Posts tonen met het label gehoorzaamheid (aan God). Alle posts tonen
Posts tonen met het label gehoorzaamheid (aan God). Alle posts tonen

vrijdag 24 december 2010

Een toegerust volk

.

















Eerste en tweede komst
Vergelijken wij het Bijbels verslag van Christus’ eerste komst naar deze wereld met wat diezelfde Bijbel ons vertelt over Zijn wederkomst, dan zien wij duidelijke verschillen en tegenstellingen, maar ook treffende overeenkomsten en parallellen. Het grootste verschil zal hierin bestaan, dat Christus bij Zijn wederkomst niet langer de verachte en lijdende Knecht des Heren zal zijn, maar geopenbaard zal worden als de Koning der koningen en de Here der heren. Hij zal komen in grote kracht en heerlijkheid en niet slechts enkelen, zoals bij Zijn eerste komst, maar ALLEN zullen voor Hem buigen, ook degenen die hem “doorstoken” en verworpen hebben. Hij kwam om het “genadejaar van de Heer” in te luiden (zie Jes. 61:2a, NBV), de zgn. ‘tijdsbedeling der genade’[1]. Hij komt straks terug om ook dat andere dat in Jesaja 61, vers 2b, genoemd wordt nog te doen, namelijk om uit te roepen “de dag van de wraak van onze God” (HSV), “wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Here Jezus Christus NIET GEHOORZAAM zijn” (2 Thess. 1:8, HSV). Maar bij alle verschil tussen deze twee komsten van de Here, zullen er toch ook overeenkomsten zijn. Hij kwam bij Zijn eerste komst voor “het Zijne”, Hij zal straks ook wederkomen voor “het Zijne”, waarmee dan echter niet langer de afstammelingen van Abraham “naar het vlees” bedoeld worden, maar de GEESTELIJKE kinderen van Abraham, de WARE gelovigen.
Toen Jezus als mensenzoon geboren werd in een stal te Bethlehem, was dat – geestelijk gesproken – in een zeer donkere tijd. Als Hij wederkomt zal echter de donkerste nacht die er ooit geweest zal zijn, over de wereld zijn gedaald. Nog een andere parallel tekent zich af, als wij letten op het onverwachte, waardoor beide komsten worden gekenmerkt. Dit is een zeer belangrijk punt van overeenkomst, waar wij nu dieper op in willen gaan. Blijken zal, dat wij dan tot een belangrijke waarheid aangaande de tijd van het einde komen.

De voorloper
Om deze waarheid te “zien”, moeten wij allereerst onze aandacht vestigen op het gebeuren rondom de eerste komst van Jezus Christus. Met Zijn komst bedoelen wij dan niet alleen Zijn geboorte, maar alles wat te maken had met Zijn “openbaring aan Israël”. Een zeer opmerkelijk gegeven is, dat, voordat Jezus Zijn 3½ -jarige bediening hier op aarde begon, er eerst een andere profeet optrad, met de naam: Johannes de Doper. Misschien vragen wij ons af welke bedoeling God hiermee heeft gehad. Nu, het lijkt voor de hand te liggen, want hij moest immers de “voorloper” van de Messias zijn, de “wegbereider”, de heraut die voor de Koning uitging! Dat is zeker. Maar WAAROM moest er eerst zo’n voorloper komen? Wij denken toch niet dat God daartoe alleen maar besloot, omdat dit te doen gebruikelijk was in die dagen?! God trekt Zich, als regel, niets aan van gebruiken en gewoonten van mensen.
De komst van Johannes de Doper is echter een onderdeel van de komst van Jezus Christus dat beslist een nadere bestudering behoeft! Het was niet zomaar “voor de vorm”, dat er een voorloper voor Jezus uitging om Zijn komst aan te kondigen. Als wij de werkelijke reden voor de zending van Johannes de Doper willen weten, dan moeten wij kennisnemen van wat Gods boodschapper, de engel Gabriël, hierover heeft gezegd. En deze (Goddelijke) Boodschap vinden wij opgetekend in Lukas 1 vers 13-17 (HSV):
“Maar de engel zei tegen hem: Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elizabet zal u een zoon baren en u zult hem de naam Johannes geven. En er zal blijdschap en vreugde voor u zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden, want hij zal groot zijn voor de Here. Geen wijn en geen sterkedrank zal hij drinken en hij zal al van de moederschoot af met de Heilige Geest vervuld worden, en hij zal velen van de Israëlieten bekeren tot de Here, hun God. En hij zal voor Hem uitgaan in de geest en de kracht van Elia, om het hart van de vaderen te bekeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen, om voor de Here een toegerust volk gereed te maken.”
Met name het 17de vers is nu voor ons van belang. Daar zegt Gabriël over Johannes: “En hij zal voor Hem (d.i. de Here Jezus) uitgaan... om voor de Here een TOEGERUST volk gereed te maken”. Hier wordt het eigenlijke doel van Johannes’ komst en bediening ontsluierd. Het was nodig dat Johannes eerst kwam, opdat onze Heer een “toegerust” ofwel een gereedgemaakt volk zou vinden als Hij kwam. Toch, ondanks dat men weet van Johannes’ prediking aan de oever van de Jordaan, wordt maar zelden bij dit eigenlijke doel van zijn komst stilgestaan.

Was de tijd rijp ?
Toen Jezus, de Messias, werd geboren, waren er maar weinigen die Hem verwachtten. De Bijbel noemt slechts bij name de oude Simeon en Anna, die door Goddelijke openbaring wisten, dat het kind Jezus de beloofde Messias was. En alhoewel er ook nog anderen zijn geweest “die de verlossing verwachtten” (zie Luk. 2:38), was hun aantal gering, want van opschudding over het bericht van de geboorte van de Messias is geen sprake. Dat was wel het geval toen later de “wijzen uit het oosten” kwamen (zie Matth. 2:1-3), maar dat kwam omdat het een publiek gebeuren was. Kenmerkend is echter dat er bij de priesters en Schriftgeleerden geen spoor van enthousiasme te bespeuren is, als zij van de wijzen vernemen, dat de Messias geboren moet zijn. En, zoals de leidslieden zijn, zo is het volk!
Satan had het goed voor elkaar, zo leek het althans, want toen Jezus kwam was er geen plaats voor Hem in de wereld. Weliswaar was de tijd (d.i. Gods tijd) rijp voor Zijn komst, want… Jezus kwam in “de volheid van de tijd” (zie Gal. 4:4, HSV). God Zelf had ervoor gezorgd dat de mensheid in geestelijke ontwikkeling zover was en dat de toestand in de wereld zo geordend was, dat die wereld “rijp” was om de Messias en Zijn boodschap te ontvangen; Hij had daarvoor het Griekse denken en de Romeinse staatkundige bekwaamheid gebruikt. Maar er was grote geestelijke duisternis. De machthebber van deze wereld, satan, had de wereld en ook het Joodse volk zó in zijn greep, dat het erop leek dat van Gods plan met de wereld niets meer terecht kon komen. De “door-elkaar-werper”, de satan (in het Grieks: diabolos), had van deze wereld één grote geestelijke woestenij gemaakt, een wildernis! Dit is echter niets vreemds, want het is bekend, dat waar God werkt, daar is ook altijd de satan bezig. Uit Genesis 1 vers 2 leren wij echter al, dat als er door toedoen van de duivel een grote chaos ontstaan is, dat dan Gods Geest gaat werken. Dit is één van de patronen die wij in het Goddelijk Raadsplan der Eeuwen telkens weer tegenkomen.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

H. Siliakus[2]


[1] De ‘tijdsbedeling der genade’ = Het tijdperk van de Gemeente en van de Heilige Geest (van in totaal 2000 jaar), dat begon NA Christus’ (1ste) komst.
[2] Uit: “De Tempelbode” van december 1984. Enigszins bewerkt door AK.



zaterdag 23 oktober 2010

Boekbespreking 19: Het Boek Daniël, deel 1 – hoofdstuk 1 t/m 3


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar C.J.H. Theys,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.




Historische inleiding:

Het Boek Daniël is een heel belangrijk Boek in de Bijbel. Zonder dit Boek zijn vele dingen uit het Boek Openbaring niet te verstaan. Maar omgekeerd zijn ook vele dingen in het Boek Daniël niet te verstaan zonder de verklaring in het Boek Openbaring. Het Boek Daniël spreekt van de dingen, die behoren tot ‘de tijd van het einde’.
Om de omstandigheden te verstaan, waarin Daniël, zijn vrienden en zijn volk verkeerden, is een korte historische inleiding noodzakelijk. Wij zullen dan verstaan, hoe Daniël in Babylonische ballingschap terecht is gekomen, en wat God zoal jegens zijn volk heeft toegestaan. Slechts een deel van het ganse volk van Israël ging in Babylonische ballingschap, namelijk: Het “huis van Juda”, bestaande uit de stammen Juda en Benjamin.
De 12 stammen van Israël hebben sinds Jozua in Kanaän gewoond. De eerste tijd werden zij door richteren geregeerd, later door koningen. Saul, David en Salomo zijn de enige koningen geweest, die over alle 12 stammen geregeerd hebben. Na de dood van Salomo viel het koninkrijk in twee delen uiteen; het werd verdeeld onder Rehabeam en Jerobeam. Vanaf die tijd werden, in het Goddelijk raadsplan van verlossing, 10 stammen tezamen gekend als “Israël”, de andere 2 (overige) stammen vormen tezamen “Juda”. Vanaf dat ogenblik kennen wij dus niet meer het onverdeelde koninkrijk Israël, maar onderscheiden wij 2 koninkrijken, namelijk:
1. h
et koninkrijk Israël, met als hoofdstad Samaria, en
2. het koninkrijk Juda, met als hoofdstad Jeruzalem.
Gods Woord spreekt in dit verband ook verder van twee “huizen”:
1. het “huis van Juda” en
2. het “huis van Israël”.
Wie deze twee in de Bijbel, wat hun verdere historie en profetie betreft, niet uit elkaar houdt – tot op de huidige dag zijn zij nog verdeeld – zal nooit komen tot het rechte (d.i. juiste) verstaan van de ontwikkelingen en vervulling van die profetieën in deze laatste dagen van de tijdsbeding, waarin wij leven.
Men ziet mensen thans deze fout maken: Zij houden zich bezig met dat “Israël”, dat zich thans in Palestina gevormd heeft; zij staren zich blind op het “Beloofde Land”. Zij zien DIT “Israël” als “Gods volk”, zoals het in de Bijbel genoemd wordt. DIT IS ECHTER NIET WAAR! Deze mensen houden geen rekening met het feit dat God het koninkrijk, vanwege de zonden van Salomo, in het “huis van Juda” en het “huis van Israël” uiteen heeft doen vallen.

