mensen zich door de Goddelijke Wijsheid (d.i. de in Jezus verpersoonlijkte Wijsheid) laten onderrichten. De raadgeving: “Wijs de spotter niet terecht, maar BERISP DE WIJZE”, hoezeer die ook mag aansluiten bij richtlijnen die door Jezus voor het gehele Evangelie-tijdperk zijn gegeven, bepaalt ons ontegenzeglijk bij de “tijd van beslissing” die er, volgens het profetisch Woord, voor de wereld in de laatste dagen zal aanbreken. De tijd van “die vuil is, worde vuiler” (SV); “en wie heilig is, moet toenemen in heiligheid (HSV, zie – voor beiden – Openb. 22:11).

Een bijzondere bediening
Naar onze overtuiging zullen er – met name in de eindtijd – dienstknechten Gods, predikers, zijn die de opdracht “Wijs de spotter niet terecht, berisp de wijze” tot de inzet van hun bediening zullen maken. Daartoe zullen zij gedrongen worden door de Heilige Geest, Wiens taak het immers zal zijn in deze dagen een Bruid voor Jezus te vinden en toe te bereiden. Deze predikers, naar verwachting voornamelijk “herders” en “leraars”, zullen zich, naarmate de tijd vordert, meer en meer (op een – door God – gegeven ogenblik) uitsluitend bepalen tot degenen “die HOREN willen” (en dat zijn niet vanzelf allen die regelmatig ter kerke gaan, maar een déél van hen, namelijk de “daders van het Woord”). Uit hun gelederen zal de Bruidsgemeente eenmaal voortkomen.

De scheiding tussen “wijzen” en “dwazen”[2]
Wie is dan de “wijze”? Zoals al eerder werd aangegeven, de “wijze” is het kind van God dat zich door het Woord van God laat onderrichten. Dit Woord van God is als het “Woord der Wijsheid” of de “Logos” te vereenzelvigen met Jezus Christus, de Zóón van God. Als de Zoon van God wordt de gepersonifieerde Wijsheid dan ook beschreven in het voorafgaande hoofdstuk van Spreuken (zie 8:22-31). En Hij, Jezus, is Degene Die als de “opperste Wijsheid” (zie Spr. 9:1, SV) eenmaal dat in Spreuken 9 beschreven “feestmaal” zal aanrichten. Een feestmaal dat daarom, in de rijkste zin van het woord ”een feestmaal van het Woord” zal zijn. Niet ALLE kinderen Gods zijn “wijzen”. Dat zien wij vandaag-de-dag al en de Bijbel leert ons dat de Gemeente, tot op de komst van Jezus als Bruidegom, zal bestaan uit “wijzen” en “dwazen”[3] (zie Matth. 25:2), een onderscheid dat dus te maken heeft met het al of niet horen naar (d.i. het GEHOORZAMEN van) het Woord van God, het “Woord der Wijsheid”. “Berispen” of “terechtwijzen” (in de Statenvertaling en de NBG-vertaling staat: “bestraffen”) is in Spreuken 9 vers 8 (van de NBV) het werkwoord waarmee bedoeld wordt: het prediken van het gezonde, maar daarom soms ook HARDE[4] Woord van God! Alleen onder DEZE prediking zal de Gemeente eenmaal tot VOLMAAKTHEID komen (nodig om tot de Bruid of Bruidsgemeente te kunnen behoren – noot red.). De tegenstelling in Spreuken 9 is die tussen “wijzen en “spotters”, uitersten die juist in de laatste dagen sterk naar voren zullen treden (of: “heilig” en “vuil”, zoals er in Openbaring 22 vers 11 staat). De “spotters van de laatste dagen”, “die naar hun eigen begeerten zullen wandelen” (zie 2 Petr. 3:3, HSV), zullen hardnekkige ONbekeerlijken zijn. Over de “dwazen”, die binnen de Gemeente beschouwd kunnen worden als de “tegenvoeters”[5] van de “wijzen”, wordt hier eigenlijk alleen maar indirect gesproken. Waar de gelovigen die “dwaas” genoemd worden met de spotters gemeen zullen hebben dat zij zich niet serieus voorbereiden op de wederkomst van de Here Jezus Christus (vergelijk 2 Petrus 3:4), moeten wij echter vaststellen dat deze “dwazen” toch ook iets van de geest van de spotters zullen bezitten! Laat ons hier niet te licht aan tillen! De persoonlijke verantwoordelijkheid en de onmogelijkheid van terug te vallen op wat anderen bezitten in dat beslissende uur als de Bruidegom komt, worden zowel in Mattheüs 25 vers 8-9 als in Spreuken 9 vers 12 voor het voetlicht gebracht.

