Posts tonen met het label heiliging. Alle posts tonen
Posts tonen met het label heiliging. Alle posts tonen

woensdag 23 februari 2011

Boekbespreking 27: De 7 fasen van de Wederkomst van onze Here Jezus Christus


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,
[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Fase 1:
De toebereidingen van Zijn wederkomst.
Mal. 3:1a
“Ziet, Ik zend Mijn engel (of bode, uitbeelding van alle geroepen en hiertoe gezalfde dienstknechten van onze Here Jezus Christus), die voor Mijn aangezicht de weg bereiden zal.”
Deze toebereiding van Zijn wederkomst gebeurt in en door de Heilige Geest met Zijn hiertoe geroepen en gezalfde menselijke “spreekbuizen” als Zijn instrumenten.

De 1ste toebereiding:
De roep van de Geest TER MIDDERNACHT (d.i. gedurende geestelijke, sociale en militaire middernachtelijke omstandigheden, d.w.z. in zeer duistere, moeilijke tijden).
Matth. 25:6-13 “En ter middernacht geschiedde een geroep: Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet! Toen stonden al die maagden op, en bereidden haar lampen. En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie; want onze lampen gaan uit. Doch de wijzen antwoordden, zeggende: Geenszins, opdat er misschien voor ons en voor u niet genoeg zij; maar gaat liever tot de verkopers, en koopt voor uzelf. Als zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren, gingen met hem in tot de bruiloft, en de deur werd gesloten. Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open! En hij, antwoordende, zei: Voorwaar zeg ik u: Ik ken u niet. Zo waakt dan; want gij weet de dag niet, noch de ure, in welke de Zoon des mensen komen zal.”
Ef. 5:14-20 “Daarom zegt Hij: Ontwaakt, gij, die (geestelijk gezien) slaapt, en staat op uit de (geestelijke) dood; en Christus zal over u lichten. Zie er dan op toe, dat gij voorzichtig wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen. De tijd uitkopende, omdat de dagen boos zijn. Daarom weest niet onverstandig, maar verstaat, welke de wil van de Here zij. En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met de Geest; sprekende onder elkaar met psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende en psalmende de Here in uw hart; dankende te allen tijd, over alle dingen, God en de Vader, in de Naam van onze Here Jezus Christus.”
Hierdoor geschiedt een algemeen geestelijk ontwaken van de hele Gemeente/Kerk.

De 2e toebereiding:
De roep van de Geest tot deelname aan HET AVONDMAAL VAN DE BRUILOFT van het Lam van God.
Openb. 19:9 “En hij zei tot mij: Schrijf, zalig zijn zij, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. En hij zei tot mij: Deze zijn de waarachtige woorden Gods.”
Aan hen, die hier deel aan willen nemen, zal de Geest de volmaakte verlossing te weeg brengen van alle zondemacht, die hen “zonder vlek of rimpel” zal maken door hun vrijwillige en gelovige deelname aan de volmaakte wassing (reiniging) in het gestorte Bloed van Gods Lam, door gedurig Zijn vlees en Zijn bloed geestelijk te eten en te drinken (zie fase 2).
Luk. 9:23-24 "En Hij zei tot allen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis dagelijks op en volge Mij. Want zo wie zijn leven behouden wil, die zal het verliezen, maar zo wie zijn leven verliezen zal om Mijnentwil, die zal het behouden."
2 Kor. 4:10-11 Altijd de doding van de Here Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het (opstandings)leven van Jezus in ons lichaam zou geopenbaard worden. Want wij, die leven, worden altijd in de dood overgegeven om Jezus' wil;
opdat ook het (opstandings)leven van Jezus IN ONS STERFELIJK VLEES (dus: reeds HIER OP AARDE) zou geopenbaard worden.”

Fase 2:
Zijn plotselinge komst als de Engel van het (bloed)verbond.
Mal. 3:1b “En plotseling zal (in en door de Heilige Geest) tot Zijn tempel (d.i. tot Zijn geestelijke “vaten” - die wij behoren te zijn) komen die Here, Die gij zoekt, te weten de Engel van het (Bloed)verbond aan Dewelke gij lust hebt (nl. de Here Jezus Christus, onzichtbaar, in en door de Heilige Geest); ziet, Hij komt, zegt de HERE der heirscharen.”
De werkelijke totale loutering/reiniging van Zijn Bruid in het Vuur van de Geest op grond van haar geloof in het gestorte Bloed van Gods Lam,
waardoor zij vlekkeloos en rimpelloos, onberispelijk rein, wordt gemaakt.
Ef. 5:26-27 "Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende door het bad met het (reinigende) water door het Woord; opdat Hij haar Zichzelf heerlijk zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en onberispelijk."

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER

donderdag 9 december 2010

Boekbespreking 22: Heiligmaking

.
Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

1. Wat is heiligmaking?
Ze is de veranderende Goddelijke bewerking, die van een zondaar een heilige maakt; een mens die er innerlijk en uiterlijk door verlost wordt van zijn zonden en voortaan innerlijk en uiterlijk doet leven in de heiligmaking en rechtvaardigmaking door God.
De Schrift leert ons, dat wij dit niet in eigen, menselijke kracht moeten zoeken te bereiken.
Tit. 3:3-5 "Want vroeger waren ook wij verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan velerlei begeerten en zingenot, levende in boosheid en nijd, hatelijk en elkaar hatende. 4 Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland en God verscheen, 5 heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest,"
Rom. 3:21-26 "Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods (in het vlees) openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, 22 en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid. 23 Want allen hebben gezondigd en derven (d.i. missen) de heerlijkheid Gods, 24 en worden om niet gerechtvaardigd uit Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. 25 Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in Zijn bloed, om Zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden; 26 om Zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is."

2. Deze Goddelijke heiligmaking en rechtvaardigmaking wordt ons ingebouwd door ons geloof in en door onze Heiland, de Here Jezus Christus.
Hij werkt dit in ons uit door Zijn Heilige Geest.
• Wij hebben Zijn, Goddelijk aanbod van deelgave aan Zijn dood en opstanding, die Hij voor ons heeft volbracht, aan te nemen, er deel aan WILLEN nemen.
• Wij moeten er één plant mee WILLEN worden gemaakt,
• Wij moeten Zijn op Golgotha geofferd vlees geestelijk WILLEN eten,
• Wij moeten Zijn bloed geestelijk WILLEN drinken.
• Wij hebben dit zolang onze heiligmaking nog niet volkomen is volbracht, gedurig (d.i. altijd) te WILLEN doen.
1 Kor. 1:30 "Maar uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing,"

2 Thess. 2:13 "Maar wij behoren God te allen tijde om u te danken, door de Here geliefde broeders, dat God u als eerstelingen Zich verkoren heeft tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid."
Rom. 6:5 "Want indien wij met Hem één plant geworden zijn in de gelijkmaking van Zijn dood, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking van Zijn opstanding." (SV)
Joh. 6:48-58 "Ik ben het Brood des levens. 49 Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn gestorven; 50 dit is het Brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet sterve. 51 Ik ben het levende Brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit Brood eet (eten is een vrijwillige daad) hij zal in eeuwigheid leven; en het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, voor het leven der wereld. 52 De Joden dan streden onderling en zeiden: Hoe kan Deze ons Zijn vlees te eten geven? 53 Jezus dan zei tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij gij het vlees van de Zoon des mensen eet en Zijn bloed drinkt, hebt gij geen leven in uzelf. 54 Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten jongste dage. 55 Want Mijn vlees is ware spijs en Mijn bloed is ware drank. 56 Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. 57 Gelijk de levende Vader Mij gezonden heeft en Ik leef door de Vader, zo zal ook hij, die Mij eet, leven door Mij. 58 Dit is het Brood (beeld van Jezus, het levendmakende Brood), dat uit de hemel nedergedaald is; niet gelijk de (voor)vaderen gegeten hebben en gestorven zijn; wie dit Brood eet, zal in eeuwigheid leven."
2 Kor. 4:10-11 "Te allen tijde het sterven van Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het (opstandings)leven
van Jezus zich in ons lichaam openbare. 11 Want voortdurend worden wij, die leven, aan de dood overgeleverd, om Jezus’ wil, opdat ook het (opstandings)leven van Jezus zich in ons sterfelijk vlees openbare."
Nu is geloven ook geen zaak, die wij uit onszelf op kunnen brengen, maar het is een gave van God, als wij ons tot Hem hebben bekeerd van onze zonden en deze bij Hem hebben beleden.
Ef. 2:8-9 "Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; 9 niet uit werken, opdat niemand roeme."
1 Joh. 1:9 "Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid."

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER

dinsdag 9 november 2010

Boekbespreking 20: De 10 zaligsprekingen


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleidend woord
Tit. 2:11-14 "Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken."
Deze studie vertelt ons van de dingen, die God ons, Zijn verbondskinderen, door onze Here Jezus Christus geschonken heeft door Zijn deelgave (en wij door onze bewuste deelname) aan de dood en opstanding van Gods Lam op Golgotha, die Hij in het kruispunt der eeuwen heeft volbracht, en van de dingen, die Hij van ons hier op aarde vraagt.


