Posts tonen met het label de DOOP met Gods Geest. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de DOOP met Gods Geest. Alle posts tonen

vrijdag 10 december 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 8

.






Deel 2:
De Gaven of Manifestaties van de Heilige Geest







De Gaven van ‘Allerlei Talen’ en ‘Uitleg van Talen’

De Gave van ‘Allerlei Talen’
Ook de gave van “Allerlei Talen” is een BOVENNATUURLIJKE manifestatie van Gods Geest, waarbij de Heilige Geest de vocale organen van de christen gebruikt om hem/haar te doen spreken in verschillende soorten talen. Ik, voor mij persoonlijk, geloof dat de Geest van God een christen in dat geval kan doen spreken in zowel AARDSE (d.i. in reeds bekende en – voor hen die de bewuste taal spreken – verstaanbare)[1] als HEMELSE talen (d.i. in onbekende en – voor de mens – onverstaanbare talen, meestal “tongentaal” of “spreken in tongen” genaamd – noot AK).
De werking is hemels en niet aards, omdat de Gever niet van deze aarde is. Deze taal of talen, die de Heilige Geest dan doet spreken, zijn de sprekers zelf onbekend, dat wil zeggen dat de sprekers zonder deze manifestatie van de Heilige Geest in hun leven, géén van al deze talen zouden kunnen spreken.
1 Korinthe 14:2 (SV): “Want die (door de Geest van God) een vreemde taal spreekt, spreekt niet de mensen, maar God; want niemand verstaat het, doch met de geest spreekt hij VERBORGENHEDEN (d.i. verborgenheden Gods; omdat God onze tong dan bestuurt – noot AK).”
Zowel deze gave van Gods Geest, alsook die van “Uitleg van Talen”, werd, voor zover in de Schriften is na te gaan, in de oude bedeling[2] niet gekend!

De foutieve interpretatie ten aanzien van deze Gave
Laten wij eerst het gebeurde van de eerste Pinksterdag in beschouwing nemen, zoals het is opgeschreven in Gods Woord.
Handelingen 2:4-12 (HSV):
“En zij (de 120 christenen in de opperzaal) werden ALLEN vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest (van God) hun gaf uit te spreken. Nu woonden er Joden in Jeruzalem, godvrezende mannen uit alle volken die er onder de hemel zijn. Toen dan dit geluid (SV: deze stem) klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring (SV: en werd beroerd, d.i. hun gevoel en/of verstand werd erdoor geraakt), want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. En zij waren allen buiten zichzelf (SV: zij ontzetten zich allen, d.i. zij waren ontdaan) en verwonderden zich, en zij zeiden tegen elkaar: Zie, zijn het niet allen Galileeërs die daar spreken? En hoe kunnen wij hen dan horen, eenieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? Parthen, Meden en Elamieten en zij die inwoners zijn van Mesopotamië, Judea, Cappadocië, Pontus en Asia, Frygië, Pamfylië, Egypte, en de streken van Libië, dat bij Cyrene ligt, alsook de nu hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als proselieten (d.i. bekeerlingen tot het Jodendom), Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze taal over de grote werken van God spreken. En zij waren allen buiten zichzelf (SV: zij ontzetten zich allen, d.i. zij waren ontdaan) en raakten in verlegenheid (SV: en werden twijfelmoedig, d.i. onzeker), en de één zei tegen de ander: Wat wil dit toch zeggen?”
Het ongezalfde, menselijke verstand verklaart deze wonderlijke Geestesgave als zijnde “de ontvankelijkheid van de menselijke geest voor allerlei soorten talen”. Maar, als dit werkelijk zo zou zijn, dan zou er destijds geen reden zijn geweest voor die godvruchtige mannen in Jeruzalem om “ontdaan te zijn” en “zich te verwonderen” en om “twijfelmoedig (d.i. onzeker) te worden, zodat de één tegen de ander zei: Wat wil dit toch zeggen?” Het zou ook wel heel toevallig zijn geweest dat de 120 Galiléers, op hetzelfde ogenblik, eenzelfde ontvankelijkheid van die (menselijke) geest aan de dag legden voor “allerlei soorten” talen. Daarbij werd er in wel vijftien verschillende talen gesproken. Verder is daar dan nog het frappante feit dat ALLEN TEGELIJK en OP HETZELFDE MOMENT EENZELFDE NAAM groot maakten! Als deze aanleg van de menselijke geest – in dit kader – al reden van bestaan zou hebben, dan zou dit feit de mensen van die tijd ook wel bekend zijn geweest. En, wat dan te zeggen van hun ontzetting en twijfel ten aanzien van deze “manifestatie”?
Is op grond van het voorgaande deze menselijke definitie absurd en waardeloos, ze is het bovenal als wij bedenken dat het hier een openbaring geldt van de Heilige Geest, een BOVENNATUURLIJKE manifestatie, die totaal niets te maken heeft met enig menselijk talent.
Ook heeft deze manifestatie niets te maken met “emotie” of “psychologisch effect”, zoals weer anderen aanmerken. Want dan zou, consequent beschouwd, “Uitleg van Talen” ook “uitleg van emotie” moeten zijn.

Deze “Geestes-Talen” zijn het Schriftuurlijk bewijs van de aanwezigheid van de Heilige Geest
De werkzaamheid van de gave van “Allerlei Talen” is het onweerlegbaar bewijs van de aanwezigheid van de Geest van God; terecht kan worden gesproken van de “manifestatie van de Heilige Geest”. Aan de andere kant wordt hiermee aangetoond dat het gebruikte “kanaal” een voor Gods Geest “toegankelijk leven” is (of: moet zijn).
De volgende vragen zouden wij dus kunnen en misschien zelfs moeten stellen:
• Hoe worden wij, christenen van deze (huidige) tijd, zo?
• Is daar ook een Bijbelse weg aangegeven om tot die (geestelijk) conditie te geraken, waarin ook wij – zo de Geest (van God) dit nodig mocht achten – gebruikt zouden kunnen worden als kanalen, waardoorheen de Heilige Geest kan spreken met “Allerlei Talen”?
Ja, die weg is er. Prijst God voor Zijn wijze voorzieningen! Die wonderbare weg wordt ons geopenbaard in 1 Korinthe 14.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

[1] Voor de ‘gewone’ Gemeenteleden, die geen buitenlanders zijn en dus die “andere of vreemde taal” niet spreken, zal deze “vreemde taal” inderdaad een onverstaanbare taal zijn, die vertaald of uitgelegd moet worden, terwijl, als er wel buitenlanders zijn, en de spreker spreekt – door Gods Geest geleid – hun taal, deze buitenlanders natuurlijk wel gesticht zullen worden. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat de spreker door God naar het buitenland wordt geleid, om daar – als Hij dat nodig acht – in die “vreemde (of andere) talen” te spreken om zodoende tot zegen voor hun te zijn. (noot - AK)
[2] De oude bedeling = De periode die de verhouding tussen God en mens VOOR Christus’ (1ste) komst aangeeft. (noot - AK)

woensdag 10 november 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 7

.







Deel 2:
De Gaven of Manifestaties van de Heilige Geest




De Gave van Profetie


Wat is de Gave van Profetie?

De gave van Profetie is een bovennatuurlijke manifestatie van Gods Geest, waardoor er op een bovennatuurlijke wijze wordt gesproken, ZOALS DE GEEST VAN GOD de christen (als profeet) DOET SPREKEN.
• DEZE GEESTESGAVE WERKT NIET DOOR MIDDEL VAN HET MENSELIJK VERSTAND, HET IS EEN MANIFESTATIE VAN GODS GEEST DOOR ONZE VOCALE ORGANEN HEEN!
Net zoals Gods Geest “andere talen” geeft uit te spreken[1] (zie Hand. 2:4, HSV), geeft Hij ook te profeteren, maar dan in de taal van de spreker zelf. Laten wij de gave van Profetie echter niet verwarren met de gave van “uitleg van talen”. Bij Profetie wordt de boodschap – Gods boodschap wel te verstaan – niet vooraf gesproken in (de voor velen ONverstaanbare[2]
) “andere talen”.
Profetie verheerlijkt ONDER ALLE OMSTANDIGHEDEN alleen Jezus Christus als de Heiland der mensheid. In Openbaring 19:10b (HSV) staat: “…Het getuigenis van Jezus is namelijk de geest van de profetie.”
Altijd en overal zal Gods Gemeente die instructies ontvangen die overeenstemmen met de bedoeling van de Geest van God, die altijd in overeenstemming is met de geschreven openbaring van God, de Bijbel.