Geestelijke gaven
De predikers op wie de taak van het “berispen van de wijzen” zal rusten – en die daarom als instrumenten van de Heilige Geest gebruikt zullen worden om de zgn. “wijze-maagden-Gemeente”[6], de Bruidsgemeente, tot volmaaktheid te leiden – zullen, om zich ten volle van deze taak te kunnen kwijten, daartoe van de Geest van God ontvangen: “de gave van het woord der wijsheid” en “de gave van het woord der kennis” (zie Kor. 12:4 en 8), beide of één van beide. De eerstgenoemde geestelijke gave (die van het “woord der wijsheid”) dient om in de gelovigen – die waarlijk voor het Woord van God open staan –de ‘naar buiten tredende geestelijke edelheid en schoonheid’ te bewerken. De andere gave (van het “woord der kennis”) bewerkt in diezelfde gelovigen diep geestelijk inzicht. Uitstralende geestelijke edelheid en diep geestelijk inzicht zijn de twee voornaamste openbaringsvormen van de volmaaktheid in Christus. Het “woord der wijsheid” en het “woord der kennis” zijn, van de negen (in 1 Korinthe 12 vermelde) geestelijke gaven, de twee eerstgenoemde. Het is aannemelijk dat zij daarom ook als de twee belangrijkste moeten worden beschouwd en dat de gevolgtrekking mag worden gemaakt, dat pas als deze twee gaven in de Gemeente (weer) ten volle functioneren, ook de andere zeven weer in volle kracht en overvloeiende mate werkzaam zullen kunnen zijn! Zo geschiedde het ook in de Apostolische tijd (zie Handelingen, hoofdstuk 19).

Het feestmaal van het geopenbaarde woord van God
Zo, onder DEZE bediening van het “woord der wijsheid” en het “woord der kennis”, zal het straks geschieden dat “de wijze nog wijzer wordt” en “de rechtvaardige zijn (of haar) inzicht vergroot” (zie Spr. 9:9, NBV) of, zoals Openbaring 22 vers 11 zegt, dat “…wie rechtvaardig is, moet nog meer gerechtigheid doen. En wie heilig is, moet toenemen in heiligheid” (HSV). Dan zal de Bruidsgemeente tot de staat van volmaakte wijsheid, rechtvaardigheid en heiligheid geraken. Zoals ook uit vele andere Schriftgedeelten blijkt, hebben wij dit te verwachten ten tijde van de grote, laatste opwekking (de zgn. Late of Spade Regen-opwekking
[7]), die wereldwijd zal zijn. Wanneer nu dit komen tot de volmaaktheid in Spreuken 9 in verband wordt gebracht met het “feestmaal van de gepersonifieerde Wijsheid” (d.i. het feestmaal van, de persoon, Jezus Christus), lijdt het geen twijfel dat dit “feestmaal” zal samenvallen met de Spade Regen-opwekking. De “opperste Wijsheid” (zie Spr. 9:1, SV), Jezus Christus, zal in de Spade Regen-tijd een “feestmaal” aanrichten, die zijn weerga niet zal hebben gekend in de geschiedenis, namelijk “het feestmaal van het geopenbaarde Woord van God” (zie Spr. 9:1-6), dat uit zal lopen op het Avondmaal van de Bruiloft van het Lam”[8] (zie Openb. 19:9, SV). (Zie ook nog Spreuken 9:5! Vergelijk Spreuken 9:3 met Mattheüs 22:9-10 en Lukas 14:17-23)[9]. Wij verwachten de VOLLE openbaring van het Woord! Hoe nodig is het – gezien het (ver)gevorderde profetische uur waarin wij ons, in onze dagen, bevinden – dat wij ons NU reeds afvragen òf wij (wel) behoren tot die “wijzen” die “eten” van het Woord van God èn die onder de berispingen (of: de terechtwijzigingen) van dat Woord ervaren mogen dat zij toenemen in geestelijkheid en in heiligheid! Een ieder doet er daarom goed aan om acht te slaan op de vermaning van Micha (6 vers 9b) nu het nog GENADEtijd is: HOOR DE ROEDE (Gods) en Wie ze besteld heeft (d.i. Wie anders dan God Zelf)!” (SV)

HS[10]
  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog (met 2 maal per maand een ‘nieuwsbrief’) wilt attenderen.
  • Zie voor meer Bijbelstudies onze website www.eindtijdbode.nl/
  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.