De 10 zaligsprekingen en 9 treden van de trap van Jezus’ zaligmakende genade.
Zaligspreking en trede 1: De armen van geest. Erkenning van onze verloren staat zonder Zijn genade en gewaarwording van armoede aan rein, Goddelijk leven (zie Matth. 5:3).
Zaligspreking en trede 2: De treurenden. Belijdenis van zondeschuld. Geloof in verzoening met God bij blik op het kruis van Golgotha en geloof in Jezus Christus (zie Matth. 5:4).
Zaligspreking en trede 3: De zachtmoedigen. Begin van de verlossing van de zondemacht door Zijn deelgave aan het sterven van het Lam van God en de zachtmoedige aanvaarding aan onze kant van het kruisproces, het afsterven van de oude, zondige mens door geestelijk Zijn vlees te eten en Zijn bloed te drinken, door zo vrijwillig deel te nemen aan de dood van het Lam van God, een ervaring, die Jezus ons moet laten ondergaan (zie Matth. 5:5).
Zaligspreking en trede 4: Zij, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Hoop op deelgave aan Zijn opstanding, hongeren en dorsten ernaar. Wedergeboorte uit God (zie Matth. 5:6).
Zaligspreking en trede 5: De barmhartigen. Deze barmhartigheid is gegrond op de liefde van God, die op deze trede begint door te breken. Verdere deelgave aan Zijn opstanding (zie Matth. 5:7).
Zaligspreking en trede 6: De reinen van hart. Volkomen deelgave aan Zijn verlossing van de zondemacht; deze reinen van hart wandelen en leven reeds op aarde in Goddelijke reinheid en heiligheid (zie Matth. 5:8).
Zaligspreking en trede 7: De vredestichters. Deelgave aan Zijn arbeidszalving (zie Matth. 5:9).
Zaligspreking en trede 8: Zij die op aarde reeds wandelen in Goddelijke gerechtigheid en hierdoor gehaat en vervolgd worden op de aarde (zie Matth. 5:10).
Zaligspreking en trede 9: Zij, die Godzalig (Gode welgevallig) op aarde leven, die volkomen gedrenkt zijn in de Geest en de heerlijkheid van de Here Jezus Christus en die hierdoor Zijn Naam dragen. Zij worden op aarde belasterd en vervolgd omwille van Zijn Naam (zie Matth. 5:11-12).
Deze zijn de 9 treden van de geestelijke ladder van Jakob, die naar de troon van onze Vader-God en van het Lam leiden. Ze openbaren een geestelijke groei naar de volmaaktheid van de nieuwe mens in Christus.

Op aarde wordt een groeiende, negatieve levenservaring temidden van de medemensen ondervonden door de toenemende macht van satan, de macht der duisternis, vooral in de eindtijd.
Openb. 22:11 "Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; en wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd."
Matth. 24:12 "En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen."
Ezech. 21:25 "En gij onheilige, goddeloze, vorst van Israël, wiens dag komt ten tijde van de eindafrekening,"
Deze uiterste ongerechtigheid geschiedt ten tijde van de antichrist.

In deze eindtijd heeft de Here Jezus in Zijn Woord nog een 10de zaligspreking toegevoegd:
Zaligspreking 10, de laatste zaligspreking bestemd voor de eindtijd. Voor de geroepenen tot het Avondmaal van de Bruiloft van het Lam. Deelname aan de Bruid van het Lam als lid ervan. Bekleed met heerlijkheid van God en met Zijn koninklijke autoriteit op aarde. De Godzaligheid van de Bruid van het Lam op aarde geopenbaard. De openbaring van de zonen Gods (zie Openb. 19:9, SV)
Dan wordt de Bruid van het Lam op aarde aangedaan met Goddelijke heerlijkheid en macht om haar taak op de duistere, zondige aarde van de eindtijd te kunnen vervullen; te weten: het herstel van de geestelijk in slaap gevallen Gemeente/Kerk en om haar te leiden tot OVERWINNING over satan en zondemacht in en door de kracht van de Heilige Geest; en tot het leiden van de grote wereldwijde opwekking in Jezus’ wijsheid en kracht, die tot de ONTELBARE zielenoogst zal leiden (zie Openb. 7:9-14).

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER


maandag 9 augustus 2010

Boekbespreking 14: Arendsvleugelen

.
Een Bijbelstudie van Bijbelleraar C.J.H. Theys,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

De kracht van God
Wij zullen vandaag onder de loupe nemen wat de Schrift verstaat onder “arendsvleugelen”. Het eerste punt wat wij willen weten, is: wat is de betekenis als wij in de Bijbel lezen van deze arendsvleugelen?
• Deze vleugelen doelen op de kracht van God, als de Heilige Geest Zelf.
• Het is ook de kracht van God, werkende in Gods kinderen. Let op, niet zomaar in mensen, neen, het is Gods kracht werkende in Zijn heiligen hier op aarde.
Onder deze twee punten zijn de arendsvleugelen te brengen. In Exodus 19 vers 4 lezen wij hetgeen God gezegd heeft tot Mozes: “Gijlieden hebt gezien, wat ik de Egyptenaren gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen en u tot Mij gebracht heb”. Hier is een beeldspraak, door God Zelf gebruikt, waarmee God wil beduiden, dat dit volk Israël verlost is geworden uit ballingschap, uit gevangenschap, uit slavernij, door de kracht van God, door de Heilige Geest Zelf, Die alzo heeft gewerkt in het leven van Gods kinderen. Wij lezen verder in Deuteronomium 32 vers 11-12: “Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken; zo leidde hem de Here alleen, en er was geen vreemde god met hem”. In deze twee verzen geeft God de verdere verklaring van wat Hij tegen Mozes eerder gezegd had. De Here alleen heeft Zijn volk uitgeleid en tot Zich gebracht, zoals een arend het doet met zijn eigen jongen. In Openbaring 4 vers 7 lezen wij onder andere van het vierde dier, dat wordt beschreven als een vliegende arend. En wij weten, dat in deze vier dieren de uitbeelding plaats heeft van de volheid die wij vinden in de Here Jezus Christus. Zij typeren niet alleen wat wij kennen als de uitbeelding van ons vierzijdig Evangelie, maar zij zijn typerend voor de volheid die er is in de Here Jezus Christus, waarvan wij ook in de vier Evangeliën een uitbeelding vinden, namelijk in die bedieningen, die hoedanigheden, die wij later nader onder ogen zullen zien. Tot zover wat betreft de kracht van God Zelf, door de Heilige Geest.
Nu willen wij onderzoeken wat de Bijbel zegt over deze kracht, zich openbarende in Gods kinderen.

De kracht van God, werkende in Zijn heiligen
In Zijn profetische rede zegt de Here Jezus Christus: “Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten, en schijnt tot het westen, alzo zal ook de toekomst (of wederkomst) van de Zoon des mensen wezen. Want alwaar het dode lichaam zal zijn, daar zullen de arenden vergaderd worden (Matth. 24:27-28). De Here spreekt hier eigenlijk van dat, wat wij kunnen verstaan onder de verzoening. Het dode lichaam is het lichaam van onze Here Jezus Christus, dat voor ons werd gekruisigd. In Zijn sterven lag de verzoening van (en voor) ons. Prijst God! En rondom de verzoening van Jezus Christus daar zullen de arenden, de kinderen Gods, zich scharen. Daar is geen andere pleitgrond voor ons, dan de verzoening die Hij voor ons gekocht heeft, betaald met Zijn eigen Bloed. Lukas 17 vers 37 bevestigt het één en ander voor ons: “En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar, Here? En Hij zeide tot hen: Waar het lichaam is, aldaar zullen de arenden vergaderd worden”. De arenden zijn de heiligen. En dit is dus de slotconclusie op het antwoord van de Here met betrekking tot de vermisten, van welke Hij in het voorgaande spreekt. Als wij beginnen bij vers 34, dan zegt Hij daar: “In die nacht zullen twee op één bed zijn, de één zal aangenomen, de ander zal verlaten worden”. Onderstreep het woord “aangenomen”. Dit is GEEN opgenomen worden. Aanname is tot zich nemen en dat zal een gebeuren hier op aarde zijn. Opname ligt in het verticale vlak. Hier wordt de aanname geduid van hen die straks uitgeleid worden in de woestijn (zie Openb. 12:6 en 14). Zij zijn de zgn. vermisten, zij behoren tot de Bruid. Om tot dit Lichaam te behoren, moeten wij allen jagen naar de heiligmaking, anders is het onmogelijk. Zij zijn gekomen tot de volmaaktheid in Christus. Dat wil zeggen, straks in de woestijn – zo is mijn persoonlijke overtuiging en geloof – is er natuurlijk een diepere, verdere scholing in Christus. Maar als dit gebeurt dan moeten zij al staan in dat wondervolle teken van de volmaaktheid in Christus. En let op, dit ingrijpen van dat heiligingsleven gaat tot in het huwelijksleven toe! En niet alleen in het huwelijksleven, ook in het maatschappelijke leven. Het dringt door tot geheel het menselijk bestel, alles waarbij de mens betrokken wordt hier op aarde. Tot zelfs het huwelijksleven, daarin zal de scheiding plaats vinden. God kent de Zijnen. Al houdt u nog zoveel van elkaar, u zult moeten komen tot dit punt waarop God u boven alles en allen is. Wanneer wij de Here Jezus Christus liefhebben ‘meer dan alles en boven allen’, alleen dan kunnen wij verder en dieper geleid worden. Zolang er nog iets is in ons leven, dat wij meerder achten dan Hem, wat dus tussen Hem en ons komt te staan, zolang zijn wij nog gebonden, zolang leven wij nog niet in de vrijheid waarmee Hij de kinderen Gods heeft vrijgemaakt.
Als de Zoon des mensen u heeft vrijgemaakt, zegt Gods Woord (in Joh. 8:36), dan zijt gij waarlijk vrij. Vrij van alles. En niet om wederom gebonden te worden, in welke vorm of gedaante ook. Wij worden innerlijk vrijgemaakt.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-8-2009, KLIK HIER Zie vooral ook het “In memoriam”.

zaterdag 24 juli 2010

Als hemelvlammen de aarde raken

.