Profetie is geen natuurlijke Gave
Op grond van het feit dat Profetie een Geestesgave is, is het ONmogelijk om haar te ‘lenen’. Hoe welsprekend een mens ook kan zijn, toch is zulk een welsprekendheid niet de hier bedoelde Geestesgave! Een mens kan van nature een redenaar zijn zonder ooit de Geest van God te hebben ontvangen.
De Geestesgave van Profetie heeft niets te maken met opvoeding, natuurlijk talent, noch met scholing.
Iets te zeggen, dat in onze herinnering komt is GEEN profetie!
Verbeelding en een goed geheugen spelen de gelovige hierin dikwijls parten; maar deze hebben echter niets, maar dan ook HELEMAAL NIETS te maken met (Goddelijke) Profetie. Met verbeelding èn een goed geheugen kan een mens hele passages uit de Heilige Schrift opzeggen, maar daarom profeteert hij of zij nog niet! De duivel kent de Bijbel trouwens beter dan wij!
Het is ook niet zó, dat wij alleen maar onze mond hebben te openen om dan, vervolgens, uit te spreken (d.i. te zeggen) wat er in onze geest opkomt! Dat is wat er vandaag de dag wel eens VALSELIJK (en dus: ten onrechte) wordt onderwezen als zijnde “profetie”.
Uit al het vorengaande kunnen wij opmerken dat Profetie NIET kan voortkomen uit verworven kennis of scholing. Profetie, zijnde een Geestesgave, komt in werking naar de mate van geloof en genade van God, welke – door Hem – worden toebedeeld.
Romeinen 12:6-7a (HSV):
“En nu hebben wij genadeGAVEN, onderscheiden naar de genade die ons is gegeven: hetzij profetie, naar de mate van het geloof;…”!!

Hoe wij ons hebben te gedragen tegenover valse profeten
Profetie is:
• spreken voor/namens God,
• een borrelende, sprekende Geestesfontein,
• zowel bedoeld voor mannen als voor vrouwen, die bekeerd, wedergeboren en gedoopt zijn in water, en met de Heilige Geest,
daarom dienen ALLE christenen ook te streven maar deze Geestesgave.
1 Korinthe 14:1 (HSV):
“Jaag de liefde na en streef naar de geestelijke gaven, en vooral daarnaar dat u mag profeteren.”
1 Korinthe 14:39 (HSV):
“Daarom, broeders (en zusters), streef ernaar om te profeteren…”
Juist omdat ALLEN worden opgewekt om naar deze Geestesgaven te streven – iets, wat de duivel ook weet – zullen degenen die een bediening hebben en/of leiding geven, scherp moeten toezien in de Gemeente. Zij moeten niet ophouden God te bidden om de gave van “het ONDERSCHEIDEN VAN GEESTEN” (namelijk: om te kunnen beproeven of het een ‘goede’ Geest vanuit God is, of dat het een ‘verkeerde’ geest vanuit satan of de mens zelf is – noot AK)! Satan zal immers ALTIJD proberen zijn slag te slaan en hij kent de zwakken onder de gelovigen, wier verbeelding èn geheugen hij eventueel kan gebruiken als zijn speeltuin! Daar zijn in de Bijbel genoeg voorbeelden van zulke valse profeten. In de bediening van de Geest heb ikzelf mogen ervaren, hoe nodig de gave van “het Onderscheiden van geesten” is. Onder de zalving van Gods Geest mocht ik de verkeerde geest en de valse werking onderscheiden; en ik heb moeten ingrijpen door bestraffing om zodoende de Gemeente, het Lichaam van Christus, te vrijwaren van “besmetting van de (door de duivel beïnvloedde) geest”.
2 Korinthe 7:1 (HSV):
“Omdat wij dan deze beloften hebben, geliefden, laten wij onszelf reinigen van alle bevlekking (SV: besmetting) van het vlees en van de geest, en zo de HEILIGING volbrengen in het vrezen van God (d.w.z.: de vrees om te zondigen).”
1 Timotheüs 5:20-21 (HSV):
“Bestraf hen die zondigen, in tegenwoordigheid van ALLEN, opdat ook de anderen vrees (om te zondigen) zullen hebben. Ik dring er op aan, voor God en de Here Jezus Christus en de uitverkoren engelen, dat u zich aan deze dingen houdt zonder vooroordeel en zonder iets uit partijdigheid te doen.”

Profeteren hoeft niet altijd “voorzeggen” (en dus iets in de toekomst) te zijn
Profeteren hoeft niet altijd voorzeggen, en dus iets over de toekomst zeggen, te zijn. Een christen – hier en verder, in het vervolg van deze verhandeling, versta ik hieronder: een bekeerd en wedergeboren mens, gedoopt in water en Geest – die de gave van Profetie heeft ontvangen, behoeft nog geen “ziener” te zijn… Ofschoon er een Schriftuurlijk verschil bestaat tussen “ziener” en “profeet”, kan iemand toch beide tegelijk zijn. Een noodzaak is het echter niet.
1 Samuël 9:9 (HSV): “
Vroeger zei iedereen in Israël het volgende als hij God ging raadplegen: Kom, laten wij naar de ziener gaan. Want wat vandaag de dag een profeet genoemd wordt, werd vroeger een ziener genoemd.”
Samuël was ontegenzeggelijk een “ziener” in Israël; want in 1 Samuël 9:11, 18 en 19 wordt van hem dit getuigenis gegeven. Als “ziener” vertelde Samuël aan Saul dat de ezelinnen van zijn vader Kis, die verloren waren geraakt, alweer gevonden waren (zie 1 Sam. 9:3-5 en 20). Saul daarentegen profeteerde, maar heeft NIET de toekomst voorzegd.
1 Samuël 10:6-12 (HSV): “
Dan zal de Geest van de HERE over u vaardig worden (in de oude bedeling kwam de Geest “over” iemand, niet “in”) en u zult samen met hen profeteren;… Toen zij daar bij de heuvel kwamen, zie, een groep profeten kwam hem tegemoet; en de Geest van de HERE werd vaardig over hem, en hij profeteerde in hun midden. Toen ieder die hem sinds jaar en dag kende, zag dat hij – zie! – met de profeten profeteerde, zei het volk, de één tegen de ander: Wat is er toch gebeurd met de zoon van Kis? Is Saul ook onder de profeten? … Daarom is het een spreekwoord geworden: Is Saul ook onder de profeten?”
Profeteren kàn bijvoorbeeld gelijk staan met het “spreken in andere talen + uitlegging van die talen”, want er staat geschreven: “En ik zou wel willen dat u allen in andere talen spreekt, maar vooral dat u profeteert. Immers, wie profeteert, is meer dan wie in andere talen spreekt, TENZIJ hij het uitlegt, opdat de gemeente erdoor opgebouwd wordt.” (1 Kor. 14:5, HSV).
Maar om de toekomst te kunnen voorzeggen behoeft een christen bepaald niet in “andere talen” te spreken en het daarna uit te leggen. Houdt alstublieft het één en het ander uit elkaar! Ofschoon ik geloof dat alle twaalf gedoopten van Handelingen 19:6-7 spraken “in vreemde talen èn profeteerden”, toch is er in dát feit op zich zelf niets dat mij overtuigt, dat zij, toen zij de Heilige Geest ontvingen, de toekomst hadden voorzegd.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys



[1] Bij “vreemde (of andere) talen” wordt de tong ook door God bestuurt. Men spreekt dan een andere (buitenlandse) taal die NIET zelf is aangeleerd.
[2] Voor de ‘gewone’ Gemeenteleden, die geen buitenlanders zijn en dus die “andere of vreemde taal” niet spreken, zal deze “vreemde taal” inderdaad een onverstaanbare taal zijn, die vertaald of uitgelegd moet worden, terwijl, als er wel buitenlanders zijn, en de spreker spreekt – door Gods Geest geleid – hun taal, deze buitenlanders natuurlijk wel gesticht zullen worden. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat de spreker door God naar het buitenland wordt geleid, om daar – als Hij dat nodig acht – in die “vreemde (of andere) talen” te spreken om zodoende tot zegen voor hun te zijn.


zondag 10 oktober 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 6

.



