Posts tonen met het label Gemeentelijke bediening. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gemeentelijke bediening. Alle posts tonen

zaterdag 10 april 2010

Podium en Gemeente - deel 10

.

Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.





Voor ALLE duidelijkheid:
Dit 10de hoofdstuk moet men NIET los zien van alle voorgaande 9 hoofdstukken van “Podium en Gemeente”, anders zou men een verkeerd beeld van de inhoud kunnen krijgen.

Hoofdstuk 10 (zie noot 1)
De verborgenheid van de ONgerechtigheid – de valse arbeiders

Valse christussen
De tijd is rijp om, ten aanzien van dit profetisch onderwerp uit de Bijbel, de sluier te lichten. Daar is ontzaglijk veel hierover te schrijven, maar toch zal ik mij bepalen tot de hoofdlijnen, terwijl ik het verdere BIDDENDE onderzoek gaarne aan u overlaat.
Wij zullen het allen eens zijn, wanneer wij op de voorgrond stellen, dat wij in zeer gevaarvolle tijden leven, die een aanvang namen met de opmars van het communisme. Hoe godslasterlijk deze beweging[2] ook is, zij is toch meer ingesteld op het maatschappelijke, politieke vlak. Aangezien dit NIET het terrein is van de Gemeente van onze Here Jezus Christus, zullen wij ons ook niet wagen aan een dieper onderzoek van deze beweging. Wij willen onze blik liever richten op iets anders, iets dat in wezen nog veel gevaarlijker is dan bovengenoemde (communistische) beweging. Als wij het duidelijk en eenvoudig mogen neerschrijven, komt één en ander op het volgende neer:
Daar is behalve een “politiek communisme” ook nog een soort “geestelijk communisme” – dat de Gemeente, als het Lichaam van Christus, als werkterrein heeft – met als beoogd doel: de Gemeente des Heren te beroven van de rijkdom van haar geestelijk bezit. O, wij dienen in deze dagen VOORTDUREND voorzichtig te wandelen, want de duivel, die weet dat hij nog maar een korte tijd heeft, heeft nagenoeg een einde gemaakt aan zijn openbaring “als een brullende leeuw” (zie 1 Petr. 5:8) en is allang begonnen met het zich manifesteren “als een engel van het licht” (zie 2 Kor. 11:14). Het is met het oog hierop, dat de waarschuwing van de apostel Paulus, gegeven aan de ouderlingen te Efeze, een grote, niet te onderschatten profetische waarde heeft VOOR ONS, “tot wie het einde van de (huidige) wereld gekomen is” (1 Kor. 10:11, HSV).
“Wees dan op uw hoede wat uzelf betreft, en (op) heel
de kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft, om de gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.” (Hand. 20:28, HSV)

Valse Pinksterstromingen
De stromingen in ons hedendaagse Pinksteren[3], die ik in het afgelopen jaar (geschreven omstreeks 1965, maar m.i. ook nu nog zeer actueel – noot AK) van zeer nabij heb mogen gadeslaan en waaraan ik – voor een dieper onderzoek – aan de hand van Gods Woord bijzondere aandacht heb besteed, hebben mij in mijn overtuiging, die ik van de Heilige Geest ontvangen heb en niet van mensen, alleen maar gesterkt. Ja, meer nog! Deze hebben mij ervan overtuigd dat wij het tijdperk van de “valse christussen” reeds zijn binnengetreden…..
Direct wil ik hierbij aantekenen dat het zeker niet mijn bedoeling is om in dit bestek uit te wijden over de door mij – hier in Amerika[4], overal waar mij de gelegenheid geboden werd – meegemaakte grote “opwekkings-bijeenkomsten” (?), noch over de personen, die als leiders daarbij betrokken waren, en nog zijn. Ik vraag slechts uw aandacht voor wat zich nu, in onze tijd, afspeelt op het “Pinkster-toneel” (dat is: in die Gemeenten waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt)… Dit is op zichzelf al meer dan genoeg en alle aandacht en onderzoek, met de Bijbel als richtsnoer, ten volle waard.
Als wij een open hart hebben, vrij van alle vooroordelen, sympathieën of antipathieën, dan zullen wij geestelijk bekwaam zijn om door de Heilige Geest geleid te worden in ALLE waarheid. Zo doende zullen wij in staat zijn om, kijkende door de brillenglazen van het profetisch Woord van God, gewaar te worden welke soort crises (meervoud!) zich vandaag-de-dag aan ons voordoen. U zult hoe langer hoe meer (leren) inzien, mijn broeder en mijn zuster, dat u – als u de waarheid (d.i. Gods waarheid) wilt verstaan – uw eigen ogen niet meer kunt vertrouwen, maar dat u moet “zien” met de ogen van Gods Geest, zeker wat het profetisch Woord van God aangaat!
Elke crisis, zowel in uw eigen leven alsook in het gemeentelijk leven, moet u dringen tot een dieper onderzoek van Gods (profetisch) Woord. Hemel en aarde zullen voorbij gaan, maar het Woord van God blijft tot in der eeuwigheid! Amen.
Op dit Woord kunt u bouwen, OVERAL en ALTIJD. Zij, die (volkomen) op het Woord van God bouwen en vertrouwen zullen niet overweldigd kunnen worden door satan en zijn machten[5]. Gelooft u dat? Zo ja, dan bent u gelukzalig en dus (zeer) te prijzen! Want, (alles) wat “verborgen” is wordt geopenbaard! Elke “verborgenheid” komt tot openbaring langs de profetische lijnen van het Woord van God… God Zelf is de Bron van ALLE openbaring; Jezus als Gods Zoon is de Drager of Mededeler van die openbaring, terwijl de 3de Persoon (beter gezegd: de 3de Openbaringsvorm[6]) van de Godheid, zijnde de Heilige Geest, het Einde of de Volmaking is van alle openbaring. Dit zal u overtuigen van het feit dat wij ALTIJD afhankelijk zijn van de 3-Enige God (beter gezegd: van de 3 Openbaringsvormen van God – zie noot 6), in het bijzonder als het aankomt op de ontsluiering van enige “verborgenheid”.
Naast “de grote verborgenheid” in Efeze 5 vers 32a, het “geheimenis” of “de verborgenheid” van het huwelijksleven, “met het oog op Christus en de Gemeente” (zie Ef. 5:32b, HSV), lezen wij in de Bijbel ook nog van “de verborgenheid van de ONgerechtigheid” (zie 2 Thess. 2:7) en/tegenover “de verborgenheid van de gerechtigheid”. Deze beide “verborgenheden” beginnen tegelijk in het boek Genesis en lopen, als twee profetische lijnen, parallel door de gehele Bijbel heen tot in het boek Openbaring. De laatste (namelijk: “de verborgenheid van de gerechtigheid”) vindt haar climax in Openbaring 12[7] en de eerste (namelijk: “de verborgenheid van de ONgerechtigheid”) in Openbaring 17[8].
Gods voornemen en plan is:
“om de Gemeente in al haar heerlijkheid voor Zich te plaatsen, zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar heilig en smetteloos.” (Ef. 5:27, HSV)
Het is deze Bruidsgemeente, die door de apostel Johannes op Patmos gezien werd als “een groot teken in de hemel: een vrouw[9], bekleed met de zon en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren[10] (Openb. 12:1). De duivel werkt als een imitator, als de “grote na-aper” in Gods Plan der Eeuwen, en zijn duivels werk werd door Johannes als volgt gezien:
“En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, dat vol van godslasterlijke namen was,… En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en versierd met goud en edelgesteente en parels, en ze had een gouden drinkbeker in haar hand, vol van gruwelen en van onreinheid van haar hoererij. En op haar voorhoofd stond een naam geschreven, een geheimenis (SV: verborgenheid): het grote Babylon, de moeder van de hoeren (SV: van de hoererijen; namelijk GEESTELIJKE hoererij, d.i. afgoderij) en van de gruwelen van de aarde.” (Openb. 17:3b-5, HSV)
Waar de apostel des Heren “ijverig was met een ijver Gods, om de Gemeente toe te bereiden, om haar ALS EEN REINE MAAGD voor te stellen aan een Man, namelijk aan Christus” (zie 2 Kor. 11:2), daar is de duivel bezig om door “oogverblindende versieringen” zijn vrouw (door God “de grote hoer[11] genoemd! – zie Openb. 17:1) aan de mensheid voor te stellen als “de ware kerk”. En zo betoverend was inderdaad haar satanische schoonheid dat Johannes “zich bovenmate verbaasde toen hij haar zag”! (zie Openb. 17:6b). De engelachtige boodschapper bracht Johannes tot bezinning met deze woorden: “Waarom verwondert u zich?” (Openb. 17:7a).
Vandaag-de-dag zien wij (vele) vertoningen, betogingen en massa-bijeenkomsten, die ons allemaal brengen tot grote verwondering. Laat niemand zeggen er ongevoelig voor te zijn! Wij moeten allereerst beginnen om eerlijk te zijn tegenover onszelf! Als wij op de massa blijven zien dan zullen wij op een gegeven ogenblik “overweldigd” worden, wij zullen er door geïmponeerd worden. Maar “Bijbels geloof” is nooit gericht op de massa; Bijbels geloof houdt zich niet bezig met wat het oog ziet. Integendeel, wij lezen:
Door het geloof heeft Noach, toen hij een Goddelijke openbaring ontvangen had van DE DINGEN DIE NOG NIET TE ZIEN WAREN, uit ontzag voor God de ark gebouwd…” (Hebr. 11:7a, HSV)
Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam geweest om weg te gaan naar de plaats die hij tot een erfdeel ontvangen zou. En hij is weggegaan ZONDER TE WETEN WAAR HIJ KOMEN ZOU.” (Hebr. 11:8, HSV)
Door het geloof heeft Izak zijn zonen Jakob en Ezau gezegend, MET BETREKKING TOT TOEKOMSTIGE DINGEN.” (Hebr. 11:20, HSV)

KLIK HIER om deze studie (deel 10, en tevens het laatste deel) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen![12]

CJH Theys[13]


