Posts tonen met het label scheiding tussen 'wijs en dwaas'. Alle posts tonen
Posts tonen met het label scheiding tussen 'wijs en dwaas'. Alle posts tonen

vrijdag 24 december 2010

Een toegerust volk

.

















Eerste en tweede komst
Vergelijken wij het Bijbels verslag van Christus’ eerste komst naar deze wereld met wat diezelfde Bijbel ons vertelt over Zijn wederkomst, dan zien wij duidelijke verschillen en tegenstellingen, maar ook treffende overeenkomsten en parallellen. Het grootste verschil zal hierin bestaan, dat Christus bij Zijn wederkomst niet langer de verachte en lijdende Knecht des Heren zal zijn, maar geopenbaard zal worden als de Koning der koningen en de Here der heren. Hij zal komen in grote kracht en heerlijkheid en niet slechts enkelen, zoals bij Zijn eerste komst, maar ALLEN zullen voor Hem buigen, ook degenen die hem “doorstoken” en verworpen hebben. Hij kwam om het “genadejaar van de Heer” in te luiden (zie Jes. 61:2a, NBV), de zgn. ‘tijdsbedeling der genade’[1]. Hij komt straks terug om ook dat andere dat in Jesaja 61, vers 2b, genoemd wordt nog te doen, namelijk om uit te roepen “de dag van de wraak van onze God” (HSV), “wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Here Jezus Christus NIET GEHOORZAAM zijn” (2 Thess. 1:8, HSV). Maar bij alle verschil tussen deze twee komsten van de Here, zullen er toch ook overeenkomsten zijn. Hij kwam bij Zijn eerste komst voor “het Zijne”, Hij zal straks ook wederkomen voor “het Zijne”, waarmee dan echter niet langer de afstammelingen van Abraham “naar het vlees” bedoeld worden, maar de GEESTELIJKE kinderen van Abraham, de WARE gelovigen.
Toen Jezus als mensenzoon geboren werd in een stal te Bethlehem, was dat – geestelijk gesproken – in een zeer donkere tijd. Als Hij wederkomt zal echter de donkerste nacht die er ooit geweest zal zijn, over de wereld zijn gedaald. Nog een andere parallel tekent zich af, als wij letten op het onverwachte, waardoor beide komsten worden gekenmerkt. Dit is een zeer belangrijk punt van overeenkomst, waar wij nu dieper op in willen gaan. Blijken zal, dat wij dan tot een belangrijke waarheid aangaande de tijd van het einde komen.

De voorloper
Om deze waarheid te “zien”, moeten wij allereerst onze aandacht vestigen op het gebeuren rondom de eerste komst van Jezus Christus. Met Zijn komst bedoelen wij dan niet alleen Zijn geboorte, maar alles wat te maken had met Zijn “openbaring aan Israël”. Een zeer opmerkelijk gegeven is, dat, voordat Jezus Zijn 3½ -jarige bediening hier op aarde begon, er eerst een andere profeet optrad, met de naam: Johannes de Doper. Misschien vragen wij ons af welke bedoeling God hiermee heeft gehad. Nu, het lijkt voor de hand te liggen, want hij moest immers de “voorloper” van de Messias zijn, de “wegbereider”, de heraut die voor de Koning uitging! Dat is zeker. Maar WAAROM moest er eerst zo’n voorloper komen? Wij denken toch niet dat God daartoe alleen maar besloot, omdat dit te doen gebruikelijk was in die dagen?! God trekt Zich, als regel, niets aan van gebruiken en gewoonten van mensen.
De komst van Johannes de Doper is echter een onderdeel van de komst van Jezus Christus dat beslist een nadere bestudering behoeft! Het was niet zomaar “voor de vorm”, dat er een voorloper voor Jezus uitging om Zijn komst aan te kondigen. Als wij de werkelijke reden voor de zending van Johannes de Doper willen weten, dan moeten wij kennisnemen van wat Gods boodschapper, de engel Gabriël, hierover heeft gezegd. En deze (Goddelijke) Boodschap vinden wij opgetekend in Lukas 1 vers 13-17 (HSV):
“Maar de engel zei tegen hem: Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elizabet zal u een zoon baren en u zult hem de naam Johannes geven. En er zal blijdschap en vreugde voor u zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden, want hij zal groot zijn voor de Here. Geen wijn en geen sterkedrank zal hij drinken en hij zal al van de moederschoot af met de Heilige Geest vervuld worden, en hij zal velen van de Israëlieten bekeren tot de Here, hun God. En hij zal voor Hem uitgaan in de geest en de kracht van Elia, om het hart van de vaderen te bekeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen, om voor de Here een toegerust volk gereed te maken.”
Met name het 17de vers is nu voor ons van belang. Daar zegt Gabriël over Johannes: “En hij zal voor Hem (d.i. de Here Jezus) uitgaan... om voor de Here een TOEGERUST volk gereed te maken”. Hier wordt het eigenlijke doel van Johannes’ komst en bediening ontsluierd. Het was nodig dat Johannes eerst kwam, opdat onze Heer een “toegerust” ofwel een gereedgemaakt volk zou vinden als Hij kwam. Toch, ondanks dat men weet van Johannes’ prediking aan de oever van de Jordaan, wordt maar zelden bij dit eigenlijke doel van zijn komst stilgestaan.

