Posts tonen met het label Lijden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lijden. Alle posts tonen

woensdag 24 maart 2010

Mede opgewekt – een eis voor deze tijd

.














Niet slechts om te herdenken
Wij vieren de opstanding van Jezus Christus uit de dood. Dat wij dit vieren, is eigenlijk niets bijzonders. Zo doet ook ‘de wereld’. “Ja, maar”, zegt iemand, “HOE vieren we het? Daar gaat het om!” In alle bescheidenheid gezegd, daar is een vraag die in dit verband nog veel belangrijker is. Het is deze: “Zijn wij wel mede opgewekt met Jezus??”
U kunt de opstanding van Jezus op gepaste wijze vieren, met een bezoek aan de Gemeente of Kerk erbij, zonder mede opgewekt te zijn! En toch is dit laatste het belangrijkst. Zonder mede opgewekt te zijn, blijft het voor u bij het herdenken van een historisch feit. Eigenlijk hebt u dan niets te vieren, want u bent er op geen enkele wijze PERSOONLIJK bij betrokken. Zou dit de wil van de Here Jezus zijn? Zou Hij dáárvoor al dat gruwelijke lijden hebben willen doorstaan? Opdat wij alleen maar Zijn opstanding gedenken zouden als een historisch feit? Neen, zeer beslist niet!
Jezus heeft dit alles gedaan om zielen TE VERLOSSEN uit het domein van zonde en dood, om hen te DOEN DELEN in Zijn opstanding.[1] Eenmaal sprak Jezus: “Wie in Mij gelooft, zal LEVEN…!” (zie Joh. 11:25b). Dat zei Hij, nota bene, toen er iemand gestorven was (lees Joh. 11:1-46 over ‘de opwekking van Lazarus’). Hoe reëel moet dus dit LEVEN (in Hem) zijn! Daarom de vraag: “Bent u mede opgewekt?”
Geldt ook voor ù wat Paulus zegt in Efeze 2 vers 1: “En u heeft Hij met Hem (SV: mede) levend gemaakt, u die (geestelijk gezien) dood was door de misdaden en de zonden” (lees ook nog vers 5-6). Zonder mede-opwekking is er geen toekomst voor u. Versta de ernst van deze tijd en de EIS van deze tijd! Tot (en over) de inwoners van Jeruzalem zei Jezus wenende: “Och, dat u toch uw tijd verstond en bekende wat tot uw vrede dient!” (zie Luk. 19:42). Deze mensen in Jeruzalem waren in ieder opzicht godsdienstig, de feestgezangen weerklonken altijd weer op de heilige feestdagen in de tempel. Maar… zij sloegen geen acht op de tijd, op de klok van God. Zij bekeerden zich niet (van hun zonden en ongerechtigheden) en daarom gingen zij ‘al zingende’ ten onder in 70 na Christus (de val van Jeruzalem). Zo zal straks een groot deel van de Gemeente ‘al zingende en lofprijzende’ ten onder gaan, omdat ze de EIS van deze tijd niet hebben (willen) verstaan. Ze willen de Here op hun EIGEN WIJZE dienen. Zij zijn niet mede opgewekt met Hem. Nogmaals, zonder mede-opwekking is er géén toekomst (namelijk: het vooruitzicht om, onder andere, bij de Bruiloft van het Lam te geraken – noot AK)!

