Posts tonen met het label Gods woning in de Geest. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gods woning in de Geest. Alle posts tonen

zondag 9 januari 2011

Boekbespreking 24: Christus in de Tabernakel


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar C.J.H. Theys,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

De historische en de geestelijke achtergrond[2]
Wij willen allereerst opmerken, dat deze beschouwing van: “Christus in de Tabernakel”, als Bijbelstudie gelijk opgaat met die van de onderscheiden “Tijdsbedelingen in het Raadsplan Gods”. Deze laatste wordt, voor de overzichtelijkheid en i.v.m. de zeer uitgebreide stof, apart verzorgd en uitgegeven. Wij mogen dan ook ten aanzien van beide studies gerust spreken van een “gelijk-opgaan-der-dingen”; dat wil zeggen, dat “de geestelijke waarden” welke wij kunnen vinden in de verschillende objekta van de “Aardse of Israëlitische Tabernakel” met betrekking tot “de historische en geestelijke achtergrond”, ook kunnen worden toegepast op de respektievelijke Tijdsbedelingen eerder genoemd. Van deze laatste wordt op pagina 9 een schets bijgevoegd ter oriëntatie.
Wij zullen in deze studie “geestelijke waarden”, “geestelijke begrippen” leren onderscheiden en verstaan, die ons tezamen een “richtsnoer” zijn, om ons te leiden tot “de aanneming tot kinderen, en de heerlijkheid, en de verbonden, en de wetgeving, en de dienst van God, en de beloftenissen; welker zijn de vaders, en uit welke CHRISTUS IS, zoveel het vlees aangaat, Dewelke is GOD boven allen te prijzen in der eeuwigheid. Amen” (Rom. 9:4-5).

VOOR EEN JUIST BEGRIP van deze geestelijke waarden, is het noodzakelijk kennis te hebben van:
• ten 1ste: de verlossing, en
• ten 2de: de gang van het volk Israël in de geschiedenis.

Want de Tabernakel is, beschouwd in het “Raam der Goddelijke Profetieën”, “een profetisch bouwwerk van de hoogste orde”!
Daarom is het geboden om, voor een degelijke studie van de Tabernakel, ALLE boeken te raadplegen die Mozes heeft geschreven. Als de door God geroepen en gezonden dienstknecht, heeft hij een aantal boeken geschreven die tezamen genoemd worden: “De Pentateuch”.
Het woordje: “Penta” hierin vervat, betekent: “Vijf”. Inderdaad heeft hij 5 Bijbelboeken geschreven onder de gezegende Zalving van Gods Geest. Deze zijn achtereenvolgens:
1. Genesis,
2. Exodus,
3. Leviticus,
4. Numeri,
en
5. Deuteronomium.

Het getal 5 in de Bijbel is het “symbolisch getal” van “De Verzoening”. In dit verband dienen wij ons het volgende te herinneren:

1. De vijf (5) kudden van de aartsvader Jakob, die hij zijn broeder Ezau zond en waarvan wij kunnen lezen: “En hij vernachtte aldaar diezelfde nacht; en hij nam van hetgeen, dat hem in zijne hand kwam, een geschenk voor Ezau zijn broeder; (1) tweehonderd geiten en twintig bokken, (2) tweehonderd ooien en twintig rammen; (3) dertig zogende kemelinnen met hare veulens, (4) veertig koeien en tien varren, (5) twintig ezelinnen en tien jonge ezels. En hij gaf die in de hand zijner knechten, elke kudde in het bijzonder; en hij zeide tot zijn knechten: gaat gijlieden door, voor mijn aangezicht, en stelt ruimte tussen kudde en tussen kudde” (Gen. 32:13-16).
2. De vijf (5) ellen van het altaar: “Gij zult ook een altaar maken van sittimhout; vijf ellen zal de lengte zijn, en vijf ellen de breedte (vierkant zal dit altaar zijn), en drie ellen zijn hoogte” (Exod. 27:1).
3. De vijf (5) stenen van David: “En hij nam zijn staf in zijn hand, en hij koos zich vijf gladde stenen uit de beek, en leide ze in de herderstas, die hij had,...” (I Sam. 17:40).
4. De vijf (5) broden: “...Wij hebben hier niet, dan vijf broden... Hij zei: Brengt Mij dezelve hier... En Hij nam de vijf broden en de twee vissen,...” (Matth. 14:17 +19).
5. De vijf (5) zalen van het badwater van Bethesda: “Er is te Jeruzalem aan de Schaapspoort, een badwater, hetwelk in het Hebreeuws genaamd wordt Bethesda, hebbende vijf zalen” (Joh. 5:2).
6. De vijf (5) malen geslagen apostel Paulus: “...veertig slagen min één, vijf malen ontvangen” (II Kor. 11:24).
7. De vijf (5) wonden van Christus, waarvan de Evangeliën ons getuigen... Onderzoek de overeenkomstige plaatsen a.u.b.
8. Het vijfde (5de) zegel in het boek Openbaring (Openb. 6:9-11).

Daarom doen wij er goed aan, wanneer wij in het bijzonder acht slaan op de eerder genoemde “geestelijke waarden”, welke God, De BouwHeer, De Ontwerper, IN Zijn Tabernakel heeft gelegd. De Goddelijke Architect heeft in Zijn Profetisch Bouwwerk, Zijn Structuur, de grondslag gelegd van ALLE dingen.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-8-2009, KLIK HIER Zie vooral ook het “In memoriam”.
[2] Voor de geestelijke betekenis van de verschillende Tabernakel-objecten, zie eventueel ons Tabernakel-schema, met korte uitleg en diverse plaatjes: www.eindtijdbode.nl/korte-tabernakeluitleg-in-schema.htm

vrijdag 24 december 2010

Een toegerust volk

.

















Eerste en tweede komst
Vergelijken wij het Bijbels verslag van Christus’ eerste komst naar deze wereld met wat diezelfde Bijbel ons vertelt over Zijn wederkomst, dan zien wij duidelijke verschillen en tegenstellingen, maar ook treffende overeenkomsten en parallellen. Het grootste verschil zal hierin bestaan, dat Christus bij Zijn wederkomst niet langer de verachte en lijdende Knecht des Heren zal zijn, maar geopenbaard zal worden als de Koning der koningen en de Here der heren. Hij zal komen in grote kracht en heerlijkheid en niet slechts enkelen, zoals bij Zijn eerste komst, maar ALLEN zullen voor Hem buigen, ook degenen die hem “doorstoken” en verworpen hebben. Hij kwam om het “genadejaar van de Heer” in te luiden (zie Jes. 61:2a, NBV), de zgn. ‘tijdsbedeling der genade’[1]. Hij komt straks terug om ook dat andere dat in Jesaja 61, vers 2b, genoemd wordt nog te doen, namelijk om uit te roepen “de dag van de wraak van onze God” (HSV), “wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Here Jezus Christus NIET GEHOORZAAM zijn” (2 Thess. 1:8, HSV). Maar bij alle verschil tussen deze twee komsten van de Here, zullen er toch ook overeenkomsten zijn. Hij kwam bij Zijn eerste komst voor “het Zijne”, Hij zal straks ook wederkomen voor “het Zijne”, waarmee dan echter niet langer de afstammelingen van Abraham “naar het vlees” bedoeld worden, maar de GEESTELIJKE kinderen van Abraham, de WARE gelovigen.
Toen Jezus als mensenzoon geboren werd in een stal te Bethlehem, was dat – geestelijk gesproken – in een zeer donkere tijd. Als Hij wederkomt zal echter de donkerste nacht die er ooit geweest zal zijn, over de wereld zijn gedaald. Nog een andere parallel tekent zich af, als wij letten op het onverwachte, waardoor beide komsten worden gekenmerkt. Dit is een zeer belangrijk punt van overeenkomst, waar wij nu dieper op in willen gaan. Blijken zal, dat wij dan tot een belangrijke waarheid aangaande de tijd van het einde komen.

De voorloper
Om deze waarheid te “zien”, moeten wij allereerst onze aandacht vestigen op het gebeuren rondom de eerste komst van Jezus Christus. Met Zijn komst bedoelen wij dan niet alleen Zijn geboorte, maar alles wat te maken had met Zijn “openbaring aan Israël”. Een zeer opmerkelijk gegeven is, dat, voordat Jezus Zijn 3½ -jarige bediening hier op aarde begon, er eerst een andere profeet optrad, met de naam: Johannes de Doper. Misschien vragen wij ons af welke bedoeling God hiermee heeft gehad. Nu, het lijkt voor de hand te liggen, want hij moest immers de “voorloper” van de Messias zijn, de “wegbereider”, de heraut die voor de Koning uitging! Dat is zeker. Maar WAAROM moest er eerst zo’n voorloper komen? Wij denken toch niet dat God daartoe alleen maar besloot, omdat dit te doen gebruikelijk was in die dagen?! God trekt Zich, als regel, niets aan van gebruiken en gewoonten van mensen.
De komst van Johannes de Doper is echter een onderdeel van de komst van Jezus Christus dat beslist een nadere bestudering behoeft! Het was niet zomaar “voor de vorm”, dat er een voorloper voor Jezus uitging om Zijn komst aan te kondigen. Als wij de werkelijke reden voor de zending van Johannes de Doper willen weten, dan moeten wij kennisnemen van wat Gods boodschapper, de engel Gabriël, hierover heeft gezegd. En deze (Goddelijke) Boodschap vinden wij opgetekend in Lukas 1 vers 13-17 (HSV):
“Maar de engel zei tegen hem: Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elizabet zal u een zoon baren en u zult hem de naam Johannes geven. En er zal blijdschap en vreugde voor u zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden, want hij zal groot zijn voor de Here. Geen wijn en geen sterkedrank zal hij drinken en hij zal al van de moederschoot af met de Heilige Geest vervuld worden, en hij zal velen van de Israëlieten bekeren tot de Here, hun God. En hij zal voor Hem uitgaan in de geest en de kracht van Elia, om het hart van de vaderen te bekeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen, om voor de Here een toegerust volk gereed te maken.”
Met name het 17de vers is nu voor ons van belang. Daar zegt Gabriël over Johannes: “En hij zal voor Hem (d.i. de Here Jezus) uitgaan... om voor de Here een TOEGERUST volk gereed te maken”. Hier wordt het eigenlijke doel van Johannes’ komst en bediening ontsluierd. Het was nodig dat Johannes eerst kwam, opdat onze Heer een “toegerust” ofwel een gereedgemaakt volk zou vinden als Hij kwam. Toch, ondanks dat men weet van Johannes’ prediking aan de oever van de Jordaan, wordt maar zelden bij dit eigenlijke doel van zijn komst stilgestaan.

