Posts tonen met het label het Woord van God. Alle posts tonen
Posts tonen met het label het Woord van God. Alle posts tonen

vrijdag 23 juli 2010

Boekbespreking 13: De dag van JaHWeH (De dag des Heren)


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Een inleidend woord
Wij vormen "het geslacht van de laatste dagen", dat leeft temidden van grote geestelijke krachten, die zich in deze laatste fase van de "einden der eeuwen" vormen en ontwikkelen. En het is zo dat wij, door het leven temidden hiervan èn door de genadige werkingen van de Heilige Geest – aangaande de profetische uitspraken, die deze sluitingstijd van Gods genade en bemoeienis met het zondige mensengeslacht betreffen – steeds meer licht (en dus inzicht) ontvangen. Wij gaan alles aangaande de eindtijd dan, door de praktijk van het leven en door de tijd waarin wij leven, als begenadigde kinderen Gods beter zien en begrijpen.
En hoe dichter wij het absolute einde van Gods genadetijd naderen, hoe volmaakter onze visie, door het licht (en dus inzicht) van de Heilige Geest, op dit alles wordt.
Laten wij ons daarom volkomen doen leiden door de geschreven profetieën uit de Schrift, zonder dat wij een bevooroordeeld hart hebben; zonder enig vooroordeel als gevolg van een overtuiging, gevormd door de gevestigde mening van MENSEN, hoe “wijs” deze in onze ogen ook mogen lijken, om zo, onder de voortreffelijke leiding van de Heilige Geest èn met een biddend, open hart, te komen achter de werkelijke waarheden van de, reeds vele eeuwen terug, geprofeteerde ontwikkelingen en krachten, waar wij in de laatste dagen mee te maken krijgen, namelijk met alles wat betrekking heeft op de slottaferelen (d.i. de eind[tijd]-gebeurtenissen) van Gods strijdende Gemeente/Kerk op aarde en haar vijanden van het laatste uur.
Deze korte handleiding over de eschatologische ontwikkelingen (d.i. de ontwikkelingen over het einde van de wereld en het laatste oordeel), in het licht, zoals WIJ die in de oprechte benadering van de Schriften zien, wil hiertoe een bijdrage vormen om te komen tot een volledig inzicht en verklaring van Gods profetisch Woord met betrekking tot deze laatste dagen. De Here zal Zijn Gemeente(leden), hen die een biddend, dankend en wijs hart hebben, hier zeker toe leiden.

Wat verstaat de Schrift onder “de Dag van de Heer”?
Zef. 1:14-18 is reeds eerder geciteerd (zie de complete studie!).
De Schrift verstaat hieronder dus de tijd van Gods oordelen, die in de eindtijd over de zondige Gemeente/Kerk en wereld komen. De Schrift kent 3 soorten – in sterkte steeds toenemende – Goddelijke oordelen:

1. Zegel-oordelen, waardoor 1/4 van de mensheid van ruim 6 miljard mensen (dus ± 1½ miljard) sterft.
Deze oordelen dienen om voornamelijk de ingeslapen, in zonde vervallen Christenheid tot berouwvolle bekering te brengen.
Openb. 6:8b, “En hun werd macht gegeven om te doden tot het vierde deel van de aarde (d.i. 1,5 miljard mensen), met zwaard, en met honger, en met de (gewelddadige) dood, en door de wilde beesten van deze aarde."
1 Petr. 4:17, "Want het is de tijd, dat het oordeel begint bij het huis van God (d.i. de Gemeente/Kerk); en indien het (oordeel) eerst bij ons begint, wat zal het einde zijn van degenen, die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?"

2. Bazuin-oordelen, waardoor 1/3 van de dan nog, na de zegel-oordelen, overgebleven mensheid van ca. 4½ miljard (dus weer ± 1½ miljard) sterft. Deze oordelen dienen om de zondige wereld – de wereldsgezinde mensen, dus ook de wereldsgezinde christenen – aan te dringen tot bekering.
Openb. 9:18, “Door deze drie (plagen) werd het derde deel van de mensen gedood, namelijk door het vuur, en door de rook, en door het sulfer (d.i. zwavel), dat uit hun monden uitging.”