[1] Vermeld bij de 1ste uitgave, onder redactie van E. van den Worm: Wij, als redactie hebben de vrijheid genomen om aan deze studie een al eerder uitgegeven werk van br. Theys, met de titel: “DE VERBORGENHEID VAN DE ONGERECHTIGHEID”, als hoofdstuk 10 toe te voegen.
[2] Deze oorspronkelijke studie (zie noot 1) is geschreven omstreeks 1965.
[3] In Pinksteren = In die Gemeente(n) waar de Pinksterboodschap en de Pinksterervaring – dus: de boodschap over en de ervaring van de uitstorting van en/of de vervulling met de Heilige Geest – gepredikt en ervaren wordt. De schrijver spreekt in dit 10de hoofdstuk van deze studie vooral (als waarschuwing) tot de “eigen parochie”. Maar de inhoud van deze studie zal ongetwijfeld ook voor andere Gemeenten en/of christelijke groeperingen (kunnen) gelden.
[4] Br. Theys heeft een aantal jaren les gegeven aan de Bethel Temple Bijbelschool in Seattle te Amerika, waartoe hij was gevraagd, om daar met name het vak “Tabernacles” te gaan doceren (vanwege zijn diepe inzicht in de symboliek van de Tabernakel). Zie eventueel – op onze website http://www.eindtijdbode.nl/ – zijn uitgebreide studie “Christus in de Tabernakel”.
[5] Zie eventueel op onze website de studie: “De overwinnaars; over (de macht van) zonde en satan in de eindtijd” van E. van den Worm.
[6] In Deut. 6:4 staat: “Luister, Israël! De HEERE, onze God; de HEERE is één! (dus één Persoon!) (HSV).
Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (d.i. geslagen) (zie Exodus 25:18). De beide cherubs en het verzoendeksel beelden onze almachtige God in Zijn drie openbaringsvormen uit. De cherubs beelden de Vader en de Heilige Geest uit, en het verzoendeksel beeldt het Lam, de Zoon van God uit. Gods wezen is een EENheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit drie personen bestaat, is een dwaling. Het is dus beter te spreken van de 3 Openbaringsvormen van God, te weten:
1. de 1ste Openbaringsvorm van God: de Vader
2. de 2de Openbaringsvorm van God: Jezus, de Zoon
3. de 3de Openbaringsvorm van God: de Heilige Geest.
Net zoals wij mensen ook bestaan uit: lichaam, ziel en geest.
• Zie eventueel nog de studie: “De natuurlijke mens en de Heilige Geest” van CJH Theys.
[7] Zie eventueel op onze website de studie: “Een ANDER geluid – Wie is de VROUW uit Openbaring 12?” van A. Klein.
[8] Zie eventueel op onze website de studie: “De valse staatskerk van de laatste dagen – De grote hoer van Openbaring 17” van E. van den Worm.
[9] Zie noot 7.
[10] Wij willen hier ook de zon, maan en sterren nader beschouwen. In het licht van Bijbelse profetie kunnen wij alsdan het volgende vaststellen:
• De “zon” is nog altijd het symbool van de Heerlijkheid Gods, van de Vader, als de 1ste “Persoon” (beter gezegd: de 1ste Openbaringsvorm – zie noot 6) van de Godheid.
• De “maan” is nog altijd het symbool van het gebroken Lichaam en uitgestorte Bloed van de Here Jezus, de Zoon van de levende God en de 2de “Persoon” (beter gezegd: de 2de Openbaringsvorm) van de Godheid – de Centrale Figuur.
• De “sterren” in hun menigvuldigheid zijn het symbool van (de veelvuldige gaven van) de Heilige Geest, de 3de “Persoon” (beter gezegd: de 3de Openbaringsvorm) van de Godheid. De 12 sterren wijzen hier ook op 12 met Gods Geest vervulde personen – kinderen Gods – die hier dienen te worden onderscheiden als degenen, aan wie het “leiderschap” in de tijd van het einde gegeven is. Openbaring 1:20b schenkt ons in deze het nodige licht.
[11] Zie noot 8.
[12] Voor deel 1 t/m 9 van “Podium en Gemeente”, zie ons Weblog van 4/6, 10/7, 10/8, 10/9, 10/10, 10/11, en 10-12-2009, 10/1, 10/2 en 10-3-2010.
[13] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog van 23-8-2009.

woensdag 10 maart 2010

Podium en Gemeente – deel 9

.

Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.




Hoofdstuk 9
De bedienaars van het Woord

Uitdelers van Gods verborgenheden
Tot de bedienaars van het Woord worden al degenen gerekend die geroepen zijn om op één of andere wijze de verborgenheden van Gods Woord aan de Gemeente, en aan allen die geloven, uit te delen. Deze bedienaars hebben – voor deze Goddelijke taak – in het bijzonder de gaven van het Woord, namelijk het Woord van WIJSHEID en het Woord van KENNIS, ontvangen. Tot deze groep van bedienaars worden gerekend: apostelen, leraars, herders en evangelisten.
• “Laat men ons zó beschouwen, namelijk als dienaren van Christus en als beheerders (SV: uitdelers) van de verborgenheden van God.” (1 Kor. 4:1, HSV)
Een dienstknecht van Christus (werkzaam in Gods wijngaard) wordt geroepen om Christus te dienen en GEEN MENSEN! Ook is hij NIET geroepen om te heersen, maar om Christus te DIENEN, Die het Hoofd is van de Gemeente, onder ALLE omstandigheden en in ELKE situatie!
Een (waarachtige) dienstknecht van Christus is dus niet iemand die werkt en handelt krachtens EIGEN autoriteit, maar hij is AFHANKELIJK van zijn Zender; hij heeft te arbeiden overeenkomstig de richtlijnen van Gods Woord.
Nogmaals: De arbeider van God heeft het NIET zelf voor het zeggen, maar hij heeft te spreken zoals de Geest van God het hem te zeggen geeft. Hij is – als het goed is – niet iemand die zichzelf “op de borst slaat” en zegt, zoals ik wel eens heb gehoord: “Denk erom, weet tegen wie je het hebt, je spreekt tegen een gezalfde des Heren!” Als het goed is moet zijn leven juist DIENSTBAAR zijn, tot verlossing en redding van velen, in de Naam van Jezus!
En de bediening van Gods arbeider moet er dan toe strekken dat hij het geestelijk inzicht (d.i. de uitleg) van Gods VERBORGENHEDEN – die in de Bijbel, Gods Woord, staan – uit handen van Gods Geest ontvangt om die op zijn beurt aan de Gemeente te openbaren (dus: deze bovennatuurlijke waarheden bekendmaken/doorgeven). Met andere woorden: De boodschappen (de predikaties en/of Bijbelstudies) die Gods arbeider brengt moet hij door middel van gebedsgemeenschap ontvangen van de Heilige Geest… Zo geeft Hij – de Heilige Geest, werkzaam door Gods arbeider heen – de Gemeente geen steen, maar brood, en dus voedsel voor de ziel. Het zijn VERBORGENHEDEN voor de Gemeente; maar aan de dienstknecht van God geopenbaard om die door te geven aan de Gemeente. Want, verborgenheden zijn geen dingen die aan de oppervlakte van het Evangelie liggen, maar in de diepten van Gods verlossingsplan en wil.

Getrouwheid bij het uitdelen
• “En verder wordt van de uitdelers vereist dat zij getrouw blijken te zijn.” (1 Kor. 4:2, SV/HSV)
Er zijn, ook vandaag-de-dag, velen die voor God arbeiden, maar er zijn weinig getrouwe arbeiders; arbeiders die op hun post blijven, ook al komen er spanningen of problemen! Ook zijn er weinig getrouwen in het waarnemen van de “gebedswacht” bij de Here Jezus Christus; opdat zij, door deze gebedsworstelingen,

>>>Gods wil leren verstaan, en
>>>de openbaringen van God kunnen ontvangen aangaande de verborgenheden uit Zijn Woord,en
>>>de openbaringen van God kunnen ontvangen aangaande de verborgen ongerechtigheden van de Gemeenteleden.
Uit het voorgaande hebben wij leren verstaan, dat de getrouwheid tweeledig is, namelijk:
1. de getrouwheid ten aanzien van Degene, Die ons heeft geroepen en gezonden enerzijds, en
2. de getrouwheid ten aanzien van de Gemeente(leden); degenen, die wij in de Naam van de Here moeten dienen anderzijds.
De getrouwheid ten aanzien van God, onze Zender, heeft betrekking op 4 terreinen, namelijk: dat van de LIEFDE, van de GEHOORZAAMHEID, van de IJVER, en van de VURIGHEID.
Er moet in ons hart, voor onze Heer en Heiland en Zijn Koninkrijk
1. een BLIJVENDE LIEFDE branden,
2. een BLIJVENDE GEHOORZAAMHEID bestaan,
3. een BLIJVENDE IJVER,
4. en een BLIJVEND VUUR branden.
Als u de (Goddelijke) liefde niet hebt voor uw roeping, voor uw ambt, kunt u onmogelijk de liefde opbrengen voor degenen die u moet dienen. Als u in de maatschappij niet van uw werk houdt, dan verricht u uw werk “met de Franse slag”, omdat het werk u dan niet interesseert. Als u geen gehoorzaamheid kent aan Degene, Die u heeft geroepen en gezonden, hoe wilt u ooit verwachten dat de leden van de Gemeente, die u mag voorgaan, gehoorzaam zullen zijn! Als ùzelf tekortschiet aan ijver voor de zaak van God, hoe wilt u anderen leren jagen naar de dingen van God? Als u een betrekking in de maatschappij hebt zult u zich ook niet lui kunnen gedragen en kunnen wegblijven wanneer u maar wilt. Als u voor een keertje verstek laat gaan, zal uw voorwendsel door uw baas wel worden aanvaard, maar zoiets mag niet meerdere malen gebeuren. Doet u het tòch, dan neemt uw baas een ander voor u in de plaats! Wat denkt u dat de Here zal doen als u op dit punt fraudeert; als u Zijn bediening nog veel lichter opvat dan een maatschappelijke betrekking? Geliefden, kijk uit dat u uzelf niet bedriegt. U ontneemt uzelf zó de zegen! Laten wij niet spelen met de dingen van Gods Koninkrijk. Wij vergeten soms dat vele dingen ons overkomen vanwege onze eigen, grove nalatigheid ten aanzien van onze bediening en onze beloften aan de Here. Als uw vurigheid – als voorganger en herder van de Gemeente – zelf te wensen overlaat, hoe kunt u dan vurigheid van uw “schapen” (de Gemeenteleden) verwachten? U kunt alleen maar vuur met vuur maken.
Als wijzelf het vuur van Gods Geest missen, kunnen wij anderen niet meeslepen en “in brand zetten” voor Jezus!
In dit alles moeten wij ten aanzien van de Here getrouw zijn (en blijven). Als wij ten aanzien van Hem geen getrouwheid kunnen opbrengen, zullen wij ook geen getrouwheid (in de ware zin) kunnen opbrengen ten aanzien van de Gemeente, die wij moeten dienen; wij maken dan van het Evangelie een gewin voor onszelf en dan is (of wordt) de financiële kant voor ons hoofdzaak! Zulke dienstknechten maken van “hun roeping” een beroep; zij eten, zoals Gods Woord het zegt, de huizen van de zielen op en “sluiten het Koninkrijk der hemelen voor de mensen” (zie Matth. 23:13-14)!
• “Wie is dan de trouwe en verstandige rentmeester (SV: huisbezorger) die de heer over zijn huisbedienden zal aanstellen om aan hen op de juiste tijd het (geesteijk) voedsel te geven dat hun toekomt? Zalig de slaaf (SV: dienstknecht) die door zijn heer bij zijn komst zo handelend aangetroffen zal worden. Werkelijk, Ik zeg u dat hij hem over al zijn bezittingen zal aanstellen. Als die slaaf (SV: dienstknecht) echter in zijn hart zou zeggen: Mijn heer blijft nog lang weg, en zou beginnen de knechten en de dienstmeisjes te slaan, te eten en te drinken en dronken te worden, dan zal de heer van deze slaaf (SV: dienstknecht) komen op een dag waarop hij hem niet verwacht en op een moment dat hij niet weet; en hij zal hem afscheiden (NBV: straffen met zijn zwaard) en hem in het lot doen delen van hen die ontrouw zijn!” (Luk. 12:42-46, SV/HSV)
De “huisbezorger” (d.i. de voorganger of herder) van de Gemeente des Heren moet zijn mede-“huisbedienden”, zijn mede-gelovigen, op de juiste tijd (het geestelijke) VOEDSEL weten te geven; namelijk voedsel, waar de NIEUWE mens[1] naar hongert: het Woord van de levende God. En ten aanzien van het brengen van dit Woord van God zijn er weer vier (te onderscheiden) zaken, die de dienstknecht van God in acht moet nemen:
1. Hij moet de onvervalste waarheid brengen; de gezonde (Bijbelse) leer.
2. Hij moet dit Woord der waarheid RECHT snijden, er geen “draai” aan geven.
3. Hij moet het WOORD prediken, niet spreken over “koetjes en kalfjes”.
4. Hij moet het Woord NIET “al twistende” brengen, maar onderwijzen in ZACHTMOEDIGHEID.