De ballingschap van het “huis van Israël”
Laat mij beginnen met de ballingschap van de 10 stammen, met die van het “huis van Israël”.
Deze 10 stammen gingen in ongeveer 721 voor Christus in ballingschap. Koning Salmaneser van Assyrië belegerde Samaria en nam de stad in. Toen werden ALLE 10 stammen gevankelijk (d.i. als gevangenen) weggevoerd (zie 2 Kon. 17:6-18, deze tekst is in de studie zelf voluit vermeld). Vers 18: De HERE was zeer toornig op Israël, zodat Hij hen wegdeed van Zijn aangezicht. Er bleef niets over dan alleen de stam van Juda.”
Uit 2 Koningen 17:1-2 blijkt, dat het zondige leven van Hosea, de koning van Israël, “de druppel” was, die bij Israël “de emmer had doen overlopen”: “In het twaalfde jaar van Achaz, de koning van Juda, werd Hosea, de zoon van Ela, koning over Israël in Samaria en hij regeerde negen jaar. Hij deed wat kwaad was in de ogen van de HERE,...”
Door het zondige voorbeeld van hun koning volhardde Israël in hun zondige wandel. Wij zien zoiets ook in deze dagen. Als een voorganger in zonde en ongerechtigheid leeft, krijgt men een terugslag op de Gemeente; ook deze komt tot een leven van afval. Zo’n voorganger sterft een geestelijke dood en als gevolg hiervan ook de Gemeente… Gods Geest kan niet wonen in zo’n Gemeente. De Here Jezus sprak over de Geest als over “Stromen van LEVEND Water”… Dit duidt op volheid van leven en van activiteit. Dit wordt alleen gevonden, waar Gods kinderen willen leven in gehoorzaamheid aan het Woord van God; een gehoorzaamheid, die zich niet alleen uit in woorden, maar ook in daden. Vele van Gods kinderen in deze dagen zeggen, net als Israël destijds tegen Mozes: “Wij zullen dit allemaal doen”, maar de DAAD blijft uit!

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie (deel 1) wilt lezen, KLIK HIER.

Zie eventueel ook nog:
"Het Boek Daniël, deel 2, hoofdstuk 4 t/m 8" en/of "Het Boek Daniël, deel 3, hoofdstuk 9 t/m 12"

A. Klein

NOOT:
Deze studie is – helaas – een al wat oudere (gescande) Bijbelstudie, die nog met een ouderwetse typemachine is uitgetypt! Reden: Het ontbreekt mij helaas aan genoeg tijd om op korte termijn aan het uittypen en bewerken van deze – inhoudelijk – waardevolle studie te beginnen. Het is echter wel een ZEER UITGEBREIDE en BOEIENDE studie van het Bijbelboek Daniël, die m.i. zeer de moeite van het lezen waard is. De studie is, vooral vanwege de lengte, in 3 delen geplaatst.
In deze studie wordt ‘VERS voor VERS’ uitleg gegeven over de diep-geestelijke inhoud van dit boeiende, maar voor velen moeilijk te begrijpen Bijbelboek. Ik spreek de hoop uit dat ook de inhoud van deze (nog ONbewerkte) studie voor velen tot geestelijke zegen mag worden.

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-8-2009, KLIK HIER Zie vooral ook het “In memoriam”.

vrijdag 24 september 2010

GEHOORZAAMHEID is nog steeds de sleutel

-












Leven in harmonie met God
Veel wordt er geschreven en gesproken over de mentale, morele en geestelijke toestand van de tegenwoordige generatie. Velerlei factoren worden beschouwd de grondoorzaak[1] te zijn van de toestand waarin wij ons als volk bevinden. Zoals het ook in het verleden ging, worden vele middelen aangedragen die genezing zouden moeten brengen en men wijt doorgaans het gewelddadig gedrag van zoveel jonge mensen aan verveling, leegheid en aan het ontbreken van een waardevol doel om voor te leven. En hierin schuilt een heleboel waarheid. Want voor de oprechte christen is het een aanvaard feit dat het Gods wil is dat wij voortdurend zullen GROEIEN.
Maar wij zijn geen robots. Want, naar het Goddelijk plan, is het doel voor ons niet alleen om schepselen van God te zijn door de schepping, maar om zonen en dochters van de levende God te worden door HERschepping (wedergeboorte) en door te leven in harmonie en gemeenschap met Hem. Dit betekent een voortdurende eenheid met Hem, in gehoorzaamheid aan Zijn wil, want alleen God, Die ons heeft geschapen, weet waarvóór Hij ons gemaakt heeft! In dit verband kunnen wij zeggen, dat GEHOORZAAMHEID de sleutel is tot het doel, de zin en tot de echte groei van het leven in de nieuwe staat. Wie het Woord van God met de juiste instelling leest, zal zien dat de noodzaak van gehoorzaamheid ons daarin van het begin tot het eind wordt voorgehouden. Gehoorzaamheid van onze zijde is de sleutel tot al wat God kan en wil doen van Zìjn kant! En deze sleutel hebben wìj in onze hand; het ligt geheel besloten in onze eigen wil. Het gaat hier om iets wat wij zèlf moeten doen. En als wij die sleutel gebruiken in harmonie met Gods wil, zullen de beloofde resultaten volgen, zo zeker als de dag op de nacht volgt.
In de gehoorzaamheid aan God ligt de oplossing voor de vele problemen waarmee de mens vandaag de dag te maken heeft.

“Op Uw Woord”
Wij denken aan de tijd toen de discipelen van Jezus terugkwamen van een lange nacht van vissen, zonder wat gevangen te hebben. Voor hen was het op het eerste gezicht een verspilde nacht. Ongetwijfeld waren zij gefrustreerd, teleurgesteld en maakten zij zich zorgen, want vissen was hun werk, hun broodwinning. Toen zij bij de kust kwamen, stond Jezus daar, Die, vreemd als het scheen, hun een wonderlijk bevel gaf: “Vaar naar het diepe gedeelte en werp uw netten uit om te vangen” (Luk. 5:4b, HSV). Kon er, oppervlakkig bekeken, voor deze vermoeide, gefrustreerde en teleurgestelde mannen iets nuttelozer lijken als het opvolgen van dit bevel? Petrus echter gebruikte de sleutel, want hij antwoordde: “Meester, wij hebben heel de nacht hard gewerkt en niets gevangen, maar op Uw Woord zal ik het net uitwerpen (Luk. 5:5b, HSV). En het resultaat is ons allen bekend. Maar laten wij niet vergeten, dat dit te danken was aan het gebruik van de sleutel: “Op Uw Woord zal ik het doen”.
Dit is de manier van denken en handelen die vereist wordt van de volgelingen van Christus. Het Woord (van God):
• heeft nimmer gefaald,
• heeft nimmer iemand laten vallen,
• is in de ervaring nooit verkeerd gebleken,
• heeft nooit iemand bedrogen in de hele menselijke geschiedenis.
Denk hier ernstig over na! Want is het niet een feit, dat het in de gehele menselijke historie telkens “andere woorden” zijn geweest die individuen en volkeren zelfs naar de ondergang hebben gevoerd?!
Door de eeuwen heen is niets zo goed en betrouwbaar gebleken als GEHOORZAAMHEID aan Gòds Woord!

Absolute gehoorzaamheid
Dus blijft er in de hedendaagse situatie maar één ding over en dat is: te komen tot het punt waar wij met ernst en vastberadenheid zullen zeggen “op Uw Woord zal ik” en het dan te doen. Niet, zoals zo vaak voorkomt: “Op Uw Woord... zal ik erover nadenken” of “op Uw Woord... zal ik proberen het juiste gevoel te krijgen”. Zoveel “moderne” christenen willen aan wat God zegt dat zij moeten doen hun eigen uitleg geven; zij trekken de gehoorzaamheid aan God in de gevoelssfeer. Vandaar, dat wij zoveel “gevoels-godsdienst” om ons heen zien en zo weinig kennis van de werkelijkheid van God. De wil spreekt het beslissende woord! Petrus zei: “maar op Uw Woord zàl ik”. Is het niet juist DIT element dat gemist wordt in de hedendaagse situatie? Het komt aan op ABSOLUTE GEHOORZAAMHEID aan Gods wil. Velen zijn bereid om te doen wat men noemt ‘christelijk werk’, maar men is niet bereid om Gods wil te doen!! Het “ik” staat in het middelpunt, niet de wil van de Vader. Terwijl het toch Gòd is Die het middelpunt moet zijn in de ware christelijke ervaring.

Moed vereist
Kennelijk is er MOED voor nodig om de wil van God te doen. Maar daar komt het toch telkens op aan als wij willen leven overeenkomstig het Woord van God?! Is er geen moed, geen durf voor nodig om te doen wat anderen voor onmogelijk achten? Vele dingen zijn bij de mens onmogelijk. Maar bij God zijn alle dingen mogelijk. Per slot van rekening behoren de volgelingen van de moedigste Mens Die ooit geleefd heeft – de Here Jezus Christus – de meest moedige onder de mensen te zijn! Hebben wij weleens stilgestaan bij dit aspect van het leven van onze Heer, in volledige gehoorzaamheid aan Zijn Vaders wil? Het heeft van Hem een moed gevraagd zoals nooit eerder en ook daarna niet op deze aarde is gekend. Zelfs voor Jezus was GEHOORZAAMHEID de sleutel! En als het voor Hem gold, zou het dan voor ons anders zijn? Of zouden wij het wat makkelijker hebben? Neen, als ware christenen hebben wij geen andere keus. Gehoorzaamheid aan de stem van God is de sleutel tot alle groei, geluk, welslagen en vervulling in ons leven. Daar is geen andere weg. En daar is geen andere sleutel die het geheim kan ontsluiten van de oplossing van het toenemend aantal problemen waarmee wij in ons leven te maken krijgen. Daar is in de wereld van vandaag, en vooral voor de volkeren te midden waarvan wij leven, niets zo urgent als het actief gehoor geven aan de geopenbaarde wil en het geopenbaarde Woord van God, zoals wij die vinden in de Heilige Schrift en in Gods geliefde Zoon Jezus Christus, de Heer.

Rev. J.W. Shenton
[2]

[1] Grondoorzaak = De eerste of voornaamste oorzaak en/of de diepere oorzaak.
[2] Vertaald en overgenomen uit het Engelstalige blad “The Link” door "De Tempelbode" van september 1983.

GEHOORZAAMHEID is nog steeds de sleutel

dinsdag 24 augustus 2010

Het paslood-oordeel

.