Was de tijd rijp ?
Toen Jezus, de Messias, werd geboren, waren er maar weinigen die Hem verwachtten. De Bijbel noemt slechts bij name de oude Simeon en Anna, die door Goddelijke openbaring wisten, dat het kind Jezus de beloofde Messias was. En alhoewel er ook nog anderen zijn geweest “die de verlossing verwachtten” (zie Luk. 2:38), was hun aantal gering, want van opschudding over het bericht van de geboorte van de Messias is geen sprake. Dat was wel het geval toen later de “wijzen uit het oosten” kwamen (zie Matth. 2:1-3), maar dat kwam omdat het een publiek gebeuren was. Kenmerkend is echter dat er bij de priesters en Schriftgeleerden geen spoor van enthousiasme te bespeuren is, als zij van de wijzen vernemen, dat de Messias geboren moet zijn. En, zoals de leidslieden zijn, zo is het volk!
Satan had het goed voor elkaar, zo leek het althans, want toen Jezus kwam was er geen plaats voor Hem in de wereld. Weliswaar was de tijd (d.i. Gods tijd) rijp voor Zijn komst, want… Jezus kwam in “de volheid van de tijd” (zie Gal. 4:4, HSV). God Zelf had ervoor gezorgd dat de mensheid in geestelijke ontwikkeling zover was en dat de toestand in de wereld zo geordend was, dat die wereld “rijp” was om de Messias en Zijn boodschap te ontvangen; Hij had daarvoor het Griekse denken en de Romeinse staatkundige bekwaamheid gebruikt. Maar er was grote geestelijke duisternis. De machthebber van deze wereld, satan, had de wereld en ook het Joodse volk zó in zijn greep, dat het erop leek dat van Gods plan met de wereld niets meer terecht kon komen. De “door-elkaar-werper”, de satan (in het Grieks: diabolos), had van deze wereld één grote geestelijke woestenij gemaakt, een wildernis! Dit is echter niets vreemds, want het is bekend, dat waar God werkt, daar is ook altijd de satan bezig. Uit Genesis 1 vers 2 leren wij echter al, dat als er door toedoen van de duivel een grote chaos ontstaan is, dat dan Gods Geest gaat werken. Dit is één van de patronen die wij in het Goddelijk Raadsplan der Eeuwen telkens weer tegenkomen.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

H. Siliakus[2]


[1] De ‘tijdsbedeling der genade’ = Het tijdperk van de Gemeente en van de Heilige Geest (van in totaal 2000 jaar), dat begon NA Christus’ (1ste) komst.
[2] Uit: “De Tempelbode” van december 1984. Enigszins bewerkt door AK.



donderdag 23 september 2010

Boekbespreking 17: De Tabernakel van Israël




Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God tot in alle volmaaktheid toe.

Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleiding:
Tabernakel betekent letterlijk tent tot bewoning.
Mozes ontving (ca. 1250 jaar voor de geboorte van Christus) de Goddelijke opdracht tot de bouw van de Israëlitische tabernakel, opdat Hij in dit bouwwerk, dat het Koninkrijk van God op aarde symboliseerde, te midden van Zijn volk Israël kon wonen, omdat de persoonlijke inwoning (van Gods Heilige Geest) in de mens destijds in het Oude Verbond nog niet mogelijk was.
Exod. 25:8-9 "En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen. Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het model van de tabernakel (d.i. tent of woning) en het model van al zijn gerei (of: benodigdheden)."
Nu woont God niet meer in een tent van stof of in een gebouw van mortel en steen, zoals een tempel of Kerkgebouw, maar in de zich tot God bekeerde en overgegeven mens, eerst in zijn lichaam, en als hij geestelijk gegroeid is, ook in zijn ziel en geest.
1 Kor. 6:19 "Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt?"
Nochtans vormt deze tabernakel, dit heiligdom, dat God door Mozes liet maken, voor ons in het Nieuwe Verbond een door God gegeven patroon (of: model) van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig christen hier op aarde, waardoor wij een juist inzicht verkrijgen van Gods wil en weg, die wij hebben te gehoorzamen en te bewandelen om te kunnen groeien in Zijn genade tot in al de volmaaktheid van Gods wil en zegeningen toe. Daarom is het goed om de geestelijke lessen, die deze tabernakel ons geeft, ter harte te nemen om een juist inzicht te hebben in al de wil van onze almachtige God. Wij vormen nu dus een geestelijk gebouw, waarin Gods Geest in al Zijn volheid wonen en waardoorheen Hij werken wil.
Ef. 2:19-22 "Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here, in wie ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest."
Nooit zal God meer terugkeren naar een heiligdom van mortel en steen, waarnaar de religieuze Joden wel verlangen.
Jer. 3:16-17 "Als gij u dan vermeerdert en vruchtbaar wordt in het land in die dagen, luidt het woord des Heren, dan zal men niet meer spreken over de ark van het verbond des Heren; zij zal niemand in de zin komen, men zal aan haar niet meer denken en haar niet zoeken, en zij zal niet weder gemaakt worden.Te dien tijde zal men Jeruzalem noemen de troon des Heren, en alle volken zullen zich daarheen verzamelen om de naam des Heren te Jeruzalem, en zij zullen niet meer wandelen naar de verstoktheid van hun boos hart."

I. Schema van de tabernakelsymbolen (niet vermeld) en II. De tabernakel “in vogelvlucht”
1. De Poort: Deze poort is een type (beeld) van Jezus Christus, Die de wereld noodt om tot Hem te komen om gered te worden (Matth. 7:13-14, Matth. 11:28-30). Na Zijn dood en opstanding voor de zondaren, trekt Hij ze tot Zich (Joh. 12:32). Als de wereldse mens zich tot Hem bekeert, schenkt Jezus reddend geloof (2 Kron. 7:14, Ef. 2:8).
2. Het Brandofferaltaar: Dit altaar beeldt het Kruisoffer van Jezus, het Lam van God, uit, waar Hij de macht van de zonde heeft overwonnen om allen te verlossen, die zich tot God hebben bekeerd (Joh. 1:29, 2 Kor. 5:21). Het brandofferaltaar beeldt de plaats uit, waar de zondaar tot God komt en zijn zonden belijdt en verzoening met God vindt door het geloof in het gestorte bloed van het Lam (Joh. 3:16).
3. Het Wasvat: Dit symboliseert de plaats van deelname aan de kruisdood van het Lam door middel van de deelname aan de waterdoop (1 Petr. 3:21). De waterdoop is een bede tot God om behouden te worden door gelovige deelname aan de kruisdood van het Lam van God (Luk. 9:23-25). Het wasvat is de plaats waar men God bidt om deel te mogen hebben aan het sterven van Gods Lam, gelovend in het volbrachte werk van Jezus Christus en in Zijn overwinning over de zonde. Het is de plaats waar wij ons kruis op ons nemen om aan dit sterven aan ons zondig "IK" deel te mogen nemen. Wij bewaren daarbij onderstaande Goddelijke belofte, van deel te mogen nemen aan de dood en opstanding van het Lam, voortdurend in ons hart (2 Kor. 4:10-11).

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER

vrijdag 10 september 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 5

.






Deel 1:
De doop met de Heilige Geest






Nogmaals tot besluit: raadgevingen aangaande tongentaal

Dwaalleringen
Er zijn dwaalleringen onder de christenen in verband met Handelingen 2 vers 4-6. Laten wij daarom eerst deze teksten lezen: “En zij werden ALLEN vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Nu woonden er Joden in Jeruzalem, godvrezende mannen uit alle volken die er onder de hemel zijn. Toen dan dit geluid klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.”
Er zijn dwaalleraars die menen (en ook zeggen) dat de PREDIKINGEN die Petrus en de andere apostelen in hun eigen taal deden, door het toegestroomde volk, dat uit verschillende nationaliteiten bestond, zouden zijn gehoord door elk van hen in hùn eigen taal. Hier zou volgens deze dwaalleraars een Goddelijke daad van herstel van de eenheidstaal gebeurd zijn, als zou de straf van de Babylonische spraakverwarring daar en op dat moment zijn opgeheven door de kracht van de inwonende Geest.
Het zijn deze dwaalleraars die zich dan afvragen waarom een buitenlandse prediker een vertaler nodig heeft, als deze prediker, naar men zegt, vervuld is met de Heilige Geest.
Iedere eerlijke onderzoeker van het Woord van God zal tot de conclusie komen, dat het volk niet tezamen kwam, omdat er gepredikt werd, maar dat het te hoop liep door het grote stemgeluid, veroorzaakt door het tegelijk spreken van de vervulde 120 discipelen in “andere of vreemde talen” en wel, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Petrus predikte pas, NADAT het volk tezamen gekomen was vanwege iets vreemds, iets, dat anders was dan anders. Dat vreemde, dat andere, waren de “nieuwe tongen” (de zgn. ‘tongentaal’).
Andere dwaalleraars leren, dat deze discipelen predikten in een “andere of vreemde taal”, omdat er toen zoveel buitenlandse proselieten (d.i. bekeerlingen tot het Jodendom) in Jeruzalem verzameld waren. Het mag toch voldoende bekend worden geacht dat degenen die in deze tekst (van Handelingen 2:4) worden aangeduid met “ALLEN”, gewone, eenvoudige, niet-geleerde burgermensen waren (zie Hand. 4:13).
Bovendien staat er in deze tekst dat de Heilige Geest deze “andere of vreemde taal” gaf uit te spreken. Het was dus een BOVENNATUURLIJK verschijnsel. In Handelingen 2 vers 6 staat geschreven: “Toen dan dit geluid klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring (SV: toen deze stem geschied was, kwam de menigte tezamen en stond verbaasd)”. Dit tezamen komen en deze verbazing werden veroorzaakt door het bovennatuurlijke.
In dit verband willen wij u er nogmaals aan herinneren dat er in 1 Korinthe 12 sprake is van GEESTELIJKE gaven en van hun ordening in de Gemeente van Jezus Christus; daar is dus helemaal geen sprake van NATUURLIJKE gaven in een organisatie van mensen.
Een boodschap die de Geest geeft uit te spreken in een “andere of vreemde taal”, kan door de boodschapper zelf, zijnde de menselijke spreekbuis van de Geest, niet worden verstaan[1]. In 1 Korinthe 14 vers 2, 13, 14 en 28 geeft Paulus duidelijk te kennen dat het niet ‘zinvol’ is om anderen in de Gemeente te (willen) onderwijzen of stichten door middel van de tongentaal, TENZIJ dat er gelovigen zijn met “de gave van uitlegging” ervan. Paulus zegt hier duidelijk dat – zonder uitlegging – die vreemde “tongen of talen” door de Gemeente niet kunnen worden verstaan. Ditzelfde is waar ten opzichte van het zingen, het loven en prijzen door de Geest in “andere of vreemde talen”.
1 Korinthe 14:14-17 (HSV):
“Want als ik een andere (SV: vreemde) taal bid, bidt mijn geest, maar mijn verstand ontvangt er geen vrucht van. Wat is dan het geval? Ik zal met de geest bidden, maar ik zal ook met het verstand bidden. Ik zal met de geest lofzingen, maar ik zal ook met het verstand lofzingen. En verder, als u God looft met de geest, hoe zal hij die de plaats inneemt van de niet-ingewijde, amen zeggen op uw dankzegging, omdat hij toch niet weet wat u zegt? Immers, u dankt wel op een mooie manier, maar de ander wordt niet opgebouwd (SV: gesticht).
In één van de bedieningen in Indonesië, het was in 1927 te Soerabaja, heb ik meegemaakt en daarmee het bewijs geleverd gezien, dat de voorganger in zo’n “vreemde taal” sprak en ook werd verstaan door een buitenlander. Het was een Egyptenaar, die de toenmalige voorganger van die Pinkstergemeente hoorde spreken in zijn eigen taal, dus in de Egyptische taal. De voorganger zelf verstond de woorden niet, die de Geest hem gaf uit te spreken.