De Geest, de volheid in Christus, het ontvangen van de heerlijkheid van God en het onszelf aanbieden aan Hem zijn vier elementen die onlosmakelijk aan elkaar zijn verbonden. De Geest voert ons naar Christus en Christus geeft Zichzelf als Zijn reactie op onze overgave aan Hem. Vervuld worden met de Geest en opgaan in Hem veronderstelt de beleving dat ik iets mis en dat Hij dat gemis aanvult. Dat doet Hij met Zichzelf, want de Geest is gericht op Christus. Dat is opwekking! En waar Pinkstervuur brandt, brandt Christus en gaan we spontaan overvloeien. Lofprijzing is dan niet beperkt tot het half uur van aanbidding tijdens de dienst, maar uitgebreid tot levensstijl.
De hemelse wijn maakt de tongen los. We schaamden ons eerst voor het Evangelie, maar nu dringt de liefde van Christus ons en verkondigen wij deze liefde. We worden dronken in Christus. We worden dronken in Zijn liefde. Dat mag, want de Geest wil uitbundigheid. "Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben" (Joh. 10:10b). Dat schenkt de Geest (van God). Het is ook de Geest Die ervoor zorgt dat deze overvloed naar buiten komt: "Laat mijn mond vervuld worden met Uw lof en met Uw heerlijkheid, de hele dag" (Ps. 71:8). De Geest doet ons aan God genoeg hebben. Zodat we echt voldaan zijn. Zodat we gaan zitten en met vrede in vreugde opgaan in de glorie van God.
Dat is niet slechts een mystieke roes, want daarin ligt het gevaar van bandeloosheid. Ik moet dan denken aan bewegingen die de neiging hebben de Heilige Geest los te trekken van het Woord en van de Vader met Zijn Zoon. Dit gaat dieper. De overvloedige volheid van Gods Geest geeft de meest intense vrede en blijdschap. Geen aardse taal kan dit beschrijven. Het gaat alle verstand te boven. Het is hemels, aanbiddelijk, verrukkelijk! Wanneer de vrede van Christus regeert in ons hart (Kol. 3:15), verstaan we iets onoverwinnelijks, wat Pilkington zo treffend als volgt beschreef: "Jaren geleden werd één van onze vloten uiteengeslagen door een hevige storm. Het bleek echter dat enkele schepen niets te lijden hadden gehad onder het geweld. Ze waren in 'het oog van de orkaan', zoals zeelui dat noemen. Terwijl alles om hen heen verwoesting was, waren zij veilig. Zo is het met hem die de vrede Gods in zijn hart heeft."
Op de Pinksterdag sloegen de hemelvlammen van Gods liefde naar de aarde over! Een geweldige liefdesbrand werd in de harten van de discipelen ontstoken. Het Pinkstervuur doorgloeide hen. Lukas getuigt ervan in Handelingen 2: "En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En er werden door hen tongen als van vuur gezien, die zich verspreidden, en het zette zich op ieder van hen" (de verzen 2 en 3). De vlammen sloegen hen boven het hoofd uit. Daar stonden ze: levend "in brand", als getuigen van God! De mannen gingen uit en lieten het hele rijk schudden op haar grondvesten.
Het is het verlangen van mijn hart dat de Kerk van Jezus Christus in onze dagen in haar eerste glorie zal staan. Dit verlangen stuit op weerstand, omdat hier een prijskaartje aanhangt. Dat heeft ermee te maken dat het Pinkstervuur van God een heilige brand is. Al het onze moet er eerst aan. Pas vanaf het moment dat dàt in vlammen opgaat, ontsteekt de Heilige Geest een liefdesbrand en zal de Gemeente van Christus ‘geuren en kleuren’ als een helder baken. Zal ze impact hebben in onze naties.
Gelet op het beschikbare in de Pinksterfontein van Christus moesten de vlammen wel boven onze huizen uitslaan. De Pinksterfontein vloeit op dit ogenblik! Onophoudelijk! Waarom heeft de Gemeente van Christus dan zo vaak niet de passievolle geestdrift van Pinksteren? Omdat ze niet in de stroom staat misschien? Immers: hoe kan de vlam boven het dak van Zijn Gemeente uitslaan, als er onder het dak niets aanwezig is?! Lopen we weg door de geestdrift te doden met zinloos tijdverdrijf, jacht naar geld en eer, goddeloos gebruik van televisie en internet en het stellen van menselijke producten boven dat wat God ons leert door Zijn Woord? Of gaan we op in onze activiteiten, resultaten en zegeningen in plaats van in Hem? Eens vroeg ik op een samenkomst: we bidden zo vaak om het vuur vanuit de hemel, maar zijn we er eigenlijk wel klaar voor?
"Hem nu Die machtig is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkt, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Jezus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen." (Ef. 3:20-21).

15-6-2010 bron: John Kamphuis
Overgenomen van het CIP (
Christelijk Informatie Platform)

Noot van A. Klein:
Bovenstaand artikel, alweer van iemand waarvan ik nog niet eerder iets had gehoord of gelezen, vond ik zo goed en duidelijk geschreven dat ik besloten heb het op ons weblog te plaatsen.
Wij willen u graag nog op enkel studies op onze website http://www.eindtijdbode/ wijzen die dieper ingaan op onderwerpen die hierboven aan de orde komen, zoals:

1. “
De Gever en Zijn Gaven (Deel 1 – over de DOOP met Gods Heilige Geest)", van CJH Theys, op ons weblog vanaf 10-5-2010 (elke maand een hoofdstuk).
2. “
De natuurlijke mens en de Heilige Geest”, van CJH Theys.
3. “De ‘
Spade Regen opwekking’ (over de UITSTORTING van de Heilige Geest)”, van H. Siliakus, op ons weblog van 24-4-2010.
4. “
De volmaaktheid in Christus op aarde, in de eindtijd” van E. van den Worm.
5. “
De uiteindelijke, Goddelijke HEERLIJKHEID van de ware Gemeente van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeente” van E. van den Worm.
6. “
De werkingen van de Geest in de eindtijd”, van E. van den Worm.

Als hemelvlammen de aarde raken - Gods Geest en heerlijkheid IN ons

maandag 24 mei 2010

Hoe verder NA Pinksteren ?

.
















De HEILIGHEID van de Heilige Geest
Daar het nu Pinksteren is, lijkt dit mij een goede gelegenheid om eens stil te staan bij bovenstaande vraag: “Hoe moet het verder NA Pinksteren?”
Als het Pinksterfeest ter sprake komt, is doorgaans de eerste gedachte: uitgaan en werken voor de Heer. Velen spreken van het “zendingsfeest”. Natuurlijk denken wij bij het woord Pinksteren ook aan opwekking. De uitstorting van Gods Geest brengt een grote geestelijke beweging tot stand. Daarmee begint het. Dat betekent grote ijver en vurigheid van geest, die maken dat wij niet stil kunnen blijven zitten, maar MOETEN uitgaan en getuigen van Jezus. Maar wat bij alle geestdrift en activiteit vaak en snel vergeten wordt, is, dat de Geest van God, Wiens feest het is, allereerst genaamd wordt de HEILIGE Geest! Als de 3 “Personen” van de Goddelijke Drie-eenheid (beter gezegd: de 3 Openbaringsvormen van God – zie noot[1]) tezamen genoemd worden, wordt er altijd gesproken van “de Vader, de Zoon en de HEILIGE Geest”. Dit leert ons, dat een wel zeer voornaam kenmerk van deze Geest Zijn HEILIGHEID is! Hier wordt zelden bij stilgestaan en dus worden er dikwijls ernstige misstappen begaan. Reeds in de eerste Pinkstereeuw gebeurde het, dat men al spoedig vergat, dat de Geest Welke Zich zo wonderbaar manifesteerde, de HEILIGE Geest is. Denk maar aan de droevige geschiedenis van Ananias en Saffira (lees Hand. 5:1-11). Een ander voorbeeld vinden wij in de Gemeente te Korinthe. In de twee brieven van Paulus aan deze Gemeente lezen wij over zonde en wanordelijkheid waardoor het gemeenteleven daar gekenmerkt werd. En ook vandaag de dag zien wij in de Gemeente, dat, op zijn zachts gezegd, onvoldoende beseft wordt, dat wij met de HEILIGE Geest te maken hebben.
“Hoe moet het verder na Pinksteren?” Aan de hand van het boek Haggaï willen wij een antwoord op deze vraag geven.

