Posts tonen met het label Zalving vd Heilige Geest. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zalving vd Heilige Geest. Alle posts tonen

woensdag 9 februari 2011

Boekbespreking 26: De 7 donderslagen van Openbaring 10:3


Ee
n Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1],
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

De 7-voudige overwinning van Jezus, de Leeuw van Juda, over zonde en satan in Gemeente (Kerk) en wereld in de laatste dagen.
Openb. 10:1 “En ik zag een andere sterke Engel nederdalen uit de hemel, bekleed met een wolk, en de regenboog was op Zijn hoofd en Zijn gelaat was als de zon en Zijn voeten waren als zuilen van vuur,”
Hier zien wij de Engel van het Bloedverbond (zie Mal. 3:1 en Openb.1:12-18), onze Here Jezus Christus, onzichtbaar voor het mensenoog en in de volle kracht van de Heilige Geest in de eindtijd in de wereld der mensen verschijnen. Twee millennia (2000 jaren) heeft Hij de kerkelijke arbeid in handen van de mensheid gelaten, opdat de geestelijke arbeiders, na bekering en overgave, Zijn krachtige Geest mochten zoeken om, door Hem gezalfd en geleid, het heilswerk in de wereld te mogen verrichten. Dit mensenwerk is echter in Zijn ogen te licht en vaak buiten Hem om bevonden. In het laatste geval heeft al het menselijk arbeiden geen eeuwige vrucht afgeworpen en wordt deze arbeid als hout, hooi en stro door Gods vuur verbrand.
1 Kor. 3:12-15 “Is er iemand, die op dit (Goddelijk) fundament bouwt met goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi, of stro, ieders werk zal aan het licht komen. Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt, en hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken. Indien het werk, dat hij erop gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen, maar indien iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden, doch hij zelf zal gered worden, maar als door vuur heen.”
Nu, in de sluitingstijd, de eindfase, van de Goddelijke genade, neemt Hij de leiding in het geestelijk werk volkomen in eigen hand (zie Ef. 1:9-10, Openb. 1:16 en 20, zie hiervoor ook hoofdstuk 2, de 1ste Goddelijke proclamatie). Wij zijn dan zo ongeveer in de laatste jaarweek van Daniël 9:27, de laatste 7 jaren van onze huidige wereld, beland.
Dan. 9:27 “En Hij zal het (Bloed)verbond voor velen zwaar maken (letterlijke vertaling: bevestigen), een week lang; in de helft van de week zal Hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester (de antichrist) komen, en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest is (de antichrist zal de oorzaak zijn, dat de hemelse Rechter, onze Here Jezus Christus uiteindelijk de fiooloordelen over de aarde doet komen, die een totale verwoesting over de antichristelijke wereld brengen zullen).”
In deze sluitingstijd (de laatste jaarweek, de 7 laatste jaren van deze wereld) zal Hij Zich weer met Israël, met alle 12 stammen van Jakob, bemoeien. Hij zal velen onder hen brengen tot overgave en geloof in Hem en in Zijn gestorte Bloed, zo Zijn Bloedverbond met hen sluiten (voor hen dit verbond bevestigen, zie Dan. 9:27a). In de eerste helft van deze jaarweek (de eerste 3½ jaar) zal ook de grote wereldwijde opwekking plaatsvinden en de grote exodus (uittocht) van heel Israël uit de wereld naar Kanaän toe (zie Jes. 11:10-11, zie hiervoor ook hoofdstuk 7, de 6de Goddelijke proclamatie). In de helft van deze jaarweek zal Hij de genade voor deelname aan Zijn slacht- en spijsoffer, aan Zijn Bloedverbond, doen ophouden, hierdoor de genadedeur sluiten en zal de grote verdrukking van 3½ jaar aanvangen. Hierna zal de totale vernietiging van de antichristelijke wereld beginnen (zie Openb. 10:6-7, zie hiervoor ook hoofdstuk 8, de 7de Goddelijke proclamatie).
Amos 9:11-12 “Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, Ik zal haar scheuren dichten en wat daarvan is ingestort, overeind zetten; Ik zal haar herbouwen als in de dagen van ouds, opdat zij beërven de rest van Edom en van al de volken over wie mijn naam is uitgeroepen (het begenadigde deel van de heidenvolken zal Hij aan Israël toevoegen), luidt het woord van de Here, die dit doet.”
Hij zal Zijn relatie met Israël herstellen en velen uit hen, naar Gods roeping, in grote kracht zaligmakende genade verlenen (een derde deel van heel Israël zal zich tot God bekeren en hierdoor gered worden, tweederde van Israël zal onbekeerd en ongelovig blijven en hierdoor, zoals de Schrift het zegt, uitgeroeid worden – zie Zach. 13:8-9). Velen onder hen zal Hij als Zijn dienstknechten gebruiken, zodat Zijn grote Naam door hun arbeid in de zalving en grote kracht van de Heilige Geest verheerlijkt wordt. Dan zal de grote, laatste, wereldwijde opwekking tot stand komen. Door hun arbeid, dat door Hemzelf geleid en bekrachtigd wordt, zullen in deze laatste jaarweek van Daniël 9:27 ontelbare zielen (zie Openb. 7:9) aan het Koninkrijk Gods worden toegevoegd.
Wij zien de Leeuw van Juda, onze Here Jezus Christus, eveneens en evenzo in hetzelfde gebeuren verschijnen in Openbaring 1 vers 10-15:
“Ik kwam in vervoering des geestes op de dag des Heren, en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, zeggende: Hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven Gemeenten: naar Efeze, en naar Smyrna, en naar Pergamum, en naar Tyatira, en naar Sardes, en naar Filadelfia en naar Laodicea. En ik keerde mij om, ten einde de stem te zien, die met mij sprak. En toen ik mij omkeerde, zag ik zeven gouden kandelaren, en te midden van de kandelaren Iemand als eens mensen zoon, bekleed met een tot de voeten reikend gewaad, en aan de borsten omgord met een gouden gordel; en Zijn hoofd en Zijn haren waren wit als witte wol, als sneeuw, en Zijn ogen als een vuurvlam; en Zijn voeten waren gelijk koperbrons, als in een oven gloeiend gemaakt, en Zijn stem was als een geluid van vele wateren.”

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen, KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009. KLIK HIER


maandag 23 augustus 2010

Boekbespreking 15: JOHANNES – Het Boek over het leven van JEZUS CHRISTUS, de Zoon van God


Een Bijbelstudie van Bijbelleraar E. van den Worm,[1]
uitgegeven door uitgeverij “De Eindtijdbode”.