Staan wij werkelijk in het NIEUWE leven ?
Als wij wat dieper op de vraag – “Ben ik mede opgewekt”? – ingaan, dan kunnen wij concluderen dat het met deze vraag al net zo is als met de vraag of u wedergeboren bent. U WEET het als het zo is. Door het getuigenis van Gods Geest IN u en door wat u ervaart. Mede-opwekking is niet hetzelfde als wedergeboorte, maar heeft er wel mee te maken. De waterdoop is een getuigenis van mede-opwekking. Maar het is geen automatisme, dat wie gedoopt is (door onderdompeling wel te verstaan) ook mede opgewekt is! Mede-opwekking volgt op de wedergeboorte, wanneer de wedergeborene ERNST maakt met het volgen van Jezus. Wie Jezus volgt, zal namelijk eerst komen tot de ervaring van het mede gekruisigd zijn met Jezus en daarna tot het mede opgewekt zijn met Hem. Jezus zei tegen Zijn discipelen: “Als iemand achter Mij (aan) wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis op nemen en Mij (na)volgen” (Matth. 16:24). Het volgen van Jezus brengt ALTIJD de kruisiging van onze wil en van ons vlees met zich mee. Wij moeten eerst één met Hem (willen) worden in Zijn lijden en sterven.[2] Daarna zullen wij Hem ook leren kennen in de kracht van Zijn opstanding.[3] Wij worden dan MEDE OPGEWEKT met Hem. Een wonderbaar werk van Gods Geest vangt dan aan in ons leven. Wij gehoorzamen dan aan een stem die roept: “Ontwaak en sta op uit de (geestelijke) dood!” en wij gaan dan wandelen als ‘wijzen’[4] en worden vervuld met de Heilige Geest[5] (zie Ef. 5:14-18). Mede opgewekt te zijn wil zeggen, dat wij waarlijk gaan WANDELEN in het NIEUWE LEVEN[6], dat ons bij de wedergeboorte (in de kiem) werd geschonken. De wereld gaat dan meer en meer zijn aantrekkingskracht op ons verliezen. Er is dan een kracht in ons werkzaam, die sterker is dan ons vlees. De “dingen van Boven” gaan dan werkelijk LEVEN voor ons en wij worden dan niet alleen “mede opgewekt”, maar ook “mede in de hemel gezet” (zie Ef. 2:6). De gelijkenis van de Koninklijke Bruiloft (zie Matth. 22:1-14) leert ons echter, dat er bij het aanbreken van de Bruiloft van het Lam vele eerstgenodigden zullen zijn, kinderen Gods (vrienden van de Bruidegom), voor wie de dingen van de wereld méér leven dan de dingen van Gods Koninkrijk! Deze gelovigen – die zich straks zullen verontschuldigen voor het Feestmaal[7] (dat vooraf gaat aan de Bruiloft van het Lam) en niet zullen aanzitten en dus geen deel zullen hebben aan dat Feest – zijn zielen die NIET mede opgewekt zijn! Ziet u hoe belangrijk deze mede-opwekking is? Het is NU het moment om uit de geestelijke slaap te ontwaken, om die dingen terzijde te schuiven waarmee “onverlichte zielen” zich ophouden en om “als op de dag” te gaan wandelen, “bekleed met (de gerechtigheid van) de Here Jezus Christus” (zie Rom. 13:11-14)!

Het gevaar van inbeelding
Zoals eerder gezegd: u WEET het, wanneer u MEDE OPGEWEKT bent met Jezus. Doch wij leven vandaag de dag in een wereld waarin machten van dwaling en leugen de overhand hebben. Ook in de gemeente (en kerk) zijn zij volop werkzaam. Eén van de verwijten van Jezus aan het adres van de gemeente van de eindtijd is: “Ik ken uw werken, dat u de naam hebt dat u (geestelijk) leeft, maar u bent dood!” (Openb. 3:1b, de brief aan de gemeente te Sardis). Hiermee in overeenstemming is, wat Paulus schrijft in 2 Timotheüs 3, namelijk: dat er vooral in de laatste dagen (van de eindtijd) veel namaak-heiligheid en schijn-godzaligheid zal zijn. Er staat onder andere geschreven: “Zij hebben een schijn van godsvrucht (SV: een gedaante van godzaligheid)...” (2 Tim. 3:5a). Om deze reden is het o zo noodzakelijk om ONSZELF te onderzoeken bij het licht van Gods Woord en Gods Geest en ONSZELF af te vragen: “Ben ik nog in het (ware) geloof?”, “Sta ik nog in het NIEUWE LEVEN[8] (van en met Christus)?”, enzovoorts. Belangrijke vragen, vooral daar wij zoveel lauwheid en wereldgelijkvormigheid zien in het Lichaam des Heren. Vele gemeenten en gelovigen dragen het stempel van Laodicea. Zij denken dat zij (in geestelijke zin) rijk zijn en aan geen ding gebrek hebben, maar in werkelijkheid zijn zij: (geestelijk) arm, blind en naakt (zie Openb. 3:17). De “Sardis-toestand” loopt uit in de “Laodicea-toestand!”[9] Wij kunnen al deze vragen weliswaar allemaal op onze eigen manier bekijken – namelijk: hoe wij leven moeten en hoe wij God moeten dienen – maar vergeet niet dat wij allen onze opvattingen zullen hebben te toetsen aan Gods Woord. Het gevaar is reëel en zeer groot, dat wij ons inbeelden te hebben wat wij niet bezitten! Denk aan de gemeente te Laodicea (zie Openb. 3:14-22). Zo is het ook met de kwestie van het mede opgewekt zijn met Jezus. Denk aan de gemeente te Sardis (zie Openb. 3:1-6). Bedrieg uzelf niet (ofwel: houd uzelf, in deze zaken die van “LEVENS”belang zijn, niet voor de gek)!