Deel 2:
De Gaven of Manifestaties van de Heilige Geest






Een woord vooraf van de schrijver
Dit woord vooraf is bestemd voor alle christenen die de vervulling met de Heilige Geest kennen en met mij “streven naar het bezit van de geestelijke gaven” (zie 1 Kor. 14:1).
De wereldwijde geestelijke opwekking, die wij nu beleven[1] – wij, “tot wie het einde van de (huidige) wereld gekomen is” (1 Kor. 10:11b, HSV) – dringt mij om langs deze weg een beroep te doen op uw tijd, uw natuurlijke gaven en krachten om deze alle in dienst te stellen van de Meester, om zodoende gewend te raken aan de omgang met Hem, Die machtig is ook u de ogen te openen voor een dieper geestelijk leven door Zijn Geest.
Nog niet allen zijn doordrongen van het besef, dat in deze ‘tijdsbedeling van genade’[2] – het tijdperk van de Gemeente en van de Heilige Geest (van in totaal 2000 jaar) – deze kostbare gaven van de Geest worden geschonken aan de Gemeente, als zijnde het Lichaam van Christus!
Jezus heeft maar één “Lichaam” en geen twee (zie 1 Kor. 12). Als Hij alleen maar een deel van Zijn Gemeente deelachtig zou doen worden aan het bovennatuurlijke en het ander deel daarvan verschoond zou doen blijven, zou Hij Zich schuldig maken aan “aanzien des persoons”. Maar… dit is ONmogelijk (bij God)! Onderzoekt u maar eens: 2 Samuel 12:14, Leviticus 19:15, Lukas 20:21, Galaten 2:6 en Romeinen 2:11.
Hij wil, dat wij het volgende zullen weten en verstaan: “Er is VERSCHEIDENHEID VAN genadeGAVEN, maar het is DEZELFDE Geest. Er is VERSCHEIDENHEID VAN BEDIENINGEN, en het is DEZELFDE Here. Er is VERSCHEIDENHEID VAN WERKINGEN, maar het is DEZELFDE God, Die alles in allen werkt” (1 Kor.12:4-6, HSV).
Vóór alles moeten wij geestelijk georiënteerd zijn om deze manifestaties van Gods Geest te verstaan. En laten wij vooral niet uit het oog verliezen dat de Here zegt: “aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander” (zie 1 Kor. 12:7, HSV). Voor de jaloezie, die in de Gemeente èn in het individuele leven van de gelovigen zo vaak wordt geconstateerd, is er dus geen plaats!
In dit schrijven heb ik naar voren gebracht, wat mij in deze materie – door de onderwijzing van de Heilige Geest – duidelijk is geworden. Ik ben ervan overtuigd dat allen die deze ‘studie’ biddend lezen – vrij van vooringenomenheid en van kritiek – door de Geest van God zullen worden geleid, en wel zó, dat ook zij een diepere openbaring zullen ontvangen van deze hoogst belangrijke zaken van Gods Koninkrijk, tot Jezus’ eer.
Moge de Here Jezus Christus u en mij, al de weg, Zijn onmisbare zegen schenken om als “leden” van Zijn “Lichaam” dienstbaar te zijn. Dit is mijn oprechte bede…
“Streef dus naar de beste genadegaven. En ik wijs u een weg die dit alles nog overtreft (SV: IJvert naar de beste gaven en ik wijs u een weg, die nog uitnemender is)” (1 Kor.12:31, HSV).

Hoofdstuk 6 (het 1ste hoofdstuk van deel 2)

Geestesdoop en Geestesgaven
In Gods Bijbel lezen wij zowel van de “doop” met de Heilige Geest, als van de “gaven” van de Geest. Heb ik aan de eerste een woord gewijd (zie deel 1 van deze studie), zo moet ik dit ook aan de tweede doen. Doop met de Geest en Geestesgaven zijn niet te scheiden. Met deze onomstotelijke waarheid voor ogen richt ik eerst het woord tot hen, die nog zoeken naar de Geestesdoop.
Laat het u gezegd zijn, dat u allereerst moet BLIJVEN volharden in het zoeken naar de doop met de Heilige Geest en dat u zich NIET moet uitstrekken naar de gaven van de Geest! Zonder de Gever van die gaven – en Die (Gever) is nog altijd de Heilige Geest Zelf – kan er GEEN MANIFESTATIE zijn van die gaven. Net zoals er (in het natuurlijke leven) slechts kokosnoten groeien aan een kokospalm en appels aan een appelboom.
Er zijn (gelovige) mensen die geloven dat deze Geestelijke gaven uitsluitend zijn weggelegd voor hiertoe uitverkoren mensen, die van nature al geschapen zijn met bepaalde talenten en vanwege de omgeving waarin zij opgegroeid zijn, die een bepaalde opvoeding en bepaald onderwijs hebben genoten en die later in het leven een bepaalde positie hebben bereikt; kortom, deze (gelovige) mensen denken dus dat deze gaven uitsluitend worden gegeven aan welopgevoede en geleerde mensen. Maar, dit denkbeeld is ABSOLUUT verkeerd; God is immers geen aannemer van de persoon! Neen, dat is Hij in GEEN GEVAL! Want de Bijbel vertelt het ons en de praktijk van alle dag laat het ons zien!
Anderen beweren dat de Bijbel inderdaad van deze wonderlijke gaven van de Geest spreekt; maar, dat deze enkel en alleen bestemd waren voor de eerste eeuwen, omdat zij toen nodig waren om zielen te winnen voor Christus. Deze beide groepen van (gelovige) mensen raad ik aan om eerst de Bijbel goed te onderzoeken voordat zij met dergelijke visies voor de dag komen. Gods Woord is de ENIGE Bron waaruit geput mag, kan en moet worden, want daar is geen ander boek, dat ons het juiste licht kan schenken
aangaande alle zaken, die het Koninkrijk van God betreffen.

Gaven – Werkingen – Bedieningen
Laten wij de Geestesgaven, bedieningen en werkingen bezien in het licht van Gods Woord, want alleen in dit licht zal alles goed worden verstaan.
In 1 Korinthe 12:8-10 staat geschreven: “Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest; en aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest; en aan een ander werkingen van krachten, en aan een ander profetie, en aan een ander het onderscheiden van geesten, en aan een ander allerlei talen, en aan een ander uitleg van talen.” (HSV)
Daar zijn dus 9 gaven van de Geest te onderscheiden, niet meer en niet minder! En sinds de Heilige Geest werd uitgestort en Hij Zijn gaven aan de Gemeente heeft geschonken, zijn ALLE LEDEN van het LICHAAM VAN CHRISTUS VERANTWOORDELIJK VOOR HET FUNCTIONEREN VAN DEZE GAVEN! Voor de overzichtelijkheid volgen deze 9 gaven nog eens en nu puntsgewijs:
1. De gave van HET WOORD van WIJSHEID,
2. De gave van HET WOORD van KENNIS,
3. De gave van HET GELOOF,
4. De gaven van GENEZINGEN,
5. De gave van WERKINGEN van KRACHTEN,
6. De gave van PROFETIE,
7. De gave van HET ONDERSCHEIDEN van GEESTEN,
8. De gave van ALLERLEI TALEN,
9. De gave van UITLEG van TALEN.
Juist omdat al deze 9 gaven bovennatuurlijk zijn, zullen zij dus alleen maar in werking kunnen treden door DE BOVENNATUURLIJKE MANIFESTATIE van Gods Geest.
Daar is “verscheidenheid van genadeGAVEN, maar het is dezelfde Geest” (zie 1 Kor. 12:4) en “al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil” (1 Kor. 12:11, HSV). Ik vraag direct alle aandacht voor het feit, dat het de Heilige Geest is (Gods Geest wel te verstaan), Die uitdeelt. Nogmaals: Hij alléén doet dit en AAN EEN IEDER ZOALS HIJ WIL! Met deze positieve uitspraak in de Schriften worden alle mensen, behorende tot de zojuist gesignaleerde groeperingen, terechtgewezen!
Al deze Geestesgaven zijn gegeven aan de Gemeente van Jezus Christus, Zijn Lichaam; de WERKINGEN zijn dus ook ten behoeve van dat Lichaam en NIET VOOR DE ENKELING, het (gemeente)lid.
Er is verscheidenheid van werkingen, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt.” (1 Kor. 12:6, HSV). ALLES werkt God dus in ALLEN, maar niet allen zullen het tegelijk verstaan, want: “Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander” (1 Kor.12:7, HSV).
Daar is nòch in deze GAVEN, nòch in de BEDIENINGEN ervan, noch in de WERKINGEN ervan enige verandering gekomen. Hoe zou dit ook kunnen? Jezus Christus is immers Dezelfde: “gisteren, heden, en tot in eeuwigheid” (zie Hebr. 13:8). Hij is dus DEZELFDE in WOORD als in DAAD.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

[1] Rekening houdend met het feit dat deze studie is geschreven rond 1960–1965.
[2] Deze (tijds)bedeling = De periode die de verhouding tussen God en mens NA Christus’ (1ste) komst aangeeft.

vrijdag 10 september 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 5

.