Inleiding:
Dit laatste van de vier Evangeliën is ± 90 na Christus geschreven door de apostel JOHANNES een zoon van Zebedéüs (zie Matth. 4:21) en Salomé, een toegewijde des Heren, reeds tijdens Jezus aardse leven (zie Mark. 15:40, 16:1).
De Here Jezus noemde hem, samen met zijn broe(de)r, de apostel Jakobus, "zonen des donders" (zie Mark. 3:17). Was dit vanwege hun (aanvankelijk) om OORDEEL roepende geest (zie Luk. 9:52-56)? Toch werd deze apostel later bij uitstek “DE APOSTEL DER LIEFDE” genoemd. Zo had de Geest van Christus hem later veranderd door Zijn zaligmakende genade-werkingen. Later werd zijn bijnaam "de discipel, die door Jezus werd geliefd" of "die Jezus liefhad" (zie Joh. 13:23, 21:7).

Heeft MATTHEÜS Jezus in zijn Evangelie als de KONING VAN HET KONINKRIJK DER HEMELEN beschreven; MARKUS beschreef Hem als de DIENSTKNECHT VAN GOD, "Die Zich het oor liet doorboren" (zie Ps. 40:7-9, Exod. 21:5-6) en God dienstbaar was geweest als LAM VAN GOD om de zonde der wereld weg te nemen (zie Joh. 1:29). LUKAS beschreef Hem als de NIEUWE MENS, de 2de ADAM (zie 1 Kor. 15:45-47), Die de satan – door Zijn gehoorzaamheid aan God, zelfs tot in de dood toe (zie Filip. 2:7-8) – voor de mens overwinnen zou. JOHANNES daarentegen heeft Hem beschreven als de ENIGGEBOREN ZOON VAN GOD (zie Joh. 1:14), de HEER UIT DE HEMELEN, Die de door Hem gereinigde mens, door Zichzelf, vervullen zou met GODDELIJKHEID en VOLMAAKTHEID (zie 2 Petr. 1:4, Ef. 1:23, Jes. 60:1-3); hem/haar zo deel gevende aan Zijn eigen Lichaam (zie Rom. 8:17, 1 Kor. 12:2 en 27).
Hierdoor is dit Evangelie bij uitstek het Evangelie voor DE LAATSTE DAGEN, de tijd dus waarin wij nu leven, de tijd waarin God Zijn Gemeente, althans voorlopig een deel ervan, reeds hier op aarde, zal vervullen met Zijn VOLMAAKTHEID, namelijk Zijn BRUIDSGEMEENTE (zie Openb. 12:1, 14:5, Ef. 5:27, 1 Petr. 1:3-5).
Het is daarom niet verwonderingwekkend dat Johannes, nadat hij Jezus heeft geïntroduceerd als de geïncarneerde (d.i. de mens- of vleesgeworden) LEVENDE ZOON VAN GOD (zie hoofdstuk 1), deze ZOON VAN GOD betrekt in een BRUILOFT (zie hoofdstuk 2:1-12).

Hoofdstuk 1: De zevenvoudige introductie van Jezus Christus
I. De eerste introductie: Jezus was voor Zijn vleeswording Gods Woord; Hij was bij God en was God.
Vers 1-2: “In het begin (van de Schepping) was het Woord (er reeds), en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit (Woord) was van het begin af aan bij God”.
Jezus was en is en zal (altijd) zijn het UITGEDRUKTE BEELD VAN GODS ZELFSTANDIGHEID (zie Hebr. 1:3), DE ENIGGEBOREN ZOON VAN DE VADER (zie Joh. 1:14 + 18, 3:16 + 18), voortgekomen uit de EEUWIGHEID van het verleden; het zichtbare Deel van de ONZIENLIJKE GOD (zie Kol. 1:15, Joh. 1:18); de EERSTGEBORENE van al Gods kinderen (zie Rom. 8:29). En Gods kinderen verkrijgen hun kindschap doordat zij leden zijn geworden van Zijn Lichaam (zie Ef. 1:23). En Jezus is, na Zijn ZOENDOOD, ten behoeve van de mensen, als Hoofd van de Gemeente en als Hogepriester, gezeten aan de rechterhand van God (zie Hebr. 1:3, Filip. 2:9-11, Openb. 5:6, Dan. 7:13-14).

II. De tweede introductie: Jezus was de Schepper van hemel en aarde.
Vers 3: “Alle dingen zijn door het Woord gemaakt, en zonder het Woord is geen ding gemaakt, dat gemaakt is”.
Jezus was ook de Schepper van alle zichtbare en onzichtbare dingen (de wereld van de engelen – zie Hebr. 1:10); Die in het begin, met de Vader en de Geest, hemel en aarde schiep als de 2de Openbaringsvorm van de Godheid (zie Gen. 1:1), als het UITGESPROKEN WOORD VAN GOD (zie Ps. 148:1-6), Die door Zijn UITGEZONDEN GEEST werkt (zie Ps. 104:30, Openb. 5:6).

III. De derde introductie: Jezus is onze van God gegeven Zaligmaker.
Vers 4: “In het Woord was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen”.
Jezus is de voor de mens UIT DE DOOD OPGESTANE HEER UIT DE HEMELEN en is aan de mens door de Vader gegeven als zijn/haar Licht en Leven (zie Joh. 11:25), als zijn/haar ENIGE ZALIGMAKER (zie Hand. 2:36, 4:12, 5:31, 1 Tim. 2:5).

Tot zover de “Boekbespreking”. Als u deze studie wilt lezen,
KLIK HIER.

A. Klein

[1] Als u iets meer wilt weten over deze Bijbelleraar, zie dan het artikel op ons Weblog van 23-10-2009.
KLIK HIER

.

donderdag 10 december 2009

Podium en Gemeente – deel 6

.

Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.




Hoofdstuk 6
De algemene zendingsopdracht
“Ga heen in heel de wereld, predik het Evangelie aan alle schepselen.” (Mark. 16:15, HSV)