Was de tijd rijp ?
Toen Jezus, de Messias, werd geboren, waren er maar weinigen die Hem verwachtten. De Bijbel noemt slechts bij name de oude Simeon en Anna, die door Goddelijke openbaring wisten, dat het kind Jezus de beloofde Messias was. En alhoewel er ook nog anderen zijn geweest “die de verlossing verwachtten” (zie Luk. 2:38), was hun aantal gering, want van opschudding over het bericht van de geboorte van de Messias is geen sprake. Dat was wel het geval toen later de “wijzen uit het oosten” kwamen (zie Matth. 2:1-3), maar dat kwam omdat het een publiek gebeuren was. Kenmerkend is echter dat er bij de priesters en Schriftgeleerden geen spoor van enthousiasme te bespeuren is, als zij van de wijzen vernemen, dat de Messias geboren moet zijn. En, zoals de leidslieden zijn, zo is het volk!
Satan had het goed voor elkaar, zo leek het althans, want toen Jezus kwam was er geen plaats voor Hem in de wereld. Weliswaar was de tijd (d.i. Gods tijd) rijp voor Zijn komst, want… Jezus kwam in “de volheid van de tijd” (zie Gal. 4:4, HSV). God Zelf had ervoor gezorgd dat de mensheid in geestelijke ontwikkeling zover was en dat de toestand in de wereld zo geordend was, dat die wereld “rijp” was om de Messias en Zijn boodschap te ontvangen; Hij had daarvoor het Griekse denken en de Romeinse staatkundige bekwaamheid gebruikt. Maar er was grote geestelijke duisternis. De machthebber van deze wereld, satan, had de wereld en ook het Joodse volk zó in zijn greep, dat het erop leek dat van Gods plan met de wereld niets meer terecht kon komen. De “door-elkaar-werper”, de satan (in het Grieks: diabolos), had van deze wereld één grote geestelijke woestenij gemaakt, een wildernis! Dit is echter niets vreemds, want het is bekend, dat waar God werkt, daar is ook altijd de satan bezig. Uit Genesis 1 vers 2 leren wij echter al, dat als er door toedoen van de duivel een grote chaos ontstaan is, dat dan Gods Geest gaat werken. Dit is één van de patronen die wij in het Goddelijk Raadsplan der Eeuwen telkens weer tegenkomen.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

H. Siliakus[2]


[1] De ‘tijdsbedeling der genade’ = Het tijdperk van de Gemeente en van de Heilige Geest (van in totaal 2000 jaar), dat begon NA Christus’ (1ste) komst.
[2] Uit: “De Tempelbode” van december 1984. Enigszins bewerkt door AK.



dinsdag 24 augustus 2010

Het paslood-oordeel

.