Een tijd van beslissing
De Schrift openbaart ons, dat in de laatste dagen van de huidige (tijds)bedeling[1] niet alleen allerlei ontwikkelingen in het laatste stadium zullen komen, maar ook, dat dit laatste stadium voor de mens het beslissende stadium wordt. De ongerechtigheid en de zedeloosheid zullen niet alleen tot een triest hoogtepunt komen, het zal er zelfs op uitlopen dat de gewetens van de mensen toegeschroeid worden (zie 1 Tim. 4:2). En zo’n dichtgebrand geweten maakt een mens onbereikbaar voor de boodschap van redding en verlossing door Jezus Christus. Het beslissende karakter van de laatste dagen van het tijdperk van Genade[2] komt vooral hierin tot uiting, dat het een tijd van scheiding zal zijn. Wij hebben dan niet op het oog scheidingen die door mensen worden bewerkt, maar een scheiding waarin God de hand heeft[3]. Op grond van een heel eenvoudige en duidelijke beoordelingsmaatstaf zal God scheiding aanbrengen. Deze maatstaf is even eenvoudig en begrijpelijk voor iedereen als de maatstaf die God in de dagen van Noach aanlegde. God maakte toen scheiding tussen “mensen IN de ark” en “mensen BUITEN de ark”. Wie aan de toorn van God wilde ontkomen, moest eenvoudig “IN de ark” zijn (beeld van het zijn: IN de schuilplaats van de Allerhoogste, zie Psalm 91). God gaat straks met een vergelijkbare maatstaf opnieuw “meten”. Voor allen van wie hun werken dan niet “vol” worden gevonden voor God, zal Christus (weder)komst – Zijn 1ste, ONzichtbare wederkomst, als Bruidegom[4] – dan zijn als de verschijning van “een dief in de nacht”.
Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Here komt als een dief in de nacht (d.i. onverwachts) (1 Thess. 5:2, HSV). “Wees dan waakzaam (SV: Waakt dan), want u weet niet op welk moment uw Here (weder)komen zal” (Matth. 24:42, HSV).
Vergelijk ook nog Openbaring 3:2-3.[5]
.
De drie visioenen van Amos
Eén van de Schriftgedeelten waarin over dit beslissend handelen van God wordt gesproken is Amos 7 vers 7-9, “Het visioen van het paslood”:
• “Dit heeft Hij mij laten zien, en zie, de Here stond op een loodrechte muur met een paslood in Zijn hand. Toen zei de HERE tegen mij: Wat ziet u, Amos? Ik zei: Een paslood. Daarop zei de Here: Zie, Ik ga een paslood plaatsen in het midden van Mijn volk Israël. Ik zal het niet langer voorbijgaan (d.i. niet langer genade hebben). Verwoest zullen worden de offerhoogten van Izak, de heiligdommen van Israël zullen worden verwoest, en tegen het huis van Jerobeam zal Ik opstaan met het zwaard.” (HSV)
Laat niemand zeggen, dat de profetieën van Amos al in de Oudtestamentische tijd zijn vervuld en dat zijn geschrift dus alleen maar “historische waarde” zou hebben. Er is ten aanzien van het Oudtestamentische Israël (zeker) sprake van een “vóórvervulling”, maar de “eindtijdvervulling” moet nog komen!
Voordat Amos dit “visioen van het paslood” kreeg, ontving hij eerst twee andere visioenen. Er blijkt een lijn van het eerste visioen naar het derde te lopen. Driemaal blijkt God voornemens te zijn geweest om gericht te houden, om over te gaan tot straffen. Maar tot tweemaal toe weet Amos God te bewegen Zijn voornemen niet uit te voeren. Hier wordt de kracht van de voorbede en de kracht van het gebed van de RECHTVAARDIGE gedemonstreerd! Zoals Abraham op de bres stond voor Sódom en Gomorra, en zoals een Mozes en een Daniël gepleit hebben voor Israël, opdat God dat volk genadig mocht zijn, zo horen wij ook Amos – tot tweemaal toe – bidden: “Here HERE, vergeef toch! Hoe zou Jakob staande kunnen blijven? Hij is immers klein! (zie Amos 7:2 en 5, HSV).
.
Misvattingen
Daar zijn met betrekking tot deze drie visioenen van Amos twee misvattingen mogelijk.
De eerste misvatting is deze:
“De voorspellingen van de eerste twee visioenen zullen nooit uitkomen.” Maar, niets is minder waar! Wij vergissen ons zeer als wij denken dat, door de voorbede van Amos, de gerichten van de eerste twee visioenen definitief van de baan zouden zijn. Weliswaar werden deze oordelen in de Oudtestamentische tijd aan het toenmalige Israël niet voltrokken, maar voor de huidige Israëlvolkeren[7] èn voor de huidige heidenvolkeren staan de zaken er nu anders voor.
In Openbaring 9:1-12 lezen wij dat de “sprinkhanenplaag” (Amos’ eerste visioen – zie Amos 7:1-3) tòch komt. Wanneer de satan uit de hemel is geworpen en hij de “put van de afgrond” zal hebben geopend, zal een legioen aan demonische machten en geweldgeesten “sprinkhanen” genaamd – de goddeloze mensheid vijf maanden pijnigen. En ook de “vuurplaag” (Amos’ tweede visioen – zie Amos 7:4-6) zal komen. In het volgende gedeelte van Openbaring 9 (vers 13-21) vernemen wij hoe het derde deel van de dan levende mensheid – door vuur, rook en zwavel – in een wereldwijde oorlog, wordt gedood. Hoe betekenisvol is het dat deze oorlog ontbrandt, nadat daartoe vanuit het Gouden Reukaltaar in de hemel bevel gegeven is (zie Openb.9:13). Dat wil zeggen dat de gebeden en voorbiddingen van de heiligen (ook die van Amos) niet langer de hellemachten zullen kunnen beteugelen. Al lijkt het dat God – op Amos’ voorbede – ervan afzag om te straffen met sprinkhanen en met vuur, toch is het niet zo. Wij kunnen stellen dat God ervan afzag in het tijdperk waarin Amos leefde, voor het oude Israël. Maar voor het laatste der dagen moeten wij wat wij lezen in Amos 7 vers 1-9 zó verstaan – en dat leert de Schriftsamenhang ons ook – dat éérst het “pasloodvisioen” vervuld zal worden (en wel: vóór de Grote Verdrukking), maar daarna zullen ook de twee andere visioenen in vervulling gaan (namelijk: aan het begin van de Grote Verdrukking).
.
Christus gaat “meten”
De tweede misvatting die kan rijzen, is:
“Het ‘paslood-oordeel’ is geen echte straf.” Het lijkt een tamelijk vredig tafereel: de Here, staande op een muur, met een paslood in Zijn hand. Maar het “pasloodvisioen” is wel degelijk een óórdeels-visioen. Het paslood-oordeel is wel degelijk een straf. Wanneer wij werkelijk weten wat Gods genade is, zal deze misvatting trouwens niet in ons op (kunnen) komen. GODS GENADE IS NOOIT EEN “DOOR DE VINGERS ZIEN” (van het volharden in zonde en ongerechtigheid – noot AK)! Dit moet men goed onthouden!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

H. Siliakus[8]


[1] De huidige (tijds)bedeling = De periode die de verhouding tussen God en mens NA Christus’ (1ste) komst aangeeft.
[2] Het tijdperk van Genade = Het tijdperk van de Gemeente en van de Heilige Geest (van in totaal 2000 jaar).
[3] Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – de studie “Drie grote toekomstige scheidingen”, van H. Siliakus.
[4] Zie eventueel op onze website de studies “De Wederkomst van Christus nader bekeken” van A. Klein en/of “Er komt spoedig een Goddelijke Bruiloft hier op aarde”, van E. van den Worm.
[5] Wees waakzaam (SV: wakende) en versterk het overige dat dreigt te sterven, want Ik heb uw werken niet vol bevonden voor God. Bedenk dan hoe u het (ware geloof) hebt ontvangen en gehoord, en houd het vast (d.i. het Woord gehoorzamen, ernaar handelen) en bekeer u. Als u dan niet waakzaam bent, zal Ik bij u komen als een dief en u zult beslist niet weten op welk uur Ik bij u zal komen.” (Openb. 3:2-3, HSV)
[6] Aartsvader Jakob kreeg, na zijn worsteling bij Pniël (zie Gen. 32:24-32), van God zelf de naam Israël. En de zonen van Jakob worden al spoedig de zonen van Israël genoemd (zie Gen. 46:8, Exod. 1:1-5) Onder Jakob kunnen we dus verstaan: De 12 stammen van Israël, genoemd naar de 12 zonen van Jakob. Zie ook nog noot 7.

[7] Veel christenen denken bij Israël en/of Israëlieten aan de Joden en bij de Joden aan Israël en/of Israëlieten. Nu is dat op zich niet verkeerd, maar Israël bestaat – nog steeds – uit 12 stammen, ook al zijn er 10 stammen die men ‘verloren stammen’ noemt. {Vanwege de lengte van deze noot: lees s.v.p. verder op de PDF}.
De 144.000 komen straks toch echt uit alle 12 stammen en dus kunnen die 10 andere stammen niet verloren zijn (hooguit – nog – onbekend bij de mensen, maar niet bij God).
• Zie eventueel – op onze website www.eindtijdbode.nl – het artikel "ANDER nieuws over ISRAËL – De zoektocht naar de Israëlische identiteit van ALLE 12 stammen” (dus ook van ‘de 10 verloren gewaande stammen’) van A. Klein.
[8] Uit “De Tempelbode”van december 1981. Enigszins bewerkt door A. Klein.