Laatste raadgevingen aan zoekers naar de doop met de Heilige Geest
Ik heb in mijn loopbaan als evangelist vele gelovigen gezien die de doop met de Heilige Geest ontvingen, gepaard met dit Bijbels kenteken. Zij begonnen dan altijd God groot te maken met lof en prijs… Zij kwamen van oost en west, van noord en zuid, het waren broeders en zusters van verschillende, huidskleur en taal, toch spraken zij allemaal, toen zij gedoopt werden met de Heilige Geest, “met andere talen”, zoals Gods Geest die gaf uit te spreken. Zij spraken allen die hemelse talen. Glorie voor God! Nooit, tot op de huidige dag, is het anders geweest. Uit alle landen van de wereld, waar gelovigen deze machtige doop hebben ontvangen als de Belofte van de Vader, komt hetzelfde getuigenis: allen spreken “in nieuwe tongen” (de zgn. ‘tongentaal’).
Maar net zo goed heb ik meegemaakt dat door een opmerking van deze of gene, met betrekking tot dit spreken met “nieuwe tongen”, twijfel in de harten van de (met Gods Geest) gedoopte gelovigen werd opgewekt. En deze funeste twijfel kan soms lang stand houden! Dit is dan ook één van de redenen waarom ik personen die vervuld werden met de Heilige Geest altijd heb aangeraden om, met regelmaat, iedere dag biddend Gods Woord te lezen. Het Woord van God is levend en krachtig en behoedt Gods kinderen. Want, het is juist zo dat, als wij deze Geestesdoop ontvangen hebben, de duivel heftige aanvallen doet. Op allerlei wijzen zal hij proberen om bij de gelovige twijfel op te wekken aangaande deze machtige ervaring. Zelfs heb ik personen gekend die zo intens door satan werden gekweld, dat zij hard op weg waren om te komen tot godslastering… Het was genade, dat zij gered werden uit de klauwen van deze mensenmoordenaar vanaf het begin. Prijs God! Als zo’n twijfeltoestand voortduurt, is het in de regel met dergelijke zielen zo gesteld, dat zij zelfs al hun moed en vrijmoedigheid verliezen om uit zo’n geestelijke impasse te komen. Zij durven niet te claimen wat Jezus hun heeft geschonken.
In mijn jarenlange arbeid als werker Gods heb ik vele malen meegemaakt dat als een ziel voor het eerst begint te spreken met “nieuwe tongen” (de zgn. ‘tongentaal’), daar vlak bij een andere ziel als volgt begint te bidden: “Heer, zendt U toch de Heilige Geest!” Weer een ander: “O, Heer, bedekt U hem/haar onder het bloed van Jezus.” Wat een vertrouwen-verwoestend werk wordt hier door zulke zielen, (meestal) onbewust, verricht! Maar het meest verwoestende werk wordt gedaan door personen, die degene, die met “nieuwe tongen” of “belachelijke lippen” (met beide wordt de zgn. ‘tongentaal’ bedoeld – noot AK) heeft gesproken, bestormen of overvallen met de vraag “Weet u nu wel heel zeker, dat u de HEILIGE GEEST heeft ontvangen?” Of met de opmerking: “U bent nog niet vervuld hoor, want u spreekt nu met belachelijke lippen! Denk erom dat u tot een zuiver uitspreken van de “vreemde taal” moet komen, anders bent u nog niet gedoopt met de Heilige Geest!” Dergelijke vragen en opmerkingen brengen de betrokkene eerder van de wijs dan dat hij of zij hierdoor geestelijk wordt opgebouwd. Ach, hebben die vragenstellers, die wijze (?) opmerkers, dan zelf niet in de gaten dat hun tong beroerd wordt op een wijze, die nooit van God kan zijn?
Laten allen, die naar de vervulling met de Heilige Geest zoeken, dit weten en het nooit vergeten dat, als zij de Here Jezus om de doop met de Heilige Geest vragen, zij zullen ontvangen, wat zij Hem hebben gebeden. Jezus is getrouw. Maar net zoals de duivel Jezus na Zijn doop in de woestijn had verzocht, zo wil hij proberen ons te verzoeken. Met “ons” bedoel ik dan in het bijzonder diegenen, die oprecht naar de Geestesdoop zoeken. Laat u zich maar niet uit het veld slaan, volg de Bijbelse weg maar, die is: BEKERING – WATERDOOP – GEESTESDOOP.
Handelingen 2:38-39 (HSV): “En Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal.”
U zult dan ook spreken “met nieuwe talen”, of zoals het ook heet “met nieuwe tongen”. Wat de omstanders dan ook mogen zeggen, houdt u uw blik vooral maar op Jezus gericht. En weet u, als Hij u de Heilige Geest heeft geschonken, dan komt dit spreken in tongen (de zgn. ‘tongentaal’) weer vanzelf terug, net zo vele malen als u deze gave in het geloof claimt.
Doe wat de Bijbel u leert en “werp uw vrijmoedigheid niet weg”! Want… “een grote beloning” wacht ook u (zie Hebr. 10:35)!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

[1] Het spreken in “vreemde (of andere) talen” is ook een “taal uit een ander land spreken”, een taal die je zelf niet machtig bent, maar die Gods Geest door jou heen kan spreken (als Hij dat nodig acht), zodat buitenlandse toehoorders het kunnen verstaan. Lees Handelingen 2:4-12 en wordt overtuigd! Voor de ‘gewone’ Gemeenteleden, die geen buitenlanders zijn en dus die “vreemde taal” niet spreken, zal deze “vreemde taal” inderdaad een onverstaanbare taal zijn, die vertaald of uitgelegd moet worden, terwijl, als er wel buitenlanders zijn, en de spreker spreekt – door Gods Geest geleid – hun taal, deze buitenlanders natuurlijk wel gesticht zullen worden. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat de spreker door God naar het buitenland wordt geleid, om daar – als Hij dat nodig acht – in die “vreemde (of andere) talen” te spreken om zodoende tot zegen voor hun te zijn.
Meer hierover? Zie dan ook nog – op onze website
http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie “Onze aardse roeping: En u zult Mijn getuigen zijn”, van E. van den Worm.
Noot: Bij deze “vreemde (of andere) talen” wordt de tong door God bestuurt, en in die zin kan het toch ook weer “een tongentaal” genoemd worden, alleen al om het onderscheid te maken tussen het spreken van een andere (buitenlandse) taal die wij zelf, door studie, hebben aangeleerd.
[2] Zie noot 1.

donderdag 9 september 2010

Boekbespreking 16: Gods doel met de mens: Een eeuwige, heilige tempel van onze God…