Een tijd van beslissing
De Schrift openbaart ons, dat in de laatste dagen van de huidige (tijds)bedeling[1] niet alleen allerlei ontwikkelingen in het laatste stadium zullen komen, maar ook, dat dit laatste stadium voor de mens het beslissende stadium wordt. De ongerechtigheid en de zedeloosheid zullen niet alleen tot een triest hoogtepunt komen, het zal er zelfs op uitlopen dat de gewetens van de mensen toegeschroeid worden (zie 1 Tim. 4:2). En zo’n dichtgebrand geweten maakt een mens onbereikbaar voor de boodschap van redding en verlossing door Jezus Christus. Het beslissende karakter van de laatste dagen van het tijdperk van Genade[2] komt vooral hierin tot uiting, dat het een tijd van scheiding zal zijn. Wij hebben dan niet op het oog scheidingen die door mensen worden bewerkt, maar een scheiding waarin God de hand heeft[3]. Op grond van een heel eenvoudige en duidelijke beoordelingsmaatstaf zal God scheiding aanbrengen. Deze maatstaf is even eenvoudig en begrijpelijk voor iedereen als de maatstaf die God in de dagen van Noach aanlegde. God maakte toen scheiding tussen “mensen IN de ark” en “mensen BUITEN de ark”. Wie aan de toorn van God wilde ontkomen, moest eenvoudig “IN de ark” zijn (beeld van het zijn: IN de schuilplaats van de Allerhoogste, zie Psalm 91). God gaat straks met een vergelijkbare maatstaf opnieuw “meten”. Voor allen van wie hun werken dan niet “vol” worden gevonden voor God, zal Christus (weder)komst – Zijn 1ste, ONzichtbare wederkomst, als Bruidegom[4] – dan zijn als de verschijning van “een dief in de nacht”.
Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Here komt als een dief in de nacht (d.i. onverwachts) (1 Thess. 5:2, HSV). “Wees dan waakzaam (SV: Waakt dan), want u weet niet op welk moment uw Here (weder)komen zal” (Matth. 24:42, HSV).
Vergelijk ook nog Openbaring 3:2-3.[5]
.
De drie visioenen van Amos
Eén van de Schriftgedeelten waarin over dit beslissend handelen van God wordt gesproken is Amos 7 vers 7-9, “Het visioen van het paslood”:
• “Dit heeft Hij mij laten zien, en zie, de Here stond op een loodrechte muur met een paslood in Zijn hand. Toen zei de HERE tegen mij: Wat ziet u, Amos? Ik zei: Een paslood. Daarop zei de Here: Zie, Ik ga een paslood plaatsen in het midden van Mijn volk Israël. Ik zal het niet langer voorbijgaan (d.i. niet langer genade hebben). Verwoest zullen worden de offerhoogten van Izak, de heiligdommen van Israël zullen worden verwoest, en tegen het huis van Jerobeam zal Ik opstaan met het zwaard.” (HSV)
Laat niemand zeggen, dat de profetieën van Amos al in de Oudtestamentische tijd zijn vervuld en dat zijn geschrift dus alleen maar “historische waarde” zou hebben. Er is ten aanzien van het Oudtestamentische Israël (zeker) sprake van een “vóórvervulling”, maar de “eindtijdvervulling” moet nog komen!
Voordat Amos dit “visioen van het paslood” kreeg, ontving hij eerst twee andere visioenen. Er blijkt een lijn van het eerste visioen naar het derde te lopen. Driemaal blijkt God voornemens te zijn geweest om gericht te houden, om over te gaan tot straffen. Maar tot tweemaal toe weet Amos God te bewegen Zijn voornemen niet uit te voeren. Hier wordt de kracht van de voorbede en de kracht van het gebed van de RECHTVAARDIGE gedemonstreerd! Zoals Abraham op de bres stond voor Sódom en Gomorra, en zoals een Mozes en een Daniël gepleit hebben voor Israël, opdat God dat volk genadig mocht zijn, zo horen wij ook Amos – tot tweemaal toe – bidden: “Here HERE, vergeef toch! Hoe zou Jakob staande kunnen blijven? Hij is immers klein! (zie Amos 7:2 en 5, HSV).
.
Misvattingen
Daar zijn met betrekking tot deze drie visioenen van Amos twee misvattingen mogelijk.
De eerste misvatting is deze:
“De voorspellingen van de eerste twee visioenen zullen nooit uitkomen.” Maar, niets is minder waar! Wij vergissen ons zeer als wij denken dat, door de voorbede van Amos, de gerichten van de eerste twee visioenen definitief van de baan zouden zijn. Weliswaar werden deze oordelen in de Oudtestamentische tijd aan het toenmalige Israël niet voltrokken, maar voor de huidige Israëlvolkeren[7] èn voor de huidige heidenvolkeren staan de zaken er nu anders voor.
In Openbaring 9:1-12 lezen wij dat de “sprinkhanenplaag” (Amos’ eerste visioen – zie Amos 7:1-3) tòch komt. Wanneer de satan uit de hemel is geworpen en hij de “put van de afgrond” zal hebben geopend, zal een legioen aan demonische machten en geweldgeesten “sprinkhanen” genaamd – de goddeloze mensheid vijf maanden pijnigen. En ook de “vuurplaag” (Amos’ tweede visioen – zie Amos 7:4-6) zal komen. In het volgende gedeelte van Openbaring 9 (vers 13-21) vernemen wij hoe het derde deel van de dan levende mensheid – door vuur, rook en zwavel – in een wereldwijde oorlog, wordt gedood. Hoe betekenisvol is het dat deze oorlog ontbrandt, nadat daartoe vanuit het Gouden Reukaltaar in de hemel bevel gegeven is (zie Openb.9:13). Dat wil zeggen dat de gebeden en voorbiddingen van de heiligen (ook die van Amos) niet langer de hellemachten zullen kunnen beteugelen. Al lijkt het dat God – op Amos’ voorbede – ervan afzag om te straffen met sprinkhanen en met vuur, toch is het niet zo. Wij kunnen stellen dat God ervan afzag in het tijdperk waarin Amos leefde, voor het oude Israël. Maar voor het laatste der dagen moeten wij wat wij lezen in Amos 7 vers 1-9 zó verstaan – en dat leert de Schriftsamenhang ons ook – dat éérst het “pasloodvisioen” vervuld zal worden (en wel: vóór de Grote Verdrukking), maar daarna zullen ook de twee andere visioenen in vervulling gaan (namelijk: aan het begin van de Grote Verdrukking).
.
Christus gaat “meten”
De tweede misvatting die kan rijzen, is:
“Het ‘paslood-oordeel’ is geen echte straf.” Het lijkt een tamelijk vredig tafereel: de Here, staande op een muur, met een paslood in Zijn hand. Maar het “pasloodvisioen” is wel degelijk een óórdeels-visioen. Het paslood-oordeel is wel degelijk een straf. Wanneer wij werkelijk weten wat Gods genade is, zal deze misvatting trouwens niet in ons op (kunnen) komen. GODS GENADE IS NOOIT EEN “DOOR DE VINGERS ZIEN” (van het volharden in zonde en ongerechtigheid – noot AK)! Dit moet men goed onthouden!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