3. Fiool- of schaaloordelen, waardoor de hele dan nog bestaande, antichristelijke mensheid wordt gedood.
Matth. 24:38-39, “Want gelijk zij waren in de dagen voor de zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk uitgevende, tot de dag toe, in welke Noach in de ark ging; en bekenden het (oordeel over de zonde) niet, totdat de zondvloed kwam, en hen allen wegnam; alzo zal ook zijn de toekomst (d.i. de Wederkomst) van de Zoon des mensen.”
Openb. 19:15, “En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt de wijnpersbak met de wijn van de toorn en de gramschap van de almachtige God.”
De apostel Johannes werd – door de Heilige Geest – in de geest in deze eindtijd gebracht.
Openb. 1:10a, “En ik (d.i. Johannes) was in de geest op de dag des Heren.”
In deze studie worden slechts de zegel-oordelen behandeld.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009.
KLIK HIER

woensdag 23 juni 2010

Boekbespreking 11: LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus

.
Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleidende woorden:
In het Evangelie naar de evangelist Lukas zien wij de Here Jezus uitgebeeld als de Zoon van de mens (uit het zaad van David, naar het vlees – zie Rom. 1:3), als de NIEUWE MENS in God, als het Nieuwe Creatuur (of Schepsel). En uiteraard is elke Nieuwe Creatuur een priester van God, omdat hij in gemeenschap treedt èn is met God. Juist deze gemeenschap geeft de Nieuwe Creatie (of Schepping). En door en in die gemeenschap met God is het Nieuwe Schepsel een priester, die tussen God en de in zonde vervallen mens staat. Daarom is het Evangelie naar Lukas in de eerste plaats een openbaring van Jezus Christus als de wonderbare Hogepriester van God, omdat Hij hier wordt geopenbaard als de Zoon van de mens, de eerste onder de Nieuwe Scheppingen Gods. Wat nu, ook geestelijk gesproken, voor het Hoofd (d.i. Jezus) geldt, geldt ook voor het Lichaam (d.i. voor de ware christenen). Het is dus ook een Boek van de christen als een koninklijke priester, die priester kan zijn, omdat Hij, Jezus Christus, de Hogepriester is. Het is het Boek van de NIEUWE MENS, omdat hij in gemeenschap leeft met die wonderbare Hogepriester en Heiland, waardoor die NIEUWE MENS ook een kanaal KAN zijn van Gods genadestromen ten behoeve van het volk van God.
Dit eerste hoofdstuk toont ons in het bijzonder de poortopening van bekering tot het NIEUWE LEVEN.
Wij willen dit Bijbelboek bezien in het licht van de Israëlitische Tabernakel. Zouden wij kunnen naderen tot dat toenmalige heiligdom, dan zouden wij eerst een poort binnengaan, om dan te komen op heilige grond. Dit is eveneens het geval als wij dit Evangelie met gepaste eerbied en biddend beginnen te lezen.
De kleuren van Jezus’ Wezen worden door die poort ten toon gespreid; namelijk: scharlaken, hemelsblauw, purper en wit. Juist dit witte beeldt de reinheid uit, die kenmerkend is voor die NIEUWE MENS. Het purper doelt op het Koningschap van de Here Jezus Christus, dat in het Evangelie naar Matthéüs tot uitdrukking komt. Dat scharlaken toont het Knechtschap van Gods Zoon, Zijn willen sterven voor de in zonde vervallen mensheid, gelijk de Vader het Hem vroeg, al vóór de grondlegging der wereld. Dit wordt ons in het Markus-Evangelie verteld. Het hemelsblauw vertelt ons van Jezus als Zoon van God, hetgeen door het Johannes-Evangelie wordt weergegeven.
De kleur van Jezus, door Lukas in zijn Evangelie weergegeven, is dus WIT. Hij is die REINE NIEUWE MENS en HOGEPRIESTER.
Lukas 1 vers 1-4: “Aangezien velen getracht hebben, om in (goede) orde een verhaal op te stellen van de dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben; gelijk ons overgeleverd hebben (degenen), die van het begin af aan zelf aanschouwers (d.i. ooggetuigen) en dienaars van het Woord geweest zijn; zo heeft het ook mij goed gedacht, hebbende alles van voren af aan nauwkeurig onderzocht, vervolgens aan u te schrijven, voortreffelijke Theófilus! Opdat gij mocht kennen de zekerheid van de dingen, waarvan gij onderwezen zijt”.
Hier heeft Lukas, de geneesheer en later evangelist, geschreven aan een zekere Theófilus. Deze laatste is een verzonnen naam, want “Theófilus” wil in het Grieks niets anders zeggen dan “zoon van God”. Hij heeft dit Evangelie dus gericht tot elke zoon van God, aan elk voortreffelijk (lees: oprecht) kind van God. En het doel van de evangelist is om ermee geloofszekerheid te brengen in het hart van elk kind van God.

