Posts tonen met het label Het VOLLE Evangelie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Het VOLLE Evangelie. Alle posts tonen

woensdag 23 maart 2011

Boekbespreking 29: De 10 vervulde (volmaakte) geboden

.
Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleiding
Als een christen het over Gods 10 geboden heeft, doelt hij meestal op de 10 geboden, die Mozes in het Oude Verbond van God ontvangen heeft.
Vaak heeft men geen zicht op de 10 volmaakte (vervulde) geboden die de Here Jezus ons in Zijn Bergrede gegeven heeft. Daarom is het goed om deze volmaakte geboden die de Heiland ons gegeven heeft nauwlettend te bestuderen.
Wij kunnen deze 10 geboden niet in eigen kracht volbrengen.
Deze 10 geboden van de Here Jezus Christus laten ons zien waaraan wij nog te kort schieten, maar als wij deze tekorten belijden zullen deze tekorten ons vergeven worden. Dan gaan wij ons wassen in het dierbare bloed van het Lam, dan worden wij door Hem in Zijn bloed gewassen.
Wij kunnen ons aan deze vervulde geboden van de Here Jezus nog niet zondeloos houden, omdat wij nog niet volmaakt zijn. Zelfs de Mozaïtische 10 geboden kunnen wij in een onvol¬maakte staat niet volbrengen. Wees daarom niet bedroefd als u zich niet aan deze volmaakte geboden kunt houden, onze tekorten betonen dan slechts onze onvolmaakte staat, waarbij wij wel hebben te jagen naar de perfecte staat in Christus Jezus, waarin de Here ons wil brengen. Deze volmaakte staat is echter wel een staat die Hij eist.
Matth. 5:48, "Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is."
Deze 10 geboden van Jezus hebben een kern die wij kunnen vinden in Mattheüs 22 vers 37-40:
"Hij zeide tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten."
Wij hebben dus God lief te hebben boven alles, zelfs boven ons eigen leven en de naaste lief te hebben als onszelf. Nogmaals: Wij kunnen deze eisen van de Heer niet volbrengen in eigen kracht. Als wij deze wet betrachten in eigen kracht zullen wij zeker falen.
We kunnen wel lief doen, maar dat niet met hart en ziel zijn. Onze menselijke natuur moet namelijk sterven en de Goddelijke natuur moet Hij bij ons inbouwen. Deze goddelijke staat komt pas als onze oude ego (ons ik) door de Heer is weggebrand, en Hij ons heeft vernieuwd met Zijn natuur.
In de biologische natuur vinden wij een prachtig voorbeeld in de ontwikkeling van de rups tot vlinder. De rups heeft zich over te geven in een stervensproces om te komen tot de volmaakte staat van de vlinder. Zo is het ook gesteld met de liefde van God en tot God. Die komt pas als onze oude egoïstische natuur is afgestorven. Want onze oude ego wil geliefd en gediend zijn, anders kan het worden tot haat. Wij moeten door Zijn genade wedergeboren worden en hierin tot wasdom (d.i. tot volmaaktheid) komen.
Vele christenen denken reeds deze liefde van God (in het Grieks: agapè) te hebben, maar hebben nog steeds de liefde van de mens (in het Grieks: philio) omdat zij nog niet wedergeboren zijn, of omdat hun wedergeboorte zich nog niet ontwikkeld heeft. Voor deze wedergeboorte en ontwikkeling ervan moeten we deel hebben aan het stervensproces dat de Here Jezus ons wil geven, als we samen willen groeien met Zijn dood.
Rom. 6:5, "Want indien wij samengegroeid zijn (SV: één plant zijn) met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn met hetgeen gelijk is aan zijn opstanding;"
Dit is een langzaam werkend proces, als wij ons in Zijn handen hebben geworpen, en daarin blijven.
Deze volmaakte 10 geboden beginnen met de liefde voor de naaste. Het wonderlijke is dat de Here Jezus niet begint met de liefde tot God maar zoals we zullen zien, met de liefde tot de medemens.
We kunnen namelijk makkelijk zeggen God lief te hebben, maar als wij onze broeder en zuster niet liefhebben is deze liefde tot God ijdel.
1 Joh. 4:20, "Indien iemand zegt: Ik heb God lief, doch zijn broeder haat, dan is hij een leugenaar; want wie zijn broeder, die hij gezien heeft, niet liefheeft, kan ook God, die hij niet gezien heeft, niet liefhebben."
Constateren wij dit bij ons zelf dan wil dit zeggen dat de nieuwe goddelijke natuur zich nog niet in ons ontwikkeld heeft. Maar als wij discipelen (volgelingen) van Jezus willen zijn dan volgen wij Jezus, geestelijk deelnemend aan Zijn kruisdood en Zijn opstanding, en zullen zeker, als wij Zijn kruisweg volhardend ondergaan, komen in Zijn nieuwe goddelijke natuur. Daarom is het, dat Jezus dit van een volmaakt discipel eist.
Joh. 13:34-35, "Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkaar liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkaar liefhebt. Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkaar."
Deze 10 geboden wil de Heer door Zijn Geest inbouwen. De 10 Nieuwtestamentische wetten van de Heer zijn daarom ook geen geboden die wij in eigen kracht hebben uit te voeren, maar geboden die Hij bij ons wil inbouwen.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER


donderdag 10 maart 2011

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 11

.







Deel 2:
De Gaven of Manifestaties van de Heilige Geest





De Gaven van genezingen

Wij zijn nu gekomen tot de derde en laatste groep van Geestesgaven; namelijk, de niet-hoorbare gaven, die tot actie voeren en tot wonderen en tekenen. Al direct valt het op dat er in de Bijbel van 2 van deze 3 gaven gesproken wordt IN HET MEERVOUD. De Bijbel spreekt van “gaven van genezingen” en van “werkingen van krachten” (zie 1 Kor. 12:8-10). God zal hiermee Zijn bedoeling hebben. Het ligt echter niet op mijn weg om hierop dieper in te gaan, tenzij Gods Geest mij op deze weg zal leiden.

Wat verstaan wij onder de ‘Gaven van genezingen’?
“Gaven van genezingen” zijn manifestaties van de Heilige Geest door een christen heen, waardoor het lichaam van een zieke wordt genezen ZONDER de aanwending van natuurlijke of medische middelen (zoals een operatie en/of specifieke medicijnen/behandelingen).
Jezus Christus werd geopenbaard, opdat Hij de werken van de satan/duivel verbreken zou (zie 1 Joh. 3:8). Ook de genezing van het lichaam door de manifestatie van de Heilige Geest is een verbreking van het werk van de duivel door de kracht van God.
Handelingen 10:37-38 (HSV): “U weet wat er gebeurd is… hoe God Jezus van Nazareth gezalfd heeft met de Heilige Geest en met kracht en hoe Hij het land doorgegaan is, terwijl Hij goeddeed en ALLEN die door de duivel overweldigd waren, GENAS, want God was met Hem.”
Ik geloof met geheel mijn hart, geheel mijn ziel en geheel mijn verstand, dat Jezus Christus is gestorven, opgestaan en ten hemel gevaren, opdat DOOR en IN Hem de volle maat van de restauratie, zoals God die in Zijn Woord heeft beloofd, aan de mens zal geworden door het geloof in Gods eniggeboren Zoon. Deze restauratie houdt “genezing” in, maar ook de heerschappij van de “NIEUWE MENS”[1] over “de overheden, de machten, de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten” (zie Ef. 6:12, HSV), tegen welke demonische machten de christenen moeten STRIJDEN. Maar, hoe kunnen christenen in deze strijd zegevieren, als zij de Goddelijke wapens missen? Om te overwinnen heeft God daarom ook Zijn Geestesgaven geschonken, die werken door de manifestatie van de IN hen WONENDE Geest van God.

Wat God door de werking van deze Gaven bewijst
Door de werking van de “gaven van genezingen” bewijst God:
De opstandingskracht van Christus.
Handelingen 3:15-16 (HSV): “maar de Vorst van het Leven hebt u gedood, Die God uit de doden opgewekt heeft, waarvan wij getuigen zijn. En Zijn Naam heeft deze man, die u ziet en kent, sterk gemaakt door het geloof in Zijn Naam. En het geloof dat er is door Hem, heeft hem in aanwezigheid van u allen deze volkomen gezondheid gegeven.”
Dat Hij macht heeft om zonden te vergeven.
Markus 2:10-11 (HSV): “Maar opdat u zult weten dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde zonden te vergeven (zei Hij tegen de verlamde): Ik zeg u: Sta op, neem uw ligmat op en ga naar uw huis.”
• Dat Hij macht heeft om het geloof van de mensen op te bouwen en zielen te redden.
Johannes 6:2 (HSV): “En een grote menigte volgde Hem, omdat zij Zijn tekenen zagen, die Hij deed aan de zieken.”
Wie de wonderen en tekenen uit de Bijbelverslagen toetst aan de in de huidige Gemeente(n) gepleegde handelingen, zal moeten erkennen dat één BOVENNATUURLIJKE GENEZING méér demonen in beweging zal brengen en meer zielen zal bewegen tot Jezus te komen, en hun zonden aan de voet van het kruis te belijden, dan een dozijn predikaties!
Dat Hij macht heeft om Zijn Woord in alle opzichten te bevestigen.
Markus 16:16-18 (HSV): “Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden, maar wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden. En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven; in vreemde talen (SV: met nieuwe tongen) zullen zij spreken; slangen zullen zij oppakken; en als zij iets dodelijks zullen drinken, zal het hen beslist niet schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden.”
• Dat Hij macht heeft om Zijn Naam te verheerlijken en om Zijn kinderen rijkelijk te zegenen.
Markus 2:12 (HSV): “En hij stond meteen op, en nadat hij de ligmat opgenomen had, ging hij voor het oog van allen naar buiten, zodat zij allen buiten zichzelf waren en God verheerlijkten en zeiden: Wij hebben nog nooit zoiets gezien!”
Dat Hij macht heeft om Zijn uitnemende Liefde, Zijn grote barmhartigheid, Zijn mededogen, Zijn onkreukbare trouw, Zijn onaantastbare rechtvaardigheid en eerlijkheid, te bewijzen.
Mattheüs 28:20 (HSV): “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.”