“Ga heen”!
Dit eerste gedeelte van de opdracht van de Here, openbaart, dat Gods zending VOL VAN AKTIVITEIT is. Een waarachtig dienstknecht van God kan zich geen “luilekker-leven” veroorloven en dan nog denken dat hij zijn roeping getrouw is gebleven.
Als u ergens een (Bijbelse) boodschap moet brengen, is er een tijd van voorbereiding nodig. Een tijd van gebedsgemeenschap met God, gebedsworstelingen en aanbidding van de Here, opdat Hij u die boodschap zal geven, die geschikt is voor dat uur en geschikt voor hen, die dan onder uw gehoor zullen zijn.
Er zijn predikers die niet geloven in de noodzaak van “een voorbereiding in en met Christus” voor een te brengen prediking. Zij steunen dan op hun geroepen-zijn en (in dit geval abusievelijk) op de Bijbelse uitspraak: “Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen” (Ps. 81:11b, HSV). Als het dan zo ver is en zij de boodschap moeten brengen, doen zij hun “mond wijd open”, maar er is geen boodschap van God in hun hart… Hun getuigen en spreken is dan van de hak op de tak, er is geen geestelijke lijn in te bekennen!
Neen, vrienden, dit is niet wat God wil! Dit “doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen” slaat op de voorbereidende gebedsworstelingen, waardoor Gods Geest uit hetgeen-van-Christus-is zal nemen en het u zal verkondigen. God kan u een (Bijbel)tekst geven, maar dat is nog geen boodschap! U moet die (Bijbel)tekst dan uitwerken tot een boodschap onder de zalving van Gods Geest. Hij zal u dan de leidraad tonen, die Hij u wil laten volgen. Die (Bijbel)tekst is de kern van de boodschap, zoals het geraamte dat is van het menselijk lichaam. Het vlees echter, dat het lichaam gestalte (d.i. postuur en aanzien) geeft, zijn dan (in dit beeld) de belichtingen en neventeksten die de Heilige Geest u geeft, en dus de geestelijke lijn, die u hebt te volgen. De gestalte (d.i. het beeld) die de boodschap geeft, die u hebt te brengen, is die van de Here Jezus Christus. God zal u, zo doende, bekwaam maken om – als Zijn instrument – datgene te spreken, wat Hij wil dat u spreken zal! Prijst Zijn wonderbare Naam!
God heeft voor elke (Gemeentelijke of Kerkelijke) gemeenschap, waar u voor hebt te spreken, en voor iedere gelegenheid, Zijn geëigende (d.i. voor hen – op dat moment – geschikte) boodschap! Ik heb “evangelisten” gekend, ook “Pinkster-evangelisten”, die op hun tournee (dus: overal waar ze kwamen om te prediken) DEZELFDE boodschap brachten. Die boodschap was op zich Bijbels, maar was profetisch gezien ONgeschikt voor dàt uur en die gelegenheid. Zo’n boodschap, op die wijze gebracht, is dus in eigen kracht gebracht en zal daarom de zalving van de Heilige Geest missen!
Het is dus noodzakelijk om – in en door de Heilige Geest – intens gebedscontact met onze Goddelijke Zender te hebben, opdat wij Zijn lichte wenken en leiding kunnen verstaan en wij hierop kunnen inhaken. Hoe meer u zó met Hem mede-arbeidt, hoe méér u (de geestelijke dingen) verstaat, hoe dieper uw kennis en hoe verder uw geestelijk vergezicht reikt.
Wat kan ons hart brandend zijn als Hij ons Zijn Woord opent. Wij ervaren dan dezelfde belevenis als de beide Emmaüsgangers, toen Hij hun de Schriften opende (zie Luk. 24:45). Wij zijn (of worden) er, in één woord, door verkwikt! Menigmaal is moeheid van mij afgegleden, alleen al omdat God mij in Zijn Woord één ding liet zien! De ziel die zo’n geestelijke ervaring heeft, juicht, staat op in heerlijkheid en begint Hem te aanbidden, te loven en te prijzen! Het hart brandt dan door de gemeenschap met Jezus, het LEVENDE Woord! Gods Woord is waarlijk Geest en Leven! Zijn Woord is dan, als het ware, op dat ogenblik opnieuw “vlees geworden”!
U mag doctor zijn in de theologie, een leraar van de Schriften, en toch uw betoog buiten Christus houden. Er was een leraar onder de Joden, die (in de nacht) tot Jezus kwam en tot wie Jezus moest zeggen: “Bent u de leraar van Israël en weet u deze dingen niet? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wij spreken wat Wij weten en getuigen wat Wij gezien hebben; en toch neemt u Ons getuigenis niet aan. Als Ik u de aardse dingen gezegd heb en u niet gelooft, hoe zult u geloven als Ik u de hemelse zeg?” (Joh. 3:10b-12, HSV)
Kennis van Gods Woord hebben is wonderbaar; maar kennis van Gods Woord, zonder dat de Heilige Geest in uw hart woont en troont, dus kennis zonder Zijn zalving, doet u geen vorderingen maken in het Koninkrijk van God! Want Hij (d.i. de Heilige Geest) is ons gegeven tot Kracht en tot Wijsheid van God (zie 1 Kor. 1:30). Wij hebben Hem (d.i. de Heilige Geest, de 3de Openbaringsvorm van God) in alle dingen nodig! Daarom kan het in “waarachtig Pinksteren” (d.i. bij een echte, Bijbelse vervulling met Gods Heilige Geest) zó zijn dat een oude moeder, een oude lieve ziel, die vervuld is met de Heilige Geest, méér van het Koninkrijk van God weet, dan een theoloog, die in Leiden is afgestudeerd! Verlaat u zich daarom op de Heilige Geest. Laat uw leven door Hem vol van (geestelijke) activiteit zijn, maar wacht eerst op Zijn tijd, zoals de Geest het – door Paulus heen – zei: “buit de geschikte tijd uit!” (zie Kol. 4:5b). Laten wij niet arbeiden ZONDER Hem, gedreven door een blinde fanatieke ijver, die niet uit God, maar uit de mens is! Laten wij daarom altijd op een verstandige wijze ACHTER Jezus aan gaan! Glorie voor God!