Een onafgebouwd huis
De ijver en het enthousiasme van de kinderen Gods is vaak erg oppervlakkig. Het heeft doorgaans zo weinig diepgang. Het is vaak niet of niet meer de “eerste liefde” (d.i. de vurige liefde tot God en Zijn gebod). Uit de boodschap aan de Gemeente te Efeze (zie Openb. 2:1-7) kunnen wij opmaken, dat de “eerste liefde” niet een onweerstaanbare en onstuitbare drang tot arbeiden is, maar een ijveren en verlangen om te zijn zoals de Heer van ons wenst. Volmaakt te (willen) zijn voor Hem! In het boek Haggaï wordt ons aanschouwelijk voorgesteld wat het is, want dit boek is eigenlijk een boeteprediking vanwege het ontbreken en het verlaten van de “eerste liefde”. Op felle wijze wordt door Haggaï de laksheid en de onverschilligheid van Gods volk gehekeld ten aanzien van het Huis des Heren. Het Huis is niet “af”!
Twee dingen zijn van belang om op te merken:
1. Het eerste is, dat het “laatste Huis”, waarover het hier gaat, de Nieuwtestamentische Gemeente is. Het eerste Huis was gemaakt van hout en steen, het tweede of laatste Huis is de “Tempel van levende stenen”[2]. Van deze tweede tempel zegt de Here in Haggaï 2 vers 10 (HSV): “De heerlijkheid van dit toekomstige (SV: laatste) huis zal groter zijn dan die van het eerste”[3]. Deze voorzegging betrof niet de tempel die men in Haggaï’s tijd bouwde, want die overtrof de eerste tempel – door Salomo gebouwd – niet in schoonheid. God spreekt hier namelijk van de nieuwe (tijds)bedeling[4]. De tempel van Zerubbabel – zoals men de tempel noemt die in Haggaï’s dagen gebouwd werd – is een typebeeld en voorafschaduwing van dit “laatste Huis”.
2. Verder moeten wij opmerken, dat deze tweede tempel hier al is opgericht en de bouw ervan reeds begonnen, zodat wij kunnen zeggen, dat het hier de tijd betreft van NA Pinksteren. Want met Pinksteren – waarmee wij hier de ‘Vroege Regen uitstorting’[5] van de Heilige Geest bedoelen, beschreven in Handelingen 2 – is de Nieuwtestamentische Gemeente gesticht. Het gaat derhalve over ONZE tijd! De bouw van het Huis Gods is al in een gevorderd stadium, maar nu ligt hij stil. Dit is de toestand als Haggaï begint te spreken (vergelijk Ezra 5). Maar is dit niet precies ook de toestand waarin de Gemeente des Heren zich vandaag de dag bevindt?! Het algemeen gevoelen van kinderen Gods in onze tijd – wat het geestelijk leven betreft – is te omschrijven als: “Zo is het wel genoeg”. Geestelijke groei vindt men niet langer (zo) noodzakelijk. Men is vooral met de zichtbare en de aardse dingen bezig. Men leeft voor zichzelf, evenals de Joden in Haggaï’s tijd. Hoe het Huis des Heren er geestelijk bij staat, kan ze niet schelen. Maar God wil geen onafgebouwd Huis. Hij wil een VOLMAAKTE Tempel![6] Wanneer Jezus wederkomt, wil Hij een Gemeente (d.i. dan de Bruid of Bruidsgemeente) aantreffen, die “zonder vlek of rimpel of iets dergelijks” is (zie Ef. 5:27)!! De voltooiing van deze “Tempel” is de voleindiging van de heiligmaking.

Heilige ijver
Indien onze ijver voor het Huis des Heren gering of aan het afnemen is, laat ons dan onszelf ONDERZOEKEN! En zij die vinden, dat zij zo ijverig bezig zijn, dienen zich af te vragen of hun ijver wel een HEILIGE IJVER is. Verlangen wij naar de voltooiing van dat Huis, de volmaking van de Gemeente (waarmee dus de Bruid of Bruidsgemeente wordt bedoeld), en willen wij ons DAARVOOR inzetten? Want hier gaat het om.
De apostel Paulus schreef: “Ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb u toebereid, om u als een REINE MAAGD aan een man voor te stellen, namelijk aan Christus” (2 Kor. 11:2, SV). Het is bedroevend om te zien, dat velen werken voor het Koninkrijk van God, zonder zich veel te bekommeren over het plan van God met Zijn Gemeente. Ook is er veel gezapigheid en zelfgenoegzaamheid onder de kinderen Gods. Zij wonen in hun “fraai overdekte huizen” (zie Hagg. 1:4, HSV). Heel vaak blijkt van toepassing: in de Geest begonnen, maar in het vlees geëindigd. Men neemt het niet zo nauw met Gods geboden en men denkt: “Ach, de Heer vergeeft het mij wel en Hij begrijpt het wel”.
Dat wij toch meer gaan beseffen, dat Gods Geest niet ‘alleen maar’ Zijn Geest is, maar vooral Zijn HEILIGE Geest! En deze Geest wijkt uit ons leven, als daar geen HEILIGMAKING is.
Lees wat God Zijn volk verwijt in Haggaï 2 vers 15 (HSV): “En zo is al het werk van hun handen. Wat zij daar aanbieden (SV: offeren), ONREIN is het!” Offers brengen voor de Heer is niet voldoende; er moet ook heiligmaking zijn! Het “Huis” (de “Tempel”) moet worden afgebouwd, vervolmaakt.
Wanneer wij geen acht slaan op Jezus’ verlangen om éénmaal een vlekkeloze, volmaakte Bruidsgemeente te ontmoeten, raken wij in de wateren van Laodicea verzeild. God zal ons uitspuwen! En als wij niet oppassen, zal het met ons net zo gaan als met Ananias en Saffira eertijds (zie Hand. 5:1-11).
Wie de heiligheid negeert van de Heilige Geest, zal er uiteindelijk toe komen om deze Heilige Geest te bedriegen!
Even terzijde: Ananias en Saffira kwamen mede tot hun zonde, omdat zij ‘eer uit goede werken’ nastreefden. Pas op voor werkheiligheid. Zoek de “eerste liefde” (de vurige liefde tot God en Zijn gebod)!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

H. Siliakus[7]

[1] In Deut. 6:4 staat: “Luister, Israël! De HERE, onze God; de HERE is één! (dus één Persoon!) (HSV).
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (d.i. geslagen) (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een EENheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit drie personen bestaat, is een dwaling. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
1. de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
2. de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
3. de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest.
• Zie eventueel – op onze website
http://www.eindtijdbode.nl/ – ook nog de studie: “De natuurlijke mens en de Heilige Geest” van CJH Theys.
[2] Zie eventueel op onze website de studie: “Geroepen om te worden gemaakt tot Gods doel met de mens:
een eeuwige, heilige tempel van onze almachtige God en Vader” van E. van den Worm.
[3] Zie eventueel op onze website de studie:
“De uiteindelijke, Goddelijke HEERLIJKHEID van de ware Gemeente/Kerk van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeente/ Kerk” van E. van den Worm.
[4] De nieuwe (tijds)bedeling = De periode die de verhouding tussen God en mens NA Christus’ (1ste) komst aangeeft.
[5] De ‘Vroege Regen’ is het beeld is van de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag (zie Hand. 2), en was nodig voor het ontstaan van de Nieuwtestamentische Gemeente. Terwijl de ‘Spade (of Late) Regen’ het beeld is van de uitstorting van de Heilige Geest in de eindtijd (zie Joël 2:23b en 28-29), en dit is nodig om nog vele zielen te kunnen winnen voor Christus (zie o.a. Matth. 24:14).
[6] Zie noot 2.
[7] Uit het blad ‘De Tempelbode’ van juni 1987. Enigszins bewerkt door A. Klein

dinsdag 9 maart 2010

Boekbespreking 4: Leer bidden

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar C.J.H. Theys[1],
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleiding:
Onze warenhuizen puilen uit... vele en velerlei producten zijn er te vinden. Ze zijn alle voor geld te koop. Dat is tenminste “tastbaar”, en daar kan men iets mee doen. Logisch toch!? Maar met een gebed?? Voor velen betekent bidden: “alleenspraak”, inbeelding, ja zèlfbedrog. Hebben zij gelijk??? Of hebben zij door zo te denken iets prijsgegeven dat van zeer grote waarde is?!?
Bidden is een “begrip” dat bij de mens past! Het is de natuurlijkste zaak van de wereld dat kinderen met hun ouders “praten”. Zo heeft de mensheid een oorsprong... JEZUS CHRISTUS HEEFT ONS DICHTERBIJ GOD GEBRACHT, om ons te laten zien dat God ònze Vader is. Daarom is ons gebed géén alleenspraak. Wij kunnen met onze vreugden, met onze zorgen, met onze moeilijkheden, ja met heel ons leven (toch heel wat) tot God gaan, zoals kinderen naar hun vader. Maar echt bidden moeten wij leren, aanleren. Zó was en is het ook met het praten.
Wij spreken dagelijks – daarom verleren wij het niet. Bidden is iets dergelijks. Toen de discipelen tot Jezus kwamen en Hem vroegen: Heer, LEER ONS BIDDEN”, ging de Here daarop in. Hoe? Hij LEERDE hen toen ter tijd een (wat wij willen noemen) “gebedspatroon”, namelijk: het ONZE VADER... Eenvoudig opgesteld, gemakkelijk te onthouden, alles omvattend wat in een gebed naar voren moet komen.
Het gebed krijgt en heeft waarde niet door lengte, duur of vorm. Inhoud en instelling van degene die bidt zijn belangrijk. De vorm is niet overbodig, maar ze mag de inhoud nooit overheersen. Jezus verzette Zich tegen alle geleerdheid of vertoon van kunstzinnigheid in het gebed. Het zinloos gebrabbel van velen, in het bijzonder van heidenen is waardeloos.
Vaak ging Jezus naar eenzame plaatsen om daar met Zijn Vader te spreken. Met dezelfde ernst en innigheid moeten òòk wij met God spreken. Maar wanneer moeten wij dan bidden?? De apostel Paulus zegt in 1 Thessalonicenzen 5 vers 17: Bidt zonder ophouden”. Het gaat dus méér om een “levenshouding” dan om een vorm. De profeet Daniël bad drie maal op een dag. Doch elk ogenblik van de dag is geschikt om te bidden.
Om beter in het gebed tot onszelf ingekeerd te kunnen zijn, moeten wij de “voorwaarden” niet vergeten.
Wat kunnen wij tegen God zeggen?? Hem allereerst in het gebed danken (zie Ps. 103). Hem als Schepper eren en aanbidden (zie Hand. 4:24). Hem vertellen, dat wij Hem liefhebben zoals kinderen hun vader (zie Gal. 4:6). …

