Posts tonen met het label nieuw leven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nieuw leven. Alle posts tonen

woensdag 23 juni 2010

Boekbespreking 11: LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus

.
Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleidende woorden:
In het Evangelie naar de evangelist Lukas zien wij de Here Jezus uitgebeeld als de Zoon van de mens (uit het zaad van David, naar het vlees – zie Rom. 1:3), als de NIEUWE MENS in God, als het Nieuwe Creatuur (of Schepsel). En uiteraard is elke Nieuwe Creatuur een priester van God, omdat hij in gemeenschap treedt èn is met God. Juist deze gemeenschap geeft de Nieuwe Creatie (of Schepping). En door en in die gemeenschap met God is het Nieuwe Schepsel een priester, die tussen God en de in zonde vervallen mens staat. Daarom is het Evangelie naar Lukas in de eerste plaats een openbaring van Jezus Christus als de wonderbare Hogepriester van God, omdat Hij hier wordt geopenbaard als de Zoon van de mens, de eerste onder de Nieuwe Scheppingen Gods. Wat nu, ook geestelijk gesproken, voor het Hoofd (d.i. Jezus) geldt, geldt ook voor het Lichaam (d.i. voor de ware christenen). Het is dus ook een Boek van de christen als een koninklijke priester, die priester kan zijn, omdat Hij, Jezus Christus, de Hogepriester is. Het is het Boek van de NIEUWE MENS, omdat hij in gemeenschap leeft met die wonderbare Hogepriester en Heiland, waardoor die NIEUWE MENS ook een kanaal KAN zijn van Gods genadestromen ten behoeve van het volk van God.
Dit eerste hoofdstuk toont ons in het bijzonder de poortopening van bekering tot het NIEUWE LEVEN.
Wij willen dit Bijbelboek bezien in het licht van de Israëlitische Tabernakel. Zouden wij kunnen naderen tot dat toenmalige heiligdom, dan zouden wij eerst een poort binnengaan, om dan te komen op heilige grond. Dit is eveneens het geval als wij dit Evangelie met gepaste eerbied en biddend beginnen te lezen.
De kleuren van Jezus’ Wezen worden door die poort ten toon gespreid; namelijk: scharlaken, hemelsblauw, purper en wit. Juist dit witte beeldt de reinheid uit, die kenmerkend is voor die NIEUWE MENS. Het purper doelt op het Koningschap van de Here Jezus Christus, dat in het Evangelie naar Matthéüs tot uitdrukking komt. Dat scharlaken toont het Knechtschap van Gods Zoon, Zijn willen sterven voor de in zonde vervallen mensheid, gelijk de Vader het Hem vroeg, al vóór de grondlegging der wereld. Dit wordt ons in het Markus-Evangelie verteld. Het hemelsblauw vertelt ons van Jezus als Zoon van God, hetgeen door het Johannes-Evangelie wordt weergegeven.
De kleur van Jezus, door Lukas in zijn Evangelie weergegeven, is dus WIT. Hij is die REINE NIEUWE MENS en HOGEPRIESTER.
Lukas 1 vers 1-4: “Aangezien velen getracht hebben, om in (goede) orde een verhaal op te stellen van de dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben; gelijk ons overgeleverd hebben (degenen), die van het begin af aan zelf aanschouwers (d.i. ooggetuigen) en dienaars van het Woord geweest zijn; zo heeft het ook mij goed gedacht, hebbende alles van voren af aan nauwkeurig onderzocht, vervolgens aan u te schrijven, voortreffelijke Theófilus! Opdat gij mocht kennen de zekerheid van de dingen, waarvan gij onderwezen zijt”.
Hier heeft Lukas, de geneesheer en later evangelist, geschreven aan een zekere Theófilus. Deze laatste is een verzonnen naam, want “Theófilus” wil in het Grieks niets anders zeggen dan “zoon van God”. Hij heeft dit Evangelie dus gericht tot elke zoon van God, aan elk voortreffelijk (lees: oprecht) kind van God. En het doel van de evangelist is om ermee geloofszekerheid te brengen in het hart van elk kind van God.

De geboorte-aankondiging van Johannes de Doper
Nu zullen wij het verhaal onder de loep nemen van de geboorte-aankondiging van Johannes de Doper. Johannes de Doper is een bekeringsprediker. Hij riep het volk van Israël, het Jodendom wel te verstaan (namelijk van de stam Juda, waarin ook de stam Benjamin opgenomen was), tot bekering. Hij was gekomen in de geest van Elia, de profeet die Israël tot bekering riep, nadat het (geestelijk) was afgedwaald en Baäl had gediend door toedoen van koningin Izebel, de vrouw van koning Achab van Israël.
De Baäl-godsdienst is in feite een natuurgodsdienst. Nader beschouwd wil de Baäl-godsdienst zich uitleven in wereldse lusten, de wereldse zin wordt erin botgevierd. De Baäl-cultus (d.i. de verering van Baäl, een afgod) droeg een losbandig karakter, waarbij de vruchtbaarheid werd vergoddelijkt.
Elia riep Israël van Baäl weg – van de wereldse, losbandige levensstijl waar het Israël van zijn tijd in vervallen was – terug naar JaHWeH-God. Hij riep hen tot de LEVENDE God en Here, de God van reinheid, ingetogenheid en gerechtigheid. Aldus was Elia en aldus was deze Johannes de Doper.
Wij lezen nu, dat God de geboorte van deze Johannes de Doper aankondigde. Al wat recht en goed is komt uit God. God is het, Die ons tot bekering roept. Wij komen niet tot God zonder deze roep tot bekering; en Hij gebruikt hiertoe de mond van de bekeringsprediker.
De bekeringsprediker is een geschenk van een liefhebbende God aan mensen die in de zonde verdwaald zijn. God in Zijn ontfermingen vult hem met de Geest, Die tot bekering roept. Hij is een spreekbuis van de roepstem, die uit Gods hart komt.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009.
KLIK HIER


woensdag 24 maart 2010

Mede opgewekt – een eis voor deze tijd

.