Heen gaan “in heel de wereld”
Als Hij u geroepen heeft, moet u zich nooit gebonden voelen aan die bepaalde plaats, waar Hij u (in eerste instantie) brengt. Hij heeft ons heel de wereld gegeven tot arbeidsveld. U moet zich niet binden aan plaatsen of mensen, u moet zich binden aan de Heilige Geest! Laat Hèm u leiden in alle arbeid! Ik kende een evangelist die zich had “gebonden” aan een bepaalde plaats. Als er weinig mensen kwamen kreeg hij er (om het zo te zeggen) bijna een hartaanval van; hij was dan helemaal uit het veld geslagen. Zag hij echter veel mensen komen, dan was hij o zó blij! Hij was duidelijk gebonden aan mensen en aan die plaats! Hij wilde mensen tellen, net zoals David het volk van Israël wilde tellen. Daarom geliefden, blijf de Here dienen, waar Hij u stelt of plaatst; dient HEM, wees een “gevangene” van JEZUS en géén gevangene van een bepaalde bediening of een bepaalde plaats, of van mensen!
De evangelist Filippus was midden in een Heilige-Geest-opwekking in Samaria, maar hij moest zich – van Gods Geest – begeven op de weg van Jeruzalem naar Gaza, een weg die eenzaam en moeilijk begaanbaar was omdat het gebied woest was. Hij had echter niet gemurmureerd en gerebelleerd, maar hij ging! De Opwekker is altijd de Geest van God Zelf; Hij had Filippus als instrument daartoe gebruikt. Op dat moment had God hem ergens anders nodig en Filippus gehoorzaamde, al wist hij nog niet waarvoor hij er heen moest gaan. En wat blijkt: Het was voor de redding van één ziel, namelijk: de kamerheer van Candacé, de koningin van de Ethiopiërs (zie Hand. 8:26-39). Daarna bracht de Geest van God Filippus niet terug naar Samaria – want daar had Hij al anderen die Hij als instrument kon gebruiken – maar naar Asdod, aan de Judese kust. Daar verkondigde Filippus het Evangelie in alle steden terwijl hij het land doorging, tot hij in Caesarea kwam (zie Hand. 8:40). Filippus was niet gebonden aan een plaats of groep, hij was een waarachtig dienstknecht van de Here Jezus Christus.
U mag geen “Pinkster-mohammedanen” worden! Mohammedanen voelen zich gebonden aan een bepaalde moskee en/of aan een bepaalde plaats, en aan Mekka. Laten wij God leren dienen en aanbidden, daar waar Hij dit van ons vraagt, in geest en in waarheid. God zendt ons in heel de wereld! Wees open voor zo’n zending! Aan de andere kant moet u geen “globetrotter of wereldreiziger-in eigen-kracht” gaan worden!
Toen God John Wesley wonderbaar vervuld had met Zijn Geest en hij – onder de zalving van Gods Geest –predikte over de doop met de Heilige Geest, werd hij door de Methodistenkerk, waartoe hij tot dan behoorde, als predikant bedankt; hij werd daar ontslagen. Toen ging hij uit die gemeenschap en steunde geheel en al op de Here. Gods Geest leidde hem naar het kerkhof, naar het familiegraf van de Wesley’s. Zoals gewoonlijk werd het kerkhof ’s zondags druk bezocht door familieleden van de overledenen. Gods Geest maakte John Wesley toen duidelijk dat dit familiegraf van de Wesley’s het eigendom van zijn familie was en hij daarop dus de Blijde Boodschap kon brengen voor de daar aanwezige grafbezoekers. De Geest van God werd vaardig in hem en hij begon te prediken. Hij zei daar: “De wereld is mijn Gemeente en dit graf mijn podium”. De Geest van God gaf hem een wereldzending! Hij werkte toen niet langer binnen de nauwe begrenzingen van de Methodistenkerk, maar kreeg een open oog en kracht voor Gods WERELDROEPING!
Geliefden, wees bereid om te gaan, daar waar God u heen wil zenden.

“Predik het Evangelie aan ALLE schepselen”
U heeft, als geroepen dienstknecht van de Here, een positieve opdracht: “Predik het Evangelie, predik de Blijde Boodschap!” Als u een “Blijde Boodschap” moet brengen, moet u eerst zorgen, dat die “Blijde Boodschap” uw eigen hart met blijdschap heeft gevuld!
Predik NOOIT een “organisatie”, predik NOOIT een “systeem”, predik NOOIT een “groep”; maar predik Gods Blijde Boodschap! Predik NOOIT uw eigen persoonlijkheid, maar predik Jezus Christus en Dien gekruisigd!
[1] Halleluja! Geliefden, het breekt u zuur op als u een organisatie, een sekte, een groepering of wie en wat maar ook predikt. Uw opdracht luidt: “Predik het EVANGELIE!
“Predik het Evangelie AAN ALLE SCHEPSELEN.” (Mark. 16:15b, HSV)
Dit wil zeggen dat u in uw bediening geen AANNEMING DES PERSOONS mag kennen. Kies (zelf) geen ras uit, maar breng het Evangelie aan elk mensenkind van die plaats of dat land, waar de Here u heen heeft gezonden! Al luidt de opdracht van de Here dat u het Evangelie “in heel de wereld” moet prediken en “aan alle schepselen” (zie Mark. 16:15), toch moet u zich nauwgezet houden aan DE LEIDING VAN DE HEILIGE GEEST! Zo heeft Paulus eens het Evangelie in Azië willen prediken, maar Gods Geest verhinderde hem dat en richtte zijn schreden naar Europa!
“En nadat zij door Frygië en het land van Galatië gereisd waren, werden zij door de Heilige Geest verhinderd het Woord in Asia te spreken. En bij Mysië gekomen, probeerden zij naar Bithynië te reizen, maar de Geest liet het hun niet toe. En nadat zij Mysië voorbijgereisd waren, daalden zij af naar Troas. En Paulus kreeg in die nacht een visioen te zien: er stond een Macedonische man, die hem dringend vroeg: Kom over naar Macedonië en help ons!” (Hand. 16:6-9, HSV)

KLIK HIER om deze studie (deel 6) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen!
[2]

CJH Theys
[3]


[1] Waarmee bedoeld wordt: “Bij Jezus Christus horen en bij degenen die, met Hem, gekruisigd zijn! Dus: ook wij moeten – in geestelijke zin – met Hem gekruisigd (willen) worden: namelijk afsterven aan (d.i. verlost worden van) onze oude, zondige natuur! Voor meer hierover, zie de “Kennismakingsbrief”, op ons weblog, bij december 2008!
[2] Voor deel 1 t/m 5 van “Podium en Gemeente”, zie ons weblog van 4/6, 10/7, 10/8, 10/9, 10/10 en 10-11-2009.
[3] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog van 23 augustus 2009.
· De 1ste uitgave van deze studie was omstreeks 1970 (in boekvorm). Deze hernieuwde versie is door ons bewerkt naar (meer) HEDENDAAGS Nederlands. De originele versie (digitaal uitgetypt) is eventueel op aanvraag – via
info@eindtijdbode.nl – te verkrijgen.


vrijdag 10 juli 2009

Podium en Gemeente - deel 2


Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.




Hoofdstuk 2
Gods arbeider en de Gemeente
Een Gemeente in deze Nieuwtestamentische periode (van in totaal zo’n 2000 jaar), waarin de Geest van God Zijn weg niet kan hebben, is geen Gemeente in de Schriftuurlijke zin en derhalve GEEN Gemeente van God! Een Gemeente van God is dus een hechte gemeenschap van gelovigen waarin de Geest van God de leiding heeft, en Hij dus de overste Leidsman en de Voleinder van het geloof is. Vanzelfsprekend werkt de Heilige Geest deze leiding uit door middel van mensen in wie Hij woont, door wie Hij dus werkt; waarom dezen ook “medearbeiders van God” worden genoemd.
Velen willen wel graag een Gemeente bedienen, maar dan één, die al gevormd is. Dit lijkt hun gemakkelijker; toch is dat niet zo! Bovendien is er niets zo wondervol, althans indien u hiertoe geroepen bent, dan om eerst nog onbekeerde zielen te zoeken en die – door Gods genade – te brengen in Zijn Koninkrijk; om met die zielen straks samen een Gemeente van de grond af aan op te bouwen. Is die Gemeente – door de leiding en kracht van de Geest – gevormd, dan is u roeping bevestigd èn kent u uw “schapen” door en door.
Velen kennen een verlangen om iets voor de Here te doen; maar zo’n verlangen hoeft nog geen roeping van God te zijn. Toen God Saulus van Tarsen riep, was hij een vervolger van de Gemeente en had zelf allerminst iets, wat op een Gemeente van God leek. Maar toen Saulus een Paulus wilde worden en aan God de beslissing wilde overlaten, werd hij de “apostel der heidenen” bij uitnemendheid. Glorie voor God! Hij reisde de streken en steden af en bouwde Gemeenten op! Halleluja!