H. Siliakus[8]


[1] De huidige (tijds)bedeling = De periode die de verhouding tussen God en mens NA Christus’ (1ste) komst aangeeft.
[2] Het tijdperk van Genade = Het tijdperk van de Gemeente en van de Heilige Geest (van in totaal 2000 jaar).
[3] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie “Drie grote toekomstige scheidingen”, van H. Siliakus.
[4] Zie eventueel op onze website de studies “De Wederkomst van Christus nader bekeken” van A. Klein en/of “Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde”, van E. van den Worm.
[5] Wees waakzaam (SV: wakende) en versterk het overige dat dreigt te sterven, want Ik heb uw werken niet vol bevonden voor God. Bedenk dan hoe u het (ware geloof) hebt ontvangen en gehoord, en houd het vast (d.i. het Woord gehoorzamen, ernaar handelen) en bekeer u. Als u dan niet waakzaam bent, zal Ik bij u komen als een dief en u zult beslist niet weten op welk uur Ik bij u zal komen.” (Openb. 3:2-3, HSV)
[6] Aartsvader Jakob kreeg, na zijn worsteling bij Pniël (zie Gen. 32:24-32), van God zelf de naam Israël. En de zonen van Jakob worden al spoedig de zonen van Israël genoemd (zie Gen. 46:8, Exod. 1:1-5) Onder Jakob kunnen we dus verstaan: De 12 stammen van Israël, genoemd naar de 12 zonen van Jakob. Zie ook nog noot 7.