Deel 1:
De doop met de Heilige Geest






Nogmaals tot besluit: raadgevingen aangaande tongentaal

Dwaalleringen
Er zijn dwaalleringen onder de christenen in verband met Handelingen 2 vers 4-6. Laten wij daarom eerst deze teksten lezen: “En zij werden ALLEN vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Nu woonden er Joden in Jeruzalem, godvrezende mannen uit alle volken die er onder de hemel zijn. Toen dan dit geluid klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring, want ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.”
Er zijn dwaalleraars die menen (en ook zeggen) dat de PREDIKINGEN die Petrus en de andere apostelen in hun eigen taal deden, door het toegestroomde volk, dat uit verschillende nationaliteiten bestond, zouden zijn gehoord door elk van hen in hùn eigen taal. Hier zou volgens deze dwaalleraars een Goddelijke daad van herstel van de eenheidstaal gebeurd zijn, als zou de straf van de Babylonische spraakverwarring daar en op dat moment zijn opgeheven door de kracht van de inwonende Geest.
Het zijn deze dwaalleraars die zich dan afvragen waarom een buitenlandse prediker een vertaler nodig heeft, als deze prediker, naar men zegt, vervuld is met de Heilige Geest.
Iedere eerlijke onderzoeker van het Woord van God zal tot de conclusie komen, dat het volk niet tezamen kwam, omdat er gepredikt werd, maar dat het te hoop liep door het grote stemgeluid, veroorzaakt door het tegelijk spreken van de vervulde 120 discipelen in “andere of vreemde talen” en wel, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Petrus predikte pas, NADAT het volk tezamen gekomen was vanwege iets vreemds, iets, dat anders was dan anders. Dat vreemde, dat andere, waren de “nieuwe tongen” (de zgn. ‘tongentaal’).
Andere dwaalleraars leren, dat deze discipelen predikten in een “andere of vreemde taal”, omdat er toen zoveel buitenlandse proselieten (d.i. bekeerlingen tot het Jodendom) in Jeruzalem verzameld waren. Het mag toch voldoende bekend worden geacht dat degenen die in deze tekst (van Handelingen 2:4) worden aangeduid met “ALLEN”, gewone, eenvoudige, niet-geleerde burgermensen waren (zie Hand. 4:13).
Bovendien staat er in deze tekst dat de Heilige Geest deze “andere of vreemde taal” gaf uit te spreken. Het was dus een BOVENNATUURLIJK verschijnsel. In Handelingen 2 vers 6 staat geschreven: “Toen dan dit geluid klonk, kwam de menigte samen en raakte in verwarring (SV: toen deze stem geschied was, kwam de menigte tezamen en stond verbaasd)”. Dit tezamen komen en deze verbazing werden veroorzaakt door het bovennatuurlijke.
In dit verband willen wij u er nogmaals aan herinneren dat er in 1 Korinthe 12 sprake is van GEESTELIJKE gaven en van hun ordening in de Gemeente van Jezus Christus; daar is dus helemaal geen sprake van NATUURLIJKE gaven in een organisatie van mensen.
Een boodschap die de Geest geeft uit te spreken in een “andere of vreemde taal”, kan door de boodschapper zelf, zijnde de menselijke spreekbuis van de Geest, niet worden verstaan[1]. In 1 Korinthe 14 vers 2, 13, 14 en 28 geeft Paulus duidelijk te kennen dat het niet ‘zinvol’ is om anderen in de Gemeente te (willen) onderwijzen of stichten door middel van de tongentaal, TENZIJ dat er gelovigen zijn met “de gave van uitlegging” ervan. Paulus zegt hier duidelijk dat – zonder uitlegging – die vreemde “tongen of talen” door de Gemeente niet kunnen worden verstaan. Ditzelfde is waar ten opzichte van het zingen, het loven en prijzen door de Geest in “andere of vreemde talen”.
1 Korinthe 14:14-17 (HSV):
“Want als ik een andere (SV: vreemde) taal bid, bidt mijn geest, maar mijn verstand ontvangt er geen vrucht van. Wat is dan het geval? Ik zal met de geest bidden, maar ik zal ook met het verstand bidden. Ik zal met de geest lofzingen, maar ik zal ook met het verstand lofzingen. En verder, als u God looft met de geest, hoe zal hij die de plaats inneemt van de niet-ingewijde, amen zeggen op uw dankzegging, omdat hij toch niet weet wat u zegt? Immers, u dankt wel op een mooie manier, maar de ander wordt niet opgebouwd (SV: gesticht).
In één van de bedieningen in Indonesië, het was in 1927 te Soerabaja, heb ik meegemaakt en daarmee het bewijs geleverd gezien, dat de voorganger in zo’n “vreemde taal” sprak en ook werd verstaan door een buitenlander. Het was een Egyptenaar, die de toenmalige voorganger van die Pinkstergemeente hoorde spreken in zijn eigen taal, dus in de Egyptische taal. De voorganger zelf verstond de woorden niet, die de Geest hem gaf uit te spreken.

Laatste raadgevingen aan zoekers naar de doop met de Heilige Geest
Ik heb in mijn loopbaan als evangelist vele gelovigen gezien die de doop met de Heilige Geest ontvingen, gepaard met dit Bijbels kenteken. Zij begonnen dan altijd God groot te maken met lof en prijs… Zij kwamen van oost en west, van noord en zuid, het waren broeders en zusters van verschillende, huidskleur en taal, toch spraken zij allemaal, toen zij gedoopt werden met de Heilige Geest, “met andere talen”, zoals Gods Geest die gaf uit te spreken. Zij spraken allen die hemelse talen. Glorie voor God! Nooit, tot op de huidige dag, is het anders geweest. Uit alle landen van de wereld, waar gelovigen deze machtige doop hebben ontvangen als de Belofte van de Vader, komt hetzelfde getuigenis: allen spreken “in nieuwe tongen” (de zgn. ‘tongentaal’).
Maar net zo goed heb ik meegemaakt dat door een opmerking van deze of gene, met betrekking tot dit spreken met “nieuwe tongen”, twijfel in de harten van de (met Gods Geest) gedoopte gelovigen werd opgewekt. En deze funeste twijfel kan soms lang stand houden! Dit is dan ook één van de redenen waarom ik personen die vervuld werden met de Heilige Geest altijd heb aangeraden om, met regelmaat, iedere dag biddend Gods Woord te lezen. Het Woord van God is levend en krachtig en behoedt Gods kinderen. Want, het is juist zo dat, als wij deze Geestesdoop ontvangen hebben, de duivel heftige aanvallen doet. Op allerlei wijzen zal hij proberen om bij de gelovige twijfel op te wekken aangaande deze machtige ervaring. Zelfs heb ik personen gekend die zo intens door satan werden gekweld, dat zij hard op weg waren om te komen tot godslastering… Het was genade, dat zij gered werden uit de klauwen van deze mensenmoordenaar vanaf het begin. Prijs God! Als zo’n twijfeltoestand voortduurt, is het in de regel met dergelijke zielen zo gesteld, dat zij zelfs al hun moed en vrijmoedigheid verliezen om uit zo’n geestelijke impasse te komen. Zij durven niet te claimen wat Jezus hun heeft geschonken.
In mijn jarenlange arbeid als werker Gods heb ik vele malen meegemaakt dat als een ziel voor het eerst begint te spreken met “nieuwe tongen” (de zgn. ‘tongentaal’), daar vlak bij een andere ziel als volgt begint te bidden: “Heer, zendt U toch de Heilige Geest!” Weer een ander: “O, Heer, bedekt U hem/haar onder het bloed van Jezus.” Wat een vertrouwen-verwoestend werk wordt hier door zulke zielen, (meestal) onbewust, verricht! Maar het meest verwoestende werk wordt gedaan door personen, die degene, die met “nieuwe tongen” of “belachelijke lippen” (met beide wordt de zgn. ‘tongentaal’ bedoeld – noot AK) heeft gesproken, bestormen of overvallen met de vraag “Weet u nu wel heel zeker, dat u de HEILIGE GEEST heeft ontvangen?” Of met de opmerking: “U bent nog niet vervuld hoor, want u spreekt nu met belachelijke lippen! Denk erom dat u tot een zuiver uitspreken van de “vreemde taal” moet komen, anders bent u nog niet gedoopt met de Heilige Geest!” Dergelijke vragen en opmerkingen brengen de betrokkene eerder van de wijs dan dat hij of zij hierdoor geestelijk wordt opgebouwd. Ach, hebben die vragenstellers, die wijze (?) opmerkers, dan zelf niet in de gaten dat hun tong beroerd wordt op een wijze, die nooit van God kan zijn?
Laten allen, die naar de vervulling met de Heilige Geest zoeken, dit weten en het nooit vergeten dat, als zij de Here Jezus om de doop met de Heilige Geest vragen, zij zullen ontvangen, wat zij Hem hebben gebeden. Jezus is getrouw. Maar net zoals de duivel Jezus na Zijn doop in de woestijn had verzocht, zo wil hij proberen ons te verzoeken. Met “ons” bedoel ik dan in het bijzonder diegenen, die oprecht naar de Geestesdoop zoeken. Laat u zich maar niet uit het veld slaan, volg de Bijbelse weg maar, die is: BEKERING – WATERDOOP – GEESTESDOOP.
Handelingen 2:38-39 (HSV): “En Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal.”
U zult dan ook spreken “met nieuwe talen”, of zoals het ook heet “met nieuwe tongen”. Wat de omstanders dan ook mogen zeggen, houdt u uw blik vooral maar op Jezus gericht. En weet u, als Hij u de Heilige Geest heeft geschonken, dan komt dit spreken in tongen (de zgn. ‘tongentaal’) weer vanzelf terug, net zo vele malen als u deze gave in het geloof claimt.
Doe wat de Bijbel u leert en “werp uw vrijmoedigheid niet weg”! Want… “een grote beloning” wacht ook u (zie Hebr. 10:35)!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