Wat de ‘Gaven van genezingen’ NIET zijn
Het is zonder meer duidelijk, dat deze Geestesgave NIETS te maken heeft met de medische wetenschap. Deze laatste kan beoefend worden door zondaren, die zelf nooit van de Heilige Geest gehoord hebben, laat staan, dat zij iets zouden weten van Zijn manifestaties.
Vele ziekten en kwalen wortelen diep in de menselijke ziel of geest. Zo leert de natuurlijke mens ook, dat zorg, angst, vrees, ontmoediging, neerslachtigheid, teleurstelling, wantrouwen, haat, bitterheid, mopperen, wrok, enzovoort veelal remmend werken ten aanzien van de genezing van een ziek mens. In de praktijk komt het dan ook voor dat de natuurlijke genezing (pas) kan intreden, zodra men kans ziet om op de één of andere manier bovengenoemde gemoedstoestanden te verwijderen. Maar dit wil dan nog niet zeggen, dat er dan sprake is van GODDELIJKE GENEZING!
Andere ziekten en kwalen staan weer in direct verband met demonische machten, met “geesten”. In Indonesië noemt men deze machten “goena-goena” of ook wel “zwarte kunst”. Genezing van op deze wijze aangebrachte ziekten MOET op bovennatuurlijke wijze worden bewerkstelligd. De beste en beroemdste medici staan hier machteloos tegenover; ze staan dan namelijk tegenover ‘ondoorgrondelijke raadselen’… Door de werking van de “gaven van genezingen” kan dan op bovennatuurlijke wijze gezondheid worden verkregen.
Vanzelfsprekend vallen de werken van “spiritisten” en “magnetiseurs” en al dergelijke “tovenaars” NIET onder eerderbedoelde bovennatuurlijke genezing (van Godswege)! Hoe dikwijls hebben wij gezien dat deze kwakzalvers hun rituelen doen en hoe zij de zieken SCHIJNBAAR genazen. Wij hebben echter in al dergelijke gevallen kunnen constateren dat de zieken daarna met (veel) meer en nog ergere moeilijkheden bleven zitten dan in het begin en hoe zij regelmatig een vroege dood stierven! Hoe dat komt? Al deze “tovenaars” gaan niet om met de Levende en Heilige God, de Schepper van hemel en aarde, de Bron van alle leven, maar staan in dienst van de duivel! En van de duivel weten wij, door Gods Woord, dat hij alleen maar komt om te stelen, te slachten en te verderven!
Johannes10:10 (HSV): “De dief (hier: het beeld van de duivel) komt alleen maar om te stelen, te slachten en (om mensen) verloren te laten gaan;…”
Dezulken kunnen komen met “bijgeloof”, met zogenaamde “mentale suggestie”, met “psychologie”, met allerlei “hekserij”, met “beprevelde drankjes”, met “bewierookte en in papier of doekjes gewikkelde spreuken”; zij kunnen bij al deze handelingen ook de naam “Jezus” prevelen of “God” erbij halen… maar, het zal allemaal niets helpen! De blinde ogen worden niet geopend, de dove oren zullen niet horen, de kreupele voeten zullen niet weer lopen, de hersentumor zal niet worden weggenomen, de geperforeerde longen zullen niet dichtgroeien, de maagkanker zal niet worden genezen. Ook zal satan geen demonen uitwerpen uit de personen die men (door zijn satanische/duivelse macht) met deze ziekten en kwalen heeft bewerkt, want satan werpt de satan/duivel (of zijn demonen) niet uit! De Bijbel leert ten aanzien hiervan duidelijk en beslist: “En als de satan de satan uitdrijft, dan is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe kan zijn rijk dan standhouden?” (Matth. 12:26).
Een Bijbels voorbeeld waar duivelbezweerders de Naam van Jezus bij hun duistere praktijk noemen, vinden wij in Handelingen 19!
Handelingen 19:10-16 (HSV): “En dit gebeurde twee jaar lang, zodat allen die in Asia woonden, het Woord van de Here Jezus hoorden, zowel Joden als Grieken. En God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus, zo zelfs dat, als de zweetdoeken of de doeken die hij om zijn middel droeg, van zijn lichaam op de zieken gelegd werden, de ziekten van hen weken en de boze geesten uit hen weggingen. En enkele van de rondtrekkende Joodse duivelbezweerders waagden het de Naam van de Here Jezus uit te spreken over hen die boze geesten hadden. Zij zeiden: Wij bezweren u bij Jezus, Die door Paulus gepredikt wordt. Het waren zeven zonen van Sceva, een Joodse overpriester, die dit deden. Maar de boze geest antwoordde en zei: Jezus ken ik en van Paulus weet ik af, maar u, wie bent u? En de man in wie de boze geest zich bevond, sprong op hen af en toen hij hen overmeesterd had, bleek hij sterker dan zij, zodat zij naakt en gewond uit dat huis vluchtten.”
Commentaar is hierbij overbodig.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys


[1] Zie eventueel – op onze website http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie “Lukas – het Boek van de NIEUWE MENS in Christus” (Over Jezus, de Hogepriester en hoe wij, als priesters van de allerhoogste God, Hem moeten dienen), van E. van den Worm.

donderdag 10 februari 2011

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 10

.






Deel 2:
De Gaven of Manifestaties van de Heilige Geest







De Gave van ‘het Onderscheiden van geesten’

Wat is de Gave van ‘het Onderscheiden van geesten’?
Deze gave is de derde van de groep van ONHOORBARE (Geestes)gaven, waardoor God de christen iets doet KENNEN of WETEN. De gave van “het Onderscheiden van geesten” is de “bovennatuurlijke” manifestatie van Gods Geest, die de christen openbaart WELKE of WAT voor geest/geesten er rondom hem/haar werkzaam is/zijn.
Efeze 6:12 (HSV): “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.”
Gods Geest stelt ons met deze gave in staat om een bovennatuurlijke blik te slaan in de wereld der geesten. Dat deze gave van ontzaglijk groot belang is voor de Gemeente van de Here Jezus Christus, behoeft geen nader betoog. Door de werking ervan wordt het Lichaam van Christus altijd en overal veilig gesteld!
Prijst God voor Zijn wondervolle voorziening!
Allen, die in enige bediening staan, moeten niet ophouden God om de manifestatie van deze (Geestes)gave in hun bediening te bidden, want alleen deze (Geestes)gave doet hen de soort geesten onderscheiden, die in deze laatste dagen werkzaam zijn in de mensen, die wij op de één of andere manier met het Evangelie moeten zien te bereiken, zoals:

•geesten van ongehoorzaamheid (waardoor men al gauw geneigd is tot ongehoorzaamheid, ook en vooral aan God en Zijn gebod[1]),
•geesten van hoogmoed,
•geesten van twistgierigheid (waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – geneigd is tot redetwisten of onverdraagzaamheid),
•geesten van zelfmedelijden,
•geesten van vleselijke lusten (waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – geneigd is tot allerlei soorten van verkeerde verlangens en/of seksuele uitspattingen),
•geesten van murmurering (waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – geneigd is tot mopperen, klagen en/of ontevredenheid),
•geesten van koppigheid,
•geesten van onreinheid,
•geesten van ontuchtigheid,
•geesten van onmatigheid,
•geesten van vitten en treiteren,
•geesten van roddel,
•geesten van onderkruiperij (waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – afbreuk wil doen aan andermans werk),
•geesten van zelfvoldaanheid,
•geesten van (geestelijke) blindheid,
•geesten van stomheid (het “met stomheid geslagen zijn”, waardoor men niets weet te zeggen of het – voor altijd of slechts tijdelijk – echt niet kunnen spreken),
•geesten van onvastheid (waardoor men onzeker/wankelbaar/onevenwichtig is, en dus niet – of niet volkomen – beheerst wordt door de eigen wil of – nog belangrijker – door Gods wil),
•geesten van leugen,
•geesten van haat,
•geesten van zelfbedrog,
•geesten van zotternij (waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – geneigd is om dwaze of gekke dingen te doen),
•geesten van spot (waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – geneigd is om anderen, door een grap of gekheid, te bespotten en/of belachelijk te maken),
•geesten van luiheid,
•geesten van praatzucht (ofwel: het praatziek zijn, waardoor men al gauw – lees: dwangmatig – geneigd is tot onzinnig kletsen of roddelen),
en van nog heel veel andere geesten[2], waarvan in de Bijbel wordt gesproken.

Zoals christenen in deze laatste dagen “alles op alles” zetten om dit Evangelie van het Koninkrijk te verkondigen, waar en wanneer zij maar kunnen, zo grijpt de duivel iedere gelegenheid aan om in deze laatste dagen de wereld te bezoeken met een “opwekking” (ofwel: een herleving) van helse machten! Daarom kan en mag de Gemeente van Jezus Christus, juist in deze huidige tijdsbedeling, verwachten dat God Zijn geestelijke gaven – en DEZE geestelijke gave niet in het minst – in overvloediger mate zal schenken. Halleluja!
De (Geestes)gave van “het Onderscheiden van geesten” openbaart de christen verder, HOE God op een bepaald ogenblik in de samenkomst werkt en WELKE gave in manifestatie IS of KOMT. Hoeveel christenen maken niet de grote fout om hun samenkomsten te leiden volgens een VAST, van te voren opgemaakt programma, waarvan zij niet willen afwijken, TENZIJ God Zelf zou ingrijpen! Dat zij – zo doende – net zo vele malen lijnrecht tegenover de leiding van de Heilige Geest staan, beseffen zij niet eens, omdat zij niet in staat zijn om te onderscheiden, welke (Geestes)gave op een gegeven moment in werking is of wordt gemanifesteerd! Pas als wij, christenen, met de Geest van God samenwerken en Hij IN ons werkt, zullen psychologen, psychometristen, telepaten, kristalkijkers, astrologen en handwaarzeggers onthutst, verstomd en verward zijn… net zoals zij dat waren op die eerste Pinksterdag en in die eerste Pinkstertijd, toen zij de wonderbaarlijke manifestaties van Gods Geest zagen.
Het is door de manifestatie van deze gave van de Heilige Geest, dat christenen (kunnen) onderscheiden of de werkzame gaven van “ALLERLEI TALEN”, “UITLEG van TALEN” en “PROFETIE” in de Gemeente wel “echt” zijn en niet “uit het vlees”!
1 Korinthe 14:27-29 (HSV): “En als iemand in een andere taal spreekt, laat het dan door twee of hoogstens drie mensen gedaan worden, ieder op zijn beurt, en laat één het uitleggen. Maar als er geen uitlegger is, laat hij dan in de gemeente zwijgen, maar laat hij tot zichzelf spreken en tot God. En laten twee of drie profeten spreken, en LATEN DE ANDEREN HET BEOORDELEN.”
Ik heb mogen leren dat dit BEOORDELEN alleen dient te geschieden door hen, die waarlijk – vanwege hun uitgesproken geloofsleven met deze (Geestes)gaven – PROFETEN zijn!
1 Korinthe 2:15 (HSV): “De GEESTELIJKE MENS beoordeelt wel alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld.”
Het was door deze gave, dat de Heilige Geest mij op een morgen – tijdens een samenkomst – de “geest van VERBEELDING” deed onderscheiden in een man, die op dat ogenblik “profeteerde”, nadat diezelfde (verkeerde) geest de man eerst had doen spreken van een “gezicht”! De Geest van God drong mij toen tot een bestraffing van die geest, waarop de man zweeg.