Overwinning: uiteindelijk doel
Indien er iets is in de Bijbel, dat duidelijk en helder is, dan is dat wel, dat God van ons verlangt, dat wij een overwinningsleven zullen kennen. Overwinning over zonde, ziekte, en straks zelfs de dood.
Wij zullen allereerst (en dat in de loop van de beschouwingen) de eerste overwinning samen bekijken, en vervolgens de andere. Het was de strekking van het Oude Testament, doch vele malen herhaald in het Nieuwe Testament: Wees heilig, want IK BEN heilig (zie o.a. Lev. 11:44-45, 19:2 en 20:7).
Het zou voorzeker slechts “een halve redding” zijn, indien Christus wèl de macht had om onze zonden te vergeven, nadat wij die begaan hebben, maar ons niet zou kunnen beschermen (bewaren) tegen de macht van de zonde, op het ogenblik van de verzoeking zelve!
Zouden wij ooit “méér dan overwinnaars” genoemd zijn, indien de volkomenheid slechts voor ons was weggelegd in de hemel, waar alle verzoeking wegvalt, indien God niet bereid was ons op het ogenblik, dat wij tegenover de verzoeking staan, te bewaren; hier en nù, in deze tegenwoordige wereld, waar wij overwinning in beproeving en verzoeking zo zéér behoeven? Ons wordt verteld, dat het Zijn uitgedrukte wil is, dat wij: “Matig en rechtvaardig en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld” (Tit. 2:11-12).
Dit wordt ons niet voorgehouden als een “theoretisch ideaal” (beslist niet!); maar wij mogen in de leerschool van het gebed en onder de eminente (d.i. voortreffelijke) leiding van de Heilige Geest Zelf komen tot overwinning; zelfs zó, dat God ons tot Zijn getuigen kan maken.
Wij zijn niet geroepen om een onbereikbare bergtop te bereiken, waar nog nooit een mensenvoet gestaan heeft; maar om zèlf te kunnen uitroepen: “Gij zijt getuigen EN GOD, hoe heilig en rechtvaardig en onberispelijk wij u, die gelooft, geweest zijn” (1 Thess. 2:10). En dit geldt heus niet alleen voor de apostel, want er staat geschreven: “Want dit is DE WIL VAN GOD, uw heiligmaking (1 Thess. 4:3). Voorts ook nog: “En de God van vrede Zelf heilige u geheel en al; en uw geheel oprechte geest, en ziel en lichaam, worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onze Here Jezus Christus” (1 Thess. 5:23). “Die het ook doen zal” (1 Thess. 5:24b). Want “de Here is getrouw” (2 Thess. 3:3a).
Indien dit dan GODS DOEL is, waarom behalen wij dan niet altijd deze overwinning? In de leerschool van het gebed zullen wij ons achtereenvolgens bezig houden met de beschouwing van: de OORZAKEN VAN ONZE HERHAALDELIJKE NEDERLAGEN, en de VEREISTEN VOOR OVERWINNING over zonde en ziekte.

Tot zover de 'Boekbespreking'. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-8-2009. KLIK HIER


---------------------------------------------------------------------------------------------
De invloed van de kerk op de wereld

  • "Roep het Lichaam van Christus op terug te keren tot haar kerntaak: de verkondiging van het Heil en het wegrukken van zielen uit de hel."

  • "Omschrijf in één zin het allerbelangrijkste wat u de rest van uw leven zou willen doen."

  • "Het probleem vandaag onder christenen is dat velen niet meer in de hel geloven."

Zomaar 3 uitspraken van de Indiase zendeling K.P. Yohannan in zijn boek ‘Revolution in World Missions’.
U kunt een korte samenvatting van dit boek lezen in 'DIRKs visie' van 5 maart 2010, te vinden op www.dirkvangenderen.nl

Het boek - Revolution in World Missions - kunt u GRATIS aanvragen op de website http://www.gfa.org/
(of er een PDF van het boek downloaden).
Het boek (of de PDF) is echter alleen in het Engels te verkrijgen.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

dinsdag 10 november 2009

Podium en Gemeente – deel 5

.

Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.



Hoofdstuk 5
Door God geroepen tot leiderschap in de Gemeente

Het is God, Die u roept
Een roeping tot het arbeidsveld van de Here Jezus Christus geschiedt vanwege God, de Here, Die ons PERSOONLIJK tot Zijn heilige dienst roept en ons hiertoe capabel maakt, nadat Hij ons heeft gereinigd (van ons oude, zondige leven) in en door Zijn Bloed.
“En die Hij tevoren bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen, en die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd, en die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt.” (Rom. 8:30, HSV)
Aan de andere kant echter zal Hij die “dienstknechten” die Hij niet heeft geroepen tot Zijn dienst in of voor de Gemeente, “uitrukken” uit de plaatsen, die zij op eigen initiatief hebben ingenomen.
“Elke plant die Mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal uitgeroeid worden.” (Matth. 15:13b, HSV)
Zo’n bediening zal namelijk niet de nodige zalving verkrijgen van God tot het voortbrengen van ‘eeuwigheidsvruchten’. Zulke “leiders” storten hun volgelingen met zich in het verderf, omdat zij dit Goddelijk werk MENSELIJK en dus (geestelijk) BLIND verrichten, zonder de Goddelijke kracht om het verderf (d.i. de macht van de zonde) te ontvluchten!
“Laat hen gaan; het zijn blinde geleiders van blinden. Als nu een blinde een blinde geleidt, zullen zij beiden in een kuil vallen!” (Matth. 15:14, HSV)
Laat het zo onder ons NIET zijn! Laat niemand zich een roeping aanmeten of aanpraten; wordt – zeker wat deze (heilige) arbeid betreft – niet de “geroepene” van mensen en roep uzelf niet tot een bepaalde arbeid; maar laat Hem u roepen, laat Hem u uitzenden in Zijn wijngaard! Niets geeft u zo’n zekerheid bij uw gaan en staan in het brengen van het Evangelie, dan het besef, de ervaring, dat Hij u PERSOONLIJK heeft geroepen. Als Hij u roept is er geen twijfel mogelijk. Neem bijvoorbeeld de roeping van Mozes, van Jozua en van zovelen, die Hij in Zijn Bijbel bij name heeft geroepen. Zo riep Hij de apostelen en werden Barnabas en Saul, de latere Paulus, door de Heilige Geest bij name geroepen. En dit doet Hij nu nog, vrienden! Velen kunnen niet op die roeping van God wachten en zijn uitgegaan – zichzelf tot Gods dienst geroepen hebbende of door mensen hiertoe “geroepen” zijnde – en werden later teleurgesteld; de ene mislukking na de andere in hun bediening ervarende. Ik wil niet zeggen dat God u niet kan gebruiken, als u uzelf stort op het arbeidsveld; zeer zeker kan Hij u gebruiken, indien u een heilig verlangen koestert om Hem dienstbaar te zijn. Maar héél wat anders is het om de druk van Zijn hand te ervaren, als Hij u persoonlijk tot deze geestelijke strijd heeft geroepen.
Van al de zonen van Isaï verkoos de Here God David, om hem te zalven tot koning over Zijn volk Israël, al was hij nog heel jong (en de jongste zoon van Isaï) en naar het oog (van de mens) de minste, maar hij was een man naar Gods hart! Er zijn in de Gemeente van de Here, ook in deze laatste dagen, geroepenen, die – NAAR DE MENS gesproken – liever “gestenigd” moesten worden, maar in wier leven Gods Hand is uitgestrekt……
Er zijn vele christenen die zich ik weet niet “wie” of “wat” wanen; maar daarom is het bij God nog niet zo! Wees daarom voorzichtig, ga in deze dingen nooit over één nacht ijs; wacht op de Here, Hij zal spreken!