[1] Het spreken in “vreemde (of andere) talen” is ook een “taal uit een ander land spreken”, een taal die je zelf niet machtig bent, maar die Gods Geest door jou heen kan spreken (als Hij dat nodig acht), zodat buitenlandse toehoorders het kunnen verstaan. Lees Handelingen 2:4-12 en wordt overtuigd! Voor de ‘gewone’ Gemeenteleden, die geen buitenlanders zijn en dus die “vreemde taal” niet spreken, zal deze “vreemde taal” inderdaad een onverstaanbare taal zijn, die vertaald of uitgelegd moet worden, terwijl, als er wel buitenlanders zijn, en de spreker spreekt – door Gods Geest geleid – hun taal, deze buitenlanders natuurlijk wel gesticht zullen worden. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat de spreker door God naar het buitenland wordt geleid, om daar – als Hij dat nodig acht – in die “vreemde (of andere) talen” te spreken om zodoende tot zegen voor hun te zijn.
Meer hierover? Zie dan ook nog – op onze website
http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie “Onze aardse roeping: En u zult Mijn getuigen zijn”, van E. van den Worm.
Noot: Bij deze “vreemde (of andere) talen” wordt de tong door God bestuurt, en in die zin kan het toch ook weer “een tongentaal” genoemd worden, alleen al om het onderscheid te maken tussen het spreken van een andere (buitenlandse) taal die wij zelf, door studie, hebben aangeleerd.
[2] Zie noot 1.

dinsdag 10 augustus 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 4

-





Deel 1:
De doop met de Heilige Geest








Geraffineerde excuses die een schijn van waarheid hebben

“De doop met Gods Geest zal een te grote verantwoordelijkheid van mij eisen”
Soms treffen wij mensen aan, die, na een gesprek met hen te hebben aangeknoopt, blijk geven wel te geloven in deze wondervolle gave van God, maar die, zoals ze zeggen, de verantwoordelijkheid, die God dan van hen eist, niet durven dragen. Deze mensen zijn er van overtuigd, dat de doop met de Heilige Geest van hen te veel zal vragen en wel in de zin, dat zij daarna te veel zullen moeten prijsgeven. In de regel beëindigen zij het gesprek met: “Dit is dan ook de reden, waarom ik niet durf te bidden om de doop met de Heilige Geest. Als ik vervuld zou worden met Gods Geest, zou daarna de kans groter zijn om tegen Hem te zondigen.”
Degene, die zo spreekt, is er zich nauwelijks van bewust, dat zo’n excuus hem of haar wordt ingegeven door de duivel.
Deze categorie christenen zijn blind voor het feit, dat het Gods wil is, dat ALLE christenen rein en heilig zullen leven, want zonder heiliging zullen wij God niet zien.
Hebreeën 12:14 (HSV): “Jaag de vrede na met allen, en de heiliging, zonder welke niemand de Here zien zal.”
Ongeacht uw kerk (d.i. uw kerkelijke gezindte) of uw groepering/richting (d.i. een geestelijke stroming buiten de officiële kerken), of u nu voorganger bent of niet, God vraagt van u dat u een rein en heilig, dat is een afgezonderd leven leiden zult. Dikwijls ziet men Gods eis om afgezonderd, afgescheiden van de wereld te leven, over het hoofd.
De Here God zelf maakte scheiding tussen Zijn volk en de Egyptenaren. Lees hiervoor Exodus 12.
Christenen zijn pelgrims, die weliswaar nog in deze wereld vertoeven, maar zelf niet meer VAN deze wereld zijn (zie Joh. 17:16).
God houdt er geen twee klassen van christenen op na. Het is niet zo, dat er één klasse is, die werelds mag zijn en die doen mag al wat zij wil en daarnaast een andere klasse, die naar de Goddelijke voorschriften van de Bijbel leeft. De Heilige Geest leert ons: “En wordt niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid (SV: gemoed), om te kunnen onderscheiden wat de wil van God is, namelijk het goede en welgevallige en volmaakte” (Rom. 12:2, HSV). En eveneens:
“Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem” (1 Joh. 2:15, HSV). “En als u Hem als Vader aanroept, Die zonder aanzien van de persoon naar ieders werk oordeelt, wandelt dan in de vreze des Heren, gedurende de tijd van uw vreemdelingschap (op aarde) (1 Petr. 1:17, HSV).
Menigeen denkt dat het mogelijk is om Gods goede, welbehaaglijke en volmaakte wil te leren kennen in een onbekeerde staat. De Bijbel leert ons echter onomwonden, dat wij eerst Zijn Stem moeten gehoorzamen, onszelf moeten onderwerpen aan de uitspraken van Zijn Woord en dat dan Zijn heilige wil aangaande ons verdere leven in die vernieuwde levensstaat zal worden gekend. Prijst God!
Naar de mate van de verantwoordelijkheid, die wij moeten dragen, ontvangen wij van God genade. Nog nooit heeft God iemand gevraagd om iets voor Hem te doen zonder hem daartoe de kracht en de wijsheid te geven. De voorbeelden in de Bijbel en die in het leven, waarin wij nu staan, zijn legio. Wat dunkt u, heeft God geen macht om verdrukkingen te doen verkeren in menigvuldige zegeningen? Door Zijn wil te doen, ontvangen Zijn kinderen nog meer zegeningen! God zal u en ieder ander nooit vragen om iets voor Hem op te geven, tenzij dat iets niet goed voor u en die ander(en) is. Indien onze wil zich schikt naar Gods wil, zal de Heilige Geest ons die wil helpen volbrengen, Hij schenkt immers de kracht en de macht voor de dienst des Heren en ook de kracht om te overwinnen. Halleluja!
Alle christenen die godzalig willen leven zullen vervolgd worden (zie 2 Tim. 3:12). Juist daarom hebben wij die wonderbaarlijke Pinksterkracht (d.i. de kracht van Gods Heilige Geest, zoals geopenbaard in Handelingen 2) nodig. Het is de kracht die ons in staat stelt om, zelfs onder de heftigste vervolgingen, God te blijven loven en prijzen en wel zo, dat onze lofzangen tot in het Paradijs opstijgen! Glorie voor Jezus! Paulus en Silas hadden – door de Heilige Geest in hen – de kracht om Hem te (blijven) loven en prijzen, terwijl zij opgesloten zaten in de gevangenis (zie Hand. 16:23-25).
Wat de vrees betreft dat men, indien men gedoopt zou zijn met Gods Geest, des te eerder zou kunnen zondigen tegen Gods Geest, dient te worden opgemerkt, dat men in deze een absoluut verkeerde voorstelling van zaken heeft. Het is fout om te denken dat wanneer een christen vervuld wordt met Gods Geest, hij of zij dan de kans loopt om de zonde tegen de Heilige Geest te begaan. Laat mij u maar direct vertellen, geliefde lezer, dat IEDER MENS zondigen kan tegen de Heilige Geest, ook al heeft hij of zij de doop met de Heilige Geest niet ontvangen. Toen Jezus in Mattheüs 12:32b voor deze zonde waarschuwde, sprak Hij tegen de Farizeeën. Maar… de Farizeeën waren toch nog nooit gedoopt met Gods Heilige Geest. Jezus zei: “maar wie tegen de Heilige Geest spreekt”, “maar wie” wil zeggen “wie maar ook”. Dit woord betreft dus allen die zich op deze wijze bezondigen. In het Bijbelse geval was dit woord in het bijzonder gericht tegen de Farizeeën, die schijnheilig waren. Het is dus mogelijk dat een schijnheilige (d.i. een hypocriet of huichelaar) tegen de Heilige Geest zondigt. Daarom staat er geschreven: “Wee u, Schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u reist zee en land af om één proseliet (d.i. één bekeerling tot het Jodendom) te maken, en als hij het geworden is, maakt u hem een kind van de hel, tweemaal meer dan u bent.” (Matth. 23:15, HSV).
Ook iedere broeder en iedere zuster in het geloof kan deze onvergeeflijke zonde begaan, want er staat geschreven: “Als iemand zijn broeder ziet zondigen, een zonde niet tot de dood, dan zal hij tot God bidden, en Hij zal hem het leven geven, namelijk aan hen die niet zondigen tot de dood. Er is een zonde tot de dood; daarvoor zeg ik niet dat hij zal bidden.” (1 Joh. 5:16, HSV).
Ja, IEDEREEN kan de grens overschrijden! “Zie erop toe dat NIEMAND achteropraakt in de genade van God, en dat er geen enkele wortel van bitterheid opschiet en last veroorzaakt zodat daardoor velen besmet worden. Laat NIEMAND een hoereerder zijn of een onheilige, zoals Ezau, die voor één enkele maaltijd zijn eerstgeboorterecht verkocht. Want u weet dat hij ook daarna, toen hij de zegen wilde erven, verworpen werd. Want hij vond geen plaats van de berouw, hoewel hij die vurig en met tranen zocht.” (Hebr. 12:15-17, HSV). Op dezelfde wijze kan een IEDER, die God heeft gekend, wel eens te vèr gaan, waardoor hij of zij een goddeloze geest ontvangt! (zie Rom. 1:21-28).
Deze groep van mensen hebben geen andere zonde begaan dan God ongehoorzaam te zijn. Hoe gevaarlijk is het om in deze fatale zonde te volharden!
De Heilige Geest komt in ons leven om ons terecht te wijzen, te overtuigen of te veroordelen. Hij (d.i. Gods Geest),
in ons gekomen zijnde leidt ons in ALLE WAARHEID. Hoe zullen wij anders de Goddelijke maatstaf van goed en kwaad kennen? En hoe kunnen voortgaan in de gerechtigheid van God?
Johannes 16:8 (HSV): “En als Die (de Here Jezus sprak van de Heilige Geest) gekomen is, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel.”
Als de mensen Hem (d.i. Gods Geest, de Heilige Geest) bedroeven en wel op zo’n wijze, dat Hij Zich volkomen terugtrekt uit hun leven om nooit meer tot hen terug te komen, om hen nooit meer de Weg te wijzen, dan worden deze mensen, wie en wat ze ook zijn, als BRUTE BEESTEN ZONDER GEWETEN!
1 Timotheüs 4:1-2 (HSV): “Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in de laatste tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen, door huichelarij van leugensprekers, die hun eigen geweten als met een brandijzer hebben toegeschroeid.”
Sinds God ons heeft bevolen om “ons niet tegen de Heilige Geest te verzetten” (zie Hand. 7:51, HSV), om “de Heilige Geest niet te bedroeven” (zie Ef. 4:30) en om “de Heilige Geest in ons niet uit te blussen” (zie 1 Thess. 5:19), verkeert u juist in een groter gevaar als u volhardt in het niet gehoorzamen van Gods gebod: word vervuld met de Geest (Ef. 5:18). U haalt uw eigen oordeel over u, indien u Gods ordinantie (d.i. voorschrift of eis) wederstaat!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