1a. Wij leven vandaag-de-dag in moeilijke tijden. Wij zien tegenwoordig velen overstag gaan en hun boodschap (hun prediking) aanpassen aan de moderne tijd en de moderne mens! Maar… denk erom, dienstknechten van de Here, u predikt NIET ùw Woord, maar u moet DE BOODSCHAP VAN GOD brengen; een boodschap waaraan u niets mag afdoen of toedoen! Een boodschap van uzelf brengt de mensen niet tot het ware geestelijke LEVEN! De boodschap van God is onveranderlijk, omdat God ONVERANDERLIJK IS! Wanneer wij het Woord prediken naar EIGEN goeddunken en naar EIGEN inzichten, dan is daarmee het bewijs geleverd dat onze innerlijke mens niet (meer) leeft IN en DOOR Christus.
2a. Er zijn predikers die het Woord, uit vrees voor hun Gemeenteleden, VERZACHTEN! Zij vrezen om de boodschap over ‘het oordeel van God over de zonde’ in hun Gemeente te brengen en geven daarom aan Gods Woord een draai, een verzachtende uitleg… in plaats van Gods Woord RECHT TE SNIJDEN! Deze predikers werken liever met de “stroopkwast” om hun leden te behouden en om, onder hun gehoor, aanvaardbaar te blijven! Het gevolg hiervan is dat de Gemeente die zij (als geestelijk “herder”) hebben te hoeden[2], GEESTELIJK VERWILDERT, omdat zij het licht (en dus het juiste inzicht) van Gods Woord niet langer in hun leven hebben en liefhebben! Zo’n Gemeente merkt dan meestal niet dat de voorganger KOOPWAAR van haar maakt en dat hij de Gemeenteleden zo bejegent vanwege de opbrengst van de (wekelijkse) collecte en van de tienden[3] – weliswaar bestemd voor ‘het werk des Heren’, maar wat soms ook in de zakken van dit soort voorgangers verdwijnt – en dus omwille van het geld!
3a. Met “verhaaltjes” van u kan het geloof van de NIEUWE MENS[4] niet gevoed en gesterkt worden, want… dit kan enkel en alleen met het zuivere, VOLLE Woord van de LEVENDE God. Tussen de prediking door kunt u wel iets vertellen, zoals het aanhalen van voorbeelden uit de Bijbel of iets vertellen over uw eigen levenservaring, maar vergeet daarbij vooral niet dat de Heilige Geest in de Boodschap, die u – namens Hem – hebt te brengen, tot Zijn recht moet komen.
4a. Wat het vierde punt betreft, deze vinden wij uitgedrukt in 2 Timotheüs 2 vers 24-26:
“Een dienstknecht van de Here moet niet twisten, maar vriendelijk zijn voor allen, bekwaam om te onderwijzen, en iemand die de kwaden kan verdragen. Hij moet met zachtmoedigheid hen onderwijzen die zich verzetten. Misschien geeft God hun eens bekering, dat zij tot erkenning van de waarheid komen, en zij uit de strik van de duivel weer (geestelijk) mogen ontwaken, levend gevangen als zij waren door hem, om zijn wil te doen.” (HSV)
De Here moet ons LANKMOEDIGHEID en ZACHTMOEDIGHEID leren. Hij moet ons leren om in ootmoed (d.i. in onderworpen nederigheid aan God) onderwijs aangaande de Bijbel te geven, opdat wij meer VRUCHT mogen dragen voor Zijn Koninkrijk. Hij moet ons leren om ‘de rijkdom van Zijn genade’ aan de Gemeente (over) te brengen, en dat met een hart dat zèlf in gebrokenheid en verslagenheid voor de Here klopt, in het diepe besef uit welke poel van zonden wijzelf door onze Heiland zijn getrokken!

KLIK HIER om deze studie (deel 9) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen! [5]

CJH Theys [6]


[1] Zie eventueel – op onze website http://www.eindtijdbode.nl/ – de studie: “LUKAS – Het Boek van de NIEUWE MENS in Christus” (vers voor vers nader uitgelegd), van E. van den Worm.
[2] Hoeden = De Gemeente moet – onder de hoede van de voorganger/prediker – van het juiste, geestelijke, voedsel worden voorzien. Maar ook zeker: gewaarschuwd worden voor de macht en invloed van satan, die hun geestelijk leven bedreigt.
[3] Waar – Bijbels gezien èn bestemd voor “het werk des Heren” – ook echt 10% van al uw inkomsten mee wordt bedoeld. Zie o.a. Mal. 3:8-10, Matth. 23:23 en Luk. 11:42.
[4] Zie noot 1.

[5] Voor deel 1 t/m 8 van “Podium en Gemeente”, zie ons Weblog van 4/6, 10/7, 10/8, 10/9, 10/10, 10/11, en 10-12-2009, 10/1 en 10-2-2010.
[6] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog van 23-8-2009.
• De 1ste uitgave van deze studie was omstreeks 1970 (in boekvorm). Deze hernieuwde versie is door ons bewerkt naar (meer) HEDENDAAGS Nederlands.

zondag 10 januari 2010

Podium en Gemeente – deel 7



Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.





Hoofdstuk 7
Ouderlingen en diakenen

Wat wordt in Gods Woord onder opziener of ouderling verstaan?

Uit de brief van Paulus aan Timotheüs leren wij, dat er twee soorten van opzieners of ouderlingen zijn.
“Bewijs aan ouderlingen die goed regeren, dubbele eer, vooral aan hen die arbeiden in het Woord en in de leer.” (1 Tim. 5:17, HSV)
Er zijn dus ouderlingen of opzieners in de meer beperkte betekenis van het woord, dus in de (gangbare) betekenis van: helpers van de voorganger van de plaatselijke Gemeente, in de geestelijke zaken, dus om de Gemeente te helpen wijden, en te helpen om over de Gemeente te “regeren”, zoals bovenstaande Bijbeltekst het uitdrukt. Onder ouderlingen of opzieners in de ruimere zin van het woord verstaat men: apostelen, herders, evangelisten en leraars. Dit zijn degenen “die arbeiden in het Woord en in de leer”. Maar… deze laatstbedoelde ouderlingen moeten zich echter niet méér achten dan de eerstbedoelde; want de christelijke gulden regel[1] zegt immers, dat “de één de ander voortreffelijker moet achten dan zichzelf” (zie Filip. 2:3). Deze laatstbedoelde ouderlingen hebben de gave van het Woord ontvangen, zij het in verschillende zin en mate, als een roeping van Gods Geest en niet uit zichzelf! En wat willen wij doen of zeggen, als de Heilige Geest hen daarvoor (d.i. voor die taak of bediening) wil gebruiken! Gods Geest is supreme en souverein (d.i. Hij is de Allerhoogste en een Oppermachtig Heerser)! Glorie voor God. Zo heeft Gods Geest Filippus en Stefanus geroepen als evangelisten, terwijl de Gemeente van Jeruzalem (onder leiding van de 12 apostelen, zie Hand. 6:2-5), hen tot diakenen had aangesteld. En de apostelen dachten er geen moment aan om tegen de wil van Gods Geest in te handelen.
Vandaag-de-dag zouden vele voorgangers dit echter wèl doen, wèl tegen Gods Geest ingaan, gedreven door menselijke kortzichtigheid en angst voor concurrentie, al gaat het doordrijven van hun eigen wil onder het mom van “het willen doen wat de Heilige Geest hen heeft geopenbaard”! In feite zijn zulke voorgangers bang dat die ouderling zich ontwikkelt in de lijn van ‘openbaarder van Gods verborgenheden’ en zij laten niet toe dat Gods Geest beslag krijgt op zijn leven door – op menselijke wijze – paal en perk te stellen aan zijn arbeid. Zij geven zo iemand gewoonweg géén gelegenheid. Soms leidt men hen wel op, maar men vertelt ze toch niet alles, bang als deze voorgangers zijn dat zulke ouderlingen hen straks zullen overvleugelen (d.i. in het geestelijke zullen overtreffen)!
De Heilige Geest werkt echter heel anders, namelijk op de manier zoals Hij dat ook door een rechtgeaarde[2] arbeider als Paulus kon bewerkstelligen: “Want ik heb niet nagelaten u heel de raad van God te verkondigen.” (Hand. 20:27, HSV)
Datgene wat Paulus van de Heilige Geest ontvangen had gaf hij ook aan zijn jongere medegelovigen door en bewaarde dat niet voor zichzelf. Glorie voor Jezus!
Wel mijn broeders en mede-voorgangers, wij hoeven niet bang te zijn voor concurrentie of voor al dat soort dingen, want als wij hieraan beginnen, komen wij zelf geestelijk niet vooruit, omdat wij de Heilige Geest hierin weerstaan! Wij laten ons dan leiden door ons vlees! En God zal onze kandelaar, als wij Hem getrouw en oprecht dienen, heus niet van zijn plaats wegnemen![3] Zijn wij niet ALLEN van Hem afhankelijk? De Here Jezus Christus was nooit bang voor concurrentie. Hij maakte Zijn discipelen deelgenoot van Zijn heerlijkheid; Hij vertelde hun over heel de raad van God”; Hij leidde hen dieper in Gods Woord, dieper dan de massa die het nog niet kon dragen. Dat Hij hun nog niet alles heeft kunnen vertellen, is begrijpelijk, als wij het raadsplan van God kennen en de geestelijke tekortkomingen van Zijn discipelen zien, ondanks Zijn leiding. Zelfs nog bij Zijn hemelvaart vroegen ze Hem of Hij Zijn Koninkrijk NU ging openbaren… Ondanks alles hadden zij nog steeds een aards koninkrijk voor ogen en verlangden zij naar de grootheid van Israël, met Hem als Koning!