Niet slechts om te herdenken
Wij vieren de opstanding van Jezus Christus uit de dood. Dat wij dit vieren, is eigenlijk niets bijzonders. Zo doet ook ‘de wereld’. “Ja, maar”, zegt iemand, “HOE vieren we het? Daar gaat het om!” In alle bescheidenheid gezegd, daar is een vraag die in dit verband nog veel belangrijker is. Het is deze: “Zijn wij wel mede opgewekt met Jezus??”
U kunt de opstanding van Jezus op gepaste wijze vieren, met een bezoek aan de Gemeente of Kerk erbij, zonder mede opgewekt te zijn! En toch is dit laatste het belangrijkst. Zonder mede opgewekt te zijn, blijft het voor u bij het herdenken van een historisch feit. Eigenlijk hebt u dan niets te vieren, want u bent er op geen enkele wijze PERSOONLIJK bij betrokken. Zou dit de wil van de Here Jezus zijn? Zou Hij dáárvoor al dat gruwelijke lijden hebben willen doorstaan? Opdat wij alleen maar Zijn opstanding gedenken zouden als een historisch feit? Neen, zeer beslist niet!
Jezus heeft dit alles gedaan om zielen TE VERLOSSEN uit het domein van zonde en dood, om hen te DOEN DELEN in Zijn opstanding.[1] Eenmaal sprak Jezus: “Wie in Mij gelooft, zal LEVEN…!” (zie Joh. 11:25b). Dat zei Hij, nota bene, toen er iemand gestorven was (lees Joh. 11:1-46 over ‘de opwekking van Lazarus’). Hoe reëel moet dus dit LEVEN (in Hem) zijn! Daarom de vraag: “Bent u mede opgewekt?”
Geldt ook voor ù wat Paulus zegt in Efeze 2 vers 1: “En u heeft Hij met Hem (SV: mede) levend gemaakt, u die (geestelijk gezien) dood was door de misdaden en de zonden” (lees ook nog vers 5-6). Zonder mede-opwekking is er geen toekomst voor u. Versta de ernst van deze tijd en de EIS van deze tijd! Tot (en over) de inwoners van Jeruzalem zei Jezus wenende: “Och, dat u toch uw tijd verstond en bekende wat tot uw vrede dient!” (zie Luk. 19:42). Deze mensen in Jeruzalem waren in ieder opzicht godsdienstig, de feestgezangen weerklonken altijd weer op de heilige feestdagen in de tempel. Maar… zij sloegen geen acht op de tijd, op de klok van God. Zij bekeerden zich niet (van hun zonden en ongerechtigheden) en daarom gingen zij ‘al zingende’ ten onder in 70 na Christus (de val van Jeruzalem). Zo zal straks een groot deel van de Gemeente ‘al zingende en lofprijzende’ ten onder gaan, omdat ze de EIS van deze tijd niet hebben (willen) verstaan. Ze willen de Here op hun EIGEN WIJZE dienen. Zij zijn niet mede opgewekt met Hem. Nogmaals, zonder mede-opwekking is er géén toekomst (namelijk: het vooruitzicht om, onder andere, bij de Bruiloft van het Lam te geraken – noot AK)!

Staan wij werkelijk in het NIEUWE leven ?
Als wij wat dieper op de vraag – “Ben ik mede opgewekt”? – ingaan, dan kunnen wij concluderen dat het met deze vraag al net zo is als met de vraag of u wedergeboren bent. U WEET het als het zo is. Door het getuigenis van Gods Geest IN u en door wat u ervaart. Mede-opwekking is niet hetzelfde als wedergeboorte, maar heeft er wel mee te maken. De waterdoop is een getuigenis van mede-opwekking. Maar het is geen automatisme, dat wie gedoopt is (door onderdompeling wel te verstaan) ook mede opgewekt is! Mede-opwekking volgt op de wedergeboorte, wanneer de wedergeborene ERNST maakt met het volgen van Jezus. Wie Jezus volgt, zal namelijk eerst komen tot de ervaring van het mede gekruisigd zijn met Jezus en daarna tot het mede opgewekt zijn met Hem. Jezus zei tegen Zijn discipelen: “Als iemand achter Mij (aan) wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis op nemen en Mij (na)volgen” (Matth. 16:24). Het volgen van Jezus brengt ALTIJD de kruisiging van onze wil en van ons vlees met zich mee. Wij moeten eerst één met Hem (willen) worden in Zijn lijden en sterven.[2] Daarna zullen wij Hem ook leren kennen in de kracht van Zijn opstanding.[3] Wij worden dan MEDE OPGEWEKT met Hem. Een wonderbaar werk van Gods Geest vangt dan aan in ons leven. Wij gehoorzamen dan aan een stem die roept: “Ontwaak en sta op uit de (geestelijke) dood!” en wij gaan dan wandelen als ‘wijzen’[4] en worden vervuld met de Heilige Geest[5] (zie Ef. 5:14-18). Mede opgewekt te zijn wil zeggen, dat wij waarlijk gaan WANDELEN in het NIEUWE LEVEN[6], dat ons bij de wedergeboorte (in de kiem) werd geschonken. De wereld gaat dan meer en meer zijn aantrekkingskracht op ons verliezen. Er is dan een kracht in ons werkzaam, die sterker is dan ons vlees. De “dingen van Boven” gaan dan werkelijk LEVEN voor ons en wij worden dan niet alleen “mede opgewekt”, maar ook “mede in de hemel gezet” (zie Ef. 2:6). De gelijkenis van de Koninklijke Bruiloft (zie Matth. 22:1-14) leert ons echter, dat er bij het aanbreken van de Bruiloft van het Lam vele eerstgenodigden zullen zijn, kinderen Gods (vrienden van de Bruidegom), voor wie de dingen van de wereld méér leven dan de dingen van Gods Koninkrijk! Deze gelovigen – die zich straks zullen verontschuldigen voor het Feestmaal[7] (dat vooraf gaat aan de Bruiloft van het Lam) en niet zullen aanzitten en dus geen deel zullen hebben aan dat Feest – zijn zielen die NIET mede opgewekt zijn! Ziet u hoe belangrijk deze mede-opwekking is? Het is NU het moment om uit de geestelijke slaap te ontwaken, om die dingen terzijde te schuiven waarmee “onverlichte zielen” zich ophouden en om “als op de dag” te gaan wandelen, “bekleed met (de gerechtigheid van) de Here Jezus Christus” (zie Rom. 13:11-14)!