zaterdag 10 juli 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 3

.





Deel 1:
De doop met de Heilige Geest







Excuses in verband met de gave van de Heilige Geest
In de bediening van de Geest, waarin ik door genade al jarenlang mag staan, ben ik tot de conclusie gekomen, dat de problemen in verband met de gave van de Heilige Geest er veelal zijn, omdat deze fundamentele leerstelling de meeste gelovigen verkeerd geleerd wordt. De meeste christenen geloven wel in de gave van de Heilige Geest, maar weten niet eens, dat zij de Heilige Geest moeten ontvangen als Gods gave, die wordt uitgestort. Hoe dat komt? Wel, het is hun verkeerd geleerd!
Het is door dit verkeerde onderwijs, dat zij geloven, dat zij de Heilige Geest reeds ontvangen hebben! Daar wordt in de door hen bezochte kringen zonder meer onderwezen, dat zij de gave van de Heilige Geest “in het geloof moeten aanvaarden”. Deze gelovigen weten niets van die wondervolle manifestaties van de Geest (Gods Geest wel te verstaan!) en van Zijn heerlijkheden, die deze gave, net als in de dagen van de apostelen (lees het Bijbelboek Handelingen), vergezellen. Zij ontvangen daarom ook niets en blijven geestelijk gesproken “droog, leeg en arm”.
Zij ontberen de kracht van Gods Geest in hun leven en vanzelfsprekend ook in hun bediening!

De gave van de Heilige Geest wordt verward met de wedergeboorte
Door de gesprekken die ik mocht hebben met gelovigen uit andere kringen, heb ik mogen opmerken, dat deze gave van de Heilige Geest verward wordt met een andere ervaring, namelijk die van de wedergeboorte.
De doop met de Heilige Geest is volstrekt niet de wedergeboorte en deze laatste beslist niet de Geestesdoop. Allen die denken, dat dit wel het geval is, dwalen!
De wedergeboorte is echter wel een werking van dezelfde (Goddelijke) Geest. Het is door de wedergeboorte, dat wij “nieuwe mensen” worden, nieuwe schepselen in Christus[1]. Bij Zijn geboorte werd de Zoon des Mensen het Nieuwe Schepsel in de diepste en rijkste betekenis van het woord. Indien nu de ervaring “wedergeboren te zijn” volkomen toereikend zou zijn geweest voor al Gods plannen, waarom en waartoe wachtte dan ook Jezus, de Zoon van God, terwijl Hij stond in het water van de Jordaan, totdat Hij die kostelijke gave van de Heilige Geest, of wel die doop met de Heilige Geest, had ontvangen? Was het niet omdat Hij, ja, zelfs Hij, die gezegende zalving van Gods Geest nodig had voor Zijn wondervolle bediening tot redding van de mensheid?
Het was deze zalving van God, die Hem volkomen heerschappij deed hebben over (de machten in) de wereld en het (zondige) vlees en over (de macht van) satan. In dit zo sublieme[2] leven werd dit bewezen tijdens Zijn verzoeking in de woestijn.
In Johannes 3 heeft Jezus de noodzaak van de wedergeboorte verklaard en later, in Johannes 14 en 15, heeft Hij tot driemaal toe deze gave van de Heilige Geest beloofd.
Als wij vandaag-de-dag over “Pinksteren” spreken, dan bedoelen wij er het wonder mee, dat op de Pinksterdag gebeurde en dat door Petrus werd verklaard, te beginnen met de woorden: “Maar dit is het wat gesproken is door de profeet Joël.” (Hand. 2:16). En dit wonder was de doop met de Heilige Geest (d.i. Gods HEILIGE Geest), Die uitgestort werd, precies op die dag, die – in typebeeld – al gekend werd in de symbolische ordinantiën (of voorschriften) van Israël.
Zoals God de Vader Zijn levensadem blies op de levenloze en onbezielde vorm van de eerste mens (Adam), waardoor deze een “levende ziel” werd, net zo werden de wachtende discipelen in de opperzaal[3] getransformeerd (dat is – in geestelijke zin – veranderd) tot nieuwe wezens, toen Jezus Christus, de tweede Adam, de Heer van hemel en aarde, Zijn levensadem van opstandingskracht op hen blies: de Heilige Geest kwam vanuit de hemel “als een geweldig gedreven wind” (zie Hand. 2:2, SV). Het was toen niet alleen maar een blazen van levensadem, maar het zenden van een storm van Goddelijke kracht.
Pas op dat moment ontvingen zij de (beloofde) “Kracht uit de Hoogte” (zie Luk. 24:49) en werden zij ALLEN vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken met andere tongen (de zgn. ‘tongentaal’ – zie noot[4]). Toen werd Handelingen 1:5 vervuld “want Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen” en van toen af aan waren zij bekwaam om (waarlijk) Zijn getuigen te zijn[5] (zie Hand. 1:8).
Dit “bekleed worden” met “kracht uit de hoogte” (zie Luk. 24:49, HSV), deze doop met de Heilige Geest, dit ondergedompeld worden in de Geest van God, werd en is GODS STANDAARD (of maatstaf) voor de nieuwe tijdsbedeling[6], de bedeling van de Gemeente.
Gods drie getuigenissen van de Bijbelse doop met de Heilige Geest zijn achtereenvolgens:
1. de Pinksterdag (zie Hand. 2),
2. het huis van Cornelius, de hoofdman (zie Hand. 10), en
3. het geval van de gelovigen te Efeze (zie Hand. 19).
Er zijn drie getuigenissen en… een drievoudige getuigenis van God is een volmaakt getuigenis van God. Dit moet voldoende zijn voor alle gelovigen als HET bewijs, dat het de Schriftuurlijke standaard is voor de tijdsbedeling van het Evangelie, dit is, de tijdsbedeling van de Heilige Geest![7] De manifestatie (van Gods Geest) van 2000 jaar geleden (zie Hand. 2) is nog altijd dezelfde! Amen!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