dinsdag 10 augustus 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 4

-





Deel 1:
De doop met de Heilige Geest








Geraffineerde excuses die een schijn van waarheid hebben

“De doop met Gods Geest zal een te grote verantwoordelijkheid van mij eisen”
Soms treffen wij mensen aan, die, na een gesprek met hen te hebben aangeknoopt, blijk geven wel te geloven in deze wondervolle gave van God, maar die, zoals ze zeggen, de verantwoordelijkheid, die God dan van hen eist, niet durven dragen. Deze mensen zijn er van overtuigd, dat de doop met de Heilige Geest van hen te veel zal vragen en wel in de zin, dat zij daarna te veel zullen moeten prijsgeven. In de regel beëindigen zij het gesprek met: “Dit is dan ook de reden, waarom ik niet durf te bidden om de doop met de Heilige Geest. Als ik vervuld zou worden met Gods Geest, zou daarna de kans groter zijn om tegen Hem te zondigen.”
Degene, die zo spreekt, is er zich nauwelijks van bewust, dat zo’n excuus hem of haar wordt ingegeven door de duivel.
Deze categorie christenen zijn blind voor het feit, dat het Gods wil is, dat ALLE christenen rein en heilig zullen leven, want zonder heiliging zullen wij God niet zien.
Hebreeën 12:14 (HSV): “Jaag de vrede na met allen, en de heiliging, zonder welke niemand de Here zien zal.”
Ongeacht uw kerk (d.i. uw kerkelijke gezindte) of uw groepering/richting (d.i. een geestelijke stroming buiten de officiële kerken), of u nu voorganger bent of niet, God vraagt van u dat u een rein en heilig, dat is een afgezonderd leven leiden zult. Dikwijls ziet men Gods eis om afgezonderd, afgescheiden van de wereld te leven, over het hoofd.
De Here God zelf maakte scheiding tussen Zijn volk en de Egyptenaren. Lees hiervoor Exodus 12.
Christenen zijn pelgrims, die weliswaar nog in deze wereld vertoeven, maar zelf niet meer VAN deze wereld zijn (zie Joh. 17:16).
God houdt er geen twee klassen van christenen op na. Het is niet zo, dat er één klasse is, die werelds mag zijn en die doen mag al wat zij wil en daarnaast een andere klasse, die naar de Goddelijke voorschriften van de Bijbel leeft. De Heilige Geest leert ons: “En wordt niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid (SV: gemoed), om te kunnen onderscheiden wat de wil van God is, namelijk het goede en welgevallige en volmaakte” (Rom. 12:2, HSV). En eveneens:
“Heb de wereld niet lief en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem” (1 Joh. 2:15, HSV). “En als u Hem als Vader aanroept, Die zonder aanzien van de persoon naar ieders werk oordeelt, wandelt dan in de vreze des Heren, gedurende de tijd van uw vreemdelingschap (op aarde) (1 Petr. 1:17, HSV).
Menigeen denkt dat het mogelijk is om Gods goede, welbehaaglijke en volmaakte wil te leren kennen in een onbekeerde staat. De Bijbel leert ons echter onomwonden, dat wij eerst Zijn Stem moeten gehoorzamen, onszelf moeten onderwerpen aan de uitspraken van Zijn Woord en dat dan Zijn heilige wil aangaande ons verdere leven in die vernieuwde levensstaat zal worden gekend. Prijst God!
Naar de mate van de verantwoordelijkheid, die wij moeten dragen, ontvangen wij van God genade. Nog nooit heeft God iemand gevraagd om iets voor Hem te doen zonder hem daartoe de kracht en de wijsheid te geven. De voorbeelden in de Bijbel en die in het leven, waarin wij nu staan, zijn legio. Wat dunkt u, heeft God geen macht om verdrukkingen te doen verkeren in menigvuldige zegeningen? Door Zijn wil te doen, ontvangen Zijn kinderen nog meer zegeningen! God zal u en ieder ander nooit vragen om iets voor Hem op te geven, tenzij dat iets niet goed voor u en die ander(en) is. Indien onze wil zich schikt naar Gods wil, zal de Heilige Geest ons die wil helpen volbrengen, Hij schenkt immers de kracht en de macht voor de dienst des Heren en ook de kracht om te overwinnen. Halleluja!
Alle christenen die godzalig willen leven zullen vervolgd worden (zie 2 Tim. 3:12). Juist daarom hebben wij die wonderbaarlijke Pinksterkracht (d.i. de kracht van Gods Heilige Geest, zoals geopenbaard in Handelingen 2) nodig. Het is de kracht die ons in staat stelt om, zelfs onder de heftigste vervolgingen, God te blijven loven en prijzen en wel zo, dat onze lofzangen tot in het Paradijs opstijgen! Glorie voor Jezus! Paulus en Silas hadden – door de Heilige Geest in hen – de kracht om Hem te (blijven) loven en prijzen, terwijl zij opgesloten zaten in de gevangenis (zie Hand. 16:23-25).
Wat de vrees betreft dat men, indien men gedoopt zou zijn met Gods Geest, des te eerder zou kunnen zondigen tegen Gods Geest, dient te worden opgemerkt, dat men in deze een absoluut verkeerde voorstelling van zaken heeft. Het is fout om te denken dat wanneer een christen vervuld wordt met Gods Geest, hij of zij dan de kans loopt om de zonde tegen de Heilige Geest te begaan. Laat mij u maar direct vertellen, geliefde lezer, dat IEDER MENS zondigen kan tegen de Heilige Geest, ook al heeft hij of zij de doop met de Heilige Geest niet ontvangen. Toen Jezus in Mattheüs 12:32b voor deze zonde waarschuwde, sprak Hij tegen de Farizeeën. Maar… de Farizeeën waren toch nog nooit gedoopt met Gods Heilige Geest. Jezus zei: “maar wie tegen de Heilige Geest spreekt”, “maar wie” wil zeggen “wie maar ook”. Dit woord betreft dus allen die zich op deze wijze bezondigen. In het Bijbelse geval was dit woord in het bijzonder gericht tegen de Farizeeën, die schijnheilig waren. Het is dus mogelijk dat een schijnheilige (d.i. een hypocriet of huichelaar) tegen de Heilige Geest zondigt. Daarom staat er geschreven: “Wee u, Schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u reist zee en land af om één proseliet (d.i. één bekeerling tot het Jodendom) te maken, en als hij het geworden is, maakt u hem een kind van de hel, tweemaal meer dan u bent.” (Matth. 23:15, HSV).
Ook iedere broeder en iedere zuster in het geloof kan deze onvergeeflijke zonde begaan, want er staat geschreven: “Als iemand zijn broeder ziet zondigen, een zonde niet tot de dood, dan zal hij tot God bidden, en Hij zal hem het leven geven, namelijk aan hen die niet zondigen tot de dood. Er is een zonde tot de dood; daarvoor zeg ik niet dat hij zal bidden.” (1 Joh. 5:16, HSV).
Ja, IEDEREEN kan de grens overschrijden! “Zie erop toe dat NIEMAND achteropraakt in de genade van God, en dat er geen enkele wortel van bitterheid opschiet en last veroorzaakt zodat daardoor velen besmet worden. Laat NIEMAND een hoereerder zijn of een onheilige, zoals Ezau, die voor één enkele maaltijd zijn eerstgeboorterecht verkocht. Want u weet dat hij ook daarna, toen hij de zegen wilde erven, verworpen werd. Want hij vond geen plaats van de berouw, hoewel hij die vurig en met tranen zocht.” (Hebr. 12:15-17, HSV). Op dezelfde wijze kan een IEDER, die God heeft gekend, wel eens te vèr gaan, waardoor hij of zij een goddeloze geest ontvangt! (zie Rom. 1:21-28).
Deze groep van mensen hebben geen andere zonde begaan dan God ongehoorzaam te zijn. Hoe gevaarlijk is het om in deze fatale zonde te volharden!
De Heilige Geest komt in ons leven om ons terecht te wijzen, te overtuigen of te veroordelen. Hij (d.i. Gods Geest),
in ons gekomen zijnde leidt ons in ALLE WAARHEID. Hoe zullen wij anders de Goddelijke maatstaf van goed en kwaad kennen? En hoe kunnen voortgaan in de gerechtigheid van God?
Johannes 16:8 (HSV): “En als Die (de Here Jezus sprak van de Heilige Geest) gekomen is, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel.”
Als de mensen Hem (d.i. Gods Geest, de Heilige Geest) bedroeven en wel op zo’n wijze, dat Hij Zich volkomen terugtrekt uit hun leven om nooit meer tot hen terug te komen, om hen nooit meer de Weg te wijzen, dan worden deze mensen, wie en wat ze ook zijn, als BRUTE BEESTEN ZONDER GEWETEN!
1 Timotheüs 4:1-2 (HSV): “Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in de laatste tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen, door huichelarij van leugensprekers, die hun eigen geweten als met een brandijzer hebben toegeschroeid.”
Sinds God ons heeft bevolen om “ons niet tegen de Heilige Geest te verzetten” (zie Hand. 7:51, HSV), om “de Heilige Geest niet te bedroeven” (zie Ef. 4:30) en om “de Heilige Geest in ons niet uit te blussen” (zie 1 Thess. 5:19), verkeert u juist in een groter gevaar als u volhardt in het niet gehoorzamen van Gods gebod: word vervuld met de Geest (Ef. 5:18). U haalt uw eigen oordeel over u, indien u Gods ordinantie (d.i. voorschrift of eis) wederstaat!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

zaterdag 10 juli 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 3

.





Deel 1:
De doop met de Heilige Geest







Excuses in verband met de gave van de Heilige Geest
In de bediening van de Geest, waarin ik door genade al jarenlang mag staan, ben ik tot de conclusie gekomen, dat de problemen in verband met de gave van de Heilige Geest er veelal zijn, omdat deze fundamentele leerstelling de meeste gelovigen verkeerd geleerd wordt. De meeste christenen geloven wel in de gave van de Heilige Geest, maar weten niet eens, dat zij de Heilige Geest moeten ontvangen als Gods gave, die wordt uitgestort. Hoe dat komt? Wel, het is hun verkeerd geleerd!
Het is door dit verkeerde onderwijs, dat zij geloven, dat zij de Heilige Geest reeds ontvangen hebben! Daar wordt in de door hen bezochte kringen zonder meer onderwezen, dat zij de gave van de Heilige Geest “in het geloof moeten aanvaarden”. Deze gelovigen weten niets van die wondervolle manifestaties van de Geest (Gods Geest wel te verstaan!) en van Zijn heerlijkheden, die deze gave, net als in de dagen van de apostelen (lees het Bijbelboek Handelingen), vergezellen. Zij ontvangen daarom ook niets en blijven geestelijk gesproken “droog, leeg en arm”.
Zij ontberen de kracht van Gods Geest in hun leven en vanzelfsprekend ook in hun bediening!

De gave van de Heilige Geest wordt verward met de wedergeboorte
Door de gesprekken die ik mocht hebben met gelovigen uit andere kringen, heb ik mogen opmerken, dat deze gave van de Heilige Geest verward wordt met een andere ervaring, namelijk die van de wedergeboorte.
De doop met de Heilige Geest is volstrekt niet de wedergeboorte en deze laatste beslist niet de Geestesdoop. Allen die denken, dat dit wel het geval is, dwalen!
De wedergeboorte is echter wel een werking van dezelfde (Goddelijke) Geest. Het is door de wedergeboorte, dat wij “nieuwe mensen” worden, nieuwe schepselen in Christus[1]. Bij Zijn geboorte werd de Zoon des Mensen het Nieuwe Schepsel in de diepste en rijkste betekenis van het woord. Indien nu de ervaring “wedergeboren te zijn” volkomen toereikend zou zijn geweest voor al Gods plannen, waarom en waartoe wachtte dan ook Jezus, de Zoon van God, terwijl Hij stond in het water van de Jordaan, totdat Hij die kostelijke gave van de Heilige Geest, of wel die doop met de Heilige Geest, had ontvangen? Was het niet omdat Hij, ja, zelfs Hij, die gezegende zalving van Gods Geest nodig had voor Zijn wondervolle bediening tot redding van de mensheid?
Het was deze zalving van God, die Hem volkomen heerschappij deed hebben over (de machten in) de wereld en het (zondige) vlees en over (de macht van) satan. In dit zo sublieme[2] leven werd dit bewezen tijdens Zijn verzoeking in de woestijn.
In Johannes 3 heeft Jezus de noodzaak van de wedergeboorte verklaard en later, in Johannes 14 en 15, heeft Hij tot driemaal toe deze gave van de Heilige Geest beloofd.
Als wij vandaag-de-dag over “Pinksteren” spreken, dan bedoelen wij er het wonder mee, dat op de Pinksterdag gebeurde en dat door Petrus werd verklaard, te beginnen met de woorden: “Maar dit is het wat gesproken is door de profeet Joël.” (Hand. 2:16). En dit wonder was de doop met de Heilige Geest (d.i. Gods HEILIGE Geest), Die uitgestort werd, precies op die dag, die – in typebeeld – al gekend werd in de symbolische ordinantiën (of voorschriften) van Israël.
Zoals God de Vader Zijn levensadem blies op de levenloze en onbezielde vorm van de eerste mens (Adam), waardoor deze een “levende ziel” werd, net zo werden de wachtende discipelen in de opperzaal[3] getransformeerd (dat is – in geestelijke zin – veranderd) tot nieuwe wezens, toen Jezus Christus, de tweede Adam, de Heer van hemel en aarde, Zijn levensadem van opstandingskracht op hen blies: de Heilige Geest kwam vanuit de hemel “als een geweldig gedreven wind” (zie Hand. 2:2, SV). Het was toen niet alleen maar een blazen van levensadem, maar het zenden van een storm van Goddelijke kracht.
Pas op dat moment ontvingen zij de (beloofde) “Kracht uit de Hoogte” (zie Luk. 24:49) en werden zij ALLEN vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken met andere tongen (de zgn. ‘tongentaal’ – zie noot[4]). Toen werd Handelingen 1:5 vervuld “want Johannes doopte wel met water, maar u zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen” en van toen af aan waren zij bekwaam om (waarlijk) Zijn getuigen te zijn[5] (zie Hand. 1:8).
Dit “bekleed worden” met “kracht uit de hoogte” (zie Luk. 24:49, HSV), deze doop met de Heilige Geest, dit ondergedompeld worden in de Geest van God, werd en is GODS STANDAARD (of maatstaf) voor de nieuwe tijdsbedeling[6], de bedeling van de Gemeente.
Gods drie getuigenissen van de Bijbelse doop met de Heilige Geest zijn achtereenvolgens:
1. de Pinksterdag (zie Hand. 2),
2. het huis van Cornelius, de hoofdman (zie Hand. 10), en
3. het geval van de gelovigen te Efeze (zie Hand. 19).
Er zijn drie getuigenissen en… een drievoudige getuigenis van God is een volmaakt getuigenis van God. Dit moet voldoende zijn voor alle gelovigen als HET bewijs, dat het de Schriftuurlijke standaard is voor de tijdsbedeling van het Evangelie, dit is, de tijdsbedeling van de Heilige Geest![7] De manifestatie (van Gods Geest) van 2000 jaar geleden (zie Hand. 2) is nog altijd dezelfde! Amen!