[7] Veel christenen denken bij Israël en/of Israëlieten aan de Joden en bij de Joden aan Israël en/of Israëlieten. Nu is dat op zich niet verkeerd, maar Israël bestaat – nog steeds – uit 12 stammen, ook al zijn er 10 stammen die men ‘verloren stammen’ noemt. {Vanwege de lengte van deze noot: lees s.v.p. verder op de PDF}.
De 144.000 komen straks toch echt uit alle 12 stammen en dus kunnen die 10 andere stammen niet verloren zijn (hooguit – nog – onbekend bij de mensen, maar niet bij God).
• Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – het artikel "ANDER nieuws over ISRAËL – De zoektocht naar de Israëlische identiteit van ALLE 12 stammen” (dus ook van ‘de 10 verloren gewaande stammen’) van A. Klein.
[8] Uit “De Tempelbode”van december 1981. Enigszins bewerkt door A. Klein.

dinsdag 23 maart 2010

Boekbespreking 5: Het boek JOB, over het lijden en de strijd van de Bruidsgemeente



Een Bijbelstudie van H. Siliakus,
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.


Job, een beeld van de Gemeente
De rechtvaardige Job, de man uit het land Uz, is een voorbeeld van een trouw en waarachtig kind van God. Zonder zulke kinderen Gods zou er geen sprake kunnen zijn van de ware Gemeente of Kerk van Jezus Christus. Job is ook een typebeeld van deze Gemeente/Kerk. Zijn trouw in het dienen van God en het onderhouden van zekere inzettingen[1], alsook zijn nauwgezetheid in handel en wandel, weerspiegelen het optreden van de ware Gemeente/Kerk in deze wereld. Het maken van een vergelijking tussen Job en de Gemeente van Christus wordt bovendien gerechtvaardigd door nog een aantal andere feiten. God had veel op met deze Job en had hem lief. Dit proeven wij uit hetgeen Hij zegt tot de satan over Zijn knecht Job (zie Job 1:8). Zo heeft ook Christus Zijn Gemeente lief. Zo lief, dat Hij Zijn leven voor haar gaf (zie Ef. 5:25). God zegende Job en Zijn oog rustte op hem en zijn gezin om hen voor het kwade te bewaren (zie Job. 1:10). Desgelijks doet Christus ook met Zijn Gemeente (zie Ef. 4:16, 5:23). Om de één of andere reden liet God nochtans toe, dat satan Job aanviel en hem schade toebracht (zie Job 1:12). In het Nieuwe Testament lezen wij, dat de satan probeert de volgelingen van Jezus te ziften als de tarwe (zie Luk. 22:31) en dat hij rondgaat als een briesende leeuw, zoekende hen te mogen verslinden (zie 1 Petr. 5:8-9). Dit alles onder de toelating des Heren. Wat het boek Job schrijft over de macht die satan wordt verleend, grijpt in feite terug op de macht waarover God hem laat beschikken vanaf de zondeval van de mens. En deze macht wendt de satan ook in de Nieuwe Bedeling[2] vooral aan tegen de kinderen Gods. Vertroostend en bemoedigend is het echter te weten, dat de duivel ons niet uit Gods handpalmen kan rukken. Ook dit leren wij uit de geschiedenis van Job.

Beproevingen van de laatste dagen
In de laatste dagen van de huidige tijdsbedeling zullen de beproevingen die de getrouwe navolgers van Christus te verduren hebben, als gevolg van het woeden en tekeergaan van de satan, nog groter worden en heviger. Dit vernemen wij op vele plaatsen in het profetisch Woord, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. Het zal “een boze tijd” zijn, zegt Amos, wanneer “zij benauwen de rechtvaardige” (zie Amos 5:12-13). En Jezus heeft voorzegd: “Alsdan zullen zij u overleveren in verdrukking” (zie Matth. 24:9-10). Ook in het boek Job vinden wij een verwijzing naar die zware tijd. Deze toename van de beproevingen komt naar voren in de tweede ontmoeting tussen God en de satan, beschreven in hoofdstuk 2, waarbij aan de laatstgenoemde een nog grotere vrijheid gegeven wordt bij het belagen van Job. Over deze nog zwaardere beproevingen, waaraan vanaf het tweede hoofdstuk het gehele boek Job gewijd is, zal het in deze studie voornamelijk gaan. Job is dan niet langer alleen het type van de ware Gemeente/Kerk, maar meer in het bijzonder een type van de Bruidsgemeente die in de laatste dagen zal worden gevormd door de werkingen van het Woord en van de Heilige Geest. Ons wordt hier, in het boek Job, een blik vergund op het lijden en de strijd die deze Bruidsgemeente van Christus zal hebben te verduren.