Wat de geroepene kenmerkt: Een wonderbare gemeenschap met de Heilige Geest
Allereerst kennen zij die (waarlijk) door God geroepen zijn een wonderbare gemeenschap met de Heilige Geest, hetgeen nodig is om in dit leven en in de dienst (van God), waartoe zij geroepen zijn, VAST te staan, dat is: ONBEWOGEN (standvastig). U moet uit ervaring weten dat u de Heilige Geest ontvangen hebt, dat Hij (dat is: Gods Geest) in u woont! Wij weten dat het zegel van de doop met de Heilige Geest het spreken in tongen is! Méér nog dan het getuigenis van u, dat u de Heilige Geest hebt ontvangen, is het getuigenis van de Heilige Geest Zelf, dat Hij u “in bezit genomen” heeft, zodat u, net als Paulus, een “gevangene van Jezus Christus” bent, zodat Hij u, als Zijn instrument, in Zijn dienst kan roepen en gebruiken. Er zal dan in uw leven geen bede zijn van: “Here, Ik wil dit, wilt U het maar zegenen!”, maar het oprechte gebed: “Here, wat wilt U, dat ik voor U doen zal?”
Dan zal Gods Geest u heiligen en leiden naar die conditie, waar de glorie van God u vervult en omhult, waar u vol bent van de liefde van God! Alles om u heen kan dan wegvallen, maar de glorie van God zal voor u genoeg zijn. Het is daar, op die plaats van verrukkelijke aanbidding, dat Hij u Zijn wil openbaart; en u niets liever wilt doen dan Zijn wil…
Het is ons vlees, dat op deze weg hierheen gekruisigd moet worden (dus wij moeten afsterven aan onze oude, zondige, vleselijke natuur). Wij zullen veel verdrukkingen hebben (of krijgen) in het vlees, maar wij hebben de Heilige Geest om die verdrukkingen te boven te komen, om zo ons vlees (dat is: onze oude, zondige, vleselijke natuur) te overwinnen!
Ook zal Hij ons Zijn (Geestes)gaven toebedelen, om ons zo capabel te maken tot de dienst, waartoe Hij ons zal roepen. Een aardse werkgever voorziet zijn arbeiders van het nodige en leidt hen op tot de dienst, die hij van hen verlangt; hoeveel te meer onze hemelse Werkgever. Deze gaven moeten wij – onder Zijn leiding – tot ontwikkeling brengen, ze als het ware “opwekken”. Gaven zijn een zekere vorm van openbaring van de Heilige Geest. Wij hebben te leren hoe wij moeten rusten in Hem, opdat Hij door ons heen kan arbeiden, Zich door ons heen kan openbaren. En hoe wij, rustend in Hem en Zijn leiding, de nodige arbeid in Zijn Naam moeten verrichten, zodat die arbeid effect zal hebben. Wij moeten leren om niet de Heilige Geest te willen gebruiken, maar om door de Heilige Geest te worden gebruikt; Hij moet door ons heen kunnen spreken en handelen. Dit alles vraagt om een leerschool, om in de praktijk opgedane ervaring… Dàn pas zal Gods boodschap, gedragen door Zijn zalving, de harten van de toehoorders bereiken en die weten te beroeren tot bekering en overgave en tot toewijding aan Gods zaak! Glorie voor God!

De geroepene wordt verder gekenmerkt door een bediening overeenkomstig zijn roeping, waarin hij de werken, die Jezus deed, ook doet
Is God dienstknecht zó voorzien van het nodige en ingeleid tot het werk van zijn bediening, dan ontvangt hij van de Here van de Oogst persoonlijk de roep tot de bediening, die voor hem is weggelegd.
“Vrede zij u! ZOALS de Vader Mij gezonden heeft, ZEND IK OOK U.” (Joh. 20:21b, HSV)
Wij mogen deze zending koppelen aan de zendingsboodschap van de Here Jezus, die wij in Jesaja 61 vers 1-3 kunnen vinden, waarover later meer. Daarvandaan, dat Jezus getuigde:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen, en hij zal grotere doen dan deze; want Ik ga heen naar Mijn Vader.” (Joh. 14:12, HSV)
Het zijn deze werken, overeenkomstig zijn bediening, die de roeping van de dienstknecht bewijzen.
“Geloof Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is; en zo niet, geloof Mij dan OM DE WERKEN ZELF! (Joh. 14:11, HSV)
God alleen zij de eeuwige glorie!

Laten vleselijke motieven uw roeping niet bezoedelen
Indien u tot Zijn dienst geroepen bent, pas er dan voor op dat uw roeping zich niet (geleidelijk aan) ontwikkeld in een richting die NAAR HET VLEES is, een richting die wellicht UZELF behaagd, maar NIET DE HERE dient!
Als God u, als blanke, roept om Hem bijvoorbeeld in Afrika als zendeling te dienen, dan is het niet de bedoeling om daar speciaal de blanken te gaan bedienen – tenzij de Geest van God u dit uitdrukkelijk te kennen geeft – maar om het Evangelie te brengen aan AL de mensen van dat land! Want, de blanke hoort daar oorspronkelijk niet, die is of woont daar waarschijnlijk voor zaken of dienst. Menselijke sympathieën mogen nooit de motivatie zijn tot uw dienst voor het werk des Heren, maar alleen de liefde van God!
Ook mag een geroepen dienstknecht van God geen financieel gewin najagen. Is het toevallig zo, dat het merendeel van een Gemeente emigreert naar een ander land, dan wil het wel eens voorkomen, dat de herder van die Gemeente – zo maar opeens – ook een “roeping” krijgt voor dat land…
Er was eens een Indonesische arbeider van de Here, die een bepaalde Indonesische Gemeente had. Toen die Gemeente maar niet wilde groeien, omdat die arbeider ergens tekort schoot, had hij “zo maar opeens” een roeping voor de “Hollandse dienst”, ondanks het feit dat hij slecht zijn Nederlands sprak…

KLIK HIER om deze studie (deel 5) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen.[1]

CJH Theys
[2]

[1] Voor deel 1 t/m 4 van “Podium en Gemeente”, zie ons weblog van 4/6, 10/7, 10/8 en 10/9 en 10-10-2009.
[2] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog van 23 augustus 2009.

vrijdag 23 oktober 2009

Bijbelstudies van E. van den Worm op www.eindtijdbode.nl


Iets over het leven en werk van deze ‘man Gods’:
E. van den Worm – geboren in 1915 – was in 1939 in de pinksterkerk van Van Gessel te Surabaia tot bekering gekomen. In 1958 kwam hij naar Nederland en werkte hier als onderwijzer. In 1962 nam hij de redactie van het blad ‘Het Volle Evangelie’ van Theys (zie het artikel over deze ‘man Gods’ op ons weblog van 23-8-2009) over.
Onder de naam ‘Nederland voor Jezus’ of ‘Het Volle Evangelie’ werden door hem een aantal brochures en boeken uitgegeven; onder andere van: F.G. van Gessel, C.J.H. Theys, W.H. Offiler en E. van den Worm. Uit manuscripten van Van Gessel werd onder zijn redactie in 1979 het boek ‘Tabernakelonderzoek’ uitgegeven.
In 1981 waren 18 gemeenten aangesloten, die alle autonoom zijn. Het is een tamelijk los verband, zonder statuten. De onderlinge contactdagen, fellowship meetings genoemd, zijn in de loop der jaren in frequentie afgenomen. E. van den Worm wil zich inspannen om het contact tussen de gemeenten te vernieuwen. Sinds het vertrek van Theys naar Spanje gebeurt dit onder de naam: ‘Bethel Fellowship Nederland’.
[1]

In 1980 werd E. van den Worm de opvolger van Theys als vaste voorganger van de Bethel Pinkstergemeente te Utrecht. Hij was toen ook al jaren voorganger van de Bethel Pinkstergemeente te Rotterdam.
In 1986 stopte hij als vaste voorganger te Utrecht, maar bleef nog ruim 10 jaar regelmatig komen als gastprediker, terwijl hij ook nog – bij hem thuis – Bijbelstudie bleef geven tot op zeer hoge leeftijd.
Op ongeveer 85 jarige leeftijd (!) kwam er voor het eerst een PC in huis en – naast de computerlessen die hij nu zelf moest volgen – zijn er vanaf die tijd nog vele studies van zijn hand verschenen
[2], waarvan de meeste inmiddels op onze website staan. Voor een lijst met deze studies: zie ons weblog van 19 maart en 20 mei 2009.
De – waarschijnlijk – laatste studie van zijn hand dateert van juni 2009 en staat op ons weblog (geplaatst op 24 september 2009)
.

A. Klein

[1] Tot zover het artikel uit het boek ‘Pinksteren in beweging (over 75 jaar pinkstergeschiedenis in Nederland en Vlaanderen)’ uit 1982, van C. van der Laan en P.N. van der Laan, blz. 52 en 53.
[2] Met hulp van:
· H. Schoemaker (die de genoemde computerlessen gaf en tevens de ‘webmaster’ van de eigen website van br. van den Worm was),
· S. Pothof (die de meeste Engelstalige studies heeft vertaald en uitgetypt) en
· A. Klein

Bijbelstudies van E. van den Worm

woensdag 24 juni 2009

Bekeert u van uw boze werken





"Jezus zei: ...Ga heen, zondig van nu af niet meer !"