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

[1] Je zou m.i. beter kunnen zeggen dat er bij de wedergeboorte een begin gemaakt wordt met “de nieuwe mens”, het nieuwe schepsel in Christus. Net zoals er bij de natuurlijke geboorte eerst de “baby fase” is, zijn wij m.i. ook bij onze wedergeboorte (vaak) nog maar baby’s in Christus, en dus niet gelijk (geestelijk) VOLWASSEN, laat staan “VOLMAAKT in Christus”. Pas als wij waarlijk VERVULD (d.i. gedrenkt, doordrenkt) zijn met Gods Geest, dan is m.i. de volgende Bijbeltekst pas ECHT van toepassing: “Daarom, als iemand IN Christus is, is hij (waarlijk) een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, ALLES is NIEUW geworden”. Zie vooral ook nog de toelichting bij noot 11.
[2] Subliem = Zeer verheven, meer dan voortreffelijk, in hoge mate edel.
[3] Zie eventueel op ons Weblog van 21-5-2009 het artikel “De Opperzaalgemeente” van H. Siliakus.
[4] De zgn. “tongentaal” (de NBV spreekt van “klanktaal”) is m.i. iets anders dan het spreken in vreemde (of andere) talen. In 1 Kor. 14:2 staat: Wie namelijk tongentaal spreekt, spreekt niet voor mensen, maar voor God, want niemand verstaat hem, maar in zijn geest spreekt hij geheimenissen” (HSV). En in 1 Kor. 14:4a staat: Wie tongentaal spreekt, bouwt zichzelf op… (HSV). Ook zegt Paulus in 1 Kor. 14 vers 18-19: Ik dank God dat ik meer dan u allen in tongen spreek. In de gemeente echter wil ik liever 5 woorden spreken met mijn verstand, om ook anderen te onderwijzen, dan 10.000 woorden in tongentaal” (HSV).
Het spreken in vreemde (of andere) talen is m.i. een “taal uit een ander land spreken”, een taal die je zelf niet machtig bent, maar die Gods Geest door jou heen kan spreken (als Hij dat nodig acht), zodat buitenlandse toehoorders het kunnen verstaan. Lees Handelingen 2:4-12 en wordt overtuigd!
Voor zover ik het nu kan beoordelen is de vertaling van de Herziene Statenvertaling (HSV), wat “tongentaal” of “het spreken in tongen” betreft, beter vertaald dan de Statenvertaling (SV), waar nog te vaak “vreemde talen” vermeld staat, daar waar m.i. “tongentaal” behoort te staan. Ook de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) is hier, wat mij betreft, duidelijker (en dus beter) vertaald met het woord “klanktaal”.
Voor nadere bestudering vermeld ik hierbij wat teksten uit de HSV en de NBV:
· De HSV vermeld het woord “tongentaal” o.a. in de volgende verzen: 1 Kor. 14:2, 4, 13, 14, 19 en 27. En het “spreken in tongen” vermeld de HSV o.a. in 1 Kor. 14:5, 6, 18, 23, en 39.
· De NBV vermeld het woord “klanktaal” o.a. in de volgende verzen: 1 Kor. 14:2, 4, 5, 6, 13, 14, 16, 18, 19, 22, 23, 26, 27 en 39. En het “spreken in onverstaanbare klanken” vermeld de NBV in 1 Kor. 14:9.
[5] Zie eventueel – op onze website
http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie “Onze aardse roeping: En u zult Mijn getuigen zijn”, van E. van den Worm.
[6] De nieuwe tijdsbedeling = Het tijdperk waarmee de periode van 2000 jaar van de Gemeente, en van de Heilige Geest, en van Gods genade voor de mensheid wordt bedoeld De telling van deze periode van 2000 jaar is m.i. begonnen bij de aanvang van Jezus bediening op aarde.
[7] Zie noot 6.

vrijdag 9 juli 2010

Boekbespreking 12: Een ANDER geluid - Is de visie aangaande de zgn. OPNAME wel juist ?


Een artikel van A. Klein,
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Voorwoord:
Het valt mij zwaar om aan onderstaande studie te beginnen, vanwege de wetenschap dat de inhoud voor velen een brug te ver zal zijn. Als christenen eenmaal een visie op een bepaald onderwerp hebben, is het heel moeilijk om ze ervan te overtuigen dat het – op grond van de Bijbel – niet klopt. (Hoewel het op zich natuurlijk goed is om standvastig te zijn, om niet – zoals staat in Efeze 4 vers 14 – bij elke “wind van leer” heen en weer geslingerd te worden, ofwel van mening of visie te veranderen.)
Als je er, zoals ik, van overtuigd bent dat een bepaalde visie – op grond van de Bijbel – niet klopt, moet je er dan “voor de lieve vrede” over zwijgen, of moet je proberen het (zo duidelijk mogelijk) uit te leggen in de hoop dat mensen er biddend over na zullen gaan denken?
Ik ga voor de 2de optie en hoop zo duidelijk mogelijk uit te leggen hoe ik – en met mij vele anderen – één en ander zien, al is het moeilijk om te bepalen wat voor een ander duidelijk is. En, al wordt het nog zo duidelijk mogelijk uiteengezet, voor iemand die willens en wetens weigert het biddend te lezen en/of te bestuderen zal het nooit duidelijk worden. Toch wil ik een poging wagen, in de hoop dat de Here, zowel u, alsook mij, wijsheid zal geven
door inzicht en leiding van Zijn Heilige Geest.

HET Bijbelvers dat de “OPNAME” zou bewijzen
Voor velen is 1 Thessalonicensen 4 vers 15-17 het vers, het bewijs zo u wilt, voor een OPNAME. En met OPNAME wordt dan bedoeld:
1. Een opname in de hemel
2. voordat de Grote Verdrukking op aarde plaats zal vinden.
Voor alle duidelijkheid vermelden wij hieronder het Bijbelvers (in de Statenvertaling):
“Want dat zeggen wij u door het Woord van de Here, dat WIJ, die levend overblijven zullen tot de toekomst van de Here, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn. Want de Here Zelf zal met een geroep, met de stem van de archangel (d.i. een aartsengel), en met DE BAZUIN GODS nederdalen van de hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; daarna WIJ, die levend overgebleven zijn, zullen tesamen met hen (dat zijn: de uit de dood opgestane rechtvaardigen) opgenomen worden in de wolken, DE HERE TEGEMOET, in de lucht; en zo zullen wij altijd met de Here wezen.” (1 Thess. 4:15-17)

Als 1ste punt van discussie wil ik opmerken dat het m.i. onmogelijk is om, aan de hand van bovenstaand Bijbelvers, te zeggen dat het hier om een gebeuren VOOR de Grote Verdrukking gaat.
Er zijn meer Bijbelteksten die over hetzelfde gebeuren lijken te gaan en die m.i. pleiten voor een gebeuren NA de Grote Verdrukking. Om te beginnen vermelden wij Matthéüs 24 vers 29-31:
“En terstond NA de verdrukking (de Grote Verdrukking, zie noot[1]) van die dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden. En dan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten van de aarde wenen, en zullen de Zoon des mensen zien (dus is dit de zichtbare Wederkomst), komende op de wolken van de hemel, met grote kracht en heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden met EEN BAZUIN VAN GROOT GELUID, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen (de ‘levend overgeblevenen’ en de ‘uit de dood opgestane rechtvaardigen’ uit 1 Thess. 4:15-17) uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste derzelve”.
Er zitten diverse overeenkomsten in de tekst van 1 Thessalonicensen 4:15-17 en Matthéüs 24:29-31, maar ook een groot verschil: in Matthéüs 24:29 staat duidelijk vermeld dat het gebeuren plaats zal vinden NA de (Grote) Verdrukking. Ook 1 Korinthe 15 vers 51-52 is een Bijbeltekst die over hetzelfde gebeuren lijkt te gaan en die m.i. pleit voor een gebeuren NA de Grote Verdrukking.
“Ziet, ik zeg u een verborgenheid: WIJ zullen wel niet allen ontslapen, maar WIJ zullen allen veranderd worden; in een punt des tijds, in een ogenblik, met DE LAATSTE BAZUIN; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en WIJ (degenen die levend overgebleven zijn uit, en dus NA afloop van, de Grote Verdrukking – zie 1 Thess. 4:15-17 en Matth. 24:29-31) zullen veranderd worden”. (1 Kor. 15:51-52)
Ook zou ik nog in willen gaan op de bazuin uit 1 Korinthe 15 vers 51-52. Er staat duidelijk:
de LAATSTE bazuin!
Met de bazuin, die in de diverse teksten hierboven vermeld wordt, wordt m.i. één en dezelfde gebeurtenis bedoeld, namelijk de 7de en dus laatste bazuin van Openbaring 11:15.

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] “Want dan zal grote verdrukking wezen, hoedanige (verdrukking) niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe, en ook niet zijn zal” (Matth. 24:21).

donderdag 24 juni 2010

De ware betekenis van het brandoffer

.