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Gods doel met de mens
Wij, christenen, zijn geroepen om te worden gemaakt tot een eeuwige, heilige tempel van onze almachtige God en Vader. Want ons wezen (lichaam, ziel en geest) is als een vat, waarin Hij ten volle wil wonen en tronen (d.i. heersen/regeren in liefde).
Gen. 1:26a "En God zei: Laat Ons (Vader, Zoon en Heilige Geest) mensen maken naar Ons beeld, als Onze gelijkenis." (NBG)
De zondeval van Adam en Eva heeft God niet doen afzien van dit oorspronkelijke plan van Hem, maar heeft dit plan wel beïnvloed en wel zo, dat Gods Zoon – op Gods tijd – de hemel moest verlaten om op aarde deel te nemen aan de in de zonde gevallen mensheid om de zondeschuld van de mensheid te betalen door
• een menselijk lichaam aan te nemen dat, genetisch gezien, een nazaat is van David,
• en Zich over te geven tot de dood aan het kruis op Golgotha.
Na 3 dagen en nachten verrees Hij echter uit de dood en voer op naar de hemel, van waar Hij, gezeten op de hemeltroon aan de rechterhand van Zijn Vader, Middelaar kan zijn tussen God en mensen en van waar Hij de 7 Geesten van God, de Heilige Geest, kan zenden naar alle mensen. Gods Heilige Geest heeft nu Zijn op aarde volbracht werk uit te delen aan alle mensen, die zich tot Hem hebben bekeerd na een berouwvolle belijdenis van hun zonden.
Rom. 1:3 "(het Evangelie van God)… ten aanzien van Zijn Zoon, Die, wat het vlees betreft, geboren is uit het geslacht (in het Grieks: spermatos, d.i. het zaad, het DNA) van David." (HSV)
Hebr. 10:5-10 "Daarom zegt Hij (d.i. Jezus) bij Zijn komst in de wereld: Slachtoffer en spijsoffer hebt U (d.i. de Vader) niet gewild, maar U hebt voor Mij een lichaam gemaakt (SV: toebereid). Brandoffers en offers voor de zonde hebben U niet behaagd. Toen zei Ik: Zie, Ik kom – in de boekrol is over Mij geschreven – om Uw wil te doen, o God. Daarvoor had Hij gezegd: Slachtoffer en spijsoffer en brandoffers en offers voor de zonde hebt U niet gewild en hebben U niet behaagd, hoewel zij overeenkomstig de (Oudtestamentische) wet worden gebracht. Daarna sprak Hij: Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God. Hij neemt het eerste (nl. het oude verbond) weg om het tweede (het nieuwe verbond) daarvoor in de plaats te stellen. Op grond van die (d.i. Gods) wil zijn wij geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus, eens voor altijd." (HSV)
Hebr. 9:11-15 "Maar toen is Christus verschenen, de Hogepriester van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volkomen (d.i. hemelse) tabernakel gegaan, die niet met (mensen)handen is gemaakt, dat is: die niet van deze (aardse) schepping is (zoals de tabernakel van Israël). Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed voor eens en altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor (voor ons die, van nature, zondaren zijn) een eeuwige verlossing teweeggebracht. Want als de besprenkeling met het bloed van stieren en bokken en de as van de jonge koe de onreinen heiligt, zodat hun vlees rein wordt, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om de levende God (volmaakt) te dienen. En daarom is Hij de Middelaar van het nieuwe verbond, want Hij onderging de dood tot verzoening van de overtredingen die er onder het eerste (of oude) verbond waren, opdat de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen zouden." (HSV)
Joh. 3:16-18 en 36 "Want zo lief heeft God de (mensen van deze) wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar het eeuwige leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God. … 36 Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven; maar wie de Zoon ongehoorzaam is, die zal het (eeuwige) leven
niet zien, maar de toorn van God blijft op hem." (HSV)

Fase 1:
De genadevolle, Goddelijke schenking van de Heilige Geest als onze Leidsman en Trooster, om gedurende heel de genade-periode van ca. 2000 jaar te komen tot het waarmaken van Gods doel met de mensheid.
Vanuit Zijn hemeltroon zendt de hemelse Hogepriester (onze uit de dood opgestane Here Jezus Christus) de zeven Geesten van God, zijnde de Heilige Geest, uit naar alle landen.
Openb. 5:6 "En ik zag, en zie, in het midden van de troon en van de vier dieren (letterlijk: levende wezens) en in het midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met zeven horens en zeven ogen. Dat zijn de zeven Geesten van God, die uitgezonden zijn over heel de aarde." (HSV)

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER
.

dinsdag 10 augustus 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 4

-





Deel 1:
De doop met de Heilige Geest








Geraffineerde excuses die een schijn van waarheid hebben

“De doop met Gods Geest zal een te grote verantwoordelijkheid van mij eisen”
Soms treffen wij mensen aan, die, na een gesprek met hen te hebben aangeknoopt, blijk geven wel te geloven in deze wondervolle gave van God, maar die, zoals ze zeggen, de verantwoordelijkheid, die God dan van hen eist, niet durven dragen. Deze mensen zijn er van overtuigd, dat de doop met de Heilige Geest van hen te veel zal vragen en wel in de zin, dat zij daarna te veel zullen moeten prijsgeven. In de regel beëindigen zij het gesprek met: “Dit is dan ook de reden, waarom ik niet durf te bidden om de doop met de Heilige Geest. Als ik vervuld zou worden met Gods Geest, zou daarna de kans groter zijn om tegen Hem te zondigen.”
Degene, die zo spreekt, is er zich nauwelijks van bewust, dat zo’n excuus hem of haar wordt ingegeven door de duivel.
Deze categorie christenen zijn blind voor het feit, dat het Gods wil is, dat ALLE christenen rein en heilig zullen leven, want zonder heiliging zullen wij God niet zien.
Hebreeën 12:14 (HSV): “Jaag de vrede na met allen, en de heiliging, zonder welke niemand de Here zien zal.”
Ongeacht uw kerk (d.i. uw kerkelijke gezindte) of uw groepering/richting (d.i. een geestelijke stroming buiten de officiële kerken), of u nu voorganger bent of niet, God vraagt van u dat u een rein en heilig, dat is een afgezonderd leven leiden zult. Dikwijls ziet men Gods eis om afgezonderd, afgescheiden van de wereld te leven, over het hoofd.
De Here God zelf maakte scheiding tussen Zijn volk en de Egyptenaren. Lees hiervoor Exodus 12.
Christenen zijn pelgrims, die weliswaar nog in deze wereld vertoeven, maar zelf niet meer VAN deze wereld zijn (zie Joh. 17:16).
God houdt er geen twee klassen van christenen op na. Het is niet zo, dat er één klasse is, die werelds mag zijn en die doen mag al wat zij wil en daarnaast een andere klasse, die naar de Goddelijke voorschriften van de Bijbel leeft. De Heilige Geest leert ons: “En wordt niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid (SV: gemoed), om te kunnen onderscheiden wat de wil van God is, namelijk het goede en welgevallige en volmaakte” (Rom. 12:2, HSV). En eveneens:
“Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem” (1 Joh. 2:15, HSV). “En als u Hem als Vader aanroept, Die zonder aanzien van de persoon naar ieders werk oordeelt, wandelt dan in de vreze des Heren, gedurende de tijd van uw vreemdelingschap (op aarde) (1 Petr. 1:17, HSV).
Menigeen denkt dat het mogelijk is om Gods goede, welbehaaglijke en volmaakte wil te leren kennen in een onbekeerde staat. De Bijbel leert ons echter onomwonden, dat wij eerst Zijn Stem moeten gehoorzamen, onszelf moeten onderwerpen aan de uitspraken van Zijn Woord en dat dan Zijn heilige wil aangaande ons verdere leven in die vernieuwde levensstaat zal worden gekend. Prijst God!
Naar de mate van de verantwoordelijkheid, die wij moeten dragen, ontvangen wij van God genade. Nog nooit heeft God iemand gevraagd om iets voor Hem te doen zonder hem daartoe de kracht en de wijsheid te geven. De voorbeelden in de Bijbel en die in het leven, waarin wij nu staan, zijn legio. Wat dunkt u, heeft God geen macht om verdrukkingen te doen verkeren in menigvuldige zegeningen? Door Zijn wil te doen, ontvangen Zijn kinderen nog meer zegeningen! God zal u en ieder ander nooit vragen om iets voor Hem op te geven, tenzij dat iets niet goed voor u en die ander(en) is. Indien onze wil zich schikt naar Gods wil, zal de Heilige Geest ons die wil helpen volbrengen, Hij schenkt immers de kracht en de macht voor de dienst des Heren en ook de kracht om te overwinnen. Halleluja!
Alle christenen die godzalig willen leven zullen vervolgd worden (zie 2 Tim. 3:12). Juist daarom hebben wij die wonderbaarlijke Pinksterkracht (d.i. de kracht van Gods Heilige Geest, zoals geopenbaard in Handelingen 2) nodig. Het is de kracht die ons in staat stelt om, zelfs onder de heftigste vervolgingen, God te blijven loven en prijzen en wel zo, dat onze lofzangen tot in het Paradijs opstijgen! Glorie voor Jezus! Paulus en Silas hadden – door de Heilige Geest in hen – de kracht om Hem te (blijven) loven en prijzen, terwijl zij opgesloten zaten in de gevangenis (zie Hand. 16:23-25).
Wat de vrees betreft dat men, indien men gedoopt zou zijn met Gods Geest, des te eerder zou kunnen zondigen tegen Gods Geest, dient te worden opgemerkt, dat men in deze een absoluut verkeerde voorstelling van zaken heeft. Het is fout om te denken dat wanneer een christen vervuld wordt met Gods Geest, hij of zij dan de kans loopt om de zonde tegen de Heilige Geest te begaan. Laat mij u maar direct vertellen, geliefde lezer, dat IEDER MENS zondigen kan tegen de Heilige Geest, ook al heeft hij of zij de doop met de Heilige Geest niet ontvangen. Toen Jezus in Mattheüs 12:32b voor deze zonde waarschuwde, sprak Hij tegen de Farizeeën. Maar… de Farizeeën waren toch nog nooit gedoopt met Gods Heilige Geest. Jezus zei: “maar wie tegen de Heilige Geest spreekt”, “maar wie” wil zeggen “wie maar ook”. Dit woord betreft dus allen die zich op deze wijze bezondigen. In het Bijbelse geval was dit woord in het bijzonder gericht tegen de Farizeeën, die schijnheilig waren. Het is dus mogelijk dat een schijnheilige (d.i. een hypocriet of huichelaar) tegen de Heilige Geest zondigt. Daarom staat er geschreven: “Wee u, Schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u reist zee en land af om één proseliet (d.i. één bekeerling tot het Jodendom) te maken, en als hij het geworden is, maakt u hem een kind van de hel, tweemaal meer dan u bent.” (Matth. 23:15, HSV).
Ook iedere broeder en iedere zuster in het geloof kan deze onvergeeflijke zonde begaan, want er staat geschreven: “Als iemand zijn broeder ziet zondigen, een zonde niet tot de dood, dan zal hij tot God bidden, en Hij zal hem het leven geven, namelijk aan hen die niet zondigen tot de dood. Er is een zonde tot de dood; daarvoor zeg ik niet dat hij zal bidden.” (1 Joh. 5:16, HSV).
Ja, IEDEREEN kan de grens overschrijden! “Zie erop toe dat NIEMAND achteropraakt in de genade van God, en dat er geen enkele wortel van bitterheid opschiet en last veroorzaakt zodat daardoor velen besmet worden. Laat NIEMAND een hoereerder zijn of een onheilige, zoals Ezau, die voor één enkele maaltijd zijn eerstgeboorterecht verkocht. Want u weet dat hij ook daarna, toen hij de zegen wilde erven, verworpen werd. Want hij vond geen plaats van de berouw, hoewel hij die vurig en met tranen zocht.” (Hebr. 12:15-17, HSV). Op dezelfde wijze kan een IEDER, die God heeft gekend, wel eens te vèr gaan, waardoor hij of zij een goddeloze geest ontvangt! (zie Rom. 1:21-28).
Deze groep van mensen hebben geen andere zonde begaan dan God ongehoorzaam te zijn. Hoe gevaarlijk is het om in deze fatale zonde te volharden!
De Heilige Geest komt in ons leven om ons terecht te wijzen, te overtuigen of te veroordelen. Hij (d.i. Gods Geest),
in ons gekomen zijnde leidt ons in ALLE WAARHEID. Hoe zullen wij anders de Goddelijke maatstaf van goed en kwaad kennen? En hoe kunnen voortgaan in de gerechtigheid van God?
Johannes 16:8 (HSV): “En als Die (de Here Jezus sprak van de Heilige Geest) gekomen is, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel.”
Als de mensen Hem (d.i. Gods Geest, de Heilige Geest) bedroeven en wel op zo’n wijze, dat Hij Zich volkomen terugtrekt uit hun leven om nooit meer tot hen terug te komen, om hen nooit meer de Weg te wijzen, dan worden deze mensen, wie en wat ze ook zijn, als BRUTE BEESTEN ZONDER GEWETEN!
1 Timotheüs 4:1-2 (HSV): “Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in de laatste tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen, door huichelarij van leugensprekers, die hun eigen geweten als met een brandijzer hebben toegeschroeid.”
Sinds God ons heeft bevolen om “ons niet tegen de Heilige Geest te verzetten” (zie Hand. 7:51, HSV), om “de Heilige Geest niet te bedroeven” (zie Ef. 4:30) en om “de Heilige Geest in ons niet uit te blussen” (zie 1 Thess. 5:19), verkeert u juist in een groter gevaar als u volhardt in het niet gehoorzamen van Gods gebod: word vervuld met de Geest (Ef. 5:18). U haalt uw eigen oordeel over u, indien u Gods ordinantie (d.i. voorschrift of eis) wederstaat!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