De stem van de Herder horen
Waar moeten wij vandaag dan op letten, opdat wij er zeker van zijn, dat wij mede levend gemaakt zijn met Christus? Daar is één ding waar het vooral op aan komt in deze tijd. Dat is, dat wij allen PERSOONLIJK de stem van onze Meester kennen. “Mijn schapen horen (d.i. kennen/herkennen, maar ook: luisteren naar/gehoorzamen aan) Mijn stem”, zei Jezus (zie Joh. 10:27 en vooral ook 8:47). Ziet u nu waar Jezus Zelf de scheidslijn trekt? “Mijn schapen zijn zij die Mijn stem horen”. Wij kunnen ook zeggen: Zijn schapen zijn zij die bij de Herder behoren, die Hem overal volgen en die mede gestorven en mede opgewekt zijn met Hem! Zij kennen (en herkennen) de stem van hun Overste Leidsman[10] en Herder en zij wandelen in Zijn spoor. Maria Magdalena herkende Jezus aan Zijn stem en zo werd Zijn opstanding voor haar realiteit (zie o.a. Joh. 20:16-18, Matth. 28:1-10, Mark. 16:9-11). De “Emmaüsgangers” voelden iets branden in hun binnenste, toen zij luisterden naar Jezus (zie Luk. 24:32). Zij ‘dwongen’ de Heer dan ook om bij hen binnen te komen en avondmaal met hen te houden, waarbij hun (geestelijk) ogen helemaal geopend werden. Maar bij de Laodicenzen staat Jezus buiten en klopt (nog) aan de deur van hun hart (zie Openb. 3:20), maar wie hoort Zijn stem? Ze weten het zelf zo goed. Wanneer wij vandaag de stem van de Herder der kudde horen en ons door Hem laten leiden, staan wij met Hem in het NIEUWE LEVEN en zijn wij MEDE OPGEWEKT met Hem. Wat deze Herder ook vandaag nog tot ons zegt, lezen we in Openbaring 3:18. Zij die mede opgewekt zijn met Jezus zullen zich nu daarom UITSTREKKEN naar dat “hemels goud”, beeld van de volheid van de Heilige Geest, naar die reine bruiloftsklederen en naar die zalf om waarachtig te kunnen zien (zodat we niet door de invloed van satan verleid of bedrogen te worden). Zij die mede opgewekt zijn met Jezus zullen ernaar JAGEN om straks tot de volmaakte Bruid des Heren te mogen behoren. Deze Bruid wordt door de Heilige Geest toebereid “door haar te reinigen met het waterbad door het Woord” (zie Ef. 5:26). “HOREN” is het sleutelwoord: “Wie oren heeft, laat hij (of zij) horen wat de Geest tot de gemeenten zegt” (tot 7x toe vermeld, zie Openb. 2:7, 11, 17, 29, 3:6, 13 en 22).
Zoek de werkelijke gemeenschap met Jezus. Dan zult ook u kunnen getuigen: “De Here is mijn Herder, mij zal niets ontbreken” (Ps. 23:1). Ons zal niets ontbreken. Alles wat ons NU nog ontbreekt, en dat is heel wat, zal Hij aanvullen. Wij ontvangen van Hem het volkomen leven uit Zijn opstanding!

HS [11]

[1] Zie eventueel de studie “Opstandingsleven in Christus” op ons Weblog van 2 april 2009.
[2] Zie eventueel de studie: “Lijden met Jezus” op ons Weblog van 20 maart 2009.
[3] Zie noot 1.
[4] Zie eventueel – op onze website http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie “Een ANDER geluid – Het verschil tussen ‘het Lichaam van Christus’ en ‘de Bruid van Christus’” van A. Klein/E. van den Worm.
[5] Zie eventueel op onze website de studie “De natuurlijke mens en de Heilige Geest” van CJH Theys en/of de studie “De werkingen van de Geest in de eindtijd” van E. van den Worm.
[6] Zie eventueel op onze website de studie “LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus” van E. van den Worm.
[7] In het begin van het ontstaan van de Gemeente was er het MIDDAGmaal (zie Matth. 22:4). Maar het Feestmaal wat hierboven wordt bedoeld – voorafgaand aan de bruiloft van het Lam in de eindtijd – is het AVONDmaal. Zie Lukas 14:16-24 over ‘De gelijkenis van het grote avondmaal’. De Statenvertaling heeft het juist, d.w.z. letterlijk, vertaald. Ook in de Engelstalige KJV staat a great supper”, wat ook “een avondmaal betekent.
Zie eventueel op onze website de studie “Door de Geest van God geroepen tot deelname aan het Avondmaal van de Bruiloft van Gods Lam...” van E. van den Worm.
[8] Zie noot 6.
[9] Zie eventueel de studie: “Tot welke Gemeente behoren wij?” op ons Weblog van 24 januari 2010.
[10] Zie eventueel op onze website de studie “Jezus onze Leidsman, Verlosser, Zaligmaker, Heiligmaker en Volmaker” van E. van den Worm.
[11] Een artikel van H. Siliakus uit “De Tempelbode” van april 1988, Enigszins bewerkt door A. Klein.