Wat deze Gave NIET is
“Het Onderscheiden van geesten” heeft niets te maken met wat de mensen zo gaarne beoefenen: achterdocht, wantrouwen, argwaan en/of verdenking. Nog veel minder heeft deze Geestesgave te maken met de zogenaamde “Christian Science”: zij ontkennen namelijk het bestaan van een duivel en van geesten.
Het Schriftuurlijke “Onderscheiding van geesten” is niet een zéér sterk ontwikkeld gevoel voor verbeelding (d.i. het zich – onterecht – iets inbeelden). In de regel is het wel zo, dat personen, die aan dit laatste lijden, innerlijk al van het rechte pad afgeweken zijn. Zij zijn, zoals de Bijbel dat kernachtig zegt: “verdwaasd in hun overwegingen ... Zij hebben de waarheid van God vervangen door de leugen” (Rom. 1:21b-22, 25a). God haat menselijke verbeelding/inbeelding.
Spreuken 6:16-19 (HSV): “
Deze zes haat de HERE, ja, zeven zijn een gruwel voor Zijn ziel:… een hart dat zondige plannen smeedt (SV: een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt),… een valse getuige die leugens blaast,…”
Het was om deze reden, dat God de zondvloed deed komen en daardoor een einde maakte aan alle vlees.
Genesis 6:5 (HSV): “En de HERE zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en dat al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren.”
Gode zij dank voor alle genade, ons in Jezus Christus geworden, waardoor het ons mogelijk is om over deze dingen de overwinning te behalen.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys


[1] Alle hier, tussen haakjes, vermelde teksten zijn – hopelijk ter verduidelijking – door A. Klein toegevoegd.
[2] Al deze geesten zijn net zovele machten van de boze die de (gelovige) mens negatief beïnvloeden, waardoor het leven, maar vooral ook het geloofsleven niet TEN VOLLE tot eer en verheerlijking van Zijn Naam zal kunnen zijn. Vandaar ook de noodzaak dat deze geesten bestaft en/of uitgeworpen dienen te worden (ofwel: dat de macht van deze geesten verbroken wordt), zoals we o.a. kunnen lezen in 2 Kor. 10:3-6a. (noot – AK)



maandag 10 januari 2011

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 9









Deel 2:
De Gaven of Manifestaties van de Heilige Geest





De Gaven van een ‘Woord van Wijsheid en van Kennis’

Wat is de Gave van een ‘Woord van Wijsheid’?
Eén van de “geruisloze” Geestesgaven, waardoor God de christen in staat stelt om te KENNEN of te WETEN, is de gave van een “Woord van Wijsheid” (zie 1 Kor. 12:8-10). Ze is een bovennatuurlijke manifestatie van Gods Geest. Aan de christen wordt hier, wanneer God dit nodig acht, EEN DEEL VAN Zijn WIJSHEID geschonken, waardoor hij/zij tot uitspraken kan komen die een Goddelijke oplossing van problemen brengen. Met deze (Geestes)gave doet God de Heilige Geest ons weten, het HOE, het WAAROM, het WANNEER, het WAAR en het WAT van deze of gene kwestie. Altijd zullen wij gewaar worden, dat het hier gaat om een BOVENNATUURLIJKE oplossing van een vraagstuk.
Zoals alle christenen geloof hebben ontvangen (zie Rom. 12:3) en slechts enkelen de gave van “het geloof”, zo hebben alle christenen min of meer Goddelijke wijsheid, maar niet allen hebben de gave van een
“Woord van Wijsheid”.
Met de manifestatie van deze Geestesgave wordt een Gemeente opgebouwd en worden opwekkingen in de juiste banen geleid. Deze Geestesgave kan werkzaam zijn door visioenen, door dromen of door directe openbaringen. In dit laatste geval kunnen deze diep in de menselijke geest of op zachte toon, dan wel met duidelijk waarneembare stem worden ontvangen. De Here God doet het, zoals Hij dat verkiest. Hij spreekt nog altijd op velerlei wijze en “er is verscheidenheid van (Zijn) werkingen” (zie 1 Kor. 12:6a, HSV).
Net als alle andere geestelijke gaven wordt ook deze gave door de Geest gegeven tot bevestiging van de verschillende bedieningen en ambten, die net zo goed aan de Gemeente door dezelfde Geest geschonken zijn.
Deze (Geestes)gave is echter niet alleen nodig voor de voorganger van een Gemeente, niet alleen voor de evangelisten, leraars of enige andere werker in Gods Koninkrijk, maar zij is ook hard nodig in de levens van gelovige vaders en moeders, die maar al te dikwijls te maken krijgen met de moeilijkheid, dat het ene kind niet gelijk is aan het andere en uit hoofde daarvan ook niet op gelijke wijze kan worden behandeld. Wie zal alsdan – bij vragen of problemen – de oplossing kunnen geven, die afdoende is? Alleen de Heilige Geest! “Ja maar”, zo hoor ik al iemand zeggen, “daarover behoeven wij heus niet te tobben; daar zijn de opvoeders, de pedagogen voor”. Maar zij vergeten één (belangrijk) feit, namelijk: dat God onze kinderen geschapen heeft. Hij is de grootste Pedagoog! Waarom niet rechtstreeks tot Hem gegaan ? Daar is alles voor te zeggen en niets tegen in te brengen.

Wat de Gave van een ‘Woord van Wijsheid’ NIET is
Deze gave mag niet worden verward met geestelijk inzicht, dat een persoon hebben kan in de één of andere aangelegenheid. Geestelijk inzicht kan worden verkregen door jarenlange routine inzake geestelijke problemen, die op het arbeidsveld veelvuldig voorkomen. Maar iemand kan zich al lang op de geloofsweg bevinden en de Here al lang kennen en tòch deze gave ontberen. Aan de andere kant is het heel goed mogelijk dat iemand met niet veel geestelijk inzicht en een onjuist geestelijk oordeel, soms deze gave in zijn of haar leven gemanifesteerd ziet.
De vandaag de dag zo gaarne door de mensen bestudeerde “psychologie” heeft met deze wonderbare Geestesgave ook niets te maken, want psychologie is het (alleen maar, en dan nog zeer ten dele) ‘kennen’ van de natuurlijke geest. Al zou psychologie zich kunnen indringen in de bovennatuurlijke wereld, iets dat men “para-psychologie” pleegt te noemen, daarom is zij nog niet een BOVENNATUURLIJKE manifestatie van Gods Geest. Integendeel, zij is aards! Van zúlke menselijke “wijsheid” lezen wij: “dat is niet de wijsheid die van boven (d.i. van God) komt, maar ze is aards, natuurlijk, duivels” (Jak. 3:15, HSV).
Een “Woord van Wijsheid” is, zoals vermeld, niet die Goddelijke Wijsheid die iedere christen min of meer hebben kan. Men behoeft, zoals reeds eerder opgemerkt, niet eerst vele jaren de geloofsweg te bewandelen om deze (Geestes)gave te kunnen ontvangen. Een jonge christen kan deze (Geestes)gave ten deel vallen, net zoals Salomo deze gave in zijn jonge jaren ontving om – in Gods wijsheid – het volk van God te richten (zie 1 Kon. 3:12b).
Een “Woord van Wijsheid” is niet die hoge graad van intelligentie die mensen – mede door studie – kunnen hebben: zoals bijvoorbeeld doktoren, staatslieden en dergelijke. Helaas moet echter wel worden geconstateerd dat velen die nooit de Heilige Geest hebben ontvangen, in vele gevallen wijzer zijn – met name in de natuurlijke, menselijke zaken – dan de christenen! Dit kunnen wij ook lezen in Lukas 16:8b (HSV): “Want de kinderen van deze wereld zijn onder elkaar verstandiger dan de kinderen van het licht.”
Een “Woord van Wijsheid” omvat echter zeker NIET ALLE Goddelijke Wijsheid, NIET ALLES van Gods Wijsheid. De Heilige Geest geeft slechts dat licht (d.i. inzicht) aan ons, dat nodig is om ons een deel van Zijn onuitputtelijke wijsheid te doen kennen.
Een “Woord van Wijsheid” is, zoals ik reeds eerder opmerkte, niet een gave die alleen voor arbeiders/dienstknechten van de Here is weggelegd. Deze gave is voor allen die IN Christus zijn en die bij wijlen in het leven geconfronteerd worden met problemen, die boven elk menselijk verstand uitgaan. Een “Woord van Wijsheid” is niet een plotseling opkomend “nieuw idee”, want dit laatste kan zelfs opkomen in het brein van een zondaar, en een goddeloze.
Deze Geestesgave is NIET het product van de menselijke geest! Zij is werkzaam door de manifestatie van de Heilige Geest, en wel zó dat de MENSELIJKE geest, in plaats van het verstand te gebruiken, door de Heilige Geest WORDT GEBRUIKT.

Enkele voorbeelden uit de Bijbel
1.
1 Koningen 3:16-23 (HSV): “Toen kwamen er twee vrouwen, hoeren, bij de koning (Salomo), en zij gingen voor hem staan. De ene vrouw zei: Och, mijn heer, ik en deze vrouw wonen in één huis, en ik heb bij haar in huis een kind gebaard. Het gebeurde op de derde dag nadat ik gebaard had, dat deze vrouw ook een kind baarde. Nu waren wij samen, geen vreemde was er bij ons in huis; alleen wij tweeën waren in huis. Toen is de zoon van deze vrouw 's nachts gestorven, omdat zij op hem gelegen had. En zij is midden in de nacht opgestaan, heeft mijn zoon bij mij weggenomen, terwijl uw dienares sliep, en heeft hem in haar schoot gelegd; en haar dode zoon legde zij in mijn schoot. Toen ik 's morgens opstond om mijn zoon te voeden, zie, hij was dood. Diezelfde morgen echter bekeek ik hem goed, en zie, het was mijn zoon niet, die ik gebaard had. Toen zei de andere vrouw: Niet waar, de levende is mijn zoon, en de dode is uw zoon. De eerste zei daarentegen: Niet waar, de dode is uw zoon, en de levende is mijn zoon! Zo spraken zij ten overstaan van de koning. Toen zei de koning: Deze zegt: Dit is mijn zoon, de levende, en uw zoon is de dode, en die zegt: Niet waar, uw zoon is de dode en mijn zoon is de levende.” Als met de snelheid van een bliksemflits toonde de Geest van God aan Salomo, WAT hij in deze nodig had te weten en HOE hij dat had aan te wenden, en WAAROM hij het zó moest doen en niet anders… “Vervolgens zei de koning: Breng mij een zwaard; en zij brachten een zwaard bij de koning. En de koning zei: Snijd dat levende kind in tweeën, en geef de helft aan de één en de helft aan de ander” (1 Kon. 3:24-25, HSV). Door dit “Woord van Wijsheid” op het JUISTE MOMENT te geven werd het wezen van de dingen openbaar, want wij lezen verder: “Maar de vrouw van wie de levende zoon was – want haar medelijden werd opgewekt vanwege haar zoon – zei tegen de koning: Och, mijn heer! Geef haar het levende kind, en dood het in geen geval. Maar de ander zei: Het zal niet voor mij en ook niet voor u zijn, snijd het doormidden. Toen antwoordde de koning en zei: Geef haar het levende kind, en dood het in geen geval: zij is zijn moeder. En heel Israël hoorde het oordeel dat de koning geveld had, en men had ontzag voor de koning, want zij zagen dat de wijsheid van God in hem was om recht te doen” (1 Kon. 3:26-28, HSV). Dit KENNEN (WETEN) van het wezen van de dingen, door Salomo, was een gevolg van de directe openbaring van Godswege HOE hij het probleem moest aanpakken. Het was de afdoende oplossing en geen andere oplossing kon hiervoor in de plaats komen.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

vrijdag 10 december 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 8

.