Het gevaar van inbeelding
Zoals eerder gezegd: u WEET het, wanneer u MEDE OPGEWEKT bent met Jezus. Doch wij leven vandaag de dag in een wereld waarin machten van dwaling en leugen de overhand hebben. Ook in de gemeente (en kerk) zijn zij volop werkzaam. Eén van de verwijten van Jezus aan het adres van de gemeente van de eindtijd is: “Ik ken uw werken, dat u de naam hebt dat u (geestelijk) leeft, maar u bent dood!” (Openb. 3:1b, de brief aan de gemeente te Sardis). Hiermee in overeenstemming is, wat Paulus schrijft in 2 Timotheüs 3, namelijk: dat er vooral in de laatste dagen (van de eindtijd) veel namaak-heiligheid en schijn-godzaligheid zal zijn. Er staat onder andere geschreven: “Zij hebben een schijn van godsvrucht (SV: een gedaante van godzaligheid)...” (2 Tim. 3:5a). Om deze reden is het o zo noodzakelijk om ONSZELF te onderzoeken bij het licht van Gods Woord en Gods Geest en ONSZELF af te vragen: “Ben ik nog in het (ware) geloof?”, “Sta ik nog in het NIEUWE LEVEN[8] (van en met Christus)?”, enzovoorts. Belangrijke vragen, vooral daar wij zoveel lauwheid en wereldgelijkvormigheid zien in het Lichaam des Heren. Vele gemeenten en gelovigen dragen het stempel van Laodicea. Zij denken dat zij (in geestelijke zin) rijk zijn en aan geen ding gebrek hebben, maar in werkelijkheid zijn zij: (geestelijk) arm, blind en naakt (zie Openb. 3:17). De “Sardis-toestand” loopt uit in de “Laodicea-toestand!”[9] Wij kunnen al deze vragen weliswaar allemaal op onze eigen manier bekijken – namelijk: hoe wij leven moeten en hoe wij God moeten dienen – maar vergeet niet dat wij allen onze opvattingen zullen hebben te toetsen aan Gods Woord. Het gevaar is reëel en zeer groot, dat wij ons inbeelden te hebben wat wij niet bezitten! Denk aan de gemeente te Laodicea (zie Openb. 3:14-22). Zo is het ook met de kwestie van het mede opgewekt zijn met Jezus. Denk aan de gemeente te Sardis (zie Openb. 3:1-6). Bedrieg uzelf niet (ofwel: houd uzelf, in deze zaken die van “LEVENS”belang zijn, niet voor de gek)!

De stem van de Herder horen
Waar moeten wij vandaag dan op letten, opdat wij er zeker van zijn, dat wij mede levend gemaakt zijn met Christus? Daar is één ding waar het vooral op aan komt in deze tijd. Dat is, dat wij allen PERSOONLIJK de stem van onze Meester kennen. “Mijn schapen horen (d.i. kennen/herkennen, maar ook: luisteren naar/gehoorzamen aan) Mijn stem”, zei Jezus (zie Joh. 10:27 en vooral ook 8:47). Ziet u nu waar Jezus Zelf de scheidslijn trekt? “Mijn schapen zijn zij die Mijn stem horen”. Wij kunnen ook zeggen: Zijn schapen zijn zij die bij de Herder behoren, die Hem overal volgen en die mede gestorven en mede opgewekt zijn met Hem! Zij kennen (en herkennen) de stem van hun Overste Leidsman[10] en Herder en zij wandelen in Zijn spoor. Maria Magdalena herkende Jezus aan Zijn stem en zo werd Zijn opstanding voor haar realiteit (zie o.a. Joh. 20:16-18, Matth. 28:1-10, Mark. 16:9-11). De “Emmaüsgangers” voelden iets branden in hun binnenste, toen zij luisterden naar Jezus (zie Luk. 24:32). Zij ‘dwongen’ de Heer dan ook om bij hen binnen te komen en avondmaal met hen te houden, waarbij hun (geestelijk) ogen helemaal geopend werden. Maar bij de Laodicenzen staat Jezus buiten en klopt (nog) aan de deur van hun hart (zie Openb. 3:20), maar wie hoort Zijn stem? Ze weten het zelf zo goed. Wanneer wij vandaag de stem van de Herder der kudde horen en ons door Hem laten leiden, staan wij met Hem in het NIEUWE LEVEN en zijn wij MEDE OPGEWEKT met Hem. Wat deze Herder ook vandaag nog tot ons zegt, lezen we in Openbaring 3:18. Zij die mede opgewekt zijn met Jezus zullen zich nu daarom UITSTREKKEN naar dat “hemels goud”, beeld van de volheid van de Heilige Geest, naar die reine bruiloftsklederen en naar die zalf om waarachtig te kunnen zien (zodat we niet door de invloed van satan verleid of bedrogen te worden). Zij die mede opgewekt zijn met Jezus zullen ernaar JAGEN om straks tot de volmaakte Bruid des Heren te mogen behoren. Deze Bruid wordt door de Heilige Geest toebereid “door haar te reinigen met het waterbad door het Woord” (zie Ef. 5:26). “HOREN” is het sleutelwoord: “Wie oren heeft, laat hij (of zij) horen wat de Geest tot de gemeenten zegt” (tot 7x toe vermeld, zie Openb. 2:7, 11, 17, 29, 3:6, 13 en 22).
Zoek de werkelijke gemeenschap met Jezus. Dan zult ook u kunnen getuigen: “De Here is mijn Herder, mij zal niets ontbreken” (Ps. 23:1). Ons zal niets ontbreken. Alles wat ons NU nog ontbreekt, en dat is heel wat, zal Hij aanvullen. Wij ontvangen van Hem het volkomen leven uit Zijn opstanding!