[1] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl/ – de studie: De Bergrede (verschijnt binnenkort op onze website).
[2] Zie eventueel op onze website de studie: “De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd”.
[3] Zie noot 2.
[4] Met het “harde” Woord van God wordt hier bedoeld: ONaangenaam om te horen voor ons “vlees” (d.i. de oude, natuurlijke mens).
[5] Een tegenvoeter = Iemand die – qua mening en inzichten – “een tegenpool” is, of “tegen(over)gesteld” aan die ander.
[6] Zie noot 2.
[7] De zgn. Late of Spade-Regen-opwekking = De opwekking in de eindtijd vanwege de uitstorting van Gods Geest (zie Joël 2:23, 28-29).
[8] Zie eventueel op onze website de studie: “Door de Geest van God geroepen tot deelname aan het Avondmaal van de Bruiloft van Gods Lam en tot deze Goddelijke Bruiloft”.
[9] Lees vooral Lukas 14:17-23 in de Statenvertaling. Het gaat hier namelijk specifiek over het Avondmaal! Voor de geestelijke betekenis van dit Avondmaal, zie de studie vermeld bij noot 8.
[10] Studie van H. Siliakus. Uit: “De Tempelbode” van januari 1983. Enigszins bewerkt door AK.

Het berispen (of terechtwijzen) van de wijzen

woensdag 24 juni 2009

Bekeert u van uw boze werken





"Jezus zei: ...Ga heen, zondig van nu af niet meer !"

Joh. 8:11, NBG





Verlaat de dimensie van de duisternis
"Zeg tot hen, spreekt Adonai JaHWeH, Ik verheug Me niet in de dood van hen die slecht zijn, maar wel in de bekering van hun levenswijze. Bekeert u, bekeert u, van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o Huis Israëls[1]?" (Ezech. 33:11 – letterlijke vertaling).
Bekering is een wilsdaad van de mens, die begint als hij of zij zich tot God keert èn zijn of haar zondige wegen wil verlaten. Het is echter niet alleen een daad van het begin van een leven dat – door God – vernieuwing zoekt, maar een levensinstelling van elke verdere nieuwe dag. Wij leven namelijk in een wereld waarin de boze (d.i. satan, de duivel) heerst; een wereld die onder sterke invloed staat van de inspiratie, arbeid en leiding van de boze en zijn macht.
In Efeze 2 vers 1-3 lezen wij: “En u heeft Hij (d.i. God, de Vader) met Hem (d.i. Jezus, de Zoon) levend gemaakt, u die (in geestelijke zin) dood was door de misdaden en de zonden, waarin u voorheen gewandeld hebt, naar het tijdperk (de tijdgeest) van deze wereld, naar de aanvoeder van de macht in de lucht, van de (satanische, duivelse) geest die nu werkt in ‘de kinderen van de ongehoorzaamheid’ (d.i. de ongelovige en wereldsgezinde mensenkinderen), te midden van wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van het vlees en de (zondige) gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen” (HSV). En in Efeze 6 vers 12 lezen wij: “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de machthebbers van de wereld, van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke boosheden in de lucht” (HSV).
Wij hebben allen voorheen gedacht, geleefd en gewerkt in de begeerten van ons vlees, doende de wil van het vlees en van de eigen, zondige gedachten. Maar in Romeinen 8 vers 6-8 lezen wij: “het bedenken van het vlees is de (geestelijke) dood, maar het bedenken van de Geest is leven en vrede. Immers, het denken van het vlees is vijandschap tegen God. Het onderwerpt zich namelijk niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet. En zij die in het vlees zijn (d.i. zij die hun leven door de zonden van het vlees laten leiden), kunnen God niet behagen.” (HSV)