zaterdag 10 juli 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 3

.





Deel 1:
De doop met de Heilige Geest







Excuses in verband met de gave van de Heilige Geest
In de bediening van de Geest, waarin ik door genade al jarenlang mag staan, ben ik tot de conclusie gekomen, dat de problemen in verband met de gave van de Heilige Geest er veelal zijn, omdat deze fundamentele leerstelling de meeste gelovigen verkeerd geleerd wordt. De meeste christenen geloven wel in de gave van de Heilige Geest, maar weten niet eens, dat zij de Heilige Geest moeten ontvangen als Gods gave, die wordt uitgestort. Hoe dat komt? Wel, het is hun verkeerd geleerd!
Het is door dit verkeerde onderwijs, dat zij geloven, dat zij de Heilige Geest reeds ontvangen hebben! Daar wordt in de door hen bezochte kringen zonder meer onderwezen, dat zij de gave van de Heilige Geest “in het geloof moeten aanvaarden”. Deze gelovigen weten niets van die wondervolle manifestaties van de Geest (Gods Geest wel te verstaan!) en van Zijn heerlijkheden, die deze gave, net als in de dagen van de apostelen (lees het Bijbelboek Handelingen), vergezellen. Zij ontvangen daarom ook niets en blijven geestelijk gesproken “droog, leeg en arm”.
Zij ontberen de kracht van Gods Geest in hun leven en vanzelfsprekend ook in hun bediening!

De gave van de Heilige Geest wordt verward met de wedergeboorte
Door de gesprekken die ik mocht hebben met gelovigen uit andere kringen, heb ik mogen opmerken, dat deze gave van de Heilige Geest verward wordt met een andere ervaring, namelijk die van de wedergeboorte.
De doop met de Heilige Geest is volstrekt niet de wedergeboorte en deze laatste beslist niet de Geestesdoop. Allen die denken, dat dit wel het geval is, dwalen!
De wedergeboorte is echter wel een werking van dezelfde (Goddelijke) Geest. Het is door de wedergeboorte, dat wij “nieuwe mensen” worden, nieuwe schepselen in Christus[1]. Bij Zijn geboorte werd de Zoon des Mensen het Nieuwe Schepsel in de diepste en rijkste betekenis van het woord. Indien nu de ervaring “wedergeboren te zijn” volkomen toereikend zou zijn geweest voor al Gods plannen, waarom en waartoe wachtte dan ook Jezus, de Zoon van God, terwijl Hij stond in het water van de Jordaan, totdat Hij die kostelijke gave van de Heilige Geest, of wel die doop met de Heilige Geest, had ontvangen? Was het niet omdat Hij, ja, zelfs Hij, die gezegende zalving van Gods Geest nodig had voor Zijn wondervolle bediening tot redding van de mensheid?
Het was deze zalving van God, die Hem volkomen heerschappij deed hebben over (de machten in) de wereld en het (zondige) vlees en over (de macht van) satan. In dit zo sublieme[2] leven werd dit bewezen tijdens Zijn verzoeking in de woestijn.
In Johannes 3 heeft Jezus de noodzaak van de wedergeboorte verklaard en later, in Johannes 14 en 15, heeft Hij tot driemaal toe deze gave van de Heilige Geest beloofd.
Als wij vandaag-de-dag over “Pinksteren” spreken, dan bedoelen wij er het wonder mee, dat op de Pinksterdag gebeurde en dat door Petrus werd verklaard, te beginnen met de woorden: “Maar dit is het wat gesproken is door de profeet Joël.” (Hand. 2:16). En dit wonder was de doop met de Heilige Geest (d.i. Gods HEILIGE Geest), Die uitgestort werd, precies op die dag, die – in typebeeld – al gekend werd in de symbolische ordinantiën (of voorschriften) van Israël.
Zoals God de Vader Zijn levensadem blies op de levenloze en onbezielde vorm van de eerste mens (Adam), waardoor deze een “levende ziel” werd, net zo werden de wachtende discipelen in de opperzaal[3] getransformeerd (dat is – in geestelijke zin – veranderd) tot nieuwe wezens, toen Jezus Christus, de tweede Adam, de Heer van hemel en aarde, Zijn levensadem van opstandingskracht op hen blies: de Heilige Geest kwam vanuit de hemel “als een geweldig gedreven wind” (zie Hand. 2:2, SV). Het was toen niet alleen maar een blazen van levensadem, maar het zenden van een storm van Goddelijke kracht.
Pas op dat moment ontvingen zij de (beloofde) “Kracht uit de Hoogte” (zie Luk. 24:49) en werden zij ALLEN vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken met andere tongen (de zgn. ‘tongentaal’ – zie noot[4]). Toen werd Handelingen 1:5 vervuld “want Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen” en van toen af aan waren zij bekwaam om (waarlijk) Zijn getuigen te zijn[5] (zie Hand. 1:8).
Dit “bekleed worden” met “kracht uit de hoogte” (zie Luk. 24:49, HSV), deze doop met de Heilige Geest, dit ondergedompeld worden in de Geest van God, werd en is GODS STANDAARD (of maatstaf) voor de nieuwe tijdsbedeling[6], de bedeling van de Gemeente.
Gods drie getuigenissen van de Bijbelse doop met de Heilige Geest zijn achtereenvolgens:
1. de Pinksterdag (zie Hand. 2),
2. het huis van Cornelius, de hoofdman (zie Hand. 10), en
3. het geval van de gelovigen te Efeze (zie Hand. 19).
Er zijn drie getuigenissen en… een drievoudige getuigenis van God is een volmaakt getuigenis van God. Dit moet voldoende zijn voor alle gelovigen als HET bewijs, dat het de Schriftuurlijke standaard is voor de tijdsbedeling van het Evangelie, dit is, de tijdsbedeling van de Heilige Geest![7] De manifestatie (van Gods Geest) van 2000 jaar geleden (zie Hand. 2) is nog altijd dezelfde! Amen!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

[1] Je zou m.i. beter kunnen zeggen dat er bij de wedergeboorte een begin gemaakt wordt met “de nieuwe mens”, het nieuwe schepsel in Christus. Net zoals er bij de natuurlijke geboorte eerst de “baby fase” is, zijn wij m.i. ook bij onze wedergeboorte (vaak) nog maar baby’s in Christus, en dus niet gelijk (geestelijk) VOLWASSEN, laat staan “VOLMAAKT in Christus”. Pas als wij waarlijk VERVULD (d.i. gedrenkt, doordrenkt) zijn met Gods Geest, dan is m.i. de volgende Bijbeltekst pas ECHT van toepassing: “Daarom, als iemand IN Christus is, is hij (waarlijk) een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, ALLES is NIEUW geworden”. Zie vooral ook nog de toelichting bij noot 11.
[2] Subliem = Zeer verheven, meer dan voortreffelijk, in hoge mate edel.
[3] Zie eventueel op ons Weblog van 21-5-2009 het artikel “De Opperzaalgemeente” van H. Siliakus.
[4] De zgn. “tongentaal” (de NBV spreekt van “klanktaal”) is m.i. iets anders dan het spreken in vreemde (of andere) talen. In 1 Kor. 14:2 staat: Wie namelijk tongentaal spreekt, spreekt niet voor mensen, maar voor God, want niemand verstaat hem, maar in zijn geest spreekt hij geheimenissen” (HSV). En in 1 Kor. 14:4a staat: Wie tongentaal spreekt, bouwt zichzelf op… (HSV). Ook zegt Paulus in 1 Kor. 14 vers 18-19: Ik dank God dat ik meer dan u allen in tongen spreek. In de gemeente echter wil ik liever 5 woorden spreken met mijn verstand, om ook anderen te onderwijzen, dan 10.000 woorden in tongentaal” (HSV).
Het spreken in vreemde (of andere) talen is m.i. een “taal uit een ander land spreken”, een taal die je zelf niet machtig bent, maar die Gods Geest door jou heen kan spreken (als Hij dat nodig acht), zodat buitenlandse toehoorders het kunnen verstaan. Lees Handelingen 2:4-12 en wordt overtuigd!
Voor zover ik het nu kan beoordelen is de vertaling van de Herziene Statenvertaling (HSV), wat “tongentaal” of “het spreken in tongen” betreft, beter vertaald dan de Statenvertaling (SV), waar nog te vaak “vreemde talen” vermeld staat, daar waar m.i. “tongentaal” behoort te staan. Ook de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) is hier, wat mij betreft, duidelijker (en dus beter) vertaald met het woord “klanktaal”.
Voor nadere bestudering vermeld ik hierbij wat teksten uit de HSV en de NBV:
· De HSV vermeld het woord “tongentaal” o.a. in de volgende verzen: 1 Kor. 14:2, 4, 13, 14, 19 en 27. En het “spreken in tongen” vermeld de HSV o.a. in 1 Kor. 14:5, 6, 18, 23, en 39.
· De NBV vermeld het woord “klanktaal” o.a. in de volgende verzen: 1 Kor. 14:2, 4, 5, 6, 13, 14, 16, 18, 19, 22, 23, 26, 27 en 39. En het “spreken in onverstaanbare klanken” vermeld de NBV in 1 Kor. 14:9.
[5] Zie eventueel – op onze website
http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie “Onze aardse roeping: En u zult Mijn getuigen zijn”, van E. van den Worm.
[6] De nieuwe tijdsbedeling = Het tijdperk waarmee de periode van 2000 jaar van de Gemeente, en van de Heilige Geest, en van Gods genade voor de mensheid wordt bedoeld De telling van deze periode van 2000 jaar is m.i. begonnen bij de aanvang van Jezus bediening op aarde.
[7] Zie noot 6.

donderdag 10 juni 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 2

.