HS [11]

[1] Zie eventueel de studie “Opstandingsleven in Christus” op ons Weblog van 2 april 2009.
[2] Zie eventueel de studie: “Lijden met Jezus” op ons Weblog van 20 maart 2009.
[3] Zie noot 1.
[4] Zie eventueel – op onze website http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie “Een ANDER geluid – Het verschil tussen ‘het Lichaam van Christus’ en ‘de Bruid van Christus’” van A. Klein/E. van den Worm.
[5] Zie eventueel op onze website de studie “De natuurlijke mens en de Heilige Geest” van CJH Theys en/of de studie “De werkingen van de Geest in de eindtijd” van E. van den Worm.
[6] Zie eventueel op onze website de studie “LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus” van E. van den Worm.
[7] In het begin van het ontstaan van de Gemeente was er het MIDDAGmaal (zie Matth. 22:4). Maar het Feestmaal wat hierboven wordt bedoeld – voorafgaand aan de bruiloft van het Lam in de eindtijd – is het AVONDmaal. Zie Lukas 14:16-24 over ‘De gelijkenis van het grote avondmaal’. De Statenvertaling heeft het juist, d.w.z. letterlijk, vertaald. Ook in de Engelstalige KJV staat a great supper”, wat ook “een avondmaal betekent.
Zie eventueel op onze website de studie “Door de Geest van God geroepen tot deelname aan het Avondmaal van de Bruiloft van Gods Lam...” van E. van den Worm.
[8] Zie noot 6.
[9] Zie eventueel de studie: “Tot welke Gemeente behoren wij?” op ons Weblog van 24 januari 2010.
[10] Zie eventueel op onze website de studie “Jezus onze Leidsman, Verlosser, Zaligmaker, Heiligmaker en Volmaker” van E. van den Worm.
[11] Een artikel van H. Siliakus uit “De Tempelbode” van april 1988, Enigszins bewerkt door A. Klein.

Mede opgewekt - een eis voor deze tijd.

woensdag 24 juni 2009

Bekeert u van uw boze werken





"Jezus zei: ...Ga heen, zondig van nu af niet meer !"

Joh. 8:11, NBG





Verlaat de dimensie van de duisternis
"Zeg tot hen, spreekt Adonai JaHWeH, Ik verheug Me niet in de dood van hen die slecht zijn, maar wel in de bekering van hun levenswijze. Bekeert u, bekeert u, van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o Huis Israëls[1]?" (Ezech. 33:11 – letterlijke vertaling).
Bekering is een wilsdaad van de mens, die begint als hij of zij zich tot God keert èn zijn of haar zondige wegen wil verlaten. Het is echter niet alleen een daad van het begin van een leven dat – door God – vernieuwing zoekt, maar een levensinstelling van elke verdere nieuwe dag. Wij leven namelijk in een wereld waarin de boze (d.i. satan, de duivel) heerst; een wereld die onder sterke invloed staat van de inspiratie, arbeid en leiding van de boze en zijn macht.
In Efeze 2 vers 1-3 lezen wij: “En u heeft Hij (d.i. God, de Vader) met Hem (d.i. Jezus, de Zoon) levend gemaakt, u die (in geestelijke zin) dood was door de misdaden en de zonden, waarin u voorheen gewandeld hebt, naar het tijdperk (de tijdgeest) van deze wereld, naar de aanvoeder van de macht in de lucht, van de (satanische, duivelse) geest die nu werkt in ‘de kinderen van de ongehoorzaamheid’ (d.i. de ongelovige en wereldsgezinde mensenkinderen), te midden van wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van het vlees en de (zondige) gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen” (HSV). En in Efeze 6 vers 12 lezen wij: “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de machthebbers van de wereld, van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke boosheden in de lucht” (HSV).
Wij hebben allen voorheen gedacht, geleefd en gewerkt in de begeerten van ons vlees, doende de wil van het vlees en van de eigen, zondige gedachten. Maar in Romeinen 8 vers 6-8 lezen wij: “het bedenken van het vlees is de (geestelijke) dood, maar het bedenken van de Geest is leven en vrede. Immers, het denken van het vlees is vijandschap tegen God. Het onderwerpt zich namelijk niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet. En zij die in het vlees zijn (d.i. zij die hun leven door de zonden van het vlees laten leiden), kunnen God niet behagen.” (HSV)

Gedachtezonden leiden tot woordzonden en tot daadzonden.
Wij kunnen – vanuit onze oude natuur – vleselijk (blijven) denken en leven, en tegelijk ‘christelijk’ willen leven, naar de Gemeente of Kerk gaan en bidden, al is dit zeker niet naar Gods wil. Maar voor een waarachtig christen, een ware discipel van Jezus is dit een ONmogelijkheid, omdat het ware christenleven een andere geestelijke dimensie is dan het leven, denken en werken in het vlees. Het leven in de Geest en naar Zijn wil is de dimensie van het licht – daarom begrijpt de wereld ons, (de ware) christenen, niet en vindt zij ons vreemd, raar of zelfs gek – terwijl het leven in het vlees de dimensie is van de duisternis, een leven buiten God. Daarom (ver)hoort en ziet de Here zulke gelovigen niet als zij tot Hem bidden, zoals wij kunnen lezen in Jesaja 59 vers 1-2: “Zie, de hand des Heren is niet te kort om (u) te verlossen, en Zijn oor niet te onmachtig om (u) te horen; maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij (u) niet hoort” (NBG).
Daarom, verlaat de dimensie van Gods licht niet en blijf volharden in het leven in en het bekeerd zijn tot God. Want… “als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde” (1 Joh 1:7, HSV).
Onze geest moet in het licht van Gods dimensie blijven wandelen, maar wij bevinden ons naar het lichaam nog in deze wereld en haar dimensie van duisternis. Wij hebben dus voorzichtig te wandelen en onze voeten (beeld van onze levenswandel) voortdurend te wassen in – en dus te laten reinigen door – Zijn bloed, omdat wij, ook zonder dit te willen, in contact komen met de zonde.
[2]