De arbeider van God moet Hem dienen zonder aanzien des persoons
“Mijn broeders, heb het geloof van onze Here Jezus Christus, de Here der heerlijkheid, zonder aanzien des persoons. Want als in uw samenkomst een man zou binnenkomen met een gouden ring aan zijn vinger, in sierlijke kleding, en er kwam ook een arme man in haveloze kleding, en u zou hoog opzien tegen hem die de sierlijke kleding draagt en tegen hem zeggen: Gaat u hier zitten op een mooie plaats, en u zou tegen de arme zeggen: Gaat u daar maar staan, of: Ga hier zitten bij mijn voetbank, hebt u dan niet onder elkaar een onderscheid gemaakt en bent u zo geen rechters geworden met verkeerde overwegingen?” (Jak. 2:1-4, HSV)
Als u bij uzelf denkt: “Deze christen betaalt goed zijn tienden
[1], daarom zal ik bij hem maar wat door de vingers zien; maar die andere christen betaalt zijn tienden niet, die zal ik flink op zijn plaats zetten!” dan dient u met “aanzien des persoons”! Of als u het niet zo nauw neemt met Gods Woord, wanneer het een familielid betreft, dan meet u met twee maten! Zo kan men (ook) niet ten volle verzekerd zijn van uw dienst (ten aanzien van de Gemeente)!
Ongeacht voor wie maar ook – hetzij voor een koning of keizer, hetzij voor een bedelaar – hanteer dit Woord goed, snijdt het Woord recht! Dit geldt zowel voor apostelen alsook voor gewone discipelen van de Here.

Een arbeider van God moet zijn eigen huis goed kunnen regeren
Als u als arbeider (in Gods Gemeente) uw eigen huis niet kan regeren, hoe wilt u Gods Huis, de Gemeente, regeren? Weet u, dat Amerikaanse burgers geen gescheiden president willen hebben, wat hij ook is en hoe rijk hij ook is? Want wat zeggen de Amerikaanse burgers? Hetzelfde wat Gods Woord zegt: “Als hij zijn eigen huishouding niet kan regeren, hoe wil hij de staathuishoudkunde van de Verenigde Staten aankunnen”…? Zo kunnen wij ook geen goede voorganger of evangelist zijn als wij ons eigen huis niet (goed) kunnen regeren. Er zijn heel wat evangelisten, die hun eigen huis niet kunnen regeren: zij worden geregeerd door hun vrouw! Zo worden dit type arbeiders ook vaak geregeerd door de Gemeenteleden!