Deel 1:
De doop met de Heilige Geest









De leer van het Bijbelse "dopen"


Hoeveel “dopen” zijn er en hoe worden zij (van elkaar) onderscheiden?
Uit de (Bijbel)passages van Mattheüs 3:11, Handelingen 1:5, 2:38, 8:12, 15-17 en 10:44-48, die wij in het voorgaande hoofdstuk hebben geciteerd en uit Handelingen 19:3-6 kunt u constateren, dat er in de Bijbel sprake is van twee “dopen”; namelijk de in hoofdstuk 1 behandelde “Geestesdoop” en de “waterdoop”, die door alle bekeerde gelovigen moet worden ondergaan.
Bij het lezen van de tekst in Efeze 4:5, waarin geschreven staat dat er “één Here, één geloof, één doop” is, raken velen in de war. Men vraagt zich dan af, of de leer van de (twee) dopen – de waterdoop èn de Geestesdoop – niet in strijd is met deze uitspraak.
Wij zullen Gods Woord laten spreken. In deze “Bron-van-alle-waarheid” worden geen tegenstrijdige leringen gevonden. Te denken dat God Zichzelf tegenspreekt is absurd en komt Godslastering al heel dicht nabij!
De leerstelling van de (twee) dopen, zowel de Geestesdoop als de waterdoop, is een onderwerp dat van de zijde van iedere gelovige de grootste toewijding en ijver vereist bij het onderzoeken ervan in Gods Woord. God wil nu eenmaal dat Zijn kinderen ten aanzien van de dingen in Zijn Koninkrijk ALLES zullen onderzoeken en dat zij zich daarbij nooit zullen laten leiden door zulke dingen als: vooroordeel, opgedrongen ideeën en kortzichtigheid. Bovendien moeten zij, als zij eenmaal aan het onderzoeken zijn gegaan, er niet mee ophouden, totdat God zegt, dat het genoeg is.
Dit biddend onderzoeken van Gods Woord is een bevel van de Heer. Het is een onderdeel van de christelijke ervaring en noodzakelijk in verband met de openbaring van het “plan van God” diep in ieders hart.
Wie de fundamentele leerstellingen van het Koninkrijk van God wil onderzoeken, moet daarbij niet luisteren naar de “moderne theorieën” van deze tijd. Deze zijn namelijk afkomstig van mensen die de zalving van God NIET kennen. Ook moet men geen acht slaan op die misleidende wegen, waarbij men ons Goddelijke Waarheden voorhoudt die echter uit het verband met het geheel zijn gerukt.
Degene die zijn of haar oor leent aan beide of aan één van beide, komt onherroepelijk terecht in een doolhof, waaruit het zeer moeilijk zal zijn om de verlossende weg te vinden. Wees op uw hoede, want dergelijke (misleidende) theorieën zijn vandaag de dag legio (d.i. zeer talrijk aanwezig).
Het richtsnoer van de gelovige moet altijd zijn: het zich houden aan de eenvoudige instructies van Gods Woord, zoals die hem geopenbaard worden door de Heilige Geest, want Hij is de Openbaarder van Gods HEILIGE wil. Als de gelovigen hierop – altijd en overal – letten, zullen zij deel krijgen aan de diepgeestelijke “belevenissen van Jezus Christus”.

Welke doop is de belangrijkste?
Dikwijls horen wij de vraag stellen: “Welke van deze twee dopen is voor het kind van God de belangrijkste?”
Het enig juiste antwoord is: beide zijn in Gods ogen noodzakelijk en zijn, op grond hiervan, even belangrijk. In de Israëlitische tabernakel[1], een schaduwbeeld van het Koninkrijk van God, stonden zowel het wasvat als de kandelaar, die achtereenvolgens de waterdoop en de Geestesdoop uitbeelden.
De Bijbel leert ons dat Jezus, de Zoon van God Zelf, geen onderscheid in belangrijkheid maakte. Hij heeft ze beide geaccepteerd als noodzakelijk om te kunnen staan in de gehoorzaamheid van het Woord van God en om “alle gerechtigheid te vervullen” (zie Matth. 3:15)
Indien wij de gehoorzaamheid van Jezus nader bezien, onderscheiden wij de volgende punten:

• Hij werd als Zoon van God geboren.
• Dertig jaar nà Zijn wonderbaarlijke ontvangenis, die in beide Testamenten[2] vermeld staat, kwam Hij tot Johannes de Doper om gedoopt te worden.
• Hij was heus geen nieuweling in de ervaring van de hemelse dingen.
• Van Zijn jeugd af werd Hij door de Heilige Geest onderwezen in de Wet en de Profeten; Hij kende het Woord als geen ander.
• Hij wist beter dan wie ook, dat “Hij moest zijn in de dingen van Zijn Vader” (zie Luk. 2:49).
• Ondanks Zijn eeuwige (en Goddelijke) oorsprong, stond ook Hij in de rij van gehoorzame mensenkinderen en was het doen van de wil van Zijn Vader Zijn enig verlangen.
• Hij kende geen ander doel dan de mensen te tonen, dat het doen van Gods wil de van God verordineerde (d.i. de door God ingestelde) weg tot zaligheid is en de verzadiging (d.i. de hoogst haalbare VOLHEID) van vreugde.
• De Here Jezus werd in de eeuwigheid van het verleden geboren als Zoon van de levende God en had als zodanig deel aan de meest heilige en Goddelijke ervaringen. Als mens deed de Here Jezus het eerst van alle schepselen machtige ervaringen op door in volkomen gehoorzaamheid te staan en dit om “alle gerechtigheid te vervullen” (zie Matth. 3:15). Zijn leven was het meest sublieme[3], dat ooit op deze aarde werd geleefd.
Wij zeggen hier “amen” op, halleluja! Waarlijk, waarachtige vreugde wordt alleen maar gevonden in het betrachten van Gods HEILIGE wil. Moet de gelovige niet bidden: “Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde”? (zie Matth. 6:10, Luk. 11:2, HSV).
Hemelse vreugde kan men alleen ervaren indien wij Gods wil, ook ten aanzien van dingen en zaken, die Hij in Zijn alwijsheid en voorzienigheid heeft verordineerd (d.i. ingesteld), volkomen willen gehoorzamen.
Tot Gods verordeningen (dat zijn: door God vastgestelde voorschriften) horen zowel de Geestesdoop als de waterdoop.
In verband hiermee wil ik al direct opmerken, dat geen van deze (twee) dopen betrekking heeft op de “wedergeboorte”. De wedergeboorte is een aparte werking van de Heilige Geest en staat geheel los van de genoemde dopen.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

[1] Voor meer over de Israëlitische tabernakel en de geestelijke betekenis van de verschillende tabernakelobjecten, zie eventueel - op onze website www.eindtijdbode.nl - de studies: "Christus in de Tabernakel" van CJH Theys en/of "De Tabernakel van Israël" en/of "Lukas; het boek van de NIEUWE MENS in Christus" van E. van den Worm".
[2] Dus zowel in het Oude Testament (zie Jes. 7:14), als in het Nieuwe Testament (zie Matth. 1:23).
[3] Subliem = In hoge mate edel, schoon.

maandag 24 mei 2010

Hoe verder NA Pinksteren ?

.
















De HEILIGHEID van de Heilige Geest
Daar het nu Pinksteren is, lijkt dit mij een goede gelegenheid om eens stil te staan bij bovenstaande vraag: “Hoe moet het verder NA Pinksteren?”
Als het Pinksterfeest ter sprake komt, is doorgaans de eerste gedachte: uitgaan en werken voor de Heer. Velen spreken van het “zendingsfeest”. Natuurlijk denken wij bij het woord Pinksteren ook aan opwekking. De uitstorting van Gods Geest brengt een grote geestelijke beweging tot stand. Daarmee begint het. Dat betekent grote ijver en vurigheid van geest, die maken dat wij niet stil kunnen blijven zitten, maar MOETEN uitgaan en getuigen van Jezus. Maar wat bij alle geestdrift en activiteit vaak en snel vergeten wordt, is, dat de Geest van God, Wiens feest het is, allereerst genaamd wordt de HEILIGE Geest! Als de 3 “Personen” van de Goddelijke Drie-eenheid (beter gezegd: de 3 Openbaringsvormen van God – zie noot[1]) tezamen genoemd worden, wordt er altijd gesproken van “de Vader, de Zoon en de HEILIGE Geest”. Dit leert ons, dat een wel zeer voornaam kenmerk van deze Geest Zijn HEILIGHEID is! Hier wordt zelden bij stilgestaan en dus worden er dikwijls ernstige misstappen begaan. Reeds in de eerste Pinkstereeuw gebeurde het, dat men al spoedig vergat, dat de Geest Welke Zich zo wonderbaar manifesteerde, de HEILIGE Geest is. Denk maar aan de droevige geschiedenis van Ananias en Saffira (lees Hand. 5:1-11). Een ander voorbeeld vinden wij in de Gemeente te Korinthe. In de twee brieven van Paulus aan deze Gemeente lezen wij over zonde en wanordelijkheid waardoor het gemeenteleven daar gekenmerkt werd. En ook vandaag de dag zien wij in de Gemeente, dat, op zijn zachts gezegd, onvoldoende beseft wordt, dat wij met de HEILIGE Geest te maken hebben.
“Hoe moet het verder na Pinksteren?” Aan de hand van het boek Haggaï willen wij een antwoord op deze vraag geven.