Waartegen hebben wij te waken?
1. In de eerste plaats wordt ons denken bezoedeld als wij in contact komen met de zonde en daarom moeten wij deze zondige gedachten onmiddellijk wassen in Zijn bloed, omdat het nu eenmaal zo is dat zondige gedachten zondige overleggingen van ons hart worden en wij zo bezoedeld raken door die zonde. Als wij echter in het licht van God blijven, blijven wij in Zijn Geest en in Zijn liefde. “Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht, en er is in hem niets dat anderen doet struikelen” (1 Joh. 2:10, HSV).
2. Onze geest en ziel moeten blijven wandelen, leven en werken in de dimensie van het licht, in het Koninkrijk van Jezus Christus, en de dimensie van de duisternis mijden.
In 2 Korinthe 6 vers 14-18 lezen we: “Vorm geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeenschappelijk met wetteloosheid (of: ongerechtigheid), en welke gemeenschap is er tussen licht en duisternis? En welke overeenstemming is er tussen Christus en Belial (d.i. de satan)? Of wat deelt een gelovige met een ongelovige? Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen en te midden van hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn. Ga daarom uit hun midden weg en zonder u van hen af, zegt de Here. En: Raak niet aan wat onrein is, en Ik zal u aannemen. Ik zal u tot een Vader zijn en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Here, de Almachtige” (HSV). Terwijl we in 2 Korinthe 7 vers 1 lezen: “Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bevlekking van het (zondige) vlees en van de (wereldsgezinde, door de satan beïnvloede) geest, en zo de heiliging volbrengen in de vreze Gods” (HSV).
3. Wij hebben ervoor te waken dat onze tong niet meer spreekt naar het denken van de wereld. “Maar Ik zeg u dat de mensen van elk doelloos woord dat zij zullen spreken, rekenschap moeten geven op de dag van het oordeel” (Matth. 12:36, HSV).
4. Wij hebben er ook voor te waken dat ons hart de wereldse levenswandel niet liefheeft. “Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en het pronken met de dingen van het leven is niet uit de Vader, maar is uit de wereld. En de wereld gaat voorbij met haar begeerte; maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid” (1 Joh. 2:15-17, HSV).
· De begeerten van het vlees leiden tot de zonden van het vlees, tot zondige lusten, die ons leiden tot afgodendienst, tot seksuele zonden. Weer anderen maken hun buik tot een afgod en leven om te eten.
· De begeerten van de ogen leiden tot de zonden van de ziel: tot materiehonger en tot ‘geld-gekte’, tot aanbidding van de mammon, tot een leven in luxe.
· De zondige begeerten van de geest leiden tot hoogmoed, tot machtswaanzin, tot grootsheid van het leven, tot zondige, vrouwelijke ijdelheid.
Laten wij er dus voor waken om niet te wandelen in deze regionen van de dimensie der duisternis, maar laten wij blijven wandelen in de dimensie van Gods licht. Laat ons de voorzichtigheid van de rechtvaardigen betrachten. Laat ons wandelen in de geest van Johannes de doper, van wie gezegd werd in Lukas 1 vers 17: “En hij (d.i. Johannes de doper) zal voor Hem (d.i. Jezus) uit gaan in de geest en de kracht van Elia, om het hart van de vaderen te bekeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen, om voor de Here een toegerust volk gereed te maken.” (HSV)
Blijf dus denken, wandelen en werken in de tot God bekeerde levensinstelling, elke dag. Zo zullen wij Hem getrouw kunnen gehoorzamen en de hoogweg
[3] van genade blijven bewandelen. Dan zal Hij ons (kunnen) leiden in Zijn hemels heiligdom[4], reeds hier op aarde.
In Hebreeën 4 vers 14-16 staat deze belofte: “Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen hogepriester die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles is verzocht op gelijke wijze als wij, maar zonder zonde (d.i. zonder te zondigen). Laten wij dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip” (HSV).
Zo zal de Hogepriester, onze Herder, ons stap na stap – door Zijn Heilige Geest – leiden, inwaarts tot in het hemelse heiligdom van God, naar onze hemelse Vader toe.
“Jezus zei tot hem (d.i. tot Thomas): Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij” (Joh. 14:6, HSV). Jezus is dus de ENIGE Leidsman
[5], Die tot het eeuwige leven leidt; Hij alléén is de Waarheid; Hij alléén leidt ons naar onze Vader-God, naar de almachtige, barmhartige en heilige JaHWeH toe.
Amen.

E. van den Worm
[6]

  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog (met een maandelijkse ‘nieuwsbrief’) wilt attenderen.
  • Zie voor meer Bijbelstudies onze website www.eindtijdbode.nl/
  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.

[1] “Maar hij is Jood (of: Israëliet) die het in het verborgene (d.i. in het innerlijk, in het hart) is, en dat is de (ware) besnijdenis, die van het hart is, naar de geest, niet naar de letter. Zijn lof is niet uit de mensen maar uit God” (Rom. 2:29, HSV).
[2] Zie eventueel op onze website de studie: “De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd”.
[3] “Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de Here. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen (de zgn. “hoogweg”), en Mijn gedachten dan uw gedachten” (Jes. 55:8-9).
[4] Voor meer over de geestelijke betekenis van dit ‘hemels heiligdom’, zie eventueel de studie: “Christus in de Tabernakel” en/of “De Tabernakel van Israël” en/of “Lukas: Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus”.
[5] Zie eventueel de studie: “Jezus onze Leidsman, Verlosser, Zaligmaker, Heiligmaker en Volmaker”.
[6] Uit: "Boodschappen voor vandaag en morgen". De tekst is bewerkt door AK (voornamelijk naar meer hedendaags Nederlands).

Bekeert u van uw boze werken

donderdag 21 mei 2009

De Opperzaalgemeente

















Verlangen naar een opwekking
Veel wordt er tegenwoordig gesproken over opwekking en veel wordt er gebeden voor een nieuwe doorbraak van de Heilige Geest, maar hoeveel christenen zullen straks ook ontvangen waar zij om bidden? [1] Het betreft hier zeker een prijzenswaardig begeren en het is ongetwijfeld nodig dat “de wind van de Geest” weer gaat waaien en zodoende allerlei “oude rommel” (voornamelijk inzettingen van mensen) uit de Gemeente of Kerk van de Here Jezus Christus wordt “weggeblazen”. Het geestelijk leven van velen is inderdaad aan vernieuwing toe en heeft een nieuwe impuls nodig. Toch zal de opwekking die komt anders zijn dan wat velen ervan verwachten! De komende opwekking zal een deel van de Gemeente tot de volmaaktheid (in Christus) leiden, maar een ander deel zal “aan de kant blijven staan” en er helemaal geen deel aan hebben. Onze God is genadig. Maar diezelfde genadige God zegt ook: “Geef het heilige niet aan de honden, en werp uw parels niet voor de zwijnen” (Matth. 7:6a, HSV) en Hijzelf handelt eveneens volgens deze stelregel. En bedenk, hier gaat het om het meest heilige dat er is, de Heilige Geest! Zullen wij straks (ook) de volle zegen ontvangen of zullen wij ernaast grijpen? Ernaar begeren is niet voldoende; God vraagt méér van ons. In verband hiermee is het goed om aandacht te schenken aan het feit, dat de Vroege Regen[2] alleen neerdaalde op degenen die in de opperzaal waren, op de 120 zgn. “opperzaal-christenen”. Er waren, NA Jezus opstanding, op een keer 500 discipelen tegelijk bij Hem (zie 1 Kor. 15:6), maar alleen op die 120, die in de opperzaal waren (zie Hand. 1:13-15, waar zij de belofte van de Vader zouden verwachten, namelijk de doop met de Heilige Geest – zie Hand. 1:4-5) daalde de Geest op het Pinksterfeest neer (zie Hand. 2:1-4)! Daarna ontvingen ook anderen nog diezelfde wonderbare gave, maar, let wel, strikt genomen waren dat alleen diegenen die toetraden tot deze “opperzaalgemeente”.