De geboorte-aankondiging van Johannes de Doper
Nu zullen wij het verhaal onder de loep nemen van de geboorte-aankondiging van Johannes de Doper. Johannes de Doper is een bekeringsprediker. Hij riep het volk van Israël, het Jodendom wel te verstaan (namelijk van de stam Juda, waarin ook de stam Benjamin opgenomen was), tot bekering. Hij was gekomen in de geest van Elia, de profeet die Israël tot bekering riep, nadat het (geestelijk) was afgedwaald en Baäl had gediend door toedoen van koningin Izebel, de vrouw van koning Achab van Israël.
De Baäl-godsdienst is in feite een natuurgodsdienst. Nader beschouwd wil de Baäl-godsdienst zich uitleven in wereldse lusten, de wereldse zin wordt erin botgevierd. De Baäl-cultus (d.i. de verering van Baäl, een afgod) droeg een losbandig karakter, waarbij de vruchtbaarheid werd vergoddelijkt.
Elia riep Israël van Baäl weg – van de wereldse, losbandige levensstijl waar het Israël van zijn tijd in vervallen was – terug naar JaHWeH-God. Hij riep hen tot de LEVENDE God en Here, de God van reinheid, ingetogenheid en gerechtigheid. Aldus was Elia en aldus was deze Johannes de Doper.
Wij lezen nu, dat God de geboorte van deze Johannes de Doper aankondigde. Al wat recht en goed is komt uit God. God is het, Die ons tot bekering roept. Wij komen niet tot God zonder deze roep tot bekering; en Hij gebruikt hiertoe de mond van de bekeringsprediker.
De bekeringsprediker is een geschenk van een liefhebbende God aan mensen die in de zonde verdwaald zijn. God in Zijn ontfermingen vult hem met de Geest, Die tot bekering roept. Hij is een spreekbuis van de roepstem, die uit Gods hart komt.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009.
KLIK HIER


dinsdag 8 juni 2010

Lijst met Bijbelstudies, beschikbaar op onze Website

.


.