Het land Uz
Job – de meest waarschijnlijke en tevens de meest aansprekende betekenis van zijn naam is “de vervolgde” – is vooral bekend vanwege zijn getuigenis: “Ik weet, dat mijn Verlosser leeft!” (Job 19:25a)[3]. Dit bevestigt nog eens, dat hij een (wonder)schoon type is van de ware Kerk of Gemeente van Jezus Christus, die immers ook staat op deze belijdenis. Met dit getuigenis staat zij in de wereld, tegenover de dreiging van satan en alle goddeloze en antichristelijke machten en van degenen die zeggen “God-lovers” (Joden) te zijn, maar zijn het niet (zie Openb. 2:9). Het is alsof wij de Bruidsgemeente deze woorden van Job horen spreken in Openbaring 12, waar wij zien, dat de draak (d.i. satan, en hier tevens het beeld van de antichrist) vlak voor haar staat. Het is een harde en vijandig-gezinde wereld, waarin Christus’ Gemeente leeft en arbeidt. “Ik weet waar gij woont, namelijk daar (waar) de troon van de satan is”, zegt Jezus tot Zijn Gemeente in Openbaring 2 vers 13. Van Job wordt verteld, dat hij in het land Uz woonde (zie Job 1:1). … Dit omliggende gebied kunnen wij zien als het typebeeld van de wereld, waarin de ware Gemeente/Kerk en later de Bruidsgemeente van Jezus geplaatst is. Zij smaakt de vijandschap van deze wereld, maar leeft tegelijkertijd als in een oase, waar zij verkwikt wordt door de wateren des Geestes, vertoevende op de grazige weiden van Gods Woord, en schaduw en bedekking vindende onder de palmbomen van door God gegeven bedieningen.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Inzettingen = Wetten of voorschriften (van God). Zie o.a. Exod. 15 vers 26: “…en houdt al Zijn inzettingen…”.
[2] De Nieuwe Bedeling = De periode die de verhouding tussen God en mens NA Christus’ (1ste) komst aangeeft.

[3] De Bijbelteksten die in deze studie vermeld staan, zijn in principe vanuit de Statenvertaling. Natuurlijk kunt u voor uzelf, naar wens, altijd een andere Bijbelvertaling erbij gebruiken. Wel zijn er af en toe woorden – ook in de “gewone” tekst – (meestal tussen haakjes en in een kleiner lettertype) nader uitgelegd of toegevoegd.


zondag 24 januari 2010

Tot welke Gemeente behoren wij?

Naa(Naar aanleiding van Openbaring 2 en Openbaring 2 en 3).







Naar aanleiding van
Openbaring 2 en 3









De zeven Gemeenten uit het Bijbelboek Openbaring, hoofdstuk 2 en 3, typeren niet alleen de Gemeente of Kerk uit een zevental opeenvolgende tijdvakken uit de kerkgeschiedenis, maar in de eerste plaats de (deel)gemeenten die tezamen – waarschijnlijk in een zekere tijdsopvolging – de Gemeente of Kerk van de eindtijd zullen vormen. De twee laatste Gemeenten,
1. Filadelfia en
2. Laodicea,
staan voor de twee delen waarin de eindtijdgemeente uiteindelijk uiteen zal vallen, respectievelijk:
1. “de Gemeente van de wijze maagden”, dit is de uiteindelijke Bruidsgemeente, en
2. “de Gemeente van de dwaze maagden”.[1]
Van de overige vijf Gemeenten kunnen wij zeggen dat zij zich opsplitsen in “Filadelfia-delen” en “Laodicea-delen” (zo verrijzen dan Filadelfia en Laodicea), met dien verstande dat Smyrna als GEHEEL naar Filadelfia overgaat. Tenslotte zal ook van Laodicea nog een deel (namelijk “de overwinnaars” – zie Openb. 3:21) overgaan naar Filadelfia. Om het één en ander beter te kunnen voorstellen plaatsen wij onderstaande tekening:



“Het verband tussen de zeven Gemeenten”
of
“De ontwikkeling van de scheiding in de Gemeente van de laatste dagen” (zie noot 2)

Efeze
Uit de brief aan Efeze leren wij, dat de Gemeente van de eindtijd geïnfiltreerd zal worden door vele verleiders – het eerste eindtijdteken van Jezus – zie Openbaring 2 vers 2. Met name worden genoemd de Nikolaïeten (zie vers 6). Over wat het Nikolaïtisme was en is, bestaan verschillende meningen. Volgens dr. J.A. Seiss is het een stroming die zich (in bedekte of openlijke vorm) keert tegen het algemeen priesterschap van de gelovigen (wat te lezen staat in zijn boek: “De Komende Christus”, deel 1, blz. 90). Het is onder meer de wortel van het Rooms-Katholicisme. Steeds wanneer mensen of groepen in de Gemeente zich als een geestelijke elite gaan beschouwen, is er sprake van “de werken van de Nikolaïeten” (zie vers 6). De “dwaze maagden Gemeente” zien wij bij Efeze al opdoemen, wanneer wij lezen over “het verlaten van de eerste liefde” (zie vers 4).