Een onafgebouwd huis
De ijver en het enthousiasme van de kinderen Gods is vaak erg oppervlakkig. Het heeft doorgaans zo weinig diepgang. Het is vaak niet of niet meer de “eerste liefde” (d.i. de vurige liefde tot God en Zijn gebod). Uit de boodschap aan de Gemeente te Efeze (zie Openb. 2:1-7) kunnen wij opmaken, dat de “eerste liefde” niet een onweerstaanbare en onstuitbare drang tot arbeiden is, maar een ijveren en verlangen om te zijn zoals de Heer van ons wenst. Volmaakt te (willen) zijn voor Hem! In het boek Haggaï wordt ons aanschouwelijk voorgesteld wat het is, want dit boek is eigenlijk een boeteprediking vanwege het ontbreken en het verlaten van de “eerste liefde”. Op felle wijze wordt door Haggaï de laksheid en de onverschilligheid van Gods volk gehekeld ten aanzien van het Huis des Heren. Het Huis is niet “af”!
Twee dingen zijn van belang om op te merken:
1. Het eerste is, dat het “laatste Huis”, waarover het hier gaat, de Nieuwtestamentische Gemeente is. Het eerste Huis was gemaakt van hout en steen, het tweede of laatste Huis is de “Tempel van levende stenen”[2]. Van deze tweede tempel zegt de Here in Haggaï 2 vers 10 (HSV): “De heerlijkheid van dit toekomstige (SV: laatste) huis zal groter zijn dan die van het eerste”[3]. Deze voorzegging betrof niet de tempel die men in Haggaï’s tijd bouwde, want die overtrof de eerste tempel – door Salomo gebouwd – niet in schoonheid. God spreekt hier namelijk van de nieuwe (tijds)bedeling[4]. De tempel van Zerubbabel – zoals men de tempel noemt die in Haggaï’s dagen gebouwd werd – is een typebeeld en voorafschaduwing van dit “laatste Huis”.
2. Verder moeten wij opmerken, dat deze tweede tempel hier al is opgericht en de bouw ervan reeds begonnen, zodat wij kunnen zeggen, dat het hier de tijd betreft van NA Pinksteren. Want met Pinksteren – waarmee wij hier de ‘Vroege Regen uitstorting’[5] van de Heilige Geest bedoelen, beschreven in Handelingen 2 – is de Nieuwtestamentische Gemeente gesticht. Het gaat derhalve over ONZE tijd! De bouw van het Huis Gods is al in een gevorderd stadium, maar nu ligt hij stil. Dit is de toestand als Haggaï begint te spreken (vergelijk Ezra 5). Maar is dit niet precies ook de toestand waarin de Gemeente des Heren zich vandaag de dag bevindt?! Het algemeen gevoelen van kinderen Gods in onze tijd – wat het geestelijk leven betreft – is te omschrijven als: “Zo is het wel genoeg”. Geestelijke groei vindt men niet langer (zo) noodzakelijk. Men is vooral met de zichtbare en de aardse dingen bezig. Men leeft voor zichzelf, evenals de Joden in Haggaï’s tijd. Hoe het Huis des Heren er geestelijk bij staat, kan ze niet schelen. Maar God wil geen onafgebouwd Huis. Hij wil een VOLMAAKTE Tempel![6] Wanneer Jezus wederkomt, wil Hij een Gemeente (d.i. dan de Bruid of Bruidsgemeente) aantreffen, die “zonder vlek of rimpel of iets dergelijks” is (zie Ef. 5:27)!! De voltooiing van deze “Tempel” is de voleindiging van de heiligmaking.

Heilige ijver
Indien onze ijver voor het Huis des Heren gering of aan het afnemen is, laat ons dan onszelf ONDERZOEKEN! En zij die vinden, dat zij zo ijverig bezig zijn, dienen zich af te vragen of hun ijver wel een HEILIGE IJVER is. Verlangen wij naar de voltooiing van dat Huis, de volmaking van de Gemeente (waarmee dus de Bruid of Bruidsgemeente wordt bedoeld), en willen wij ons DAARVOOR inzetten? Want hier gaat het om.
De apostel Paulus schreef: “Ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb u toebereid, om u als een REINE MAAGD aan een man voor te stellen, namelijk aan Christus” (2 Kor. 11:2, SV). Het is bedroevend om te zien, dat velen werken voor het Koninkrijk van God, zonder zich veel te bekommeren over het plan van God met Zijn Gemeente. Ook is er veel gezapigheid en zelfgenoegzaamheid onder de kinderen Gods. Zij wonen in hun “fraai overdekte huizen” (zie Hagg. 1:4, HSV). Heel vaak blijkt van toepassing: in de Geest begonnen, maar in het vlees geëindigd. Men neemt het niet zo nauw met Gods geboden en men denkt: “Ach, de Heer vergeeft het mij wel en Hij begrijpt het wel”.
Dat wij toch meer gaan beseffen, dat Gods Geest niet ‘alleen maar’ Zijn Geest is, maar vooral Zijn HEILIGE Geest! En deze Geest wijkt uit ons leven, als daar geen HEILIGMAKING is.
Lees wat God Zijn volk verwijt in Haggaï 2 vers 15 (HSV): “En zo is al het werk van hun handen. Wat zij daar aanbieden (SV: offeren), ONREIN is het!” Offers brengen voor de Heer is niet voldoende; er moet ook heiligmaking zijn! Het “Huis” (de “Tempel”) moet worden afgebouwd, vervolmaakt.
Wanneer wij geen acht slaan op Jezus’ verlangen om éénmaal een vlekkeloze, volmaakte Bruidsgemeente te ontmoeten, raken wij in de wateren van Laodicea verzeild. God zal ons uitspuwen! En als wij niet oppassen, zal het met ons net zo gaan als met Ananias en Saffira eertijds (zie Hand. 5:1-11).
Wie de heiligheid negeert van de Heilige Geest, zal er uiteindelijk toe komen om deze Heilige Geest te bedriegen!
Even terzijde: Ananias en Saffira kwamen mede tot hun zonde, omdat zij ‘eer uit goede werken’ nastreefden. Pas op voor werkheiligheid. Zoek de “eerste liefde” (de vurige liefde tot God en Zijn gebod)!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

H. Siliakus[7]

[1] In Deut. 6:4 staat: “Luister, Israël! De HERE, onze God; de HERE is één! (dus één Persoon!) (HSV).
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (d.i. geslagen) (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een EENheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit drie personen bestaat, is een dwaling. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
1. de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
2. de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
3. de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest.
• Zie eventueel – op onze website
http://www.eindtijdbode.nl/ – ook nog de studie: “De natuurlijke mens en de Heilige Geest” van CJH Theys.
[2] Zie eventueel op onze website de studie: “Geroepen om te worden gemaakt tot Gods doel met de mens:
een eeuwige, heilige tempel van onze almachtige God en Vader” van E. van den Worm.
[3] Zie eventueel op onze website de studie:
“De uiteindelijke, Goddelijke HEERLIJKHEID van de ware Gemeente/Kerk van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeente/ Kerk” van E. van den Worm.
[4] De nieuwe (tijds)bedeling = De periode die de verhouding tussen God en mens NA Christus’ (1ste) komst aangeeft.
[5] De ‘Vroege Regen’ is het beeld is van de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag (zie Hand. 2), en was nodig voor het ontstaan van de Nieuwtestamentische Gemeente. Terwijl de ‘Spade (of Late) Regen’ het beeld is van de uitstorting van de Heilige Geest in de eindtijd (zie Joël 2:23b en 28-29), en dit is nodig om nog vele zielen te kunnen winnen voor Christus (zie o.a. Matth. 24:14).
[6] Zie noot 2.
[7] Uit het blad ‘De Tempelbode’ van juni 1987. Enigszins bewerkt door A. Klein

zondag 23 mei 2010

Boekbespreking 9: Een ANDER geluid - Wie is de VROUW uit Openbaring 12 ?


Een artikel van A. Klein,
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

“En er werd een GROOT TEKEN gezien in de hemel; namelijk een VROUW, bekleed met de zon, en de maan was onder HAAR voeten, en op HAAR hoofd een kroon van twaalf sterren; 2 En ZIJ was zwanger, en riep, barensnood hebbende, en zijnde in pijn om te baren. 3 En er werd een ander teken gezien in de hemel; en ziet, er was een grote rode draak, hebbende zeven hoofden, en tien hoornen, en op zijn hoofden zeven koninklijke hoeden. 4 En zijn staart trok het derde deel van de sterren des hemels, en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de VROUW, die baren zou, opdat hij HAAR kind zou verslinden, wanneer ZIJ het zou gebaard hebben. 5 En ZIJ baarde een mannelijke zoon, die al de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede; en HAAR kind werd weggerukt tot God en Zijn troon. 6 En de VROUW vluchtte in de woestijn, alwaar ZIJ een plaats had, HAAR van God bereid, opdat zij HAAR aldaar zouden voeden duizend tweehonderd zestig dagen (d.i. 3½ jaar). … 13 En toen de draak zag, dat hij op de aarde geworpen was, zo heeft hij de VROUW vervolgd, die het manneke gebaard had. 14 En (aan) de VROUW zijn gegeven twee vleugels (als) van een grote arend, opdat zij zou vliegen in de woestijn, in haar plaats, alwaar zij gevoed wordt een tijd, en tijden, en een halve tijd (d.i. 3½ jaar), buiten het gezicht van de slang. 15 En de slang wierp uit haar mond achter de VROUW water als een rivier, opdat hij HAAR door de rivier zou doen wegvoeren. 16 En de aarde kwam de VROUW te hulp, en de aarde opende haar mond, en verzwolg de rivier, welke de draak uit zijn mond had geworpen. 17 En de draak vergrimde op de VROUW, en ging heen om krijg (d.i. oorlog) te voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden Gods bewaren, en het getuigenis van Jezus Christus hebben.” (Openb. 12:1-6 en 13-17, SV)