Een arbeider moet getrouwheid kennen in zijn bediening, ondanks strijd
Wat een arbeider in zijn bediening moet kennen is: GETROUWHEID. Getrouwheid is een van God ontvangen talent. Woeker daarmee, al is het gekregen talent nog zo eenvoudig. U kunt, door uw getrouwheid als ouderling of diaken, misschien een wankelmoedige voorganger in de kritieke ogenblikken van zijn leven tot goede steun en hulp zijn; juist genoeg om hem door die ogenblikken heen te helpen.
Geestelijke gaven en talenten komen pas dan tot hun recht, als wij God willen dienen, zoals Hij het wil. Dit geldt voor het gebruik van alle gaven en talenten. Doen wij dit niet dan zijn de beste geestelijke gaven NUTTELOOS! Dit geld evenzeer voor een talent als getrouwheid! Een groot loon wacht die dienstknecht, die zijn Heer getrouw heeft gediend.
· “Goed gedaan, goede en trouwe slaaf[2] (SV: dienstknecht), over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer.” (Matth. 25:23, HSV)
· “Goed gedaan, goede slaaf
(SV: dienstknecht), omdat u in het minste trouw bent geweest, wees daarom machthebber over tien steden.” (Luk. 19:17, HSV)
God stelt véél meer prijs op een arbeider die de hem toevertrouwde schapen, zonder veel geschreeuw, trouw hoedt, ook al komt er een “wolf” opdagen, dan op iemand, die van nature welsprekend is en andere wonderbare gaven bezit, maar vlucht als hij merkt, dat er strijd op komst is; iemand, die altijd uitvluchtjes weet te vinden om de strijd te ontlopen; die niet aanwezig is, als er herrie of ruzie in de Gemeente is, omdat hij er al eerder lucht van kreeg…
Laten wij de les die Jakob, de “hiellichter”, ons heeft gegeven in gedachten houden. Toen strijd hem wachtte – omdat hij zijn broer Ezau moest ontmoeten, die tegen hem verbitterd was vanwege zijn (leugenachtige) handelingen (zie Genesis vanaf hoofdstuk 27) – toen had hij willen worstelen met die Man bij de beek, de Jabok (zie Gen. 32:24-30). En die Man was God! Jakob worstelde dus met God! Maar Jakob liet Hem niet gaan voordat Hij hem zegende en zijn naam veranderde van Jakob in Israël, van “hiellichter” in “strijder van God”! Jakob zond vijf kudden naar zijn broer Ezau (vijf is het getal van “verzoening”); ook boog Jakob zich zeven keer voor Ezau, wat getuigt van Goddelijke ootmoed (d.i. het zich vrijwillig en nederig aan iemand onderwerpen), halleluja! Daardoor kon Ezau zijn broer Jakob daadwerkelijk en niet anders dan in verzoening ontmoeten!
Als u niet kan of durft te strijden als een arbeider van God, kan God u nooit – als Zijn mede-arbeider – in Zijn Gemeente plaatsen; Hij heeft aan zo’n arbeider niets! Ons is nooit beloofd dat onze weg naar de hemel “over rozen” gaat, integendeel, de weg naar de hemel gaat “langs vele verdrukkingen”… Maar laten wij hierbij niet vergeten dat Hij beloofd heeft: “Ik ben met u, alle dagen, tot aan de voleinding der wereld!” (Matth. 28:20). Prijs God! Houdt dus vast en blijft staan, dáár, waar u door de Here bent geplaatst. Nogmaals: als u, als gevolg van ’s Heren roeping, uw schouders hebt gezet onder een bepaald werk van Christus, als u in een zekere bediening van Hem staat, BLIJF dan staan, HOUD vast wat u hebt! Ook in dit geval geldt het Woord van de Here: “Houd vast wat u hebt, opdat niemand uw kroon zal wegnemen! (Openb. 3:11b, HSV).
Van Demas lezen wij dat hij op een gegeven ogenblik de apostel Paulus afviel, maar er waren – dank zij Gods voorzienigheid – anderen, die zijn plaats konden innemen. Glorie voor God! Laten wij Bijbelse voorbeelden als deze goed voor ogen houden.
Laten wij, aangaande deze dingen, ons liever spiegelen aan het Woord, zoals geschreven in 2 Timotheüs 4 vers 1-5: “Ik dring er dan op aan, voor God en de Here Jezus Christus, Die levenden en doden zal oordelen bij Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk: predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen. Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderwijs. Want er zal een tijd komen dat zij het gezonde (Bijbelse) onderwijs niet zullen verdragen, maar zij zoeken wat hun gehoor streelt, en zullen voor zichzelf leraars bijeenrapen naar hun eigen begeerten. Ze zullen hun gehoor van de waarheid afwenden en zich keren tot fabels. Maar u, wees nuchter (SV: wakker) in alles. Lijd verdrukkingen. Doe het werk van een evangelist. Vervul uw dienstwerk (t.a.v. de Gemeente van God) ten volle.” (HSV)
Het is een Woord vol van vermaningen en raadgevingen van Paulus aan de jonge Timotheüs, die hij, dank zij de genade van de Here, mocht stellen onder zijn leiding. Timotheüs werd door de Here geroepen om een evangelist te zijn van de Gemeente van God.
U zult, als u het Woord van God predikt, altijd mensen vinden die niet willen dat u hun leert hoe het hoort; die niet willen dat u hun vermaant. Zij willen slechts “de Blijde Boodschap” horen! Dit is in tegenspraak met de opdracht aan elke evangelist, een Bijbelse opdracht waarover wij (hierboven) in 2 Timotheüs 4 vers 1-5 hebben gelezen. En… er staat niet voor niets in 2 Timotheüs 3 vers 16 ook nog het volgende te lezen: “De hele Schrift is door God ingegeven, en is nuttig om te ONDERWIJZEN,...” (HSV)
Als u werkelijk het Woord van God predikt, ONDERWIJST u! Dit is wat een brenger van het Woord nummer één moet doen; natuurlijk niet in eigen kracht, en ook niet door geweld, maar door de Geest van God. Dus: predik het Woord van God! En dit Woord is niet alleen "nuttig om te onderwijzen", maar ook om “te weerleggen (aan hen bij wie Gods Woord weerstand oproept), te verbeteren (aan hen die Gods Woord onjuist uitleggen) en op te voeden (hen die zijn afgedwaald en dan nog dikwijls denken, dat zij het beter weten)”.
Ook heeft Paulus in 2 Timotheüs 4 vers 2 (zie hierboven) onder andere geschreven: “…bestraf (degenen die zondigen, die door hun handel, wandel en/of woord “willens en wetens” in verzet tegen Gods Woord komen), vermaan, en dat met alle geduld (degenen die nalaten te doen wat men moet doen)”.
Daarom heeft een arbeider in de dienst des Heren kennis nodig aangaande het Woord van God; anders kan hij dit Woord niet “recht snijden” (d.i. brengen en uitleggen zoals God het wil en bedoeld heeft)!
Het Woord van God is geen speelgoed! Hoeveel gelovigen spelen in deze laatste dagen niet met dit Woord! Zij hanteren het zoals zij het willen, zoals het in hun kraam te pas komt! Zulke gelovigen durven niet met een “open Bijbel” de wil van God onder de loep te nemen, bang als zij zijn voor de uitspraken van Gods Woord. Eén ding is waar: dit Woord scheidt ons van de zonde. Maar het omgekeerde is evenzeer waar: de zonde scheidt ons van Gods Woord, de zonde maakt dat u dit Woord niet (waarlijk) liefhebt. Als u werkelijk God wil dienen, ondanks strijd, dan grijpt u naar dit Woord!

KLIK HIER om deze studie (deel 2) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen![3]

CJH Theys[4]


[1] Waar – Bijbels gezien èn bestemd voor “het werk des Heren” – ook echt 10% van al uw inkomsten mee wordt bedoeld. Zie o.a. Mal. 3:8-10, Matth. 23:23 en Luk. 11:42.
[2] Het woord “slaaf” heeft bij ons een nare klank, maar m.i. is het een goede vertaling, omdat Hij waarlijk onze “Heer en Meester” is want… “Hij heeft ons gekocht en betaald” met Zijn eigen Bloed!
[3] Voor deel 1 van “Podium en Gemeente”, zie ons weblog van 4 juni 2009.
[4] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog, onder “Mijn volledig profiel weergeven”.
· De 1ste uitgave van deze studie was omstreeks 1970 (in boekvorm). Deze hernieuwde versie is door ons bewerkt naar (meer) HEDENDAAGS Nederlands. De originele versie (digitaal uitgetypt) is eventueel op aanvraag – via
info@eindtijdbode.nl – te verkrijgen.

donderdag 4 juni 2009

Podium en Gemeente[1]


Schriftuurlijke richtlijnen, praktische wenken en raadgevingen voor hen, die in een Gemeentelijke bediening staan.




Voorwoord

Met de uitgave van “Podium en Gemeente” geloven wij te voorzien in de behoefte van vooral jonge (en vaak dus nog onervaren) arbeiders op het arbeidsveld des Heren aan studies, zoals hier gegeven. Deze vinden uiteraard hun fundatie (hun basis) in de Bijbel en zijn samengesteld aan de hand van de praktijk gedurende vele jaren.
De schrijver hoopt dat in dit werk genoeg gevonden zal worden dat dienen mag als (nuttige) “informatie”. En wanneer er waardering is van de zijde van hen die dit lezen en bestuderen, zullen zij èn de schrijver van deze studie een berg hebben beklommen, waarvan de top uitsteekt boven het “normale, alledaagse leven”!
Met het “delven” uit de (geestelijke) Mijn – vol van de rijkste goudertsen,… uitgegraven met het “houweel van volharding” en met de “spade van liefde”, die beide werden gehanteerd met “handen van gepaste ootmoed” – gaat de bede, dat de Here Jezus Christus Zijn ONmisbare zegen zal schenken aan de inhoud, opdat er een blijvende zegen zal zijn voor die dappere menigte van jonge (vaak nog onervaren) arbeiders die bezield zijn met dat “heilig vuur”, met die heilige ijver; niet alleen om “vissers te zijn van mensen”, maar ook om de bijeengebrachte zielen te dienen in eenvoud en met een nederig hart, als zijnde: “een Gemeente van God”!!

Geheel de uwe, in de dienst van de Here, de Here van de oogst (d.i. de oogst van zielen).