Zie eventueel ook nog onze website: www.eindtijdbode.nl/

Nederlandstalige studies van E. van den Worm:
1. De 5 wijze en de 5 dwaze maagden en hun eigen lotsbestemmingen in de eindtijd.
2. De 7 donderslagen van Openbaring 10:3.
3. De 7 fasen van de wederkomst
van onze Here Jezus Christus.
4. De 7 Geesten van God en van het Lam van God (naar aanleiding van het Bijbelboek de Openbaring van Johannes, vers 4:5 en 5:6)
5. De 10 vervulde (volmaakte) geboden (voor het Koninkrijk der hemelen, op aarde, de Gemeente van de Here Jezus Christus).
6. De 10 zaligsprekingen.
7. De Bergrede van onze Here Jezus Christus (De grondwet van het Koninkrijk der hemelen op aarde, de Gemeente van de Here Jezus Christus).
8. De dag van JaHWeH / De dag des Heren (en de ontwikkelingen van de Gemeente/Kerk gedurende deze “dag”).
9. De eindtijd profetieën van de profeet Zacharia (“Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen” – Matth. 4:17b). Noot: VERS voor VERS nader uitgelegd.
10. De grote reis van Gods Gemeente/Kerk in de eindtijd (van verval en geestelijke slaap naar de overwinning over de zondemacht en haar uiteindelijke, eeuwige, goddelijke heerlijkheid – in en door de Heilige Geest – op grond van het gestorte Bloed van Gods Lam).
11. De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd.
12.
De overwinningen van het gestorte Bloed van het Lam van God, over satans zondemacht.
13. De Tabernakel van Israël (Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God tot in alle volmaaktheid toe).
14. De uiteindelijke, Goddelijke HEERLIJKHEID van de ware Gemeente/Kerk van de Here Jezus Christus in de eindtijd, die is GROTER dan die van de eerste Gemeente/Kerk.
15. De valse staatskerk van de laatste dagen (een overkoepelende instelling van ‘Christelijke’ kerken in de eindtijd) – De grote hoer van Openbaring 17.
16. De visioenen van Zacharia (en de – geestelijke – betekenis ervan voor de Bruidsgemeente).
17. De volmaaktheid in Christus op aarde, in de eindtijd.
18. De werkingen van de Geest in de eindtijd.
19. Door de Geest van God geroepen tot deelname
aan het Avondmaal van de Bruiloft van Gods Lam en tot deze Goddelijke Bruiloft.
20. Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde (namelijk: de grote ‘Spade Regen’ uitgieting van de Heilige Geest, in grote kracht, in deze laatste dagen).
21. Geroepen om te worden gemaakt tot
Gods doel met de mens: een eeuwige, heilige tempel van onze almachtige God en Vader.
22. Gij, volk van Israël, ontwaak! (Een profetische Bijbelstudie met betrekking tot het politieke herstel en de complete terugkeer van het gehele Israël naar Kanaän).
23. God gaat in de eindtijd de Gemeente/Kerk en de wereld schudden.
24. Heiligmaking.
25. Het Goddelijke herstelwerk in de Gemeente/Kerk, in de eindtijd.
26. Het nieuwe Jeruzalem, de Bruid van het Lam van God, het Lichaam van Christus.
27. Jezus onze Leidsman, Verlosser, Zaligmaker, Heiligmaker en Volmaker.
28. JOHANNES – Het Boek over het leven van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van God (Noot: VERS voor VERS nader uitgelegd).
29. LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus (over Jezus, de Hogepriester en hoe wij, als priesters van de allerhoogste God, Hem moeten dienen). Noot: VERS voor VERS nader uitgelegd.
30. Onze aardse roeping: “En u zult Mijn getuigen zijn” (n.a.v. Matth. 5:13-16).
31. Wat God bereid heeft voor degenen, die Hem liefhebben.

Nederlandstalige studies van CJH Theys:
1.
Arendsvleugelen (over de kracht van God).
2. Christus in de Tabernakel (uitgebreide uitleg over de diep-geestelijke betekenis van de verschillende Tabernakel-objecten). [1]
3. Daniël, deel 1, de hoofdstukken 1 t/m 3 (Noot: VERS voor VERS nader uitgelegd). [2]
4. Daniël, deel 2, de hoofdstukken 4 t/m 8 (Noot: VERS voor VERS nader uitgelegd).
[3]
5. Daniël, deel 3, de hoofdstukken 9 t/m 12 (Noot: VERS voor VERS nader uitgelegd).
[4]
6.
De natuurlijke mens en de Heilige Geest.
7. De oorlog van Gog en Magog (volgens Ezechiël 38 en 39) – De Russische Opmars.
8. De verborgen ONgerechtigheid – De valse arbeiders in een Gemeentelijke bediening.
9. Leer Bidden (“Een krachtig gebed van een rechtvaardige vermag veel” – Jak. 5:16b).
10. Podium en Gemeente (Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan).

Nederlandstalige studies van H. Siliakus:
1. Beknopte verklaring van het boek Jesaja.
2. Beschouwingen over het boek Hooglied (het boek over de innige band tussen Bruid en Bruidegom).
3. De mannelijke zoon in het boek Esther.
4. Drie grote toekomstige scheidingen.
5. Het boek JobOver het lijden en de strijd van de Bruidsgemeente.
6. Het boek Ruth in profetisch licht.

Nederlandstalige artikelen van A. Klein:
1. ANDER nieuws over ISRAËL - De zoektocht naar
de Israëlische identiteit van ALLE 12 stammen.
2. De Wederkomst van Christus nader bekeken.
3. Een ANDER geluid – Het verschil tussen “het Lichaam van Christus” en “de Bruid van Christus”.
4. Een ANDER geluid – Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ?
5. Een ANDER geluid –
Wie is de ruiter op het WITTE paard uit Openbaring 6 ?
6. Een ANDER geluid – Wie is de VROUW uit Openbaring 12 ?