Mede opgewekt - een eis voor deze tijd.

dinsdag 23 maart 2010

Boekbespreking 5: Het boek JOB, over het lijden en de strijd van de Bruidsgemeente



Een Bijbelstudie van H. Siliakus,
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.


Job, een beeld van de Gemeente
De rechtvaardige Job, de man uit het land Uz, is een voorbeeld van een trouw en waarachtig kind van God. Zonder zulke kinderen Gods zou er geen sprake kunnen zijn van de ware Gemeente of Kerk van Jezus Christus. Job is ook een typebeeld van deze Gemeente/Kerk. Zijn trouw in het dienen van God en het onderhouden van zekere inzettingen[1], alsook zijn nauwgezetheid in handel en wandel, weerspiegelen het optreden van de ware Gemeente/Kerk in deze wereld. Het maken van een vergelijking tussen Job en de Gemeente van Christus wordt bovendien gerechtvaardigd door nog een aantal andere feiten. God had veel op met deze Job en had hem lief. Dit proeven wij uit hetgeen Hij zegt tot de satan over Zijn knecht Job (zie Job 1:8). Zo heeft ook Christus Zijn Gemeente lief. Zo lief, dat Hij Zijn leven voor haar gaf (zie Ef. 5:25). God zegende Job en Zijn oog rustte op hem en zijn gezin om hen voor het kwade te bewaren (zie Job. 1:10). Desgelijks doet Christus ook met Zijn Gemeente (zie Ef. 4:16, 5:23). Om de één of andere reden liet God nochtans toe, dat satan Job aanviel en hem schade toebracht (zie Job 1:12). In het Nieuwe Testament lezen wij, dat de satan probeert de volgelingen van Jezus te ziften als de tarwe (zie Luk. 22:31) en dat hij rondgaat als een briesende leeuw, zoekende hen te mogen verslinden (zie 1 Petr. 5:8-9). Dit alles onder de toelating des Heren. Wat het boek Job schrijft over de macht die satan wordt verleend, grijpt in feite terug op de macht waarover God hem laat beschikken vanaf de zondeval van de mens. En deze macht wendt de satan ook in de Nieuwe Bedeling[2] vooral aan tegen de kinderen Gods. Vertroostend en bemoedigend is het echter te weten, dat de duivel ons niet uit Gods handpalmen kan rukken. Ook dit leren wij uit de geschiedenis van Job.

Beproevingen van de laatste dagen
In de laatste dagen van de huidige tijdsbedeling zullen de beproevingen die de getrouwe navolgers van Christus te verduren hebben, als gevolg van het woeden en tekeergaan van de satan, nog groter worden en heviger. Dit vernemen wij op vele plaatsen in het profetisch Woord, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. Het zal “een boze tijd” zijn, zegt Amos, wanneer “zij benauwen de rechtvaardige” (zie Amos 5:12-13). En Jezus heeft voorzegd: “Alsdan zullen zij u overleveren in verdrukking” (zie Matth. 24:9-10). Ook in het boek Job vinden wij een verwijzing naar die zware tijd. Deze toename van de beproevingen komt naar voren in de tweede ontmoeting tussen God en de satan, beschreven in hoofdstuk 2, waarbij aan de laatstgenoemde een nog grotere vrijheid gegeven wordt bij het belagen van Job. Over deze nog zwaardere beproevingen, waaraan vanaf het tweede hoofdstuk het gehele boek Job gewijd is, zal het in deze studie voornamelijk gaan. Job is dan niet langer alleen het type van de ware Gemeente/Kerk, maar meer in het bijzonder een type van de Bruidsgemeente die in de laatste dagen zal worden gevormd door de werkingen van het Woord en van de Heilige Geest. Ons wordt hier, in het boek Job, een blik vergund op het lijden en de strijd die deze Bruidsgemeente van Christus zal hebben te verduren.