De opperzaal
Wonderlijke keus die opperkamer! Het is niet toevallig, dat de 120 juist daar vergaderden. Eeuwen eerder vond er ook al eens een opwekking plaats in een opperkamer: de zoon van de Sunamietische werd toen opgewekt (zie 2 Kon. 4). Wij willen niet beweren dat die opperzaal, als plaats op aarde, heiliger was dan andere plaatsen (dat zou in tegenspraak zijn met wat Jezus tot de Samaritaanse vrouw zei in Johannes 4:21-24), maar vooral opmerken dat we op de zinnebeeldige kant van de zaak moeten letten. Het gaat om een “geestelijke plaats”. In Handelingen 1:13 staat: “Zij gingen op in DE opperzaal”. “De”, niet “een”, met andere woorden: het betreft een bekende en vertrouwde plaats voor de ware Gemeente van Christus. Men zou kunnen veronderstellen dat dit van die zaal in Jeruzalem gezegd kon worden en dat dit gold voor de toenmalige gelovigen. Dit ligt echter niet voor de hand. De Bijbel spreekt ook verder niet over deze zaal. Het kan de zaal van het laatste avondmaal zijn geweest, maar ook een zaal in één van de tempelgebouwen (volgens Hand. 2:46). Het blijft bij gissen, zekerheid hierover hebben wij niet. Veeleer geloven wij dat Lukas (die voor “buitenstaanders” zoals Theophilus schreef – zie Luk. 1:3) bedoelde: het was die zaal waar dat wonderlijke gebeuren plaats zou hebben. Als de Heilige Geest Lukas dus laat schrijven “DE opperzaal”, valt de nadruk op dat wonderlijke gebeuren van de uitstorting van Gods Geest en niet op de zaal waar dit alles plaats had. En het kan niet anders of daarmee worden onze gedachten geleid naar een gééstelijke plaats die aan de ware kinderen Gods welbekend is en waar de wonderlijke werkingen van Gods Geest nog altijd ervaren worden!

Niet voor luiaards
Om een opperzaal te bereiken moet men opklimmen.[3]
“Zij gingen op...”, staat er in Handelingen 1:13. “Opklimmen” moest men toen en wij ook nu, als we de volle Pinksterzegen willen ontvangen. Alleen maar begeren is niet voldoende, wij moeten de geestelijke ladder[4] willen beklimmen. Wij moeten geestelijk willen groeien, hogerop (d.i. op hoger niveau) willen komen, niet om het eigen “ik” te behagen (zoals in de wereld bij positieverbetering), maar opdat dat ons eigen “ik” gekruisigd wordt door de werkingen van de Heilige Geest.[5]
Spreuken 13:4 zegt: “De verlangens van een luiaard worden niet vervuld, maar (de ziel van) een vlijtig mens wordt rijkelijk gelaafd” (NBV). Luiaards ontvangen niets, hoe begerig ze ook zijn! Dit is niet slechts een algemene waarheid voor het dagelijkse leven. Het is ook en vooral een geestelijke waarheid. Het boek Spreuken vertelt ons over de (geestelijke) staat van de Bruidsgemeente! Geestelijke luiaards (en, vergis u niet, dat kunnen echte “Martha-christenen” zijn, christenen die altijd maar bezig zijn met “werken voor de Heer”!), die niet de moeite willen nemen om op te klimmen naar de opperzaal, hoe begerig ze ook zijn naar “opwekking”, zullen de geestelijke zegeningen van de opwekking die komt, aan hun neus voorbij zien gaan. De vlijtige christenen echter, zij die alle last willen afleggen om geestelijk hogerop te komen, zullen worden gezalfd met “de vettigheid van de olie van de Heilige Geest”!

Door Jezus bevestigd
Niemand minder dan Jezus Zelf heeft de bovenstaande waarheid bevestigd en benadrukt. Tot tweemaal toe laat Hij in Matthéüs 25 dezelfde waarschuwing horen. Luie maagden
[6], die de Geest te weinig toegelaten hebben om te werken in hun leven, komen voor een gesloten deur te staan. Een luie dienstknecht, die met de ontvangen genade (het talent) niet gaat werken, is niet de “vreugde van zijn Here” (beeld van de Bruiloft van het Lam), maar de “buitenste duisternis” (beeld van de Grote Verdrukking) bereid. De luie (en dus dwaze) maagden[7] zien ook uit naar de komst van de Bruidegom en de luie dienstknecht verwacht ook de wederkomst van zijn Heer, maar verwachten of begeren alleen is niet voldoende. Het is mogelijk om de opwekking te begeren en uit te zien naar Jezus’ wederkomst ZONDER te streven naar geestelijke opgang (of: groei), terwijl men rustig bezig is met aardse dingen, maar… “ontvangen” zult u niet! Dat laatste is alleen weggelegd voor “opperkamer-christenen”! “Begeert van de Here regen, ten tijde van de Spade Regen[8]”! (zie Zach. 10:1). Maar als u ondertussen de Baäls (d.i. de afgoden) blijft dienen, wacht u (in de Grote Verdrukking) 3½ jaar van (geestelijke) droogte!