Joh. 8:11, NBG





Verlaat de dimensie van de duisternis
"Zeg tot hen, spreekt Adonai JaHWeH, Ik verheug Me niet in de dood van hen die slecht zijn, maar wel in de bekering van hun levenswijze. Bekeert u, bekeert u, van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o Huis Israëls[1]?" (Ezech. 33:11 – letterlijke vertaling).
Bekering is een wilsdaad van de mens, die begint als hij of zij zich tot God keert èn zijn of haar zondige wegen wil verlaten. Het is echter niet alleen een daad van het begin van een leven dat – door God – vernieuwing zoekt, maar een levensinstelling van elke verdere nieuwe dag. Wij leven namelijk in een wereld waarin de boze (d.i. satan, de duivel) heerst; een wereld die onder sterke invloed staat van de inspiratie, arbeid en leiding van de boze en zijn macht.
In Efeze 2 vers 1-3 lezen wij: “En u heeft Hij (d.i. God, de Vader) met Hem (d.i. Jezus, de Zoon) levend gemaakt, u die (in geestelijke zin) dood was door de misdaden en de zonden, waarin u voorheen gewandeld hebt, naar het tijdperk (de tijdgeest) van deze wereld, naar de aanvoeder van de macht in de lucht, van de (satanische, duivelse) geest die nu werkt in ‘de kinderen van de ongehoorzaamheid’ (d.i. de ongelovige en wereldsgezinde mensenkinderen), te midden van wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van het vlees en de (zondige) gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen” (HSV). En in Efeze 6 vers 12 lezen wij: “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de machthebbers van de wereld, van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke boosheden in de lucht” (HSV).
Wij hebben allen voorheen gedacht, geleefd en gewerkt in de begeerten van ons vlees, doende de wil van het vlees en van de eigen, zondige gedachten. Maar in Romeinen 8 vers 6-8 lezen wij: “het bedenken van het vlees is de (geestelijke) dood, maar het bedenken van de Geest is leven en vrede. Immers, het denken van het vlees is vijandschap tegen God. Het onderwerpt zich namelijk niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet. En zij die in het vlees zijn (d.i. zij die hun leven door de zonden van het vlees laten leiden), kunnen God niet behagen.” (HSV)

Gedachtezonden leiden tot woordzonden en tot daadzonden.
Wij kunnen – vanuit onze oude natuur – vleselijk (blijven) denken en leven, en tegelijk ‘christelijk’ willen leven, naar de Gemeente of Kerk gaan en bidden, al is dit zeker niet naar Gods wil. Maar voor een waarachtig christen, een ware discipel van Jezus is dit een ONmogelijkheid, omdat het ware christenleven een andere geestelijke dimensie is dan het leven, denken en werken in het vlees. Het leven in de Geest en naar Zijn wil is de dimensie van het licht – daarom begrijpt de wereld ons, (de ware) christenen, niet en vindt zij ons vreemd, raar of zelfs gek – terwijl het leven in het vlees de dimensie is van de duisternis, een leven buiten God. Daarom (ver)hoort en ziet de Here zulke gelovigen niet als zij tot Hem bidden, zoals wij kunnen lezen in Jesaja 59 vers 1-2: “Zie, de hand des Heren is niet te kort om (u) te verlossen, en Zijn oor niet te onmachtig om (u) te horen; maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij (u) niet hoort” (NBG).
Daarom, verlaat de dimensie van Gods licht niet en blijf volharden in het leven in en het bekeerd zijn tot God. Want… “als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde” (1 Joh 1:7, HSV).
Onze geest moet in het licht van Gods dimensie blijven wandelen, maar wij bevinden ons naar het lichaam nog in deze wereld en haar dimensie van duisternis. Wij hebben dus voorzichtig te wandelen en onze voeten (beeld van onze levenswandel) voortdurend te wassen in – en dus te laten reinigen door – Zijn bloed, omdat wij, ook zonder dit te willen, in contact komen met de zonde.
[2]

Waartegen hebben wij te waken?
1. In de eerste plaats wordt ons denken bezoedeld als wij in contact komen met de zonde en daarom moeten wij deze zondige gedachten onmiddellijk wassen in Zijn bloed, omdat het nu eenmaal zo is dat zondige gedachten zondige overleggingen van ons hart worden en wij zo bezoedeld raken door die zonde. Als wij echter in het licht van God blijven, blijven wij in Zijn Geest en in Zijn liefde. “Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht, en er is in hem niets dat anderen doet struikelen” (1 Joh. 2:10, HSV).
2. Onze geest en ziel moeten blijven wandelen, leven en werken in de dimensie van het licht, in het Koninkrijk van Jezus Christus, en de dimensie van de duisternis mijden.
In 2 Korinthe 6 vers 14-18 lezen we: “Vorm geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeenschappelijk met wetteloosheid (of: ongerechtigheid), en welke gemeenschap is er tussen licht en duisternis? En welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial (d.i. de satan)? Of wat deelt een gelovige met een ongelovige? Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen en te midden van hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn. Ga daarom uit hun midden weg en zonder u van hen af, zegt de Here. En: Raak niet aan wat onrein is, en Ik zal u aannemen. Ik zal u tot een Vader zijn en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Here, de Almachtige” (HSV). Terwijl we in 2 Korinthe 7 vers 1 lezen: “Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bevlekking van het (zondige) vlees en van de (wereldsgezinde, door de satan beïnvloede) geest, en zo de heiliging volbrengen in de vreze Gods” (HSV).
3. Wij hebben ervoor te waken dat onze tong niet meer spreekt naar het denken van de wereld. “Maar Ik zeg u dat de mensen van elk doelloos woord dat zij zullen spreken, rekenschap moeten geven op de dag van het oordeel” (Matth. 12:36, HSV).
4. Wij hebben er ook voor te waken dat ons hart de wereldse levenswandel niet liefheeft. “Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en het pronken met de dingen van het leven is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid” (1 Joh. 2:15-17, HSV).
· De begeerten van het vlees leiden tot de zonden van het vlees, tot zondige lusten, die ons leiden tot afgodendienst, tot seksuele zonden. Weer anderen maken hun buik tot een afgod en leven om te eten.
· De begeerten van de ogen leiden tot de zonden van de ziel: tot materiehonger en tot ‘geld-gekte’, tot aanbidding van de mammon, tot een leven in luxe.
· De zondige begeerten van de geest leiden tot hoogmoed, tot machtswaanzin, tot grootsheid van het leven, tot zondige, vrouwelijke ijdelheid.
Laten wij er dus voor waken om niet te wandelen in deze regionen van de dimensie der duisternis, maar laten wij blijven wandelen in de dimensie van Gods licht. Laat ons de voorzichtigheid van de rechtvaardigen betrachten. Laat ons wandelen in de geest van Johannes de doper, van wie gezegd werd in Lukas 1 vers 17: “En hij (d.i. Johannes de doper) zal voor Hem (d.i. Jezus) uit gaan in de geest en de kracht van Elia, om het hart van de vaderen te bekeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen, om voor de Here een toegerust volk gereed te maken.” (HSV)
Blijf dus denken, wandelen en werken in de tot God bekeerde levensinstelling, elke dag. Zo zullen wij Hem getrouw kunnen gehoorzamen en de hoogweg
[3] van genade blijven bewandelen. Dan zal Hij ons (kunnen) leiden in Zijn hemels heiligdom[4], reeds hier op aarde.
In Hebreeën 4 vers 14-16 staat deze belofte: “Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen hogepriester die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles is verzocht op gelijke wijze als wij, maar zonder zonde (d.i. zonder te zondigen). Laten wij dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip” (HSV).
Zo zal de Hogepriester, onze Herder, ons stap na stap – door Zijn Heilige Geest – leiden, inwaarts tot in het hemelse heiligdom van God, naar onze hemelse Vader toe.
“Jezus zei tot hem (d.i. tot Thomas): Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij” (Joh. 14:6, HSV). Jezus is dus de ENIGE Leidsman
[5], Die tot het eeuwige leven leidt; Hij alléén is de Waarheid; Hij alléén leidt ons naar onze Vader-God, naar de almachtige, barmhartige en heilige JaHWeH toe.
Amen.

E. van den Worm
[6]

  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog (met een maandelijkse ‘nieuwsbrief’) wilt attenderen.
  • Zie voor meer Bijbelstudies onze website www.eindtijdbode.nl/
  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.

[1] “Maar hij is Jood (of: Israëliet) die het in het verborgene (d.i. in het innerlijk, in het hart) is, en dat is de (ware) besnijdenis, die van het hart is, naar de geest, niet naar de letter. Zijn lof is niet uit de mensen maar uit God” (Rom. 2:29, HSV).
[2] Zie eventueel op onze website de studie: “De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd”.
[3] “Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de Here. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen (de zgn. “hoogweg”), en Mijn gedachten dan uw gedachten” (Jes. 55:8-9).
[4] Voor meer over de geestelijke betekenis van dit ‘hemels heiligdom’, zie eventueel de studie: “Christus in de Tabernakel” en/of “De Tabernakel van Israël” en/of “Lukas: Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus”.
[5] Zie eventueel de studie: “Jezus onze Leidsman, Verlosser, Zaligmaker, Heiligmaker en Volmaker”.
[6] Uit: "Boodschappen voor vandaag en morgen". De tekst is bewerkt door AK (voornamelijk naar meer hedendaags Nederlands).