Deel 2:
De Gaven of Manifestaties van de Heilige Geest







De Gaven van ‘Allerlei Talen’ en ‘Uitleg van Talen’

De Gave van ‘Allerlei Talen’
Ook de gave van “Allerlei Talen” is een BOVENNATUURLIJKE manifestatie van Gods Geest, waarbij de Heilige Geest de vocale organen van de christen gebruikt om hem/haar te doen spreken in verschillende soorten talen. Ik, voor mij persoonlijk, geloof dat de Geest van God een christen in dat geval kan doen spreken in zowel AARDSE (d.i. in reeds bekende en – voor hen die de bewuste taal spreken – verstaanbare)[1] als HEMELSE talen (d.i. in onbekende en – voor de mens – onverstaanbare talen, meestal “tongentaal” of “spreken in tongen” genaamd – noot AK).
De werking is hemels en niet aards, omdat de Gever niet van deze aarde is. Deze taal of talen, die de Heilige Geest dan doet spreken, zijn de sprekers zelf onbekend, dat wil zeggen dat de sprekers zonder deze manifestatie van de Heilige Geest in hun leven, géén van al deze talen zouden kunnen spreken.
1 Korinthe 14:2 (SV): “Want die (door de Geest van God) een vreemde taal spreekt, spreekt niet de mensen, maar God; want niemand verstaat het, doch met de geest spreekt hij VERBORGENHEDEN (d.i. verborgenheden Gods; omdat God onze tong dan bestuurt – noot AK).”
Zowel deze gave van Gods Geest, alsook die van “Uitleg van Talen”, werd, voor zover in de Schriften is na te gaan, in de oude bedeling[2] niet gekend!

De foutieve interpretatie ten aanzien van deze Gave
Laten wij eerst het gebeurde van de eerste Pinksterdag in beschouwing nemen, zoals het is opgeschreven in Gods Woord.
Handelingen 2:4-12 (HSV):
“En zij (de 120 christenen in de opperzaal) werden ALLEN vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest (van God) hun gaf uit te spreken. Nu woonden er Joden in Jeruzalem, godvrezende mannen uit alle volken die er onder de hemel zijn. Toen dan dit geluid (SV: deze stem) klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring (SV: en werd beroerd, d.i. hun gevoel en/of verstand werd erdoor geraakt), want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. En zij waren allen buiten zichzelf (SV: zij ontzetten zich allen, d.i. zij waren ontdaan) en verwonderden zich, en zij zeiden tegen elkaar: Zie, zijn het niet allen Galileeërs die daar spreken? En hoe kunnen wij hen dan horen, eenieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? Parthen, Meden en Elamieten en zij die inwoners zijn van Mesopotamië, Judea, Cappadocië, Pontus en Asia, Frygië, Pamfylië, Egypte, en de streken van Libië, dat bij Cyrene ligt, alsook de nu hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als proselieten (d.i. bekeerlingen tot het Jodendom), Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze taal over de grote werken van God spreken. En zij waren allen buiten zichzelf (SV: zij ontzetten zich allen, d.i. zij waren ontdaan) en raakten in verlegenheid (SV: en werden twijfelmoedig, d.i. onzeker), en de één zei tegen de ander: Wat wil dit toch zeggen?”
Het ongezalfde, menselijke verstand verklaart deze wonderlijke Geestesgave als zijnde “de ontvankelijkheid van de menselijke geest voor allerlei soorten talen”. Maar, als dit werkelijk zo zou zijn, dan zou er destijds geen reden zijn geweest voor die godvruchtige mannen in Jeruzalem om “ontdaan te zijn” en “zich te verwonderen” en om “twijfelmoedig (d.i. onzeker) te worden, zodat de één tegen de ander zei: Wat wil dit toch zeggen?” Het zou ook wel heel toevallig zijn geweest dat de 120 Galiléers, op hetzelfde ogenblik, eenzelfde ontvankelijkheid van die (menselijke) geest aan de dag legden voor “allerlei soorten” talen. Daarbij werd er in wel vijftien verschillende talen gesproken. Verder is daar dan nog het frappante feit dat ALLEN TEGELIJK en OP HETZELFDE MOMENT EENZELFDE NAAM groot maakten! Als deze aanleg van de menselijke geest – in dit kader – al reden van bestaan zou hebben, dan zou dit feit de mensen van die tijd ook wel bekend zijn geweest. En, wat dan te zeggen van hun ontzetting en twijfel ten aanzien van deze “manifestatie”?
Is op grond van het voorgaande deze menselijke definitie absurd en waardeloos, ze is het bovenal als wij bedenken dat het hier een openbaring geldt van de Heilige Geest, een BOVENNATUURLIJKE manifestatie, die totaal niets te maken heeft met enig menselijk talent.
Ook heeft deze manifestatie niets te maken met “emotie” of “psychologisch effect”, zoals weer anderen aanmerken. Want dan zou, consequent beschouwd, “Uitleg van Talen” ook “uitleg van emotie” moeten zijn.

Deze “Geestes-Talen” zijn het Schriftuurlijk bewijs van de aanwezigheid van de Heilige Geest
De werkzaamheid van de gave van “Allerlei Talen” is het onweerlegbaar bewijs van de aanwezigheid van de Geest van God; terecht kan worden gesproken van de “manifestatie van de Heilige Geest”. Aan de andere kant wordt hiermee aangetoond dat het gebruikte “kanaal” een voor Gods Geest “toegankelijk leven” is (of: moet zijn).
De volgende vragen zouden wij dus kunnen en misschien zelfs moeten stellen:
• Hoe worden wij, christenen van deze (huidige) tijd, zo?
• Is daar ook een Bijbelse weg aangegeven om tot die (geestelijk) conditie te geraken, waarin ook wij – zo de Geest (van God) dit nodig mocht achten – gebruikt zouden kunnen worden als kanalen, waardoorheen de Heilige Geest kan spreken met “Allerlei Talen”?
Ja, die weg is er. Prijst God voor Zijn wijze voorzieningen! Die wonderbare weg wordt ons geopenbaard in 1 Korinthe 14.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

[1] Voor de ‘gewone’ Gemeenteleden, die geen buitenlanders zijn en dus die “andere of vreemde taal” niet spreken, zal deze “vreemde taal” inderdaad een onverstaanbare taal zijn, die vertaald of uitgelegd moet worden, terwijl, als er wel buitenlanders zijn, en de spreker spreekt – door Gods Geest geleid – hun taal, deze buitenlanders natuurlijk wel gesticht zullen worden. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat de spreker door God naar het buitenland wordt geleid, om daar – als Hij dat nodig acht – in die “vreemde (of andere) talen” te spreken om zodoende tot zegen voor hun te zijn. (noot - AK)
[2] De oude bedeling = De periode die de verhouding tussen God en mens VOOR Christus’ (1ste) komst aangeeft. (noot - AK)

woensdag 24 november 2010

Het ware Evangelie en het valse

.
















Christenen kunnen over het algemeen ingedeeld worden in één van de onderstaande twee groepen:
1. Rooms Katholiek of Protestant – afhankelijk van geboorte
2. Conformist of behorend tot de “vrije” gemeente – afhankelijk van kerkorde
3. Wedergeboren christen of nominaal christen – afhankelijk van ervaring
4. Evangelisch of Liberaal – afhankelijk van doctrine en leer
5. Charismatisch of niet-charismatisch – afhankelijk van of men in tongen spreekt
6. Full-time christelijke werker of in een gewone baan werkend – afhankelijk van de bezigheid

Er zijn nog meer indelingen te maken. Maar geen van deze indelingen handelt met de wortel van het probleem waarvoor de Here gekomen is om weg te nemen.
Velen weten dat “Christus gestorven is voor onze zonden” (1 Kor. 15:3). Maar wat velen niet weten is dat de Bijbel spreekt over het feit dat Christus ook gestorven is “opdat wij niet langer voor onszelf zouden leven maar voor Hem” (zie 2 Kor. 5:15).

Een meer Schriftuurlijke indeling van christenen zou de volgende zijn:
1. Zij die voor zichzelf leven vs. Zij die voor Christus leven; of
2. Zij die dingen voor zichzelf zoeken vs. Zij die de dingen van Christus zoeken; of
3. Zij die de aardse dingen eerst zoeken vs. Zij die eerst het Koninkrijk van God zoeken; of
4. Zij die geld liefhebben vs. Zij die God liefhebben. (Jezus heeft gezegd dat het onmogelijk is om beide lief te hebben – zie Luk. 16:13)

Ik heb echter nooit gehoord dat een dergelijke indeling werd gebruikt. Deze indeling handelt met het INNERLIJKE leven van de christen en zijn/haar PERSOONLIJKE wandel met God, terwijl de indeling die we eerder gebruikten, handelt over externe factoren van zijn/haar leven. Toch is het op deze laatste manier dat de hemel christenen indeelt. En als dat het geval is, is deze indeling de enige die werkelijk er toe doet! Anderen kunnen ons niet indelen. We moeten onszelf indelen – want niemand anders kent onze innerlijke motieven en verlangens. Zelfs onze vrouwen (of, bij vrouwen, hun mannen) weten niet altijd waarvoor we werkelijk leven.

Onze Here kwam niet voornamelijk om mensen een leer te geven, een kerkorde of om hen in tongen te doen spreken en zelfs niet om hen een ervaring te geven!
Hij kwam om ons te “redden van onze zonden”. Hij kwam om de bijl aan de wortel van de boom te leggen. En deze wortel van zonde is: zelfzucht. Alles zoeken we voor ons zelf en we doen onze eigen wil. Als we de Here niet toestaan om deze “wortel” uit ons leven af te hakken en er uit te halen, zullen we oppervlakkige christenen blijven. Satan kan ons zelfs het idee geven dat we tot een hogere klasse van christenen behoren vanwege een leer of een ervaring of onze kerkorde!
Satan geeft er niet zoveel om als we de juiste leer, ervaring of kerkorde hebben zolang we maar voor “onszelf” blijven leven (dit is trouwens alleen maar een andere manier om uit te drukken dat we “in zonde leven”!). Het christendom van vandaag de dag is vol met christenen die zichzelf zoeken en voor zichzelf leven, die ervan overtuigt zijn dat God hen als een christen ziet van een hogere orde, alleen op grond van hun leer, ervaring of hun kerkorde. Dit toont aan dat de satan een groot werk heeft kunnen doen in het christendom.
1. In Johannes 6:38 getuigt onze Here dat Hij vanuit de hemel naar de aarde is gekomen:
om Zijn menselijk wil te verloochenen (welke Hij ontvangen had toen Hij als Mens naar deze aarde kwam), en
2. om als Mens de wil van Zijn Vader te doen. Hierin is Hij ons voorbeeld geworden.