Het land Uz
Job – de meest waarschijnlijke en tevens de meest aansprekende betekenis van zijn naam is “de vervolgde” – is vooral bekend vanwege zijn getuigenis: “Ik weet, dat mijn Verlosser leeft!” (Job 19:25a)[3]. Dit bevestigt nog eens, dat hij een (wonder)schoon type is van de ware Kerk of Gemeente van Jezus Christus, die immers ook staat op deze belijdenis. Met dit getuigenis staat zij in de wereld, tegenover de dreiging van satan en alle goddeloze en antichristelijke machten en van degenen die zeggen “God-lovers” (Joden) te zijn, maar zijn het niet (zie Openb. 2:9). Het is alsof wij de Bruidsgemeente deze woorden van Job horen spreken in Openbaring 12, waar wij zien, dat de draak (d.i. satan, en hier tevens het beeld van de antichrist) vlak voor haar staat. Het is een harde en vijandig-gezinde wereld, waarin Christus’ Gemeente leeft en arbeidt. “Ik weet waar gij woont, namelijk daar (waar) de troon van de satan is”, zegt Jezus tot Zijn Gemeente in Openbaring 2 vers 13. Van Job wordt verteld, dat hij in het land Uz woonde (zie Job 1:1). … Dit omliggende gebied kunnen wij zien als het typebeeld van de wereld, waarin de ware Gemeente/Kerk en later de Bruidsgemeente van Jezus geplaatst is. Zij smaakt de vijandschap van deze wereld, maar leeft tegelijkertijd als in een oase, waar zij verkwikt wordt door de wateren des Geestes, vertoevende op de grazige weiden van Gods Woord, en schaduw en bedekking vindende onder de palmbomen van door God gegeven bedieningen.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Inzettingen = Wetten of voorschriften (van God). Zie o.a. Exod. 15 vers 26: “…en houdt al Zijn inzettingen…”.
[2] De Nieuwe Bedeling = De periode die de verhouding tussen God en mens NA Christus’ (1ste) komst aangeeft.

[3] De Bijbelteksten die in deze studie vermeld staan, zijn in principe vanuit de Statenvertaling. Natuurlijk kunt u voor uzelf, naar wens, altijd een andere Bijbelvertaling erbij gebruiken. Wel zijn er af en toe woorden – ook in de “gewone” tekst – (meestal tussen haakjes en in een kleiner lettertype) nader uitgelegd of toegevoegd.


vrijdag 20 maart 2009

Lijden met Jezus



Goede Vrijdag en Pasen – dood en opstanding:
Een ervaring of alleen maar gedenken?[1]















De weg van gehoorzaamheid
In de weg van gehoorzaamheid leren wij God waarachtig kennen. God openbaart Zich aan wie Hem gehoorzaam is. Abraham, de aartsvader, was God volkomen gehoorzaam. Daarom kon de Here Zich zo machtig aan hem openbaren en noemde Hij hem Zijn vriend. Zo groot was Abrahams gehoorzaamheid, dat hij het lijden omwille hiervan niet trachtte te ontlopen. Zelfs wat hem het dierbaarste was, namelijk zijn zoon, de erfgenaam, was hij bereid op te offeren, toen God dit van hem vroeg. Bij die gelegenheid ontving hij één van de meest wonderbare openbaringen van de Almachtige. Hij mocht God leren kennen als Jehovah Jireh, de Here Die voorziet (zie Gen. 22:1-18). Daarbij werd zelfs reeds een glimp van Golgotha zichtbaar! Als God Zich openbaart, betekent dit, dat wij “verlichte ogen van het verstand” ontvangen. Wij gaan zien wat wij tevoren niet zagen. Wij kunnen daarom ook zeggen, dat het wandelen in gehoorzaamheid aan God ons brengt tot geestelijk zien en ons maakt tot geestelijke mensen. Gehoorzaamheid aan God is op zichzelf al een daad van wijsheid, van geestelijk inzicht! “De vreze des Heren is het begin van alle wijsheid” (Spr. 9:10a). Het is met ons zoals het met de blindgeborene was (zie Joh. 9). Nadat hij Jezus gehoorzaamd had en naar het badwater Siloam was gegaan (een beeld van de waterdoop, wat ook een daad van gehoorzaamheid is), werd hij ziende. Hier hebt u de verklaring waarom zovele gelovigen niet geestelijk kunnen denken en handelen en geestelijk niet groeien. Zij wandelen niet in gehoorzaamheid! Wie zijn vlees blijft ontzien en koesteren komt nooit een stap verder in het geloofsleven. Zie Galaten 5:17.
[2] En “vlees” kan in dit verband ook betekenen: geliefden en dierbaren! Alle geestelijke groei wordt bewerkt door de Geest van God op DE WEG van GEHOORZAAMHEID. Als het vlees nog oppermachtig is in ons leven, is er geen sprake van geestelijk groeien. God kan Zich dan niet openbaren.