Nederlandstalige studie van FG van Gessel:
Tabernakel-onderzoek. [5]

[1] Van deze studie hopen wij in 2011 een versie in (meer) hedendaags Nederlands te realiseren.
[2] Een zeer interessante en UITGEBREIDE Bijbelstudie die – helaas – nog met een ouderwetse typemachine is uitgetypt! Reden: Het ontbreekt mij (A. Klein) helaas aan genoeg tijd om op korte termijn aan het uittypen en bewerken van deze – inhoudelijk – waardevolle studie te beginnen.
[3] Zie noot 2.
[4] Zie noot 2.
[5] Een Bijbelstudie die – helaas – nog met een ouderwetse typemachine is uitgetypt!
• Wel willen wij vermelden dat dit een LINK betreft, omdat deze studie – die weliswaar van een Bijbelleraar is die uit hetzelfde geestelijke ‘nest’ komt – door anderen is gescand en alweer enkele jaren op de website van de Bethel-Pinksterkerk te Amsterdam-Voorburg vermeld staat
.

Bijbelstudies over de eindtijd en wederkomst van Jezus Christus

zaterdag 23 januari 2010

Boekbespreking 1: God gaat in de eindtijd de Gemeente/Kerk en de wereld schudden



Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. v.d. Worm[1],
uitgegeven door “uitgeverij De Eindtijdbode”.


Waarom gaat de Here de naties schudden?
De Here gaat al de naties in de eindtijd, vlak voor Zijn wederkomst, schudden, omdat de ongerechtigheid onder de naties zich heeft vermenigvuldigd en zich verder gaat vermenigvuldigen.
“En omdat de wetsverachting (d.i. de ongerechtigheid) toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen.” (Matth. 24:12)
“En gelijk het geschiedde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen (van de wederkomst) van de Zoon des mensen: zij aten, zij dronken, zij huwden, en zij werden ten huwelijk genomen (men geeft prioriteit aan het aardse) tot op de dag, waarop Noach in de ark ging en de zondvloed kwam en ALLEN verdelgde. Op dezelfde wijze als het geschiedde in de dagen van Lot: zij aten, zij dronken, zij kochten, zij verkochten, zij plantten, zij bouwden. Maar op de dag, waarop Lot uit Sodom ging, regende vuur en zwavel van de hemel en verdelgde hen allen.” (Luk. 17:26-29)
“Toen de Here zag, dat de boosheid van de mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde boos was, berouwde het de Here, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart. En de Here zei: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem UITROEIEN, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb. Maar Noach vond genade in de ogen van de Here.” (Gen. 6:5-8)
De Here God brengt dus in de eindtijd Zijn oordelen over de aarde om haar bewoners tot bekering te brengen.
“Wanneer uw gerichten (of: oordelen) op de aarde zijn, leren de inwoners der wereld gerechtigheid.” (Jes 26:9b)
“Nabij is de grote dag des Heren, nabij en hij nadert haastig. Hoort, de dag des Heren; bitter schreeuwt dan de held. Die dag is een dag van verbolgenheid, een dag van benauwdheid en van angst, een dag van vernieling en van vernietiging, een dag van duisternis en van donkerheid, een dag van wolken en van dikke duisternis, een dag van bazuingeschal en van krijgsgeschreeuw tegen de versterkte steden en tegen de hoge hoektorens. Dan zal Ik de mensen benauwen, zodat zij gaan als blinden, want zij hebben tegen de Here gezondigd, en hun bloed zal worden uitgestort als stof en hun ingewand als drek. Noch hun zilver, noch hun goud zal hen kunnen redden op de dag van de verbolgenheid des Heren. Door het vuur van Zijn naijver zal de ganse aarde verteerd worden, want vernietiging, ja, een verschrikkelijk einde zal Hij alle inwoners der aarde bereiden.” (Zef. 1:14-18)
“Komt tot uzelf, ja, komt tot inkeer, gij schaamteloos volk, voordat het besluit tot uitvoering komt (als kaf gaat een dag voorbij) voordat over u komt de brandende toorn des Heren, voordat over u komt de dag van de toorn des Heren. Zoekt de Here, alle ootmoedigen des lands, gij die zijn verordening volbrengt; zoekt gerechtigheid, zoekt ootmoed; misschien zult gij geborgen worden op de dag van de toorn des Heren.” (Zef. 2:1-3)
Hij wil namelijk vóór Zijn wederkomst nog een grote zielenoogst van ontelbare zielen in Zijn hemels Koninkrijk brengen.
“Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiën en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen.” (Openb. 7:9)
Ook Paulus profeteerde van deze Goddelijke schudding in de eindtijd.
“Maar over de tijden en gelegenheden, broeders, is het niet nodig, dat u geschreven wordt: immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zo komt, als een dief in de nacht. Terwijl zij zeggen: het is alles vrede en rust, overkomt hun, als de weeën een zwangere vrouw, een PLOTSELING verderf, en zij zullen geenszins ontkomen.” (1 Thess. 5:1-3)
Hij spreekt van een PLOTSELING verderf, dat over de wereld komt, dat de wereld zal ervaren als de weeën van een zwangere vrouw. Weeën van een zwangere vrouw, als haar tijd van baren gekomen is, geschieden plotseling, in steeds toenemende mate en met steeds snellere opeenvolging.
Mijns inziens is deze schudding door de Heer van de naties al begonnen.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein


NOOT:
De aardbeving in Haïti (van 1,5 week geleden) had een kracht van ruim 7 op de schaal van Richter. Het is opmerkelijk dat het aantal zware aardbevingen toeneemt. Een week eerder werden de Salomons Eilanden getroffen door een beving met een kracht van 6,2.


[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009, klik hier.

zondag 23 augustus 2009

Bijbelstudies van CJH Theys op www.eindtijdbode.nl


De laatste tijd horen wij regelmatig geluiden dat mensen de naam van Bijbelleraar C.J.H. Theys (of: CJH Theijs) via Google hebben ingetypt om Bijbelstudies van hem te vinden, maar dat dit weinig tot geen DUIDELIJK resultaat gaf.
Daarom nu dit kleine stukje op ons weblog, omdat bovenstaande “kop” (of een gedeelte ervan) straks de tekst bevat waarop men hem – via Google – gemakkelijk kan vinden.
We vermelden gelijk maar even welke Bijbelstudies er op dit moment van hem op onze website –
www.eindtijdbode.nl – staan:
1. Arendsvleugelen
2. Christus in de Tabernakel
3. De natuurlijke mens en de Heilige Geest
4. De oorlog van Gog en Magog – De Russische opmars
5. Leer bidden

Op ons weblog
staat ook nog een “In memoriam” van hem (iets over het leven en werk van deze man Gods) en – in delen – de Bijbelstudie: “Podium en Gemeente”.
In de toekomst hopen wij meerdere studies van hem uit te werken en op onze website (of weblog) te plaatsen.

A. Klein

Bijbelstudies van CJH Theys

vrijdag 24 juli 2009

Het teruggevonden Boek

.










Het Profetisch Woord
Het Woord van God is niet alleen profetisch in die gedeelten (van de Bijbel) waar de profetie als vorm gebruikt wordt. Als dit zo was dan zouden wij moeten leren dat het “profetische Woord” IN (gedeelten van) de Bijbel gevonden wordt en zouden wij niet van het “profetische Woord” als van de GEHELE Bijbel kunnen spreken. Nochtans is men in brede kring deze ONjuiste opvatting WEL toegedaan. Terwijl sommigen in deze afwijking nog een stap verder zijn gegaan, bewerende dat ook buiten-Bijbelse profetie tot het “profetische Woord” gerekend kan worden.
[1] Er hoeft echter geen twijfel over te bestaan dat het “profetische Woord” beslist geen verzamelnaam is voor wat men, doorgaans, de “profetische” boeken en gedeelten van de Bijbel noemt. Petrus had het GEHELE geschreven Woord van God (de GEHELE Bijbel die tot stand zou komen) op het oog, toen hij schreef over het voorrecht van het bezit van het “profetische Woord”, want uit de context blijkt dat hij daaronder verstaat: de tijdloze openbaring van de Majesteit van Jezus, die Zelf het (LEVENDE) Woord is (zie 2 Petr. 1:16-19).
De ernstige (d.i. de serieuze en ijverige) Schriftonderzoeker zal ontdekken dat de dichterlijke, de verhalende en de onderrichtende boeken van de Bijbel evenzeer profetisch zijn als de profetenboeken. Zo komen wij in het onderricht van de brieven van Paulus, alsook in de andere brieven van het Nieuwe Testament, voortdurend verwijzingen naar de wederkomst (d.i. de toekomst, verschijning en openbaring) van Jezus Christus tegen. Een dichterlijk boek als het Hooglied
[2] is een profetie over de Gemeente van Christus in de eindtijd en vele Oudtestamentische geschiedenissen blijken PROFETISCHE geschiedenissen te zijn (men dient deze “profetische geschiedenissen” wel te onderscheiden van de zogenoemde “schaduwbeeldige geschiedenissen”).