Gedachtezonden leiden tot woordzonden en tot daadzonden.
Wij kunnen – vanuit onze oude natuur – vleselijk (blijven) denken en leven, en tegelijk ‘christelijk’ willen leven, naar de Gemeente of Kerk gaan en bidden, al is dit zeker niet naar Gods wil. Maar voor een waarachtig christen, een ware discipel van Jezus is dit een ONmogelijkheid, omdat het ware christenleven een andere geestelijke dimensie is dan het leven, denken en werken in het vlees. Het leven in de Geest en naar Zijn wil is de dimensie van het licht – daarom begrijpt de wereld ons, (de ware) christenen, niet en vindt zij ons vreemd, raar of zelfs gek – terwijl het leven in het vlees de dimensie is van de duisternis, een leven buiten God. Daarom (ver)hoort en ziet de Here zulke gelovigen niet als zij tot Hem bidden, zoals wij kunnen lezen in Jesaja 59 vers 1-2: “Zie, de hand des Heren is niet te kort om (u) te verlossen, en Zijn oor niet te onmachtig om (u) te horen; maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij (u) niet hoort” (NBG).
Daarom, verlaat de dimensie van Gods licht niet en blijf volharden in het leven in en het bekeerd zijn tot God. Want… “als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde” (1 Joh 1:7, HSV).
Onze geest moet in het licht van Gods dimensie blijven wandelen, maar wij bevinden ons naar het lichaam nog in deze wereld en haar dimensie van duisternis. Wij hebben dus voorzichtig te wandelen en onze voeten (beeld van onze levenswandel) voortdurend te wassen in – en dus te laten reinigen door – Zijn bloed, omdat wij, ook zonder dit te willen, in contact komen met de zonde.
[2]

Waartegen hebben wij te waken?
1. In de eerste plaats wordt ons denken bezoedeld als wij in contact komen met de zonde en daarom moeten wij deze zondige gedachten onmiddellijk wassen in Zijn bloed, omdat het nu eenmaal zo is dat zondige gedachten zondige overleggingen van ons hart worden en wij zo bezoedeld raken door die zonde. Als wij echter in het licht van God blijven, blijven wij in Zijn Geest en in Zijn liefde. “Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht, en er is in hem niets dat anderen doet struikelen” (1 Joh. 2:10, HSV).
2. Onze geest en ziel moeten blijven wandelen, leven en werken in de dimensie van het licht, in het Koninkrijk van Jezus Christus, en de dimensie van de duisternis mijden.
In 2 Korinthe 6 vers 14-18 lezen we: “Vorm geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeenschappelijk met wetteloosheid (of: ongerechtigheid), en welke gemeenschap is er tussen licht en duisternis? En welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial (d.i. de satan)? Of wat deelt een gelovige met een ongelovige? Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen en te midden van hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn. Ga daarom uit hun midden weg en zonder u van hen af, zegt de Here. En: Raak niet aan wat onrein is, en Ik zal u aannemen. Ik zal u tot een Vader zijn en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Here, de Almachtige” (HSV). Terwijl we in 2 Korinthe 7 vers 1 lezen: “Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bevlekking van het (zondige) vlees en van de (wereldsgezinde, door de satan beïnvloede) geest, en zo de heiliging volbrengen in de vreze Gods” (HSV).
3. Wij hebben ervoor te waken dat onze tong niet meer spreekt naar het denken van de wereld. “Maar Ik zeg u dat de mensen van elk doelloos woord dat zij zullen spreken, rekenschap moeten geven op de dag van het oordeel” (Matth. 12:36, HSV).
4. Wij hebben er ook voor te waken dat ons hart de wereldse levenswandel niet liefheeft. “Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en het pronken met de dingen van het leven is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid” (1 Joh. 2:15-17, HSV).
· De begeerten van het vlees leiden tot de zonden van het vlees, tot zondige lusten, die ons leiden tot afgodendienst, tot seksuele zonden. Weer anderen maken hun buik tot een afgod en leven om te eten.
· De begeerten van de ogen leiden tot de zonden van de ziel: tot materiehonger en tot ‘geld-gekte’, tot aanbidding van de mammon, tot een leven in luxe.
· De zondige begeerten van de geest leiden tot hoogmoed, tot machtswaanzin, tot grootsheid van het leven, tot zondige, vrouwelijke ijdelheid.
Laten wij er dus voor waken om niet te wandelen in deze regionen van de dimensie der duisternis, maar laten wij blijven wandelen in de dimensie van Gods licht. Laat ons de voorzichtigheid van de rechtvaardigen betrachten. Laat ons wandelen in de geest van Johannes de doper, van wie gezegd werd in Lukas 1 vers 17: “En hij (d.i. Johannes de doper) zal voor Hem (d.i. Jezus) uit gaan in de geest en de kracht van Elia, om het hart van de vaderen te bekeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen, om voor de Here een toegerust volk gereed te maken.” (HSV)
Blijf dus denken, wandelen en werken in de tot God bekeerde levensinstelling, elke dag. Zo zullen wij Hem getrouw kunnen gehoorzamen en de hoogweg
[3] van genade blijven bewandelen. Dan zal Hij ons (kunnen) leiden in Zijn hemels heiligdom[4], reeds hier op aarde.
In Hebreeën 4 vers 14-16 staat deze belofte: “Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen hogepriester die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles is verzocht op gelijke wijze als wij, maar zonder zonde (d.i. zonder te zondigen). Laten wij dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip” (HSV).
Zo zal de Hogepriester, onze Herder, ons stap na stap – door Zijn Heilige Geest – leiden, inwaarts tot in het hemelse heiligdom van God, naar onze hemelse Vader toe.
“Jezus zei tot hem (d.i. tot Thomas): Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij” (Joh. 14:6, HSV). Jezus is dus de ENIGE Leidsman
[5], Die tot het eeuwige leven leidt; Hij alléén is de Waarheid; Hij alléén leidt ons naar onze Vader-God, naar de almachtige, barmhartige en heilige JaHWeH toe.
Amen.