Lotsverbondenheid door lijden
Gehoorzaamheid brengt lijden. In het leven van Abraham vinden wij duidelijke illustraties van deze waarheid. Maar ook zien wij daar hoe dit leidt tot het kennen van God als “de Here Die voorziet”. Daarom leert het Nieuwe Testament ons, dat lijden met en voor Christus genade is! “Want aan u is het uit genade gegeven in de zaak van Christus niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden” (Filip. 1:29, HSV). Het is één van de dingen die wij gaan “zien” op de weg van gehoorzaamheid en wat wij anders nooit zouden begrijpen, laat staan accepteren. God wil altijd méér genade geven. “De (heils)fonteinen zijn vol water” (zie Jes. 12:3 en Joh. 7:37-38). Maar deze voortgang van genade, zoals in Filippenzen 1 beschreven, is voor de vleselijke christen een hard gelag. Zulke christenen hebben trouwens ook een heel andere voorstelling van de genade. Genade is iets prettigs, denken zij, evenals een zegening. Maar… een beproeving is ook een zegening! En wat is het kenmerk van de genade? Genade is altijd verlies voor het vlees, maar winst voor de eeuwigheid. Voor vleselijke, ongehoorzame christenen blijft het onaanvaardbaar, dat lijden voor Jezus genade is. U echter, die werkelijk Jezus zoekt en die Zijn gemeenschap stelt boven al het andere in dit leven, bedenk, dat wij door te lijden met en voor Jezus steeds dichter komen tot Hem. Er ontstaat daardoor een ware lotsverbondenheid tussen Hem en ons. Zijn zaak is onze zaak. Zijn droefenis is onze smart. Maar ook zullen wij ons met Hem verblijden. En Hij zal ons maken tot overwinnaars met Hem!
[3] “Als wij volharden (SV: verdragen), zullen wij ook met Hem regeren” (2 Tim. 2:12a, HSV)! Wij delen in Zijn lijden en sterven, maar ook in Zijn opstanding. Zijn kracht wordt in onze zwakheid geopenbaard. Ja, wij zullen zelfs delen in Zijn erfenis! Lijden met Jezus is de enige weg die tot waarachtige eenwording met Jezus leidt (de geestelijke ‘eenwording’ of ‘gemeenschap’ met Christus, die alleen de Bruid zal ervaren – red.).

Alle aardse banden doorgesneden
Dit zal vooral de ervaring zijn van de Bruidsgemeente straks, de Gemeente die door de huwelijksband met Christus verenigd zal worden. Deze Bruidsgemeente zal veel moeten lijden.
[4] Zij zal de weg van dood en opstanding moeten gaan, voordat zij “tot één vlees wordt” (de geestelijke ‘eenwording’ of ‘gemeenschap’ – red.) met Christus. Door dit lijden en deze lotsverbondenheid zal zij nog in een wonderbare bediening (komen te) staan! Zij zal profeteren tot vele naties (zie Openb. 10:11). Zo was het ook met Jezus’ eerste discipelen (die ook “bruiloftskinderen” waren). Zij konden Zijn getuigen zijn, omdat zij tot het laatste toe bij Hem gebleven waren en alles met Hem hadden doorstaan. Omdat zij leden met Christus, ook na Diens hemelvaart, kon de Heer hen zo machtig gebruiken. Daarom horen wij een andere apostel, namelijk Paulus, uitroepen, in dezelfde Filippenzenbrief: “Opdat ik Hem mag kennen, en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap met Zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig word”! (Filip. 3:10, HSV). Ziedaar het geheim ook van Paulus’ bediening! De gemeenschap met het lijden van Jezus betekent, dat letterlijk alle aardse banden doorgesneden worden en de ziel omhoog vliedt, tot Jezus. Is dat geen zegen?