De Schriftuurlijke voorwaarden, waaraan opzieners of ouderlingen hebben te voldoen
“Dit is een betrouwbaar woord: als iemand verlangen heeft naar het ambt van opziener, begeert hij een voortreffelijk werk. Een opziener nu moet onberispelijk zijn,
1. de man van één vrouw,
2. nuchter (SV: wakker),
3. matig,
4. eerbaar,
5. gastvrij,
6. bekwaam om (Gods Woord) te onderwijzen,
7. niet verslaafd aan (SV: niet genegen tot) wijn,
8. niet vechtlustig (SV: geen smijter)[4] ,
9. niet uit op schandelijke winst, maar welwillend (SV: bescheiden)[5] , niet strijdlustig en niet inhalig.
10. Hij moet zijn eigen huis goed besturen, zijn kinderen onderdanig houden, in alle eerbaarheid. (Want als iemand zijn eigen huis niet weet te besturen, hoe zal hij voor de gemeente van God zorg dragen?)
11. Hij mag geen pasbekeerde zijn, opdat hij niet hoogmoedig wordt en daardoor onder het oordeel van de duivel valt.
12. En hij moet ook een goed getuigenis hebben van buitenstaanders, opdat hij niet in opspraak komt en in een strik van de duivel terechtkomt.” (1 Tim. 3:1-7, HSV)
Dit Bijbelgedeelte begint met de eis dat een opziener ONBERISPELIJK moet zijn: er mag niets op hem aan te merken zijn in zijn “handel en wandel”. Dan vervolgt het Woord met een opsomming van zaken waarin een opziener onberispelijk moet zijn.

1. Een opziener moet “de man van één vrouw” zijn

Vóór alles moet een opziener of ouderling onberispelijk zijn in zijn huwelijksleven; hij moet zijn: DE MAN VAN ÉÉN VROUW. Wat wil dat zeggen? In deze Bijbelse manier van zeggen ligt het “niet-gescheiden-mogen-zijn” opgesloten. Immers, al is iemand voor de (aardse) wet gescheiden, dan is hij dat nog niet voor God; want een huwelijk wordt bij God slechts ontbonden door de dood! In het licht van Gods Woord heeft een gescheiden man, die daarna weer hertrouwd is, dus twee vrouwen, al heeft hij in het geheel geen gemeenschap meer met zijn eerste vrouw. Een gescheiden man zal dus nooit opziener in de Gemeente mogen zijn! Denk erom, ik spreek over een gescheiden en hertrouwd zijn in de bekeerde staat. Wat de betrokkene vroeger, als heiden, gedaan heeft en hoe hij toen geleefd heeft, is een geheel andere zaak. Gods Woord richt zich tot christenen, tot kinderen van God. Dit niet-gescheiden-mogen-zijn slaat op ùw leven, nàdat u zich hebt bekeerd. Het doet er dus niet toe, hoe uw huwelijksleven was vóór u zich bekeerde; u leefde toen in duisternis en wist niet, hoe God het wilde hebben. NU staat u echter in het Licht van God en uw leven hebt u dus nu te richten naar Zijn Woord; want u hebt nu Jezus Christus aangenomen als uw Levensheer. Wat de Here ONheilig acht, mag door u niet heilig worden geacht. God heeft het voor het zeggen in Zijn Wijngaard, in Zijn Gemeente, in Zijn Lichaam.
Als de Bijbel spreekt van “man-van-één-vrouw”, dan houdt dit in dat een opziener een gehuwd man moet zijn; en wel NAAR BEHOREN getrouwd. Hij mag niet zo maar “in vrije liefde” met een vrouw samenleven, zoals dit vandaag-de-dag veel gedaan wordt in de wereld. Hij moet een christelijk huwelijk en huwelijksleven kennen.
Vanzelfsprekend sluit deze uitdrukking “man-van-één-vrouw” iedereen voor het ambt van opziener of ouderling uit die – openlijk of bedekt – in bigamie[6] leeft; en ook iedereen, die naast hun wettige vrouw nog “amourettes” hebben.

2. Een opziener moet (in geestelijke zin) “wakker” zijn
Vervolgens moet een opziener of ouderling WAKKER zijn, dus niet (in geestelijke zin) slapen. Zijn gedachtenwereld moet méér in beslag genomen worden door de dingen van de Geest; die moeten in hem de overhand hebben – dus niet de dingen van het vlees, de dingen van het alledaagse leven – om de Here in de Gemeente (steeds wéér en méér) dienstbaar te kunnen zijn. Natuurlijk mag hij zijn werk in de maatschappij, als hij dat (nog) heeft, niet verwaarlozen; hij moet ook daar een arbeider zijn op wie men aan kan, zodat de Naam van de Here daarom niet gelasterd zal worden. Maar de tijd die over blijft moet hij zo veel mogelijk aan de Here wijden.
Hoe meer zijn geest bevangen wordt met de dingen van deze wereld, hoe minder bekwaam hij zal zijn om de geestelijke dingen van de Heilige Geest te ontvangen; hoe minder bekwaam hij zal zijn om, temidden van de Gemeente, zijn werk als opziener of ouderling te kunnen doen.
“Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, Die aan de rechterhand van God zit. Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op aarde zijn, want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God.” (Kol. 3:1-3, HSV)
“Want het bedenken van het vlees is de dood, maar het bedenken van de Geest is LEVEN en VREDE.” (Rom. 8:6, HSV)
“En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar wordt innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid (d.i. van uw denken), om te kunnen onderscheiden wat de wil van God is, namelijk de goede en welgevallige en volmaakte.” (Rom. 12:2, HSV)

3. Een opziener moet “matig” zijn
MATIGHEID moet worden betracht in alles, vooral op zinnelijk gebied. Hier valt het eten en drinken onder, maar boven alles, waar een opziener tòch een getrouwd man moet zijn, het seksuele leven. Daar is véél onmatigheid op dit gebied. God vraagt van u matigheid in uw seksuele leven. Hoe kunt u anders, wat dit betreft, de jongeren tot voorbeeld zijn? Jongeren die nog in hun “Sturm-und-Drang” periode (van onstuimigheid en dadendrang) zijn, die nog een leven kennen, waarin de driften hun nog ruimschoots parten spelen. Pas als uw lusten niet meer centraal staan, kunt u een leven leiden dat aan Gods Geest onderworpen is! Zeg niet, dat het ONmogelijk is. Bij God zijn ALLE dingen mogelijk. Hij kan alle zondige werkingen van het lichaam doden door het Vuur van de Heilige Geest.
“Want als u naar het vlees leeft, zult u (geestelijk gezien) sterven. Als u echter door de Geest de (zondige) praktijken van het lichaam doodt, zult u (geestelijk gezien) leven.” (Rom. 8:13, HSV)
Nu moet u ook weer niet denken dat de Rooms-Katholieken, met hun celibaat, het bij het rechte eind hebben. Helemaal niet, want die eis staat niet vermeld in Gods Woord. Sterker nog, God Zèlf heeft het huwelijk ingesteld en gezegd dat een opziener “de-man-van-één-vrouw”, dus een getrouwd man, moet zijn. Maar wij moeten gereinigd (willen) worden van onze zondige, vleselijke lusten en onze wandel moet daarom “gekuist”[7] worden door gewillig – achter Jezus aan – de kruisweg te volgen; weliswaar levende te midden van deze wereld, maar niet behorende tot deze wereld! Het geheim van een overwinnend (geestelijk) leven is, naast een onwrikbaar geloof (in het, voor ons persoonlijk, volbrachte offer van Christus aan het kruishout van Golgotha), het beslist kennen van een in alle opzichten – dus ook in het seksuele – overgegeven leven aan onze Here Jezus Christus. Dan worden wij door Gods Geest gelouterd in het Vuur van Zijn Wezen. Alleen zo kunt u, net als Paulus, uw lichaam – DOOR DE HEILIGE GEEST – bedwingen en het tot dienstbaarheid brengen aan onze Here Jezus Christus, en aan Zijn Gemeente. Halleluja! Hebt u wel eens een kaars zien opbranden? Zij brandt het helderst, als zij op haar eind is. Zo is het ook met uw en mijn leven. Hoe meer het kruisproces in ons wezen voltooid wordt, hoe wonderbaarlijker ons getuigenis en arbeid voor de Here is. Geprezen zij Zijn wonderbare Naam!
In het huwelijksleven moeten man èn vrouw deze kruisweg in Jezus Christus willen volgen, anders is er geen houden aan! Gods Woord onderkent de grote kracht van de seksuele drift, want er staat geschreven:
• “Onttrek u niet aan elkaar, behalve met onderling goedvinden voor een bepaalde tijd, om u te wijden aan vasten en bidden. Kom daarna weer bij elkaar, opdat de satan u niet zal verzoeken, OMDAT U ZICH NIET KUNT ONTHOUDEN.” (1 Kor. 7:5, HSV)
Daarom moeten wij ook niet meer willen doen dan de genade van God in het leven van beiden, man èn vrouw, heeft bewerkt. Altijd moeten wij in ons leven een geestelijk evenwicht handhaven en nooit naar één kant doorslaan. Dit is nooit Gods wil. "Overgeestelijkheid" wordt nooit veroorzaakt door de Heilige Geest, maar is een vrucht van het vlees dat voor Jezus uit wil lopen! Kom daarom beiden tot Jezus met hetzelfde gemoed en hetzelfde gevoelen. God wil dat wij, net als Abraham, tegen de Here zeggen: “Zie, hier ben ik”! (Gen. 22:1c). Laat God over uw leven beschikken! Wat wij, mensen, niet kunnen, dat doet Hij! Hij zal ons herscheppen door Zijn Woord, zoals er geschreven staat in Psalm 107 vers 20: “Hij zond Zijn Woord en heelde hen!”
Prijs Zijn wondervolle Naam! God zit nog altijd op Zijn troon; Hij is almachtig! Hij zal Zijn weg gaan in uw hart en leven, als u wilt leren om datgene te willen, wat Hij wil. Dan zal HIJ het doen. Halleluja!