E. van den Worm
[6]

  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog (met een maandelijkse ‘nieuwsbrief’) wilt attenderen.
  • Zie voor meer Bijbelstudies onze website www.eindtijdbode.nl/
  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.

[1] “Maar hij is Jood (of: Israëliet) die het in het verborgene (d.i. in het innerlijk, in het hart) is, en dat is de (ware) besnijdenis, die van het hart is, naar de geest, niet naar de letter. Zijn lof is niet uit de mensen maar uit God” (Rom. 2:29, HSV).
[2] Zie eventueel op onze website de studie: “De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd”.
[3] “Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de Here. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen (de zgn. “hoogweg”), en Mijn gedachten dan uw gedachten” (Jes. 55:8-9).
[4] Voor meer over de geestelijke betekenis van dit ‘hemels heiligdom’, zie eventueel de studie: “Christus in de Tabernakel” en/of “De Tabernakel van Israël” en/of “Lukas: Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus”.
[5] Zie eventueel de studie: “Jezus onze Leidsman, Verlosser, Zaligmaker, Heiligmaker en Volmaker”.
[6] Uit: "Boodschappen voor vandaag en morgen". De tekst is bewerkt door AK (voornamelijk naar meer hedendaags Nederlands).

Bekeert u van uw boze werken

donderdag 21 mei 2009

De Opperzaalgemeente

















Verlangen naar een opwekking
Veel wordt er tegenwoordig gesproken over opwekking en veel wordt er gebeden voor een nieuwe doorbraak van de Heilige Geest, maar hoeveel christenen zullen straks ook ontvangen waar zij om bidden? [1] Het betreft hier zeker een prijzenswaardig begeren en het is ongetwijfeld nodig dat “de wind van de Geest” weer gaat waaien en zodoende allerlei “oude rommel” (voornamelijk inzettingen van mensen) uit de Gemeente of Kerk van de Here Jezus Christus wordt “weggeblazen”. Het geestelijk leven van velen is inderdaad aan vernieuwing toe en heeft een nieuwe impuls nodig. Toch zal de opwekking die komt anders zijn dan wat velen ervan verwachten! De komende opwekking zal een deel van de Gemeente tot de volmaaktheid (in Christus) leiden, maar een ander deel zal “aan de kant blijven staan” en er helemaal geen deel aan hebben. Onze God is genadig. Maar diezelfde genadige God zegt ook: “Geef het heilige niet aan de honden, en werp uw parels niet voor de zwijnen” (Matth. 7:6a, HSV) en Hijzelf handelt eveneens volgens deze stelregel. En bedenk, hier gaat het om het meest heilige dat er is, de Heilige Geest! Zullen wij straks (ook) de volle zegen ontvangen of zullen wij ernaast grijpen? Ernaar begeren is niet voldoende; God vraagt méér van ons. In verband hiermee is het goed om aandacht te schenken aan het feit, dat de Vroege Regen[2] alleen neerdaalde op degenen die in de opperzaal waren, op de 120 zgn. “opperzaal-christenen”. Er waren, NA Jezus opstanding, op een keer 500 discipelen tegelijk bij Hem (zie 1 Kor. 15:6), maar alleen op die 120, die in de opperzaal waren (zie Hand. 1:13-15, waar zij de belofte van de Vader zouden verwachten, namelijk de doop met de Heilige Geest – zie Hand. 1:4-5) daalde de Geest op het Pinksterfeest neer (zie Hand. 2:1-4)! Daarna ontvingen ook anderen nog diezelfde wonderbare gave, maar, let wel, strikt genomen waren dat alleen diegenen die toetraden tot deze “opperzaalgemeente”.