De trap naar de opperzaal
Waarin moeten wij vlijtig zijn om geestelijk te (kunnen) stijgen? Deuteronomium 6:17 leert het ons: “U moet u aan de geboden van de Here, uw God,… nauwgezet houden” (HSV). Hier begint elke geestelijke opgang (of: groei) mee. Het nauwgezet en ijverig betrachten van Gods Woord, maakt dat dit Woord gaat “werken” in ons leven. Petrus, de eerste “opperkamer-prediker”, zegt het zo: “door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft tot Zijn heerlijkheid en Zijn deugd, is ons alles, wat tot het leven en de godsvrucht behoort, geschonken” (zie 2 Petr. 1:3b). En Petrus beschrijft dan in de volgende verzen (5 t/m 9) langs welke treden de weg omhoog voert, die wij “met al onze inzet” moeten afleggen. Laat ons, een ieder naar zijn eigen maat, WERKEN met onze talenten. Laat ons de genade die God geeft, GEbruiken en niet MISbruiken. Laat ons Gods genade vooral gebruiken om meer “olie” te “kopen”, door Gods Geest en Gods Woord (waarvan de olie en de lamp het beeld zijn) ons leven te laten verlichten en zo te maken, dat ons leven aan Jezus’ onberispelijk leven gelijkvormig zal worden. Laat ons, in één woord, “opklimmen”, om daar te zijn waar de zegen (van God) zal vallen!
Tot slot nog dit. Naar de opperzaal gaan kunt u niet alleen. U hebt daarvoor ook de gemeenschap van de heiligen nodig. Slechts in gemeenschap met alle heiligen, zegt Efeze 3:18-19, kunnen wij vervuld worden tot alle volheid van God. Laat hij of zij die het leest, daarop letten!

HS
[9]

  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog - met een maandelijkse ‘nieuwsbrief’ - wilt attenderen.
  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.
  • Hieronder (en bij 19-3-2009) ziet u een lijst met alle studies die op onze website www.eindtijdbode.nl/ staan.

[1] Zie eventueel op onze website de studie: “Leer Bidden”.
[2] Vroege Regen = Het beeld van de uitstorting van de Heilige Geest tijdens het Pinksterfeest, in de begintijd van de Gemeente, zoals vermeld in Handelingen 2:1-4.
[3] Zie eventueel de studie: De 10 zaligsprekingen en 9 treden van de trap van Jezus’ zaligmakende genade.
[4] Zie noot 3.
[5] Zie eventueel op onze website de studie “De werkingen van de Geest in de eindtijd” en/of “De natuurlijke mens en de Heilige Geest”.
[6] Zie eventueel op onze website de studie: “De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd”.
[7] Zie noot 6.
[8] Spade Regen = Het beeld van de uitstorting van de Heilige Geest in de eindtijd – zie Joël 2:23b en 28-29. Zie ook nog noot 5.
[9] Artikel van H. Siliakus, uit het blad ‘De Tempelbode’ van juni 1985.

donderdag 2 april 2009

Opstandingsleven in Christus


















“En als de Geest van Hem Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zal Hij Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest, Die in u woont” (Rom. 8:11, HSV).

De Geest van Christus
Gedurende heel Zijn leven werd Jezus overschaduwd, bekrachtigd en geleid door de Heilige Geest. Het (heilig) kind Jezus werd “God geïncarneerd in mensengedaante” door de overschaduwende tegenwoordigheid van de Heilige Geest (zie Luk. 1:35). De Heilige Geest leidde Jezus in de woestijn, om verzocht te worden door de duivel (zie Luk. 4:1-2). Door de kracht van de Heilige Geest stond Jezus in een bediening van genezing voor een lijdende mensheid (zie Luk. 4:14-19). Hij genas de zieken, reinigde de melaatsen, wierp demonen uit en predikte het Evangelie aan de armen van Geest. Diezelfde wondervolle zalving die op Jezus was, wil God ook vandaag geven aan hen die in Hem geloven
[1] (d.i. geloven “zoals de Schrift zegt”). Tegen het einde van Zijn (aardse) bediening, toen Jezus Golgotha naderde, was Zijn gezicht “zo onbewogen als een rots” (zie Jes. 50:6-7). Paulus, de schrijver van de Hebreeënbrief, verklaart dat Jezus “Zichzelf, door de eeuwige Geest, smetteloos (d.i. zonder ooit te zondigen) aan God geofferd heeft” (zie Hebr. 9:14). De Heilige Geest bekrachtigde Jezus dus om de folteringen van Gethsémané en van het kruis te ondergaan en te doorstaan. De Heilige Geest wekte Hem echter ook op uit de dood, waarmee de profetie van David in vervulling ging: “Want U zult Mijn ziel in het graf niet verlaten, U laat niet toe dat Uw Heilige ontbinding ziet” (Ps. 16:10, HSV).