KLIK HIER om deze studie (deel 7) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen![8]

CJH Theys[9]

[1] Een gulden regel = Een wijze vermaning of een goede raad.
[2] Rechtgeaard = De goede aard (of natuur) hebbend. Ook wel: Echt of rechtschapen (d.i. eerlijk).
[3] Een waarschuwing uit Openbaring 2:5 aan de Gemeente te Efeze, bestemd voor christenen die zich niet willen bekeren (d.i. afkeren van hun liefdeloze en dus zondige “handel en wandel”).
[4] De (tussen haakjes) toegevoegde woorden vanuit de oude Statenvertaling (SV) is in dit Bijbelgedeelte vooral gedaan omdat de uitleg (zie de sub-titels met de nummers 1 t/m 12) oorspronkelijk vanuit de Statenvertaling is gedaan.
[5] Zie noot 4.
[6] Bigamie = Het gelijktijdig met twee (of zelfs nog meer) personen gehuwd zijn.
[7] Gekuist, van het werkwoord “kuisen” = Hier: Gezuiverd worden (van alles wat zondig en ongepast is).
[8] Voor deel 1 t/m 6 van “Podium en Gemeente”, zie ons weblog van 4/6, 10/7, 10/8, 10/9, 10/10 en 10/11 en 10-12-2009.
[9] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog van 23-8-2009.
• De 1ste uitgave van deze studie was omstreeks 1970 (in boekvorm). Deze hernieuwde versie is door ons bewerkt naar (meer) HEDENDAAGS Nederlands.

donderdag 10 december 2009

Podium en Gemeente – deel 6

.

Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.




Hoofdstuk 6
De algemene zendingsopdracht
“Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen.” (Mark. 16:15, HSV)

“Ga heen”!
Dit eerste gedeelte van de opdracht van de Here, openbaart, dat Gods zending VOL VAN AKTIVITEIT is. Een waarachtig dienstknecht van God kan zich geen “luilekker-leven” veroorloven en dan nog denken dat hij zijn roeping getrouw is gebleven.
Als u ergens een (Bijbelse) boodschap moet brengen, is er een tijd van voorbereiding nodig. Een tijd van gebedsgemeenschap met God, gebedsworstelingen en aanbidding van de Here, opdat Hij u die boodschap zal geven, die geschikt is voor dat uur en geschikt voor hen, die dan onder uw gehoor zullen zijn.
Er zijn predikers die niet geloven in de noodzaak van “een voorbereiding in en met Christus” voor een te brengen prediking. Zij steunen dan op hun geroepen-zijn en (in dit geval abusievelijk) op de Bijbelse uitspraak: “Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen” (Ps. 81:11b, HSV). Als het dan zo ver is en zij de boodschap moeten brengen, doen zij hun “mond wijd open”, maar er is geen boodschap van God in hun hart… Hun getuigen en spreken is dan van de hak op de tak, er is geen geestelijke lijn in te bekennen!
Neen, vrienden, dit is niet wat God wil! Dit “doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen” slaat op de voorbereidende gebedsworstelingen, waardoor Gods Geest uit hetgeen-van-Christus-is zal nemen en het u zal verkondigen. God kan u een (Bijbel)tekst geven, maar dat is nog geen boodschap! U moet die (Bijbel)tekst dan uitwerken tot een boodschap onder de zalving van Gods Geest. Hij zal u dan de leidraad tonen, die Hij u wil laten volgen. Die (Bijbel)tekst is de kern van de boodschap, zoals het geraamte dat is van het menselijk lichaam. Het vlees echter, dat het lichaam gestalte (d.i. postuur en aanzien) geeft, zijn dan (in dit beeld) de belichtingen en neventeksten die de Heilige Geest u geeft, en dus de geestelijke lijn, die u hebt te volgen. De gestalte (d.i. het beeld) die de boodschap geeft, die u hebt te brengen, is die van de Here Jezus Christus. God zal u, zo doende, bekwaam maken om – als Zijn instrument – datgene te spreken, wat Hij wil dat u spreken zal! Prijst Zijn wonderbare Naam!
God heeft voor elke (Gemeentelijke of Kerkelijke) gemeenschap, waar u voor hebt te spreken, en voor iedere gelegenheid, Zijn geëigende (d.i. voor hen – op dat moment – geschikte) boodschap! Ik heb “evangelisten” gekend, ook “Pinkster-evangelisten”, die op hun tournee (dus: overal waar ze kwamen om te prediken) DEZELFDE boodschap brachten. Die boodschap was op zich Bijbels, maar was profetisch gezien ONgeschikt voor dàt uur en die gelegenheid. Zo’n boodschap, op die wijze gebracht, is dus in eigen kracht gebracht en zal daarom de zalving van de Heilige Geest missen!
Het is dus noodzakelijk om – in en door de Heilige Geest – intens gebedscontact met onze Goddelijke Zender te hebben, opdat wij Zijn lichte wenken en leiding kunnen verstaan en wij hierop kunnen inhaken. Hoe meer u zó met Hem mede-arbeidt, hoe méér u (de geestelijke dingen) verstaat, hoe dieper uw kennis en hoe verder uw geestelijk vergezicht reikt.
Wat kan ons hart brandend zijn als Hij ons Zijn Woord opent. Wij ervaren dan dezelfde belevenis als de beide Emmaüsgangers, toen Hij hun de Schriften opende (zie Luk. 24:45). Wij zijn (of worden) er, in één woord, door verkwikt! Menigmaal is moeheid van mij afgegleden, alleen al omdat God mij in Zijn Woord één ding liet zien! De ziel die zo’n geestelijke ervaring heeft, juicht, staat op in heerlijkheid en begint Hem te aanbidden, te loven en te prijzen! Het hart brandt dan door de gemeenschap met Jezus, het LEVENDE Woord! Gods Woord is waarlijk Geest en Leven! Zijn Woord is dan, als het ware, op dat ogenblik opnieuw “vlees geworden”!
U mag doctor zijn in de theologie, een leraar van de Schriften, en toch uw betoog buiten Christus houden. Er was een leraar onder de Joden, die (in de nacht) tot Jezus kwam en tot wie Jezus moest zeggen: “Bent u de leraar van Israël en weet u deze dingen niet? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wij spreken wat Wij weten en getuigen wat Wij gezien hebben; en toch neemt u Ons getuigenis niet aan. Als Ik u de aardse dingen gezegd heb en u niet gelooft, hoe zult u geloven als Ik u de hemelse zeg?” (Joh. 3:10b-12, HSV)
Kennis van Gods Woord hebben is wonderbaar; maar kennis van Gods Woord, zonder dat de Heilige Geest in uw hart woont en troont, dus kennis zonder Zijn zalving, doet u geen vorderingen maken in het Koninkrijk van God! Want Hij (d.i. de Heilige Geest) is ons gegeven tot Kracht en tot Wijsheid van God (zie 1 Kor. 1:30). Wij hebben Hem (d.i. de Heilige Geest, de 3de Openbaringsvorm van God) in alle dingen nodig! Daarom kan het in “waarachtig Pinksteren” (d.i. bij een echte, Bijbelse vervulling met Gods Heilige Geest) zó zijn dat een oude moeder, een oude lieve ziel, die vervuld is met de Heilige Geest, méér van het Koninkrijk van God weet, dan een theoloog, die in Leiden is afgestudeerd! Verlaat u zich daarom op de Heilige Geest. Laat uw leven door Hem vol van (geestelijke) activiteit zijn, maar wacht eerst op Zijn tijd, zoals de Geest het – door Paulus heen – zei: “buit de geschikte tijd uit!” (zie Kol. 4:5b). Laten wij niet arbeiden ZONDER Hem, gedreven door een blinde fanatieke ijver, die niet uit God, maar uit de mens is! Laten wij daarom altijd op een verstandige wijze ACHTER Jezus aan gaan! Glorie voor God!

Heen gaan “in heel de wereld”
Als Hij u geroepen heeft, moet u zich nooit gebonden voelen aan die bepaalde plaats, waar Hij u (in eerste instantie) brengt. Hij heeft ons heel de wereld gegeven tot arbeidsveld. U moet zich niet binden aan plaatsen of mensen, u moet zich binden aan de Heilige Geest! Laat Hèm u leiden in alle arbeid! Ik kende een evangelist die zich had “gebonden” aan een bepaalde plaats. Als er weinig mensen kwamen kreeg hij er (om het zo te zeggen) bijna een hartaanval van; hij was dan helemaal uit het veld geslagen. Zag hij echter veel mensen komen, dan was hij o zó blij! Hij was duidelijk gebonden aan mensen en aan die plaats! Hij wilde mensen tellen, net zoals David het volk van Israël wilde tellen. Daarom geliefden, blijf de Here dienen, waar Hij u stelt of plaatst; dient HEM, wees een “gevangene” van JEZUS en géén gevangene van een bepaalde bediening of een bepaalde plaats, of van mensen!
De evangelist Filippus was midden in een Heilige-Geest-opwekking in Samaria, maar hij moest zich – van Gods Geest – begeven op de weg van Jeruzalem naar Gaza, een weg die eenzaam en moeilijk begaanbaar was omdat het gebied woest was. Hij had echter niet gemurmureerd en gerebelleerd, maar hij ging! De Opwekker is altijd de Geest van God Zelf; Hij had Filippus als instrument daartoe gebruikt. Op dat moment had God hem ergens anders nodig en Filippus gehoorzaamde, al wist hij nog niet waarvoor hij er heen moest gaan. En wat blijkt: Het was voor de redding van één ziel, namelijk: de kamerheer van Candacé, de koningin van de Ethiopiërs (zie Hand. 8:26-39). Daarna bracht de Geest van God Filippus niet terug naar Samaria – want daar had Hij al anderen die Hij als instrument kon gebruiken – maar naar Asdod, aan de Judese kust. Daar verkondigde Filippus het Evangelie in alle steden terwijl hij het land doorging, tot hij in Caesarea kwam (zie Hand. 8:40). Filippus was niet gebonden aan een plaats of groep, hij was een waarachtig dienstknecht van de Here Jezus Christus.
U mag geen “Pinkster-mohammedanen” worden! Mohammedanen voelen zich gebonden aan een bepaalde moskee en/of aan een bepaalde plaats, en aan Mekka. Laten wij God leren dienen en aanbidden, daar waar Hij dit van ons vraagt, in geest en in waarheid. God zendt ons in heel de wereld! Wees open voor zo’n zending! Aan de andere kant moet u geen “globetrotter of wereldreiziger-in eigen-kracht” gaan worden!
Toen God John Wesley wonderbaar vervuld had met Zijn Geest en hij – onder de zalving van Gods Geest –predikte over de doop met de Heilige Geest, werd hij door de Methodistenkerk, waartoe hij tot dan behoorde, als predikant bedankt; hij werd daar ontslagen. Toen ging hij uit die gemeenschap en steunde geheel en al op de Here. Gods Geest leidde hem naar het kerkhof, naar het familiegraf van de Wesley’s. Zoals gewoonlijk werd het kerkhof ’s zondags druk bezocht door familieleden van de overledenen. Gods Geest maakte John Wesley toen duidelijk dat dit familiegraf van de Wesley’s het eigendom van zijn familie was en hij daarop dus de Blijde Boodschap kon brengen voor de daar aanwezige grafbezoekers. De Geest van God werd vaardig in hem en hij begon te prediken. Hij zei daar: “De wereld is mijn Gemeente en dit graf mijn podium”. De Geest van God gaf hem een wereldzending! Hij werkte toen niet langer binnen de nauwe begrenzingen van de Methodistenkerk, maar kreeg een open oog en kracht voor Gods WERELDROEPING!
Geliefden, wees bereid om te gaan, daar waar God u heen wil zenden.