Een Boek gevonden
Met zo’n profetische geschiedenis hebben wij te doen in 2 Kronieken 34, de geschiedenis van het teruggevonden Wetboek[3] (zie vers 8-33). Een geschiedenis welke zich afspeelt in de dagen van Josia, koning van Juda (bestaande uit de 2 stammen van het ‘huis van Juda’)[4]. In het 14de vers van het genoemde hoofdstuk lezen wij: “En als zij het geld uitnamen, dat in het Huis des Heren gebracht was, vond de priester Hilkia het Wetboek des Heren, gegeven door de hand van Mozes” (SV). Onder het voorgangerschap van Josia rees bij de leiders van het volk van Juda (zie noot 4) het verlangen om het Huis des Heren, de Tempel te Jeruzalem, te herstellen (zie vers 8), en daarmee de ware godsdienst. Om de herstelwerkzaamheden te kunnen bekostigen, hielden zij een inzameling. Het bijeengebrachte geld werd bewaard in de Tempel en toen zij het van daar wilden weghalen, om het uit te betalen aan degenen die het werk zouden uitvoeren, ontdekten zij het Wetboek des Heren. Het vinden van dit Boek bleek een zegen en is daarom een zaak, waard om te overdenken. Gods Woord leert ons dat er aan bepaalde handelingen van mensen wonderbare zegeningen zijn verbonden. Aan “wie Hem IJVERIG zoeken” belooft God bijvoorbeeld: “die zullen Mij vinden” (zie Spr. 8:17, NBG). Deze “wet van oorzaak en gevolg” functioneert ook in het geestelijk leven. Wij moeten hier echter ook aan toevoegen: niet alleen tot voordeel van de mens, maar vaak ook tot zijn of haar nadeel (lees Hebr. 12:25).

Een bijzondere geestelijke ervaring
Ook in de dagen van koning Josia werd men gewaar dat Goddelijke zegeningen voor ons mensen doorgaans het gevolg zijn van het “Gode welgevallig” handelen. Toen Josia en de zijnen hun voornemens tot herstel van Gods Huis ten uitvoer wilden gaan brengen en zij de daartoe noodzakelijke voorbereidingen troffen, vonden zij het Wetboek des Heren. Dit vinden van Gods Boek is het begin geworden van een ware geestelijke opwekking! Wat toen gebeurde, heeft zich (onder andere) herhaald, vele eeuwen later, in de tijd van de Kerkhervorming onder Luther en (ook) aan het begin van de 20ste eeuw[5] bij de zgn. Pinksteropwekking. Het Boek des Heren, het Woord van God, werd hervonden en dit bracht in alle gevallen waarin daarvan sprake was, een grote geestelijke opleving teweeg. Steeds echter was het terugvinden van Gods Boek op zichzelf het gevolg van iets anders. Voor een goed begrip wijs ik u erop dat Josia niet helemaal onkundig was van Gods wil en van de wijze waarop God gediend wilde worden, voordat het Wetboek ontdekt werd (vergelijk 2 Kron. 34:3-7). Luther las en bestudeerde de Bijbel al lang voordat hij de reformator werd. En zij die aan het begin van de 20ste eeuw voor het eerst weer de doop met de Heilige Geest ontvingen, waren eveneens wat men noemt “thuis” in de Bijbel. Het “vinden van het Boek” moet daarom moet daarom een bijzondere geestelijke ervaring zijn, die als effect heeft, dat men in het Boek gaat ontdekken wat tot dan toe bij het lezen verborgen bleef. Het Boek gaat als het ware “leven”, gaat werkelijk “open”. Het is alsof de schellen van de ogen vallen. Men wordt, als het ware, door het Boek gevonden (vergelijk 2 Kron. 34:19)! Maar daarmee is nog niet alles gezegd. Dit “hervinden van het Boek” kunnen wij namelijk niet opvatten als iets dat voor de enkeling of voor enige uitgezochte personen bestemd is. Gelet op wat er vermeld staat in 2 Kronieken 34 vers 29-32, zouden wij eigenlijk moeten spreken van een terugvinden van Gods Boek door het VOLK! Dit gebeurde in Josia’s tijd. Dit gebeurde ook in de dagen van Luther. En dit is ook wat er in het begin van de 20ste eeuw geschied is, over heel de wereld. God gebruikt enkelingen om gehele volkeren te zegenen.