De opperzaal
Wonderlijke keus die opperkamer! Het is niet toevallig, dat de 120 juist daar vergaderden. Eeuwen eerder vond er ook al eens een opwekking plaats in een opperkamer: de zoon van de Sunamietische werd toen opgewekt (zie 2 Kon. 4). Wij willen niet beweren dat die opperzaal, als plaats op aarde, heiliger was dan andere plaatsen (dat zou in tegenspraak zijn met wat Jezus tot de Samaritaanse vrouw zei in Johannes 4:21-24), maar vooral opmerken dat we op de zinnebeeldige kant van de zaak moeten letten. Het gaat om een “geestelijke plaats”. In Handelingen 1:13 staat: “Zij gingen op in DE opperzaal”. “De”, niet “een”, met andere woorden: het betreft een bekende en vertrouwde plaats voor de ware Gemeente van Christus. Men zou kunnen veronderstellen dat dit van die zaal in Jeruzalem gezegd kon worden en dat dit gold voor de toenmalige gelovigen. Dit ligt echter niet voor de hand. De Bijbel spreekt ook verder niet over deze zaal. Het kan de zaal van het laatste avondmaal zijn geweest, maar ook een zaal in één van de tempelgebouwen (volgens Hand. 2:46). Het blijft bij gissen, zekerheid hierover hebben wij niet. Veeleer geloven wij dat Lukas (die voor “buitenstaanders” zoals Theophilus schreef – zie Luk. 1:3) bedoelde: het was die zaal waar dat wonderlijke gebeuren plaats zou hebben. Als de Heilige Geest Lukas dus laat schrijven “DE opperzaal”, valt de nadruk op dat wonderlijke gebeuren van de uitstorting van Gods Geest en niet op de zaal waar dit alles plaats had. En het kan niet anders of daarmee worden onze gedachten geleid naar een gééstelijke plaats die aan de ware kinderen Gods welbekend is en waar de wonderlijke werkingen van Gods Geest nog altijd ervaren worden!

Niet voor luiaards
Om een opperzaal te bereiken moet men opklimmen.[3]
“Zij gingen op...”, staat er in Handelingen 1:13. “Opklimmen” moest men toen en wij ook nu, als we de volle Pinksterzegen willen ontvangen. Alleen maar begeren is niet voldoende, wij moeten de geestelijke ladder[4] willen beklimmen. Wij moeten geestelijk willen groeien, hogerop (d.i. op hoger niveau) willen komen, niet om het eigen “ik” te behagen (zoals in de wereld bij positieverbetering), maar opdat dat ons eigen “ik” gekruisigd wordt door de werkingen van de Heilige Geest.[5]
Spreuken 13:4 zegt: “De verlangens van een luiaard worden niet vervuld, maar (de ziel van) een vlijtig mens wordt rijkelijk gelaafd” (NBV). Luiaards ontvangen niets, hoe begerig ze ook zijn! Dit is niet slechts een algemene waarheid voor het dagelijkse leven. Het is ook en vooral een geestelijke waarheid. Het boek Spreuken vertelt ons over de (geestelijke) staat van de Bruidsgemeente! Geestelijke luiaards (en, vergis u niet, dat kunnen echte “Martha-christenen” zijn, christenen die altijd maar bezig zijn met “werken voor de Heer”!), die niet de moeite willen nemen om op te klimmen naar de opperzaal, hoe begerig ze ook zijn naar “opwekking”, zullen de geestelijke zegeningen van de opwekking die komt, aan hun neus voorbij zien gaan. De vlijtige christenen echter, zij die alle last willen afleggen om geestelijk hogerop te komen, zullen worden gezalfd met “de vettigheid van de olie van de Heilige Geest”!