Wat lijden is
Het kunnen geloven is genade, maar mogen lijden met en voor Jezus is een nog grotere genade. Dit is het diepere (geestelijke) leven. Wat is dat lijden? Is het ziekte? Neen. Zijn het de gevolgen van zondige daden? Beslist niet. Wat is het dan wel? Daar zij drie fasen in het lijden met Jezus te onderscheiden. De eerste fase is die van het loslaten van wat ons lief en dierbaar is. Dit is als het ware “de voorhof (of: het voorportaal) van het lijden”, want hier gaat het nog maar om wie of wat er in ons leven op de eerste plaats komt. “Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waard”, zegt Jezus in Mattheüs 10:37. Wat het betekent, zien wij onder andere bij Abraham, die bereid moest zijn God meer lief te hebben dan zijn eigen zoon. Hij moest bereid zijn om zijn zoon te verliezen! Doch dit is nog maar de “voorhofs”-fase.
[5] Het eigenlijke lijden wordt beschreven in 1 Petrus 2:19-21. “Want dat is genade, als iemand om het geweten voor God dingen verdraagt die hem pijn doen, en daarbij ten onrechte lijdt. ... Maar als u geduldig verdraagt wanneer u goed doet en daarvoor lijdt, dat is genade bij God. Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetstappen zou navolgen”. De tweede fase is: Gehaat, bespot, vervolgd te worden, vanwege onze gehoorzaamheid aan Christus of omdat wij geen compromis wensen te sluiten met de zonde of weigeren toe te geven aan vleselijke zwakheid, DAT IS LIJDEN VOOR JEZUS. Hier zijn wij, als het ware, in “het heiligdom van het lijden”.[6] De 3 objecten van het Heiligdom (de eigenlijke “tent” van de Israëlitische tabernakel)[7] zijn hier onmiskenbaar aanwezig:
1. lijden, omdat wij trouw zijn aan Christus’ Woord - (de Tafel der toonbroden),
2. lijden, omdat wij wandelen in het licht - (de Kandelaar) en
3. lijden, omdat wij de aanbidding van God zuiver willen houden - (het Reukoffer- of Wierookaltaar).
Dit alles maakt, dat wij vele (zogenaamde) vrienden verliezen. Broeders en zusters ‘in de Heer’ veranderen in vijanden. Maar zalig zijn zij die, omwille van Jezus, smaad verdragen. Het volgen van Jezus brengt noodzakelijkerwijze zwarigheid met zich mee. Het lijden behoort tot het navolgen van Jezus’ voetstappen, zegt Petrus. Doch het brengt ons dichtbij Hem. Het leidt tot vereenzelviging en eenwording met Hem. “Laten wij dan naar Hem uitgaan, buiten de legerplaats,
[8] en (met Hem) Zijn smaad dragen” (Hebr. 13:13, HSV)!

Verlangen naar Jezus
Dan zullen wij ook het Meest Heilige (ook wel “het Heilige der Heiligen” of “het Allerheiligdom” genaamd – red.)
[9] betreden. Het lijden met Jezus, de derde fase, gaat nog verder. Laat ons nog een blik slaan op Filippenzen 1:30, waar Paulus spreekt over zijn strijd. Deze strijd houdt verband met het lijden voor Christus, waarover het voorafgaande vers handelt. Wat deze strijd inhield, lezen wij in de verzen 23 en 24: “Want ik word door deze twee gedrongen: ik heb het verlangen om losgemaakt (SV: ontbonden) te worden en met Christus te zijn, want dat is verreweg het beste, maar in het vlees te blijven is noodzakelijker (SV: nodiger) voor u”. Lijden met en voor Jezus is meer dan, met Hem, smaad te verdragen. Het is ook, zo leren wij hier: vervuld te zijn met een steeds groter verlangen naar Jezus en desondanks trouw ons werk (voor Hem) te blijven doen. Wij wensen “ontbonden” te worden. Steeds dichter willen wij bij Hem zijn. Steeds ijdeler worden alle aardse dingen voor ons. Ja, zij worden op het laatst een last. Doch zolang dit “nodiger” (of: noodzakelijker) is voor u, willen wij de taak die de Here ons hier gegeven heeft, in alle getrouwheid blijven vervullen. Deze twee begeerten strijden in ons. Ook dit is lijden. Wij zouden dit “het allerheiligdom[10] van het lijden” kunnen noemen. Het is lijden vanwege het verlangen naar die eenheid met Jezus, welke zo schoon wordt uitgebeeld in de Arke des Verbonds (waarvan de eigenlijke ‘kist’, de Verbondskist, het beeld van de Gemeente is)[11] en het gouden Verzoendeksel daarop (beeld van onze Here Jezus Christus).[12] Wederom zal het de Bruidsgemeente zijn, die straks ook dit lijden in de hevigste mate zal kennen. Hoe zal zij verlangen naar haar hemelse Bruidegom! Maar zij moet wachten en intussen haar werk nog doen. Hoe langer echter het wachten duurt, des te feller zullen de steken zijn van de harte-pijnen die zij doorstaat. “De uitgestelde hoop krenkt het hart” (Spr. 13:12). Doch dit te ervaren zal zijn: wonderbare genade. De ervaring van “het gescheiden zijn” zal de liefde voor de Bruidegom sterker maken dan de dood (zie Hoogl. 8:6). Verlangt u de genade te smaken van het lijden met Jezus? Wandel dan op de weg van gehoorzaamheid!

HS
[13]
  • Voor nog meer studies over de eindtijd, zie onze website: www.eindtijdbode.nl/
  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog (met een maandelijkse ‘nieuwsbrief’) wilt attenderen.