“Predik het Evangelie aan ALLE schepselen”
U heeft, als geroepen dienstknecht van de Here, een positieve opdracht: “Predik het Evangelie, predik de Blijde Boodschap!” Als u een “Blijde Boodschap” moet brengen, moet u eerst zorgen, dat die “Blijde Boodschap” uw eigen hart met blijdschap heeft gevuld!
Predik NOOIT een “organisatie”, predik NOOIT een “systeem”, predik NOOIT een “groep”; maar predik Gods Blijde Boodschap! Predik NOOIT uw eigen persoonlijkheid, maar predik Jezus Christus en Dien gekruisigd!
[1] Halleluja! Geliefden, het breekt u zuur op als u een organisatie, een sekte, een groepering of wie en wat maar ook predikt. Uw opdracht luidt: “Predik het EVANGELIE!
“Predik het Evangelie AAN ALLE SCHEPSELEN.” (Mark. 16:15b, HSV)
Dit wil zeggen dat u in uw bediening geen AANNEMING DES PERSOONS mag kennen. Kies (zelf) geen ras uit, maar breng het Evangelie aan elk mensenkind van die plaats of dat land, waar de Here u heen heeft gezonden! Al luidt de opdracht van de Here dat u het Evangelie “in heel de wereld” moet prediken en “aan alle schepselen” (zie Mark. 16:15), toch moet u zich nauwgezet houden aan DE LEIDING VAN DE HEILIGE GEEST! Zo heeft Paulus eens het Evangelie in Azië willen prediken, maar Gods Geest verhinderde hem dat en richtte zijn schreden naar Europa!
“En nadat zij door Frygië en het land van Galatië gereisd waren, werden zij door de Heilige Geest verhinderd het Woord in Asia te spreken. En bij Mysië gekomen, probeerden zij naar Bithynië te reizen, maar de Geest liet het hun niet toe. En nadat zij Mysië voorbijgereisd waren, daalden zij af naar Troas. En Paulus kreeg in die nacht een visioen te zien: er stond een Macedonische man, die hem dringend vroeg: Kom over naar Macedonië en help ons!” (Hand. 16:6-9, HSV)

KLIK HIER om deze studie (deel 6) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen!
[2]

CJH Theys
[3]


[1] Waarmee bedoeld wordt: “Bij Jezus Christus horen en bij degenen die, met Hem, gekruisigd zijn! Dus: ook wij moeten – in geestelijke zin – met Hem gekruisigd (willen) worden: namelijk afsterven aan (d.i. verlost worden van) onze oude, zondige natuur! Voor meer hierover, zie de “Kennismakingsbrief”, op ons weblog, bij december 2008!
[2] Voor deel 1 t/m 5 van “Podium en Gemeente”, zie ons weblog van 4/6, 10/7, 10/8, 10/9, 10/10 en 10-11-2009.
[3] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog van 23 augustus 2009.
· De 1ste uitgave van deze studie was omstreeks 1970 (in boekvorm). Deze hernieuwde versie is door ons bewerkt naar (meer) HEDENDAAGS Nederlands. De originele versie (digitaal uitgetypt) is eventueel op aanvraag – via
info@eindtijdbode.nl – te verkrijgen.


vrijdag 10 juli 2009

Podium en Gemeente - deel 2


Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.




Hoofdstuk 2
Gods arbeider en de Gemeente
Een Gemeente in deze Nieuwtestamentische periode (van in totaal zo’n 2000 jaar), waarin de Geest van God Zijn weg niet kan hebben, is geen Gemeente in de Schriftuurlijke zin en derhalve GEEN Gemeente van God! Een Gemeente van God is dus een hechte gemeenschap van gelovigen waarin de Geest van God de leiding heeft, en Hij dus de overste Leidsman en de Voleinder van het geloof is. Vanzelfsprekend werkt de Heilige Geest deze leiding uit door middel van mensen in wie Hij woont, door wie Hij dus werkt; waarom dezen ook “medearbeiders van God” worden genoemd.
Velen willen wel graag een Gemeente bedienen, maar dan één, die al gevormd is. Dit lijkt hun gemakkelijker; toch is dat niet zo! Bovendien is er niets zo wondervol, althans indien u hiertoe geroepen bent, dan om eerst nog onbekeerde zielen te zoeken en die – door Gods genade – te brengen in Zijn Koninkrijk; om met die zielen straks samen een Gemeente van de grond af aan op te bouwen. Is die Gemeente – door de leiding en kracht van de Geest – gevormd, dan is u roeping bevestigd èn kent u uw “schapen” door en door.
Velen kennen een verlangen om iets voor de Here te doen; maar zo’n verlangen hoeft nog geen roeping van God te zijn. Toen God Saulus van Tarsen riep, was hij een vervolger van de Gemeente en had zelf allerminst iets, wat op een Gemeente van God leek. Maar toen Saulus een Paulus wilde worden en aan God de beslissing wilde overlaten, werd hij de “apostel der heidenen” bij uitnemendheid. Glorie voor God! Hij reisde de streken en steden af en bouwde Gemeenten op! Halleluja!

De arbeider van God moet Hem dienen zonder aanzien des persoons
“Mijn broeders, heb het geloof van onze Here Jezus Christus, de Here der heerlijkheid, zonder aanzien des persoons. Want als in uw samenkomst een man zou binnenkomen met een gouden ring aan zijn vinger, in sierlijke kleding, en er kwam ook een arme man in haveloze kleding, en u zou hoog opzien tegen hem die de sierlijke kleding draagt en tegen hem zeggen: Gaat u hier zitten op een mooie plaats, en u zou tegen de arme zeggen: Gaat u daar maar staan, of: Ga hier zitten bij mijn voetbank, hebt u dan niet onder elkaar een onderscheid gemaakt en bent u zo geen rechters geworden met verkeerde overwegingen?” (Jak. 2:1-4, HSV)
Als u bij uzelf denkt: “Deze christen betaalt goed zijn tienden
[1], daarom zal ik bij hem maar wat door de vingers zien; maar die andere christen betaalt zijn tienden niet, die zal ik flink op zijn plaats zetten!” dan dient u met “aanzien des persoons”! Of als u het niet zo nauw neemt met Gods Woord, wanneer het een familielid betreft, dan meet u met twee maten! Zo kan men (ook) niet ten volle verzekerd zijn van uw dienst (ten aanzien van de Gemeente)!
Ongeacht voor wie maar ook – hetzij voor een koning of keizer, hetzij voor een bedelaar – hanteer dit Woord goed, snijdt het Woord recht! Dit geldt zowel voor apostelen alsook voor gewone discipelen van de Here.

Een arbeider van God moet zijn eigen huis goed kunnen regeren
Als u als arbeider (in Gods Gemeente) uw eigen huis niet kan regeren, hoe wilt u Gods Huis, de Gemeente, regeren? Weet u, dat Amerikaanse burgers geen gescheiden president willen hebben, wat hij ook is en hoe rijk hij ook is? Want wat zeggen de Amerikaanse burgers? Hetzelfde wat Gods Woord zegt: “Als hij zijn eigen huishouding niet kan regeren, hoe wil hij de staathuishoudkunde van de Verenigde Staten aankunnen”…? Zo kunnen wij ook geen goede voorganger of evangelist zijn als wij ons eigen huis niet (goed) kunnen regeren. Er zijn heel wat evangelisten, die hun eigen huis niet kunnen regeren: zij worden geregeerd door hun vrouw! Zo worden dit type arbeiders ook vaak geregeerd door de Gemeenteleden!