De Geest in de gelovige
Dezelfde Heilige Geest, Die Christus deed opstaan uit de dood, is Degene Die NIEUW LEVEN geeft aan de gelovige.
Dank God, wij hoeven niet langer (geestelijk) dood te zijn door (nog) maar steeds in onze zonden en overtredingen te blijven leven, maar wij kunnen werkelijk (geestelijk) levend zijn of worden in Christus! Wij hoeven niet langer overeenkomstig de wil van onze oude natuur te wandelen, maar kunnen – in en door Hem – wandelen “in nieuwheid des levens” (zie Rom. 6:4). Als onze oude natuur ook echt wordt gekruisigd met Christus, zijn wij niet langer meer dienstknechten van de zonde (zie Rom. 6:6). “Laat dan de zonde niet regeren in uw sterfelijk lichaam, om aan de begeerten daarvan te gehoorzamen” (Rom. 6:12). De Here heeft ons de LEVENDMAKENDE tegenwoordigheid van de Heilige Geest gegeven, in onze sterfelijke lichamen, om ons te helpen alle aanvallen en verleidingen van de duivel (onze vijand) te overwinnen. Wij allen hebben nog niet de staat van zondeloze volmaaktheid bereikt, maar worden (als het goed is) dagelijks veranderd naar het beeld en de gelijkenis van onze Heer. Paulus schrijft in 2 Korinthe 3 vers 18 dat, als wij de heerlijkheid van onze Here Jezus aanschouwen, wij van gedaante worden veranderd, naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, door de Geest van de Here. Al de karakteristieken van de Godheid worden langzaam maar zeker ingeweven in onze levens. De liefde en het erbarmen van Jezus, Zijn vriendelijkheid, zachtmoedigheid, lijdzaamheid, enz., het zijn karaktereigenschappen die Christus aan Zijn discipelen geeft. En niet alleen helpt de Heilige Geest ons om te leven in overwinning over onze vleselijke natuur; Hij staat ons ook bij door ons lichamelijke genezing en gezondheid toe te brengen. Heling (d.i. genezing – naar lichaam, ziel en geest – door onze Heelmeester) is onze erfenis en ons bezit vandaag!
Onze geestelijke leiders/voorgangers uit het begin van de 20ste eeuw – de dagen van het begin van de uitstorting van de Heilige Geest – legden getuigenis af van een sterk geloof in onze Heer als de Heelmeester van zieken. Zij weigerden de gangbare leer te aanvaarden dat de dagen van de wonderen voorbij waren. Zij brachten de Schriftuurlijke onderwijzing van “zalving met olie” (weer) in praktijk en legden de handen op, vrijmoedig en met een rotsvast geloof verwachtende dat God Zijn volk genezing zou schenken. De Pinksterbeweging
[2] werd geboren in het vuur van genezing en wonderen, zowel hier[3] als in andere landen.
Op de één of andere manier hebben wij, als tweede of derde generaties van Pinkstermensen, die kracht van God die wij eens (in en door Hem) bezaten, verloren. Zoals al zo dikwijls gebeurd is in de geschiedenis van de opwekkingen, zo zien wij ook nu weer dat onverschilligheid, lauwheid van hart en (in vele gevallen) volslagen wereldgelijkvormigheid de Gemeente beroven van de kracht van God. Maar dank God, Hij heeft ons nimmer verlaten. Wij zijn vele malen van Hem afgedwaald, maar heden roept Hij ons terug naar die plaats waar kracht en genezing ervaren (kunnen) worden. Gods beloften zijn nog altijd waar! Nog steeds wil Hij van Zijn Geest uitstorten over alle vlees.
Naarmate de Wederkomst van Christus nadert, zal de Gemeente/Kerk – meer en meer – gaan verlangen naar een werkelijke beweging van God de Heilige Geest. Ja, Hij maakt nog altijd verlorenen zalig en geneest de zieken. Dat deze zegeningen OPNIEUW gekend zullen worden – op grotere schaal als ooit tevoren – onder Gods volk!

Sterfelijke lichamen levend gemaakt
“Maar dit zeg ik, broeders (en zusters), dat vlees en bloed het Koninkrijk van God niet kunnen beërven en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet” (1 Kor. 15:50, HSV). Wanneer Jezus Christus ten tweede male wederkeert naar deze aarde (er is respectievelijk een ONzichtbare en een ZICHTbare Wederkomst, en met de 2de Wederkomst wordt de ZICHTbare wederkomst NA de Grote Verdrukking bedoeld
[4] – red.), zal Hij al de gestorven gelovigen van alle eeuwen (dus ook de Oudtestamentische gelovigen), degenen die oprecht in Hem gelooft hebben, roepen uit hun graven. De opstandingskracht van de Heilige Geest zal aan een ieder van hen een nieuw (opstandings)lichaam geven. (Maar de Bruid of Bruidsgemeente zal dit opstandingslichaam al eerder – namelijk vlak voor de Bruiloft[5] van het Lam van God, zijnde de ONzichtbare wederkomst – ontvangen. Reden ook waarom de Bruid of Bruidsgemeente niet zal hoeven te sterven, maar – in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk – veranderd zal worden, zie 1 Korinthe 15:51-52 – red.). Tijdens het 1000-jarige Rijk zullen wij niet langer natuurlijk bloed hebben, dat door onze aderen vloeit en dat aan een ieder van ons het leven geeft, maar de Heilige Geest zal dan het leven geven aan onze opstandingslichamen. Paulus onderwees al, in Filippenzen 3:21, dat onze vernederde lichamen veranderen zullen, om gelijkvormig te worden aan Jezus’ heerlijk lichaam. Alle zorgen en pijn zullen geschiedenis geworden zijn. Wij zullen voortleven in de eeuwige tegenwoordigheid van de Here, en voor altijd genieten van dat nieuwe opstandingsleven van Christus. Omdat Hij leeft en vanwege het kruis en de opstanding van Christus, zullen ook wij leven (en hoe!), VOOR EEUWIG. Amen.

D. Peterson[6]

  • Voor nog meer studies over de eindtijd, zie onze website: www.eindtijdbode.nl/

  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.
  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog (met een maandelijkse 'nieuwsbrief') wilt attenderen.


[1] Zie eventueel de studie “De werkingen van de Geest in de eindtijd”. (noot – AK)
[2] Zo genoemd vanwege de uitstorting van de Heilige Geest tijdens het Pinksterfeest, zoals vermeld in Handelingen 2:1-4, dit is de zgn. Vroege Regen. De Spade (of Late) Regen is echter het beeld van de uitstorting van de Heilige Geest in de eindtijd (zie noot 1). Van beide kunnen wij lezen in Joël 2:23b en 28-29: “En gij, kinderen van Sion! verheugt u en zijt blijde in de HERE, uw God; want Hij zal u geven die Leraar ter gerechtigheid (d.i. de Heilige Geest); en Hij zal u de regen doen nederdalen, de vroege regen en de spade (of late) regen als voorheen (d.i. zoals in het begin, namelijk zoals in de dagen van de apostelen).” “En daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen, uw jongelingen zullen gezichten zien; Ja, ook over de dienstknechten, en over de dienstmaagden, zal Ik in die dagen Mijn Geest uitgieten.” (noot – AK)
[3] Bedoeld wordt: in Amerika, omdat het oorspronkelijke artikel daar geschreven is. (noot – AK)
[4] Zie eventueel de studies “De Wederkomst van Christus nader bekeken” en/of “Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist?” (noot – AK)
[5] Zie eventueel de studie “Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde”. (noot – AK)
[6] Uit 'de Tempelbode' van april 1987 – Het artikel is overgenomen (en in het Nederlands vertaald door H. Siliakus) uit 'Pentecostal Power'. (noot – AK)