CJH Theys
[2]

De arbeider van de Here en zijn verhouding tot God
Dit onderwerp “Podium en Gemeente” staat in verband met drie dingen:
1. De Heilige Geest, de Goddelijke Bewerker van alle arbeid in en voor de Gemeente;
2. De arbeider, ongeacht zijn ambt, functie of bediening;
3. De Gemeente.
Wij zullen eerst de arbeider van de Here onder de loep nemen en zijn algemene verhouding tot God, de Heilige Geest (de 3de Openbaringsvorm van God
[3]), om dan, in het hierna volgende hoofdstuk, deze arbeider nader te beschouwen in zijn algemene verhouding tot de Gemeente, die hij in de Naam de Here moet bedienen.

De arbeider en zijn karakter
Vóór alles hoort een arbeider van God een DEGELIJK KARAKTER te hebben. Dit is meer waard dan de naam van “een geweldige spreker of prediker” te hebben.
Goede gewoonten vormen het karakter ten goede, slechte gewoonten vormen het echter ten kwade. Laat mij het zo zeggen: het natuurlijke karakter wordt mede gevormd door “vaste” gewoonten (die wij vaak graag laten zoals ze zijn). Het komt dus hierop neer: Als u “van huis uit” mededeelzaam (o.a. behulpzaam)
[4] en gastvrij bent en u leert de Here Jezus Christus kennen, dan leert u, als u Hem (echt) hebt aangenomen, door Hem het leven in de Geest kennen en zult u zich door Hem laten leiden. Het natuurlijke in uw karakter wordt dan door Hem geheiligd en als u dit karakter zo door Hem laat vormen (laat cultiveren als een parel) dan verkrijgt u – in en door Hem – dat degelijke karakter. Maar bent u “van huis uit” niet gastvrij, niet mededeelzaam (behulpzaam etc.), eerder geldgierig dan vrijgevig, dan moet u dit beroerde karakter neerleggen op het (brandoffer)altaar[5] van God, om het, als een brandoffer, “te laten verbranden tot as”, zodat Hij u van dat beroerde karakter kan verlossen. Dit brengen van uw ‘wezenskarakter’[6] voor God moet u ZELF doen. U moet een afkeer van uw eigen karakter krijgen en, net als Jakob, (in het gebed) willen worstelen met God (zie Gen. 32:24-30), om ervan verlost te worden
Vele dingen in het geestelijk leven moeten wij ZELF doen; en dat net zoveel keer als de Bijbel zich tot ons richt met een “Laten wij”. Als er staat geschreven: “Kom naar Mij toe” (Matth. 11:28a, HSV), dan is het niet zo, dat de Heilige Geest u tot Jezus moet brengen; neen, dat moet u ZELF doen. U moet komen tot de Heilige Geest, Die de Geest van de Here Jezus Christus is, om door Hem de verlossing en vernieuwing te smaken.

Een arbeider moet een leven in afhankelijkheid van Hem leiden
Een arbeider van God moet altijd woekeren met zijn tijd, met zijn kennis van Gods Woord, met zijn talenten, maar boven alles zal hij hebben te ervaren dat, wil hij een Gemeente dienstbaar kunnen zijn, hij een leven in AFHANKELIJKHEID VAN JEZUS CHRISTUS moet leiden. Hoe meer u beseft dat u in alles op Hem moet leunen, hoe meer u van Gods Heilige Geest zal ontvangen.
Als wij op een gegeven moment echter zouden denken: “Het gaat goed zo, het gaat prachtig. Ik heb betrouwbare ouderlingen, dus het zal wel goed gaan”, dan lopen wij (dikwijls) het gevaar, dat wij GEESTELIJK ONACHTZAAM worden, geestelijk onverschillig! De belangen, aangaande de “schapen” die ons zijn toevertrouwd, zouden dan wel eens niet meer zo nauwgezet behartigd kunnen worden! God zal u dan, hoewel Hij u hierop af en toe attent zal maken, eerst kalm laten voortsukkelen, totdat u op een gegeven ogenblik tot de gewaarwording bent gekomen dat u (geestelijk) volkomen bent “drooggelopen”. Als Gods Geest u zo – als het ware – “op het matje” roept, dank God dan voor deze bezinning en keer terug tot de (volkomen) afhankelijkheid van Hem.
Jezus betoonde Zijn afhankelijkheid van de Vader met de volgende openbaring:
· “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De Zoon kan niets van Zichzelf doen, als Hij dat niet de Vader ziet doen; want al wat Deze doet, dat doet ook de Zoon op dezelfde wijze.” (Joh. 5:19, HSV)
· “Ik kan van Mijzelf niets doen. Zoals Ik hoor, oordeel Ik en Mijn oordeel is rechtvaardig; want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van de Vader, Die Mij gezonden heeft.” (Joh. 5:30, HSV)
Jezus leunde geheel en al op de Vader; en wij moeten dit net zo doen ten opzichte van Jezus. Wij zijn volkomen afhankelijk van Zijn zalvingen. Zonder Hem kunnen wij niets doen. Men kan van nature getrouw zijn, hulpvaardig, welbespraakt en bereid tot een zekere bediening, maar als de zalving van God aan woord en daad ontbreekt, dan is die bediening krachteloos, ongezouten, zonder die Goddelijke “vitaminen”, die een zondaar brengen tot bekering en een gelovige tot de waarachtige overgave aan God, zoals een kind van God betaamd! Helaas nemen velen genoegen met zulk een surrogaat-bediening… Laten wij dit echter niet doen, vrienden, laten wij geen surrogaat
[7] accepteren, niet van de kant van de arbeider van God, maar ook niet van de kant van ‘de Gemeente van God’! Laten wij slechts genoegen nemen met het ware Bijbelse Pinksteren (zoals beschreven in het Bijbelboek Handelingen), met een leven in absolute afhankelijkheid van die machtige zalvingen van de Geest van God.