In Leviticus 1 lezen we over het brandoffer – dat een beeld is van onze totale overgave aan God als een offer. Het brandoffer moest eerst in stukken verdeeld worden om zeker te zijn dat er geen gebrek in enig deel van het dier zou zijn, voordat het geofferd werd.
De mensen konden een rund, een schaap of geit of zelfs een tortelduif of jonge duif offeren, naar de mate waarin hun financiële mogelijkheden het toeliet. Maar elk offerdier moest zonder gebrek zijn. Het brandoffer is tevens een beeld van de wijze waarop de Here Jezus Zijn lichaam gedurende Zijn leven hier op aarde als een levend offer heeft gegeven aan Zijn Vader – resulterend, uiteindelijk, in Zijn dood aan het kruis. Gedurende Zijn hele leven heeft Jezus Zijn lichaam rein bewaard in elke verzoeking, voordat Hij het aan de Vader als offer gaf door aan het kruis te sterven. God zou Zijn offer aan het kruis niet hebben aangenomen als er ook maar één bezoedeling geweest zou zijn in de 33½ jaar van Zijn leven. Dit was waarom Hij de stenen niet in brood veranderde toen Hij hongerig was (zie Matth. 4:3-4). Dat zou namelijk een zonde geweest zijn, omdat de Vader het Hem niet gezegd had te doen. Zijn leven bestond uit volledige afhankelijkheid en volkomen gehoorzaamheid. Jezus deed nooit iets zonder de aanwijzing van de Vader, zelfs als het iets onbeduidends scheen, zoals stenen in brood veranderen als men honger heeft! Dit is de norm van gehoorzaamheid, tot welke God ook ons roept. Dat was ook de reden waarom het leven van Jezus zo vol heerlijkheid was. En waarom de Vader zo’n welbehagen in Hem had.
Neem een ander voorbeeld in Lukas 4:38-42, waar we lezen van een grote opwekking (vele zieken werden door Hem genezen en bezetenen van demonen bevrijd – noot AK). De volgende morgen probeerden de mensen Hem tegen te houden opdat Hij niet van hen weg zou gaan maar de opwekkingssamenkomsten zou continueren. Maar Jezus zei: “Nee”. Waarom? Omdat, nog voordat Hij de mensen die morgen ontmoette, Hij Zijn Vader had ontmoet in een eenzame plaats, waar Hij de stem van de Vader gehoord had om op te trekken naar andere steden. Daarom gaf Hij niet toe aan de druk van de menigte om te blijven, maar ging waar de Vader Hem gezegd had te gaan. Als Hij toegegeven had aan de dringende verzoeken van de menigte en daar toch opwekkingsbijeenkomsten had gehouden, zou Hij gezondigd hebben (namelijk: tegen de wil van Zijn Vader om “ook andere steden het Evangelie van het Koninkrijk van God te verkondigen” – noot AK)!
Bent u al tot zo’n besef van zonde gekomen? Hoeveel van ons denken dat het houden van opwekkingssamenkomsten een zonde kan zijn? Dit was de gevoelige afstemming waarop en besef van zonde waarin Jezus leefde. We denken vaak dat zonden alleen zoiets kan zijn als boosheid, onreine gedachten, jaloezie of bitterheid, etc. Natuurlijk zijn dit ook zonden – maar op kleuterschool niveau. Jezus houding tegen over de zonde was op Doctor-titel niveau. Beseft u dat, als God u niet geroepen heeft om ergens samenkomsten te beleggen of te spreken, u zondigt?
Maar we bereiken deze Doctor-graad niet in een paar dagen! We moeten hierin geleidelijk voortgang maken, van de ene klas naar de volgende, jaar op jaar. En als wij zo verder komen, zullen we gaan ontdekken dat vele dingen die we voorheen nooit als zonde betiteld zouden hebben, nu zonde voor ons worden. Als "zonde uitermate zondig" voor ons gaat worden, zijn we er zeker van dat we geestelijk groeien! Als we dus naar het leven van Jezus kijken, dan denken we niet alleen aan Zijn dood aan het kruis, maar ook aan Zijn hele leven, dat Hij volkomen geofferd heeft aan de Vader, zeggende: "U hebt voor Mij een lichaam gemaakt... Ik kom om Uw wil te doen, o God (in Zijn lichaam)" (zie Hebr. 10:5b en 7). Jezus heeft nooit één keer Zijn eigen wil gedaan, maar alleen die van Zijn Vader. Dit betekent het om onszelf te geven als een brandoffer aan God.
Dit is wat Paulus ons ook oproept te doen in Romeinen 12:1-2: "...om uw lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk,... om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is" – precies zoals Jezus gedaan heeft.
Het brandoffer werd aangeboden aan God en volledig verbrand. De Bijbel zegt ons dat dit “een aangename geur voor de HERE” was (zie Lev. 1:17) – hiermee aanduidend dat het voor God een groot welbehagen was – "Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!" (Matth. 3:17b). Paulus getuigt dat zijn levensmotto, zijn ambitie, was “om Hem welbehaaglijk te zijn” (zie 2 Kor. 5:9).
Wanneer we onze lichamen aan de Here aanbieden is het erg gemakkelijk om te zeggen: "Here, ik geef mijn lichaam volledig aan U". Maar wij weten niet of we werkelijk alles opgeofferd hebben, totdat we het "in stukken verdelen". Want, we kunnen onszelf misleiden.
Wat betekent het om het in stukken te verdelen en het stukje voor stukje te offeren – zoals het gedaan werd bij het brandoffer? Het betekent dat we ons lichaam stukje voor stukje offeren aan God. We zeggen:
• "Here, hier zijn mijn ogen. Ik heb ze voor de duivel en voor mijzelf gebruikt al deze jaren, en ik heb naar dingen gekeken en dingen gelezen die U verdriet doen. Maar nu leg ik mijn ogen op het altaar. Nooit meer wil ik met deze ogen iets bekijken of iets lezen dat Jezus niet zou bekijken of lezen. Ik wil nooit meer zondigen met deze ogen".
Vervolgens gaan we naar de tong en belijden:
• "Here, hier is mijn tong. Ik heb deze tong gebruikt voor de duivel en voor mijzelf al deze jaren. Ik sprak wat ik maar wilde, leugens vertellende voor mijn eigen voordeel, werd boos op anderen, heb geroddeld en achter de ruggen van de mensen om lelijke dingen over hen gezegd. Maar dat alles wil ik niet meer. Hier is mijn tong, Here. Het is de Uwe vanaf dit moment – volledig en volkomen".
Dan gaan we naar onze handen en onze voeten, onze lichamelijke begeerten, één voor één, en belijden steeds:
• "Here, hier zijn de leden van mijn lichaam en mijn lichamelijke begeerten, met welke ik gezondigd en U veel verdriet gedaan heb. Nooit meer wil ik deze leden gebruiken voor mijzelf of om aan mijn begeerten te voldoen. Ze zijn geheel van U".
Het is daar waar we onszelf – stukje voor stukje – op het altaar leggen, dat we gaan ontdekken of we werkelijk ons hele lichaam geheel aan God geven of niet.
Als het offer in stukken opgedeeld is en geheel op het altaar is gelegd kunt u zeggen: "Here, laat nu Uw vuur op het offer vallen en het verteren". We lezen in Leviticus 9:24 hoe het vuur van God neerdaalde op het brandoffer en het geheel verteerde. Dat vuur is een beeld van de doop met de Heilige Geest en het vuur dat ons offer geheel verteert en onze lichamen in vuur en vlam zet voor God. Maar het vuur zal nooit neerdalen voordat het laatste stukje van het brandoffer op het altaar gelegd is.

17-6-2010 bron: Zac Poonen – vertaling Gerard Schröder
Overgenomen van het CIP (
Christelijk Informatie Platform)

Noot van A. Klein:
Bovenstaand artikel, van iemand waarvan ik nog niet eerder iets had gehoord of gelezen, vond ik zo goed en duidelijk geschreven dat ik besloten heb het op ons weblog te plaatsen. Redenen die meewogen om dit artikel te plaatsen:
Volgens mij is er veel te weinig kennis over de diep-geestelijke betekenis van de Israëlitische Tabernakel en van de verschillende Tabernakel-objecten (zoals: wasvat, brandofferaltaar, kandelaar, reukofferaltaar, tafel met toonbroden, de verschillende Tabernakelkleden etc.).
En wat velen m.i. ook niet weten of beseffen is dat alle Tabernakel-onderdelen op zich – op de één of andere manier – naar Christus verwijzen. Ook beelden de verschillende Tabernakel-objecten het (geestelijke) leven uit dat wij – als christenen – behoren te leven en te volgen
.

Wij hebben verschillende Tabernakelstudies op onze website
www.eindtijdbode.nl/ staan. Onder andere:
1. “
Christus in de Tabernakel” (een uitgebreide uitleg over de diep-geestelijke betekenis van de verschillende Tabernakel-objecten).
2. “
De Tabernakel van Israël” (Gods profetisch model van de geestelijke ontwikkelingen van een waarachtig kind van God, tot in alle volmaaktheid toe).
3. “
LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus” (deze studie geeft vooral een praktische ‘vers voor vers’ uitleg over onze groei in Christus, volgens de volgorde van de verschillende Tabernakel-objecten).
Vooral deze laatste studie (nr. 3) is een goede en uitgebreide, maar ook vrij eenvoudige Tabernakel-studie om mee te beginnen.

Zie eventueel ook nog ons Tabernakel-schema (met mooie plaatjes), voor een korte, duidelijke en tevens geestelijke betekenis van de verschillende Tabernakel-objecten:
KLIK HIER En/of een interessante video over de Israëlitische Tabernakel (Gods heiligdom om in te wonen): KLIK HIER


De ware betekenis van het brandoffer - afsterven aan onze oude mens

donderdag 10 juni 2010

De Gever en Zijn Gaven - hoofdstuk 2

.





Deel 1:
De doop met de Heilige Geest









De leer van het Bijbelse "dopen"


Hoeveel “dopen” zijn er en hoe worden zij (van elkaar) onderscheiden?
Uit de (Bijbel)passages van Mattheüs 3:11, Handelingen 1:5, 2:38, 8:12, 15-17 en 10:44-48, die wij in het voorgaande hoofdstuk hebben geciteerd en uit Handelingen 19:3-6 kunt u constateren, dat er in de Bijbel sprake is van twee “dopen”; namelijk de in hoofdstuk 1 behandelde “Geestesdoop” en de “waterdoop”, die door alle bekeerde gelovigen moet worden ondergaan.
Bij het lezen van de tekst in Efeze 4:5, waarin geschreven staat dat er “één Here, één geloof, één doop” is, raken velen in de war. Men vraagt zich dan af, of de leer van de (twee) dopen – de waterdoop èn de Geestesdoop – niet in strijd is met deze uitspraak.
Wij zullen Gods Woord laten spreken. In deze “Bron-van-alle-waarheid” worden geen tegenstrijdige leringen gevonden. Te denken dat God Zichzelf tegenspreekt is absurd en komt Godslastering al heel dicht nabij!
De leerstelling van de (twee) dopen, zowel de Geestesdoop als de waterdoop, is een onderwerp dat van de zijde van iedere gelovige de grootste toewijding en ijver vereist bij het onderzoeken ervan in Gods Woord. God wil nu eenmaal dat Zijn kinderen ten aanzien van de dingen in Zijn Koninkrijk ALLES zullen onderzoeken en dat zij zich daarbij nooit zullen laten leiden door zulke dingen als: vooroordeel, opgedrongen ideeën en kortzichtigheid. Bovendien moeten zij, als zij eenmaal aan het onderzoeken zijn gegaan, er niet mee ophouden, totdat God zegt, dat het genoeg is.
Dit biddend onderzoeken van Gods Woord is een bevel van de Heer. Het is een onderdeel van de christelijke ervaring en noodzakelijk in verband met de openbaring van het “plan van God” diep in ieders hart.
Wie de fundamentele leerstellingen van het Koninkrijk van God wil onderzoeken, moet daarbij niet luisteren naar de “moderne theorieën” van deze tijd. Deze zijn namelijk afkomstig van mensen die de zalving van God NIET kennen. Ook moet men geen acht slaan op die misleidende wegen, waarbij men ons Goddelijke Waarheden voorhoudt die echter uit het verband met het geheel zijn gerukt.
Degene die zijn of haar oor leent aan beide of aan één van beide, komt onherroepelijk terecht in een doolhof, waaruit het zeer moeilijk zal zijn om de verlossende weg te vinden. Wees op uw hoede, want dergelijke (misleidende) theorieën zijn vandaag de dag legio (d.i. zeer talrijk aanwezig).
Het richtsnoer van de gelovige moet altijd zijn: het zich houden aan de eenvoudige instructies van Gods Woord, zoals die hem geopenbaard worden door de Heilige Geest, want Hij is de Openbaarder van Gods HEILIGE wil. Als de gelovigen hierop – altijd en overal – letten, zullen zij deel krijgen aan de diepgeestelijke “belevenissen van Jezus Christus”.