In heel Zijn aardse leven – gedurende alle 33½ jaar – heeft Hij Zijn eigen wil verloochend en de wil van de Vader gedaan. En Hij leerde Zijn discipelen duidelijk dat diegene die Zijn discipel wil zijn, dezelfde weg moet gaan. Hij kwam om de wortel van ons zondeprobleem – namelijk: “onze eigen wil doen” – aan te pakken en ons daarvan TE VERLOSSEN.
Op het gebied van de wetenschap heeft de mens, voor duizenden jaren, de misvatting gehad te denken dat de aarde het centrum was van het heelal. Het leek zo in de ogen van de mens – omdat het leek alsof de zon, maan en sterren elke 24 uur om de aarde draaiden. Het heeft de moed van een man als Copernicus nodig gehad – pas zo'n 450 jaar geleden – om vraagtekens te zetten bij deze algemeen geaccepteerde mening en aan te tonen dat het onjuist was en de aarde dus niet het centrum van (zelfs) het zonnestelsel, laat staan van het hele universum was. De aarde, zo toonde hij aan, was geschapen en had zijn middelpunt in de zon. Zo lang de mens uitging van het verkeerde centrum c.q. middelpunt waren zijn wetenschappelijke berekeningen en gevolgtrekkingen onjuist, omdat zijn uitgangspunt van het centrum niet juist waren. Maar toen de mens het ware centrum ontdekte bleken de berekeningen en gevolgtrekkingen wel juist te zijn.
Het is hetzelfde met ons wanneer we “zelf-gericht” blijven in plaats van “God-gericht” worden. Ons begrip van de Bijbel en van Gods volmaakte wil (onze berekeningen en gevolgtrekkingen) zullen dan onjuist zijn. Maar zoals de mensen voor meer dan 5000 jaar overtuigd waren dat zij het bij het juiste eind hadden (zoals hiervoor beschreven), kunnen ook wij ons verbeelden dat het goed is met ons! Maar eigenlijk zitten we er 100% naast.
Dit is wat we vandaag de dag zien, zelfs onder vele “goede christenen”. Zij hebben vele verschillende interpretaties van dezelfde Bijbel – en toch is iedereen er van overtuigd dat zijn (of haar) uitleg alleen de juiste is en alle andere verkeerd. De anderen, zo zeggen ze, zijn “misleid”. Waarom is dat zo? Omdat ze hun centrum verkeerd hebben.
De mens is geschapen om zijn (of haar) middelpunt in God te hebben en niet in zichzelf. Wanneer christenen hun middelpunt, hun centrum, verkeerd hebben liggen zal hun “evangelie” ook verkeerd zijn.
In feite worden er slechts twee soorten evangelies gepredikt vandaag de dag – één in welk de mens centraal staat en de ander waarin God centraal staat.
Het evangelie dat om de mens draait belooft de mens dat God hem/haar alles zal geven wat hij/zij nodig heeft voor een comfortabel leven hier op aarde en tevens een zetel in de hemel aan het einde van zijn/haar leven. De mens wordt verteld dat Jezus al zijn/haar zonden vergeeft, zijn/haar ziekte geneest, hem/haar materieel zegent en doet toenemen, al zijn/haar aardse problemen oplost, etc., etc.
Het eigen-ik blijft in het centrum van zijn/haar leven en God lost – als een dienstknecht – alles voor hem/haar op, beantwoordt elk gebed en geeft hem/haar alles wat hij/zij wil!! Alles wat hij/zij moet doen is “geloven” en “elke materiële zegen te claimen in de naam van Jezus”!!
Dit is een vals evangelie omdat het geen melding maakt van “BEKERING”. Bekering is datgene wat Johannes de Doper, Jezus, Paulus, Petrus en alle andere apostelen in het bijzonder gepredikt hebben. Bekering wordt vandaag de dag helaas helemaal niet meer gepredikt, ook niet als bijzaak.
Het Evangelie dat God daarentegen centraal stelt, roept de mens op om zich TE BEKEREN. Het legt uit dat bekering het volgende betekent:

KLIK HIER als u deze studie – die iets te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

Bron: Zac Poonen, India – 28-8-2008
Overgenomen van het CIP (Christelijk Informatie Platform)

woensdag 10 november 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 7

.







Deel 2:
De Gaven of Manifestaties van de Heilige Geest




De Gave van Profetie


Wat is de Gave van Profetie?

De gave van Profetie is een bovennatuurlijke manifestatie van Gods Geest, waardoor er op een bovennatuurlijke wijze wordt gesproken, ZOALS DE GEEST VAN GOD de christen (als profeet) DOET SPREKEN.
• DEZE GEESTESGAVE WERKT NIET DOOR MIDDEL VAN HET MENSELIJK VERSTAND, HET IS EEN MANIFESTATIE VAN GODS GEEST DOOR ONZE VOCALE ORGANEN HEEN!
Net zoals Gods Geest “andere talen” geeft uit te spreken[1] (zie Hand. 2:4, HSV), geeft Hij ook te profeteren, maar dan in de taal van de spreker zelf. Laten wij de gave van Profetie echter niet verwarren met de gave van “uitleg van talen”. Bij Profetie wordt de boodschap – Gods boodschap wel te verstaan – niet vooraf gesproken in (de voor velen ONverstaanbare[2]
) “andere talen”.
Profetie verheerlijkt ONDER ALLE OMSTANDIGHEDEN alleen Jezus Christus als de Heiland der mensheid. In Openbaring 19:10b (HSV) staat: “…Het getuigenis van Jezus is namelijk de geest van de profetie.”
Altijd en overal zal Gods Gemeente die instructies ontvangen die overeenstemmen met de bedoeling van de Geest van God, die altijd in overeenstemming is met de geschreven openbaring van God, de Bijbel.

Profetie is geen natuurlijke Gave
Op grond van het feit dat Profetie een Geestesgave is, is het ONmogelijk om haar te ‘lenen’. Hoe welsprekend een mens ook kan zijn, toch is zulk een welsprekendheid niet de hier bedoelde Geestesgave! Een mens kan van nature een redenaar zijn zonder ooit de Geest van God te hebben ontvangen.
De Geestesgave van Profetie heeft niets te maken met opvoeding, natuurlijk talent, noch met scholing.
Iets te zeggen, dat in onze herinnering komt is GEEN profetie!
Verbeelding en een goed geheugen spelen de gelovige hierin dikwijls parten; maar deze hebben echter niets, maar dan ook HELEMAAL NIETS te maken met (Goddelijke) Profetie. Met verbeelding èn een goed geheugen kan een mens hele passages uit de Heilige Schrift opzeggen, maar daarom profeteert hij of zij nog niet! De duivel kent de Bijbel trouwens beter dan wij!
Het is ook niet zó, dat wij alleen maar onze mond hebben te openen om dan, vervolgens, uit te spreken (d.i. te zeggen) wat er in onze geest opkomt! Dat is wat er vandaag de dag wel eens VALSELIJK (en dus: ten onrechte) wordt onderwezen als zijnde “profetie”.
Uit al het vorengaande kunnen wij opmerken dat Profetie NIET kan voortkomen uit verworven kennis of scholing. Profetie, zijnde een Geestesgave, komt in werking naar de mate van geloof en genade van God, welke – door Hem – worden toebedeeld.
Romeinen 12:6-7a (HSV):
“En nu hebben wij genadeGAVEN, onderscheiden naar de genade die ons is gegeven: hetzij profetie, naar de mate van het geloof;…”!!

Hoe wij ons hebben te gedragen tegenover valse profeten
Profetie is:
• spreken voor/namens God,
• een borrelende, sprekende Geestesfontein,
• zowel bedoeld voor mannen als voor vrouwen, die bekeerd, wedergeboren en gedoopt zijn in water, en met de Heilige Geest,
daarom dienen ALLE christenen ook te streven maar deze Geestesgave.
1 Korinthe 14:1 (HSV):
“Jaag de liefde na en streef naar de geestelijke gaven, en vooral daarnaar dat u mag profeteren.”
1 Korinthe 14:39 (HSV):
“Daarom, broeders (en zusters), streef ernaar om te profeteren…”
Juist omdat ALLEN worden opgewekt om naar deze Geestesgaven te streven – iets, wat de duivel ook weet – zullen degenen die een bediening hebben en/of leiding geven, scherp moeten toezien in de Gemeente. Zij moeten niet ophouden God te bidden om de gave van “het ONDERSCHEIDEN VAN GEESTEN” (namelijk: om te kunnen beproeven of het een ‘goede’ Geest vanuit God is, of dat het een ‘verkeerde’ geest vanuit satan of de mens zelf is – noot AK)! Satan zal immers ALTIJD proberen zijn slag te slaan en hij kent de zwakken onder de gelovigen, wier verbeelding èn geheugen hij eventueel kan gebruiken als zijn speeltuin! Daar zijn in de Bijbel genoeg voorbeelden van zulke valse profeten. In de bediening van de Geest heb ikzelf mogen ervaren, hoe nodig de gave van “het Onderscheiden van geesten” is. Onder de zalving van Gods Geest mocht ik de verkeerde geest en de valse werking onderscheiden; en ik heb moeten ingrijpen door bestraffing om zodoende de Gemeente, het Lichaam van Christus, te vrijwaren van “besmetting van de (door de duivel beïnvloedde) geest”.
2 Korinthe 7:1 (HSV):
“Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bevlekking (SV: besmetting) van het vlees en van de geest, en zo de HEILIGING volbrengen in het vrezen van God (d.w.z.: de vrees om te zondigen).”
1 Timotheüs 5:20-21 (HSV):
“Bestraf hen die zondigen, in tegenwoordigheid van ALLEN, opdat ook de anderen vrees (om te zondigen) zullen hebben. Ik dring er op aan, voor God en de Here Jezus Christus en de uitverkoren engelen, dat u zich aan deze dingen houdt zonder vooroordeel en zonder iets uit partijdigheid te doen.”

Profeteren hoeft niet altijd “voorzeggen” (en dus iets in de toekomst) te zijn
Profeteren hoeft niet altijd voorzeggen, en dus iets over de toekomst zeggen, te zijn. Een christen – hier en verder, in het vervolg van deze verhandeling, versta ik hieronder: een bekeerd en wedergeboren mens, gedoopt in water en Geest – die de gave van Profetie heeft ontvangen, behoeft nog geen “ziener” te zijn… Ofschoon er een Schriftuurlijk verschil bestaat tussen “ziener” en “profeet”, kan iemand toch beide tegelijk zijn. Een noodzaak is het echter niet.
1 Samuël 9:9 (HSV): “
Vroeger zei iedereen in Israël het volgende als hij God ging raadplegen: Kom, laten wij naar de ziener gaan. Want wat vandaag de dag een profeet genoemd wordt, werd vroeger een ziener genoemd.”
Samuël was ontegenzeggelijk een “ziener” in Israël; want in 1 Samuël 9:11, 18 en 19 wordt van hem dit getuigenis gegeven. Als “ziener” vertelde Samuël aan Saul dat de ezelinnen van zijn vader Kis, die verloren waren geraakt, alweer gevonden waren (zie 1 Sam. 9:3-5 en 20). Saul daarentegen profeteerde, maar heeft NIET de toekomst voorzegd.
1 Samuël 10:6-12 (HSV): “
Dan zal de Geest van de HERE over u vaardig worden (in de oude bedeling kwam de Geest “over” iemand, niet “in”) en u zult samen met hen profeteren;… Toen zij daar bij de heuvel kwamen, zie, een groep profeten kwam hem tegemoet; en de Geest van de HERE werd vaardig over hem, en hij profeteerde in hun midden. Toen ieder die hem sinds jaar en dag kende, zag dat hij – zie! – met de profeten profeteerde, zei het volk, de één tegen de ander: Wat is er toch gebeurd met de zoon van Kis? Is Saul ook onder de profeten? … Daarom is het een spreekwoord geworden: Is Saul ook onder de profeten?”
Profeteren kàn bijvoorbeeld gelijk staan met het “spreken in andere talen + uitlegging van die talen”, want er staat geschreven: “En ik zou wel willen dat u allen in andere talen spreekt, maar vooral dat u profeteert. Immers, wie profeteert, is meer dan wie in andere talen spreekt, TENZIJ hij het uitlegt, opdat de gemeente erdoor opgebouwd wordt.” (1 Kor. 14:5, HSV).
Maar om de toekomst te kunnen voorzeggen behoeft een christen bepaald niet in “andere talen” te spreken en het daarna uit te leggen. Houdt alstublieft het één en het ander uit elkaar! Ofschoon ik geloof dat alle twaalf gedoopten van Handelingen 19:6-7 spraken “in vreemde talen èn profeteerden”, toch is er in dát feit op zich zelf niets dat mij overtuigt, dat zij, toen zij de Heilige Geest ontvingen, de toekomst hadden voorzegd.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys



[1] Bij “vreemde (of andere) talen” wordt de tong ook door God bestuurt. Men spreekt dan een andere (buitenlandse) taal die NIET zelf is aangeleerd.
[2] Voor de ‘gewone’ Gemeenteleden, die geen buitenlanders zijn en dus die “andere of vreemde taal” niet spreken, zal deze “vreemde taal” inderdaad een onverstaanbare taal zijn, die vertaald of uitgelegd moet worden, terwijl, als er wel buitenlanders zijn, en de spreker spreekt – door Gods Geest geleid – hun taal, deze buitenlanders natuurlijk wel gesticht zullen worden. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat de spreker door God naar het buitenland wordt geleid, om daar – als Hij dat nodig acht – in die “vreemde (of andere) talen” te spreken om zodoende tot zegen voor hun te zijn.


dinsdag 9 november 2010

Boekbespreking 20: De 10 zaligsprekingen


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleidend woord
Tit. 2:11-14 "Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken."
Deze studie vertelt ons van de dingen, die God ons, Zijn verbondskinderen, door onze Here Jezus Christus geschonken heeft door Zijn deelgave (en wij door onze bewuste deelname) aan de dood en opstanding van Gods Lam op Golgotha, die Hij in het kruispunt der eeuwen heeft volbracht, en van de dingen, die Hij van ons hier op aarde vraagt.


De 10 zaligsprekingen en 9 treden van de trap van Jezus’ zaligmakende genade.
Zaligspreking en trede 1: De armen van geest. Erkenning van onze verloren staat zonder Zijn genade en gewaarwording van armoede aan rein, Goddelijk leven (zie Matth. 5:3).
Zaligspreking en trede 2: De treurenden. Belijdenis van zondeschuld. Geloof in verzoening met God bij blik op het kruis van Golgotha en geloof in Jezus Christus (zie Matth. 5:4).
Zaligspreking en trede 3: De zachtmoedigen. Begin van de verlossing van de zondemacht door Zijn deelgave aan het sterven van het Lam van God en de zachtmoedige aanvaarding aan onze kant van het kruisproces, het afsterven van de oude, zondige mens door geestelijk Zijn vlees te eten en Zijn bloed te drinken, door zo vrijwillig deel te nemen aan de dood van het Lam van God, een ervaring, die Jezus ons moet laten ondergaan (zie Matth. 5:5).
Zaligspreking en trede 4: Zij, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Hoop op deelgave aan Zijn opstanding, hongeren en dorsten ernaar. Wedergeboorte uit God (zie Matth. 5:6).
Zaligspreking en trede 5: De barmhartigen. Deze barmhartigheid is gegrond op de liefde van God, die op deze trede begint door te breken. Verdere deelgave aan Zijn opstanding (zie Matth. 5:7).
Zaligspreking en trede 6: De reinen van hart. Volkomen deelgave aan Zijn verlossing van de zondemacht; deze reinen van hart wandelen en leven reeds op aarde in Goddelijke reinheid en heiligheid (zie Matth. 5:8).
Zaligspreking en trede 7: De vredestichters. Deelgave aan Zijn arbeidszalving (zie Matth. 5:9).
Zaligspreking en trede 8: Zij die op aarde reeds wandelen in Goddelijke gerechtigheid en hierdoor gehaat en vervolgd worden op de aarde (zie Matth. 5:10).
Zaligspreking en trede 9: Zij, die Godzalig (Gode welgevallig) op aarde leven, die volkomen gedrenkt zijn in de Geest en de heerlijkheid van de Here Jezus Christus en die hierdoor Zijn Naam dragen. Zij worden op aarde belasterd en vervolgd omwille van Zijn Naam (zie Matth. 5:11-12).
Deze zijn de 9 treden van de geestelijke ladder van Jakob, die naar de troon van onze Vader-God en van het Lam leiden. Ze openbaren een geestelijke groei naar de volmaaktheid van de nieuwe mens in Christus.

Op aarde wordt een groeiende, negatieve levenservaring temidden van de medemensen ondervonden door de toenemende macht van satan, de macht der duisternis, vooral in de eindtijd.
Openb. 22:11 "Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; en wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd."
Matth. 24:12 "En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen."
Ezech. 21:25 "En gij onheilige, goddeloze, vorst van Israël, wiens dag komt ten tijde van de eindafrekening,"
Deze uiterste ongerechtigheid geschiedt ten tijde van de antichrist.

In deze eindtijd heeft de Here Jezus in Zijn Woord nog een 10de zaligspreking toegevoegd:
Zaligspreking 10, de laatste zaligspreking bestemd voor de eindtijd. Voor de geroepenen tot het Avondmaal van de Bruiloft van het Lam. Deelname aan de Bruid van het Lam als lid ervan. Bekleed met heerlijkheid van God en met Zijn koninklijke autoriteit op aarde. De Godzaligheid van de Bruid van het Lam op aarde geopenbaard. De openbaring van de zonen Gods (zie Openb. 19:9, SV)
Dan wordt de Bruid van het Lam op aarde aangedaan met Goddelijke heerlijkheid en macht om haar taak op de duistere, zondige aarde van de eindtijd te kunnen vervullen; te weten: het herstel van de geestelijk in slaap gevallen Gemeente/Kerk en om haar te leiden tot OVERWINNING over satan en zondemacht in en door de kracht van de Heilige Geest; en tot het leiden van de grote wereldwijde opwekking in Jezus’ wijsheid en kracht, die tot de ONTELBARE zielenoogst zal leiden (zie Openb. 7:9-14).

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER


zondag 10 oktober 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 6

.



Deel 2:
De Gaven of Manifestaties van de Heilige Geest






Een woord vooraf van de schrijver
Dit woord vooraf is bestemd voor alle christenen die de vervulling met de Heilige Geest kennen en met mij “streven naar het bezit van de geestelijke gaven” (zie 1 Kor. 14:1).
De wereldwijde geestelijke opwekking, die wij nu beleven[1] – wij, “tot wie het einde van de (huidige) wereld gekomen is” (1 Kor. 10:11b, HSV) – dringt mij om langs deze weg een beroep te doen op uw tijd, uw natuurlijke gaven en krachten om deze alle in dienst te stellen van de Meester, om zodoende gewend te raken aan de omgang met Hem, Die machtig is ook u de ogen te openen voor een dieper geestelijk leven door Zijn Geest.
Nog niet allen zijn doordrongen van het besef, dat in deze ‘tijdsbedeling van genade’[2] – het tijdperk van de Gemeente en van de Heilige Geest (van in totaal 2000 jaar) – deze kostbare gaven van de Geest worden geschonken aan de Gemeente, als zijnde het Lichaam van Christus!
Jezus heeft maar één “Lichaam” en geen twee (zie 1 Kor. 12). Als Hij alleen maar een deel van Zijn Gemeente deelachtig zou doen worden aan het bovennatuurlijke en het ander deel daarvan verschoond zou doen blijven, zou Hij Zich schuldig maken aan “aanzien des persoons”. Maar… dit is ONmogelijk (bij God)! Onderzoekt u maar eens: 2 Samuel 12:14, Leviticus 19:15, Lukas 20:21, Galaten 2:6 en Romeinen 2:11.
Hij wil, dat wij het volgende zullen weten en verstaan: “Er is VERSCHEIDENHEID VAN genadeGAVEN, maar het is DEZELFDE Geest. Er is VERSCHEIDENHEID VAN BEDIENINGEN, en het is DEZELFDE Here. Er is VERSCHEIDENHEID VAN WERKINGEN, maar het is DEZELFDE God, Die alles in allen werkt” (1 Kor.12:4-6, HSV).
Vóór alles moeten wij geestelijk georiënteerd zijn om deze manifestaties van Gods Geest te verstaan. En laten wij vooral niet uit het oog verliezen dat de Here zegt: “aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander” (zie 1 Kor. 12:7, HSV). Voor de jaloezie, die in de Gemeente èn in het individuele leven van de gelovigen zo vaak wordt geconstateerd, is er dus geen plaats!
In dit schrijven heb ik naar voren gebracht, wat mij in deze materie – door de onderwijzing van de Heilige Geest – duidelijk is geworden. Ik ben ervan overtuigd dat allen die deze ‘studie’ biddend lezen – vrij van vooringenomenheid en van kritiek – door de Geest van God zullen worden geleid, en wel zó, dat ook zij een diepere openbaring zullen ontvangen van deze hoogst belangrijke zaken van Gods Koninkrijk, tot Jezus’ eer.
Moge de Here Jezus Christus u en mij, al de weg, Zijn onmisbare zegen schenken om als “leden” van Zijn “Lichaam” dienstbaar te zijn. Dit is mijn oprechte bede…
“Streef dus naar de beste genadegaven. En ik wijs u een weg die dit alles nog overtreft (SV: IJvert naar de beste gaven en ik wijs u een weg, die nog uitnemender is)” (1 Kor.12:31, HSV).

Hoofdstuk 6 (het 1ste hoofdstuk van deel 2)

Geestesdoop en Geestesgaven
In Gods Bijbel lezen wij zowel van de “doop” met de Heilige Geest, als van de “gaven” van de Geest. Heb ik aan de eerste een woord gewijd (zie deel 1 van deze studie), zo moet ik dit ook aan de tweede doen. Doop met de Geest en Geestesgaven zijn niet te scheiden. Met deze onomstotelijke waarheid voor ogen richt ik eerst het woord tot hen, die nog zoeken naar de Geestesdoop.
Laat het u gezegd zijn, dat u allereerst moet BLIJVEN volharden in het zoeken naar de doop met de Heilige Geest en dat u zich NIET moet uitstrekken naar de gaven van de Geest! Zonder de Gever van die gaven – en Die (Gever) is nog altijd de Heilige Geest Zelf – kan er GEEN MANIFESTATIE zijn van die gaven. Net zoals er (in het natuurlijke leven) slechts kokosnoten groeien aan een kokospalm en appels aan een appelboom.
Er zijn (gelovige) mensen die geloven dat deze Geestelijke gaven uitsluitend zijn weggelegd voor hiertoe uitverkoren mensen, die van nature al geschapen zijn met bepaalde talenten en vanwege de omgeving waarin zij opgegroeid zijn, die een bepaalde opvoeding en bepaald onderwijs hebben genoten en die later in het leven een bepaalde positie hebben bereikt; kortom, deze (gelovige) mensen denken dus dat deze gaven uitsluitend worden gegeven aan welopgevoede en geleerde mensen. Maar, dit denkbeeld is ABSOLUUT verkeerd; God is immers geen aannemer van de persoon! Neen, dat is Hij in GEEN GEVAL! Want de Bijbel vertelt het ons en de praktijk van alle dag laat het ons zien!
Anderen beweren dat de Bijbel inderdaad van deze wonderlijke gaven van de Geest spreekt; maar, dat deze enkel en alleen bestemd waren voor de eerste eeuwen, omdat zij toen nodig waren om zielen te winnen voor Christus. Deze beide groepen van (gelovige) mensen raad ik aan om eerst de Bijbel goed te onderzoeken voordat zij met dergelijke visies voor de dag komen. Gods Woord is de ENIGE Bron waaruit geput mag, kan en moet worden, want daar is geen ander boek, dat ons het juiste licht kan schenken
aangaande alle zaken, die het Koninkrijk van God betreffen.