Smyrna

In de brief aan Smyrna maken wij kennis met een steeds brutaler optreden van geveinsde (dus: schijnheilige) en valse christenen (zie vers 9). In deze brief, waarin geen enkel verwijt voorkomt, worden tijden van vervolging en verdrukking voor Christus’ Gemeente/Kerk aangekondigd (zie vers 10). Het zijn de vervolgingen van “het Begin der Smarten” (het vijfde zegel – zie Openb. 6:9-11 en vergelijk dit met Matth. 24:8-9).

Pergamus

Een Gemeente temidden van een krom en verdraaid geslacht is het beeld van Pergamus (zie vers 13). Ook hier treffen wij een verwijzing aan naar verdrukkingen. Eveneens komen wij hier de geloofsafval tegen, waarvan wij al eerder spraken (zie vers 14-15). “De leer van Bileam” (zie vers 14) is een stroming die de Gemeente/Kerk wil verwereldlijken. Het is datgene wat wij kennen als wereldsgezindheid, een kwaad dat inderdaad in onze tijd – wij leven immers al in de tijd die wij hier bespreken – reeds grote proporties heeft aangenomen.

Thyatira

In de brief aan Tyatira wordt gesproken over moeilijke omstandigheden, waaronder de Gemeente nochtans zal volharden en standhouden (zie vers 19). Deze zware tijd houdt verband met een aanval van de krachten van verleiding, die zijn weerga niet zal hebben gekend (zie vers 20). In dit verband wordt gesproken over “de diepten van satan” (zie vers 24), het tegenovergestelde van “de diepten van het Woord”! Maar de Gemeente als geheel zal in die strijd toch triomferen (zie vers 22-23), door Goddelijk ingrijpen wel te verstaan. De volgelingen van Izébel zullen echter stellig in de Grote Verdrukking terechtkomen!

Sardis

Sardis toont de groei van de “dwaze maagden Gemeente”: in naam levend, maar in werkelijkheid geestelijk dood (zie Openb. 3:1). Hier wordt op het vóórkomen van SCHIJNBARE geestelijke oplevingen gewezen (wat dus niet “het vuur van Gods Geest” is, maar “vals vuur”)! Verder worden de werken van deze Gemeente niet “vol (d.i. onaf of onvolmaakt) gevonden voor God (zie vers 2) – een treffende parallel met de lege lampen van de dwaze maagden (zie Matth. 25:3 en 8) – vanwege toenemende lauwheid. Aan deze gelijkenis doet ook de (geestelijke) ‘slaaptoestand’ denken, die hier uitgebeeld wordt (zie vers 2-3). Opnieuw zien wij echter dat er een kleine groep getrouwen blijft, een “heilig overblijfsel”, waaruit uiteindelijk “de Gemeente van de wijze maagden” zal voortkomen (zie vers 4-5). De “witte (of onbevlekte) klederen” van vers 5 KUNNEN klederen van martelaarschap zijn (vergelijk Openb. 6:11), maar waarschijnlijker is het dat er de “Bruiloftskleding” mee bedoeld wordt (zie Matth. 22:11), de kleding der gerechtigheid.