Door Jezus bevestigd
Niemand minder dan Jezus Zelf heeft de bovenstaande waarheid bevestigd en benadrukt. Tot tweemaal toe laat Hij in Matthéüs 25 dezelfde waarschuwing horen. Luie maagden
[6], die de Geest te weinig toegelaten hebben om te werken in hun leven, komen voor een gesloten deur te staan. Een luie dienstknecht, die met de ontvangen genade (het talent) niet gaat werken, is niet de “vreugde van zijn Here” (beeld van de Bruiloft van het Lam), maar de “buitenste duisternis” (beeld van de Grote Verdrukking) bereid. De luie (en dus dwaze) maagden[7] zien ook uit naar de komst van de Bruidegom en de luie dienstknecht verwacht ook de wederkomst van zijn Heer, maar verwachten of begeren alleen is niet voldoende. Het is mogelijk om de opwekking te begeren en uit te zien naar Jezus’ wederkomst ZONDER te streven naar geestelijke opgang (of: groei), terwijl men rustig bezig is met aardse dingen, maar… “ontvangen” zult u niet! Dat laatste is alleen weggelegd voor “opperkamer-christenen”! “Begeert van de Here regen, ten tijde van de Spade Regen[8]”! (zie Zach. 10:1). Maar als u ondertussen de Baäls (d.i. de afgoden) blijft dienen, wacht u (in de Grote Verdrukking) 3½ jaar van (geestelijke) droogte!

De trap naar de opperzaal
Waarin moeten wij vlijtig zijn om geestelijk te (kunnen) stijgen? Deuteronomium 6:17 leert het ons: “U moet u aan de geboden van de Here, uw God,… nauwgezet houden” (HSV). Hier begint elke geestelijke opgang (of: groei) mee. Het nauwgezet en ijverig betrachten van Gods Woord, maakt dat dit Woord gaat “werken” in ons leven. Petrus, de eerste “opperkamer-prediker”, zegt het zo: “door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft tot Zijn heerlijkheid en Zijn deugd, is ons alles, wat tot het leven en de godsvrucht behoort, geschonken” (zie 2 Petr. 1:3b). En Petrus beschrijft dan in de volgende verzen (5 t/m 9) langs welke treden de weg omhoog voert, die wij “met al onze inzet” moeten afleggen. Laat ons, een ieder naar zijn eigen maat, WERKEN met onze talenten. Laat ons de genade die God geeft, GEbruiken en niet MISbruiken. Laat ons Gods genade vooral gebruiken om meer “olie” te “kopen”, door Gods Geest en Gods Woord (waarvan de olie en de lamp het beeld zijn) ons leven te laten verlichten en zo te maken, dat ons leven aan Jezus’ onberispelijk leven gelijkvormig zal worden. Laat ons, in één woord, “opklimmen”, om daar te zijn waar de zegen (van God) zal vallen!
Tot slot nog dit. Naar de opperzaal gaan kunt u niet alleen. U hebt daarvoor ook de gemeenschap van de heiligen nodig. Slechts in gemeenschap met alle heiligen, zegt Efeze 3:18-19, kunnen wij vervuld worden tot alle volheid van God. Laat hij of zij die het leest, daarop letten!

HS
[9]

  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog - met een maandelijkse ‘nieuwsbrief’ - wilt attenderen.
  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.
  • Hieronder (en bij 19-3-2009) ziet u een lijst met alle studies die op onze website www.eindtijdbode.nl/ staan.

[1] Zie eventueel op onze website de studie: “Leer Bidden”.
[2] Vroege Regen = Het beeld van de uitstorting van de Heilige Geest tijdens het Pinksterfeest, in de begintijd van de Gemeente, zoals vermeld in Handelingen 2:1-4.
[3] Zie eventueel de studie: De 10 zaligsprekingen en 9 treden van de trap van Jezus’ zaligmakende genade.
[4] Zie noot 3.
[5] Zie eventueel op onze website de studie “De werkingen van de Geest in de eindtijd” en/of “De natuurlijke mens en de Heilige Geest”.
[6] Zie eventueel op onze website de studie: “De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd”.
[7] Zie noot 6.
[8] Spade Regen = Het beeld van de uitstorting van de Heilige Geest in de eindtijd – zie Joël 2:23b en 28-29. Zie ook nog noot 5.
[9] Artikel van H. Siliakus, uit het blad ‘De Tempelbode’ van juni 1985.