Bekeert u van uw boze werken

donderdag 21 mei 2009

De Opperzaalgemeente

















Verlangen naar een opwekking
Veel wordt er tegenwoordig gesproken over opwekking en veel wordt er gebeden voor een nieuwe doorbraak van de Heilige Geest, maar hoeveel christenen zullen straks ook ontvangen waar zij om bidden? [1] Het betreft hier zeker een prijzenswaardig begeren en het is ongetwijfeld nodig dat “de wind van de Geest” weer gaat waaien en zodoende allerlei “oude rommel” (voornamelijk inzettingen van mensen) uit de Gemeente of Kerk van de Here Jezus Christus wordt “weggeblazen”. Het geestelijk leven van velen is inderdaad aan vernieuwing toe en heeft een nieuwe impuls nodig. Toch zal de opwekking die komt anders zijn dan wat velen ervan verwachten! De komende opwekking zal een deel van de Gemeente tot de volmaaktheid (in Christus) leiden, maar een ander deel zal “aan de kant blijven staan” en er helemaal geen deel aan hebben. Onze God is genadig. Maar diezelfde genadige God zegt ook: “Geef het heilige niet aan de honden, en werp uw parels niet voor de zwijnen” (Matth. 7:6a, HSV) en Hijzelf handelt eveneens volgens deze stelregel. En bedenk, hier gaat het om het meest heilige dat er is, de Heilige Geest! Zullen wij straks (ook) de volle zegen ontvangen of zullen wij ernaast grijpen? Ernaar begeren is niet voldoende; God vraagt méér van ons. In verband hiermee is het goed om aandacht te schenken aan het feit, dat de Vroege Regen[2] alleen neerdaalde op degenen die in de opperzaal waren, op de 120 zgn. “opperzaal-christenen”. Er waren, NA Jezus opstanding, op een keer 500 discipelen tegelijk bij Hem (zie 1 Kor. 15:6), maar alleen op die 120, die in de opperzaal waren (zie Hand. 1:13-15, waar zij de belofte van de Vader zouden verwachten, namelijk de doop met de Heilige Geest – zie Hand. 1:4-5) daalde de Geest op het Pinksterfeest neer (zie Hand. 2:1-4)! Daarna ontvingen ook anderen nog diezelfde wonderbare gave, maar, let wel, strikt genomen waren dat alleen diegenen die toetraden tot deze “opperzaalgemeente”.

De opperzaal
Wonderlijke keus die opperkamer! Het is niet toevallig, dat de 120 juist daar vergaderden. Eeuwen eerder vond er ook al eens een opwekking plaats in een opperkamer: de zoon van de Sunamietische werd toen opgewekt (zie 2 Kon. 4). Wij willen niet beweren dat die opperzaal, als plaats op aarde, heiliger was dan andere plaatsen (dat zou in tegenspraak zijn met wat Jezus tot de Samaritaanse vrouw zei in Johannes 4:21-24), maar vooral opmerken dat we op de zinnebeeldige kant van de zaak moeten letten. Het gaat om een “geestelijke plaats”. In Handelingen 1:13 staat: “Zij gingen op in DE opperzaal”. “De”, niet “een”, met andere woorden: het betreft een bekende en vertrouwde plaats voor de ware Gemeente van Christus. Men zou kunnen veronderstellen dat dit van die zaal in Jeruzalem gezegd kon worden en dat dit gold voor de toenmalige gelovigen. Dit ligt echter niet voor de hand. De Bijbel spreekt ook verder niet over deze zaal. Het kan de zaal van het laatste avondmaal zijn geweest, maar ook een zaal in één van de tempelgebouwen (volgens Hand. 2:46). Het blijft bij gissen, zekerheid hierover hebben wij niet. Veeleer geloven wij dat Lukas (die voor “buitenstaanders” zoals Theophilus schreef – zie Luk. 1:3) bedoelde: het was die zaal waar dat wonderlijke gebeuren plaats zou hebben. Als de Heilige Geest Lukas dus laat schrijven “DE opperzaal”, valt de nadruk op dat wonderlijke gebeuren van de uitstorting van Gods Geest en niet op de zaal waar dit alles plaats had. En het kan niet anders of daarmee worden onze gedachten geleid naar een gééstelijke plaats die aan de ware kinderen Gods welbekend is en waar de wonderlijke werkingen van Gods Geest nog altijd ervaren worden!

Niet voor luiaards
Om een opperzaal te bereiken moet men opklimmen.[3]
“Zij gingen op...”, staat er in Handelingen 1:13. “Opklimmen” moest men toen en wij ook nu, als we de volle Pinksterzegen willen ontvangen. Alleen maar begeren is niet voldoende, wij moeten de geestelijke ladder[4] willen beklimmen. Wij moeten geestelijk willen groeien, hogerop (d.i. op hoger niveau) willen komen, niet om het eigen “ik” te behagen (zoals in de wereld bij positieverbetering), maar opdat dat ons eigen “ik” gekruisigd wordt door de werkingen van de Heilige Geest.[5]
Spreuken 13:4 zegt: “De verlangens van een luiaard worden niet vervuld, maar (de ziel van) een vlijtig mens wordt rijkelijk gelaafd” (NBV). Luiaards ontvangen niets, hoe begerig ze ook zijn! Dit is niet slechts een algemene waarheid voor het dagelijkse leven. Het is ook en vooral een geestelijke waarheid. Het boek Spreuken vertelt ons over de (geestelijke) staat van de Bruidsgemeente! Geestelijke luiaards (en, vergis u niet, dat kunnen echte “Martha-christenen” zijn, christenen die altijd maar bezig zijn met “werken voor de Heer”!), die niet de moeite willen nemen om op te klimmen naar de opperzaal, hoe begerig ze ook zijn naar “opwekking”, zullen de geestelijke zegeningen van de opwekking die komt, aan hun neus voorbij zien gaan. De vlijtige christenen echter, zij die alle last willen afleggen om geestelijk hogerop te komen, zullen worden gezalfd met “de vettigheid van de olie van de Heilige Geest”!

Door Jezus bevestigd
Niemand minder dan Jezus Zelf heeft de bovenstaande waarheid bevestigd en benadrukt. Tot tweemaal toe laat Hij in Matthéüs 25 dezelfde waarschuwing horen. Luie maagden
[6], die de Geest te weinig toegelaten hebben om te werken in hun leven, komen voor een gesloten deur te staan. Een luie dienstknecht, die met de ontvangen genade (het talent) niet gaat werken, is niet de “vreugde van zijn Here” (beeld van de Bruiloft van het Lam), maar de “buitenste duisternis” (beeld van de Grote Verdrukking) bereid. De luie (en dus dwaze) maagden[7] zien ook uit naar de komst van de Bruidegom en de luie dienstknecht verwacht ook de wederkomst van zijn Heer, maar verwachten of begeren alleen is niet voldoende. Het is mogelijk om de opwekking te begeren en uit te zien naar Jezus’ wederkomst ZONDER te streven naar geestelijke opgang (of: groei), terwijl men rustig bezig is met aardse dingen, maar… “ontvangen” zult u niet! Dat laatste is alleen weggelegd voor “opperkamer-christenen”! “Begeert van de Here regen, ten tijde van de Spade Regen[8]”! (zie Zach. 10:1). Maar als u ondertussen de Baäls (d.i. de afgoden) blijft dienen, wacht u (in de Grote Verdrukking) 3½ jaar van (geestelijke) droogte!

De trap naar de opperzaal
Waarin moeten wij vlijtig zijn om geestelijk te (kunnen) stijgen? Deuteronomium 6:17 leert het ons: “U moet u aan de geboden van de Here, uw God,… nauwgezet houden” (HSV). Hier begint elke geestelijke opgang (of: groei) mee. Het nauwgezet en ijverig betrachten van Gods Woord, maakt dat dit Woord gaat “werken” in ons leven. Petrus, de eerste “opperkamer-prediker”, zegt het zo: “door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft tot Zijn heerlijkheid en Zijn deugd, is ons alles, wat tot het leven en de godsvrucht behoort, geschonken” (zie 2 Petr. 1:3b). En Petrus beschrijft dan in de volgende verzen (5 t/m 9) langs welke treden de weg omhoog voert, die wij “met al onze inzet” moeten afleggen. Laat ons, een ieder naar zijn eigen maat, WERKEN met onze talenten. Laat ons de genade die God geeft, GEbruiken en niet MISbruiken. Laat ons Gods genade vooral gebruiken om meer “olie” te “kopen”, door Gods Geest en Gods Woord (waarvan de olie en de lamp het beeld zijn) ons leven te laten verlichten en zo te maken, dat ons leven aan Jezus’ onberispelijk leven gelijkvormig zal worden. Laat ons, in één woord, “opklimmen”, om daar te zijn waar de zegen (van God) zal vallen!
Tot slot nog dit. Naar de opperzaal gaan kunt u niet alleen. U hebt daarvoor ook de gemeenschap van de heiligen nodig. Slechts in gemeenschap met alle heiligen, zegt Efeze 3:18-19, kunnen wij vervuld worden tot alle volheid van God. Laat hij of zij die het leest, daarop letten!

HS
[9]

  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog - met een maandelijkse ‘nieuwsbrief’ - wilt attenderen.
  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.
  • Hieronder (en bij 19-3-2009) ziet u een lijst met alle studies die op onze website www.eindtijdbode.nl/ staan.

[1] Zie eventueel op onze website de studie: “Leer Bidden”.
[2] Vroege Regen = Het beeld van de uitstorting van de Heilige Geest tijdens het Pinksterfeest, in de begintijd van de Gemeente, zoals vermeld in Handelingen 2:1-4.
[3] Zie eventueel de studie: De 10 zaligsprekingen en 9 treden van de trap van Jezus’ zaligmakende genade.
[4] Zie noot 3.
[5] Zie eventueel op onze website de studie “De werkingen van de Geest in de eindtijd” en/of “De natuurlijke mens en de Heilige Geest”.
[6] Zie eventueel op onze website de studie: “De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd”.
[7] Zie noot 6.
[8] Spade Regen = Het beeld van de uitstorting van de Heilige Geest in de eindtijd – zie Joël 2:23b en 28-29. Zie ook nog noot 5.
[9] Artikel van H. Siliakus, uit het blad ‘De Tempelbode’ van juni 1985.