  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.
  • Zie de lijst hieronder voor alle studies die nu reeds op de website staan.
[1] Noot van de redactie:
Het gaat er met de Christelijke feestdagen vooral om dat we niet alleen GEdenken wat er 2000 jaar geleden – voor ons, zondaren – is gebeurd, maar veel meer dat we BEdenken wat er NU – met ons, zondaren – moet gebeuren. Wij moeten ook sterven, namelijk (volkomen) afsterven aan onze oude, zondige natuur. En daar moeten wij naar verlangen en naar jagen. Pas dan kan Hij het in ons uitwerken, opdat wij werkelijk mogen worden: “Een beeld naar Zijn gelijkenis”.
[2] Galaten 5 vers 17: “Want het vlees begeert tegen de Geest en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u (hier beter gezegd: wat GOD) zou willen” (HSV)
[3] Zie eventueel de studie: “De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd”.
[4] Zie eventueel de studie: “Het boek Job, over het lijden en de strijd van de Bruidsgemeente”.
[5] Voor meer informatie over de geestelijke betekenis van “de Voorhof” en/of andere Tabernakel-objecten, zie de studies: “Christus in de Tabernakel” en/of “De Tabernakel van Israël”.
[6] Voor meer informatie over de geestelijke betekenis van “het Heiligdom” en/of andere Tabernakel-objecten, zie noot 5.
[7] Zie noot 6.
[8] Jezus heeft BUITEN DE LEGERPLAATS geleden (zie Hebr. 13:11). En, in letterlijke zin, heeft Jezus ook “buiten Jeruzalems muren” geleden!!! Hoe nauwkeurig is hiermee de profetie vervuld in verband met alles wat moest geschieden met Jezus, het Lam van God. Wanneer wij nu geroepen worden om Hem te volgen op Zijn weg, zullen òòk wij die KRUISWEG moeten gaan, welke ons ONherroepelijk leidt naar òns “Golgotha” (HET KRUIS). Dit is dan eveneens, in geestelijke zin, te verstaan als “buiten de legerplaats”. En zo moeten wij datgene verstaan wat geschreven staat in Hebr. 13:13. Als Zijn discipelen moeten wij zowel INNERLIJK als OPENLIJK Zijn smaad dragen. (noot – AK)
[9] Voor meer informatie over de geestelijke betekenis van “het Meest Heilige” (of “het Heilige der Heiligen” of “het Allerheiligdom”) en/of andere Tabernakel-objecten, zie noot 5.
[10] Zie noot 9.
[11] De Verbondskist is het beeld van de Bruid van het Lam. Deze ‘kist’ was namelijk gemaakt van acacia- of sittimhout (hetgeen staat voor de mens), overdekt met goud (hetgeen staat voor het goddelijke), dus het beeld van de mens die met Gods natuur en wezen bekleed is. Het Verzoendeksel met de beide Cherubs, bovenop de Verbondskist, vormt dan ook het beeld van de UITwendige eenheid van onze God met de Bruid van het Lam. In deze gouden Ark of Verbondskist lagen (zie Hebr. 9:4):
· de gouden kruik met het manna (zie Exod. 16:33 – een beeld van Jezus, het Lam van God);
· de staf van Aäron, die gebloeid had (zie Num. 17:10 – een beeld van de Heilige Geest van God);
· de stenen (wets)tafelen van het verbond, de zgn. 10 geboden, (zie Exod. 34:28-29 – een beeld van de Vader).
Deze 3 dingen staan voor de 3 openbaringsvormen van onze almachtige God en beelden de INwendige eenheid met de Bruid van het Lam uit (hiervan lezen wij ook in Zach. 2:5). De Ark van het Verbond staat dus voor de Bruiloft of Eenwording van het Lam van God en Zijn Bruid. Dit wordt uitgebeeld doordat het verzoendeksel met zijn beide cherubs werd gelegd op de Verbondskist, die staat voor de Bruid van het Lam. Zie ook nog noot 9. (noot – AK)
[12] In de eerste plaats beeldt de Ark van het Verbond de troon van God uit. De beide Cherubs en het Verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn 3 openbaringsvormen uit. De Cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het Verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een Eénheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit drie personen bestaat, is een dwaling. In Deut. 6:4 staat: Hoor, Israël: de Here is onze God; de Here is één! (dus één Persoon!). Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide Cherubs en het Verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (d.i. geslagen) (zie Exod. 25:18). De Ark van het Verbond staat in de tweede plaats voor de Bruiloft of Eenwording van het Lam van God en Zijn Bruid. Zie ook nog noot 11. (noot – AK)
[13] Artikel van H. Siliakus, uit het blad “De Tempelbode” van april 1987.