Welke doop is de belangrijkste?
Dikwijls horen wij de vraag stellen: “Welke van deze twee dopen is voor het kind van God de belangrijkste?”
Het enig juiste antwoord is: beide zijn in Gods ogen noodzakelijk en zijn, op grond hiervan, even belangrijk. In de Israëlitische tabernakel[1], een schaduwbeeld van het Koninkrijk van God, stonden zowel het wasvat als de kandelaar, die achtereenvolgens de waterdoop en de Geestesdoop uitbeelden.
De Bijbel leert ons dat Jezus, de Zoon van God Zelf, geen onderscheid in belangrijkheid maakte. Hij heeft ze beide geaccepteerd als noodzakelijk om te kunnen staan in de gehoorzaamheid van het Woord van God en om “alle gerechtigheid te vervullen” (zie Matth. 3:15)
Indien wij de gehoorzaamheid van Jezus nader bezien, onderscheiden wij de volgende punten:

• Hij werd als Zoon van God geboren.
• Dertig jaar nà Zijn wonderbaarlijke ontvangenis, die in beide Testamenten[2] vermeld staat, kwam Hij tot Johannes de Doper om gedoopt te worden.
• Hij was heus geen nieuweling in de ervaring van de hemelse dingen.
• Van Zijn jeugd af werd Hij door de Heilige Geest onderwezen in de Wet en de Profeten; Hij kende het Woord als geen ander.
• Hij wist beter dan wie ook, dat “Hij moest zijn in de dingen van Zijn Vader” (zie Luk. 2:49).
• Ondanks Zijn eeuwige (en Goddelijke) oorsprong, stond ook Hij in de rij van gehoorzame mensenkinderen en was het doen van de wil van Zijn Vader Zijn enig verlangen.
• Hij kende geen ander doel dan de mensen te tonen, dat het doen van Gods wil de van God verordineerde (d.i. de door God ingestelde) weg tot zaligheid is en de verzadiging (d.i. de hoogst haalbare VOLHEID) van vreugde.
• De Here Jezus werd in de eeuwigheid van het verleden geboren als Zoon van de levende God en had als zodanig deel aan de meest heilige en Goddelijke ervaringen. Als mens deed de Here Jezus het eerst van alle schepselen machtige ervaringen op door in volkomen gehoorzaamheid te staan en dit om “alle gerechtigheid te vervullen” (zie Matth. 3:15). Zijn leven was het meest sublieme[3], dat ooit op deze aarde werd geleefd.
Wij zeggen hier “amen” op, halleluja! Waarlijk, waarachtige vreugde wordt alleen maar gevonden in het betrachten van Gods HEILIGE wil. Moet de gelovige niet bidden: “Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde”? (zie Matth. 6:10, Luk. 11:2, HSV).
Hemelse vreugde kan men alleen ervaren indien wij Gods wil, ook ten aanzien van dingen en zaken, die Hij in Zijn alwijsheid en voorzienigheid heeft verordineerd (d.i. ingesteld), volkomen willen gehoorzamen.
Tot Gods verordeningen (dat zijn: door God vastgestelde voorschriften) horen zowel de Geestesdoop als de waterdoop.
In verband hiermee wil ik al direct opmerken, dat geen van deze (twee) dopen betrekking heeft op de “wedergeboorte”. De wedergeboorte is een aparte werking van de Heilige Geest en staat geheel los van de genoemde dopen.

KLIK HIER als u deze studie – die te lang is voor op het weblog – verder wilt lezen.

CJH Theys

[1] Voor meer over de Israëlitische tabernakel en de geestelijke betekenis van de verschillende tabernakelobjecten, zie eventueel - op onze website www.eindtijdbode.nl - de studies: "Christus in de Tabernakel" van CJH Theys en/of "De Tabernakel van Israël" en/of "Lukas; het boek van de NIEUWE MENS in Christus" van E. van den Worm".
[2] Dus zowel in het Oude Testament (zie Jes. 7:14), als in het Nieuwe Testament (zie Matth. 1:23).
[3] Subliem = In hoge mate edel, schoon.

woensdag 9 juni 2010

Boekbespreking 10: De mannelijke zoon in het boek ESTHER

.
Een Bijbelstudie van H. Siliakus,
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.


Een vergelijking
In het boek Esther is Mordechai de figuur die direct naast de sleutelfiguur Esther staat. Esther is enigszins passief, Mordechai actief. De betekenis van de naam Mordechai is “kleine man” of “manneke”. Het blijkt bij het lezen van dit boek, dat Mordechai’s optreden inderdaad doet denken aan de “mannelijke zoon” van Openbaring 12, die ook wel het “manneke” genoemd wordt.
In het verleden werden er reeds vergelijkingen gemaakt tussen deze mannelijke zoon en achtereenvolgens Jezus en Mozes (zie: rev. W.H. Offiler, “God en Zijn Bijbel”, blz. 460-463; rev. C.J.H. Theys, “Die is en Die was en Die komen zal”, blz. 246-249 en “Heidenvolken in profetisch licht”, blz. 42-45, alsmede het artikel in de serie “Profetische horizon” in het blad “Het Volle Evangelie” van dec. 1959) .
Overeenkomsten tussen deze drie betreffen onder andere:
• de Goddelijke bewaring,
• het verlosserschap, en
• het heerser en strijder zijn.
Bij een vergelijking van Mordechai met de mannelijke zoon komen wij deze kenmerken eveneens tegen. Openbaring 12 vers 5 leert ons:
1.
dat de mannelijke zoon wordt bewaard of “weggerukt tot God”, en
2. dat hij de heidenen zal hoeden met een ijzeren roede,
3. terwijl Openbaring 14 vers 1 hem toont – in de gedaante van de 144.000 verzegelden –
als overwinnaar en heerser met Christus.
Laat ons nu zien hoe deze drie kenmerken in het leven van Mordechai naar voren komen.

1. Mordechai werd bewaard.
Hij werd door God behoed en bewaard tegen de moordzucht van Haman, die hem haatte. God leidde het zo, dat Mordechai aangenaam werd bij de Perzische koning (zie Esth. 2:21-23 en 6:1-10) en dat Haman bij de koning in ongenade viel (zie 7:5-8), waardoor deze Haman zelf aan de door hem voor Mordechai opgerichte galg kwam te hangen (zie 7:9-10).

2. Mordechai werd middel tot verlossing.
Hij werd de verlosser voor de Joden in die tijd (inclusief Esther – zie 4:13). Hij was evenzeer een verlosser en bevrijder, zoals Mozes dat eerder was voor het gehele volk Israël. Zijn verlosserschap blijkt uit het volgende: God bestelde het zo, dat zijn nicht Esther, die hij opgevoed had, koningin-gemalin van Ahasveros werd (zie 2:15-18); voorts is het Mordechai, die Esther over het duivelse plan van Haman inlicht, haar dwingt in actie te komen en haar daarbij steunt (zie 4:7-8, 13-14 en 15-17); tenslotte zien wij hoe Mordechai
• na de ontdekking van het complot tegen de Joden (door Esther aan Ahasveros bekend gemaakt) “premier” wordt in de plaats van Haman (zie 8:2),
• de verlossende tegen-wet voor de Joden opstelt en
• de leider van de verdedigings-aktie wordt (zie 8:9, 9:3-4).

3. Mordechai werd (mede-)heerser en strijder.
Hij werd medeheerser naast Ahasveros. Hij kreeg de rang van eerste vorst (d.i. een “premier”), zoals wij al opmerkten (zie Esth. 8:2) en behield die (zie 10:2-3). Hij had de leiding in de strijd van zijn volk voor hun behoud (zie 9:3-4). Dat de Joden hem als hun leider beschouwden, blijkt ten overvloede uit het feit, dat hij het bevel kon geven voor de instelling van het Purimfeest (zie 9:20-23).

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

dinsdag 23 februari 2010

Boekbespreking 3: Het boek RUTH in profetisch licht



Een Bijbelstudie van H. Siliakus,
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

De gelegenheid van de tijd weten
Tot de bijzonderheden van de eindtijd behoort, dat Jezus in die tijd MEER voor de gelovigen wil zijn dan in de eraan voorafgaande tijd. Dit lijkt een wat boude bewering. Staat er niet geschreven (in Hebr. 13:8), dat Jezus Christus dezelfde is, gisteren, heden en tot in eeuwigheid? En waren de heerlijkheden en zegeningen die Jezus in Zijn hogepriesterlijk gebed van de Vader afsmeekte niet bestemd voor ALLE gelovigen van de Gemeentelijke tijdsbedeling? (zie Joh. 17:20). Op deze vragen kan slechts bevestigend geantwoord worden. Maar wij willen dan ook geenszins beweren, dat er ook maar één van de in het Nieuwe Testament genoemde zegeningen, gaven en/of geestelijke ervaringen “tijdsgebonden” is, dat wil zeggen: alleen voorbehouden aan gelovigen die in een bepaald tijdperk leefden of leven. Dat zij niet in elke tijd even rijkelijk werden toebedeeld, is een andere zaak. Dat heeft te maken met afvalligheid, verwereldlijking en verflauwing (het verlaten van de eerste liefde). Als God Zijn zegeningen achterhoudt, is dat vanwege nalatigheid van de mens! Maar er kan geen twijfel over bestaan, dat alles wat in het Nieuwe Testament aan de gelovigen wordt toegezegd, bedoeld is voor de Gemeente (of Kerk) van Jezus Christus van alle eeuwen. Toch kunnen wij uit datzelfde Nieuwe Testament afleiden, dat Jezus in de eindtijd voor de gelovigen (Zijn Gemeente) meer wil zijn dan Hij was voor de eerder geleefd hebbende gelovigen. Dit hangt samen met de afwikkeling van ‘Gods raadsplan der eeuwen’, Zijn “eeuwig voornemen” (zie Ef. 3:11), en doorbreekt daarom in het geheel niet Christus’ onveranderlijkheid. Hij verandert niet, maar de tijd verandert wel. Paulus had besef van de ontwikkeling of afwikkeling van het Goddelijke raadsplan en onderscheidde in het voortgaan van de tijd een gestadig dichterbij komen van het Goddelijk einddoel. Hij schrijft: “…de zaligheid is ons nu nader, dan toen wij (eerst) geloofd hebben” (Rom.13:11). Paulus wist “de gelegenheid van de tijd”, hij onderscheidde reeds in zijn dagen een voortgang van Gods plan en sprak tegelijkertijd profetisch over het laatste der dagen. Van dezelfde Paulus is het woord: Totdat wij ALLEN zullen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte van de volheid van Christus (Ef. 4:13). Hij heeft het hier over zaken die niet al de eeuwen door gekend zijn door de gelovigen van Christus’ Gemeente (of Kerk), maar die pas in de Gemeente gevonden zullen worden, wanneer zij het eindstadium van een ontwikkeling heeft bereikt. “Totdat” (van Ef. 4:13) spreekt ons van een (geestelijke) groei die de Gemeente als geheel doormaakt vanaf de Apostolische tijd en die tot staan komt in de laatste dagen, als de Gemeente als geheel de volmaaktheid heeft bereikt. De tijd is de ruimte waarbinnen Gods plan verwezenlijkt wordt. Hoevele christenen bezitten ditzelfde Bijbelse, of beter gezegd Nieuwtestamentische, tijdsbesef? Het zijn er, zelfs vandaag-de-dag nog (getuige het feit dat er – geestelijk gezien – zovelen “slapen”), maar weinigen!