Om te beginnen: DEZE VROUW is en kan (in het licht van de Bijbelse profetie en de openbaring van Gods Geest) niemand anders zijn dan “de Bruid van het Lam van God”. Zij is die glorieuze Gemeente, waarvan de Heilige Geest spreekt in Efeze 5 vers 27: “een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar die heilig en onberispelijk is”! Met andere woorden: zij is hier “volmaakt geworden”, zondeloos, doordat zij gekomen is “tot de mate van de grootte van de volheid van Christus” (zie Ef. 4:13b).
Kan dit waar zijn? Ja, en ALLEEN omdat “de volheid van de Godheid Lichamelijk” in haar woont (zie Kol. 2:9, Ef. 3:19b, 4:13b). En dit wordt gesymboliseerd door die zon, maan, en die sterren (uit Openb. 12:1)! Respektievelijk het beeld van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Wie de VROUW uit Openbaring 12 NIET is
1.
Velen zien in deze “VROUW” het volk ISRAËL en in de “mannelijke zoon” de CHRISTUS.
Ten eerste: Het volk Israël was – als volk in het verleden – nooit, en bij de geboorte van Christus in het geheel niet, in zulk een staat van heiligheid en heerlijkheid gebracht, als hier (in Openb. 12:1) beschreven.
Ten tweede: Johannes moest bij het aanschouwen van de visioenen (of: gezichten – zie noot[1]) op Patmos schrijven over “hetgeen IS en hetgeen geschieden zal NA DEZEN (dit is: NA dit ogenblik – zie Openb. 1:19). De beelden van deze openbaringen van Christus betreffen dus IN HET GEHEEL NIET gebeurtenissen uit het VERLEDEN, zoals de geboorte van de Heiland er één is. Bovendien werd Christus na Zijn geboorte helemaal niet “weggerukt tot God en Zijn troon” (zie Openb. 12:5b). Jezus werd wel ongeveer 2 jaar na Zijn geboorte (zie Matth. 2:16) weggebracht naar EGYPTE om de moordende hand van Heródes te ontlopen (zie Matth. 2:13-18).

2. Anderen noemen deze “VROUW” inderdaad de Gemeente (of: de Gemeente-van-alle-tijden), maar haar zoon de CHRISTUS!
Ten eerste: De Gemeente bestond bij de geboorte van Christus nog helemaal niet, maar ontstond pas bij de eerste Pinksterdag.
Ten tweede: Christus is in het geheel niet voortgekomen uit de Gemeente, maar het OMGEKEERDE is waar! De Gemeente is voortgekomen uit Christus!

3. Weer anderen zien in deze “VROUW” Maria, de moeder van Jezus, en in haar zoon, de CHRISTUS.
Hoewel Maria waarlijk wel een heilig en ingetogen leven had geleid, voldoet zij toch niet aan dit grootse beeld van Openbaring 12 (zie noot). Vooral ontbrak aan haar aardse leven “de 12-sterrige kroon”, beeld van de machtige werken in de kracht van de Heilige Geest, dat reiken zou tot aan de einden der aarde (3 x 4 – zie noot)!
Bovendien zijn én Maria én de onvolprezen geboorte van de Christus ZAKEN UIT DE VERLEDEN TIJD en hier dus NIET terzake doende! (Want er staat, zoals al eerder vermeld, duidelijk in Openbaring 1:19 geschreven: “hetgeen IS en hetgeen geschieden zal NA DEZEN").

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1]
En deze Openbaring (dit “gezicht”) kreeg Johannes ongeveer 90 na Christus. Dus vele jaren NA de geboorte, en zelfs vele jaren NA het sterven en de hemelvaart van Christus.

maandag 10 mei 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 1

DDe






Deel 1:
De doop met de Heilige Geest[1]







Hoevelen kunnen gedoopt worden met de Heilige Geest?
Alle argumenten van de tegenstanders ten spijt leert de Bijbel, dat deze doop (met de Heilige Geest) voor onze tijdsbedeling, ja, voor onze dagen is. Ook is het in overeenstemming met de Schriften, als wij geloven, dat deze doop het voorrecht is van ALLE gelovigen, van hen namelijk, die “geloven zoals de Schrift zegt”.
Zoals in Johannes 7:38-39 geschreven staat: “Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: stromen van levend water zullen uit zijn buik (NBG: uit zijn binnenste) vloeien. (En dit zei Hij over de Geest, Die zij, die in Hem geloven, ontvangen zouden; want de Heilige Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.)” (HSV)
Onder “het gedoopt worden met de Heilige Geest” versta ik die ervaring, zoals die werd medegedeeld aan de heidenen in Handelingen 10:44-48: “Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen die het Woord hoorden. En de gelovigen die uit de besnijdenis waren, zovelen als er met Petrus meegekomen waren, stonden er versteld van dat de gave van de Heilige Geest ook op de heidenen uitgestort werd, want zij hoorden hen spreken in vreemde talen en God groot maken. Toen antwoordde Petrus: Kan iemand soms het water weren, zodat deze mensen, die evenals wij de Heilige Geest ontvangen hebben, niet gedoopt zouden worden? En hij gaf opdracht dat zij gedoopt zouden worden in de Naam van de Here.” (HSV)

Vooraf enkele begrippen
Voordat wij verder gaan, wil ik het eerst met u hebben over enkele begrippen, als “dopen”, “vervuld worden met”, “uitgestort worden” en “gave van de Geest”. Deze termen lijken ingewikkeld, maar zijn zo eenvoudig.
• “Dopen”. Dit begrip moeten wij in letterlijke zin verstaan; het moet worden gelezen als “onderdompelen”.
• “Vervuld worden met”. Ook hier weer moet men het in de eenvoudigste zin lezen, namelijk als “volgemaakt worden met.”
• “Uitgestort worden”. Voor zover dit begrip in verband staat met de Heilige Geest, wil het zeggen, dat de Geest van de hemel (dat is: van boven) naar de aarde (dat is: naar beneden) werd uitgezonden in het menselijk leven. In dezelfde zin dus als water, dat uit een kan wordt uitgestort (uitgegoten) in een glas, net zo lang, totdat het glas vol water is.
• De term “gave van de Geest” geeft ons duidelijk te verstaan, dat de Heilige Geest NIET kan worden verdiend als een zekere beloning op verrichte arbeid. Hij (d.i. de Heilige Geest) is Gods GENADE-GAVE!
Handelingen 1:5: “want Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.” (HSV)
Laten wij deze tekst vergelijken met Handelingen 2:1-4: “En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen. En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En er werden door hen tongen als van vuur gezien, die zich verspreidden, en het zette zich op ieder van hen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.” (HSV)













'La Pentecôte' van Jean II Restout, 1732 (foto: Webgallery of Art, wga.hu)



Het is uit deze teksten duidelijk, dat Jezus “vervuld worden met de Heilige Geest” bedoelde, toen Hij in Handelingen 1:5 sprak van “gedoopt worden met de Geest”, en dus hebben deze termen een gelijke betekenis.
Soms beweert men, dat met “gave van de Heilige Geest” iets anders bedoeld wordt dan met “doop met de Heilige Geest”. Deze bewering heeft echter geen enkele grond, daar nergens in de Bijbel van enig verschil gesproken wordt. In de meeste gevallen blijkt, dat degenen die dit zeggen eenvoudig “napraters” zijn. Dit laatste ligt de mensen beter, omdat dit zoveel gemakkelijker is dan zelf de Bijbel te onderzoeken.
Laten wij nagaan waar deze term geschreven staat.
In Handelingen 2:38-39 staat: “En Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal.” (HSV)
Jaren na zijn bovengenoemde rede predikte Petrus tot de huisgenoten van Cornelius. Zij waren allen heidenen, de heer des huizes inbegrepen. In Handelingen 10:44-46 lezen wij dan: “Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen die het Woord hoorden. En de gelovigen die uit de besnijdenis waren, zovelen als er met Petrus meegekomen waren, stonden er versteld van (SV: ontzetten zich) dat de gave van de Heilige Geest ook op de heidenen uitgestort werd, want zij hoorden hen spreken in vreemde talen en God groot maken.” (HSV)
Als de “gave van de Heilige Geest” iets anders was dan de “doop met de Heilige Geest” of als er in deze ‘zaak’ enig verschil viel te constateren, dan moet hier toch worden opgemerkt, dat de Heilige Geest in het geval van Cornelius op gelijke wijze te werk ging als op de eerste Pinksterdag. Immers in Handelingen 11:15 voerde Petrus ter rechtvaardiging aan: “En toen ik begon te spreken, viel de Heilige Geest op hen, evenals op ons in het begin.” Hij vervolgde met te zeggen: “En ik herinnerde mij het woord van de Here, hoe Hij zei: Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden” (Hand. 11:16, HSV). Waarna Petrus betoogde: “Als God dan aan hen dezelfde gave geschonken heeft als aan ons die in de Here Jezus Christus geloven, wie was ik dan dat ik God zou kunnen tegenhouden?” (Hand. 11:17, HSV).
Voor Petrus was dus de “gave van de Heilige Geest” gelijk aan de “doop met de Heilige Geest”. Zijn verduidelijking – door middel van de woorden “dezelfde gave” (zie de Bijbeltekst hierboven) – dient voor hen, die alsnog zouden willen tegenstaan, tot onderschrijving van deze gedachte.

De doop met de Heilige Geest is voor ALLE gelovigen
Daar zijn nog altijd gelovigen die beweren dat alleen maar de apostelen werden gedoopt met de Heilige Geest, aangezien Jezus slechts met hen hierover sprak.
Dat Jezus vóór Zijn hemelvaart alleen maar met de apostelen sprak, is boven alle twijfel verheven. Immers, in Handelingen 1:2 staat geschreven dat Hij bevelen aan de apostelen gaf en in Handelingen 1:4 dat Hij met de apostelen vergaderd was. Dat er geen vrouwen bij waren, wordt bewezen door de aanspreking van de engel, nà Jezus' hemelvaart, die zei: “Galilese mannen” (zie Hand. 1:11).

KLIK HIER als u deze studie (hoofdstuk 1) – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

[1] Als u meer wilt weten over Gods Heilige Geest, zie dan – op onze website http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie “De natuurlijke mens en de Heilige Geest”, ook geschreven door CJH Theys.