Filadelfia

In Filadelfia aanschouwen wij dan de UITEINDELIJKE Bruidsgemeente. Want tot DEZE Gemeente wordt gezegd, dat zij de Grote Verdrukking niet behoeft mee te maken (zie vers 10). Het is een VOLMAAKTE Gemeente, want geen enkel verwijt horen wij over haar. Het ontvangen van “de Naam van God” (zie vers 12) – zijnde het bekleed worden met de volheid van de Godheid (zie Openb. 12:1 en noot 3) – is een verwijzing naar het huwelijk van deze “Bruid” (de Bruidsgemeente) met Christus. Bij het huwelijk ontvangt de vrouw namelijk de naam van de man (en dit geldt ook bij het huwelijk tussen Christus en Zijn Bruid). Ook de vereenzelviging van Filadelfia met “het nieuwe Jeruzalem”[4] is een aanduiding dat wij hier met de Bruidsgemeente te doen hebben (zie vers 12 – en vergelijk dit met Openb. 21:2). In de dagen van Filadelfia zullen de geveinsde/schijnheilige en valse christenen niet langer verborgen blijven (zie vers 9). Alle kwaad en ongerechtigheid in de Gemeente zal geopenbaard en uitgedreven worden (vergelijk de geschiedenis van Ananias en Saffira – zie Hand. 5).

Laodicea
Laodicea, tenslotte, is de “Gemeente van de dwaze maagden”, de Gemeente van die kinderen Gods die geestelijk niet “gereed” zullen zijn, wanneer Jezus wederkomt (de “dwaze maagden” behoren weliswaar tot de “aanvankelijke” Bruidsgemeente, maar niet tot de “uiteindelijke”).
Kenmerken van deze gelovigen zijn:
geestelijke lauwheid (zie vers 15-16 – vergelijk het “uit Mijn mond spuwen” met het “uitwerpen in de buitenste duisternis” van Mattheüs 25 vers 30 – het zijn verwijzingen naar de Grote Verdrukking),
zelfingenomenheid en een “groot” denken van zichzelf (verkapte hoogmoed), zie vers 17.
Het zijn eigenschappen die samengaan met wereldsgezindheid en vleselijkheid. Het is een Gemeente die een ZOGENAAMDE, schijnbare, geestelijke welvaart kent. Schijnopwekkingen en een voortdurend welslagen – voor wat betreft uiterlijke zaken – zullen haar zover brengen. Maar zij mist wat de uiteindelijke Bruidsgemeente WEL bezit, namelijk:
het “goud” van de Heilige Geest,
de “witte klederen” van reinheid en gerechtigheid (nodig om de Bruiloft van het Lam[5] in te kunnen gaan), en
de “ogenzalf” van de Heilige Geest (zodat zij met geestelijke blindheid geslagen is), zie vers 18.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.


H. Siliakus/A. Klein


  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog (met 2 maal per maand een ‘nieuwsbrief’) wilt attenderen
  • Zie voor onze Bijbelstudies www.eindtijdbode.nl/
  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld

[1] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl/ – de studie “De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd” van E. van den Worm of “Een ANDER geluid – Het verschil tussen ‘het Lichaam van Christus’ en ‘de Bruid van Christus’”, van A. Klein.
[2] Zie eventueel op onze website de studie “Drie grote toekomstige scheidingen” van H. Siliakus.
[3] “En er verscheen een groot teken in de hemel (het koninkrijk der hemelen op aarde, de Gemeente/Kerk): een vrouw (de vrouw van het Lam), bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren” (Openb. 12:1, HSV). De Bruid (NA haar huwelijk “de Vrouw” – zie noot 11) is hier bekleed en doorkleed met de drievoudige openbaring van de almachtige God (nl. de zon: beeld van de Vader; de maan: beeld van de Zoon; de sterren: beeld van de Heilige Geest).
• Vergelijk Openbaring 12:1 ook nog met Hooglied (het boek over de Bruid en Bruidegom) 6 vers 10 (NBV): “Wie is zij, die daar oplicht als de dageraad, zo helder als de volle maan, zo stralend als de zon, zo ontzagwekkend als een vaandelvrouw?”
• En ook nog met Jesaja 60 vers 1-3: “Sta op (d.i. blijf niet in uw zonden of geestelijke slaap “liggen”), word (geestelijk) verlicht, want uw licht (de Here Jezus Christus, in en door de Heilige Geest) komt en de heerlijkheid van de Here gaat over u op. 2 Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natiën, maar over u zal de Here opgaan en Zijn heerlijkheid zal over u (d.i. de Bruid) gezien worden (zie noot ). (NBG) 3 Volken laten zich leiden door jouw (van God ontvangen) licht, koningen door de glans van je schijnsel.” (NBV)
[4] Zie eventueel op onze website de studie “Het nieuwe Jeruzalem, de Bruid van het Lam van God, het Lichaam van Christus” van E. van den Worm.