De verlossingservaring in de eindtijd
Waaruit bestaat nu dat meerdere in Jezus’ openbaring aan de Gemeente van de laatste dagen? Wat is het, dat de openbaring van Jezus Christus zoveel heerlijker maakt in die dagen, als de Gemeente op aarde de volmaaktheid bereikt? Wij kunnen dat “meerdere” als volgt omschrijven: Jezus wil voor de gelovigen van de eindtijd niet langer Verlosser alleen, maar ook Bruidegom wezen! Deze stelling zal ongetwijfeld menigeen aanleiding geven om tegenwerpingen te maken. Tijdens Zijn 3½ jarige bediening hier op aarde werd Jezus toch al “de Bruidegom” genoemd? Het gaat hierbij toch niet om een hoedanigheid van Hem, die eerst en uitsluitend in de eindtijd gekend zal worden? Inderdaad, toen al was onze Heer “de Bruidegom”, maar de Bruiloft was er nog niet! Reeds Johannes de Doper noemde Hem niet alleen “het Lam van God, dat de zonden der wereld wegneemt”, maar ook “de Bruidegom” (zie Joh. 3:29). Jezus Zelf sprak over Zichzelf minstens driemaal als over “de Bruidegom”. Doch bij al die gelegenheden maakte Hij duidelijk, dat Zijn Bruiloft nog in de toekomst lag. In Matthéüs 9 vers 15-16 (zie ook Mark. 2:19-20 en Luk. 5:34-35), waar Hij spreekt over Zijn Gemeente als over “Bruiloftskinderen”, zegt Hij, dat Hij eerst voor lange tijd afwezig zou zijn, VOORDAT Zijn Bruiloft zal plaatshebben (zolang de Bruiloft nog niet heeft plaatsgevonden, kan over de genodigden als over “Bruiloftskinderen” worden gesproken; DAARNA uiteraard niet meer). Dat er een lange tijd overheen zou gaan eer de Bruiloft een aanvang neemt, blijkt ook uit de gelijkenis van de Koninklijke Bruiloft (zie Matth. 22:1-14 en Luk. 14:15-24), waarin Jezus met “de zoon van de koning” ongetwijfeld Zichzelf bedoelt. De onwil onder de genodigden om te komen èn hun onverschilligheid zijn verwijzingen naar de tijden van geestelijke lauwheid en afval van het geloof die, zoals wij in veel andere Schriftgedeelten kunnen lezen, in de laatste dagen zullen aanbreken. De gelijkenis van de tien maagden (zie Matth. 25:1-13) leert ons tenslotte, dat wij de Bruiloft bij Jezus’ wederkomst hebben te verwachten (zie vers 13).

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

dinsdag 10 november 2009

Podium en Gemeente – deel 5

.

Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.



Hoofdstuk 5
Door God geroepen tot leiderschap in de Gemeente

Het is God, Die u roept
Een roeping tot het arbeidsveld van de Here Jezus Christus geschiedt vanwege God, de Here, Die ons PERSOONLIJK tot Zijn heilige dienst roept en ons hiertoe capabel maakt, nadat Hij ons heeft gereinigd (van ons oude, zondige leven) in en door Zijn Bloed.
“En die Hij tevoren bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen, en die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd, en die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt.” (Rom. 8:30, HSV)
Aan de andere kant echter zal Hij die “dienstknechten” die Hij niet heeft geroepen tot Zijn dienst in of voor de Gemeente, “uitrukken” uit de plaatsen, die zij op eigen initiatief hebben ingenomen.
“Elke plant die Mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal uitgeroeid worden.” (Matth. 15:13b, HSV)
Zo’n bediening zal namelijk niet de nodige zalving verkrijgen van God tot het voortbrengen van ‘eeuwigheidsvruchten’. Zulke “leiders” storten hun volgelingen met zich in het verderf, omdat zij dit Goddelijk werk MENSELIJK en dus (geestelijk) BLIND verrichten, zonder de Goddelijke kracht om het verderf (d.i. de macht van de zonde) te ontvluchten!
“Laat hen gaan; het zijn blinde geleiders van blinden. Als nu een blinde een blinde geleidt, zullen zij beiden in een kuil vallen!” (Matth. 15:14, HSV)
Laat het zo onder ons NIET zijn! Laat niemand zich een roeping aanmeten of aanpraten; wordt – zeker wat deze (heilige) arbeid betreft – niet de “geroepene” van mensen en roep uzelf niet tot een bepaalde arbeid; maar laat Hem u roepen, laat Hem u uitzenden in Zijn wijngaard! Niets geeft u zo’n zekerheid bij uw gaan en staan in het brengen van het Evangelie, dan het besef, de ervaring, dat Hij u PERSOONLIJK heeft geroepen. Als Hij u roept is er geen twijfel mogelijk. Neem bijvoorbeeld de roeping van Mozes, van Jozua en van zovelen, die Hij in Zijn Bijbel bij name heeft geroepen. Zo riep Hij de apostelen en werden Barnabas en Saul, de latere Paulus, door de Heilige Geest bij name geroepen. En dit doet Hij nu nog, vrienden! Velen kunnen niet op die roeping van God wachten en zijn uitgegaan – zichzelf tot Gods dienst geroepen hebbende of door mensen hiertoe “geroepen” zijnde – en werden later teleurgesteld; de ene mislukking na de andere in hun bediening ervarende. Ik wil niet zeggen dat God u niet kan gebruiken, als u uzelf stort op het arbeidsveld; zeer zeker kan Hij u gebruiken, indien u een heilig verlangen koestert om Hem dienstbaar te zijn. Maar héél wat anders is het om de druk van Zijn hand te ervaren, als Hij u persoonlijk tot deze geestelijke strijd heeft geroepen.
Van al de zonen van Isaï verkoos de Here God David, om hem te zalven tot koning over Zijn volk Israël, al was hij nog heel jong (en de jongste zoon van Isaï) en naar het oog (van de mens) de minste, maar hij was een man naar Gods hart! Er zijn in de Gemeente van de Here, ook in deze laatste dagen, geroepenen, die – NAAR DE MENS gesproken – liever “gestenigd” moesten worden, maar in wier leven Gods Hand is uitgestrekt……
Er zijn vele christenen die zich ik weet niet “wie” of “wat” wanen; maar daarom is het bij God nog niet zo! Wees daarom voorzichtig, ga in deze dingen nooit over één nacht ijs; wacht op de Here, Hij zal spreken!

Wat de geroepene kenmerkt: Een wonderbare gemeenschap met de Heilige Geest
Allereerst kennen zij die (waarlijk) door God geroepen zijn een wonderbare gemeenschap met de Heilige Geest, hetgeen nodig is om in dit leven en in de dienst (van God), waartoe zij geroepen zijn, VAST te staan, dat is: ONBEWOGEN (standvastig). U moet uit ervaring weten dat u de Heilige Geest ontvangen hebt, dat Hij (dat is: Gods Geest) in u woont! Wij weten dat het zegel van de doop met de Heilige Geest het spreken in tongen is! Méér nog dan het getuigenis van u, dat u de Heilige Geest hebt ontvangen, is het getuigenis van de Heilige Geest Zelf, dat Hij u “in bezit genomen” heeft, zodat u, net als Paulus, een “gevangene van Jezus Christus” bent, zodat Hij u, als Zijn instrument, in Zijn dienst kan roepen en gebruiken. Er zal dan in uw leven geen bede zijn van: “Here, Ik wil dit, wilt U het maar zegenen!”, maar het oprechte gebed: “Here, wat wilt U, dat ik voor U doen zal?”
Dan zal Gods Geest u heiligen en leiden naar die conditie, waar de glorie van God u vervult en omhult, waar u vol bent van de liefde van God! Alles om u heen kan dan wegvallen, maar de glorie van God zal voor u genoeg zijn. Het is daar, op die plaats van verrukkelijke aanbidding, dat Hij u Zijn wil openbaart; en u niets liever wilt doen dan Zijn wil…
Het is ons vlees, dat op deze weg hierheen gekruisigd moet worden (dus wij moeten afsterven aan onze oude, zondige, vleselijke natuur). Wij zullen veel verdrukkingen hebben (of krijgen) in het vlees, maar wij hebben de Heilige Geest om die verdrukkingen te boven te komen, om zo ons vlees (dat is: onze oude, zondige, vleselijke natuur) te overwinnen!
Ook zal Hij ons Zijn (Geestes)gaven toebedelen, om ons zo capabel te maken tot de dienst, waartoe Hij ons zal roepen. Een aardse werkgever voorziet zijn arbeiders van het nodige en leidt hen op tot de dienst, die hij van hen verlangt; hoeveel te meer onze hemelse Werkgever. Deze gaven moeten wij – onder Zijn leiding – tot ontwikkeling brengen, ze als het ware “opwekken”. Gaven zijn een zekere vorm van openbaring van de Heilige Geest. Wij hebben te leren hoe wij moeten rusten in Hem, opdat Hij door ons heen kan arbeiden, Zich door ons heen kan openbaren. En hoe wij, rustend in Hem en Zijn leiding, de nodige arbeid in Zijn Naam moeten verrichten, zodat die arbeid effect zal hebben. Wij moeten leren om niet de Heilige Geest te willen gebruiken, maar om door de Heilige Geest te worden gebruikt; Hij moet door ons heen kunnen spreken en handelen. Dit alles vraagt om een leerschool, om in de praktijk opgedane ervaring… Dàn pas zal Gods boodschap, gedragen door Zijn zalving, de harten van de toehoorders bereiken en die weten te beroeren tot bekering en overgave en tot toewijding aan Gods zaak! Glorie voor God!

De geroepene wordt verder gekenmerkt door een bediening overeenkomstig zijn roeping, waarin hij de werken, die Jezus deed, ook doet
Is God dienstknecht zó voorzien van het nodige en ingeleid tot het werk van zijn bediening, dan ontvangt hij van de Here van de Oogst persoonlijk de roep tot de bediening, die voor hem is weggelegd.
“Vrede zij u! ZOALS de Vader Mij gezonden heeft, ZEND IK OOK U.” (Joh. 20:21b, HSV)
Wij mogen deze zending koppelen aan de zendingsboodschap van de Here Jezus, die wij in Jesaja 61 vers 1-3 kunnen vinden, waarover later meer. Daarvandaan, dat Jezus getuigde:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen, en hij zal grotere doen dan deze; want Ik ga heen naar Mijn Vader.” (Joh. 14:12, HSV)
Het zijn deze werken, overeenkomstig zijn bediening, die de roeping van de dienstknecht bewijzen.
“Geloof Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is; en zo niet, geloof Mij dan OM DE WERKEN ZELF! (Joh. 14:11, HSV)
God alleen zij de eeuwige glorie!

Laten vleselijke motieven uw roeping niet bezoedelen
Indien u tot Zijn dienst geroepen bent, pas er dan voor op dat uw roeping zich niet (geleidelijk aan) ontwikkeld in een richting die NAAR HET VLEES is, een richting die wellicht UZELF behaagd, maar NIET DE HERE dient!
Als God u, als blanke, roept om Hem bijvoorbeeld in Afrika als zendeling te dienen, dan is het niet de bedoeling om daar speciaal de blanken te gaan bedienen – tenzij de Geest van God u dit uitdrukkelijk te kennen geeft – maar om het Evangelie te brengen aan AL de mensen van dat land! Want, de blanke hoort daar oorspronkelijk niet, die is of woont daar waarschijnlijk voor zaken of dienst. Menselijke sympathieën mogen nooit de motivatie zijn tot uw dienst voor het werk des Heren, maar alleen de liefde van God!
Ook mag een geroepen dienstknecht van God geen financieel gewin najagen. Is het toevallig zo, dat het merendeel van een Gemeente emigreert naar een ander land, dan wil het wel eens voorkomen, dat de herder van die Gemeente – zo maar opeens – ook een “roeping” krijgt voor dat land…
Er was eens een Indonesische arbeider van de Here, die een bepaalde Indonesische Gemeente had. Toen die Gemeente maar niet wilde groeien, omdat die arbeider ergens tekort schoot, had hij “zo maar opeens” een roeping voor de “Hollandse dienst”, ondanks het feit dat hij slecht zijn Nederlands sprak…

KLIK HIER om deze studie (deel 5) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen.[1]

CJH Theys
[2]

[1] Voor deel 1 t/m 4 van “Podium en Gemeente”, zie ons weblog van 4/6, 10/7, 10/8 en 10/9 en 10-10-2009.
[2] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog van 23 augustus 2009.