[1] Je zou m.i. beter kunnen zeggen dat er bij de wedergeboorte een begin gemaakt wordt met “de nieuwe mens”, het nieuwe schepsel in Christus. Net zoals er bij de natuurlijke geboorte eerst de “baby fase” is, zijn wij m.i. ook bij onze wedergeboorte (vaak) nog maar baby’s in Christus, en dus niet gelijk (geestelijk) VOLWASSEN, laat staan “VOLMAAKT in Christus”. Pas als wij waarlijk VERVULD (d.i. gedrenkt, doordrenkt) zijn met Gods Geest, dan is m.i. de volgende Bijbeltekst pas ECHT van toepassing: “Daarom, als iemand IN Christus is, is hij (waarlijk) een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, ALLES is NIEUW geworden”. Zie vooral ook nog de toelichting bij noot 11.
[2] Subliem = Zeer verheven, meer dan voortreffelijk, in hoge mate edel.
[3] Zie eventueel op ons Weblog van 21-5-2009 het artikel “De Opperzaalgemeente” van H. Siliakus.
[4] De zgn. “tongentaal” (de NBV spreekt van “klanktaal”) is m.i. iets anders dan het spreken in vreemde (of andere) talen. In 1 Kor. 14:2 staat: Wie namelijk tongentaal spreekt, spreekt niet voor mensen, maar voor God, want niemand verstaat hem, maar in zijn geest spreekt hij geheimenissen” (HSV). En in 1 Kor. 14:4a staat: Wie tongentaal spreekt, bouwt zichzelf op… (HSV). Ook zegt Paulus in 1 Kor. 14 vers 18-19: Ik dank God dat ik meer dan u allen in tongen spreek. In de gemeente echter wil ik liever 5 woorden spreken met mijn verstand, om ook anderen te onderwijzen, dan 10.000 woorden in tongentaal” (HSV).
Het spreken in vreemde (of andere) talen is m.i. een “taal uit een ander land spreken”, een taal die je zelf niet machtig bent, maar die Gods Geest door jou heen kan spreken (als Hij dat nodig acht), zodat buitenlandse toehoorders het kunnen verstaan. Lees Handelingen 2:4-12 en wordt overtuigd!
Voor zover ik het nu kan beoordelen is de vertaling van de Herziene Statenvertaling (HSV), wat “tongentaal” of “het spreken in tongen” betreft, beter vertaald dan de Statenvertaling (SV), waar nog te vaak “vreemde talen” vermeld staat, daar waar m.i. “tongentaal” behoort te staan. Ook de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) is hier, wat mij betreft, duidelijker (en dus beter) vertaald met het woord “klanktaal”.
Voor nadere bestudering vermeld ik hierbij wat teksten uit de HSV en de NBV:
· De HSV vermeld het woord “tongentaal” o.a. in de volgende verzen: 1 Kor. 14:2, 4, 13, 14, 19 en 27. En het “spreken in tongen” vermeld de HSV o.a. in 1 Kor. 14:5, 6, 18, 23, en 39.
· De NBV vermeld het woord “klanktaal” o.a. in de volgende verzen: 1 Kor. 14:2, 4, 5, 6, 13, 14, 16, 18, 19, 22, 23, 26, 27 en 39. En het “spreken in onverstaanbare klanken” vermeld de NBV in 1 Kor. 14:9.
[5] Zie eventueel – op onze website
http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie “Onze aardse roeping: En u zult Mijn getuigen zijn”, van E. van den Worm.
[6] De nieuwe tijdsbedeling = Het tijdperk waarmee de periode van 2000 jaar van de Gemeente, en van de Heilige Geest, en van Gods genade voor de mensheid wordt bedoeld De telling van deze periode van 2000 jaar is m.i. begonnen bij de aanvang van Jezus bediening op aarde.
[7] Zie noot 6.

donderdag 10 juni 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 2

.





Deel 1:
De doop met de Heilige Geest









De leer van het Bijbelse "dopen"


Hoeveel “dopen” zijn er en hoe worden zij (van elkaar) onderscheiden?
Uit de (Bijbel)passages van Mattheüs 3:11, Handelingen 1:5, 2:38, 8:12, 15-17 en 10:44-48, die wij in het voorgaande hoofdstuk hebben geciteerd en uit Handelingen 19:3-6 kunt u constateren, dat er in de Bijbel sprake is van twee “dopen”; namelijk de in hoofdstuk 1 behandelde “Geestesdoop” en de “waterdoop”, die door alle bekeerde gelovigen moet worden ondergaan.
Bij het lezen van de tekst in Efeze 4:5, waarin geschreven staat dat er “één Here, één geloof, één doop” is, raken velen in de war. Men vraagt zich dan af, of de leer van de (twee) dopen – de waterdoop èn de Geestesdoop – niet in strijd is met deze uitspraak.
Wij zullen Gods Woord laten spreken. In deze “Bron-van-alle-waarheid” worden geen tegenstrijdige leringen gevonden. Te denken dat God Zichzelf tegenspreekt is absurd en komt Godslastering al heel dicht nabij!
De leerstelling van de (twee) dopen, zowel de Geestesdoop als de waterdoop, is een onderwerp dat van de zijde van iedere gelovige de grootste toewijding en ijver vereist bij het onderzoeken ervan in Gods Woord. God wil nu eenmaal dat Zijn kinderen ten aanzien van de dingen in Zijn Koninkrijk ALLES zullen onderzoeken en dat zij zich daarbij nooit zullen laten leiden door zulke dingen als: vooroordeel, opgedrongen ideeën en kortzichtigheid. Bovendien moeten zij, als zij eenmaal aan het onderzoeken zijn gegaan, er niet mee ophouden, totdat God zegt, dat het genoeg is.
Dit biddend onderzoeken van Gods Woord is een bevel van de Heer. Het is een onderdeel van de christelijke ervaring en noodzakelijk in verband met de openbaring van het “plan van God” diep in ieders hart.
Wie de fundamentele leerstellingen van het Koninkrijk van God wil onderzoeken, moet daarbij niet luisteren naar de “moderne theorieën” van deze tijd. Deze zijn namelijk afkomstig van mensen die de zalving van God NIET kennen. Ook moet men geen acht slaan op die misleidende wegen, waarbij men ons Goddelijke Waarheden voorhoudt die echter uit het verband met het geheel zijn gerukt.
Degene die zijn of haar oor leent aan beide of aan één van beide, komt onherroepelijk terecht in een doolhof, waaruit het zeer moeilijk zal zijn om de verlossende weg te vinden. Wees op uw hoede, want dergelijke (misleidende) theorieën zijn vandaag de dag legio (d.i. zeer talrijk aanwezig).
Het richtsnoer van de gelovige moet altijd zijn: het zich houden aan de eenvoudige instructies van Gods Woord, zoals die hem geopenbaard worden door de Heilige Geest, want Hij is de Openbaarder van Gods HEILIGE wil. Als de gelovigen hierop – altijd en overal – letten, zullen zij deel krijgen aan de diepgeestelijke “belevenissen van Jezus Christus”.

Welke doop is de belangrijkste?
Dikwijls horen wij de vraag stellen: “Welke van deze twee dopen is voor het kind van God de belangrijkste?”
Het enig juiste antwoord is: beide zijn in Gods ogen noodzakelijk en zijn, op grond hiervan, even belangrijk. In de Israëlitische tabernakel[1], een schaduwbeeld van het Koninkrijk van God, stonden zowel het wasvat als de kandelaar, die achtereenvolgens de waterdoop en de Geestesdoop uitbeelden.
De Bijbel leert ons dat Jezus, de Zoon van God Zelf, geen onderscheid in belangrijkheid maakte. Hij heeft ze beide geaccepteerd als noodzakelijk om te kunnen staan in de gehoorzaamheid van het Woord van God en om “alle gerechtigheid te vervullen” (zie Matth. 3:15)
Indien wij de gehoorzaamheid van Jezus nader bezien, onderscheiden wij de volgende punten:

• Hij werd als Zoon van God geboren.
• Dertig jaar nà Zijn wonderbaarlijke ontvangenis, die in beide Testamenten[2] vermeld staat, kwam Hij tot Johannes de Doper om gedoopt te worden.
• Hij was heus geen nieuweling in de ervaring van de hemelse dingen.
• Van Zijn jeugd af werd Hij door de Heilige Geest onderwezen in de Wet en de Profeten; Hij kende het Woord als geen ander.
• Hij wist beter dan wie ook, dat “Hij moest zijn in de dingen van Zijn Vader” (zie Luk. 2:49).
• Ondanks Zijn eeuwige (en Goddelijke) oorsprong, stond ook Hij in de rij van gehoorzame mensenkinderen en was het doen van de wil van Zijn Vader Zijn enig verlangen.
• Hij kende geen ander doel dan de mensen te tonen, dat het doen van Gods wil de van God verordineerde (d.i. de door God ingestelde) weg tot zaligheid is en de verzadiging (d.i. de hoogst haalbare VOLHEID) van vreugde.
• De Here Jezus werd in de eeuwigheid van het verleden geboren als Zoon van de levende God en had als zodanig deel aan de meest heilige en Goddelijke ervaringen. Als mens deed de Here Jezus het eerst van alle schepselen machtige ervaringen op door in volkomen gehoorzaamheid te staan en dit om “alle gerechtigheid te vervullen” (zie Matth. 3:15). Zijn leven was het meest sublieme[3], dat ooit op deze aarde werd geleefd.
Wij zeggen hier “amen” op, halleluja! Waarlijk, waarachtige vreugde wordt alleen maar gevonden in het betrachten van Gods HEILIGE wil. Moet de gelovige niet bidden: “Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde”? (zie Matth. 6:10, Luk. 11:2, HSV).
Hemelse vreugde kan men alleen ervaren indien wij Gods wil, ook ten aanzien van dingen en zaken, die Hij in Zijn alwijsheid en voorzienigheid heeft verordineerd (d.i. ingesteld), volkomen willen gehoorzamen.
Tot Gods verordeningen (dat zijn: door God vastgestelde voorschriften) horen zowel de Geestesdoop als de waterdoop.
In verband hiermee wil ik al direct opmerken, dat geen van deze (twee) dopen betrekking heeft op de “wedergeboorte”. De wedergeboorte is een aparte werking van de Heilige Geest en staat geheel los van de genoemde dopen.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

[1] Voor meer over de Israëlitische tabernakel en de geestelijke betekenis van de verschillende tabernakelobjecten, zie eventueel - op onze website www.eindtijdbode.nl - de studies: "Christus in de Tabernakel" van CJH Theys en/of "De Tabernakel van Israël" en/of "Lukas; het boek van de NIEUWE MENS in Christus" van E. van den Worm".
[2] Dus zowel in het Oude Testament (zie Jes. 7:14), als in het Nieuwe Testament (zie Matth. 1:23).
[3] Subliem = In hoge mate edel, schoon.

maandag 10 mei 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 1

DDe






Deel 1:
De doop met de Heilige Geest[1]







Hoevelen kunnen gedoopt worden met de Heilige Geest?
Alle argumenten van de tegenstanders ten spijt leert de Bijbel, dat deze doop (met de Heilige Geest) voor onze tijdsbedeling, ja, voor onze dagen is. Ook is het in overeenstemming met de Schriften, als wij geloven, dat deze doop het voorrecht is van ALLE gelovigen, van hen namelijk, die “geloven zoals de Schrift zegt”.
Zoals in Johannes 7:38-39 geschreven staat: “Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: stromen van levend water zullen uit zijn buik (NBG: uit zijn binnenste) vloeien. (En dit zei Hij over de Geest, Die zij, die in Hem geloven, ontvangen zouden; want de Heilige Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.)” (HSV)
Onder “het gedoopt worden met de Heilige Geest” versta ik die ervaring, zoals die werd medegedeeld aan de heidenen in Handelingen 10:44-48: “Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen die het Woord hoorden. En de gelovigen die uit de besnijdenis waren, zovelen als er met Petrus meegekomen waren, stonden er versteld van dat de gave van de Heilige Geest ook op de heidenen uitgestort werd, want zij hoorden hen spreken in vreemde talen en God groot maken. Toen antwoordde Petrus: Kan iemand soms het water weren, zodat deze mensen, die evenals wij de Heilige Geest ontvangen hebben, niet gedoopt zouden worden? En hij gaf opdracht dat zij gedoopt zouden worden in de Naam van de Here.” (HSV)

Vooraf enkele begrippen
Voordat wij verder gaan, wil ik het eerst met u hebben over enkele begrippen, als “dopen”, “vervuld worden met”, “uitgestort worden” en “gave van de Geest”. Deze termen lijken ingewikkeld, maar zijn zo eenvoudig.
• “Dopen”. Dit begrip moeten wij in letterlijke zin verstaan; het moet worden gelezen als “onderdompelen”.
• “Vervuld worden met”. Ook hier weer moet men het in de eenvoudigste zin lezen, namelijk als “volgemaakt worden met.”
• “Uitgestort worden”. Voor zover dit begrip in verband staat met de Heilige Geest, wil het zeggen, dat de Geest van de hemel (dat is: van boven) naar de aarde (dat is: naar beneden) werd uitgezonden in het menselijk leven. In dezelfde zin dus als water, dat uit een kan wordt uitgestort (uitgegoten) in een glas, net zo lang, totdat het glas vol water is.
• De term “gave van de Geest” geeft ons duidelijk te verstaan, dat de Heilige Geest NIET kan worden verdiend als een zekere beloning op verrichte arbeid. Hij (d.i. de Heilige Geest) is Gods GENADE-GAVE!
Handelingen 1:5: “want Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.” (HSV)
Laten wij deze tekst vergelijken met Handelingen 2:1-4: “En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen. En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En er werden door hen tongen als van vuur gezien, die zich verspreidden, en het zette zich op ieder van hen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.” (HSV)













'La Pentecôte' van Jean II Restout, 1732 (foto: Webgallery of Art, wga.hu)



Het is uit deze teksten duidelijk, dat Jezus “vervuld worden met de Heilige Geest” bedoelde, toen Hij in Handelingen 1:5 sprak van “gedoopt worden met de Geest”, en dus hebben deze termen een gelijke betekenis.
Soms beweert men, dat met “gave van de Heilige Geest” iets anders bedoeld wordt dan met “doop met de Heilige Geest”. Deze bewering heeft echter geen enkele grond, daar nergens in de Bijbel van enig verschil gesproken wordt. In de meeste gevallen blijkt, dat degenen die dit zeggen eenvoudig “napraters” zijn. Dit laatste ligt de mensen beter, omdat dit zoveel gemakkelijker is dan zelf de Bijbel te onderzoeken.
Laten wij nagaan waar deze term geschreven staat.
In Handelingen 2:38-39 staat: “En Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal.” (HSV)
Jaren na zijn bovengenoemde rede predikte Petrus tot de huisgenoten van Cornelius. Zij waren allen heidenen, de heer des huizes inbegrepen. In Handelingen 10:44-46 lezen wij dan: “Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen die het Woord hoorden. En de gelovigen die uit de besnijdenis waren, zovelen als er met Petrus meegekomen waren, stonden er versteld van (SV: ontzetten zich) dat de gave van de Heilige Geest ook op de heidenen uitgestort werd, want zij hoorden hen spreken in vreemde talen en God groot maken.” (HSV)
Als de “gave van de Heilige Geest” iets anders was dan de “doop met de Heilige Geest” of als er in deze ‘zaak’ enig verschil viel te constateren, dan moet hier toch worden opgemerkt, dat de Heilige Geest in het geval van Cornelius op gelijke wijze te werk ging als op de eerste Pinksterdag. Immers in Handelingen 11:15 voerde Petrus ter rechtvaardiging aan: “En toen ik begon te spreken, viel de Heilige Geest op hen, evenals op ons in het begin.” Hij vervolgde met te zeggen: “En ik herinnerde mij het woord van de Here, hoe Hij zei: Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden” (Hand. 11:16, HSV). Waarna Petrus betoogde: “Als God dan aan hen dezelfde gave geschonken heeft als aan ons die in de Here Jezus Christus geloven, wie was ik dan dat ik God zou kunnen tegenhouden?” (Hand. 11:17, HSV).
Voor Petrus was dus de “gave van de Heilige Geest” gelijk aan de “doop met de Heilige Geest”. Zijn verduidelijking – door middel van de woorden “dezelfde gave” (zie de Bijbeltekst hierboven) – dient voor hen, die alsnog zouden willen tegenstaan, tot onderschrijving van deze gedachte.

De doop met de Heilige Geest is voor ALLE gelovigen
Daar zijn nog altijd gelovigen die beweren dat alleen maar de apostelen werden gedoopt met de Heilige Geest, aangezien Jezus slechts met hen hierover sprak.
Dat Jezus vóór Zijn hemelvaart alleen maar met de apostelen sprak, is boven alle twijfel verheven. Immers, in Handelingen 1:2 staat geschreven dat Hij bevelen aan de apostelen gaf en in Handelingen 1:4 dat Hij met de apostelen vergaderd was. Dat er geen vrouwen bij waren, wordt bewezen door de aanspreking van de engel, nà Jezus' hemelvaart, die zei: “Galilese mannen” (zie Hand. 1:11).

KLIK HIER als u deze studie (hoofdstuk 1) – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

[1] Als u meer wilt weten over Gods Heilige Geest, zie dan – op onze website http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie “De natuurlijke mens en de Heilige Geest”, ook geschreven door CJH Theys.