Bouw nooit op eigen kracht
Bouw nooit op (menselijke) gaven en talenten. De beste (menselijke) gaven zijn geestelijk nutteloos als ze niet gebruikt worden onder de zalving van de Heilige Geest. U mag een briljant spreker zijn, maar toch helemaal geen (geestelijke) stichting brengen, de harten helemaal niet roeren tot bekering, overgave en toewijding! Daarentegen kunt u een eenvoudig mens zijn met een eenvoudige opleiding, maar toch uw toehoorders (geestelijk) verzadigen. Waarom? Omdat u dan spreekt onder de ZALVING VAN DE HEILIGE GEEST. Een Woord gesproken onder de Zalving van de Heilige Geest wordt als het ware omwikkeld met de LIEFDE VAN GOD! Beide mogen de waarheid aangaande Gods wil onder woorden brengen, maar predikers die tot de eerstgenoemde categorie behoren rekenen op educatie (d.i. het geestelijk opvoeden of vormen van hun toehoorders door middel van kennis alleen): zij bouwen op (hun eigen, menselijke) talenten en gaven en daarom blijft hun “woord” MENSELIJK, al kan dit “menselijke” boeiend en mooi zijn, toch werpt het nooit ‘eeuwigheidsvruchten’ af! De laatstgenoemde categorie predikers leven echter in overgave en afhankelijkheid van de Heilige Geest. Deze predikers bidden tot de Heilige Geest (de 3de Openbaringsvorm van God)
[8] om Hem te vragen of Hij hun mond wil gebruiken en vullen met Zijn sprake, met Zijn woorden. En wie kan er spreken en werken zoals Hij? Daarom brengen deze predikers EEUWIGHEIDSVRUCHTEN voort! Onze eigen persoonlijkheid, hoe wonderbaar ook, is voor het Koninkrijk van God NIETS WAARD zonder de zalving van de Heilige Geest. Geeft Hem (d.i. Gods Geest, de Heilige Geest) daarom plaats en ruimte in uw hart en leven.
Denk niet dat het u ooit schade zal berokkenen als u Hem datgene geeft, wat Hij van u af moet eisen. In plaats van de prijs die u moet betalen – namelijk het afsterven aan uw oude, zondige leven: het loskomen van ALLE (zondige) BANDEN MET VLEES, WERELD EN DEMONISCHE MACHTEN – zal Hij u talrijke zegeningen geven en U, in en door Zijn eigen Geest, HEILIGEN!
· “Want wat baat het een mens, als hij heel de wereld wint en aan zijn ziel schade lijdt?” (Matth. 16:26a, HSV).
U kunt beter arm zijn in de ogen van de mensen, maar rijk zijn in God! Soms moet u iets prijsgeven om DATZELFDE, maar dan GEHEILIGD, van Hem terug te ontvangen!
In dit licht gezien zult u begrijpen dat u nooit kwesties, die de Gemeente aangaan, op mag lossen in eigen kracht; noch dat u, wat het werk in de Gemeente aangaat, mag bouwen op MENSEN! De Gemeente is een erfdeel van de Here, die Hij u heeft toevertrouwt. Ga daarom, voor problemen die de Gemeente aangaan, niet te rade met mensen “van vlees en bloed”, maar zoek de oplossing bij de Heilige Geest (de 3de Openbaringsvorm van God), Die nooit buiten Zijn Woord zal gaan!


De arbeider moet God en Zijn Woord boven alles liefhebben, meer dan wat hijzelf is of heeft
Hebt u eenmaal een bediening aangenomen, en hebt u uw schouders gezet onder een taak, dan verwacht God, dat u tot het uiterste zal gaan met Hem, want Hij gaat tot het uiterste met u.
U moet God, Zijn Woord en Zijn Koninkrijk liefhebben, ook Hem eren, boven uzelf! U kent vast wel de gelijkenis van de Koninklijke bruiloft (zie Matth. 22:1-14). Allen werden uitgenodigd daartoe; een dienstknecht ging persoonlijk naar de genodigden toe. Maar… zij lieten zich allen, om verschillende redenen, verontschuldigen! De les die wij hieruit leren is:
1. dat de meeste christenen meer liefhebbers zijn van zichzelf dan van God; dat hun eigen wil prevaleert (d.i. de overhand heeft) boven die van God (zij “grepen zijn dienstknechten, mishandelden hen en doodden hen”, zie Matth. 22:6);
2. dat de meeste christenen meer liefhebbers zijn van de wellusten, dan liefhebbers van God (“ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen”, zie Luk. 14:20);
3. dat de meeste christenen meer liefhebbers van het materiële zijn, dan van het Koninkrijk van God (“Maar zij sloegen er geen acht op en gingen weg, de één naar zijn akker, de ander naar zijn zaken”, zie Matth. 22:5. “En een ander zei: Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga erheen om ze te keuren. Ik verzoek u: Houd mij voor verontschuldigd”, zie Luk. 14:19).
Laat het met u zo niet zijn.

KLIK HIER om deze studie (deel 1) – die te lang is voor op het weblog – verder te lezen!

CJH Theys[9]

[1] Onder “podium”, in de ruime zin van het woord, wordt verstaan:
De plaats, de functie, in de Gemeente van de levende God, waartoe de Heilige Geest ons heeft geroepen en tot de bediening waarvan Hij ons bekleedt met macht en kracht om naar die roeping de Gemeente te dienen.
[2] Voor meer over de schrijver van deze studie, zie het artikel op ons weblog, onder “Mijn volledig profiel weergeven”.
[3] Zie de uitleg bij de PDF-versie. Zie ook de uitleg bij noot 8. Zie eventueel op onze website www.eindtijdbode.nl/ ook nog de studie: “De natuurlijke mens en de Heilige Geest”.
[4] Met “mededeelzaam” wordt hier m.i. “het onderlinge hulpbetoon”, indien nodig ook hulp in de vorm van geld en/of goederen, bedoeld. (Vergelijk Hebr. 13:16 van de Statenvertaling met de Herziene Statenvertaling).
[5] Voor meer over de geestelijke betekenis van de verschillende tabernakelobjecten, zie eventueel op onze website www.eindtijdbode.nl/ de studies: “Christus in de Tabernakel” van CJH Theys en/of “De Tabernakel van Israël” en/of “Lukas; het boek van de NIEUWE MENS in Christus” van E. van den Worm.
[6] Met ‘wezenskarakter’ wordt m.i. bedoeld: Uw karakter, uw aard, uw natuur, uw wezen; en dat is het essentiële, wat iemand maakt tot wie hij of zij (ECHT) is.
[7] Surrogaat = Letterlijk: Vervangingsmiddel van mindere kwaliteit. Het wordt gebruikt om iets, dat niet voorhanden of moeilijk te verkrijgen is, te vervangen.
[8] Onze almachtige God heeft 3 openbaringsvormen: Vader, Zoon en Heilige Geest. Gods wezen is een Eénheid. Hij is één Wezen, één Persoon. De leer, dat God uit drie personen bestaat, is een dwaling. In Deut. 6:4 staat: "Hoor, Israël: de Here is onze God; de Here is één! (dus één Persoon!)". Dit wordt ook onderschreven door het feit, dat de beide cherubs en het verzoendeksel uit één brok goud moesten worden gesmeed (d.i. geslagen) (zie Exod. 25:18). En, ook de mens bestaat uit een lichaam, het zichtbare deel (1), een ziel (2) en geest (3).
[9] De 1ste uitgave van deze studie was omstreeks 1970 (in boekvorm). Deze hernieuwde versie is door ons bewerkt naar (meer) HEDENDAAGS Nederlands. De originele versie (digitaal uitgetypt) is eventueel op aanvraag – via info@eindtijdbode.nl – te verkrijgen. Zie ook nog noot 2.