Een arbeider moet getrouwheid kennen in zijn bediening, ondanks strijd
Wat een arbeider in zijn bediening moet kennen is: GETROUWHEID. Getrouwheid is een van God ontvangen talent. Woeker daarmee, al is het gekregen talent nog zo eenvoudig. U kunt, door uw getrouwheid als ouderling of diaken, misschien een wankelmoedige voorganger in de kritieke ogenblikken van zijn leven tot goede steun en hulp zijn; juist genoeg om hem door die ogenblikken heen te helpen.
Geestelijke gaven en talenten komen pas dan tot hun recht, als wij God willen dienen, zoals Hij het wil. Dit geldt voor het gebruik van alle gaven en talenten. Doen wij dit niet dan zijn de beste geestelijke gaven NUTTELOOS! Dit geld evenzeer voor een talent als getrouwheid! Een groot loon wacht die dienstknecht, die zijn Heer getrouw heeft gediend.
· “Goed gedaan, goede en trouwe slaaf[2] (SV: dienstknecht), over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer.” (Matth. 25:23, HSV)
· “Goed gedaan, goede slaaf
(SV: dienstknecht), omdat u in het minste trouw bent geweest, wees daarom machthebber over tien steden.” (Luk. 19:17, HSV)
God stelt véél meer prijs op een arbeider die de hem toevertrouwde schapen, zonder veel geschreeuw, trouw hoedt, ook al komt er een “wolf” opdagen, dan op iemand, die van nature welsprekend is en andere wonderbare gaven bezit, maar vlucht als hij merkt, dat er strijd op komst is; iemand, die altijd uitvluchtjes weet te vinden om de strijd te ontlopen; die niet aanwezig is, als er herrie of ruzie in de Gemeente is, omdat hij er al eerder lucht van kreeg…
Laten wij de les die Jakob, de “hiellichter”, ons heeft gegeven in gedachten houden. Toen strijd hem wachtte – omdat hij zijn broer Ezau moest ontmoeten, die tegen hem verbitterd was vanwege zijn (leugenachtige) handelingen (zie Genesis vanaf hoofdstuk 27) – toen had hij willen worstelen met die Man bij de beek, de Jabok (zie Gen. 32:24-30). En die Man was God! Jakob worstelde dus met God! Maar Jakob liet Hem niet gaan voordat Hij hem zegende en zijn naam veranderde van Jakob in Israël, van “hiellichter” in “strijder van God”! Jakob zond vijf kudden naar zijn broer Ezau (vijf is het getal van “verzoening”); ook boog Jakob zich zeven keer voor Ezau, wat getuigt van Goddelijke ootmoed (d.i. het zich vrijwillig en nederig aan iemand onderwerpen), halleluja! Daardoor kon Ezau zijn broer Jakob daadwerkelijk en niet anders dan in verzoening ontmoeten!
Als u niet kan of durft te strijden als een arbeider van God, kan God u nooit – als Zijn mede-arbeider – in Zijn Gemeente plaatsen; Hij heeft aan zo’n arbeider niets! Ons is nooit beloofd dat onze weg naar de hemel “over rozen” gaat, integendeel, de weg naar de hemel gaat “langs vele verdrukkingen”… Maar laten wij hierbij niet vergeten dat Hij beloofd heeft: “Ik ben met u, alle dagen, tot aan de voleinding der wereld!” (Matth. 28:20). Prijs God! Houdt dus vast en blijft staan, dáár, waar u door de Here bent geplaatst. Nogmaals: als u, als gevolg van ’s Heren roeping, uw schouders hebt gezet onder een bepaald werk van Christus, als u in een zekere bediening van Hem staat, BLIJF dan staan, HOUD vast wat u hebt! Ook in dit geval geldt het Woord van de Here: “Houd vast wat u hebt, opdat niemand uw kroon zal wegnemen! (Openb. 3:11b, HSV).
Van Demas lezen wij dat hij op een gegeven ogenblik de apostel Paulus afviel, maar er waren – dank zij Gods voorzienigheid – anderen, die zijn plaats konden innemen. Glorie voor God! Laten wij Bijbelse voorbeelden als deze goed voor ogen houden.
Laten wij, aangaande deze dingen, ons liever spiegelen aan het Woord, zoals geschreven in 2 Timotheüs 4 vers 1-5: “Ik dring er dan op aan, voor God en de Here Jezus Christus, Die levenden en doden zal oordelen bij Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk: predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen. Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderwijs. Want er zal een tijd komen dat zij het gezonde (Bijbelse) onderwijs niet zullen verdragen, maar zij zoeken wat hun gehoor streelt, en zullen voor zichzelf leraars bijeenrapen naar hun eigen begeerten. Ze zullen hun gehoor van de waarheid afwenden en zich keren tot fabels. Maar u, wees nuchter (SV: wakker) in alles. Lijd verdrukkingen. Doe het werk van een evangelist. Vervul uw dienstwerk (t.a.v. de Gemeente van God) ten volle.” (HSV)
Het is een Woord vol van vermaningen en raadgevingen van Paulus aan de jonge Timotheüs, die hij, dank zij de genade van de Here, mocht stellen onder zijn leiding. Timotheüs werd door de Here geroepen om een evangelist te zijn van de Gemeente van God.
U zult, als u het Woord van God predikt, altijd mensen vinden die niet willen dat u hun leert hoe het hoort; die niet willen dat u hun vermaant. Zij willen slechts “de Blijde Boodschap” horen! Dit is in tegenspraak met de opdracht aan elke evangelist, een Bijbelse opdracht waarover wij (hierboven) in 2 Timotheüs 4 vers 1-5 hebben gelezen. En… er staat niet voor niets in 2 Timotheüs 3 vers 16 ook nog het volgende te lezen: “De hele Schrift is door God ingegeven, en is nuttig om te ONDERWIJZEN,...” (HSV)
Als u werkelijk het Woord van God predikt, ONDERWIJST u! Dit is wat een brenger van het Woord nummer één moet doen; natuurlijk niet in eigen kracht, en ook niet door geweld, maar door de Geest van God. Dus: predik het Woord van God! En dit Woord is niet alleen "nuttig om te onderwijzen", maar ook om “te weerleggen (aan hen bij wie Gods Woord weerstand oproept), te verbeteren (aan hen die Gods Woord onjuist uitleggen) en op te voeden (hen die zijn afgedwaald en dan nog dikwijls denken, dat zij het beter weten)”.
Ook heeft Paulus in 2 Timotheüs 4 vers 2 (zie hierboven) onder andere geschreven: “…bestraf (degenen die zondigen, die door hun handel, wandel en/of woord “willens en wetens” in verzet tegen Gods Woord komen), vermaan, en dat met alle geduld (degenen die nalaten te doen wat men moet doen)”.
Daarom heeft een arbeider in de dienst des Heren kennis nodig aangaande het Woord van God; anders kan hij dit Woord niet “recht snijden” (d.i. brengen en uitleggen zoals God het wil en bedoeld heeft)!
Het Woord van God is geen speelgoed! Hoeveel gelovigen spelen in deze laatste dagen niet met dit Woord! Zij hanteren het zoals zij het willen, zoals het in hun kraam te pas komt! Zulke gelovigen durven niet met een “open Bijbel” de wil van God onder de loep te nemen, bang als zij zijn voor de uitspraken van Gods Woord. Eén ding is waar: dit Woord scheidt ons van de zonde. Maar het omgekeerde is evenzeer waar: de zonde scheidt ons van Gods Woord, de zonde maakt dat u dit Woord niet (waarlijk) liefhebt. Als u werkelijk God wil dienen, ondanks strijd, dan grijpt u naar dit Woord!

KLIK HIER om deze studie (deel 2) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen![3]

CJH Theys[4]


[1] Waar – Bijbels gezien èn bestemd voor “het werk des Heren” – ook echt 10% van al uw inkomsten mee wordt bedoeld. Zie o.a. Mal. 3:8-10, Matth. 23:23 en Luk. 11:42.
[2] Het woord “slaaf” heeft bij ons een nare klank, maar m.i. is het een goede vertaling, omdat Hij waarlijk onze “Heer en Meester” is want… “Hij heeft ons gekocht en betaald” met Zijn eigen Bloed!
[3] Voor deel 1 van “Podium en Gemeente”, zie ons weblog van 4 juni 2009.
[4] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog, onder “Mijn volledig profiel weergeven”.
· De 1ste uitgave van deze studie was omstreeks 1970 (in boekvorm). Deze hernieuwde versie is door ons bewerkt naar (meer) HEDENDAAGS Nederlands. De originele versie (digitaal uitgetypt) is eventueel op aanvraag – via
info@eindtijdbode.nl – te verkrijgen.

donderdag 4 juni 2009

Podium en Gemeente[1]


Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.




Voorwoord

Met de uitgave van “Podium en Gemeente” geloven wij te voorzien in de behoefte van vooral jonge (en vaak dus nog onervaren) arbeiders op het arbeidsveld des Heren aan studies, zoals hier gegeven. Deze vinden uiteraard hun fundatie (hun basis) in de Bijbel en zijn samengesteld aan de hand van de praktijk gedurende vele jaren.
De schrijver hoopt dat in dit werk genoeg gevonden zal worden dat dienen mag als (nuttige) “informatie”. En wanneer er waardering is van de zijde van hen die dit lezen en bestuderen, zullen zij èn de schrijver van deze studie een berg hebben beklommen, waarvan de top uitsteekt boven het “normale, alledaagse leven”!
Met het “delven” uit de (geestelijke) Mijn – vol van de rijkste goudertsen,… uitgegraven met het “houweel van volharding” en met de “spade van liefde”, die beide werden gehanteerd met “handen van gepaste ootmoed” – gaat de bede, dat de Here Jezus Christus Zijn ONmisbare zegen zal schenken aan de inhoud, opdat er een blijvende zegen zal zijn voor die dappere menigte van jonge (vaak nog onervaren) arbeiders die bezield zijn met dat “heilig vuur”, met die heilige ijver; niet alleen om “vissers te zijn van mensen”, maar ook om de bijeengebrachte zielen te dienen in eenvoud en met een nederig hart, als zijnde: “een Gemeente van God”!!

Geheel de uwe, in de dienst van de Here, de Here van de oogst (d.i. de oogst van zielen).

CJH Theys
[2]

De arbeider van de Here en zijn verhouding tot God
Dit onderwerp “Podium en Gemeente” staat in verband met drie dingen:
1. De Heilige Geest, de Goddelijke Bewerker van alle arbeid in en voor de Gemeente;
2. De arbeider, ongeacht zijn ambt, functie of bediening;
3. De Gemeente.
Wij zullen eerst de arbeider van de Here onder de loep nemen en zijn algemene verhouding tot God, de Heilige Geest (de 3de Openbaringsvorm van God
[3]), om dan, in het hierna volgende hoofdstuk, deze arbeider nader te beschouwen in zijn algemene verhouding tot de Gemeente, die hij in de Naam de Here moet bedienen.

De arbeider en zijn karakter
Vóór alles hoort een arbeider van God een DEGELIJK KARAKTER te hebben. Dit is meer waard dan de naam van “een geweldige spreker of prediker” te hebben.
Goede gewoonten vormen het karakter ten goede, slechte gewoonten vormen het echter ten kwade. Laat mij het zo zeggen: het natuurlijke karakter wordt mede gevormd door “vaste” gewoonten (die wij vaak graag laten zoals ze zijn). Het komt dus hierop neer: Als u “van huis uit” mededeelzaam (o.a. behulpzaam)
[4] en gastvrij bent en u leert de Here Jezus Christus kennen, dan leert u, als u Hem (echt) hebt aangenomen, door Hem het leven in de Geest kennen en zult u zich door Hem laten leiden. Het natuurlijke in uw karakter wordt dan door Hem geheiligd en als u dit karakter zo door Hem laat vormen (laat cultiveren als een parel) dan verkrijgt u – in en door Hem – dat degelijke karakter. Maar bent u “van huis uit” niet gastvrij, niet mededeelzaam (behulpzaam etc.), eerder geldgierig dan vrijgevig, dan moet u dit beroerde karakter neerleggen op het (brandoffer)altaar[5] van God, om het, als een brandoffer, “te laten verbranden tot as”, zodat Hij u van dat beroerde karakter kan verlossen. Dit brengen van uw ‘wezenskarakter’[6] voor God moet u ZELF doen. U moet een afkeer van uw eigen karakter krijgen en, net als Jakob, (in het gebed) willen worstelen met God (zie Gen. 32:24-30), om ervan verlost te worden
Vele dingen in het geestelijk leven moeten wij ZELF doen; en dat net zoveel keer als de Bijbel zich tot ons richt met een “Laten wij”. Als er staat geschreven: “Kom naar Mij toe” (Matth. 11:28a, HSV), dan is het niet zo, dat de Heilige Geest u tot Jezus moet brengen; neen, dat moet u ZELF doen. U moet komen tot de Heilige Geest, Die de Geest van de Here Jezus Christus is, om door Hem de verlossing en vernieuwing te smaken.