KLIK HIER om deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen!

HS[6]

  • Als onze (eindtijd)studies u interessant lijken, zouden wij het fijn vinden als u ook anderen op onze website en/of ons weblog (met 2 maal per maand een ‘nieuwsbrief’) wilt attenderen.
  • Zie voor meer Bijbelstudies onze website www.eindtijdbode.nl/
  • Nog niet alle studies staan op onze website vermeld.
[1] Wij zijn zeker van mening dat er, ook heden, profeten met een – van God ontvangen – profetische boodschap zijn. Al zullen het er o.i. niet veel zijn. Net als in de dagen van het Oude Testament zullen de valse profeten (die dus GEEN profetie van God ontvangen hebben en dus een valse boodschap geven) ongetwijfeld in de meerderheid zijn. Terwijl wij persoonlijk altijd de Bijbelse waarschuwing ter harte moeten nemen om alles, dus ook profetieën te toetsen aan Gods Woord, zoals wij ook kunnen lezen in 1 Johannes 4 vers 1: “Geliefden, geloof niet elke geest, maar beproef de geesten of zij uit God zijn; want er zijn vele valse profeten in de wereld uitgegaan”. Dus: ook een profetie moet altijd in overeenstemming zijn met, en getoetst worden aan, het Woord van God (d.i. de Bijbel).
[2] Zie eventueel op onze website de studie: “Beschouwingen over het boek Hooglied” (over de innige band tussen Bruid en Bruidegom). Terwijl ook onze studies over Esther, Job en Ruth de moeite van het lezen/bestuderen meer dan waard zijn.
[3] In de NBV lezen wij in plaats van Wetboek (of: Wetboek des Heren): Een boekrol met de tekst van de wet van de Heer (die door Mozes was overgeleverd)”. M.i. een betere vertaling dan de (oude) Statenvertaling, al is de studie op dit punt niet aangepast.
[4] Er is een verschil tussen Israël en het Jodendom. Wij willen dit in het kort proberen uit te leggen. In eerste instantie bestaat het volk van Israël uit de 12 stammen, vernoemd naar de 12 zonen van Jakob (die van God de naam Israël kreeg). Maar later komt er een splitsing. Er wordt in de Bijbel dan onderscheid gemaakt tussen het “huis van Israël” en het “huis van Juda” (de zgn. Joden). Het “huis van Israël” (ook wel Efraïm-Israël genoemd) is het 10-stammenrijk dat in de loop van de geschiedenis, door de Assyrische ballingschap, weggevoerd werd uit het beloofde land Kanaän/Palestina. Zij zijn daarna de zgn. heidenwereld ingetrokken, waar zij, tot op heden, in het “verborgen” wonen. Het zijn vooral de zgn. “christelijke” landen in Noordwest-Europa en de landen, waar velen uit Noordwest-Europa later naar toe zijn geëmigreerd, zoals Amerika, Canada en Australië. Het “huis van Juda” is het 2-stammenrijk, namelijk het volk van Juda en Benjamin, dat in de dagen van Jezus rondwandeling op aarde in het beloofde land Kanaän/Palestina leefde. (Het huis van) Juda, de zgn. Joden, is dan ook het deel van Israël waarover de verharding is gekomen (zie Rom. 11:25).
[5] In het originele artikel staat “onze eeuw” daar het geschreven is in 1982.
[6] Studie van H. Siliakus. Uit het blad: “Tempelbode”, van mei 1982. Enigszins bewerkt door AK.