Gaven – Werkingen – Bedieningen
Laten wij de Geestesgaven, bedieningen en werkingen bezien in het licht van Gods Woord, want alleen in dit licht zal alles goed worden verstaan.
In 1 Korinthe 12:8-10 staat geschreven: “Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest; en aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest; en aan een ander werkingen van krachten, en aan een ander profetie, en aan een ander het onderscheiden van geesten, en aan een ander allerlei talen, en aan een ander uitleg van talen.” (HSV)
Daar zijn dus 9 gaven van de Geest te onderscheiden, niet meer en niet minder! En sinds de Heilige Geest werd uitgestort en Hij Zijn gaven aan de Gemeente heeft geschonken, zijn ALLE LEDEN van het LICHAAM VAN CHRISTUS VERANTWOORDELIJK VOOR HET FUNCTIONEREN VAN DEZE GAVEN! Voor de overzichtelijkheid volgen deze 9 gaven nog eens en nu puntsgewijs:
1. De gave van HET WOORD van WIJSHEID,
2. De gave van HET WOORD van KENNIS,
3. De gave van HET GELOOF,
4. De gaven van GENEZINGEN,
5. De gave van WERKINGEN van KRACHTEN,
6. De gave van PROFETIE,
7. De gave van HET ONDERSCHEIDEN van GEESTEN,
8. De gave van ALLERLEI TALEN,
9. De gave van UITLEG van TALEN.
Juist omdat al deze 9 gaven bovennatuurlijk zijn, zullen zij dus alleen maar in werking kunnen treden door DE BOVENNATUURLIJKE MANIFESTATIE van Gods Geest.
Daar is “verscheidenheid van genadeGAVEN, maar het is dezelfde Geest” (zie 1 Kor. 12:4) en “al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil” (1 Kor. 12:11, HSV). Ik vraag direct alle aandacht voor het feit, dat het de Heilige Geest is (Gods Geest wel te verstaan), Die uitdeelt. Nogmaals: Hij alléén doet dit en AAN EEN IEDER ZOALS HIJ WIL! Met deze positieve uitspraak in de Schriften worden alle mensen, behorende tot de zojuist gesignaleerde groeperingen, terechtgewezen!
Al deze Geestesgaven zijn gegeven aan de Gemeente van Jezus Christus, Zijn Lichaam; de WERKINGEN zijn dus ook ten behoeve van dat Lichaam en NIET VOOR DE ENKELING, het (gemeente)lid.
Er is verscheidenheid van werkingen, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt.” (1 Kor. 12:6, HSV). ALLES werkt God dus in ALLEN, maar niet allen zullen het tegelijk verstaan, want: “Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander” (1 Kor.12:7, HSV).
Daar is nòch in deze GAVEN, nòch in de BEDIENINGEN ervan, noch in de WERKINGEN ervan enige verandering gekomen. Hoe zou dit ook kunnen? Jezus Christus is immers Dezelfde: “gisteren, heden, en tot in eeuwigheid” (zie Hebr. 13:8). Hij is dus DEZELFDE in WOORD als in DAAD.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

[1] Rekening houdend met het feit dat deze studie is geschreven rond 1960–1965.
[2] Deze (tijds)bedeling = De periode die de verhouding tussen God en mens NA Christus’ (1ste) komst aangeeft.

vrijdag 24 september 2010

GEHOORZAAMHEID is nog steeds de sleutel

-












Leven in harmonie met God
Veel wordt er geschreven en gesproken over de mentale, morele en geestelijke toestand van de tegenwoordige generatie. Velerlei factoren worden beschouwd de grondoorzaak[1] te zijn van de toestand waarin wij ons als volk bevinden. Zoals het ook in het verleden ging, worden vele middelen aangedragen die genezing zouden moeten brengen en men wijt doorgaans het gewelddadig gedrag van zoveel jonge mensen aan verveling, leegheid en aan het ontbreken van een waardevol doel om voor te leven. En hierin schuilt een heleboel waarheid. Want voor de oprechte christen is het een aanvaard feit dat het Gods wil is dat wij voortdurend zullen GROEIEN.
Maar wij zijn geen robots. Want, naar het Goddelijk plan, is het doel voor ons niet alleen om schepselen van God te zijn door de schepping, maar om zonen en dochters van de levende God te worden door HERschepping (wedergeboorte) en door te leven in harmonie en gemeenschap met Hem. Dit betekent een voortdurende eenheid met Hem, in gehoorzaamheid aan Zijn wil, want alleen God, Die ons heeft geschapen, weet waarvóór Hij ons gemaakt heeft! In dit verband kunnen wij zeggen, dat GEHOORZAAMHEID de sleutel is tot het doel, de zin en tot de echte groei van het leven in de nieuwe staat. Wie het Woord van God met de juiste instelling leest, zal zien dat de noodzaak van gehoorzaamheid ons daarin van het begin tot het eind wordt voorgehouden. Gehoorzaamheid van onze zijde is de sleutel tot al wat God kan en wil doen van Zìjn kant! En deze sleutel hebben wìj in onze hand; het ligt geheel besloten in onze eigen wil. Het gaat hier om iets wat wij zèlf moeten doen. En als wij die sleutel gebruiken in harmonie met Gods wil, zullen de beloofde resultaten volgen, zo zeker als de dag op de nacht volgt.
In de gehoorzaamheid aan God ligt de oplossing voor de vele problemen waarmee de mens vandaag de dag te maken heeft.

“Op Uw Woord”
Wij denken aan de tijd toen de discipelen van Jezus terugkwamen van een lange nacht van vissen, zonder wat gevangen te hebben. Voor hen was het op het eerste gezicht een verspilde nacht. Ongetwijfeld waren zij gefrustreerd, teleurgesteld en maakten zij zich zorgen, want vissen was hun werk, hun broodwinning. Toen zij bij de kust kwamen, stond Jezus daar, Die, vreemd als het scheen, hun een wonderlijk bevel gaf: “Vaar naar het diepe gedeelte en werp uw netten uit om te vangen” (Luk. 5:4b, HSV). Kon er, oppervlakkig bekeken, voor deze vermoeide, gefrustreerde en teleurgestelde mannen iets nuttelozer lijken als het opvolgen van dit bevel? Petrus echter gebruikte de sleutel, want hij antwoordde: “Meester, wij hebben heel de nacht hard gewerkt en niets gevangen, maar op Uw Woord zal ik het net uitwerpen (Luk. 5:5b, HSV). En het resultaat is ons allen bekend. Maar laten wij niet vergeten, dat dit te danken was aan het gebruik van de sleutel: “Op Uw Woord zal ik het doen”.
Dit is de manier van denken en handelen die vereist wordt van de volgelingen van Christus. Het Woord (van God):
• heeft nimmer gefaald,
• heeft nimmer iemand laten vallen,
• is in de ervaring nooit verkeerd gebleken,
• heeft nooit iemand bedrogen in de hele menselijke geschiedenis.
Denk hier ernstig over na! Want is het niet een feit, dat het in de gehele menselijke historie telkens “andere woorden” zijn geweest die individuen en volkeren zelfs naar de ondergang hebben gevoerd?!
Door de eeuwen heen is niets zo goed en betrouwbaar gebleken als GEHOORZAAMHEID aan Gòds Woord!

Absolute gehoorzaamheid
Dus blijft er in de hedendaagse situatie maar één ding over en dat is: te komen tot het punt waar wij met ernst en vastberadenheid zullen zeggen “op Uw Woord zal ik” en het dan te doen. Niet, zoals zo vaak voorkomt: “Op Uw Woord... zal ik erover nadenken” of “op Uw Woord... zal ik proberen het juiste gevoel te krijgen”. Zoveel “moderne” christenen willen aan wat God zegt dat zij moeten doen hun eigen uitleg geven; zij trekken de gehoorzaamheid aan God in de gevoelssfeer. Vandaar, dat wij zoveel “gevoels-godsdienst” om ons heen zien en zo weinig kennis van de werkelijkheid van God. De wil spreekt het beslissende woord! Petrus zei: “maar op Uw Woord zàl ik”. Is het niet juist DIT element dat gemist wordt in de hedendaagse situatie? Het komt aan op ABSOLUTE GEHOORZAAMHEID aan Gods wil. Velen zijn bereid om te doen wat men noemt ‘christelijk werk’, maar men is niet bereid om Gods wil te doen!! Het “ik” staat in het middelpunt, niet de wil van de Vader. Terwijl het toch Gòd is Die het middelpunt moet zijn in de ware christelijke ervaring.

Moed vereist
Kennelijk is er MOED voor nodig om de wil van God te doen. Maar daar komt het toch telkens op aan als wij willen leven overeenkomstig het Woord van God?! Is er geen moed, geen durf voor nodig om te doen wat anderen voor onmogelijk achten? Vele dingen zijn bij de mens onmogelijk. Maar bij God zijn alle dingen mogelijk. Per slot van rekening behoren de volgelingen van de moedigste Mens Die ooit geleefd heeft – de Here Jezus Christus – de meest moedige onder de mensen te zijn! Hebben wij weleens stilgestaan bij dit aspect van het leven van onze Heer, in volledige gehoorzaamheid aan Zijn Vaders wil? Het heeft van Hem een moed gevraagd zoals nooit eerder en ook daarna niet op deze aarde is gekend. Zelfs voor Jezus was GEHOORZAAMHEID de sleutel! En als het voor Hem gold, zou het dan voor ons anders zijn? Of zouden wij het wat makkelijker hebben? Neen, als ware christenen hebben wij geen andere keus. Gehoorzaamheid aan de stem van God is de sleutel tot alle groei, geluk, welslagen en vervulling in ons leven. Daar is geen andere weg. En daar is geen andere sleutel die het geheim kan ontsluiten van de oplossing van het toenemend aantal problemen waarmee wij in ons leven te maken krijgen. Daar is in de wereld van vandaag, en vooral voor de volkeren te midden waarvan wij leven, niets zo urgent als het actief gehoor geven aan de geopenbaarde wil en het geopenbaarde Woord van God, zoals wij die vinden in de Heilige Schrift en in Gods geliefde Zoon Jezus Christus, de Heer.

Rev. J.W. Shenton
[2]

[1] Grondoorzaak = De eerste of voornaamste oorzaak en/of de diepere oorzaak.
[2] Vertaald en overgenomen uit het Engelstalige blad “The Link” door "De Tempelbode" van september 1983.

GEHOORZAAMHEID is nog steeds de sleutel

vrijdag 10 september 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 5

.