Een arbeider moet een leven in afhankelijkheid van Hem leiden
Een arbeider van God moet altijd woekeren met zijn tijd, met zijn kennis van Gods Woord, met zijn talenten, maar boven alles zal hij hebben te ervaren dat, wil hij een Gemeente dienstbaar kunnen zijn, hij een leven in AFHANKELIJKHEID VAN JEZUS CHRISTUS moet leiden. Hoe meer u beseft dat u in alles op Hem moet leunen, hoe meer u van Gods Heilige Geest zal ontvangen.
Als wij op een gegeven moment echter zouden denken: “Het gaat goed zo, het gaat prachtig. Ik heb betrouwbare ouderlingen, dus het zal wel goed gaan”, dan lopen wij (dikwijls) het gevaar, dat wij GEESTELIJK ONACHTZAAM worden, geestelijk onverschillig! De belangen, aangaande de “schapen” die ons zijn toevertrouwd, zouden dan wel eens niet meer zo nauwgezet behartigd kunnen worden! God zal u dan, hoewel Hij u hierop af en toe attent zal maken, eerst kalm laten voortsukkelen, totdat u op een gegeven ogenblik tot de gewaarwording bent gekomen dat u (geestelijk) volkomen bent “drooggelopen”. Als Gods Geest u zo – als het ware – “op het matje” roept, dank God dan voor deze bezinning en keer terug tot de (volkomen) afhankelijkheid van Hem.
Jezus betoonde Zijn afhankelijkheid van de Vader met de volgende openbaring:
· “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De Zoon kan niets van Zichzelf doen, als Hij dat niet de Vader ziet doen; want al wat Deze doet, dat doet ook de Zoon op dezelfde wijze.” (Joh. 5:19, HSV)
· “Ik kan van Mijzelf niets doen. Zoals Ik hoor, oordeel Ik en Mijn oordeel is rechtvaardig; want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van de Vader, Die Mij gezonden heeft.” (Joh. 5:30, HSV)
Jezus leunde geheel en al op de Vader; en wij moeten dit net zo doen ten opzichte van Jezus. Wij zijn volkomen afhankelijk van Zijn zalvingen. Zonder Hem kunnen wij niets doen. Men kan van nature getrouw zijn, hulpvaardig, welbespraakt en bereid tot een zekere bediening, maar als de zalving van God aan woord en daad ontbreekt, dan is die bediening krachteloos, ongezouten, zonder die Goddelijke “vitaminen”, die een zondaar brengen tot bekering en een gelovige tot de waarachtige overgave aan God, zoals een kind van God betaamd! Helaas nemen velen genoegen met zulk een surrogaat-bediening… Laten wij dit echter niet doen, vrienden, laten wij geen surrogaat
[7] accepteren, niet van de kant van de arbeider van God, maar ook niet van de kant van ‘de Gemeente van God’! Laten wij slechts genoegen nemen met het ware Bijbelse Pinksteren (zoals beschreven in het Bijbelboek Handelingen), met een leven in absolute afhankelijkheid van die machtige zalvingen van de Geest van God.

Bouw nooit op eigen kracht
Bouw nooit op (menselijke) gaven en talenten. De beste (menselijke) gaven zijn geestelijk nutteloos als ze niet gebruikt worden onder de zalving van de Heilige Geest. U mag een briljant spreker zijn, maar toch helemaal geen (geestelijke) stichting brengen, de harten helemaal niet roeren tot bekering, overgave en toewijding! Daarentegen kunt u een eenvoudig mens zijn met een eenvoudige opleiding, maar toch uw toehoorders (geestelijk) verzadigen. Waarom? Omdat u dan spreekt onder de ZALVING VAN DE HEILIGE GEEST. Een Woord gesproken onder de Zalving van de Heilige Geest wordt als het ware omwikkeld met de LIEFDE VAN GOD! Beide mogen de waarheid aangaande Gods wil onder woorden brengen, maar predikers die tot de eerstgenoemde categorie behoren rekenen op educatie (d.i. het geestelijk opvoeden of vormen van hun toehoorders door middel van kennis alleen): zij bouwen op (hun eigen, menselijke) talenten en gaven en daarom blijft hun “woord” MENSELIJK, al kan dit “menselijke” boeiend en mooi zijn, toch werpt het nooit ‘eeuwigheidsvruchten’ af! De laatstgenoemde categorie predikers leven echter in overgave en afhankelijkheid van de Heilige Geest. Deze predikers bidden tot de Heilige Geest (de 3de Openbaringsvorm van God)
[8] om Hem te vragen of Hij hun mond wil gebruiken en vullen met Zijn sprake, met Zijn woorden. En wie kan er spreken en werken zoals Hij? Daarom brengen deze predikers EEUWIGHEIDSVRUCHTEN voort! Onze eigen persoonlijkheid, hoe wonderbaar ook, is voor het Koninkrijk van God NIETS WAARD zonder de zalving van de Heilige Geest. Geeft Hem (d.i. Gods Geest, de Heilige Geest) daarom plaats en ruimte in uw hart en leven.
Denk niet dat het u ooit schade zal berokkenen als u Hem datgene geeft, wat Hij van u af moet eisen. In plaats van de prijs die u moet betalen – namelijk het afsterven aan uw oude, zondige leven: het loskomen van ALLE (zondige) BANDEN MET VLEES, WERELD EN DEMONISCHE MACHTEN – zal Hij u talrijke zegeningen geven en U, in en door Zijn eigen Geest, HEILIGEN!
· “Want wat baat het een mens, als hij heel de wereld wint en aan zijn ziel schade lijdt?” (Matth. 16:26a, HSV).
U kunt beter arm zijn in de ogen van de mensen, maar rijk zijn in God! Soms moet u iets prijsgeven om DATZELFDE, maar dan GEHEILIGD, van Hem terug te ontvangen!
In dit licht gezien zult u begrijpen dat u nooit kwesties, die de Gemeente aangaan, op mag lossen in eigen kracht; noch dat u, wat het werk in de Gemeente aangaat, mag bouwen op MENSEN! De Gemeente is een erfdeel van de Here, die Hij u heeft toevertrouwt. Ga daarom, voor problemen die de Gemeente aangaan, niet te rade met mensen “van vlees en bloed”, maar zoek de oplossing bij de Heilige Geest (de 3de Openbaringsvorm van God), Die nooit buiten Zijn Woord zal gaan!


De arbeider moet God en Zijn Woord boven alles liefhebben, meer dan wat hijzelf is of heeft
Hebt u eenmaal een bediening aangenomen, en hebt u uw schouders gezet onder een taak, dan verwacht God, dat u tot het uiterste zal gaan met Hem, want Hij gaat tot het uiterste met u.
U moet God, Zijn Woord en Zijn Koninkrijk liefhebben, ook Hem eren, boven uzelf! U kent vast wel de gelijkenis van de Koninklijke bruiloft (zie Matth. 22:1-14). Allen werden uitgenodigd daartoe; een dienstknecht ging persoonlijk naar de genodigden toe. Maar… zij lieten zich allen, om verschillende redenen, verontschuldigen! De les die wij hieruit leren is:
1. dat de meeste christenen meer liefhebbers zijn van zichzelf dan van God; dat hun eigen wil prevaleert (d.i. de overhand heeft) boven die van God (zij “grepen zijn dienstknechten, mishandelden hen en doodden hen”, zie Matth. 22:6);
2. dat de meeste christenen meer liefhebbers zijn van de wellusten, dan liefhebbers van God (“ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen”, zie Luk. 14:20);
3. dat de meeste christenen meer liefhebbers van het materiële zijn, dan van het Koninkrijk van God (“Maar zij sloegen er geen acht op en gingen weg, de één naar zijn akker, de ander naar zijn zaken”, zie Matth. 22:5. “En een ander zei: Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga erheen om ze te keuren. Ik verzoek u: Houd mij voor verontschuldigd”, zie Luk. 14:19).
Laat het met u zo niet zijn.

KLIK HIER om deze studie (deel 1) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen!

CJH Theys[9]

[1] Onder “podium”, in de ruime zin van het woord, wordt verstaan:
De plaats, de functie, in de Gemeente van de levende God, waartoe de Heilige Geest ons heeft geroepen en tot de bediening waarvan Hij ons bekleedt met macht en kracht om naar die roeping de Gemeente te dienen.
[2] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog, onder “Mijn volledig profiel weergeven”.
[3] Zie de uitleg bij de PDF-versie. Zie ook de uitleg bij noot 8. Zie eventueel op onze website www.eindtijdbode.nl/ ook nog de studie: “De natuurlijke mens en de Heilige Geest”.
[4] Met “mededeelzaam” wordt hier m.i. “het onderlinge hulpbetoon”, indien nodig ook hulp in de vorm van geld en/of goederen, bedoeld. (Vergelijk Hebr. 13:16 van de Statenvertaling met de Herziene Statenvertaling).
[5] Voor meer over de geestelijke betekenis van de verschillende tabernakelobjecten, zie eventueel op onze website www.eindtijdbode.nl/ de studies: “Christus in de Tabernakel” van CJH Theys en/of “De Tabernakel van Israël” en/of “Lukas; het boek van de NIEUWE MENS in Christus” van E. van den Worm.
[6] Met ‘wezenskarakter’ wordt m.i. bedoeld: Uw karakter, uw aard, uw natuur, uw wezen; en dat is het essentiële, wat iemand maakt tot wie hij of zij (ECHT) is.
[7] Surrogaat = Letterlijk: Vervangingsmiddel van mindere kwaliteit. Het wordt gebruikt om iets, dat niet voorhanden of moeilijk te verkrijgen is, te vervangen.
[8] Onze almachtige God heeft 3 openbaringsvormen: Vader, Zoon en Heilige Geest. Gods wezen is een Eénheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit drie personen bestaat, is een dwaling. In Deut. 6:4 staat: "Hoor, Israël: de Here is onze God; de Here is één! (dus één Persoon!)". Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (d.i. geslagen) (zie Exod. 25:18). En, ook de mens bestaat uit een lichaam, het zichtbare deel (1), een ziel (2) en geest (3).
[9] De 1ste uitgave van deze studie was omstreeks 1970 (in boekvorm). Deze hernieuwde versie is door ons bewerkt naar (meer) HEDENDAAGS Nederlands. De originele versie (digitaal uitgetypt) is eventueel op aanvraag – via info@eindtijdbode.nl – te verkrijgen. Zie ook nog noot 2.