Deel 1:
De doop met de Heilige Geest






Nogmaals tot besluit: raadgevingen aangaande tongentaal

Dwaalleringen
Er zijn dwaalleringen onder de christenen in verband met Handelingen 2 vers 4-6. Laten wij daarom eerst deze teksten lezen: “En zij werden ALLEN vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Nu woonden er Joden in Jeruzalem, godvrezende mannen uit alle volken die er onder de hemel zijn. Toen dan dit geluid klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.”
Er zijn dwaalleraars die menen (en ook zeggen) dat de PREDIKINGEN die Petrus en de andere apostelen in hun eigen taal deden, door het toegestroomde volk, dat uit verschillende nationaliteiten bestond, zouden zijn gehoord door elk van hen in hùn eigen taal. Hier zou volgens deze dwaalleraars een Goddelijke daad van herstel van de eenheidstaal gebeurd zijn, als zou de straf van de Babylonische spraakverwarring daar en op dat moment zijn opgeheven door de kracht van de inwonende Geest.
Het zijn deze dwaalleraars die zich dan afvragen waarom een buitenlandse prediker een vertaler nodig heeft, als deze prediker, naar men zegt, vervuld is met de Heilige Geest.
Iedere eerlijke onderzoeker van het Woord van God zal tot de conclusie komen, dat het volk niet tezamen kwam, omdat er gepredikt werd, maar dat het te hoop liep door het grote stemgeluid, veroorzaakt door het tegelijk spreken van de vervulde 120 discipelen in “andere of vreemde talen” en wel, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Petrus predikte pas, NADAT het volk tezamen gekomen was vanwege iets vreemds, iets, dat anders was dan anders. Dat vreemde, dat andere, waren de “nieuwe tongen” (de zgn. ‘tongentaal’).
Andere dwaalleraars leren, dat deze discipelen predikten in een “andere of vreemde taal”, omdat er toen zoveel buitenlandse proselieten (d.i. bekeerlingen tot het Jodendom) in Jeruzalem verzameld waren. Het mag toch voldoende bekend worden geacht dat degenen die in deze tekst (van Handelingen 2:4) worden aangeduid met “ALLEN”, gewone, eenvoudige, niet-geleerde burgermensen waren (zie Hand. 4:13).
Bovendien staat er in deze tekst dat de Heilige Geest deze “andere of vreemde taal” gaf uit te spreken. Het was dus een BOVENNATUURLIJK verschijnsel. In Handelingen 2 vers 6 staat geschreven: “Toen dan dit geluid klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring (SV: toen deze stem geschied was, kwam de menigte tezamen en stond verbaasd)”. Dit tezamen komen en deze verbazing werden veroorzaakt door het bovennatuurlijke.
In dit verband willen wij u er nogmaals aan herinneren dat er in 1 Korinthe 12 sprake is van GEESTELIJKE gaven en van hun ordening in de Gemeente van Jezus Christus; daar is dus helemaal geen sprake van NATUURLIJKE gaven in een organisatie van mensen.
Een boodschap die de Geest geeft uit te spreken in een “andere of vreemde taal”, kan door de boodschapper zelf, zijnde de menselijke spreekbuis van de Geest, niet worden verstaan[1]. In 1 Korinthe 14 vers 2, 13, 14 en 28 geeft Paulus duidelijk te kennen dat het niet ‘zinvol’ is om anderen in de Gemeente te (willen) onderwijzen of stichten door middel van de tongentaal, TENZIJ dat er gelovigen zijn met “de gave van uitlegging” ervan. Paulus zegt hier duidelijk dat – zonder uitlegging – die vreemde “tongen of talen” door de Gemeente niet kunnen worden verstaan. Ditzelfde is waar ten opzichte van het zingen, het loven en prijzen door de Geest in “andere of vreemde talen”.
1 Korinthe 14:14-17 (HSV):
“Want als ik een andere (SV: vreemde) taal bid, bidt mijn geest, maar mijn verstand ontvangt er geen vrucht van. Wat is dan het geval? Ik zal met de geest bidden, maar ik zal ook met het verstand bidden. Ik zal met de geest lofzingen, maar ik zal ook met het verstand lofzingen. En verder, als u God looft met de geest, hoe zal hij die de plaats inneemt van de niet-ingewijde, amen zeggen op uw dankzegging, omdat hij toch niet weet wat u zegt? Immers, u dankt wel op een mooie manier, maar de ander wordt niet opgebouwd (SV: gesticht).
In één van de bedieningen in Indonesië, het was in 1927 te Soerabaja, heb ik meegemaakt en daarmee het bewijs geleverd gezien, dat de voorganger in zo’n “vreemde taal” sprak en ook werd verstaan door een buitenlander. Het was een Egyptenaar, die de toenmalige voorganger van die Pinkstergemeente hoorde spreken in zijn eigen taal, dus in de Egyptische taal. De voorganger zelf verstond de woorden niet, die de Geest hem gaf uit te spreken.

Laatste raadgevingen aan zoekers naar de doop met de Heilige Geest
Ik heb in mijn loopbaan als evangelist vele gelovigen gezien die de doop met de Heilige Geest ontvingen, gepaard met dit Bijbels kenteken. Zij begonnen dan altijd God groot te maken met lof en prijs… Zij kwamen van oost en west, van noord en zuid, het waren broeders en zusters van verschillende, huidskleur en taal, toch spraken zij allemaal, toen zij gedoopt werden met de Heilige Geest, “met andere talen”, zoals Gods Geest die gaf uit te spreken. Zij spraken allen die hemelse talen. Glorie voor God! Nooit, tot op de huidige dag, is het anders geweest. Uit alle landen van de wereld, waar gelovigen deze machtige doop hebben ontvangen als de Belofte van de Vader, komt hetzelfde getuigenis: allen spreken “in nieuwe tongen” (de zgn. ‘tongentaal’).
Maar net zo goed heb ik meegemaakt dat door een opmerking van deze of gene, met betrekking tot dit spreken met “nieuwe tongen”, twijfel in de harten van de (met Gods Geest) gedoopte gelovigen werd opgewekt. En deze funeste twijfel kan soms lang stand houden! Dit is dan ook één van de redenen waarom ik personen die vervuld werden met de Heilige Geest altijd heb aangeraden om, met regelmaat, iedere dag biddend Gods Woord te lezen. Het Woord van God is levend en krachtig en behoedt Gods kinderen. Want, het is juist zo dat, als wij deze Geestesdoop ontvangen hebben, de duivel heftige aanvallen doet. Op allerlei wijzen zal hij proberen om bij de gelovige twijfel op te wekken aangaande deze machtige ervaring. Zelfs heb ik personen gekend die zo intens door satan werden gekweld, dat zij hard op weg waren om te komen tot godslastering… Het was genade, dat zij gered werden uit de klauwen van deze mensenmoordenaar vanaf het begin. Prijs God! Als zo’n twijfeltoestand voortduurt, is het in de regel met dergelijke zielen zo gesteld, dat zij zelfs al hun moed en vrijmoedigheid verliezen om uit zo’n geestelijke impasse te komen. Zij durven niet te claimen wat Jezus hun heeft geschonken.
In mijn jarenlange arbeid als werker Gods heb ik vele malen meegemaakt dat als een ziel voor het eerst begint te spreken met “nieuwe tongen” (de zgn. ‘tongentaal’), daar vlak bij een andere ziel als volgt begint te bidden: “Heer, zendt U toch de Heilige Geest!” Weer een ander: “O, Heer, bedekt U hem/haar onder het bloed van Jezus.” Wat een vertrouwen-verwoestend werk wordt hier door zulke zielen, (meestal) onbewust, verricht! Maar het meest verwoestende werk wordt gedaan door personen, die degene, die met “nieuwe tongen” of “belachelijke lippen” (met beide wordt de zgn. ‘tongentaal’ bedoeld – noot AK) heeft gesproken, bestormen of overvallen met de vraag “Weet u nu wel heel zeker, dat u de HEILIGE GEEST heeft ontvangen?” Of met de opmerking: “U bent nog niet vervuld hoor, want u spreekt nu met belachelijke lippen! Denk erom dat u tot een zuiver uitspreken van de “vreemde taal” moet komen, anders bent u nog niet gedoopt met de Heilige Geest!” Dergelijke vragen en opmerkingen brengen de betrokkene eerder van de wijs dan dat hij of zij hierdoor geestelijk wordt opgebouwd. Ach, hebben die vragenstellers, die wijze (?) opmerkers, dan zelf niet in de gaten dat hun tong beroerd wordt op een wijze, die nooit van God kan zijn?
Laten allen, die naar de vervulling met de Heilige Geest zoeken, dit weten en het nooit vergeten dat, als zij de Here Jezus om de doop met de Heilige Geest vragen, zij zullen ontvangen, wat zij Hem hebben gebeden. Jezus is getrouw. Maar net zoals de duivel Jezus na Zijn doop in de woestijn had verzocht, zo wil hij proberen ons te verzoeken. Met “ons” bedoel ik dan in het bijzonder diegenen, die oprecht naar de Geestesdoop zoeken. Laat u zich maar niet uit het veld slaan, volg de Bijbelse weg maar, die is: BEKERING – WATERDOOP – GEESTESDOOP.
Handelingen 2:38-39 (HSV): “En Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal.”
U zult dan ook spreken “met nieuwe talen”, of zoals het ook heet “met nieuwe tongen”. Wat de omstanders dan ook mogen zeggen, houdt u uw blik vooral maar op Jezus gericht. En weet u, als Hij u de Heilige Geest heeft geschonken, dan komt dit spreken in tongen (de zgn. ‘tongentaal’) weer vanzelf terug, net zo vele malen als u deze gave in het geloof claimt.
Doe wat de Bijbel u leert en “werp uw vrijmoedigheid niet weg”! Want… “een grote beloning” wacht ook u (zie Hebr. 10:35)!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

[1] Het spreken in “vreemde (of andere) talen” is ook een “taal uit een ander land spreken”, een taal die je zelf niet machtig bent, maar die Gods Geest door jou heen kan spreken (als Hij dat nodig acht), zodat buitenlandse toehoorders het kunnen verstaan. Lees Handelingen 2:4-12 en wordt overtuigd! Voor de ‘gewone’ Gemeenteleden, die geen buitenlanders zijn en dus die “vreemde taal” niet spreken, zal deze “vreemde taal” inderdaad een onverstaanbare taal zijn, die vertaald of uitgelegd moet worden, terwijl, als er wel buitenlanders zijn, en de spreker spreekt – door Gods Geest geleid – hun taal, deze buitenlanders natuurlijk wel gesticht zullen worden. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat de spreker door God naar het buitenland wordt geleid, om daar – als Hij dat nodig acht – in die “vreemde (of andere) talen” te spreken om zodoende tot zegen voor hun te zijn.
Meer hierover? Zie dan ook nog – op onze website
http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie “Onze aardse roeping: En u zult Mijn getuigen zijn”, van E. van den Worm.
Noot: Bij deze “vreemde (of andere) talen” wordt de tong door God bestuurt, en in die zin kan het toch ook weer “een tongentaal” genoemd worden, alleen al om het onderscheid te maken tussen het spreken van een andere (buitenlandse) taal die wij zelf, door studie, hebben aangeleerd.
[2] Zie noot 1.